Bijlage 2 Nota van beantwoording zienswijze anoniem (volledig).pdf
Tekst van het document
Nota beantwoording zienswijzen Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering
Projectnummer: NL.IMRO.1904.SVzogweteringMRS-OW01 Auteur(s):
Datum: 6 september 2021 Opdrachtgever: Gemeente Stichtse Vecht
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ..................................................................................................................................... 1 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 2 1.1 Doel van deze nota.................................................................................................................. 2 1.2 Leeswijzer ................................................................................................................................ 2 2 Zienswijzen belanghebbenden en stakholders ......................................................................... 3
3
Zienswijzen vooroverlegpartners. ............................................................................................ 19 3.1 Wijkvereniging Zogwetering, Dichters en Lanen (brief ontvangen d.d. 14 juni 2021) ................ 19 3.2 Belangenvereniging (brief ontvangen d.d. 17 juli 2021) ............................................................. 23 3.3 Vechtplassencommissie (brief ontvangen d.d. 14 juli 2021) ...................................................... 31 3.4 Historische Kring Maarssen (brief ontvangen d.d. 12 juli 2021) ................................................. 33 3.5 Provincie Utrecht (mail ontvangen d.d. 16 juli 2021) .................................................................. 34 3.6 Waternet / AGV (mail ontvangen 13-08-2021, na overleg op 12-07-2021) ................................ 34 4 Wijzigingen inspraak- en vooroverlegreacties. ............................................................................ 36
Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021
1
1 Inleiding 1.1
Doel van deze nota
Deze Nota beantwoording zienswijzen heeft tot doel insprekers en belangstellenden in de gelegenheid te stellen om kennis te nemen van alle zienswijzen op de “Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering” (hierna Structuurvisie), de antwoorden van de gemeente Stichtse Vecht hierop en de mogelijke wijzigingen in de Structuurvisie. In deze nota wordt elke zienswijze afzonderlijk samengevat, beantwoord en wordt per zienswijze aangegeven of en in welke mate de reactie aanleiding geeft tot aanpassing van de Structuurvisie. Door toepassing te geven aan de gemeentelijke inspraakverordening heeft de Structuurvisie ter inzage gelegen voor inspraak. De ingekomen reacties worden hier (gemakshalve) zienswijzen genoemd. De Structuurvisie heeft van vrijdag 4 juni 2021 tot en met vrijdag 15 juli 2021 ter inzage gelegen. De Structuurvisie is toegezonden aan 7 vooroverlegpartners en/of belangenverenigingen die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Wij hebben van hen 6 reacties ontvangen. Daarnaast zijn er 12 zienswijzen ontvangen van omwonenden en stakeholders uit de omgeving. 1.2
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de individuele zienswijzen van omwonenden en stakeholders aan de orde gesteld. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord. Wij willen benadrukken dat het hier gaat om een samenvatting van het standpunt van de inspreker en niet om een standpunt van de gemeente. De volledige zienswijzen zijn als bijlagen toegevoegd. De lezer wordt geadviseerd kennis te nemen van de volledige inhoud van de zienswijzen. Bij elke zienswijze wordt aangegeven of deze leidt tot aanpassingen van de Structuurvisie. In hoofdstuk 3 komen de zienswijzen van vooroverlegpartners en belangenverenigingen. Elke zienswijze is samengevat en beantwoord. Na elke beantwoording is aangegeven of de reactie leidt tot aanpassingen van de Structuurvisie. In hoofdstuk 4 worden alle aanpassingen die zullen worden aangebracht in de Structuurvisie samengevat weergegeven in een “Staat van wijzigingen”.
Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021
2
2.2 Samenvatting De inspreker stelt voor om gelet op de huidige situatie op de woningmarkt een andere verdeling voor woningtypen aan te houden. Sociale huur 40%, middeldure huur 30% en vrij sector woningen 30%. Beantwoording Voor het woningbouwprogramma wordt aangesloten bij de gemeentelijke woonvisie. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld en geldt als uitgangspunt voor alle woningbouwplannen. De gemeente hecht bij nieuwbouwprojecten veel waarde aan een goede mix van sociale huur en betaalbare koop met een diversiteit aan doelgroepen om de leefbaarheid in de wijken te bevorderen. Ten behoeve van de geactualiseerde Woonvisie is de woningbehoefte daarom per kern nader gespecificeerd. Op die manier wil de gemeente juist zo goed mogelijk inspelen op de huidige situatie op de woningmarkt in het algemeen en de specifieke vraag binnen onze gemeente. Voor Maarsen-Dorp levert dit de verdeling 30% sociale huur, 30% middeldure huur en 40% vrije sector woningen op. Voor de locatie Zogwetering ligt de nadruk van het nieuwbouwprogramma op de huisvesting van kleine een- en tweepersoonshuishoudens in appartementen. Hiermee wordt ook bijgedragen aan de doorstroming in de bestaande woningvoorraad van Maarssen-Dorp. Conclusie Deze zienswijze heeft geen wijzigingen in de Structuurvisie tot gevolg.
2.3 Samenvatting Naast de inhoudelijke bezwaren die inspreker kenbaar maakt in de reactie, wordt de gemeente verzocht een aantal onderliggende documenten te overleggen (WOB-verzoek). Het beschikbaar stellen van deze stukken en de (daaropvolgende) correspondentie daaromtrent maakt geen onderdeel van de beantwoording in deze nota. Dit verzoek is separaat afgehandeld, onder andere via de brief D/21/354739, verzonden d.d. 6 juli 2021. In het vervolg van deze zullen wij ingaan op bezwaren en vragen die gesteld zijn met betrekking tot de Structuurvisie. Deze zijn onder te verdelen in de onderwerpen: gebied, verkeersstructuur en ruimtelijke modellen. Gebied De inspreker geeft aan dat de oppervlakte van het betrokken plangebied in de Structuurvisie niet consequent wordt vermeld. De inspreker adviseert bij het vaststellen van het definitieve Structuurvisie uitsluitend uit te gaan van het te bebouwen gebied voor woningen en parkeren (1,8 ha). Verkeersstructuur De inspreker is van mening dat in het verkeersonderzoek is toegewerkt naar een wenselijke uitkomst en daarmee een “zonniger” beeld wordt voorgesteld dan er in werkelijkheid is.
Zo geeft inspreker aan dat een feitelijke telling van het aantal verkeersbewegingen op het Zandpad ontbreekt, er geen analyse gemaakt is van de knelpunten ter hoogte van de rotonde aan de Plesmanlaan en er zonder verdere onderbouwing wordt uitgegaan van een lager autobezit en daarmee een lagere parkeerdruk. Kortom: de voorlopige conclusies van het verkeersonderzoek lijken te optimistisch, mogelijk als gevolg van een beperkte vraagstelling door de gemeente. De inspreker adviseert een integrale verkeersstudie uit te voeren. Ruimtelijke Modellen De inspreker is ervan overtuigd dat de gemeente vooraf zaken heeft bepaald waar zij geen openheid van zaken over geeft, zoals aantallen woningen, de grondprijs en de minimaal te realiseren winst bij doorverkoop aan een ontwikkelaar. De inspreker brengt een aantal specifieke bezwaren tegen model A en B naar voren. Kort gezegd komen deze bezwaren op het volgende neer: - Te veel woningen binnen het plangebied; - Hoeveelheid hoogbouw conflicteert met de omgeving; - Als daadwerkelijk aangesloten zou zijn bij de bestaande wijk Zogwetering dan zouden er maximaal 60 à 70 woningen gerealiseerd kunnen worden;
Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021
4
-
Hoogbouw wordt hoger dan 3 of 4 bouwlagen en sluit niet aan bij de bestaande wijk; Intensiteit past niet bij het “dorpse karakter” – verwijzing naar de wijk Haagstede in Maarssenbroek; Afsluitende conclusie: de gemeente wil 30 tot 70 woningen teveel realiseren in dit gebied.
