CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota van beantwoording zienswijze anoniem (volledig).pdf

Raad 2 november 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 10. 21:05: Structuurvisie Zogwetering24.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De gemeente wil wel ruimte bieden voor een dergelijke voorziening elders in het plangebied. Dat betekent overigens niet dat de inrichting van de groenstrook ongewijzigd zal blijven. Zoals aangegeven zal deze zodanig ingericht worden dat hier sprake is van een fysieke verbinding tussen de bestaande en nieuwe woonwijk. Conclusie Deze zienswijze heeft tot gevolg dat de bebouwingsmogelijkheid uit de groenstrook wordt gehaald. Wel wordt gekeken op welke manier er (fysiek) een verbinding kan worden gecreëerd tussen de bestaande wijk en de nieuwe wijk. Daardoor kan op voorhand niet toegezegd worden dat huidige inrichting van de groenstrook gehandhaafd blijft. 2.10 Samenvatting De inspreker is woonachtig aan de Driehoekslaan tegenover de bestaande speelvoorziening. De Structuurvisie voorziet in de aanleg van een langzaam verkeersroute (ontsluiting) langs de bestaande speelvoorziening en daarmee ook tegenover de tuin van inspreker. De inspreker vindt dit zeer ongewenst. De situering van de verkeersroute gaat ten koste van de privacy van inspreker. De inspreker stelt een alternatief voor waarbij de verkeersroute in noordelijke richting wordt verschoven. Daarvoor zijn volgens de inspreker twee opties beschikbaar. Deze opties worden in de reactie nader toegelicht en onderbouwd.

Daarbij wijst de inspreker op verlichting, de aanwezige groenstructuur, de lengte van de gekozen route en de ontsluiting van andere delen van het plangebied. Tot slot stelt de inspreker zich op het standpunt dat de Structuurvisie niet tegemoet komt aan de wens van veel bewoners om de groene afscheiding in stand te laten. Beantwoording De Structuurvisie legt de basis voor de verdere uitwerking van de woningbouwplannen in het plangebied. De visiekaart legt de toekomstige hoofdstructuur van het gebied vast, met een aantal “vlekken” waar in de toekomst nieuwbouw kan worden gerealiseerd. In het vervolgtraject worden deze vlekken verder ingevuld. Ook de exacte locatie van de woonstraten en fietsverbindingen en overige langzaam verkeerroutes worden dan nader bepaald. De in de reactie voorgestelde verplaatsingen van de langzaam verkeersroute (opties 1 en 2) vormen binnen de voorgestelde hoofdstructuur een interessante mogelijkheid om nader te verkennen en zal bij de verdere uitwerking worden meegenomen. Belangrijk is daarbij dat er een goede, logische en veilige verbinding gaat ontstaan tussen de bestaande en de woonbuurt. De alternatieve optie 2 geniet daarbij vooralsnog onze voorkeur, vanwege de directe aansluiting op de groene singel en de centrale ligging in het nieuwe woongebied.

Dit geeft aanleiding om de beoogde locatie van de verbinding in een nader uit te werken Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) te heroverwegen. De suggesties voor een extra langzaam verkeerroute (wandelen en fietsen) aan de rand van het nieuwe woongebied (langs de watergang in noord-zuidrichting), met een mogelijke verbinding naar de Suyderhoflaan, is een toevoeging die eveneens bij de nadere uitwerking van de plannen verder kan worden onderzocht. Hiervoor geldt dan wel dat de door de inspreker genoemde bezwaren tegen de Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021

16

eerder genoemde verbinding (i.v.m. privacy en verlichting) ook hier van toepassing zullen zijn voor de bestaande woningen langs de Doornhoecklaan. De gemeente gaat er immers vanuit dat het bestaande geluidsscherm verdwijnt. In het voorkeursmodel is aangegeven dat de karakteristieke bomen en laanstructuur gehandhaafd blijft. Ook op de locatie van de hoge groene wand is dit op die manier ingetekend. Het groen en de watergang langs de achtertuinen van de woningen aan de Doornhoecklaan blijft behouden. Deze groene omranding van het nieuwe woongebied zorgt voor een fraaie aansluiting van het nieuwe woongebied op de bestaande woonwijk. Een mogelijke beperkte onderbreking van de bestaande groenstructuur ten behoeve van een nieuwe langzaam verkeersroute geeft geen aanleiding voor het standpunt dat daarmee het volledige plan niet tegemoet komt aan de wens van bewoners voor behoud van het groenstructuur. Conclusie Deze zienswijze heeft tot gevolg dat: - het voorstel voor verplaatsing langzaam verkeer route wordt meegenomen bij de verdere uitwerking van de plannen in het SPvE. - het voorstel voor toevoeging extra langzaam verkeerroute langs de huidige watergang (aan de rand van het afvalscheidingsstation) verder wordt onderzocht bij verdere planuitwerking.

2.11 Samenvatting De inspreker vraagt in zijn zienswijze voornamelijk aandacht voor een mogelijke ontwikkeling op het perceel Straatweg 164 te Maarssen. Dit perceel is gelegen “tegenover” het plangebied, aan de overzijde van De Vecht. De inspreker ondersteunt de Structuurvisie maar stelt voor deze te verbreden door de locatie Straatweg 164 te Maarssen mee te nemen in de visie. Inspreker stelt zich op het standpunt dat op die manier beter ingespeeld kan worden op de toekomstige woningbehoefte en woonwens van onze inwoners. Beantwoording De locatie aan de Straatweg 164 te Maarssen ligt aan de overzijde van het plangebied. De locatie wordt gescheiden door De Vecht en is gelegen buiten de rode contour van het provinciaal ruimtelijk beleid. Het perceel maakt geen onderdeel uit van de “scope” van deze Structuurvisie en de procedure die het gevolg is van het vestigen van de Wet voorkeursrecht Gemeenten. De reactie wordt gelezen als een verzoek tot ontwikkeling van deze locatie. Hiervoor dient echter een apart traject te worden doorlopen. De eigenaar kan een vooroverlegplan indienen bij de gemeente (voor zover dit al niet gedaan is), waarbij hij zijn plannen kenbaar maakt en nader onderbouwd. Dit plan kan dan worden getoetst op haalbaarheid, wenselijkheid en ruimtelijke inpasbaarheid. Het plan zal uiteindelijk een zelfstandige ruimtelijke procedure moeten doorlopen.

Conclusie Deze zienswijze heeft geen wijzigingen in de Structuurvisie tot gevolg. 2.12 Samenvatting De inspreker is actief betrokken geweest bij de eerdere participatieronden. De reactie die zij heeft ingediend is echter buiten de daarvoor bedoelde termijn ingediend. Desondanks nemen we de reactie op in deze nota. Inspreker geeft aan dat de metingen niet kloppen, de werkelijke situatie wordt gebagatelliseerd. Wij hebben aangenomen dat dit betrekking heeft op de verkeersituatie rondom het plangebied. Daarnaast geeft inspreker aan dat er nog een verkeersonderzoek zou plaats vinden. Het bevreemd inspreker dat de gemeente al is overgegaan tot besluitvorming. Beantwoording Bij het uitvoeren van verkeersstudie van RH/DHV moest rekening gehouden worden met de gevolgen van Corona. Vanuit de Rijksoverheid worden en werden mensen gevraagd zoveel mogelijk thuis te werken, waren scholen (een gedeelte van de periode) gesloten en was er in het algemeen minder verkeer. Verkeerstellingen zouden geen representatieve weergave van de werkelijkheid geven. Om die reden zijn er geen feitelijke verkeerstellingen op het Zandpad en op de Plesmanlaan uitgevoerd en Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021

17

is besloten om in dit stadium een bureaustudie uit te voeren. Het verkeersonderzoek heeft inzichtelijk gemaakt dat de afwikkeling van het verkeer op de bestaande wegen als gevolg van de toevoeging van 100 tot 130 woningen wel mogelijk is. Echter, het heeft ook inzichtelijk gemaakt dat de inrichting van de kruispunten en de wegen niet optimaal is. Dit zorgt voor een slechtere verkeersdoorstroming en een groter gevoel van onveiligheid bij weggebruikers. In het vervolgproces wordt gekeken hoe de inrichting van de Diependaalsedijk, Driehoekslaan en de Dr. Plesmanlaan kan worden verbeterd om de doorstroming en de verkeersveiligheid te verbeteren. Ook wordt dan nader onderzoek uitgevoerd naar de rotonde Plesmanlaan. Door de Coronamaatregelen is er tot nu toe geen representatief beeld geweest en daarom is het aanvullende onderzoek nog niet uitgevoerd. De bedoeling is om tijdens dit onderzoek verschillende scenario’s uit te werken, waarbij ook de invloed van de fietsers op de rotonde in beeld wordt gebracht. Na de zomer wordt dit onderzoek gestart. Ook de uitkomsten van dit onderzoek worden gebruikt om de inrichting van de ontsluitingswegen te optimaliseren. Met betrekking tot de besluitvorming wordt opgemerkt dat het college van burgemeester en wethouders tot nu toe uitsluitend heeft besloten om de Structuurvisie in ontwerp vrij te geven voor inspraak.

