CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota Inspraak en Overlegreacties.pdf

Raad 1 oktober 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 18: Vaststellen Bestemmingsplan Nieuwersluis36.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

2 alinea's met “vrom”: 204 497

4.7. Bewoning historische zomerwoning 4.7.1 Omschrijving In de ruimtelijke onderbouwing uit 2008 worden de historische wagenberging en zomerwoning al genoemd. Dit als onderdeel van de cultuurhistorische versterking van het perceel. Het verzoek was daarbij vooral gericht op de renovatie van bestaande structuren. Pas later is uiteindelijk vergunning verleend voor de bouw van historische wagenberging en de renovatie van de zomerwoning. Nu het bestemmingsplan “Nieuwersluis” wordt geactualiseerd heeft aanvrager, als onderdeel van de inspraakreactie, het verzoek ingediend om de zomerwoning alsnog te kunnen bewonen.

4.7.2 Huidige bestemming De bouwwerken, in het bijzonder de zomerwoning, zijn gelegen op een tuinbestemming, voorzien van een bouwvlak. De gebouwen mogen gebruikt worden als bergruimte. Achteraf gezien kan de vraag gesteld worden waarom deze bouwwerken een tuinbestemming hebben gekregen. Waarschijnlijk zag men hierin de enige mogelijkheid om het beoogde gebruik goed vast te leggen. Een agrarisch bouwvlak kan immers niet worden toegekend (o.a. milieuregels) en een woonbestemming wekt de indruk dat hier gewoond zou mogen worden. Door de huidige bestemming is gebruik als woonruimte uitgesloten. O grond van het bestemmingsplan kan geen medewerking verleend worden aan het verzoek.

4.7.3 Beoordeling De gemeente Stichtse Vecht is in navolging van de provincie Utrecht terughoudend met het toekennen van nieuwe woonbestemmingen in het landelijk gebied. Daarmee wil de gemeente verdere verstedelijking van het landelijk gebied voorkomen en de karakteristieke waarden beschermen. Er zijn echter enkele uitzonderingen. Deze uitzonderingen hebben tot doel de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Eén mogelijkheid is de “ruimte-voorruimte-regeling”, zoals deze is toegepast bij de vergunningverlening in 2008. Deze kan alleen toegepast worden wanneer er sprake is van een agrarische bestemming, inclusief bouwperceel. Via de vergunningverlening in 2008 heeft het perceel deze transformatie al ondergaan. Door de “sloop” van bestaande bedrijfsbebouwing en aanvullende maatwerkafspraken is een ontwikkeling in gang gezet welke de nieuwbouw van de woning op het perceel Mijndensedijk 61 mogelijk hebben gemaakt. Deze “ruimte-voor20 – Mijndensedijk 53 te Nieuwersluis, d.d. 2 maart 2021

ruimte-regeling” kan uiteraard maar één keer per perceel worden toepast. Daarbij geldt ook dat de (beoogde) kwaliteitsverbetering uit 2008 nu opnieuw gebruikt kan worden ter onderbouwing van dit verzoek. Bij de vergunningverlening in 2008 is nadrukkelijk aangegeven dat er “slechts” één woonbestemming gerealiseerd kon worden. Destijds werd onder de noemer “zomerwoning”, het atelier naast de boerderij gerealiseerd. Toen al werd door de provincie Utrecht benadrukt (brief van 21 september 2007) dat dit pand niet benut mocht worden ten behoeve van woondoeleinden. De uitgangspunten van het provinciaal ruimtelijk beleid zijn sindsdien niet zodanig gewijzigd dat het toekennen van een extra woonbestemming nu wel mogelijk is. Gelet op de gewijzigde status van de Nieuwe Hollandse Waterlinie als Unesco Werelderfgoed mag eerder aangenomen worden dat de regelgeving juist is aangescherpt. In tegenstelling tot 2008 is nu sprake van een woonbestemming. De zomerwoning heeft (opnieuw) de status van een bijgebouw. Het gemeentelijk ruimtelijk beleid voorziet niet in mogelijkheid om hier alsnog een woonbestemming toe te kennen. Dat wil de gemeente ook niet omdat dit verzoek niet bijdraagt aan het behoud en versterken van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden.

De verruiming van het gebruik van dit bijgebouw levert geen directe kwaliteitsverbetering op, volgt niet uit een dringende noodzaak en intensiveert bovendien het gebruik van percelen die bedoeld zijn voor natuurontwikkeling en landschapsbeheer. Daarbij is in overweging genomen dat de aanvrager in onze ogen de maatwerkafspraken behorende bij de vergunning uit 2008 nog niet eens is nagekomen.

4.7.4. Wensen inspraakreactie Het voornaamste argument van aanvrager om bewoning van het historische zomerhuis toe te staan is dat dit oorspronkelijk altijd zo gebruikt is. Door dit gebruik opnieuw toe te kennen wordt de cultuurhistorische waarde van het perceel versterkt. Gelet op het voorgaande is er geen aanleiding hier medewerking aan te verlenen.