Beantwoording Gebied Inspreker vindt dat in de Structuurvisie uitgegaan moet worden van de 1,8 ha die genoemd wordt als het te bebouwen gebied voor woningen en parkeren (blz. 24 van de Structuurvisie). Dit terwijl het totale oppervlak van het plangebied 5 hectare bedraagt, inclusief het weiland aan de Machinekade (blz. 5 van de Structuurvisie). In de inleiding van de Structuurvisie wordt een beschrijving gegeven van het totale plangebied waar de visie betrekking op heeft. Dit gebied wordt onder andere gevormd door de percelen die betrokken zijn bij de vestiging van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Verderop in de Structuurvisie (hoofdstuk 3) wordt de oppervlakte van de bestaande functies nader uiteengezet en afgebeeld. Door de oppervlakte van de RWZI en het afvalscheidingsstation komt de inspreker tot een oppervlakte van 1,8 ha. De beschrijving van deze oppervlakte is niet inconsequent of tegenstrijdig maar aanvullend. Omdat de Structuurvisie betrekking heeft op een groter gebied dan het bebouwd gebied uit de voorkeursmodellen is het passend om de oppervlakte van het volledige gebied te benoemen. Dat voor sommige delen van het plangebied geen nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden worden opgenomen doet hier niets aan af. De inspreker gebruikt de door hem genoemde oppervlakte van 1,8 ha om de bebouwingsdichtheid van het plan vast te stellen.
Wij kunnen de inspreker hierin niet volgen omdat bij het bepalen van de woningdichtheid niet alleen het bebouwde deel meegenomen dient te worden in de berekening maar ook de tot het woongebied behorende ruimte voor wegen, verharding, water en buurtgroen. Dit is in lijn met de definitie van “dorps karakter” zoals inspreker citeert in zijn reactie. Daarin maakt inspreker een vergelijking met de wijk Haagstede in Maarssenbroek. Als gekeken wordt naar de wijk Haagstede, dan krijgt Zogwetering een lagere woningdichtheid. Daarbij dient opgemerkt te worden dat inspreker in zijn vergelijking, bij Haagstede wel uit lijkt te gaan van het totale plangebied (inclusief water en groen etc.) terwijl hij, zoals gezegd, bij de Zogwetering zich beperkt tot het bebouwd gebied. Hierdoor maakt de inspreker een “kromme” vergelijking. In de reactie gaat de inspreker bij toepassing van model B, met 130 woningen, uit van een gemiddelde oppervlakte van 138 m2 per woning (1,8 ha / 130 woningen). Dit uitgangspunt klopt in ieder geval niet omdat model B uit gaat van de bouw van 15 appartementen ter plaatse van het speelveld en 15 woningen in het weiland. Inspreker kan in dat geval, ook volgens zijn eigen beredenering, niet uitgaan van een maximaal bebouwd gebied van 1,8 ha, gevormd door uitsluitend de oppervlakte van de bestaande RWZI en het afvalscheidingsstation.
Een deel van de 130 woningen is namelijk buiten dit gebied geprojecteerd. Ook volgens de lijn van de inspreker is de oppervlakte per woning dus groter. Verkeersstructuur Bij het uitvoeren van de verkeersstudie van RH/DHV moest rekening gehouden worden met de gevolgen van Corona. Vanuit de Rijksoverheid worden en werden mensen gevraagd zoveel mogelijk thuis te werken, waren scholen (een gedeelte van de periode) gesloten en was er in het algemeen minder verkeer. De verkeersbewegingen die op dat moment meetbaar waren, gaven geen representatieve weergave van de werkelijkheid. Om die reden zijn er geen feitelijke verkeerstellingen op het Zandpad en op de Plesmanlaan uitgevoerd. Er is besloten om in dit stadium een bureaustudie uit te voeren. In de bureaustudie is gekozen voor het verkeersprognosemodel dat door de provincie wordt samengesteld. In dit model worden geprognosticeerde cijfers gehanteerd die passen bij de verkeerssituatie tot 2030. Ook de voorbereidingen en ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de bureaustudie hebben vanwege de Corona-maatregelen zoveel mogelijk digitaal en op afstand plaats gevonden. Zo ook het opmeten van de breedte van de weg. Hierdoor kan het zijn dat de breedte van de weg in het rapport niet overal exact overeenkomt met de werkelijkheid.
De breedte van de weg is echter geen knelpunt maar vooral de inrichting van de voorrangssituaties en de aanwezigheid van eenzijdige versmallingen.
Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021
5
Het verkeersonderzoek heeft inzichtelijk gemaakt dat de afwikkeling van het verkeer op de bestaande wegen als gevolg van de toevoeging van 100 tot 130 woningen wel mogelijk is. Daarbij nemen wij ook in overweging dat in de berekeningen nog geen rekening gehouden is met het positieve effect op de verkeerssituatie als gevolg van de sanering van het afvalscheidingsstation. Echter heeft het wel inzichtelijk gemaakt dat de inrichting van de kruispunten en de wegen niet optimaal is. Dit zorgt voor een slechtere verkeersdoorstroming en een groter gevoel van onveiligheid bij weggebruikers. In het vervolg wordt gekeken hoe de inrichting van de Diependaalsedijk, Driehoekslaan en Dr. Plesmanlaan kan worden verbeterd om de doorstroming en de verkeersveiligheid te verbeteren. Bij de voorbereiding van de ontwerp Structuurvisie is gebruik gemaakt van alle beschikbare gegevens en kengetallen om, gelet op de omstandigheden, tot een zorgvuldige en representatieve afweging met betrekking tot de verkeersafwikkeling te komen. Dat een feitelijke telling nu niet heeft kunnen plaatsvinden zal iedereen kunnen begrijpen. Het is in het belang van alle partijen om op een later, representatief, moment nader onderzoek te verrichten om de in de bureaustudie uitgesproken verwachtingen te kunnen staven.
Op basis van de huidige informatie is in ieder geval al inzichtelijk gemaakt dat de toevoeging van woningen mogelijk is maar dat inrichting van de verkeersstructuur niet optimaal is. Zandpad In het verkeersonderzoek is niet gerekend met een autoluw Zandpad. Uit een kentekenonderzoek is naar voren gekomen dat een groot deel van het verkeer (40%) op het Zandpad, doorgaand verkeer is. Het autoluw maken van het Zandpad zal volgens RH/DHV het doorgaand verkeer ontmoedigen en daarmee een positief effect hebben op de verkeersintensiteiten op het Zandpad en op de Diependaalsedijk. Inspreker vreest hierdoor wel een concentratie van het verkeer richting de Plesmanlaan en daardoor een knelpunt (en daarmee een potentieel onveilige situatie) rondom de Driehoekslaan. Hierbij moet echter ook rekening gehouden worden met het positieve effect van minder verkeer van Breukelen naar Maarssen over het Zandpad. Parkeren In de Structuurvisie wordt uitsluitend de verwachting uitgesproken dat het autobezit onder de beoogde doelgroepen in de toekomst lager zal zijn. Ook wordt de ambitie uitgesproken om andere vormen van mobiliteit (goede fietsverbindingen en deelauto’s) te stimuleren. Dat betekent niet dat in de Structuurvisie en bij de verdere uitwerking van het plan uitgegaan wordt van een lagere of aangepaste parkeernorm.