Uiteindelijk is de gemeenteraad beslissingsbevoegd. De gemeenteraad zal met inachtneming van de ingekomen zienswijzen een besluit moeten nemen met betrekking tot de vaststelling van deze Structuurvisie. Met het ter inzage leggen van de Structuurvisie volgt de gemeente de gebruikelijke procedure. Conclusie Deze zienswijze heeft geen wijzigingen in de Structuurvisie tot gevolg.

Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021

18

Tijdens de bouw dient geluids- en trillingsoverlast zoveel mogelijk beperkt te worden. Er moet voldaan worden aan de richtlijnen met betrekking tot stikstof. Inspreker blijft graag betrokken bij het vervolg van de procedure en de daaruit voortkomende vervolgtrajecten. Tot slot stelt inspreker dat de Structuurvisie onleesbaar is voor ongeletterden. De inspreker vraagt om een vereenvoudigde versie uit te brengen. Beantwoording De modellen A en B zijn beiden als discussiestuk voorgelegd aan de wijkbewoners, gebiedspartijen en stakeholders. Aan de participanten is gevraagd om voor beide modellen zowel de sterke als zwakke punten aan te geven. Het uiteindelijke voorkeursmodel bevat een combinatie van onderdelen uit beide modellen. Het voorkeursmodel is daarbij grotendeels gebaseerd op model A, aangezien voor dit model het meeste draagvlak bleek te bestaan vanuit de wijkbewoners (met name vanwege het vrijhouden van het weiland). De Structuurvisie bevat echter ook enkele onderdelen uit model B, die als sterk punt naar voren zijn gekomen vanuit de participatie en die tevens bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Dat verklaart waarom model A niet integraal is overgenomen, maar op enkele onderdelen is aangevuld met enkele onderdelen uit model B.

Verbinding en ontmoeting Tijdens de voorbereidende participatieronden zijn er meerdere modellen besproken en gepresenteerd. Toen is gebleken dat model A, waarbij de bebouwing zich voornamelijk concentreert op het terrein van de voormalige RWZI en het huidige afvalscheidingsstation, kon rekenen op een groot draagvlak. In het participatieproces zijn er ook deelnemers geweest die juist gewezen hebben op de groenstrook bij het bestaande appartementengebouw als mogelijke ontwikkellocatie. Ook bleek er een grote vraag te zijn naar functies met een maatschappelijke meerwaarde, welke een bijdrage kunnen leveren aan sociale cohesie en de “ontmoeting” tussen bestaande en nieuwe bewoners. Daarom is de gemeente op zoek gegaan naar een plek waar deze wensen bij elkaar gebracht zouden kunnen worden. Met de voorliggende ontwerp Structuurvisie heeft de gemeente geprobeerd zoveel mogelijk rekening te houden met alle opmerkingen, aanbevelingen, suggesties en zorgen die naar voren zijn gebracht tijdens het participatieproces. De ter inzagelegging is bedoeld om het voorlopige resultaat nog een keer aan de buurtbewoners en stakeholders voor te leggen. Op deze manier worden zij nogmaals gehoord en kunnen zij ook reactie geven op onderdelen die voor hen nieuw zijn.

Uit het participatietraject is naar voren gekomen dat veel bewoners graag zien dat de groenstrook en de speelplaats in de huidige staat behouden blijven. Een deel van de participanten geeft echter ook aan dat de groenstrook (deels) bebouwd zou mogen worden (zie beeldverslag Participatie). Vanuit de ruimtelijke kwaliteit en sociale samenhang heeft het de voorkeur om de nieuwe woonwijk te verbinden met de bestaande wijk. Dit om te voorkomen dat de nieuwe wijk een geïsoleerd gelegen enclave achter het groen wordt. De nieuwe wijk moet een logisch onderdeel worden van de rest van de wijk. In de ontwerp Structuurvisie is er daarom voor gekozen om de (ruimtelijke en sociale) verbinding te verbeteren tussen de bestaande en nieuwe woonbuurt. Die verbinding vindt plaats door de speelplaats te behouden (sociale ontmoetingsplek), nieuwe voet- en fietspaden aan te leggen (fysieke verbindingen) én de mogelijkheid te bieden voor een nieuwe gebouwde voorziening met appartementen aan de rand van de groenstrook (ruimtelijk-functionele samenhang). Woningbouw en dichtheden Het woningbouwprogramma dat nu is opgenomen in de Structuurvisie staat nog niet definitief vast. Met de indicatieve voorbeelduitwerking, waar we straks nog op terug komen, is wel globaal verkend welke woningaantallen en woningtypes binnen het voorkeursmodel haalbaar zijn.

Op basis van de deze voorbeelden komen wij tot een aantal van 100 tot 130 woningen. Als op basis daarvan gekeken wordt naar de bebouwingsdichtheid voor deze nieuwe wijk, dan bedraagt deze gemiddeld 32 tot 35 woningen per hectare in model A. Het klopt dat gemiddelde wat hoger ligt dan de direct aangrenzende wijk. In deze wijk staan voornamelijk grondgebonden woningen. Hierdoor is de dichtheid per ha lager. De volgens de gemeentelijke Woonvisie gewenste mix van sociale woningbouw, middenhuur en vrije sector woningen, zoals ook gerealiseerd moet worden in de nieuwe wijk, ontbreekt hier. De vergelijking met de rand van de bestaande wijk kan dus niet exact gemaakt worden. Bij de ontwerpstructuurvisie is het “beeldverslag” van de eerdere participatieronden als bijlage toegevoegd. Deze zijn ook ter inzage gelegd. Daarin wordt naast een verslag van de bijeenkomsten ingegaan op gestelde vragen en wordt in bijlagen 5, 6 en 7 een vergelijking gemaakt met de Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021

20

bebouwingsdichtheid in de wijk Zogwetering, Dichters en Lanen en de uitbreidingen van OpBuuren (Maarssen) en Cronenburgh (Loenen). Uit die vergelijkingen blijkt dat de bebouwingsdichtheid van de nieuwe wijk nauwelijks afwijkt en in gevallen lager is. In (delen van) wijken waar sprake is van een lagere bebouwingsdichtheid is voornamelijk sprake van vrijstaande woningen. Vanwege het relatief hoge aandeel van appartementen in het woningbouwprogramma, wordt de gemiddelde woningdichtheid per ha hoger dan in de aangrenzende woonbuurt. De beoogde dichtheden in het gebied Zogwetering zijn desondanks wat ons betreft dan ook passend bij de omgeving en passend bij een dorps karakter. Daarnaast is tijdens de participatieronden altijd gesproken over een appartementengebouw met 3 tot 4 bouwlagen, met een terugliggende vierde bouwlaag. Ook dit vinden wij passend binnen het dorpse karakter, in aansluiting met de bestaande omgeving. Onze indruk is dat hiervoor draagvlak was tijdens het eerdere participatieproces. Wij willen nadrukkelijk herhalen dat, in tegenstelling tot wat inspreker suggereert, de Structuurvisie (blz. 27) uit gaat van maximaal 3 tot 4 bouwlagen, waarbij de vierde laag als terugliggende kap wordt gerealiseerd. Verkeer Bij het uitvoeren van verkeersstudie van RH/DHV moest rekening gehouden worden met de gevolgen van Corona.