4.7.5 Conclusie

4.8.3. Atelier

De gemeente zal geen medewerking verlenen aan het gebruik van de historische zomerwoning als woning. Bij het vervolg van de procedure van het bestemmingsplan “Nieuwersluis” zal als gevolg van de inspraakreactie wel bezien moeten worden of de huidige tuinbestemming het meest doelmatig is. Een woonbestemming met bouwvlak voor een bijgebouw waarbij bewoning wordt uitgesloten en het gebruik ten behoeve van opslag wordt aangeduid, ligt het meest voor de hand. Een verbindingsteken waarmee het vrijstaande bijgebouw aan de boerenhofstede wordt gekoppeld zorgt dat deze aan elkaar verbonden zijn. Zo kan de ruimtelijke relatie gewaarborgd blijven.

In de inspraakreactie wordt terecht geconstateerd dat ook het in 2008 vergunde bijgebouw naast de woning, aangeduid als atelier, niet voorzien, is van een bouwvlak. Ook hiervoor zal een bouwvlak worden opgenomen waarbij wonen wordt uitgesloten en een kantoor-aan-huis / atelier mogelijk wordt gemaakt.

4.8. Overige wensen inspraakreactie 4.8.1 Omschrijving In de inspraakreactie worden aanvullende op de aangevraagde omgevingsvergunningen nog enkele wensen naar voren gebracht. de ruimtelijke inpasbaarheid van deze wensen zal in het vervolg van deze paragraaf besproken worden.

4.8.2 Woonboerderij Net als bij de hooiberg hebben de eigenaren de wens om in de woonboerderij groepsactiviteiten te ontplooien zoals workshops en trainingen voor maximaal 20 personen. Er is echter geen aanleiding om in afwijking van gangbaar ruimtelijk beleid, in vergelijking tot andere percelen met een woonbestemming, medewerking te verlenen aanvullende gebruiksmogelijkheden die niet ondersteunend zijn aan de hoofdfunctie van de woonbestemming. Hierbij gaat het om nieuwe gebruiksmogelijkheden welke in afwijking zijn met de eerdere maatwerkafspraken en een ongewenste en bedrijfsmatige functies op het perceel zouden kunnen faciliteren. Individueel en in samenhang met andere activiteiten op het perceel levert dit, bijvoorbeeld door een toename van het aantal verkeersbewegingen en benodigde parkeerplaatsen, een verstoring op van het gewenste ontwikkelbeeld.

21 – Mijndensedijk 53 te Nieuwersluis, d.d. 2 maart 2021

4.8.4. Erfafscheidingen / -muren In het bestemmingsplan is een algemene regeling opgenomen voor erfafscheidingen en –muren. Voor individuele situaties zal geen uitzondering gemaakt worden.

4.8.5. Uitbreiding van de bestemming wonen. De eigenaren willen de woonbestemming graag “verlengen” zodat achter het perceel Mijndensedijk 61, waar nu de stapmolen staat, buitenopslag en parkeervoorzieningen gerealiseerd kunnen worden. Extra parkeervoorzieningen, ook voor trailerstallingsplaatsen, en buitenopslag hebben een directe relatie tot de gewenste gebruiksmogelijkheden. De ruimte is nodig om de (extra) bezoekers en materiaal te kunnen ontvangen en stallen. Nu er geen aanleiding is om te voorzien in de gewenste uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden is een verruiming van de bestemming niet aan de orde. Daarbij wordt in overweging genomen dat de uitbreiding niet ten dienste staat van de woonfunctie maar van alle aanverwante activiteiten op het perceel. Opvallend is ook dat de uitbreiding van de woonbestemming gevraagd wordt ter plaatse van de vergunde stapmolen. Juist de stapmolen en paddock moeten voorzien worden van een bijbehorende aanduiding.

4.8.6. Natuur Netwerk Nederland Voor de het opstellen van regels die betrekking hebben op het Natuur Netwerk Nederland (NNN) zijn de regels uit het provinciaal ruimtelijk beleid van toepassing. Daarbij is weinig ruimte voor ruimere bouw-, aanleg- of gebruiksmogelijkheden. Ontwikkelingen in gebieden gelegen in het NNN zullen moeten voldoen aan deze regelgeving. Ontwikkelingen moeten afgestemd zijn op deze regels. De regels zullen niet aangepast worden op grond van individuele (gewenste) ontwikkelingen.

Bijlagen -

Advies Mooisticht d.d. 19 februari 2021 Advies ODRU d.d. 15 februari 2021 Reactie provincie Utrecht d.d. 10 februari 2021

22 – Mijndensedijk 53 te Nieuwersluis, d.d. 2 maart 2021

NOTITIE aan

-

kopie Van Opsteller

088 – 022 50 00

Telefoon

15 februari 2021

Datum

Z/20/169364 / D - 477250

Kenmerk

Activiteiten locatie Mijndensedijk 53 Nieuwersluis

Onderwerp

8

aantal pag.

