CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota zienswijzen (anoniem).pdf

Raad 1 februari 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 12. 20:45: Bestemmingsplan Garsten Noord.34.766 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

Planidentificatienummer (idn): NL.IMRO.1904.BPGarstenNoordNTV-VG01

Datum: Oktober 2021 Opdrachtgever: Gemeente Stichtse Vecht College: Oktober 2021 Commissie Fysiek domein: Raad:

1 Inhoudsopgave 1 2

Inhoudsopgave .................................................................................................................................... 1 Inleiding ............................................................................................................................................. 2 2.1 Doel van deze nota.................................................................................................................. 2 2.2 Leeswijzer ................................................................................................................................ 2 2.3 Verantwoording participatie ..................................................................................................... 2 3 Zienswijzen ........................................................................................................................................ 3 4 Staat van wijzigingen (onderdeel vaststellingsbesluit) ..................................................................................... 67 4.1 Regels ................................................................................................................................... 67 4.2 Toelichting en bijlagen ...........................................................................................................

68 4.3 Verbeelding ........................................................................................................................... 68 5 Bijlage zienswijzen. ................................................................................................................................... 70

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

1

2 Inleiding 2.1

Doel van deze nota

Het doel van deze Nota zienswijzen en de bijbehorende “Staat van Wijzigingen” is het beantwoorden van de zienswijzen en benoemen van de wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord. In deze nota wordt allereerst bezien of de zienswijzen ontvankelijk zijn, waarna ze worden samengevat en beantwoord. Vervolgens worden de wijzigingen in het ontwerp als gevolg van de zienswijzen benoemd en de ambtshalve wijzigingen hieraan toegevoegd. Deze wijzigingen hebben betrekking op de plantoelichting, de planregels en de planverbeelding. Door het voorliggende (ontwerp-) bestemmingsplan met inbegrip van de Staat van Wijzigingen vast te stellen wordt het uiteindelijke bestemmingsplan vastgesteld, zoals dat later ter inzage komt te liggen in het kader van de beroepsprocedure. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen met ingang van vrijdag 13 november 2015 tot en met donderdag 24 december 2015, zowel digitaal via ruimtelijkeplannen.nl als in papieren vorm aan de gemeentebalie. De bekendmaking heeft voorafgaand plaatsgevonden via de gebruikelijke wijzie. Tijdens deze periode heeft iedereen de gelegenheid gekregen een zienswijze kenbaar te maken over de inhoud van het plan. In het kader van het voorgeschreven overleg zijn de betrokken medeoverheden eveneens in de gelegenheid gesteld een zienswijze kenbaar te maken.

In totaal zijn 8 zienswijzen ontvangen, waarbij iedere zienswijze zowel meerdere onderwerpen kan omvatten als door meerdere personen naar voren kan zijn gebracht. Daarnaast heeft de provincie Utrecht aan geen bezwaar te hebben. 2.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt de ontvankelijkheid van de zienswijzen beoordeeld aan de hand van gestelde wettelijke eisen en voor zover ze ontvankelijk zijn, kort samengevat en beantwoord. Per zienswijze wordt aangegeven of deze aanleiding geeft tot een aanpassing in het bestemmingsplan. Iedere zienswijze is in de inhoudsopgave voorzien van een nummer. In hoofdstuk 3 komen de ambtshalve wijzigingen in het plan aan de orde. In hoofdstuk 4 wordt de staat van wijzigingen gegeven op het ontwerpbestemmingsplan. 2.3

Verantwoording participatie

Het bestemmingsplan heeft inmiddels een hele tijd geleden als ontwerp ter inzage gelegen. Dat is zeer uitzonderlijk en uiteraard niet wenselijk geweest. Na de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan bleek dat de gemeente onvoldoende zicht had en de bedrijven onvoldoende inzicht hebben gegeven op de activiteiten die worden uitgevoerd op het bedrijventerrein Garsten Noord. Partijen is daarom verzocht zelf in kaart te brengen, te onderzoeken en te onderbouwen welke activiteiten uitgevoerd worden. Dit bleek een uiterst langdurige en complexe handeling. Vervolgens heeft de ODRU de onderzoeksgegevens omgezet naar een cumulatief onderzoek (geluid). Op basis van deze uitkomsten zijn de zienswijzen beantwoord en is er een concept van het vast te stellen bestemmingsplan opgesteld. Dit concept is in 2019 voorgelegd aan de betrokken partijen voor een “afsluitende overlegronde”. Ook andere partijen hebben de gelegenheid gekregen nog te reageren. De daaropvolgende opmerkingen zijn verwerkt en vervolgens zijn de benodigde maatwerkvoorschriften, ter ondersteuning van het bestemmingsplan, door de ODRU opgesteld en ter inzage gelegd. Voor ons zeer onverwacht werden hiertegen door partijen opnieuw zienswijzen ingediend. Uiteindelijk zijn de maatwerkvoorschriften in oktober 2020 behandeld in de Bezwarencommissie en in stand gebleven.

Momenteel loopt er beroep bij de Raad van State over de maatwerkvoorschriften. Met de bovenstaande werkwijze hebben alle betrokken partijen de gelegenheid gehad om te participeren in de verdere totstandkoming van het bestemmingsplan. De “afsluitende ronde” heeft er tevens toe geleid dat het zienswijzen zijn aangevuld en verscherpt. Enkele belanghebbenden (3.3.9, 3.3.10 en 3.3.11) hebben alsnog hun zienswijzen kenbaar gemaakt. Daarmee zijn hun belangen gediend. Het bestemmingsplan bevat hierdoor tal van wijzigingen. Door de gewijzigde vaststelling krijgt vrijwel iedereen alsnog de gelegenheid beroep in te stellen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

2

3 Zienswijzen 3.1. Ingediende zienswijzen

3.2. Ontvankelijkheid De zienswijzen 3.3.1 ,3.3.2, 3.3.5, 3.3.6, 3.3.7, 3.3.8 zijn binnen de gestelde termijn ingediend en ontvankelijk. Op zienswijzen 3.3.2, 3.3.6 en 3.3.7 is na de gestelde termijn nog een aanvullende zienswijze ingediend. Op grond van jurisprudentie dienen deze aanvullende zienswijzen mee te worden genomen (201503125/1/R3). Er is geen rechtsregel die zich ertegen verzet dat een zienswijze na afloop van de termijn nader wordt gemotiveerd. Een uitzondering hierop kan worden gemaakt voor de situatie dat het bestuursorgaan de aanvulling, gelet op de datum van de indiening, in redelijkheid niet meer behoeft mee te nemen in de besluitneming. Daar is hier uiteraard geen sprake van. Na de opstelling van het concept vast te stellen bestemmingsplan (zie paragraaf 2.3) zijn partijen betrokken bij een afsluitende overlegronde. De reacties en de beantwoording is opgenomen in de “Nota Overlegreacties --- afsluitende ronde”, welke een integraal onderdeel vormt van deze “Nota zienswijzen”. Met de vaststelling van deze nota worden ook de wijzigingen naar aanleiding van de laatste overlegronde vastgesteld. 3.3.1. De appellant heeft een zienswijze ingediend op het moment dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. Bij de “afsluitende ronde” heeft appellant een nadere toelichting gegeven en aansluitend aanvullende zienswijzen ingediend.