Vanuit de Rijksoverheid worden en werden mensen gevraagd zoveel mogelijk thuis te werken, waren scholen (een gedeelte van de periode) gesloten en was er in het algemeen minder verkeer. Verkeerstellingen zouden geen representatieve weergave van de werkelijkheid geven. Om die reden zijn er geen feitelijke verkeerstellingen op het Zandpad en op de Plesmanlaan uitgevoerd en is besloten om in dit stadium een bureaustudie uit te voeren. Het verkeersonderzoek heeft inzichtelijk gemaakt dat de afwikkeling van het verkeer op de bestaande wegen als gevolg van de toevoeging van 100 tot 130 woningen wel mogelijk is. Echter, het heeft ook inzichtelijk gemaakt dat de inrichting van de kruispunten en de wegen niet optimaal is. Dit zorgt voor een slechtere verkeersdoorstroming en een groter gevoel van onveiligheid bij weggebruikers. In het vervolgproces wordt gekeken hoe de inrichting van de Diependaalsedijk, Driehoekslaan en de Dr. Plesmanlaan kan worden verbeterd om de doorstroming en de verkeersveiligheid te verbeteren. Ook wordt dan nader onderzoek uitgevoerd naar de rotonde Plesmanlaan. Door de Coronamaatregelen is er tot nu toe geen representatief beeld geweest en daarom is het aanvullende onderzoek nog niet uitgevoerd.

De bedoeling is om bij de verdere onderzoeken tevens verschillende scenario’s uit te werken, waarbij ook de invloed van de fietsers op de rotonde in beeld wordt gebracht. Na de zomer wordt dit onderzoek gestart. Ook de uitkomsten van dit onderzoek worden gebruikt om de inrichting van de ontsluitingswegen te optimaliseren. Kaderstellend De Structuurvisie legt de basis voor de verdere uitwerking van een woningbouwplan in het gebied. De visiekaart legt de toekomstige hoofdstructuur van het gebied vast, met daarin onder andere een aantal “vlekken” waar in de toekomst nieuwbouw kan worden gerealiseerd. Deze visiekaart wordt samen met de onderbouwing in de Structuurvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Deze zijn kaderstellend voor de verdere uitwerking van het plan. In het vervolgtraject worden de vlekken verder ingevuld. Daarbij wordt gekeken naar het woningbouwprogramma, de bouwhoogte, de materiaalkeuze en de uitstraling. In dit stadium ligt dit nog niet vast. Bij die verdere uitwerking worden omwonenden, stakeholders en overlegpartners opnieuw betrokken. Met de vaststelling van de Structuurvisie wordt de indicatieve voorbeelduitwerking niet vastgesteld en dus ook niet kaderstellend. Deze is bedoeld als globale verkenning van woningaantallen en woningtypes die binnen de verschillende modellen gerealiseerd kunnen worden.

De indicatieve voorbeelduitwerking is nodig om op voorhand een indicatie te kunnen krijgen met betrekking tot de (financiële) uitvoerbaarheid van een eventuele ontwikkeling en de gevolgen voor de omgeving. Denk hierbij aan de gevolgen voor verkeer. Groen Een groene en goed ingepaste omgeving draagt bij aan een goed woon- en leefklimaat. Tijdens de participatie is inderdaad naar voren gekomen dat er veel waardering is voor de bestaande groenstructuur en dat deze bijdraagt aan het woongenot van de bewoners. Uit de enquête gehouden tijdens het participatieproces (zie bijlage beeldverslag bij de Structuurvisie) wordt duidelijk dat het daarbij vooral gaat om het weiland aan de Machinekade en de groenstrook ter plaatse van de speeltuin. De Structuurvisie ziet er daarom op toe dat deze structuur zoveel mogelijk behouden blijft. Het is daarnaast ook belangrijk om een goede verbinding te realiseren tussen de bestaande en de nieuwe wijk. Bij het realiseren van die verbinding zal zoveel mogelijk rekening gehouden worden met het in stand houden Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021

21

van de bestaande groenstructuur. Vanuit die kwaliteit zal een verbinding gerealiseerd worden tussen de nieuwe en de bestaande wijk. De bestaande groenvoorzieningen zijn echter deels gerealiseerd op en aan bouwwerken (aarden wal en geluidsscherm) die als functie hadden om de bestaande wijk af te schermen van de naastgelegen functies (RWZI en afvalscheidingsstation). Deze functies zullen komen te vervallen en daarmee komt ook de noodzaak van een geluidsscherm en de aarden wal te vervallen. Om de ruimtelijke en sociale verbinding tussen de bestaande en nieuwe woonbuurt te verbeteren, zal het overige deel van de aarden wal (evenals de hoge geluidsscherm ter plaatse van het afvalscheidingsstation) worden verwijderd. Beide voorzieningen hebben na het vertrek van de RWZI en het afvalscheidingsstation geen functie meer. Hierdoor wordt het nieuwe woongebied uit zijn isolement gehaald en maakt het een volwaardig onderdeel uit van het dorp. Aan de zuidzijde van het plangebied blijft het plantsoen langs de Suyderhoflaan behouden, evenals de aarden wal ter hoogte van de speelplaats. Maatschappelijk functie en ontmoeting Eerder gaven wij al aan dat uit de participatie naar voren leek te komen dat er een grote vraag zou zijn naar functies met een maatschappelijke meerwaarde, welke een bijdrage kunnen leveren aan sociale cohesie en de “ontmoeting” tussen bestaande en nieuwe bewoners.

Daarom is de gemeente, zoals eerder gezegd, op zoek gegaan naar een plek waar deze wensen bij elkaar gebracht zouden kunnen worden. De gekozen plek ter plaatse van de groenstrook naast het bestaande appartementengebouw ligt centraal in de wijk en zou beter toegankelijk zijn voor bewoners van de bestaande en nieuwe wijk dan een plek midden in het nieuwe deel van de wijk. De functies en voorzieningen in een mogelijk gebouw op deze plek zouden wat ons betreft gericht moeten zijn op de buurt en haar bewoners. Gedacht is aan werkruimte voor ZZP’ers uit de buurt, (bijeenkomst)ruimte voor buurtbewoners en verenigingen. Duidelijke voorwaarde, zoals ook is opgenomen in de Structuurvisie, is dat functies en voorzieningen maar een beperkte verkeersaantrekkende werking kunnen hebben. Om de financiële uitvoerbaarheid hiervan te kunnen garanderen is een combinatie gemaakt met (senioren)woningen. Uit deze en andere reacties is echter naar voren gekomen dat er nog altijd weinig draagvlak is voor het bebouwen van de groenstrook en veel onzekerheid is over de mogelijke invulling van de beoogde voorzieningen. De reacties hebben ertoe geleid dat gemeente de bouwmogelijkheid op deze plek heeft heroverwogen.

Hoewel de gemeente in de Structuurvisie nog altijd ruimte wil bieden aan functies en voorzieningen die een maatschappelijke meerwaarde betekenen op het gebied van “ontmoeten” en “verbinding”, zal niet langer ingezet worden op een nieuwe ontwikkeling in deze groenstrook. De gemeente wil wel ruimte bieden voor een dergelijke voorziening elders in het plangebied. Dat betekent overigens niet dat de inrichting van de groenstrook ongewijzigd zal blijven. Zoals aangegeven zal deze zodanig ingericht worden dat hier sprake is van een fysieke verbinding tussen de bestaande en nieuwe woonwijk. Kavel in de groene randzone Aan de noordrand van het plangebied is op de visiekaart een groene woonkavel opgenomen ter plaatse van de huidige locatie van een bassin van de waterzuivering. Een andere mogelijkheid is behoud en herbestemming van het bassin op deze locatie. De scouting heeft aangegeven dit als mogelijkheid nader te willen verkennen. Een deel van het plangebied is gelegen binnen de beschermingszone van het Unesco Werelderfgoed, de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). Ook het perceel met het en het naastgelegen perceel met de nieuwe bouwkavel is gelegen binnen dit gebied. Ontwikkelingen in dit gebied kunnen uitsluitend plaats vinden wanneer deze bijdragen aan de bescherming en het versterken van de waarden van de NHW.