Bij de verdere uitwerking van de Structuurvisie tot een stedenbouwkundig plan zal uitgegaan moeten worden van de geldende gemeentelijke parkeernorm. Er is hier dus geen sprake van “wens denken” zoals door de inspreker wordt gesuggereerd. Ruimtelijke modellen Woningdichtheid en hoogbouw Bij de ontwerp Structuurvisie is het “beeldverslag” van de eerdere participatieronden als bijlage toegevoegd en ter inzage gelegd. Daarin wordt naast een verslag van de bijeenkomsten ingegaan op gestelde vragen en wordt in bijlagen 5, 6 en 7 een vergelijking gemaakt met de bebouwingsdichtheid in de wijk Zogwetering, Dichters en Lanen en de uitbreidingen van OpBuuren (Maarssen) en Cronenburgh (Loenen). Uit die vergelijkingen blijkt dat de bebouwingsdichtheid in Zogwetering nauwelijks afwijkt en in veel gevallen lager is. In (delen van) wijken waar sprake is van een lagere bebouwingsdichtheid is voornamelijk sprake van vrijstaande woningen. De volgens de gemeentelijke Woonvisie gewenste mix van sociale woningbouw, middenhuur en vrije sector woningen, zoals ook gerealiseerd moet worden in de Zogwetering, ontbreekt hier. Op de vergelijking van inspreker met de wijk Haagstede zijn wij al eerder ingegaan bij het onderdeel “Gebied”. De beoogde dichtheden voor het gebied Zogwetering zijn wat ons betreft passend bij de omgeving en passend bij een dorps karakter.
Dat in de Structuurvisie ook wordt uitgegaan van het realiseren van gestapelde woningen (appartementen) doet hier niets aan af. In tegenstelling tot wat inspreker suggereert wordt in de Structuurvisie (blz. 27) niet uitgegaan van appartementengebouwen van 5 bouwlagen maar van 3 tot 4 bouwlagen, waarbij een vierde laag als terugliggende laag wordt gerealiseerd. Dit terwijl het bestaande appartementengebouw (De Ruige Leeuwentand) wel bestaat uit vijf bouwlagen en verderop langs de Piet Heinstraat ook gebouwen van 5 bouwlagen aan de rand van het dorp, op de overgang naar het landelijk gebied, gerealiseerd zijn.
Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021
6
In Nederland wordt de term hoogbouw officieel gebruikt voor gebouwen waarin volgens het Bouwbesluit een lift vereist is. Deze eis geldt voor gebouwen vanaf vijf verdiepingen. Er wordt in de plannen uitgegaan van gestapelde woningen in maximaal 3 of 4 bouwlagen, passend bij het beoogde “dorpse karakter” van de woonbuurt. Er is in die zin dus geen sprake van “hoogbouw” in de nieuwe wijk Zogwetering. Een appartementengebouw van drie lagen is qua hoogte vergelijkbaar met een ééngezinswoning van twee lagen met kap. Overigens moet in overweging genomen worden dat het huidige bestemmingsplan al jarenlang voorziet in een bedrijfsbestemming (voor de RWZI) waarbinnen, tot aan de perceelsgrens, een bouwhoogte van 10 meter is toegestaan. Openheid van zaken Inspreker heeft meerdere keren tijdens het proces aangegeven dat hij vindt dat de gemeente de indruk wekt dat zij een aantal uitgangspunten niet deelt met omwonenden, die de uitkomst van de plannen wel in hoge mate heeft bepaald. Zoals is aangegeven, heeft de gemeente een aantal uitgangspunten gehanteerd voor deze ontwikkeling. Dat is allereerst dat voor het woningbouwprogramma, de geactualiseerde Woonvisie leidend is. En daarnaast dient dit project op zijn minst kostenneutraal te zijn. Dat wil zeggen dat de opbrengsten voldoende moeten zijn om de kosten te dekken.
De kosten voor verplaatsing van het afvalscheidingsstation maakt hier geen onderdeel van uit. Aantal woningen In de geactualiseerde Woonvisie zijn de woningbehoefte en de nieuwbouwopgaven voor de gemeente vastgelegd. Daarbij is geen specifiek aantal woningen genoemd voor de ontwikkeling van de locatie Zogwetering. Wel geldt dat de ontwikkeling minimaal kostenneutraal moet zijn. Dat betekent dat de ontwikkeling de gemeente geen geld mag kosten. De opbrengsten worden bepaald door het nieuwbouwprogramma. Hierbij speelt het aantal woningen een rol, maar ook het type woningen. Vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen leveren meer grondwaarde op dan sociale woningen. Er is dus voorafgaand aan het opstellen van de Structuurvisie geen minimum aantal te realiseren woningen opgelegd. Conclusie Deze zienswijze heeft geen wijzigingen in de Structuurvisie tot gevolg. 2.4 Samenvatting De inspreker heeft kennis genomen van de Structuurvisie en heeft met betrekking tot de nieuwbouwplannen zorgen over speelmogelijkheden voor (oudere) kinderen en toenemende verkeersoverlast. De aanwezige aarden wal (‘berg”) vormt vooral voor oudere kinderen een leuke speelplaats met voldoende uitdaging. Inspreker is bang dat deze en daarmee de speelmogelijkheden komen te vervallen.
Met betrekking tot verkeersoverlast richt de zorg van inspreker zich vooral op de drukte op de Driehoekslaan en de Plesmanlaan. De inspreker ervaart grote drukte met opstoppingen en gevaarlijke situaties voor fietsers tot gevolg. De vrees bestaat dat deze situatie alleen maar verergerd als er meer huizen bijkomen. Beantwoording De aarden wal met opgaand groen tussen de rioolwaterzuivering en de bestaande wijk is onder andere aangelegd om de rioolwaterzuivering aan het zicht te onttrekken. Door de sanering van de waterzuivering komt de noodzaak hiervan (grotendeels) te vervallen. Met de realisatie van een nieuwe woonwijk, is het namelijk juist de wens om de nieuwe wijk te laten aansluiten op de bestaande wijk. Uiteraard wel met behoud van zoveel mogelijk groen. Een aarden wal en ook het geluidsscherm kunnen dan een barrière vormen. Met de nieuwe woonwijk zal (een gedeelte van) de aardenwal verdwijnen. Bijvoorbeeld bij het realiseren van een doorsteek voor een wandel- en fietspad. Wel wordt er gekeken welk bestaand groen behouden kan blijven. De bestaande speelplaats in de groenstrook blijft behouden en wordt via een watergang, singel en een fiets- en wandelpad verbonden met het nieuwe woongebied. Door aan de rand van de speelplaats een nieuwe zitgelegenheid te creëren, ontstaat er voor jong en oud een belangrijke ontmoetingsplek in de wijk.
De Structuurvisie bevat nog geen inrichtingsplan voor het groen en/of de openbare ruimte in het nieuwe woongebied. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal dit worden opgepakt. Daarbij zal dan ook worden onderzocht of een deel van de aarden wal (deels) behouden kan blijven, als avontuurlijk onderdeel van de te handhaven speelplaats. Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021
7
Voor het opstellen van deze Structuurvisie is een eerste verkeersonderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de toename van verkeer als gevolg van het toevoegen van woningen mogelijk is op de bestaande wegen. Wel is uit dit onderzoek naar voren gekomen dat de inrichting van de ontsluitingswegen in de huidige situatie niet volledig voldoet aan de daarbij opgestelde CROW-richtlijnen. Op enkele plekken zijn (onhandige) wegversmallingen aangebracht en op de route zijn verschillende kruispuntvormen gebruikt (voorrang/gelijkwaardig/ uitritten). Dit draagt bij aan het gevoel van onveiligheid en beperkt de doorstroming. In het uitgevoerde verkeersonderzoek (RH/DHV, september 2020) wordt daarom geadviseerd om de inrichting van het wegprofiel en de kruispuntvormen plaatselijk aan te passen. Door deze aanpassingen wordt de doorstroming van het verkeer verbeterd en ontstaat er een veiligere en overzichtelijkere verkeerssituatie. Verder onderzoek moet uitwijzen welke wijzigingen moeten worden doorgevoerd. Dit wordt bij de verdere uitwerking van de Structuurvisie onderzocht. Hierbij wordt ook de ontwikkeling bij de rotonde en de Daalsehoek meegenomen. Conclusie Deze zienswijze heeft geen wijzigingen in de Structuurvisie tot gevolg. 2.5 Samenvatting De inspreker maakt zich zorgen om het vele vrachtverkeer dat via de Diependaalsedijk rijdt.