Deze beantwoording en de daaruit voortkomende wijzigen maken ook onderdeel uit van deze “Nota zienswijzen” en het besluit tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Op 15 februari 2019 en 20 maart 2019 heeft appellant, per mail, zijn reactie in de “ afsluitende ronde” kenbaar gemaakt in aanvulling op een mondelinge toelichting. Vreelandseweg 6a: Korte inhoud zienswijze:  de aanbouw bijkeuken ca. 3 meter breed aan de westgevel, met garage aan de zuidgevel staan (nog) niet op de plankaart  half in pand 6a staat [KA] ‘karakteristiek’ ingetekend, wat is de betekenis hiervan? Op grond van artikel 4.2.2, onder d van de planregels bedraagt de gezamenlijke oppervlakte van aanen uitbouwen en bijgebouwen bij de bedrijfswoning niet meer dan 20 m2. Dit is in de onderhavige situatie voor de bedrijfswoning nr. 6a ontoereikend. Bij deze bedrijfswoning is ruimte nodig voor een bijkeuken en een garage/schuur/technische ruimte zoals op de situatieschets in de toelichting is aangegeven. Appellant verzoekt u maximaal toelaatbare oppervlakte te vergroten naar 50 m2, gelijk aan de regeling voor bijgebouwen in artikel 17.2.2, onder j.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

3

Beantwoording In de systematiek van het voorliggende bestemmingsplan worden uitsluitend de oorspronkelijke contouren van (bedrijfs)woningen opgenomen door de bouwvlakken. Ondergeschikte aanbouwen of bijgebouwen, anders dan bedrijfsgebouwen, worden niet op de plankaart weergegeven. De mogelijkheid om buiten de bouwvlakken aanbouwen en bijgebouwen ten behoeve van de woning te realiseren is geregeld in de planregels van het bestemmingsplan (artikel 4.2.2.). Bij de beantwoording van de opmerkingen van de planregels wordt onder 5. nader ingegaan op artikel 4.2.2 en de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken. De totale boerderij is aangeduid als “karakteristiek”. Karakteristiek betekent dat de boerderij hogere cultuurhistorische waarden heeft maar onvoldoende om te kunnen spreken over monumentale waarden. In dit geval is het voornamelijk een verwijzing naar de hoofdvorm van het gebouw. Karakteristiek betekent dat er in de toekomst met grotere zorgvuldigheid gekeken moet worden naar eventuele (externe) aanpassingen van het hoofdgebouw. In tegenstelling tot een monumentale status betekent dit niet dat er een wettelijke bescherming geldt en dat bijvoorbeeld de mogelijkheid tot vergunningvrij bouwen ontbreekt.

In het huidige bestemmingsplan is voor wat betreft bouwmogelijkheden bij woningen onderscheid gemaakt tussen bedrijfswoningen gelegen in de bedrijfsbestemming en andere woningen gelegen in één van de woonbestemmingen. Bij bedrijfswoningen kan 20m2 bijgebouwd worden. Bij de overige woningen kan 50m2. Hiermee worden bij nader inziens de bouwmogelijkheden bij bedrijfswoningen onevenredig beperkt. Daarmee nemen wij tevens in overweging dat bij bedrijfswoningen de landelijke wetgeving niet voorziet in vergunningsvrije uitbreidingsmogelijkheden. Om ook bedrijfswoningen passende uitbreidingsmogelijkheden te bieden zal de oppervlakte zoals bedoeld onder artikel 4.2.2, onder d vergroot worden naar 50m2. Mallenopslag: Korte omschrijving zienswijze:  de oostwand van de mallenopslag achter Vreelandseweg 6a laten opschuiven tot tegen de westwand van de te realiseren bijkeuken van bedrijfswoning.  ter plaatse van de mallenopslag langs de noordzijde van de fabriek staat aangegeven [sba-ok] zonder bouwvlak, is dat voldoende? In artikel 4.2.1, onder d van de planregels wordt gesproken over een toegestane overkapping met een maximale bouwhoogte van 5 m. Dat was oorspronkelijk inderdaad de opzet. In de latere versies van de ruimtelijke onderbouwing is dat echter omgezet naar bijgebouw ( zie onderdeel C van paragraaf 2.4.3 van de Toelichting en de daarin opgenomen situatieschets).

De huidige versie van de verbeelding komt niet overeen met de gewenste situatie. De gronden met de aanduiding ( sba-ok) en het bouwvlak achter Vreelandseweg 6a vormen één geheel en dienen daarom op de verbeelding te worden samengevoegd tot één bouwvlak, waarbij het deel achter nr. 6a een breedte ( oost-west) van 10 m. heeft en het totaal een hoogte van 5 m. De aanduiding ( sba-ok) op de verbeelding kan komen te vervallen en onderdeel d van artikel 4.2.1 kan worden geschrapt Beantwoording De mallenopslag is ingetekend op basis van gegevens die door appellant zijn verstrekt. Bij een verdere uitwerking van de mallenopslag is niet alleen het gebouw achter Vreelandseweg 6a verbreed maar is ook naast productiehal 1 uitgegaan van een gebouw en niet van een overkapping. Omdat het aanvankelijk om een overkapping ging is de productiehal 1 en de “gebouw” van de mallenopslag is de aanduiding “Sba-ok” opgenomen. Deze aanduiding staat voor de mogelijkheid van een “overkapping” te bouwen. In artikel 4.2.1. onder d van de planregels is opgenomen dat deze overkappingen een bouwhoogte van maximaal 5 meter mag hebben. Nu in het akoestisch onderzoek behorende bij het bestemmingsplan daadwerkelijk blijkt dat uitgegaan wordt van aaneengesloten bebouwing, en dus geen overkapping, zullen wij het bestemmingsplan (plankaart en planregels) hierop aanpassen.

Uit nadere toelichting van appellant is wel naar voren gekomen dat ook het deel van de mallenopslag achter Vreelandseweg 6a een bouwhoogte krijgt van 5

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

4

meter in plaats van 6 meter. Dat betekent dat de bouwhoogte hier wordt verlaagd terwijl de breedte van het bouwvlak hier wordt verbreed. Productiehal 2: Korte omschrijving zienswijze:  Daar de verlenging van deze productiehal nog te realiseren is, ligt daarmee de hal lay-out nog niet vast en daarmee de buitenlocatie van de grondstofsilo’s aan de noordzijde hiervan. Bij het opstellen van de planregels hier svp rekening mee houden c.q. het betreffende vlak verlengen.  De hal heeft een goothoogte van 6 in plaats van ingetekend 5 meter; de bouwhoogte van 7 meter is correct.  De beoogde transportband tussen hal 1 en 2 is niet ingetekend. Beantwoording Bij het intekenen van productiehal 2 zijn wij uitgegaan van de door initiatiefnemer aangeleverde en voor ons beschikbare gegevens. Daarbij is het bouwvlak van de productiehal 2 verlengd en dus langer dan de bestaande bedrijfshal. Ten opzichte van de eerdere situering is een verplaatsing van de silo’s naar de noordzijde van productiehal 2 met de ODRU besproken. Het resultaat is dat de silo’s nu op de plankaart ook daadwerkelijk aan de noordzijde van de productiehal zijn ingetekend. Volgens ons is productiehal 2 conform eerdere afspraken en conform de wens van initiatiefnemer ingetekend.