Het verplaatsen van het scoutinggebouw naar de andere zijde van de bestaande groepsschuilplaats (bunker) zou zo’n bijdrage kunnen zijn omdat hiermee de oorspronkelijke zichtlijnen tussen de groepsschuilplaatsen aan weerzijde van de Machinekade weer hersteld worden. Met een goede inrichting van het perceel en de uitleg over de NHW zou rondom de groepsschuilplaats een historisch informatiepunt gerealiseerd kunnen worden. De bouwkavel is onder andere opgenomen in de ontwerpstructuurvisie omdat de scouting heeft aangegeven een verplaatsing te overwegen en andere vooroverlegpartners graag een versterking zien van de kwaliteit van NHW ter plaatse van weiland langs de Machinekade en de aanliggende groepsschuilplaatsen. Het verwijderen van het bassin levert een grote kwaliteitswinst op. Echter, zijn hier ook hoge kosten aan verbonden. De bouwkavel moet gezien worden als mogelijke financiële drager van deze ontwikkeling. De haalbaarheid van een mogelijke ontwikkeling op deze locatie moet verder onderzocht worden en kan alleen uitgevoerd worden als elders in het plangebied kwaliteitswinst wordt gerealiseerd. Als uit dat onderzoek blijkt dat het mogelijk is om op deze locatie een woonkavel te ontwikkelen en/of het bassin opnieuw te gebruiken, dan wordt de beoogde ontwikkeling voorgelegd aan een nieuw HIA onderzoek.

Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021

22

Overlast Uiteraard zal bij de realisatie van het project overlast zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. Het is echter nog te vroeg om hier verder op in te kunnen gaan. Bij de verdere uitwerking van het project worden eisen en randvoorwaarden geformuleerd over sloop- en bouwactiviteiten. Feit is dat de locatie dicht tegen bestaande bebouwing aan ligt. Bij de selectie van aannemers en ontwikkelaars zullen eisen worden meegegeven ten aanzien van de sloop, afvoer en bouwmethodes. Bij de aanvraag omgevingsvergunning (bouwvergunning) zal een ontwikkelaar kenbaar moeten maken hoe geluids- en trillingsoverlast wordt voorkomen. Op dat moment zal ook nagedacht worden over het moment van de uitvoering van werkzaamheden, de aan- en afvoertijden van verkeer en materiaal etc. Het is gebruikelijk dat de directe omgeving hierbij wordt betrokken en hiervan op de hoogte is. Bij de vergunningverlening zal ook moeten worden voldaan aan normen met betrekking tot stikstof. Betrokkenheid Inspreker zal in het vervolgproces ook betrokken te blijven bij het project. Bij de verdere stedenbouwkundige uitwerking van de Structuurvisie zal opnieuw input worden gevraagd van stakeholders, bewoners en andere betrokken gebiedspartijen. Participatie met de omgeving blijft dus een belangrijke rol spelen in de planontwikkeling.

De Structuurvisie kan inderdaad als een formeel en hier en daar technisch document ervaren worden. Dit is onder andere het gevolg van de beschrijving van het ruimtelijk beleid en de resultaten van de onderzoeken. Het is echter wel noodzakelijk om dergelijke onderdelen op te nemen in de structuurvisie. Wij begrijpen dat het hierdoor soms een taai en lastig leesbaar document kan zijn. Daarom heeft de gemeente, naast de Structuurvisie, andere hulpmiddelen ingezet om de inhoud toegankelijk en laagdrempelig te maken. Zo is een presentatie met ondertiteling vrijgegeven, is er een interview (film) met de wethouder gepubliceerd, heeft de gemeente een samenvatting op de website geplaatst en is de ambtelijke ondersteuning altijd bereikbaar geweest voor vragen of verdere begeleiding.. Conclusie Deze zienswijze heeft de volgende wijzigingen in de Structuurvisie tot gevolg: - dat de indicatieve voorbeelduitwerking uit het integrale document gehaald. Uit deze en andere reacties maken wij op dat er onduidelijkheid is over de status van de indicatieve voorbeelduitwerking. Deze is als bijlage aan de Structuurvisie toegevoegd en dus niet het uitgangpunt voor de uitwerking in de volgende fase. Omdat de indicatieve voorbeelduitwerking nu onderdeel is van één integraal document (Structuurvisie) kan de indruk ontstaan dat hier sprake is van een kaderstellend onderdeel van de Structuurvisie.

- dat de bebouwingsmogelijkheid uit de groenstrook wordt gehaald. Wel wordt gekeken op welke manier er (fysiek) een verbinding kan worden gecreëerd tussen de bestaande wijk en de nieuwe wijk. Daardoor kan op voorhand niet toegezegd worden dat huidige inrichting van de groenstrook gehandhaafd blijft. 3.2

Belangenvereniging (brief ontvangen d.d. 17 juli 2021)

Samenvatting Allereerst geeft inspreker aan bedenkingen te hebben bij het proces. De ervaring van inspreker is dat niet geluisterd wordt naar de inbreng van de inwoners. De inbreng wordt aangehoord maar er wordt niets gedaan met de gemaakte aan- en opmerkingen. Dat past niet binnen de nieuwe Omgevingswet en de nieuwe bestuurscultuur waar Nederland voor staat. Inspreker heeft de indruk dat er al een plan ligt en dat de gemeente zich onderwerpt aan “wensdenken”. Alle rapporten zijn volgens inspreker geschreven voor 100 tot 135 woningen en door inspreker ingebrachte argumenten (verkeer, kleiner aantal woningen Vechts bouwen) worden niet meegenomen. Inspreker geeft aan dat er in principe geen weerstand was tegen woningbouw maar dat het aantal te bouwen woningen, op een relatief klein gebied, velen tegen de brost stuiten. Daarnaast heeft inspreker inhoudelijk gereageerd op het de RH/DHV uitgevoerde verkeersonderzoek. Met de opmerkingen over het aantal verkeersbewegingen, de breedte van de Driehoekslaan en Diependaalsedijk en de noodzaak voor nader onder van de rotonde op de Plesmanlaan is volgens de inspreker, inhoudelijk, weinig gedaan. De inspreker wil benadrukken niet achter de ontwerpStructuurvisie te staan. Inspreker stelt dat er dat geen aandacht geschonken is aan de verkeersdrukte.

Zo is in geen enkele verkeersstudie de invloed van extra verkeersbewegingen in de spitsuren meegenomen. Daarbij wijst Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021

23

inspreker er op dat de Diependaalsedijk, Driehoekslaan en Plesmanlaan niet voldoen aan de CROWrichtlijnen. De inspreker geeft aan dat dit is bevestigt door de gemeente waardoor volgen hen de schijn wordt gewekt met twee maten te meten. Zowel bij 100 of 135 woningen of 98 en 108 woningen is grote drukte te verwachten in de spitsuren op het kruispunt van Suyderhoflaan en de Diependaalsedijk. Dit zal leiden tot onveilige situaties. Om verkeersdrukte te voorkomen moet het aantal woningen verkleind worden naar maximaal 60 woningen. Volgens inspreker wordt in de Structuurvisie onterecht uitgegaan van plangebied van 3,5 tot 5 hectare. In werkelijkheid beslaat het plangebied volgens inspreker 1,8 hectare en wordt ten onrechte de woning op het perceel Diependaalsedijk 118 meegenomen. Wanneer uitgegaan wordt van een plangebied van 1,8 hectare dan komt bij een aantal van 100 woningen neer op 138m2 per woning. Dit past niet binnen het de definitie van “dorps wonen” en is volgens inspreker niet vergelijkbaar bij de uitganspunten die gehanteerd zijn bij het plan Haagstede waar volgens inspreker sprake is van 266m2 per woning. Verwijzend naar de publicatie “Verleden, heden en toekomst; trendlijnen Stichtse Vecht (2019)” van Steenhuis Meurs wordt gesteld dat het aantal van 100 woningen niet aansluit bij de dorpse sfeer.