Aanleiding Op uw locatie aan de Mijndensedijk 53 in Nieuwersluis zijn diverse bouwwerken gerealiseerd en worden verschillende activiteiten uitgevoerd, waartegen diverse klachten en handhavingsverzoeken ingediend zijn. Voor milieu en ruimtelijke ordening gelden andere wettelijke toetsingskaders en uitgangspunten. Aan beide moet worden voldaan bij het uitvoeren van activiteiten en het realiseren van bouwwerken. Er bestaat onenigheid over de reikwijdte van de verleende vergunning en bestaat er onduidelijkheid over de planregels van het bestemmingsplan. Vooral het gebruik als paardenhouderij roept vragen op. Ook bij u als eigenaar. Dit resulteert in een aantal lopende (juridische) procedures waarvan enkele gestart door directe omwonenden. U heeft aangegeven duidelijkheid te willen krijgen over wanneer er op uw perceel sprake is van hobbymatigheid, waarbij u heeft aangegeven binnen de grenzen van hobbymatig te willen blijven. Op 10 december 2020 heeft er een bezoek aan uw locatie plaatsgevonden. Hierbij was u met uw adviseur ..................... aanwezig, namens de gemeente Stichtse Vecht was ..................... en namens de Omgevingsdienst regio Utrecht waren .............. en.................. aanwezig.

Doel van het bezoek was om vast te kunnen stellen bij welke omvang de huidige en gewenste activiteiten nog als hobbymatig in het kader van milieu zijn aan te merken en hoe zich dit verhoudt met de goede ruimtelijke ordening. Ter ondersteuning van het bezoek en het gesprek heeft u een concept notitie opgesteld d.d. 3 november 2020. Leeswijzer Hieronder omschrijven wij eerst de situatie op de locatie Mijndensedijk 53 en onder punt 2 worden de door u aangegeven gewenste activiteiten en bouwwerken genoemd. Dan gaan wij onder punt 3 in op de aspecten in het kader van milieu. Daarna wordt onder punt 4 de situatie belicht vanuit ruimtelijke ordening en volgt onder punt 5 de gezamenlijke conclusie vanuit milieu en ruimtelijke ordening.

Samenvatting Om aangemerkt te worden als hobbymatig in het kader van milieu mogen er op de locatie Mijndensedijk 53 Nieuwersluis, niet meer dan 5 schapen met 15 lammeren tot 1 jaar worden gehouden, waarbij met deze bijbehorende lammeren niet mag worden gefokt, en niet meer dan 4 paarden met eventueel bijbehorende veulens tot de speenleeftijd. De huidige attributen ten behoeve van het houden van paarden dient terug gebracht te worden zodat het perceel een extensief hobbymatig karakter vertoond. Aanverwante activiteiten dienen beperkt te blijven. Daarbij wordt geadviseerd ook overige bouwwerken, bebouwing en functies hiervan te beperken zodat het perceel in zijn geheel, geen bedrijfsmatige indruk wekt.

1. Omschrijving Mijndensedijk 53 Voor de locatie Mijndensedijk 53 in Nieuwersluis is in 2009 vergunning verleend voor het beëindigen van een bestaand agrarisch bedrijf, de sloop van bestaande bedrijfsbebouwing, de herinrichting van het voormalige perceel en de nieuwbouw van een extra woning en een stalling. Het perceel valt deels binnen (voorzijde) en deels buiten (weilanden) de bebouwde kom. Volgens de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de, met toepassing van artikel 19 lid 1 Wet op de ruimtelijke ordening (Wro), verleende vergunning dienen de activiteiten, het aanwezige vee en de aanwezige stalling gebruikt en ingezet te worden ten behoeve van duurzaam grondbeheer en het perceel heeft daardoor extensief recreatief karakter. Na vergunningverlening is ook het bestemmingsplan geactualiseerd. Daarbij zijn de maatwerk-afspraken behorende bij de vergunning zo passend mogelijk in het bestemmingsplan over genomen. Het nu geldende bestemmingsplan Nieuwersluis voorziet in een woonbestemming met bouwvlak ter plaatse van de boerderij en een agrarische bestemming zonder bouwvlak ter plaatse van de achterliggende weilanden. Binnen de woonbestemming zijn functieaanduidingen opgenomen voor paardenhouderij, atelier en B&B. De historische wagenberging achterop het perceel is gelegen binnen de bestemming “Tuin”.

Deze is later vergund en mocht gerestaureerd worden om de cultuurhistorische waarden te versterken. De gemeente heeft aangegeven dat niet voor alle voorzieningen vergunning is verleend. Momenteel is aanvraag omgevingsvergunning in behandeling voor een aantal van deze voorzieningen. De gemeente moet beoordelen of hier medewerking aan verleend kan worden. Vanuit milieu zijn er geen activiteiten gemeld op grond van het Activiteitenbesluit en zijn er geen milieuvergunningen verleend.