In het verleden heeft de inspreker al schade aan het wegdek gemeld als gevolg van vrachtverkeer op weg naar de RWZI. De inspreker vreest ook in de toekomst schade aan de weg en aanliggende woningen als gevolg van vrachtverkeer. Vooral tijdens de bouw van het project. De inspreker vraagt dan ook goed na te denken over de ontsluitingsroute van het bouwverkeer om schade aan de weg, huizen en aan funderingen te voorkomen. Beantwoording Met het verdwijnen van het afvalscheidingsstation en de sluiting van de RWZI mag verwacht worden dat in de toekomst de hoeveelheid vrachtverkeer over Diependaalsedijk minder zal worden. Tijdens de sloop van het bestaande afvalscheidingsstation en de RWZI en de bouw van de nieuwe wijk zullen er uiteraard, hoewel tijdelijk, meer vrachtwagens rijden. Om te monitoren of er door deze verkeersbewegingen en werkzaamheden schade ontstaat aan woningen en wegen, zullen er buurtschouwen gehouden worden. Via een zogenaamde nul-meting wordt de huidige situatie van de aangelegen woningen en openbare ruimte in beeld gebracht zodat achteraf bepaalt kan worden of er schade is ontstaan. Deze schade moet vervolgens (achteraf) hersteld worden. De gemeente maakt hier afspraken over met een ontwikkelaar. Maar aan de voorkant moet natuurlijk zo veel mogelijk gedaan worden om schade te voorkomen.
Daarom zal ook nagedacht worden over het moment van de uitvoering van werkzaamheden, de aan- en afvoertijden van verkeer en materiaal etc. Het is gebruikelijk dat de directe omgeving hierbij wordt betrokken en hiervan op de hoogte is. Dit overleg vindt echter pas plaats in een later stadium. Op het moment dat er ook daadwerkelijk vergunningen verleend kunnen worden voor de sloop en nieuwbouw. Ook de ontsluitingsroute van het plangebied zal dan verder bepaald worden. Over de ontsluitingsroute kunnen wij nu nog geen uitsluitsel geven, al zullen er gelet op de huidige inrichting niet veel opties beschikbaar zijn in de toekomst. Conclusie Deze zienswijze heeft geen wijzigingen in de Structuurvisie tot gevolg. 2.6 Samenvatting De inspreker heeft gebruik gemaakt van het formulier op de website om een reactie kenbaar te maken. Daarnaast hebben wij tevens een brief ontvangen. De inspreker geeft aan blij te zijn met het behoud van de scouting op de huidige locatie maar vreest dat het beoogde nieuwe wandel- en fietspad langs het scoutingterrein ten koste gaat van de buitenruimte die de scouting momenteel tot haar beschikking heeft. Daarnaast geeft de inspreker aan dat het perceel, per auto, momenteel moeilijk bereikbaar is en vraagt de gemeente daarom rekening te houden met een ontsluiting aan de zijde van de huidige RWZI.
Ook wordt aandacht gevraagd voor de verlichting van de Zogwetering. Deze
Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021
8
ontbreekt nu deels. De inspreker bleek lange tijd niet volledig op de hoogte van de eigendomssituatie. Omdat zij hun vereniging graag toekomstbestendig willen maken, hebben zij veel belang bij de vastigheid van hun eigen terrein. Zij voelen zich nu onzeker over bijvoorbeeld de financiële toekomst. In de reactie doen zij daarom navraag naar de toekomstige eigendomssituatie, eventuele huurprijs en de mogelijkheid om een nieuw clubgebouw te realiseren op een bestaand (naastgelegen) bassin van de RWZI. Tot slot geeft inspreker aan dat de persleiding niet juist is ingetekend in de visiekaart. Beantwoording Het perceel van de scouting en het omliggende perceel (eigendom van Waterschap AGV) maken onderdeel uit van de Structuurvisie. De scouting is vanaf het begin betrokken geweest bij het opstellen van de visie. Zij zijn in het participatieproces meegenomen als vooroverlegpartner. Tijdens verschillende bijeenkomsten zijn de wensen en zorgen van de scouting besproken. Ook verplaatsing is daarbij aan de orde gekomen. De ontwerp Structuurvisie gaat uit van het behoud van de scouting in het plangebied. Meest waarschijnlijk op dit moment op de huidige locatie, hoewel de Structuurvisie ook rekening houdt met de mogelijke verplaatsing van de scouting naar een locatie aansluitend aan het huidige perceel.
Een verplaatsing kan namelijk een extra kwaliteitsimpuls betekenen, vooral als dit gepaard gaat met het versterken van de aanwezige elementen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). Er moet echter nog nader onderzocht worden of en hoe dit daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. In de Structuurvisie is op dit moment (indicatief) een nieuwe ontsluiting voor wandel- en fietsverkeer opgenomen langs het perceel dat de scouting nu in gebruik heeft. Het pad is ingetekend aan de buitenzijde van het hekwerk van de scouting. De exacte locatie moet nog nader bepaald worden. Maar het uitgangspunt is dat deze niet over het huidige terrein van de scouting komt te lopen. Volgens de Structuurvisie is ook het verplaatsen van de scouting bespreekbaar en daarbij behoort ook een functieverandering van het naastgelegen bassin tot de mogelijkheden. Een dergelijke ontwikkeling is eerder nog niet concreet op tafel gekomen. Het behoud van karakteristieke bebouwing kan in ieder geval een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de toekomstige inrichting. In eerste instantie is daarbij gedacht aan de aanwezige gebouwen maar een herbestemming van het bassin zou ook zeker een optie kunnen zijn. Dit wordt ook genoemd in de Structuurvisie. Uiteraard moet deze bebouwing wel een passende functie krijgen in de toekomst en zijn nieuwe bouwmogelijkheden afhankelijk van verschillende (constructieve) voorwaarden.
Deze zijn op dit moment nog niet volledig in beeld. Uiteraard is de gemeente bereid om hierover verder in overleg te gaan. Echter is het allereerst aan de gemeenteraad om de Structuurvisie, met inachtneming van alle ingekomen zienswijzen, vast te stellen. Omdat een dergelijk plan, zoals gezegd, nog niet concreet besproken is, kunnen wij op dit moment geen uitspraken doen over de haalbaarheid hiervan. De verwachting op dit moment is wel dat de kosten voor hergebruik van dergelijke constructies naar alle waarschijnlijkheid heel hoog zijn. Met de ontwikkeling van het plangebied Zogwetering komt er ten zuiden van de scouting een woonwijk. Zoals op de visiekaart te zien is, is de auto ontsluiting aan de westzijde gedacht. Aansluitend aan onder andere het huidige perceel van de scouting. Dit betekent dat ook de scouting in de toekomst aan deze zijde ontsloten kan worden. In tegenstelling tot de reactie van de inspreker zijn de gronden (nog) niet aangekocht door de gemeente. De grond is in eigendom van Waternet/AGV. De gemeente Stichtse Vecht heeft de Wet voorkeursrecht gemeenten gevestigd op de gronden om meer sturing te kunnen geven aan mogelijke ontwikkelingen in de toekomst. Momenteel zijn de gemeente en het Waternet/AGV nog altijd in gesprek over de mogelijke aankoop.
Over de huurprijs en onderhoud kunnen pas in de toekomst, na verwerving door de gemeente, separaat afspraken gemaakt worden. Dit staat los van de vaststelling van Structuurvisie. De gemeente moet eerst de onderhandelingen met Waternet/AGV afronden voor de aankoop van de grond. De verlichting van de Zogweteringlaan vormt geen onderdeel van het plangebied en dus ook niet van deze Structuurvisie. Na vaststelling van de Structuurvisie en bij de verdere uitwerking van het plan zal breder gekeken worden naar mogelijke noodzakelijke aanpassingen in de directe omgeving. Wij zullen de suggestie over de verlichting van de Zogweteringlaan daarin meenemen.
Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021
9
De gemeente heeft op de visiekaart de ligging van de aanwezige persleiding ingetekend. Inspreker geeft aan dat deze onjuist is ingetekend. Voor het intekenen van de ligging van het tracé van de persleiding is gebruik gemaakt van een (digitale) situatietekening die door Waternet is aangeleverd (bron: Waternet, 19-07-2017). Het op deze kaart aangegeven tracé is exact overgenomen op de visiekaart van de Structuurvisie. Uit de ingediende zienswijze kan worden opgemaakt dat in de praktijk wellicht een ander tracé is gebruikt t.b.v. van bij de aanleg van deze persleiding. Wij zullen daarom nogmaals navraag doen bij Waternet naar de juiste locatie. Mocht daaruit blijken dat het tracé foutief is ingetekend overgenomen, dan zal dit uiteraard worden meegenomen bij de verdere uitwerking van de plannen. Conclusie Deze zienswijze heeft geen wijzigingen in de Structuurvisie tot gevolg. 2.7 Samenvatting De inspreker geeft aan verheugd te zijn te kunnen lezen dat er niet gebouwd gaat worden in het weiland langs de Machinekade. De inspreker heeft deelgenomen aan de verschillende participatieronden en heeft daar geconstateerd dat er weinig draagvlak is voor dergelijke bebouwing. Echter vindt inspreker de ontwerp Structuurvisie “misleidend” aangezien tijdens de eerdere participatieronden uitsluitend is gesproken over waar er al of niet gebouwd zou worden en niet over hoe er gebouwd zou worden.
De inspreker vindt de indicatieve voorbeelduitwerking, zoals opgenomen in de Structuurvisie, namelijk zeer ongewenst. De inspreker verwijst naar het voornemen om appartementengebouwen met 4 of 5 bouwlagen te realiseren terwijl eerder gesproken zou zijn over appartementengebouwen met 3 of 4 bouwlagen. Daarnaast stelt inspreker zich op het standpunt dat de verschillende woningtypes geen enkele samenhang vertonen, dat er te veel woningen worden voorzien en dat er geen enkele aansluiting is met de directe omgeving. De inspreker adviseert het aantal woningen terug te brengen naar 60. Beantwoording De Structuurvisie legt de basis voor de verdere uitwerking van de woningbouwplannen in het plangebied. De visiekaart legt de toekomstige hoofdstructuur van het gebied vast, met een aantal ‘vlekken’ waar in de toekomst nieuwbouw kan worden gerealiseerd. In het vervolgtraject worden deze vlekken verder ingevuld. Daarbij wordt gekeken naar het woningbouwprogramma, de bouwhoogte, de materiaalkeuze en de karakteristiek. Dit staat in dit stadium nog niet vast. Ook het woningbouwprogramma staat nog niet definitief vast, maar op basis van een indicatieve voorbeelduitwerking is wel globaal verkend welke woningaantallen en woningtypes binnen het voorkeursmodel haalbaar zijn. Hier komen de aantallen van 100 tot 130 woningen vandaan.
De indicatieve voorbeelduitwerking is als bijlage opgenomen in de Structuurvisie omdat een 3D beeld meer tot de verbeelding spreekt dan een 2D plattegrond. Het zegt echter niets over de daadwerkelijke stedenbouwkundige invulling en de architectuur, vormgeving en materiaalkeuze. Dit komt aan de orde bij de nadere uitwerking van de Structuurvisie in een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE). Deze visiekaart wordt samen met de onderbouwing in de Structuurvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Deze zijn kaderstellend voor de verdere uitwerking van het plan. Met de vaststelling van de Structuurvisie worden de indicatieve uitwerkingen niet vastgesteld en dus ook niet kaderstellend. Bij de ontwerp Structuurvisie is het “beeldverslag” van de eerdere participatieronden als bijlage toegevoegd en ter inzage gelegd. Daarin wordt naast een verslag van de bijeenkomsten ingegaan op gestelde vragen en wordt in bijlagen 5, 6 en 7 een vergelijking gemaakt met de bebouwingsdichtheid in de wijk Zogwetering, Dichters en Lanen en de uitbreidingen van OpBuuren (Maarssen) en Cronenburgh (Loenen). Uit die vergelijkingen, onder andere met het project OpBuuren waar inspreker naar verwijst, blijkt dat de bebouwingsdichtheid in Zogwetering nauwelijks afwijkt en in veel gevallen lager is.
In (delen van) wijken waar sprake is van een lagere bebouwingsdichtheid is voornamelijk sprake van vrijstaande woningen. De volgens de gemeentelijke Woonvisie gewenste mix van sociale woningbouw, middenhuur en vrije sector woningen, zoals ook gerealiseerd moet worden in de Zogwetering, ontbreekt hier. De beoogde dichtheden voor het gebied Zogwetering zijn wat ons betreft passend bij de omgeving en passend bij een dorps karakter.
Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021
10
In de participatieronde is gesproken over appartementen met 3 tot 4 bouwlagen, met een terugliggende vierde bouwlaag. In tegenstelling tot wat inspreker suggereert wordt in de Structuurvisie (blz. 27) niet uitgegaan van appartementengebouwen van 5 bouwlagen maar van 3 tot 4 bouwlagen, waarbij een vierde laag als terugliggende laag wordt gerealiseerd. Mogelijk dat de indicatieve voorbeelduitwerking de indruk wekt dat er sprake is van vijf bouwlagen. Deze is na vaststelling van de Structuurvisie niet kaderstellend. Wij willen nadrukkelijk herhalen dat de Structuurvisie uit gaat van maximaal 3 tot 4 bouwlagen, waarbij de vierde laag als terugliggende kap wordt gerealiseerd. Conclusie Uit deze en andere reacties maken wij op dat er onduidelijkheid is over de status van de indicatieve voorbeelduitwerking. Deze is als bijlage aan de Structuurvisie toegevoegd en dus niet het uitgangpunt voor de uitwerking in de volgende fase. Omdat de indicatieve voorbeelduitwerking nu onderdeel is van één integraal document (Structuurvisie) kan de indruk ontstaan dat hier sprake is van een kaderstellend onderdeel van de Structuurvisie. Naar aanleiding van de reactie wordt de indicatieve voorbeelduitwerking uit het integrale document gehaald. 2.8 Samenvatting De inspreker is eigenaar van gronden gelegen binnen het plangebied.
De inspreker stelt zich op het standpunt dat zij door de gemeente bewust buitenspel zijn gezet en niet in de planvorming zijn betrokken. Na vestiging van het voorkeursrecht is de grondeigenaar niet meer benaderd voor overleg. Zij zijn niet uitgenodigd voor het participatieproces of hebben op geen andere manier informatie ontvangen. De inspreker is hierdoor van mening dat niet voldaan wordt aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Er is immers geen rekening gehouden met de wensen, zorgen en belangen van de inspreker. Inspreker constateert dat het plangebied enerzijds ligt in het gebied dat aangewezen is voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (rode contour) maar anderzijds is gelegen in het gebied met uitzonderlijke en unieke cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). Inspreker stelt dat de gekozen begrenzing arbitrair lijkt en is van mening dat niet duidelijk is op welke feitelijke informatie de begrenzing en de daaruit volgende vergaande bebouwingsbeperkingen zijn gebaseerd. De begrenzingen en daaruit voortkomende beperkingen zijn daarom niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand gekomen. Inspreker merkt op dat hun gronden aangeduid worden als recreatief uitloopgebied ten behoeve van de bewoners van de nieuwe woningen die gebouwd worden op de andere gronden.