Als wij de appellant goed begrijpen wenst hij is, afwijking van de eerdere aanpassing, meer flexibiliteit omdat nog niet vast staat of de aangegeven locatie de daadwerkelijke plek voor de nieuwe silo’s is. Uit eerder overleg met de ODRU is naar voren gekomen dat de locaties van de silo’s direct aan de noordzijde van productiehal 2 geen extra hinder veroorzaakt indien de in het akoestisch onderzoek betrokken geluidsbronnen ongewijzigd blijven. Daarnaast worden de activiteiten al beperkt door de normen die voortkomen uit het gezoneerd industrieterrein en de bijbehorende geluidszone. Wij kunnen de aanduiding voor de silo’s verlengen over de gehele noordgevel van productiehal 2 zodat er meer flexibiliteit ontstaat bij het vinden van de meest doelmatige positie. We zullen de diepte van de aanduiding wel handhaven om te kunnen waarborgen dat de silo’s direct tegen de noordgevel geplaatst worden. In de reactie wordt aangegeven dat de bestaande goothoogte 6 meter bedraagt in tegenstelling tot de 5 meter zoals opgenomen in het bestemmingsplan. Wij zullen dit aanpassen. Tot slot wordt opgemerkt dat de transportband tussen productiehal 1 en productiehal 2 niet is ingetekend. Het klopt dat dergelijke bouwwerken niet zijn ingetekend op de plankaart. In de planregels zijn wel voorschriften opgenomen voor het realiseren van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Een transportband wordt door ons gezien als een bouwwerk, geen gebouw zijnde. In artikel 4.2.3. van de planregels is opgenomen dat transportbanden gerealiseerd mogen worden met een hoogte van 8 meter. Daarmee denken wij dat het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid een transportband aan te leggen tussen productiehal 1 en productiehal 2. Geluidzone: Korte inhoud zienswijze De geluidzone is onjuist ingetekend. De geluidzone kan niet rusten op gronden die deel uitmaken van het gezoneerde industrieterrein. De begrenzing van het gezoneerde industrieterrein valt aan de voorzijde ( Vreelandseweg) ten onrechte niet samen met de begrenzing van de voor “betonfabriek” ( sb-bf) bestemde gronden. Beantwoording De begrenzing van het gezoneerde industrieterrein valt volgens ons samen met de begrenzing van de voor “betonfabriek” (sb-bf) bestemde gronden. Wat we nu wel geconstateerd hebben, en dat is waarschijnlijk waar op wordt gedoeld, is dat de aanduiding “geluidzone–industrie” aan de Vreelandseweg niet gelijk loopt met de bestemming betonfabriek. Naar aanleiding van de zienswijze zullen wij de aanduiding “geluidzone-industrie” aanpassen.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

5

Begrenzing bestemming bedrijf: Korte inhoud zienswijze Appellant stelt zich op het standpunt dat de begrenzing van de gronden met de bestemming “bedrijf” niet overeenkomt met de werkelijke begrenzing van het bedrijfsperceel. De begrenzing van het gezoneerde industrieterrein valt aan de voorzijde ( Vreelandseweg) ten onrechte niet samen met de begrenzing van de voor “betonfabriek” ( sb-bf) bestemde gronden. Appellant verzoekt de geluidzone op dit punt op te schuiven tot aan de grens van het bestemmingsvlak “Bedrijf”. Beantwoording De begrenzing van de bedrijfsbestemming kom overeen met de werkelijke begrenzing van het bedrijf dan wel de grens waar het bedrijf overgaat in de weg. Korte inhoud zienswijze De op de verbeelding nog aanwezige grensaanduiding tussen het perceel Vreelandseweg 6a ( bedrijfswoning) en Vreelandseweg 10 ( betonfabriek) dient te vervallen. Beantwoording Uit de digitale weergaven van de plankaart moet blijken of hier daadwerkelijk sprake is van een onnodige aanduiding, en daarmee grens, op de plankaart. Silo’s: Korte inhoud zienswijze De vereiste specifieke bouwaanduiding ‘silo’ ontbreekt op de verbeelding ter hoogte van de productiehal. Uit nader overleg naar aanleiding van de zienswijze is gebleken dat de exacte locatie van de silo’s afhankelijk is van de situering van de mengers en productiemachines binnen de hal.

Aangezien die situering van de mengers en machines in de hal nog niet definitief bekend is, verzoekt appellant in verband met de vereiste flexibiliteit de gehele noordzijde van de productiehal aan te duiden als zone waarbinnen de silo’s mogen worden geplaatst. Beantwoording Er is gebleken dat de bedoelde bouwaanduiding op de analoge verbeelding wel is ingetekend, maar op digitale weergave (ruimtelijkeplannen.nl) niet terug is te zien. Het gaat hier om een technische onvolkomenheid. Deze zal worden hersteld. Nu appellant meer flexibiliteit wenst, kan na advies van de ODRU, de aanduiding voor de betreffende silo’s verlengt worden. De bouwaanduiding zal op de gewenste plek aansluitend aan de productiehal opgenomen worden. Korte inhoud zienswijze Artikel 4.2.1 sub b wijzigen dat er in totaal vijf silo’s zijn toegestaan buiten het bouwvlak. Er zijn al bestaande silo’s op het perceel aanwezig en appellant wil in de toekomst silo’s bijplaatsen. Beantwoording Op grond van art. 4.2.1. aanhef en onder b van de planregels mogen silo’s ter plaatse van de aanduiding (sba-s) buiten het bouwvlak worden gebouwd tot een maximum van 5 silo’s. Op de verbeelding is ter plaatse van de westelijke productiehal een aanduidingsvlak ( sba-s) ingetekend voor de locatie van de silo’s. De exacte locatie van de silo’s is afhankelijk van de situering van de mengers en productiemachines binnen de hal.

Aangezien die situering van de mengers en machines in de hal nog niet definitief bekend is, verzoek ik u in verband met de vereiste flexibiliteit de gehele noordzijde van de productiehal aan te duiden als zone waarbinnen de silo’s mogen worden geplaatst. Zoals blijkt uit de plantoelichting is het de bedoeling om bij de westelijke productiehal 3 silo’s te plaatsen. Ten oosten van de bestaande productiehal 1 zal ( bij de daar al aanwezige 2 silo’s) een extra silo worden bijgeplaatst voor de opslag van vulmiddel ten behoeve van de productie van hoogwaardiger beton. Daarmee komt het totaal aantal silo’s uit op 6. In verband hiermee verzoek ik u in artikel 4.2.1, onder b ”vijf” silo’s te wijzigen in “zes”. Naar aanleiding van de reactie zullen wij het aantal silo’s dat mogelijk gemaakt wordt in de planregels gelijk stellen aan de beschrijving in de plantoelichting. Dit betekent dat het juiste aantal silo’s in de planregels opgenomen zal worden.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

6

Voorwaardelijke verplichting Artikel 4.4. Korte inhoud zienswijze Cliënten kunnen zich niet verenigen met de formulering van de voorwaardelijke verplichting in artikel 4.4.4.. Beantwoording Naar aanleiding van de zienswijzen zullen wij onderzoeken of wij artikel 4.4.4. onder a zodanig tekstueel kunnen wijzigen dat er sprake is van een eenduidige en handhaafbare planregel. Met betrekking tot artikel 4.4.4. onder b overwegen wij dat de genoemde maatregel in dit deel van de voorwaardelijke verplichting direct afkomstig is uit het akoestisch onderzoek van appellant. Ten aanzien van de cementwagen en de blower is in het akoestisch onderzoek het volgende opgenomen (pagina 11): “Circa drie maal per week wordt cement gelost met een blower op de vrachtwagen ter hoogte van de zuidgevel van de productiehal of de westgevel van de nieuwe productiehal. De losduur bedraagt akoes-tisch effectief ca. 40 minuten. In de nabije toekomst (vóór ingebruikname nieuw te realiseren woningen Vechtoevers) zal bij de cementloslocatie van productiehal 1 nabij de Vreelandseweg een inpandige com-pressor geplaatst worden, waardoor de cementwagen niet meer met de eigen blower hoeft te lossen.

Deze geluidreducerende maatregel is reeds in voorliggend onderzoek meegenomen en heeft een positief effect op de optredende geluidbelasting ter plaatse van de Vechtoevers.” Het voorliggende bestemmingsplan is een vertaling van de aangeleverde onderzoeken en de daaruit voortkomende resultaten. Nu de maatregel rechtstreeks afkomstig is uit het onderliggende akoestisch onderzoek zullen wij de voorwaardelijke verplichting onder artikel 4.4.4. onder b handhaven. Artikel 4.4.4. onder c wordt geschrapt gelet op de gewijzigde representatieve bedrijfssituatie. Overigen Korte inhoud zienswijze De term “gezoneerd bedrijventerrein” zoals vermeld in de aanduiding ( sb-gzb) en de planregels ( artikel 4.1 onder c) is onzuiver en leidt mogelijk tot verwarring. Ik stel voor om overeenkomstig de terminologie van de Wet geluidhinder de term “gezoneerd industrieterrein” te gebruiken. In de planregels (artikel 25.1.2) wordt verwezen naar artikel 40 van de Wet geluidhinder. Moet dit niet artikel 44 zijn? Beantwoording Wij kunnen appellant hierin volgen. Het heeft de voorkeur om consequent te verwijzen naar gezoneerd industrieterrein. Dit wordt aangepast. Ook hier heeft appellant gelijk. Er dient verwezen te worden naar artikel 44 van de Wet geluidhinder. Conclusie De zienswijze heeft aanpassingen van de toelichting, de planregels en de verbeelding (plankaart) tot gevolg. 3.3.2.