2. Gewenste activiteiten en bouwwerken Uitgangspunt is om duidelijkheid te krijgen bij welke omvang het houden van dieren en de overige activiteiten nog aangemerkt worden als hobbymatig in het kader van milieu. Vanuit dit kader zal Ruimtelijke ordening hierbij aansluiten, zodat duidelijk is wat er op het perceel is toegestaan binnen de kaders van hobbymatig. Op de locatie worden paarden en schapen gehouden, er wordt mest opgeslagen en er zijn ringslanghopen gecreëerd. Er is een paddock, stapmolen, longeercirkel, buitenrijbaan aanwezig. Er zijn mogelijkheden voor een B&B en er worden op kleine schaal eigen producten verkocht. Er is een woonhuis, een atelierruimte, een wagenberging, een historische wagenberging, een hooimijt, een zomerhuis, een waterput, mestvaalt, erfverharding en hekwerk. Paarden In de huidige situatie zijn 3 paarden aanwezig. Gewenst is het aantal paarden te houden dat nog aangemerkt kan worden als het hobbymatig houden van paarden. In de notitie van 3 november 2020 worden 6 paarden en 3 veulens als gewenst aantal vermeld en middels jurisprudentie wordt een onderbouwing gegeven dat dit aantal nog als hobbymatig kan worden aangemerkt. Tijdens het bezoek is aangegeven dat 6 paarden inclusief veulens het gewenste aantal is en nog als hobbymatig aangemerkt dient te worden. Met enige regelmaat wordt er een veulen gefokt bij één van de merries.

Een veulen wordt na circa 4-6 maanden geleidelijk van de moeder gespeend, waarna het naar een externe opfok gaat. Paarden worden veelal rond hun 3e of 4e jaar zadelmak gemaakt; dit gebeurt hetzij intern, hetzij extern en door een professionele partij. Incidenteel worden de paarden gebruikt voor ‘remontetraining’; dit betreft de eerste 2 opleidingsjaren van een paard (4 en 5 jarigen). De paarden worden hoofdzakelijk gehouden om mee te fokken en de veulens te verkopen. U geeft aan dat in het gunstigste geval de verkoopprijs de gemaakte kosten dekt. De paarden worden voornamelijk door de eigenaresse verzorgd, bereden en getraind. Daarnaast worden de paarden verzorgd en bereden door een zogenaamde ‘bijrijdster’; hier staat geen vergoeding tegenover Ook wordt er regelmatig met de paarden gewandeld en worden ze gepoetst.

Er worden geen stallen verhuurd aan derden, er worden geen paardrijlessen gegeven en geen wedstrijden op het terrein georganiseerd. Er komen geen derden met eigen paarden om gebruik te maken van de stapmolen, paardenbak, longeercirkel of de paddock en ook vindt er geen pensionstalling plaats van paarden van derden. Schapen Tijdens het bezoek zijn 5 volwassen schapen en 5 lammeren aanwezig in de wei van een oud Engels ras, Kerry Hill. Gewenst is een aantal van maximaal 5 volwassen schapen en 15 lammeren die voornamelijk in de wei worden gehouden. Met deze schapen wordt gefokt. De lammeren worden aangehouden voor instandhouding van de eigen kudde, geslacht voor eigen gebruik of verkocht aan de rasvereniging voor de instandhouding van het ras. Alleen tijdens de aflammerperiode worden de schapen op stal gehouden. U geeft aan dat de opbrengsten uit verkoop van de dieren, de wol en de wolproducten in het gunstigste geval gelijk zijn aan de gemaakte kosten en er geen wezenlijke inkomsten worden verworven. Wat betreft het houden van dieren is bij de inschrijving bij de Kamer van Koophandel vermeld dat er activiteiten plaatsvinden met de SBI-code 0162, Dienstverlening voor het fokken en houden van dieren en de SBI-Code 47999, In en verkoop(groot- en detailhandel) van objecten, agrarische - en modische materialen en producten.

Opslag mest Op dit moment wordt de vaste mest opgeslagen in een container waarin maximaal 6 m3 kan worden opgeslagen. De container is afgedekt met een doek. In overleg met het bevoegd gezag wil u zoeken naar een passende locatie voor de mestcontainer. Tijdens het bezoek heeft u aangegeven dat het uw voorkeur heeft om de container te plaatsen naast de historische wagenberging waar op dit moment de vaste mestplaat nog is gelegen. Voor de realisatie van de mestvaalt naast de historische wagenberging is geen bouwvergunning verleend. De mestvaalt is gelegen op een afstand van 32 meter ten opzichte van het meest nabij gelegen voor geurgevoelige object. Ringslanghoop Achterop het perceel langs de sloot, nabij het perceel van de buren, zijn ringslaghopen gecreëerd. Deze hopen zijn bedoeld om ringslangen de mogelijkheid te geven om te broeden. De ringslaghopen worden opgebouwd uit mest en takken. Dit is noodzakelijk om een goede structuur te kunnen realiseren om zo een broedplaats te bieden aan ringslangen. Dergelijke hopen moeten in de nabijheid van water gesitueerd zijn. Verkoop producten De producten van de landerijen worden door uw eigen gezin gebruikt. Wat over is, wordt vanuit het woonhuis/atelier verkocht. Incidenteel vindt verkoop plaats van schapenvachten, andere wolproducten en producten die ter plekke zijn geproduceerd zoals potjes jam, sap en dergelijke.