Het initiatief voor de inrichting hiervan wordt geheel bij inspreker gelegd zonder dat deze mee deelt in de meerwaarde die het totale plan oplevert voor de gemeente of een eventuele ontwikkelende partij. De inspreker wordt zodoende geconfronteerd met de lasten, zonder mee te delen in de opbrengsten. De uitkomsten van de Heritage impact Assessment (HIA) heeft vergaande beperkingen voor het gebruik van de gronden. Inspreker stelt niet in de gelegenheid gesteld te zijn om op te komen tegen de inhoud van de HIA en de aanwijzing tot Unesco Werelderfgoed. De inspreker zegt daardoor benadeeld te zijn. Inspreker vindt het opmerkelijk dat ontwikkelingen buiten de grens van de NHW, welke de uitzonderlijke waarden ook niet mogen aantasten, gezien worden als ontwikkelingen die geen negatief effect hebben. De gemeente rekent volgens inspreker met twee maten en is als planopsteller en initiatiefnemer de “slager die zijn eigen vlees keurt”. Volgens inspreker is er bij de eerdere participatie sprake geweest van vooringenomenheid. De Gemeente heeft tijdens stakeholders en omwonenden gevraagd in hoeverre het weiland aan de Machinekade bebouwd mag worden en deze vraag gekoppeld aan de voorwaarde dat het overige deel gebruikt word als wandel- en speelgebied. Hierdoor ontstaat de indruk dat de gemeente de vraag stuurt en bovendien aanvullende beperkingen creëert.
Dit beeld wordt versterkt door de suggestie dat in de toekomst mogelijk een wandelpad kan worden aangelegd over het weiland, terwijl hier medewerking vereist is van de inspreker, de huidige grondeigenaar. Volgens inspreker zijn de uitkomsten van de participatie en het daarop gebaseerde voorkeursmodel op een voor de gemeente gunstig scenario.
Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021
11
Tot slot merkt inspreker op dat de visiekaart niet overeenkomt met de analysekaarten en de voorkeursmodellen. Zo bevat de visiekaart elementen uit beide modellen. Inspreker vraagt zich af hoe dit tot stand is gekomen en constateert dat dit alleen bouwmogelijkheden oplevert op grond dat in “eigendom” is van de gemeente. De inspreker sluit de reactie af met de opmerking dat de Structuurvisie ook niet voorziet in de zichtlijnen die verondersteld worden aanwezig te zijn. Beantwoording De gemeente heeft bij het vestigen van het voorkeursrecht contact opgenomen met de grondeigenaren om dit besluit toe te lichten. Met het vestigen van het voorkeursrecht heeft de gemeente het eerste recht van koop verkregen. De eigenaar dient bij vervreemding eerst de gemeente in de gelegenheid te stellen om de gronden te verkrijgen. Indien de gronden waar het Wvg is op gevestigd door de eigenaar aan de gemeente te koop wordt aangeboden, dient het college van B&W binnen 8 weken na aanbieding een besluit te nemen of zij in beginsel bereid is om over te gaan tot verwerving of niet. De gemeente heeft voor deze ontwikkeling op drie percelen het voorkeursrecht gevestigd. Het perceel van de Van Linge Stichting (het weiland aan de Machinekade) en de percelen van AGV. Voor de ontwikkelmogelijkheden is het voor de gemeente van belang allereerst het perceel van AGV aan te kopen.
Om die reden is besloten eerst de gesprekken met AGV te starten. Begrenzing en beperkingen NHW De voorliggende Structuurvisie stelt de begrenzing uiteraard niet vast, daartoe is de gemeente ook niet beslissingsbevoegd. De begrenzing van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) komt uit het nominatiedossier, zoals ingediend bij UNESCO. Op 26 juli 2021 heeft de WHC (World Heritage Convention) de NHW als uitbreiding van de Stelling van Amsterdam op de werelderfgoedlijst geplaatst. De verantwoording voor de begrenzing van het werelderfgoed is opgenomen in het nominatiedossier en gericht op de te beschermen kernkwaliteiten. Onderdeel daarvan is de verdediging gebaseerd op onderwaterzetting, het inundatiegebied. Binnen de grenzen van het werelderfgoed verplicht Nederland zichtzelf om de kernkwaliteiten te beschermen. Een toelichting op de kernkwaliteiten en attributen inclusief een kaartbeeld met de locatie is opgenomen in de HIA. De begrenzing van het nominatiegebied en de attributen die onderdeel uitmaken van de ingediende nominatie zijn ook te vinden via deze link. Het plangebied valt net buiten de zogenaamde verboden kringen van de forten (Kringenwet 1853), maar is wel onderdeel van het vroegere inundatiegebied. Het karakter van dit inundatiegebied en de bijbehorende attributen moet behouden blijven. In deze delen is het van belang het karakter van het polderlandschap te behouden.
De grens van het werelderfgoed komt niet per definitie overeen met de rode contour. Alle onderdelen die bijdrage aan de authenticiteit en integriteit van de Hollandse Waterlinies zijn opgenomen in de begrenzing van het werelderfgoed. Dat betekent dat ook binnen de “rode contour” stedelijke ontwikkelingen beperkt kunnen worden wanneer deze gelegen zijn binnen de begrenzing van de NHW en negatieve gevolgen hebben voor de instandhouding van de beschermde waarden. Ook ontwikkelingen binnen de “rode contour” zijn altijd gebonden aan aanvullende wet- en regelgeving, zeker zwaarwegende regelgeving met betrekking tot het UNESCO Werelderfgoed. De HIA is een impact assessment, een risico inschatting. Uit de HIA blijkt dat bebouwing van het weiland veel risico’s met zich mee brengt voor een negatieve beoordeling vanuit UNESCO. Bebouwing op het weiland vraagt investeringen die zich moeilijk terug laten verdienen. Anderzijds is uit de participatie duidelijk naar voren gekomen dat er weinig draagvlak is vanuit de omgeving voor het bebouwen van het weiland. Dit is voor de gemeente de reden om zeer terughoudend te zijn met het meenemen van het weiland als bebouwingsmogelijkheid in de Structuurvisie.
In de reactie wordt door inspreker gesteld dat de Structuurvisie aangeeft dat de kwaliteit van het inundatieveld alleen kan worden behouden door het weiland langs de Machinekade onaangetast te laten. Dit is niet juist. De kwaliteit kan ook behouden blijven met (gedeeltelijke) bebouwing van het weiland, maar dan moeten er ook andere ontwikkelingen gerealiseerd worden. Verplaatsing van de scouting bijvoorbeeld. Echter, betekent dit nog niet dat het hele weiland volgebouwd kan worden. Als ervoor wordt gekozen om een deel van het weiland te bebouwen, dan dient in elk geval elders sprake te zijn van een duidelijke kwaliteitsverbetering, zoals het herstel en intact houden van de relevante zichtlijn vanaf de hoofdverdedigingslijn naar het inundatiegebied.
Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021
12
Groene inrichting, meerwaarde voor de gemeente Uit het participatietraject is naar voren gekomen dat omwonenden en andere overlegpartners, veel belang hechten aan het behoud van de groene uitstraling van dit perceel. De reacties vanuit de eerdere participatie en de beperkingen vanuit de NHW hebben ertoe geleid dat in de Structuurvisie zeer terughoudend wordt omgegaan met nieuwe ontwikkelingen op het weiland langs de Machinekade. Zoals hiervoor gezegd is het wellicht mogelijk om beperkt bebouwing toe te staan als elders een duidelijke verbetering kan plaats vinden. De conclusies zullen er waarschijnlijk zelfs toe leiden dat het voorkeursrecht voor dit perceel komt te vervallen omdat hier sprake is van een oneigenlijk verzwaring. Wij zullen de eigenaar in dat geval niet verplichten de grond opnieuw in te richten, bijvoorbeeld als wandel- of speelgebied voor omwonenden. Onevenredige benadeling door interpretatie nominatiebesluit HIA De HIA bevat een effectbeoordeling van enkele varianten van plannen en geeft inzicht op welke kernkwaliteiten van de NHW het plan effect heeft. Het is gebaseerd op de Leidraad voor Heritage Impact Assessments van ICOMOS. ICOMOS is het vast adviesorgaan van UNESCO. De HIA geeft geen randvoorwaarden, maar toetst de ontwikkeling op de te beschermen kernkwaliteiten.