De appellant heeft een zienswijze ingediend op het moment dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. Het ging hier om een gezamenlijke zienswijze. Enkelen appellanten zijn inmiddels verhuisd en niet langer belanghebbend. Bij de “afsluitende ronde” heeft de overgebleven appellant op 21 februari 2019 een nadere toelichting gegeven en aansluitend aanvullende zienswijzen ingediend. De beantwoording van deze reactie is meegenomen in de “Nota overlegreacties – afsluitende ronde”. Appellant heeft deze reactie na een mondelinge toelichting per mail van 11 maart 2019 bevestigt. Deze beantwoording en de daaruit voortkomende wijzigen maken onderdeel uit van deze “Nota zienswijzen” en het besluit tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

7

Woonbestemming Korte inhoud zienswijze Appellant kan instemmen met de gekozen woonbestemming voor het perceel Vreelandseweg 6 in het ontwerpbestemmingsplan. Beantwoording Naar aanleiding van andere zienswijzen (zie zienswijze 3.3.6) hebben wij geconcludeerd dat we de bestemming voor dit perceel verder moeten aanscherpen. De omzetting van deze voormalige bedrijfswoning naar een reguliere woonbestemming “Wonen-1” levert een belemmering op voor omliggende bedrijven voor wat betreft geluid. Het perceel zal daarom bestemd worden als “Wonen-4”. “Wonen-4” betekent dat de woning in het kader van het Activiteitenbesluit wordt gezien als “wonen op een bedrijventerrein”. Dit betekent dat er 5 dB(A) meer geluid is toegestaan dan bij een burgerwoning. De woning behoudt daarmee hetzelfde beschermingsniveau die de woning ook al had als bedrijfswoning. Voor een voormalige bedrijfswoning zoals de Vreelandseweg 6 geldt namelijk dat deze gezien kan worden als “wonen op een bedrijventerrein”. Bedrijfsvoering Vreelandseweg 4a Korte inhoud zienswijze Op basis van het ontwerpbestemmingsplan komt appellant tot de conclusie dat er voor wat betreft de bedrijfsactiviteiten op het perceel Vreelandseweg 4a geen uitbreidingsmogelijkheden zijn.

Beantwoording De bedrijfsactiviteiten op het perceel Vreelandseweg 4a worden begrensd door de maximale beschikbare geluidsnormen op basis van het Activiteitenbesluit. De normen wijzigen niet. De bedrijfsactiviteiten kunnen, binnen de maximale geluidsnormen en gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan, wel veranderen of uitgebreid worden mits voldoende geluidswerende maatregelen genomen worden en in stand blijven. De activiteiten op dit perceel worden afgebakend door via functieaanduiding op de plankaart de bedrijfsactiviteiten tot bepaalde plekken op het perceel te beperken. In de planregels zijn (voorwaardelijke) verplichtingen opgenomen en buiten het bestemmingsplan om zullen maatwerkvoorschriften in acht genomen moeten worden. Ventilator Korte inhoud zienswijze De ventilator, die niet op de bouwtekening staat en zonder overleg is geplaatst op de meest overlastgevende locatie overschrijdt de toegestane geluidsnorm. De ventilator draait ook buiten de toegestane bedrijfsuren. Ten einde een goed woon- en leekklimaat te garanderen dient de ventilator te worden verplaatst. Beantwoording Mede naar aanleiding van de zienswijze heeft het bedrijf op Vreelandseweg 4a een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Deze wordt bijgevoegd bij het bestemmingsplan. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de geluidsnorm niet wordt overschreden.

Voor wat betreft de ventilator staat er in het rekenmodel (en in het akoestisch onderzoek) maar één ventilator beschreven. Deze ventilator bevindt zich in de kopgevel van de grote loods (oostgevel). Deze ventilator heeft een bedrijfstijd van 3 uur in de dagperiode, 0,5 uur in de avondperiode en 0,45 uur in de nachtperiode. Het onderzoek laat zien dat als je kortdurend het niveau van deze ventilator meet bij de achtergevel van Vreelandseweg 6 op een geluidsniveau van 60 dB(A) komt. Langtijdgemiddeld (het toetsingskader) wordt dit dan uitgesmeerd aan de hand van de bedrijfstijd. Is de werkelijke bedrijfstijd langer dan wat in het onderzoek is aangehouden dan heeft dit snel een verhogende invloed op de totale langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus. De nieuwe ventilator aan de zuidzijde van de loods is ons niet bekend en staat ook niet in het akoestisch onderzoek. Handhaving zal plaats vinden op basis van akoestisch onderzoek en een meting. Het bestemmingsplan houdt rekening met de situatie zoals is weergegeven in het akoestisch onderzoek. Sloopmelding Korte inhoud zienswijze Appellant vraagt naar de stand van zaken rondom de sloopmelding voor perceel Vreelandseweg 4a.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

8

Beantwoording Een eventuele sloopmelding staat los van dit bestemmingsplan. Gebruik buitenterrein Vreelandseweg 4a Korte inhoud zienswijze Appellant maakt bezwaar tegen bedrijfsactiviteiten op het buitenterrein van Vreelandseweg 4a. Beantwoording Mede naar aanleiding van de zienswijze is het bedrijf op het perceel Vreelandseweg 4a verzocht aan te geven welke bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd. Gebleken is dat bepaalde bedrijfsactiviteiten in strijd zijn met het bestemmingsplan en de melding Activiteitenbesluit (milieu). Hierop is het bedrijf aangeschreven. Er zijn nieuwe vergunningen aangevraagd en er is een melding Activiteitenbesluit ingediend. Het bedrijf heeft aangetoond dat de gewenste bedrijfsactiviteiten onder voorwaarden mogelijk zijn in combinatie met de gewenste woningbouwontwikkeling en bestaande woningen. Bij de beoordeling is het akoestisch onderzoek betrokken wat door het bedrijf op Vreelandseweg 4a is aangeleverd en waarin de werkzaamheden zijn beschreven. In het akoestisch onderzoek is in hoofdstuk 6 aangeven dat onder andere het direct storten vanuit een container op het buitenterrein niet plaats zal vinden. In artikel 4.4.3 onder f is daarom opgenomen dat het storten van materialen vanuit de container in de buitenruimte niet is toegestaan. De container dient wanneer nodig op een andere wijze worden geleegd.

Het perceel Vreelandseweg 4a, waaronder de buitenruimte, is in het bestemmingsplan voorzien van verschillende aanduidingen waarbinnen de bedrijfsactiviteiten duidelijk begrensd zijn. Het bestemmingsplan voorziet in voldoende mogelijkheden om indien nodig handhavend op te treden. Ten aanzien hiervan wordt opgemerkt dat laden en lossen ook uitgesloten zijn van toetsing in het kader van het Abm. Geluidswerende maatregelen na sloop Korte inhoud zienswijze Bij sloop van de loods dienen geluidwerende maatregelen te worden genomen. Beantwoording Bij een verandering van de bedrijfsvoering of inrichting van het bedrijfsperceel zal altijd aangetoond moeten worden dat voldaan kan worden aan de geldende (geluids)normen zoals onder ander opgenomen in het Activiteitenbesluit. Overigen zienswijzen Korte inhoud zienswijze: Beeldkwaliteitsplan Garsten Noord: Hoe ziet dat plan er nu uit? Beantwoording Het beeldkwaliteitsplan is onderdeel van het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen. Het beeldkwaliteitsplan dat is vastgesteld in 2012 is toegevoegd als bijlage van het bestemmings-plan.