Er worden geen advertenties geplaatst. Dergelijke activiteiten zijn kleinschalig en hebben een incidenteel karakter. U geeft aan dat voor zover hiermee al inkomsten worden gegenereerd, deze absoluut onvoldoende zijn om van te kunnen bestaan. Inschrijving Kamer van Koophandel Bij de inschrijving bij de Kamer van Koophandel staan de volgende activiteiten ingeschreven; SBI-code: 7112 - Ingenieurs en overig technisch ontwerp en advies SBI-code: 93299 - Overige recreatie SBI-code: 0162 - Dienstverlening voor het fokken en houden van dieren SBI-code: 55102 - Hotels (geen hotel-restaurants), pensions en conferentieoorden SBI-code: 74102 - Industrieel en productontwerp SBI-code: 46901 - Niet-gespecialiseerde groothandel in consumentenartikelen SBI-code: 47999 - Detailhandel via overige distributievormen Bed and Breakfast Het hoofdgebouw is tevens aangeduid als B&B met een maximale oppervlakte van 180 m2. Zomerhuis Er is een zomerhuis naast de boerderij en een historische zomerhuis, achter op het perceel.

3. Milieu In het kader van milieu kunnen er activiteiten plaatsvinden, waaronder het houden van dieren, zonder dat hiervoor een melding in het kader van het Activiteitenbesluit gedaan hoeft te worden. De activiteiten dienen een beperkte omvang te hebben, waardoor ze onder de ondergrens blijven als genoemd in hert Activiteitenbesluit en Besluit omgevingsrecht en het houden van dieren dient als hobbymatig aangemerkt te worden. De regels uit het Activiteitenbesluit zijn dan niet van toepassing. Ook de opslag van mest kan er zelfstandig voor zorgen dat er sprake is van een inrichting waarbij voldaan moet worden aan de milieuregelgeving. Indien er meer dan 10 m3 vaste mest opgeslagen wordt is er sprake van een inrichting. Indien er vanwege andere activiteiten sprake is van een inrichting, dient de opslag van vaste mest vanaf 3 m3 te voldoen aan de vereiste afstanden. Als er sprake is van een meldingsplichtige inrichting op grond van het Activiteitenbesluit zal bij het houden van 5 of meer paarden het dierenverblijf op grond van het Activiteitenbesluit binnen de bebouwde kom op 100 m en buiten de bebouwde kom op 50 m afstand zijn gelegen ten opzichte van voor geurgevoelige objecten. Opslag van mest dient eveneens binnen de bebouwde kom op 100 m en buiten de bebouwde kom op 50 m afstand te zijn gelegen ten opzichte van voor geurgevoelige objecten.

Omdat er in de gemeente Stichtse Vecht een Geurverordening van toepassing is, zijn de minimaal aan te houden afstanden van dierenverblijven tot geurgevoelige objecten gehalveerd, waardoor er binnen de bebouwde kom een afstand van minimaal 50 m vereist is en buiten de bebouwde kom een afstand van 25 m tussen de stal en het voor geur gevoelige object. Het perceel is deels binnen (voorzijde) en deels buiten (weilanden) de bebouwde kom gelegen. De plaatselijke geurverordening wijzigt de vereiste afstand voor de opslag van vaste mest niet. Hinder in het kader van milieu omvat meerdere aspecten en ziet op geur en geluid, maar ook licht, stof en verkeersbewegingen die zijn toe te schrijven aan een locatie. Houden van dieren Aangegeven is dat het gewenst is dat de activiteiten die plaatsvinden op het perceel nog aangemerkt kunnen worden als hobbymatig in het kader van milieu. Nog los van het aantal gewenste dieren, is het doel waarvoor de dieren worden gebruikt in veel gevallen meer bepalend in het oordeel of er sprake is van het hobbymatig of bedrijfsmatig houden van dieren. Vast staat dat er met paarden en schapen gefokt wordt en er regelmatig dieren of dierlijke producten verkocht worden.

Gesteld wordt dat er met de verkoop van de dieren en dierlijke producten nagenoeg geen winst gemaakt wordt, maar voldoende is vast komen te staan dat de verkoop hiervan is een wezenlijk onderdeel van de activiteiten. Het houden van dieren is met name op productie gericht, waarbij de handelingen met schapen primair gericht zijn op voortbrengen en verhandelen van de dieren zelf en/of hun producten en de handelingen met paarden primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten, trainen en verhandelen van paarden. De inschrijving met betrekking tot het houden en fokken met dieren, in de Kamer van Koophandel bevestigt dit. Er is sprake van continuïteit in het houden, verzorgen en verkoop van de dieren en dierlijke producten. De aanwezigheid van huisvesting voor de dieren, de stapmolen, paddock, longeercirkel, de buitenrijbaan, de bijbehorende opslag van mest maken dat het houden van dieren als bedrijfsmatig aangemerkt wordt. De veelheid aan bouwwerken op het perceel, de verharding van het terrein en de aanwezige hekwerken geven de locatie een bedrijfsmatige indruk. De inschrijving van diverse andere bedrijfsmatige activiteiten, draagt hier aan bij. Het Ministerie van VROM heeft op 8 oktober 1999 een brief verzonden naar alle gemeenten over het “kleinschalig houden van dieren”. In deze brief wordt een overzicht gegeven van uitspraken van de Raad van State over dit onderwerp.