De inspreker vraagt zich af waarom de gemeente vasthoudt aan 100 woningen. De voorgestelde woningbouw sluit niet aan de bestaande woonwijk en de ambitie om goede verbindingen te realiseren vanuit ruimtelijk, functioneel en sociaal oogpunt. Het plan is volgens inspreker zeer afwijkend, in zowel volume als bouwhoogte. De inspreker pleit opnieuw voor een plan met maximaal 60 woningen. De inspreker vraagt zich af waarom in de Structuurvisie Zorgwetering, in tegenstelling tot de plannen voor Haagstede en Zuilense Vecht, aan de normen uit de geactualiseerde Woonvisie (30% sociale huur, 30% middenhuur en 40 % vrije sector) moet worden voldaan. De inspreker geeft aan dat het van belang is om de in te passen bebouwing te laten aansluiten bij de reeds aanwezige bebouwing. Het ontwerp (de indicatieve voorbeelduitwerking red.) toont echter een ontwerp dat niet aansluit in volume, bouwhoogte en geen verbinding heeft met de omliggende huizen en gaat ten koste van de integriteit van de waarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). Inspreker stelt dat bij 3 of 4 bouwlagen de “visuele integriteit” in tact blijft maar dat in het ontwerp uitgegaan wordt van 5 bouwlagen. De bouwhoogte heeft tot gevolg dat de privacy en bezonning van omliggende percelen wordt aangetast. Inspreker vreest ook dat de opbrengst van zonnepanelen op bestaande bebouwing zal afnemen.

Inspreker vindt het ongepast om hoogbouw met 5 bouwlagen toe te staan. Inspreker stelt dat het huidige plan, door zijn dichtheid en bouwhoogten, zal leiden tot een achterstandswijk. Dit past niet binnen de omgeving. De inspreker benadrukt dat de omliggende woningen en andere gebouwen aan de Machinekade, Zandpad en Diependaalsedijk niet onderheid zijn. De inspreker vreest dat sanerings- en bouwwerkzaamheden (trillingen en bodembemaling) leiden tot schade aan de omliggende woningen. Vooral de kans op verzakkingen (van percelen) wordt reëel geacht en kan leiden tot de aansprakelijkheidsstelling van een toekomstig aannemer. Inspreker heeft op basis van de indicatieve voorbeelduitwerking, de beoogde woningaantallen en het geactualiseerde Woonvisie het aantal benodigde parkeerplaatsen vergeleken met het aantal parkeerplaatsen dat in ingetekend in de indicatieve voorbeelduitwerking. Daaruit volgt de conclusie dat net niet wordt voldaan aan de parkeernorm. Bij 108 woningen om gaat 196 parkeerplaatsen terwijl er 198 benodigd zouden zijn. Bij 98 woningen gaat het om 180 parkeerplaatsen terwijl er 178 benodigd zijn. Daarbij komt inspreker tot de conclusie dat bijna 15% van het plangebied (12,12% en 13,35%) verhard moet worden om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien. Ongewenst volgens inspreker, juist in een gemeente die hemelwater juist op een natuurlijke wijze wil afvoeren.

De inspreker stelt voor de het ruimtebeslag voor parkeren te verminderen, om meer groen te kunnen realiseren, door het aantal woningen te verminderen. De inspreker vindt de bouwkavel bij de groepsschuilplaats niet wenselijk omdat deze ten koste gaat van de waarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). Inspreker zegt onaangenaam verrast te zijn aangezien dit voornemen in geen enkel eerder plan is gepresenteerd. Inspreker vraagt naar de herkomst van dit idee en zal eventueel een WoB-verzoek indienen om hier opheldering over te krijgen. Vermoed wordt dat iemand hier een mooi plekje voor zichzelf heeft gereserveerd. Inspreker heeft tijdens het participatieproces gepleit voor ouderenhuisvesting in de vorm van een “Knarrenhof”. Daar is volgens inspreker niets mee gedaan en ouderhuisvesting beperkt zich nu alleen tot het geNota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021

24

bouw naast het bestaande appartementengebouw (De Ruige Leeuwentand). Ouderenhuisvesting zal leiden tot minder verkeersbewegingen, vooral in de spits. Overigens geeft inspreker in het vervolg van zijn reactie aan dat ouderen juist afhankelijk zijn van een auto. Inspreker erkent de woningbehoefte onder ouderen maar stelt dat zij niet op zoek zijn naar appartementen maar naar kleine grondgebonden woningen. Wanneer ouderen niet verhuizen ontstaat er geen doorstroming op de woningmarkt. Daarom pleit inspreker voor meer ouderenhuisvesting, in de vorm van laagbouw en hofjes. Dit sluit beter aan bij het karakter van de omgeving en de omliggende bebouwing. Een goede financiële onderbouwing ontbreekt. De kosten voor de sanering van het afvalscheidingsstation zijn niet onderzocht maar zullen wel voor rekening voor de gemeente komen. Dit ligt voor het terrein van de RWZI anders als de gemeente hier goede afspraken over maakt met Waternet / AGV. De inspreker verwacht hoge saneringskosten. De hoge kosten zijn volgens inspreker waarschijnlijk de reden van het hoge aantal woningen in de Structuurvisie. Eerder werd gesteld dat de financiering van het nieuwe afvalscheidingsstation geheel los staat van het project Zogwetering. Een column in de VAR van 1 juli 2021 doet inspreker vermoeden dat dit anders ligt.

Inspreker pleit voor het behoudt van een dependance van het afvalscheidingsstation, alleen voor klein chemisch afval, klein afval en GFT. Hierdoor blijft wegbrengen van afval dat niet in de container past of daar niet thuis hoort, laagdrempelig. Het voorkomt dat mensen, vanwege een langere reistijd, dit soort afval in de ondergrondse afvalcontainers gooit. Hiervoor zou volgens inspreker gebruikt gemaakt kunnen worden van het bestaande kantoorgebouw en er kunnen “wagens” gestald worden. De dependance hoeft niet constant bemand te zijn. Hergebruik van de bestaande bebouwing verlaagd de kosten en komt tegemoet aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen (recycling). Volgens de inspreker wordt de zendmast niet genoemd. Woningen zo dicht bij een bestaande mast zullen, ook al is er een bepaalde minimale afstand, toch op bezwaren stuiten. In de reactie verwijst inspreker op enkele negatieve gevolgen voor de gezondheid en wijst op de gevolgen blootstelling als gevolg van de cumulatieve zendstraling. De inspreker vraagt zich af of hier onderzoek naar gedaan is en ontvangt het onderzoek graag. Volgens inspreker is de aanwezigheid van de zendmast een extra reden om te pleiten voor laagbouw in de nabijheid van de zendmast.

In het laatste deel van de reactie presenteert de inspreker een alternatief ontwerp bestaande uit een Knarrenhof, een dependance voor het afvalscheidingsstation, een middenblok met maximaal driebouwlagen (22 woningen), een tweede middenblok met 12 twee-onder-één- kapwoningen en een blok van 12 vrijstaande woningen tegen de Zogweteringlaan aan. Voor de volledige toelichting wordt geadviseerd de oorspronkelijke reactie te raadplegen. De reactie wordt afgesloten met een samenvattende conclusie van de eerder besproken onderdelen. Beantwoording Met participatie wordt in de Omgevingswet bedoeld “het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen”. Het stimuleren van participatie in een vroegtijdig stadium van de plan- en besluitvorming heeft als doel om tot kwalitatief betere ideeën te komen. Door belanghebbenden vroegtijdig te betrekken, kunnen immers verschillende perspectieven, kennis en creativiteit snel op tafel komen. De gemeente Stichtse Vecht wacht niet op de invoering van de Omgevingswet en hecht al vele jaren een groot belang aan een goede participatie. Ook voor dit project heeft de gemeente een in haar ogen zorgvuldig participatietraject doorlopen.