De HIA geeft aanbevelingen op welke onderdelen een plan aangepast kan worden om het eventuele negatieve effect op de kernkwaliteiten te verminderen of positieve effecten te versterken. De HIA zelf biedt geen beperkingen, het is een toetsingsinstrument. In het beleid van het Rijk, provincie en gemeenten zijn de kernkwaliteiten van de NHW al jaren beschermt. Dit is niet anders geworden met het indienen van het nominatiedossier. Per ontwikkeling kan een HIA anders worden ingezet. Meestal is het een onderdeel van het totale planproces en dient ter onderbouwing van te maken bestuurlijke keuzes. De inspraak vindt plaats via de in Nederland geëigende instrumenten, in dit geval de Structuurvisie. Dit omdat de HIA geen nieuw beleid is, maar een uitwerking van bestaand beleid. De HIA bevat een onafhankelijk advies met een objectieve beoordeling, gebaseerd op de door ICOMOS ontwikkelde methode. In dit geval kan de HIA gezien worden als een risico inschatting op basis waarvan bestuurlijke besluiten genomen kunnen worden. Het bevat aandachtpunten voor de verdere planontwikkeling vanuit het perspectief van het werelderfgoed. Daarbij is er een verschil in benadering van ontwikkelingen binnen het werelderfgoedgebied en daarbuiten. Binnen het werelderfgoedgebied dienen de kernkwaliteiten beschermt te worden.
Buiten het werelderfgoedgebied gaat het om het voorkomen van negatieve externe invloeden op de kernkwaliteiten. Bijvoorbeeld de visuele integriteit. In de HIA is per variant ook gekeken naar externe effecten van de varianten (waaronder hoogte van bebouwing) op het toekomstige werelderfgoed. Aandacht besteden aan hoogte gebouwen Met de voorgestelde bouwhoogte van 3 tot 4 bouwlagen, waarbij een eventuele vierde bouwlaag een terugliggende laag zal zijn, is er geen sprake van schaalverstoring ten opzichte van de bestaande bebouwing op het terrein van de RWZI. Bovendien zal met de situering en de hoogte van de nieuwe bebouwing vooral aan de rand van de ontwikkellocatie nog rekening worden gehouden met de kwaliteiten van het gebied van de NHW. De zichtlijn vanaf de hoofdverdedigingslijn blijft daarbij vrij of wordt niet meer belemmerd dan in de huidige situatie het geval is. Tevens geldt hierbij dat de situatie ten tijde van de aanvraag van de nominatie tot UNESCO werelderfgoed het uitgangspunt is voor de toetsing in een HIA. Verslechtering ten opzichte van die uitgangssituatie is niet toegestaan. De modellen (denkrichtingen) die in het visietraject zijn opgesteld zijn hieraan getoetst. Het uiteindelijke ontwerp zal nogmaals middels een HIA worden getoetst. Uiteindelijk is het aan de provincie als bevoegd gezag om hier akkoord op te geven.
Er is dus geen sprake van “een slager die zijn eigen vlees keurt.” Vooringenomenheid Het participatietraject dat is doorlopen bestaat uit een aantal stappen. We verwijzen hierbij naar het participatiedocument wat is bijgevoegd bij de Structuurvisie. Na de ruimtelijke analyse is er een aantal modellen (denkrichtingen) opgesteld. Hierbij zijn ook modellen gepresenteerd waarbij het weiland is bebouwd. Alle scenario’s zijn hierbij open gehouden. Zo zijn in de HIA modellen opgenomen waarbij 12 tot zelfs 54 woningen zijn geprojecteerd op het perceel van inspreker. Uit de participatieronden kwam naar voren dat veel omwonenden en stakeholders het weiland open willen houden en het liefst ingericht zien als natuur- en wandelgebied. Dit is aanleiding geweest om in de enquête specifiek te vragen naar de mogelijkheid om wel bebouwing toe te staan, mits de rest van het weiland als park te gebruiken is. Op deze manier is onderzocht of omwonenden nog enigszins open staan voor
Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021
13
bebouwing als ze daarvoor in de plaats een park zou komen. De enquête heeft overigens ook de vraag gesteld welke locaties men wel of niet geschikt vindt voor woningbouw. Hierbij konden de respondenten zelf op de kaart aangeven waar zij woningbouw wenselijk vinden. Op deze manier is inzichtelijk geworden dat er weinig draagvlak is voor woningbouw op het weiland. Inhoudelijke tegenstrijdigheden en feitelijke onjuistheden De modellen A en B zijn beiden als discussiestuk voorgelegd aan de wijkbewoners, gebiedspartijen en stakeholders. Aan de participanten is gevraagd om voor beide modellen zowel de sterke als zwakke punten aan te geven. Het uiteindelijke voorkeursmodel bevat een combinatie van onderdelen uit beide modellen. Het voorkeursmodel is daarbij grotendeels gebaseerd op model A, aangezien voor dit model het meeste draagvlak bleek te bestaan vanuit de wijkbewoners (met name vanwege het vrijhouden van het weiland). De Structuurvisie bevat echter ook enkele onderdelen uit model B, die als sterk punt naar voren zijn gekomen vanuit de participatie en die tevens bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Dat verklaart waarom model A niet integraal is overgenomen, maar op enkele onderdelen is aangevuld met enkele onderdelen uit model B.
Zichtlijnen In de HIA is aangegeven dat in elk geval de relevante zichtlijn vanaf de hoofdverdedigingslijn naar het inundatiegebied intact gehouden dient te worden. Deze lijn loopt vanaf de Zandweg (schuin) over het terrein van het weiland langs de Machinekade en is als pijl ingetekend op de kaarten op pagina 17, 24 en 30. Deze zichtlijn dient in alle gevallen te worden gerespecteerd en gevrijwaard te blijven van zichtbelemmerende bebouwing. Hiermee is rekening gehouden in de Structuurvisie. Conclusie Deze zienswijze heeft geen wijzigingen in de Structuurvisie tot gevolg. 2.9 Samenvatting De inspreker heeft grote bezwaren tegen het voorkeursmodel dat “fors” afwijkt van Model A en andere modellen die eerder besproken zijn tijdens het participatieproces. Daarmee gaat de gemeente volgens inspreker voorbij aan de wens en mening van diverse wijkbewoners die deelgenomen hebben aan het participatietraject. Zij voelen zich genegeerd en niet respectvol behandeld. De inspreker vraagt zich af wat de status van de indicatieve voorbeelduitwerking van het voorkeursmodel is en stelt zich op het standpunt dat een Structuurvisie moet beschikken over een definitieve uitwerking alvorens omwonenden zich kunnen uitspreken. Inhoudelijk heeft de inspreker twee met elkaar samenhangende bezwaren: -
-
Bezwaar tegen verwijderen aarden wal, het verkleinen van de speelruimte en de toevoeging van appartementen naast het bestaande gebouw. De huidige inrichting, dat dient als speel- en recreatiegebied, vormt een integraal geheel welke goed past bij de wijk. Door het doorbreken van de aarden wal gaat waardevol groen verloren, tegen de wens van omwonenden. Het fietsen wandelpad wordt niet gezien als probleem. De inspreker vindt een appartementengebouw niet passend op deze locatie, binnen het beschermingsgebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Daarbij is voor inspreker nu onvoldoende duidelijk wat er precies gerealiseerd kan worden. De Structuurvisie biedt geen enkele zekerheid. Bezwaar tegen bebouwing in de groenstrook. De groene uitstraling moet behouden blijven en de bouw van appartementen in deze groenstrook wordt niet onderbouwd. Ook is niet onderzocht welke behoefte er is aan andere functies in dit gebouw en welke gevolgen (verkeer, parkeren) de realisatie van een gebouw op deze plek heeft.