Uit deze voorbeelden blijkt dat de rechter diverse factoren laat meewegen, afhankelijk van de omgeving en de individuele kenmerken van de activiteit. Het feit dat er actief met de dieren gefokt wordt en de dieren en dierlijke producten verkocht worden, als doel van het houden van de dieren, is van wezenlijk belang bij het oordeel of er sprake is van hobbymatigheid of niet. Mede door de aanwezigheid van het huidige aantal attributen voor het houden van paarden is er op dit moment geen sprake is van het hobbymatig houden van paarden. Om niet als inrichting aangemerkt te worden in het kader van milieu wordt een maximaal aantal van 5 volwassen schapen en 15 lammeren toegestaan, die voornamelijk in de wei worden gehouden. Met lammeren worden hier de lammeren bedoeld die behoren bij de volwassen schapen en niet ouder zijn dan 1 jaar. Het is niet de bedoeling dat deze lammeren in dat eerste jaar ook al zelf lammeren krijgen. In dat geval wordt het

betreffende lam als zelfstandig schaap aangemerkt. Tevens is er maximaal aantal van 4 paarden als grens van het hobbymatig houden van dieren gezien, waarbij het wel noodzakelijk is om het aantal aanwezige attributen ten behoeve van activiteiten met paarden, te verminderen. 1 Veulens behorende bij de paarden worden tot de speenleeftijd niet als zelfstandig dier aangemerkt. Vanaf het moment dat ze gespeend zijn, worden ze wel als zelfstandig dier aangemerkt. Opslaan van mest Indien de activiteiten aangemerkt worden als hobbymatig, mag er tot maximaal 10 m3 mest opgeslagen worden. Het Activiteitenbesluit is dan niet van toepassing. Ringslanghopen Voor de opbouw van een ringslaghoop wordt ook mest gebruikt, Het is niet de bedoeling dat de ringslanghopen een verkapte opslag van mest worden. De huidige afstand van de hoop ten op zichtte van de dichtstbijzijnde voor geurgevoelige object is meer dan 50 meter. Wij adviseren om deze afstand in acht te houden om geuroverlast te voorkomen.

4. Ruimtelijke Ordening Voorgeschiedenis De gemeente heeft in 2009 een vergunning verleend voor de sanering van een voormalige agrarisch bedrijfsperceel naar een woonbestemming. Daarbij is toepassing gegeven aan de “ruimte-voor-ruimte-regeling”. Via de sloop van bebouwing moest worden voorzien in een kwaliteitsverbetering. Omdat niet aan de minimale sloopeis (1.000m2) kon worden voldaan zijn er maatwerkafspraken gemaakt. Dit kwam voornamelijk omdat naast de sloop van bebouwing ook nieuwe bebouwing werd gerealiseerd. De gemeente heeft moeten concluderen dat nog niet alle bebouwing is gesloopt en dat, in afwijking van de gemaakte maatwerkafspraken, er aanvullende functies en bouwwerken zijn toegevoegd op het perceel. Daarmee wordt niet voldaan aan de afgesproken kwaliteitsverbetering en maatwerkafspraken welke ten grondslag ligt aan de onderbouwing om medewerking te verlenen aan de artikel 19 lid 1 Wro procedure en de “ruimte-voor-ruimte-regeling” van de provincie Utrecht. Daarbij heeft de gemeente in overweging genomen dat verstedelijking niet alleen samenhangt met de aanwezigheid van bebouwing maar ook een relatie heeft met het gebruik van het perceel, de bebouwing en de uitstraling ten opzichte van de omliggende omgeving. Daarmee komt volgens de gemeente de in 2009 beoogde ruimtelijke kwaliteitswinst onder druk te staan.

Het toevoegen van nieuwe gebouwen, bouwwerken en gebruiksfuncties staat namelijk haaks op het oorspronkelijk principe waarbij de sloop van bebouwing in samenhang met de aanvullende maatwerkafspraken moest leiden tot een kwaliteitsverbetering. Met betrekking tot de activiteiten op het perceel maakt de gemeente kenbaar dat de aanwezigheid van verschillende voorzieningen (paddock, stapmolen, longeercirkel, buitenrijbaan) in combinatie met het gewenste aantal te houden dieren en de verschillende activiteiten die worden georganiseerd, in ieder geval vermoeden wekken dat deze (gezamenlijk) niet binnen de karakteristiek van een hobbymatige activiteit passen. De verschillende inschrijvingen in de Kamer van Koophandel ondersteunen dit beeld. Daarbij neemt de gemeente in overweging dat verstedelijking niet alleen samenhangt met de aanwezigheid van bebouwing maar ook een relatie heeft met het gebruik van het perceel en de uitstraling ten opzichte van de omliggende omgeving. Ook in het gebruik van het perceel ziet de gemeente dus een afwijking ten opzichte van de oorspronkelijk in 2009 verleende vergunning met bijbehorende ambities. De gemeente heeft aangegeven dat geen medewerking kan en wil verlenen aan een (agrarische) bedrijfsmatige activiteit op dit perceel.