Omwonenden, vooroverlegpartners en stakeholders zijn in een vroeg stadium bij het proces betrokken en van de beschikbare informatie voorzien. Belanghebbenden, zoals inspreker, hebben dus de gelegenheid gehad om vroegtijdig en doorlopend hun opmerkingen, standpunten en zorgen kenbaar te maken. Het feit dat niet alle opmerkingen en standpunten zijn overgenomen wil niet zeggen dat er geen goed participatieproces is doorlopen. Participatie is er namelijk niet alleen op gericht dat de gemeente moet luisteren. Uiteindelijk is de gemeente namelijk altijd de eindverantwoordelijke en moet het zorgvuldig alle betrokken belangen en standpunten afwegen. Dit betekent dat ook het maatschappelijk belang wordt meegenomen bij het nemen van de beslissing. Er kunnen dus ook keuzes gemaakt worden die het maatschappelijk belang of de belangen van andere betrokkenen dienen en niet per se worden gedragen door één betreffende (groep)participant(en).

Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021

25

Dat in het geval van de Structuurvisie geen sprake is geweest van “wensdenken” blijkt onder andere uit het feit dat bij de eerste participatieronde verschillende denkrichtingen gepresenteerd. Hierbij waren woningbouwprogramma’s opgenomen van 100 tot 187 woningen. Uiteindelijk is dit terug gebracht naar twee modellen, A en B. Hierbij varieerde de woningaantallen tussen de 100 en 130. Deze modellen zijn gepresenteerd en besproken tijdens een tweede participatieronde. Inspreker is ook aanwezig geweest bij een extra bijeenkomst over het verkeersonderzoek. De vraag van omwonenden om minder woningen is uitvoerig besproken. Echter, de gemeente heeft ook een algemeen maatschappelijk belang te dienen. Namelijk die van de vele woningzoekenden in onze gemeente. Dit zijn inwoners die in dit participatietraject niet expliciet hebben deelgenomen. Er is in de regio Utrecht en specifiek in de gemeente Stichtse Vecht een grote vraag naar woningen. Inwoners van onze gemeente staan gemiddeld 12 jaar op de wachtlijst voor bijvoorbeeld een sociale huurwoning. De ruimte voor woningbouw is schaars. De locatie Zogwetering is één van de weinige locaties die binnen de rode contouren ligt en een mogelijkheid biedt voor woningbouw. Om te bepalen welk programma haalbaar en wenselijk is, wordt geluisterd naar de inbreng van omwonenden.

Daarnaast wordt een goede ruimtelijke afweging gemaakt voor de invulling van dit gebied. Daarbij wordt gekeken naar de kwaliteiten en kenmerken van dit gebied. Ook wordt gekeken welke ruimtelijke gevolgen een ontwikkeling heeft op de bestaande omgeving en het huidige woon- en leefklimaat, bijvoorbeeld door te onderzoeken wat verkeerskundig haalbaar is. De uiteindelijke visie is een afweging van het maatschappelijk belang en alle argumenten, standpunten en zorgen die belanghebbenden tijden het participatieproces naar voren hebben gebracht. Verkeersonderzoek Bij het uitvoeren van verkeersstudie van RH/DHV moest rekening gehouden worden met de gevolgen van Corona. Vanuit de Rijksoverheid worden en werden mensen gevraagd zoveel mogelijk thuis te werken, waren scholen (een gedeelte van de periode) gesloten en was er in het algemeen minder verkeer. De verkeersbewegingen die op dat moment meetbaar waren, gaven geen goede weergave van de werkelijkheid. Om die reden zijn er geen verkeerstellingen op het Zandpad uitgevoerd en zijn er geen tellingen op de Plesmanlaan uitgevoerd. Besloten is om in dit stadium een bureaustudie uit te voeren. In de bureaustudie is gekozen voor het provinciale verkeersprognosemodel dat door de provincie wordt samengesteld. In dit model worden geprognosticeerde cijfers gehanteerd die passen bij de verkeerssituatie tot 2030.

Ook de voorbereidingen en ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de bureaustudie hebben vanwege de Corona-maatregelen zoveel mogelijk digitaal en op afstand plaats gevonden. Zo ook het opmeten van de breedte van de weg. Hierdoor kan het zijn dat de breedte van de weg in het rapport niet overal exact overeenkomt met de werkelijkheid. De breedte van de weg is echter geen knelpunt, maar vooral de inrichting van de voorrangssituaties en de aanwezigheid van eenzijdige versmallingen. Dit is ook al toegelicht tijdens de extra bijeenkomst die in het teken stond van de verkeersstudie. Het verkeersonderzoek heeft inzichtelijk gemaakt dat de afwikkeling van het verkeer op de bestaande wegen als gevolg van de toevoeging van 100 tot 130 woningen wel mogelijk is. Daarbij nemen wij ook in overweging dat in de berekeningen nog geen rekening gehouden met het positieve effect op de verkeerssituatie als gevolg de sanering van het afvalscheidingsstation. De definitieve sluiting van deze voorziening zal, op zichzelf, een positief effect hebben op het aantal verkeersbewegingen. Echter, het heeft ook inzichtelijk gemaakt dat de inrichting van de kruispunten en de wegen niet optimaal is. Dit zorgt voor een mindere verkeersdoorstroming en een groter gevoel van onveiligheid bij weggebruikers. In het vervolgproces wordt gekeken hoe de inrichting van de Diependaalsedijk, Driehoekslaan en de Dr.

Plesmanlaan kan worden verbeterd om de doorstroming en de verkeersveiligheid te verbeteren. Ook wordt dan nader onderzoek uitgevoerd naar de rotonde Plesmanlaan. Door de Coronamaatregelen is er tot nu toe geen representatief beeld geweest en daarom is het aanvullende onderzoek nog niet uitgevoerd. De bedoeling is om bij de verdere onderzoeken tevens verschillende scenario’s uit te werken, waarbij ook de invloed van de fietsers op de rotonde in beeld wordt gebracht. Na de zomer wordt dit onderzoek gestart. Ook de uitkomsten van dit onderzoek worden gebruikt om de inrichting van de ontsluitingswegen te optimaliseren. In het verkeersonderzoek is niet gerekend met een autoluw Zandpad. Uit een kentekenonderzoek is naar voren gekomen dat een groot deel van het verkeer (40%) op het Zandpad, doorgaand verkeer is. Het autoluw maken van het Zandpad zal volgens RH/DHV het doorgaand verkeer ontmoedigen en daarmee een positief effect hebben op de verkeersintensiteiten op het Zandpad en op de DiepenNota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021

26

daalsedijk. Inspreker vreest hierdoor wel een concentratie van het verkeer richting de Plesmanlaan en daardoor een knelpunt (en daarmee een potentieel onveilige situatie) rondom de Driehoekslaan. Hierbij moet echter ook rekening gehouden worden met het positieve effect van minder verkeer van Breukelen naar Maarssen over het Zandpad. Bij de voorbereiding van de ontwerp Structuurvisie is gebruik gemaakt van alle beschikbare gegevens en kengetallen om, gelet op de omstandigheden, tot een zorgvuldige en representatieve afweging met betrekking tot de verkeersafwikkeling te komen. Dat een feitelijke telling nu niet heeft kunnen plaats vinden zal iedereen kunnen begrijpen. Het is in het belang van alle partijen om op een later, representatief, moment nader onderzoek te verrichten om de in de bureaustudie uitgesproken verwachtingen te kunnen staven. Op basis van de huidige informatie is in ieder geval al inzichtelijk gemaakt dat de toevoeging van woningen mogelijk is maar dat inrichting van de verkeersstructuur niet optimaal is. Dichtheid, aantal woningen en indicatieve voorbeelduitwerking Inspreker vindt dat in de Structuurvisie uitgegaan moet worden van de 1,8 ha die genoemd wordt als het te bebouwen gebied voor woningen en parkeren (blz. 24 van de Structuurvisie). Dit terwijl het totale oppervlak van het plangebied 5 hectare bedraagt, inclusief het weiland aan de Machinekade (blz.