Korte inhoud zienswijze: Artikel logies arbeidsmigranten: Wordt per persoon een aantal m2 vastgesteld? Wordt met de leefbaarheid van de omgeving rekening gehouden bij het bepalen van het aantal logiesplaatsen? Het is een groot verschil of een gezin met 10 kinderen een pand bewoond dan dat een pand door 12 veelal jonge mannen wordt bewoond. In het geval van de bedrijfswoning achter Vreelandseweg 6, welke voor logies gebruikt kan worden kunnen wij appellant volgen in de zorg dat hier sneller sprake kan zijn van overlast omdat het hier gaat om een gesplitste karakteristieke boerderij. Aangezien elders op het perceel nog een verblijf voor logies aanwezig is en hier een maximaal aantal bewoners is vastgelegd vinden wij dat we dit ook moeten doen voor de woning achter Vreelandseweg 6. De initiatiefnemer heeft aangegeven dat de woning geschikt is voor 5 logies. Wij vinden dit aantal passend binnen de woning.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

9

Korte omschrijving zienswijze: Artikel 4. sub e. max 13 arbeidsmigranten: Welk aantal van arbeidsmigranten geldt voor de bedrijfswoning achter nr. 6? Beantwoording In de regels zal een maximum van 5 personen opgenomen worden. Korte inhoud zienswijze: Artikel 4.1. sub d. plaatsen container op inrit: Op inrit rust recht van overpad t.a.v. terrein van nr. 6 en loods in eigendom van fam. Rietkerk, Vreelandseweg 3 te Nigtevecht. Het plaatsen van een container kan een ernstige belemmering vormen voor parkeren op de parkeerplaatsen van nr. 6 daarom lijkt mij dit zeer ongewenst. Beantwoording Het recht van overpad is een privaatrechtelijke aangelegenheid. Betrokken partijen moeten de onderlinge afspraken voortkomend uit dit gebruik respecteren. De gemeente is daar in principe geen partij in. Op de betreffende inrit is de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf – opslag containers” opgenomen. Volgens de planregels is het toegestaan om maximaal 12 keer per jaar een container op de inrit tijdens de dagperiode te plaatsen ten behoeve van het bedrijf. De container mag maximaal een dag blijven staan. Het bestemmingsplan voorziet daarmee slechts in incidenteel gebruik voor de stalling van containers waarbij de toegankelijkheid van omliggende percelen op geen enkele wijze onevenredig belemmerd hoeft te worden.

Normaal gesproken is een container 2,5 meter breed terwijl de inrit ruim 5 meter breed is. De planregels staan de uitvoering van privaatrechtelijke afspraken derhalve niet in de weg. Korte inhoud zienswijze Artikel storten vanuit container: Geeft ernstige geluidsoverlast. Zie de geluidsmetingen die zijn gedaan medio 2018 door R. de Graaf in opdracht van de Gemeente. Hoe wil de Gemeente gaan handhaven? Beantwoording Uitgangspunt is het geluidsrapport wat door Nagel is aangeleverd en waarin de werkzaamheden zijn beschreven. In het akoestisch onderzoek is in hoofdstuk 6 (maatregelen) aangeven dat het direct storten vanuit een container op het buitenterrein niet plaats zal vinden. In artikel 4.4.3 onder f is daarom opgenomen dat het storten van materialen vanuit de container in de buitenruimte niet is toegestaan. De container dient wanneer nodig op een andere wijze worden geleegd. Het bestemmingsplan voorziet in voldoende mogelijkheden om indien nodig handhavend op te treden. Ten aanzien hiervan wordt opgemerkt dat laden en lossen ook uitgesloten zijn van toetsing in het kader van het Abm. Korte inhoud zienswijze Artikel 13.4.1 sub a. het wijzigen … of dempen: Door het dempen van de sloot tussen Kanaaldijk en opslagterrein Betonfabriek is er veel wateroverlast ontstaan in de tuin en onder de woning van nr. 6. Is hier een omgevingsvergunning voor afgegeven.

Zo ja, wanneer? Beantwoording De vraag heeft geen betrekking op de onderhavige bestemmingsplanprocedure maar op eerdere vergunningverlening. Het bestemmingsplan voorziet in artikel 13.4.1. onder a is een verplichting tot de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het wijzigen of dempen van sloten welke ook daadwerkelijk als “water” bestemd zijn. De verplichting komt in verschillende planregels bij meerdere bestemmingen terug. Het bestemmingsplan voorziet daarmee in de bescherming van diverse “waterbelangen”. Korte inhoud zienswijze Artikel 13.4.4. schriftelijk advies: Waar kan appellant dit vinden? Beantwoording In aanvulling op het voorgaande is onder artikel 13.4.4. opgenomen dat het bij verlenen van een omgevingsvergunning schriftelijk advies gevraagd moet zijn van het hoogheemraadschap of een andere deskundige inzake de te beschermen belangen. Daarmee wordt het bevoegd gezag aangehaakt. De vraag van appellant heeft op een in het verleden ontstane situatie en vergunning en het al dan niet

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

10

afgegeven advies. De vraag heeft daarmee geen betrekking op de onderhavige bestemmingsplanprocedure. Korte inhoud zienswijze Artikel 17.2.1. sub b: Hier is sprake van het toestaan van één woning. Kan het bouwvlak opgedeeld dan wel vermeerderd worden in/met 2 bouwvlakken? Beantwoording Nee, het bestemmingsplan voorziet hier in één woning. Korte inhoud zienswijze Artikel 17.4.1. sub f. (beroep aan huis): Uitsluitend personeel deel uitmakend van het huishouden. Deze bepaling is onnodig bezwarend voor bijvoorbeeld advocaten- of administratiekantoor. Waarom is deze bepaling opgenomen? Beantwoording In het bestemmingsplan is de volgende definitie van een beroep aan huis opgenomen: Het door de bewoner van de woning beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen beroep dat door zijn omvang in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; Hieronder dienen niet te worden begrepen de uitoefening van consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten noch detailhandel. Het beroep aan huis is daarmee duidelijk gericht op het gebruik van een ondergeschikt deel van de woning of bijbehorend bijgebouw.

Het beroep-aan-huis- kent een kleinschalig karakter, gericht op het gebruik door de bewoners, met zo weinig mogelijk gevolgen voor het woon- en leefklimaat van de omgeving en gericht op het behoud van de uitstraling van het woonperceel. De woonfunctie moet duidelijk herkenbaar blijven. Om dit te kunnen waarborgen zijn in het bestemmingsplan bepalingen opgenomen bijvoorbeeld gericht op het personeel. De voorbeelden die appellant noemt vallen niet onder het beroep-aan-huis. Conclusie De zienswijze heeft aanpassingen van de toelichting, de planregels en de verbeelding (plankaart) tot gevolg. 3.3.3 Deze zienswijzen is ingekomen op 18 februari 2016, dus na de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijzen is een aanvulling op de zienswijzen zoals besproken onder 3.3.2. Ook voor deze zienswijzen geldt dat het gaat om een gezamenlijke zienswijzen waarvan een deel van de appellanten inmiddels zijn verhuisd en niet langer belanghebbend zijn. De overgebleven appellant is net als bij zienswijze 3.3.2 nog de enige belanghebbende. De beantwoording van deze zienswijzen moet gezien worden als een aanvulling op de beantwoording van zienswijzen 3.3.2. Bedrijfsactiviteiten Vreelandseweg 4a Korte inhoud zienswijze Appellant claimt dat de eigenaar van het bedrijf op Vreelandseweg 4a een verkeerd beeld schetst van de bedrijfsactiviteiten.