Door de vergunning in 2009 te verlenen is de agrarische bedrijfsactiviteit beëindigt en door het vestigen van een woonbestemming dienen alle overige functies ondergeschikt te zijn

1 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2005:AU3361

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2003:AL8982 Raad van State 06/09/1993, nr. GO5.93.1200.P90 en B05.93.0654

aan deze hoofdfunctie. Beleidsmatig, mede gebaseerd op het provinciaal ruimtelijke beleid, is het niet mogelijk om hier opnieuw een agrarische bedrijfsbestemming met bouwvlak te vestigen. Bij de vergunningverlening ging het, zo blijk uit de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing, om de realisatie van een nieuwe stalling voor onderhoudsmachines en vee (2 lakenvelders, 5 Kelly-hill schapen en circa 3 paarden met veulens) ten behoeve van het duurzaam beheer van bijbehorende gronden. Het houden van dieren zou volgens de ruimtelijke onderbouwing extensief en hobbymatig zijn. Bepalend is of de uitstraling van dien aard is dat deze nog te rijmen valt met de woonfunctie van het betrokken perceel. De gemeente heeft twijfels of dit in de huidige vorm en omvang nog het geval is en sluit aan bij de advisering op grond van milieu. Bebouwing De gemeente heeft opgemerkt dat de bestaande stal (circa 400 m2) volgens de maatwerkafspraken gesloopt had moeten worden en vervangen mag worden door een kleinere stal van 266 m2 met 3 boxen voor paarden. Conform de verleende vergunning gaat het om twee boxen voor veulens en één box voor een merrie + veulen. De gemeente heeft bevestigt dat de stal nooit gesloopt is en vervangen. Mede hierdoor is nog altijd niet voldaan aan de met u gemaakte maatwerkafspraken.

De gemeente heeft aangegeven dat er ter plaatse van de bestaande stal geen bouwvlak aanwezig is, wel een functieaanduiding voor “paardenhouderij”. De gemeente heeft ten behoeve van deze reactie aangegeven dat het aantal boxen nooit leidend geweest voor het aantal te houden paarden. Zeker nu de bestaande stal niet is gesloopt en vervangen door beoogde kleinere stal. Uitgangspunt waren de dieraantallen in de ruimtelijke onderbouwing. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is vervolgens opgenomen dat voorzien mag worden in een paardenhouderij met maximaal 15 paarden. De gemeente begrijpt dat dit tot verwarring leidt bij de eigenaren en voor onduidelijkheid zorgt in de omgeving. Daarom zou de gemeente in overleg met de eigenaren willen kijken naar een passende omschrijving mits er geen sprake is van een (agrarische) bedrijfsmatige activiteit en wil hierbij aansluiten bij de advisering op grond van milieu. In 2010 vergunning is verleend om de historische wagenberging te restaureren. Dit om de cultuurhistorische waarden te versterken. De historische wagenberging mag gebruikt worden ten behoeve van opslag. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat deze wordt bewoond. De extra woning na toepassing van de ruimte-voor-ruimte-regeling is gerealiseerd op het perceel Mijndensedijk 61. Schapen Het extensief houden van schapen past voorlopig binnen het nieuwe bestemmingsplan.

Detailhandel Het bestemmingsplan voorziet op dit perceel specifiek in de mogelijkheid om binnen het bouwvlak voor de boerderij tevens te voorzien in een B&B. Daarnaast mag het bijgebouw naast de woning (zomerhuis) gebruikt worden als kantoor-aan-huis in de vorm van een atelier. Het is opvallend dat er bij de Kamer van Koophandel zoveel verschillende activiteiten staan ingeschreven. Enkelen, zoals groothandel en detailhandel, worden door het bestemmingsplan expliciet uitgesloten binnen de woonbestemming. Alles bij elkaar ontstaat hierdoor het beeld van activiteiten die gezamenlijk als bedrijfsmatig gezien kunnen worden en waarvan onduidelijk is hoe deze zich verhouden tot de woonfunctie van het perceel. Het standpunt van eigenaresse dat deze activiteiten louter uit enthousiasme zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel is moeilijk te volgen. Bed and Breakfast Bij de inschrijving bij de Kamer van Koophandel is vermeld dat er activiteiten plaatsvinden met de SBI-code 55102, Hotels (geen hotel-restaurants), pensions en conferentie-oorden, SBI-code 47999, Kleinschalig recreatief en educatief verblijf, zakelijk ecotoerisme en SBI-code 93299, Overige recreatie. Beoordeling Het hoofdgebouw is tevens aangeduid als B&B met een maximale oppervlakte van 180 m2. Andere gebouwen op het terrein mogen niet gebruikt worden als B&B of voor bewoning.

Zomerhuis Er is een zomerhuis naast het woonhuis en er is een historisch zomerhuis achter op het perceel.