5 van de Structuurvisie). Hiermee sluit de inspreker aan bij de reactie die eerder is besproken onder 2.3 van deze Nota. In de inleiding van de Structuurvisie wordt een beschrijving gegeven van het totale plangebied waar de visie betrekking op heeft. Dit gebied wordt onder andere gevormd door de percelen die betrokken zijn bij de vestiging van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Waarbij overigens opgemerkt moet worden dat het perceel Diependaalsedijk 118, in tegenstelling tot het standpunt van inspreker, ook in de Structuurvisie als bestaande bebouwing wordt aangeduid. Wij verwijzen hiervoor naar de afbeeldingen op blz. 19, 22, 24 en 30 van de Structuurvisie. Verderop in de Structuurvisie (hoofdstuk 3) wordt de oppervlakte van de bestaande functies nader uiteengezet en afgebeeld. Door de oppervlakte van het RWZI en het afvalscheidingsstation op te tellen, komt de inspreker tot een oppervlakte van 1,8 ha. Omdat de Structuurvisie betrekking heeft op een groter gebied dan het bebouwingsgebied uit de voorkeursmodellen is het passend om de oppervlakte van het volledige gebied benoemen. Dat voor sommige delen van plangebied geen nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden worden opgenomen doet hier niets aan af. De inspreker gebruikt de door hen genoemde oppervlakte van 1,8 ha om de bebouwingsdichtheid van het plan vast te stellen.

Wij kunnen de inspreker hierin niet volgen omdat bij het bepalen van de woningdichtheid niet alleen het bebouwde deel meegenomen dient te worden in de berekening maar ook de tot het woongebied behorende ruimte voor wegen, verharding, water en buurtgroen. Dit is in lijn met de definitie van “dorps karakter” zoals eerder ook besproken bij de beantwoording onder 2.3. De inspreker maakt ook een vergelijking met de wijk Haagstede in Maarssenbroek. Als gekeken wordt naar de wijk Haagstede, dan krijgt Zogwetering een lagere woningdichtheid. Daarbij dient opgemerkt te worden dat in de vergelijking, de inspreker in het geval van Haagstede wel uit lijkt te gaan van het totale plangebied (inclusief water en groen etc) terwijl hij zich, zoals gezegd, bij de Zogwetering beperkt tot het bebouwd gebied. Hierdoor maakt de inspreker een “kromme” vergelijking. In de reactie (onder ruimtelijke modellen) gaat de inspreker bij toepassing van 100 woningen, uit van een gemiddelde oppervlakte van 138 m2 per woning, terwijl er gerekend wordt met 1,8 ha / 100 woningen. Dit uitgangspunt klopt in ieder geval niet. Bij een dergelijke rekensom zou de uitkomst in ieder geval 180m2 per woning zijn. Bij de ontwerp Structuurvisie is het “beeldverslag” van de eerdere participatieronden als bijlage toegevoegd en ter inzage gelegd.

Daarin wordt naast een verslag van de bijeenkomsten ingegaan op gestelde vragen en wordt in bijlagen 5, 6 en 7 een vergelijking gemaakt met de bebouwingsdichtheid in de wijk Zogwetering, Dichters en Lanen en de uitbreidingen van OpBuuren (Maarssen) en Cronenburgh (Loenen). Uit die vergelijkingen blijkt dat de bebouwingsdichtheid in Zogwetering nauwelijks afwijkt en in veel gevallen lager is. In (delen van) wijken waar sprake is van een lagere bebouwingsdichtheid is voornamelijk sprake van vrijstaande woningen. De volgens de gemeentelijke Woonvisie gewenste mix van sociale woningbouw, middenhuur en vrije sector woningen, zoals ook gerealiseerd moet worden in de Zogwetering, ontbreekt hier. De beoogde dichtheden voor het gebied Zogwetering zijn wat ons betreft passend bij de omgeving en passend bij een dorps karakter.

Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021

27

De Structuurvisie legt de basis voor de verdere uitwerking van de woningbouwplannen in het plangebied. De visiekaart legt de toekomstige hoofdstructuur van het gebied vast, met een aantal ‘vlekken’ waar in de toekomst nieuwbouw kan worden gerealiseerd. De visiekaart wordt samen met de onderbouwing in de Structuurvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Deze zijn kaderstellend voor de verdere uitwerking van het plan. In het vervolgtraject worden de vlekken verder ingevuld. Daarbij wordt gekeken naar het woningbouwprogramma, de stedenbouwkundige hoofdopzet, de verkaveling, de bouwhoogte, de materiaalkeuze en de karakteristiek. Dit staat in dit stadium nog niet vast. Ook het woningbouwprogramma staat nog niet definitief vast, maar op basis van een indicatieve voorbeelduitwerking is wel globaal verkend welke woningaantallen en woningtypes binnen het voorkeursmodel haalbaar zijn. Hier komen de aantallen van 100 tot 130 woningen vandaan. Er is voor gekozen om een indicatieve voorbeelduitwerking als bijlage op te nemen in de Structuurvisie omdat een 3D beeld meer tot de verbeelding spreekt dan een 2D plattegrond. Het zegt echter niets over de architectuur, vormgeving en materiaalkeuze. Dit komt bij de uitwerking van de Structuurvisie in een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE).

Op dat moment zal ook verder gewerkt worden aan de aansluiting met de bestaande wijk, de uitwerking van de “dorpse sfeer” en de definitieve bouwhoogte en volumes van bebouwing. Bij die verdere uitwerking worden omwonenden, stakeholders en overlegpartners opnieuw betrokken. Met de vaststelling van de Structuurvisie wordt de indicatieve uitwerking niet vastgesteld en dus ook niet kaderstellend. Deze is bedoeld als globale verkenning van woningaantallen en woningtypes die binnen de verschillende modellen gerealiseerd kunnen worden. De indicatieve uitwerkingen zijn nodig om op voorhand een indicatie te kunnen krijgen met betrekking tot de (financiële) uitvoerbaarheid van een eventuele ontwikkeling en de gevolgen voor de omgeving. Denk hierbij aan de gevolgen voor verkeer. Actualisatie woonvisie en woonprogramma Voor het woningbouwprogramma wordt aangesloten bij de gemeentelijke Woonvisie. De gemeenteraad hecht bij nieuwbouwprojecten aan een goede mix van (sociale) huur en (betaalbare) koop met een diversiteit aan doelgroepen om de leefbaarheid in de wijken te bevorderen. Ten behoeve van de Actualisatie Woonvisie is de woningbehoefte daarom per kern nader gespecificeerd. Juist om zo goed mogelijk in te spelen op de huidige situatie op de woningmarkt in het algemeen en de specifieke vraag binnen onze gemeente.

Voor Maarsen-Dorp levert dit de verdeling 30% sociale huur, 30% middeldure huur en 40% vrije sector woningen op. Voor de locatie Zogwetering ligt daarbij de nadruk van het nieuwbouwprogramma op de huisvesting van kleine een- en tweepersoonshuishoudens in appartementen. Hiermee wordt ook bijgedragen aan de doorstroming in de bestaande woningvoorraad van Maarssen-Dorp. De geactualiseerde Woonvisie is door de gemeenteraad vastgesteld en geldt als uitgangspunt voor alle bouwplannen die na de vaststelling van de Woonvisie worden uitgewerkt. Bij de vaststelling van de Woonvisie heeft de gemeenteraad een uitzondering gemaakt voor een aantal projecten. Voor Zuilense Vecht is een uitzondering gemaakt, voor een mogelijke ontwikkeling bij de Zogwetering niet. De recent vastgestelde Woonvisie heeft uiteraard geen gevolgen voor projecten waarvoor de ruimtelijke procedure al is doorlopen, zoals Haagstede. De status van de indicatieve voorbeelduitwerking is eerder besproken. In de Structuurvisie ligt de nadruk inderdaad op de aansluiting op de bestaande omliggende omgeving en het behouden van een dorps karakter. Dat in de Structuurvisie ook wordt uitgegaan van het realiseren van gestapelde woningen doet hier niets aan af. In de participatieronde is altijd gesproken over appartementen met 3 tot 4 bouwlagen, met een terugliggende vierde bouwlaag.