Beantwoording Mede naar aanleiding van de zienswijze is het bedrijf op het perceel Vreelandseweg 4a verzocht aan te geven welke bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd. Er zijn nieuwe vergunningen aangevraagd en er is een melding Activiteitenbesluit ingediend. Daarnaast is er voor het bedrijf op het perceel Vreelandseweg 4a een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn meegenomen worden in het bestemmingsplan.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

11

Toerit Vreelandseweg 4a Korte inhoud zienswijze De toegangsweg naar het bedrijfsperceel behoort volgens appellant niet tot de inrichting. Dit moet nadrukkelijk worden verwoord en vastgelegd in het bestemmingsplan. Beantwoording Het recht van overpad is een privaatrechtelijke aangelegenheid. Betrokken partijen moeten de onderlinge afspraken voortkomend uit dit gebruik respecteren. De gemeente is daar in principe geen partij in. Op de betreffende inrit met een bedrijfsbestemming is de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf – opslag containers” opgenomen. Volgens de planregels is het toegestaan om maximaal 12 keer per jaar een container op de inrit tijdens de dagperiode te plaatsen ten behoeve van het bedrijf. De container mag maximaal één dag blijven staan. Het bestemmingsplan voorziet daarmee slechts in incidenteel gebruik voor de stalling van containers waarbij de toegankelijkheid van omliggende percelen op geen enkele wijze onevenredig belemmerd hoeft te worden. Normaal gesproken is een container 2,5 meter breed terwijl de inrit ruim 5 meter breed is. De planregels staan de uitvoering van privaatrechtelijke afspraken derhalve niet in de weg.

Belemmering voor bedrijfsactiviteiten Vreelandseweg 4a Korte inhoud zienswijze Appellant heeft het bedrijf op Vreelandseweg 4a diverse keren, schriftelijk, gevraagd op welke wijze een woonbestemming op het perceel Vreelandseweg 6/6a de bedrijfsvoering belemmerd. Daar heeft appellant geen reactie op ontvangen. Beantwoording Naar aanleiding van deze en andere zienswijzen ( 3.3.2, 3.3.3 en 3.3.6) is het bedrijf nogmaals gevraagd inzicht te geven in de bedrijfsactiviteiten en de belemmeringen die daarbij worden ondervonden vanwege de omliggende woningen. De reactie, het uitgevoerde geluidsonderzoek en zienswijzen hebben geleid tot verschillende aanpassingen van het bestemmingsplan die elders in deze “Nota zienswijze” zijn beschreven en opgenomen zijn in de “Staat van wijzigingen”. Deze veranderingen zijn inzichtelijke gemaakt door appellant in 2019, tijdens de “afsluitende ronde” het gewijzigde bestemmingsplan toe te sturen. De reactie van appellant op deze aanpassing wordt besproken in de “Nota overlegreacties – afsluitende ronde”. Bedrijfsvoering Vreelandseweg 4a Korte inhoud zienswijze Op basis van het ontwerpbestemmingsplan komt appellant tot de conclusie dat er voor wat betreft de bedrijfsactiviteiten op het perceel Vreelandseweg 4a “op slot zitten”.

Beantwoording De bedrijfsactiviteiten op het perceel Vreelandseweg 4a worden begrensd door de maximale beschikbare geluidsnormen op basis van het Activiteitenbesluit. De normen wijzigen niet. De bedrijfsactiviteiten kunnen, binnen de maximale geluidsnormen en de gebruiksmogelijkheden in het bestemmingsplan, wel veranderen of uitgebreid worden mits voldoende geluidswerende maatregelen genomen worden en in stand blijven. Bestemming woning Vreelandseweg 4 Korte inhoud zienswijze Vreelandseweg 4 betreft een burgerwoning, dit moet duidelijker worden aangegeven in het plan. Beantwoording Het perceel heeft de bestemming “Wonen-1”. Dit geeft voldoende weer dat het een burgerwoning betreft en geen dienstwoning. Ten behoeve van het bestemmingsplan heeft de eigenaar van het bedrijf Vreelandseweg 4a zelf een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn meegenomen in het bestemmingsplan en het cumulatief geluidsonderzoek dat is uitgevoerd ten behoeve van het totale plangebied. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting als

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

12

gevolg van de eigen bedrijfsactiviteiten dusdanig hoog is dat ter plaatse van de woning op het perceel Vreelandseweg 4 niet voldaan kan worden aan de eisen behorende bij reguliere woning oftewel de bestemming “Wonen-1” bestemd kan worden. Omdat in de melding en het bijbehorende akoestisch onderzoek de woning tot de inrichting wordt gerekend, zien we deze woning in het kader van het Activiteitenbesluit als een “woning op een bedrijventerrein”. Als we de woning als “Wonen-1” bestemmen is er daarmee geen sprake van een goede ruimtelijke ordening en daarom moet deze woning ook gezien worden als “wonen op een bedrijventerrein” en bestemd worden als “Wonen-4”. Net als de woning op het perceel Vreelandseweg 6/6a. De woning op het perceel Vreelandseweg 4 zal, conform deze zienswijze, in ieder geval niet aangemerkt kunnen worden al bedrijfswoning. Planschade voor het bedrijf Korte beschrijving De herbestemming van de woningen op het perceel Vreelandseweg 6/6a is volgens appellant te beschouwen als een normale maatschappelijke ontwikkeling. Omliggende bedrijven wisten bij aankoop van de oliehandel in 1999 dat de beëindiging tot een herbestemming van het resterende gedeelte van het perceel zou leiden.

Er is geen sprake van planschade Beantwoording Na het onherroepelijk worden van een besluit, bijvoorbeeld de vaststelling van een bestemmingsplan, zal nader onderzocht worden of sprake is van planschade. Daarvoor dient een verzoek om planschade ingediend te worden die conform de daarvoor vastgestelde verordening wordt afgehandeld. De woning op het perceel Vreelandseweg 6a zal bestemd worden als “wonen op het bedrijventerrein” (Wonen-4) en behoudt daarmee hetzelfde beschermingsniveau als de oorspronkelijke bedrijfswoning. 3.3.4 Beeldkwaliteit Korte inhoud zienswijze Het appartementengebouw is met een nokhoogte van 12,6 meter te hoog. Een dergelijk kolossaal gebouw hoort niet thuis in de noordelijke Vechtstreek. Beantwoording Zoals aangegeven is gemeente reeds geruime tijd bezig om tot algehele transformatie van het gebied te komen. De bedoeling was de bedrijvigheid uit het gebied te verplaatsen en hiervoor woningen terug te realiseren. Eén en ander heeft uiteindelijk gerealiseerd in een beeldkwaliteitsplan (2012) Garsten Noord. Hier wordt uitgegaan van integrale herontwikkeling. Omdat deze niet haalbaar bleek, is in 2014 een ruimtelijke visie opgesteld. De ruimtelijke visie voorziet in een document op basis waarvan de toekomstige koers van Garsten Noord er uit kan komen te zien.

Er wordt een drietal scenario’s onderscheiden ten aanzien van de koers die de gemeente zou kunnen varen: het gebied kan zich in ruimtelijke zin op drie manieren ontwikkelen. Uiteindelijk is gekozen voor een scenario waar sprake is van een gemengd gebied, dat geleidelijk tot woongebied getransformeerd kan worden, maar waarbij het ook mogelijk is dat enkele delen van het gebied nog niet getransformeerd worden. Het gaat bij woningbouw om die delen die concreet beschikbaar zijn (bedrijvigheid is blijvend beëindigd) en haalbaar. Wanneer aangetoond kan worden dat ten aanzien van de milieugevoelige functies (wonen) toch een acceptabel woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden, hoeft de menging van functies geen probleem te zijn. Garsten Noord is een typisch voorbeeld daarvan. De ontwikkelingsstrategie van de gemeente kenmerkt zich door een deels faciliterende, deels sturende, maar bovenal geleidelijke koers. Idealiter zou het terrein integraal ontwikkeld worden, maar aangezien de wens en noodzaak bij enkele bedrijven – en de financiële slagkracht bij de gemeente- hiertoe ontbreekt, is dit gewoonweg niet reëel. Enkele percelen liggen braak en zijn ernstig in verval. Wanneer gewacht zou worden tot een moment waarop alle bedrijven gestopt zijn, ontstaat een onleefbare situatie.