Beantwoording De modellen A en B zijn beiden als discussiestuk voorgelegd aan de wijkbewoners, gebiedspartijen en stakeholders. Aan de participanten is gevraagd om voor beide modellen zowel de sterke als zwakke punten aan te geven. Het uiteindelijke voorkeursmodel bevat een combinatie van onderdelen uit beide modellen. Het voorkeursmodel is daarbij grotendeels gebaseerd op model A, aangezien voor dit model het meeste draagvlak bleek te bestaan vanuit de wijkbewoners (met name vanwege het vrijhouden van het weiland). De Structuurvisie bevat echter ook enkele onderdelen uit model B, die als sterk punt naar voren zijn gekomen vanuit de participatie en die tevens bijdragen aan het versterken
Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021
14
van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Dat verklaart waarom model A niet integraal is overgenomen, maar op enkele onderdelen is aangevuld met enkele onderdelen uit model B. De Structuurvisie legt de basis voor de verdere uitwerking van een woningbouwplan in het gebied. De visiekaart legt de toekomstige hoofdstructuur van het gebied vast, met daarin onder andere een aantal “vlekken” waar in de toekomst nieuwbouw kan worden gerealiseerd. Deze visiekaart wordt samen met de onderbouwing in de Structuurvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Deze zijn kaderstellend voor de verdere uitwerking van het plan. In het vervolgtraject worden de vlekken verder ingevuld. Daarbij wordt gekeken naar het woningbouwprogramma, de bouwhoogte, de materiaalkeuze en de uitstraling. In dit stadium ligt dit nog niet vast. Bij die verdere uitwerking worden omwonenden, stakeholders en overlegpartners opnieuw betrokken. Met de vaststelling van de Structuurvisie wordt de indicatieve voorbeelduitwerking niet vastgesteld en dus ook niet kaderstellend. Deze is bedoeld als globale verkenning van woningaantallen en woningtypes die binnen de verschillende modellen gerealiseerd kunnen worden. De indicatieve voorbeelduitwerking is nodig om op voorhand een indicatie te kunnen krijgen met betrekking tot de (financiële) uitvoerbaarheid van een eventuele ontwikkeling en de gevolgen voor de omgeving.
Denk hierbij aan de gevolgen voor verkeer. Ook het woningbouwprogramma staat nog niet definitief vast, maar op basis van een indicatieve voorbeelduitwerking is wel globaal verkend welke woningaantallen en woningtypes binnen het voorkeursmodel haalbaar zijn. Hier komen de aantallen van 100 tot 130 woningen vandaan. Er is voor gekozen om deze indicatieve voorbeelduitwerking op te nemen in de Structuurvisie omdat een 3D beeld meer tot de verbeelding spreekt dan een 2D plattegrond. Het zegt echter niets over de concrete stedenbouwkundige invulling en de architectuur, vormgeving en materiaalkeuze van de beoogde nieuwbouw. Dit komt bij de nadere uitwerking van de Structuurvisie in een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE). Bij het opstellen van een bestemmingsplan worden de uiteindelijke functies/bestemmingen juridisch vastgelegd. Verbinding en ontmoeting Vanuit de ruimtelijke kwaliteit en sociale samenhang heeft het de voorkeur om de nieuwe woonwijk te verbinden met de bestaande wijk. Dit om te voorkomen dat de nieuwe wijk een geïsoleerd gelegen enclave achter het groen wordt. De nieuwe wijk moet een logisch onderdeel worden van de rest van de wijk. In de ontwerp Structuurvisie is er daarom voor gekozen om de (ruimtelijke en sociale) verbinding te verbeteren tussen de bestaande en nieuwe woonbuurt.
Die verbinding vindt plaats door de speelplaats te behouden (sociale ontmoetingsplek), nieuwe voet- en fietspaden aan te leggen (fysieke verbindingen) én de mogelijkheid te bieden voor een nieuw gebouw met op de buurt gerichte voorzieningen aan de rand van de groenstrook (ruimtelijk-functionele samenhang). De mogelijkheid voor bewoners om in te spreken op deze visie, geeft (nogmaals) de mogelijkheid om op te halen hoe de omwonenden de gemaakte keuzes beoordelen. Na deze ter inzage legging kunnen die keuzes definitief gemaakt worden. Groen Een groene en goed ingepaste omgeving draagt bij aan een goed woon- en leefklimaat. De Structuurvisie is er op gericht om de bestaande (groen)structuren zoveel mogelijk te behouden. Vanuit die kwaliteit zal een verbinding gerealiseerd worden tussen de nieuwe en de bestaande wijk. De bestaande groenvoorzieningen zijn echter vooral gerealiseerd op en aan bouwwerken (aarden wal en geluidsscherm) die als functie hadden om de bestaande wijk af te schermen van de naastgelegen functies (RWZI en afvalscheidingsstation). Deze functies zullen komen te vervallen en daarmee zullen ook de noodzaak van een geluidsscherm en de aarden wal komen vervallen. De gemeente wil de groenstructuur en bestaande beplanting zoveel behouden maar met de nieuwe woonwijk zal (een gedeelte van) de aarden wal in ieder geval verdwijnen.
Bijvoorbeeld bij het realiseren van een doorsteek voor een wandel- en fietspad. Ook het geluidsscherm zal verdwijnen. Bebouwing in groenstrook Tijdens de voorbereidende participatieronden zijn er meerdere modellen besproken en gepresenteerd. Toen is gebleken dat model A, waarbij de bebouwing zich voornamelijk concentreert op het terrein van de voormalige RWZI en het huidige afvalscheidingsstation, kon rekenen op veel draagvlak. In het participatieproces zijn er ook deelnemers geweest die juist gewezen hebben op de groenstrook bij het bestaande appartementengebouw als mogelijke ontwikkellocatie. Ook bleek er een wens te zijn naar functies met een maatschappelijke meerwaarde, welke een bijdrage kunnen leveren aan sociale cohesie en de “ontmoeting” tussen bestaande en nieuwe bewoners. Daarom is de gemeente op zoek gegaan naar een plek waar deze wensen bij elkaar gebracht zouden kunnen worden. Nota beantwoording zienswijzen, Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Zogwetering d.d. 6 september 2021
15
De gekozen plek ter plaatse van de groenstrook naast het bestaande appartementengebouw ligt centraal in de wijk en zou goed toegankelijk zijn voor bestaande en nieuwe buurbewoners. In tegenstelling tot de reactie van inspreker is deze niet gelegen binnen de begrenzing van de NHW. De functies en voorzieningen in een mogelijk gebouw op deze plek zouden gericht zijn op de buurt en haar bewoners. Gedacht werd aan werkruimte ZZP’ers uit de buurt, (bijeenkomst)ruimte voor buurtbewoners en verenigingen (denk aan vergaderingen VVE). Duidelijke voorwaarde was dat zij maar een beperkte verkeersaantrekkende werking zouden hebben. Om de financiële uitvoerbaarheid hiervan te kunnen garanderen is een combinatie gemaakt met (senioren)woningen. Uit deze en andere reacties is echter naar voren gekomen dat er nog altijd weinig draagvlak is voor het bebouwen van de groenstrook en veel onzekerheid is over de mogelijke invulling van de beoogde voorzieningen. De reacties hebben ertoe geleid dat gemeente de bouwmogelijkheid op deze plek heeft heroverwogen. Hoewel de gemeente in de Structuurvisie nog altijd ruimte wil bieden aan functies en voorzieningen die een maatschappelijke meerwaarde betekenen op het gebied van “ontmoeten” en “verbinding”, zal niet langer ingezet worden op een nieuwe ontwikkeling in deze groenstrook.