In tegenstelling tot wat inspreker suggereert wordt ook in de Structuurvisie (blz. 27) niet uitgegaan van appartementengebouwen van 5 bouwlagen maar van 3 tot 4 bouwlagen, waarbij een vierde laag als terugliggende laag wordt gerealiseerd. Daarmee komt de Structuurvisie tegemoet aan de wens van de inspreker, zoals deze ook uitgesproken wordt in de conclusie van de reactie. Het naastgelegen bestaande appartementengebouw (De Ruige Leeuwentand) bestaat wel uit vijf bouwlagen en verderop langs de Piet Heinstraat zijn ook gebouwen van 5 bouwlagen aan de rand van het dorp, op de overgang naar het landelijk gebied, gerealiseerd. In de nieuwe wijk Zogwetering is er geen sprake van een voornemen om een appartementengebouwen met 5 bouwlagen te realiseren. Juist vanwege de door inspreker genoemde bezwaren (privacy, zichtlijnen, bezonning) wordt uitgegaan van 3 tot 4 bouwlagen waarbij voldoende afstand kan worden gehouden tussen bestaande woningen en nieuwe appartementengebouwen om overlast te voorkomen. Met betrekking tot de waarden van de NHW verwijzen wij naar de uitkomsten van het onderzoek (HIA) en de conclusies ten aanzien van gevolgen voor de beschermde waarden. In de reactie verwijst inspreker ook naar de ligging van het Natura 2000-gebied. Daarmee wordt gesuggereerd dat het plangebied heel dicht bij het Natura 2000-gebied. In werkelijkheid is de afstand van het bestaande,

Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021

28

bebouwde, terrein van de RWZI, het terrein waar ook in de toekomst woningbouw beoogd wordt, en de grens van het Natura 2000-gebied circa 230 meter. Voor inspreker geeft de ligging “nabij” een Naturagebied aanleiding voor het standpunt dat laagbouw minder bezwaarlijk is dan “hoogbouw”. Wij gaan er vanuit dat de inspreker niet doelt op de verschijningsvorm van de bebouwing maar om het aantal woningen. Voor een Natura 2000-gebied is uiteraard niet de verschijningsvorm maar de stikstofdepositie van belang. Bij een toekomstige ontwikkeling moet voldaan worden aan de geldende normen met betrekking tot stikstofdepositie. Dit moet later onderzocht worden op het moment dat er een uitgewerkt stedenbouwkundig plan en woningbouwprogramma is vastgesteld. Aannemelijk is echter dat de door de hoge duurzaamheidseisen van de gemeente in ieder geval de uitstoot van stikstof door het gebruik van de woningen heel klein zal zijn. Daarbij moet ook in overweging genomen dat de activiteiten in het plangebied van onder andere de RWZI en het bestaande afvalscheidingsstation voor de nodige stikstofdepositie zorgen en hebben gezorgd. Een functieverandering van de gebied kan dus ook een positieve bijdragen leveren aan het behoud en versterken van het Natura 2000gebied. Bij de verdere uitwerking van het project worden eisen en randvoorwaarden geformuleerd over sloopen bouwactiviteiten.

Feit is dat de locatie dicht tegen bestaande bebouwing aan ligt. Hier zal bij de sloop en bij de bouw rekening mee moeten worden gehouden. Bij de selectie van aannemers en ontwikkelaars zullen eisen worden meegegeven ten aanzien van de sloop, afvoer en bouwmethodes. Ook de bronbemaling wordt hierbij meegenomen. Op dat moment zal ook nagedacht worden over het moment van de uitvoering van werkzaamheden, de aan- en afvoertijden van verkeer en materiaal etc. Het is gebruikelijk dat de directe omgeving hierbij wordt betrokken en hiervan op de hoogte is. Dit overleg vindt echter pas plaats in een later stadium. Op het moment dat er ook daadwerkelijk vergunningen verleend kunnen worden voor de sloop en nieuwbouw. Parkeren en verharding Inspreker heeft aangegeven dat de indicatieve voorbeelduitwerking (net) niet voldoet aan de gemeentelijke parkeernormen en dat het beoogde ruimtebeslag voor parkeren niet gewenst is. Eerder zijn we al ingegaan op de status van de indicatieve voorbeelduitwerking. Er kunnen op dit moment op detailniveau (zoals voor parkeren) nog geen conclusies verbonden worden aan de indicatieve voorbeelduitwerking. Bij de uitwerking van de Structuurvisie wordt het ontwerp verder uitgewerkt en worden de parkeerplaatsen berekend en ingetekend op basis van het uiteindelijke woningbouwprogramma.

Uitgangspunt hierbij is dat voldaan wordt aan de gemeentelijke parkeernormen en dat parkeren binnen het plangebied wordt opgelost. Op dit moment kan om dezelfde reden ook nog niets gezegd worden over het ruimtebeslag van parkeren binnen het plangebied. Met betrekking tot de verharding willen wij er op wijzen dat het huidige terrein van de RWZI en het afvalscheidingsstation nagenoeg geheel verhard is. Het is zeer waarschijnlijk dat een toekomstige ontwikkeling binnen het plangebied zal leiden tot een toename van de oppervlakte aan groen en een afname van de verharding. Dit zal, zeker als er water wordt toegevoegd aan het plangebied, leiden tot een sterke verbetering van een natuurlijke afvloeiing van regenwater. Voorzieningen in het groen kunnen vervolgens ook nog bijdragen aan het langer vasthouden van regenwater. Kavel in het groen Aan de noordrand van het plangebied is op de visiekaart een groene woonkavel opgenomen ter plaatse van de huidige locatie van een bassin van de waterzuivering. Een andere mogelijkheid is behoud en herbestemming van het bassin op deze locatie. De scouting heeft aangegeven dit als mogelijkheid nader te willen verkennen. Een deel van het plangebied is gelegen binnen de beschermingszone van het Unesco Werelderfgoed, de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW).

Ook het perceel met het en het naastgelegen perceel met de nieuwe bouwkavel is gelegen binnen dit gebied. Ontwikkelingen in dit gebied kunnen uitsluitend plaats vinden wanneer deze bijdragen aan de bescherming en het versterken van de waarden van de NHW. Het verplaatsen van het scoutinggebouw naar de andere zijde van de bestaande groepsschuilplaats (bunker) zou zo’n bijdrage kunnen zijn omdat hiermee de oorspronkelijke zichtlijnen tussen de groepsschuilplaatsen aan weerzijde van de Machinekade weer hersteld worden. Met een goede inrichting van het perceel en de uitleg over de NHW zou rondom de groepsschuilplaats een historisch informatiepunt gerealiseerd kunnen worden. De bouwkavel is onder andere opgenomen in de ontwerpstructuurvisie omdat de scouting heeft aangegeven een verplaatsing te overwegen en andere vooroverlegpartners graag een versterking zien van de kwaliteit van NHW ter plaatse van weiland langs de Machinekade en de aanliggende groepsschuilplaatsen. Het verwijderen van het bassin levert een grote kwaliteitswinst op. Echter, zijn hier ook hoge kosten aan verbonden. De bouwkavel moet gezien worden als mogelijke financiële drager van deze ontwikkeling. De haalNota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021

29

baarheid van een mogelijke ontwikkeling op deze locatie moet verder onderzocht worden en kan dus alleen uitgevoerd worden als elders in het plangebied kwaliteitswinst wordt gerealiseerd. Als uit dat onderzoek blijkt dat het mogelijk is om op deze locatie een woonkavel te ontwikkelen en/of het bassin opnieuw te gebruiken, dan wordt de beoogde ontwikkeling voorgelegd in een nieuw HIA onderzoek. Ouderenhuisvesting De gemeente onderschrijft de grote woningbehoefte onder senioren. Op basis van de geactualiseerde Woonvisie is de woningbehoefte in de gemeente hoofdzakelijk terug te voeren op een groei van het aantal eenpersoonshuishoudens (vooral ouderen) en gezinnen zonder kinderen, als gevolg van vergrijzing en huishoudensverdunning. De woningvraag van deze doelgroepen spitst zich, volgens onze verwachting, vooral toe op appartementen. De nadruk van het nieuwbouwprogramma voor de locatie Zogwetering ligt dus op de huisvesting van kleine een- en tweepersoonshuishoudens in appartementen. Hiermee wordt ook bijgedragen aan de doorstroming in de bestaande woningvoorraad van Maarssen-Dorp. Dat wil niet zeggen dat de appartementen uitsluitend bedoeld zijn voor ouderen of dat ouderhuisvesting zich volgens de Structuurvisie uitsluitend hoeft te richten op appartementen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1692/documents/36595