Voor die bedrijven die ter plaatse functioneren en dat ook in de toekomst willen doen, krijgen een passende bestemming toegekend. Daarbij dient volgens jurisprudentie en in het kader van goede ruimtelijke ordening tevens te worden bezien welke wensen deze bedrijven eventueel hebben zodat ze komende planperiode goed kunnen blijven functioneren. Deze wensen moeten worden afgezet tegen het kunnen bieden van een acceptabel woon- en leefklimaat van omliggende milieugevoelige functies (wonen). In de ruimtelijke visie, welke is opgesteld als vervolg van het beeldkwaliteitsplan, zijn enkele verkenningen opge-

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

13

nomen als uitwerking van de verschillende ontwikkelscenario’s. Deze moeten gezien worden als leidraad voor een mogelijke ontwikkeling. De uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan en de ruimtelijke visie zijn vertaald in de planregels van het bestemmingsplan. Daarin zijn bijvoorbeeld bouwvlakken en regels opgenomen over het aantal en de situering van de woningen, de bouwhoogten, de doorzichten, de bijgebouwen en het uitsluiten van bijgebouwen. Ten opzichte van het oorspronkelijke beeldkwaliteitsplan is “slechts” sprake van enkele ondergeschikte afwijkingen met betrekking tot de bouwhoogte van gebouwen en balkons. Deze hebben, op zichzelf, geen onevenredige invloed op het woon- en leefklimaat van omwonenden. Nu het voorliggende plan aansluit bij de uitgangspunten ligt en er geen planologische belemmeringen zijn kan volgens ons het voorliggende bestemmingsplan vastgesteld worden. Parkeren Korte inhoud zienswijze De verkeersdruk wordt door de komst van 10 appartementen op de Vreelandseweg en de Korte Velterslaan te hoog en er ontstaat een onveilige situatie. Beantwoording Het gemeentelijk beleid met betrekking tot parkeren en verkeer is vastgelegd in de GVVP 2013. In deze beleidsnotitie, waarin ook verkeersknelpunten worden genoemd, wordt voor sommige wegen de maximale verkeersintensiteit vastgelegd en is een uitvoeringsprogramma bijgevoegd om knelpunten op te lossen.

De Vreelandseweg in Nigtevecht wordt in dit beleid niet gezien als een verkeersknelpunt. De intensiteit van de Vreelandseweg ligt beneden de 1.000 mvt/etmaal. Er is derhalve genoeg restcapaciteit om de toename in verkeer te verwerken. Dat wil niet zeggen dat er, wel eens, sprake is van drukte of een mindere doorstroming van het verkeer. Het is een smalle erftoegangsweg voornamelijk gebruikt voor aanliggende percelen. Het appartementengebouw wordt gerealiseerd aan het begin van de Vreelandseweg en is daarmee goed bereikbaar. Deze plek heeft nu een bedrijfsbestemming (bedrijfshaven). Deze functie en bestemming komen met de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan definitief te vervallen. Ook de verkeersbewegingen die daarmee gepaard gingen, komen te vervallen. Wat de verkeersafwikkeling betreft is het perceel voldoende ontsloten via de Vreelandseweg. De toename van de verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe woningen is beperkt. De verkeersafwikkeling van de tegenoverliggende betonfabriek vindt plaats via de Kanaaldijk Oost. Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het appartementengebouw is niet dusdanig hoog dat wij, rekening houdend met de GVVP en het feit dat een geldende bedrijfsbestemming wordt gesaneerd, rekening hadden moeten houden met het ontstaan van een onaanvaardbare verkeerssituatie.

Daarnaast is het uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen dat moet worden voorzien in de eigen parkeerbehoefte. Het nieuw te realiseren appartementengebouw krijgt een parkeerkelder en de nieuwe woningen langs de Vreelandseweg krijgen parkeergelegenheid op eigen terrein. Ook op het buitenterrein rondom het appartementengebouw kan geparkeerd worden. Er kan op eigen perceel worden voorzien in de parkeerbehoefte. Planschade Korte inhoud zienswijze De waarde van mijn woning wordt door de komst van het appartementencomplex veel minder. Beantwoording In het geval belanghebbenden verwachten schade te leiden als gevolg van een (ruimtelijk) besluit, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan, kunnen zij een verzoek om planschade indienen. Dit verzoek wordt afgehandeld conform de in de gemeente daarvoor geldende procedureverordening. Bij het beoordelen van (eventuele) planschade zal een vergelijking gemaakt worden tussen de geldende planologische situatie en het nieuwe kader zoals is opgenomen in het vastgestelde bestemmingsplan. Er zal dus een vergelijking gemaakt worden met de huidige bedrijfsbestemming. Voorafgaand aan de vaststelling van dit plan heeft de gemeente een planschadeovereenkomst gesloten met de initiatiefnemers van het plan Vechtoevers, gelegen tegenover het perceel Vreelandseweg 2. In deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over de afhandeling van planschade.

Door de overeenkomst kunnen eventuele kosten als gevolg van planschade verhaald worden op de initiatiefnemer. De financiële risico’s komen op die manier altijd terecht bij de initiatiefnemer.

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

14

Wonen en werken Korte inhoud zienswijze Wonen en werken wordt een groot drama. Dit geeft een onleefbare situatie voor bewoners en bedrijven. Appellant ziet graag dat de gemeente de plannen terugdraait en in plaats van het appartementengebouw de vervallen gebouwen in oude staat terugbrengt, zodat deze kunnen worden verhuurd aan kleinschalige bedrijven. Beantwoording Zoals eerder aangegeven is de gemeente al geruime tijd bezig om tot algehele transformatie van het gebied te komen. De bedoeling was de bedrijvigheid uit het gebied te verplaatsen en hiervoor woningen terug te realiseren. Omdat dit niet haalbaar bleek, is in 2014 een ruimtelijke visie opgesteld. Uiteindelijk is gekozen voor een scenario waar sprake is van een gemengd gebied, dat geleidelijk tot woongebied getransformeerd kan worden, maar waarbij het ook mogelijk is dat enkele delen van het gebied nog niet getransformeerd worden. Het gaat bij woningbouw om die delen die concreet beschikbaar zijn (bedrijvigheid is blijvend beëindigd). Daarbij dient volgens jurisprudentie en in het kader van goede ruimtelijke ordening tevens te worden bezien welke wensen bedrijven eventueel hebben zodat ze komende planperiode goed kunnen blijven functioneren. Deze wensen moeten worden afgezet tegen het kunnen bieden van een acceptabel woon- en leefklimaat van omliggende milieugevoelige functies (wonen).

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin. Wij stellen ons op het standpunt dat het bestemmingsplan voorziet in een toetsings- en ontwikkelingskader voor wonen en bedrijven waarbij sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden. 3.3.5. Plangebied Korte inhoud zienswijze Appellant stelt dat het bestemmingsplan Garsten Noord niet klopt omdat het plangebied een groter gebied omvat dan alleen het industrieterrein. Beantwoording De gemeente heeft een ruime mate van beleidsvrijheid bij het bepalen van de plangrenzen van een bestemmingsplan. Het huidige plangebied is zodanig vastgesteld dat in samenhang met het bedrijventerrein Garsten-Noord ook enkele direct omliggende functies onderdeel maken van het plangebied. Zo kan de integrale afweging met betrekking tot het woon- een leefklimaat en de aanwezige bedrijfsactiviteiten in één bestemmingsplan bestemmingsplan worden vastgelegd. Daarbij is ook rekening gehouden met de contouren van het geldende bestemmingsplan. Appartementengebouw te groot Korte inhoud zienswijze Appellant vind het appartementengebouw veel te groot. Appellant stelt voor zijn woonperceel ook wel de beschikking willen hebben over een bebouwingspercentage van 65% en een bouwhoogte van 12 meter.

Beantwoording In de zienswijze lijkt appellant via het gelijkheidsbeginsel een beroep te doen op dezelfde bouwmogelijkheden als op het perceel van het tegenovergelegen appartementengebouw. Het gelijkheidsbeginsel vereist dat een bestuursorgaan consistent en welbewust handelt in vergelijkbare gevallen. Door de verwijzing van appellant naar bouwmogelijkheden bij het appartementengebouw, op een perceel met een voormalige bedrijfsbestemming, is wat ons betreft geen sprake van een vergelijkbaar geval met de eigen woning en/of perceel van appellant. Het ligt daarom ook niet voor de hand dezelfde bouwmogelijkheden op het woonperceel van appellant mogelijk te maken. In de tussentijd is op het perceel van appellant wel een omgevingsvergunning verleend voor de vervangende nieuwbouw van de bestaande woning. Naar aanleiding van deze verleende vergunning zien wij aanleiding het bouwvlak op het perceel Vreelandseweg 4 te veranderen. De vergunde woning zal als bouwvlak op de plankaart opgenomen worden. Hierdoor ontstaat een bouwvlak van circa 115m2. Rekening houdend oppervlakte van het perceel aan de Vreelandseweg 4, de in het verleden verleende bouwvergunningen en

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

15

in vergelijking met de overige nieuwe woningen langs de Vreelandseweg denken wij hiermee recht te doen aan de bestaande situatie, in vergelijking met vergelijkbare woonpercelen. Daarnaast was op het achtererf tevens een bestaand bijgebouw aanwezig. Omdat de oppervlakte van dit gebouw groter was dan in de planregels wordt toegestaan heeft het bijgebouw een aparte aanduiding gekregen. Hierdoor kunnen de bestaande afmetingen voor appellant gegarandeerd worden. In de tussentijd heeft appellant echter ook een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor de sloop en herbouw van dit gebouw op een andere plek op het perceel. De planregels en plankaart is hierop aangepast. Planschade Korte inhoud zienswijze De waarde van mijn woning wordt door de komst van het appartementencomplex minder. Beantwoording In het geval belanghebbenden verwachten schade te leiden als gevolg van een (ruimtelijk) besluit, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan, kunnen zij een verzoek om planschade indienen. Dit verzoek wordt afgehandeld conform de in de gemeente daarvoor geldende procedureverordening. Bij het beoordelen van (eventuele) planschade zal een vergelijking gemaakt worden tussen de geldende planologische situatie en het nieuwe kader zoals is opgenomen in het vastgestelde bestemmingsplan. Er zal dus een vergelijking gemaakt worden met de huidige bedrijfsbestemming (inclusief horecafunctie).

Voorafgaand aan de vaststelling van dit plan heeft de gemeente een planschadeovereenkomst gesloten met de initiatiefnemers van het plan Vechtoevers, gelegen tegenover het perceel Vreelandseweg 4. In deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over de afhandeling van planschade. Door de overeenkomst kunnen eventuele kosten als gevolg van planschade verhaald worden op de initiatiefnemer. De financiële risico’s komen op die manier altijd terecht bij de initiatiefnemer. Uitstraling Vreelandseweg Korte inhoud zienswijze De eigenaren van de percelen Vreelandseweg 6/6a,11/13/17/19 moeten worden aangeschreven hun gebouwen op te knappen naar bedrijfsgebouwen. Beantwoording Deze locaties hebben in het ontwerpbestemmingsplan een woonbestemming gekregen. Dit komt voort uit de “Ruimtelijke Visie Garsten Noord” (2014) waarin wordt voorgenomen Garsten Noord in ieder geval deels om te vormen naar wonen. Nadat volledige herinrichting van Garsten Noord niet haalbaar bleek is Gartsen Noord aangewezen als een gemengd gebied waar wonen en bedrijfsactiviteiten naast elkaar bestaan. Het bestemmingsplan voorziet in een toetsingskader waarbinnen dit kan. Parkeren bij het appartementengebouw Korte inhoud zienswijze Er zijn te weinig parkeerplaatsen opgenomen in het plan. Beantwoording Volgens het GVVP is de parkeernorm 2,2 parkeerplaatsen per woning.

In totaal worden er 20 ondergrondse parkeerplaatsen aangelegd en 4 (openbare) bovengrondse parkeerplaatsen op het perceel. Hiermee wordt voldaan aan de norm. Bewaakte parkeerplaats Korte inhoud zienswijze Appellant stelt voor elders een bewaakte parkeerplaats elders aan te leggen.

Beantwoording

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Garsten Noord

16

Een bewaakte parkeerplaats maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingplan. Er wordt voor de individuele functies voldaan aan de parkeernorm op eigen terrein. Er is geen aanleiding om aanvullende parkeergelegenheid te “eisen” in wat voor vorm dan ook. 3.3.6 De appellant heeft een zienswijze ingediend op het moment dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. Bij de “afsluitende ronde” heeft appellant een nadere toelichting gegeven en aansluitend aanvullende opmerkingen kenbaar gemaakt. Deze beantwoording en de daaruit voortkomende wijzigen maken ook onderdeel uit van deze “Nota zienswijzen” en het besluit tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Op 25 maart 2019 heeft appellant, per mail, zijn reactie in de “ afsluitende ronde” kenbaar gemaakt in aanvulling op een mondelinge toelichting. De zienswijze van appellant is omvangrijk en behoorlijk technisch van aard. Om de beantwoording nog enigszins leesbaar te houden is gekozen om deze op te nemen in een tabel waarin de bezwaren steeds puntsgewijs worden besproken. De zienswijze bevat ook een groot aantal dubbellingen waarbij bij verschillende onderdelen steeds op dezelfde of soortgelijke argumenten wordt terug gekomen. Om toch een zo volledig mogelijk beeld te geven van de bezwaren, zijn dergelijke onderdelen wel steeds meegenomen in de beantwoording.

3.3.6.1

Korte inhoud zienswijze Het bedrijf voert demontage en recycling activiteiten uit. Deze activiteiten zijn gemeld in de meest melding milieubeheer (2012) en in deze zienswijze.

Reactie gemeente De melding Activiteitenbesluit van appellant met bijbehorend akoestisch onderzoek van 28 februari 2012 (rapportnummer R065341aa00001.md) door LBP Sight dateert uit 2012. Op grond hiervan heeft de gemeente milieutechnische advisering ingewonnen t.b.v. de bestemmingsplanopstelling. Op grond van de bevindingen tijdens het bedrijfsbezoek op 22 juli 2015, de zienswijze van 24 december 2015 en op grond van de brief van 26 februari 2016 hebben wij geconstateerd dat binnen de inrichting van appellant activiteiten worden uitgevoerd die niet zijn opgenomen in het akoestisch onderzoek van LBP Sight. Voor deze activiteiten die zijn ontplooid is geen melding en geen omgevingsvergunning voor de activiteiten beperkte milieutoets en afwijken bestemmingsplan aangevraagd. Appellant is hier op aangeschreven. In vervolg hierop heeft appellant een vergunning aangevraagd voor het gewijzigde gebruik van de gronden met bijbehorende onderzoeken. Uit de onderzoeken is gebleken, dat de gewenste bedrijfsactiviteiten onder bepaalde voorwaarden, kunnen worden uitgeoefend naast de bestaande en gewenste omringende woningbouw.

3.3.6.2

De ontwikkelingen schaden de (bedrijfs)belangen. a. De gemeente heeft niet geïnventariseerd welke bedrijfsactiviteiten op mijn perceel plaatsvinden. Op basis van de melding uit 2012 had de gemeente de daarbij behorende geluidruimte moeten toestaan en mogelijkheid tot uitbreiding moeten bieden, maar heeft dat niet gedaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1781/documents/38458