Beoordeling Het zomerhuis naast de boerderij mag gebruikt worden als atelier. Het historische zomerhuis mag enkel gebruikt worden voor opslag. Opslag mest In de plannen van 2006-2008 is geen mestvaalt opgenomen. De gerealiseerde mestvaalt, naast de historische wagenberging is niet vergund. Aangegeven is de mest op te willen slaan in een container en deze bij voorkeur te plaatsen naast de historische wagenberging en de huidige mestvaalt te gaan gebruiken voor de opslag van regenwater. Daarbij wordt gesteld dat de gerealiseerde mestvaalt onderdeel is van de constructie van de historische wagenberging. Dit is echter niet aangetoond. Beoordeling Het toevoegen van nieuwe gebouwen of bouwwerken, zoals een mestcontainer, of het alsnog toestaan van zonder vergunning gerealiseerde bouwwerken, staat haaks op het oorspronkelijk principe waarbij de sloop van bebouwing moest leiden tot een kwaliteitsverbetering. In het kader van ruimtelijke ordening heeft de gemeente dan ook opgemerkt dat het plaatsen van een container niet bijdraagt aan de doelstelling van ontstening van het perceel. Het plaatsen van een container, ter vervanging van de mestvaalt, tegen de historische wagenberging of elders op het perceel, staat haaks op de wens de cultuurhistorische en landschappelijke waarden te versterken.

De gemeente is dan ook zeer terughoudend voor wat betreft de mogelijkheid om een container te plaatsen. Daarbij neemt de gemeente in overweging dat er op het perceel al meer bebouwing aanwezig is dan toegestaan en overeengekomen nu de eigenaar de maatwerkafspraken nog niet volledig heeft uitgevoerd. De gemeente ziet daarom geen aanleiding een uitzondering te maken zolang de huidige situatie niet conform de eerder verleende vergunning is gerealiseerd. Het gebruik van de huidige mestvaalt als een bouwwerk voor waterberging, zoals geopperd tijdens het bezoek op 10 december 2020, draagt ook niet bij aan de doelstelling van ontstening van het perceel, is niet meegenomen in de oorspronkelijke plannen, past niet in het bestemmingsplan en draagt niet bij aan de gewenste uitstraling die op het perceel werd beoogd. Het is voor de gemeente onduidelijk wat de meerwaarde van dit voorstel is in relatie met de activiteiten op het perceel en de oorspronkelijke plannen. De gemeente heeft hier ook geen aanvraag voor ontvangen. Ringslanghoop De ringslaghopen worden opgebouwd uit mest en takken. Dit is noodzakelijk om een goede structuur te kunnen realiseren om zo een broedplaats te bieden aan ringslangen. Dergelijke hopen moeten in de nabijheid van water gesitueerd zijn. Beoordeling De gemeente staat in beginsel positief tegenover de vergunningverlening voor een ringslangbroeihoop.

De gemeente verwacht dat de ringslangbroeihoop de ecologische waarden van het perceel verder kunnen verhogen. Momenteel heeft de gemeente een aanvraag omgevingsvergunning in behandeling om de ruimtelijke inpasbaarheid van de ringslangbroeihoop te kunnen beoordelen. Agrarische Beoordelingscommissie In uw notitie wordt verwezen naar eerdere beoordelingen van de Agrarische Beoordelingcommissie (hierna Abc) in 2008 en de Milieudienst Noord-West Utrecht uit 2006. Hierover merkt de gemeente op dat zij in hun advies ingegaan zijn op specifieke vragen (bijvoorbeeld rondom de stapmolen) vooruitlopend op de beoogde ontwikkeling. De gemeente vraagt zich af in hoeverre deze adviezen, ruim 14 jaar later, nog relevant zijn voor de beoordeling van de huidige situatie. Bij de beoordeling door de Abc en de milieudienst Noord West Utrecht is, voor een situatie die nog gerealiseerd moest worden, uitgegaan van de informatie die op dat moment beschikbaar was. Nu de feitelijke situatie op verschillende punten afwijkt van het oorspronkelijk plan en het aantal voorzieningen en activiteiten groter is dan verwacht, kunnen de eerdere adviezen van de Abc en de Milieudienst Noord West Utrecht niet zondermeer gebruikt worden ter onderbouwen van het standpunt dat de huidige inrichting en activiteiten betrekking hebben op een hobbymatige activiteit.

Daarbij moet opgemerkt worden dat de planregels van het bestemmingsplan en het gemeente ruimtelijke beleid de bouwmogelijkheden voor dergelijke voorzieningen op gronden met een agrarische bestemming bepalen. De ODRU vormt zich geen oordeel over de bouwmogelijkheden die een bestemmingsplan biedt, maar beoordelen of er sprake is van hobbymatige of bedrijfsmatige activiteiten. Dit is van belang om vast te kunnen stellen of er sprake is van

een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of niet. Is er sprake van een inrichting dan kan vervolgens beoordeeld worden of de activiteiten meldingsplichtig zijn op grond van het Activiteitenbesluit of dat er een omgevingsvergunning milieu is vereist. Voor de beoordeling of er sprake is van hobbymatigheid of bedrijfsmatigheid zijn de aanwezige dieren, de bijbehorende attributen en aanverwante activiteiten van belang voor de afweging, evenals de aanwezige bouwwerken en hun functie, als de algemene indruk van het perceel in totaal.

5. Conclusie Het aantal dieren dat op het moment van het bezoek van 10 december 2020 aanwezig was, te weten 3 paarden, 5 schapen en 5 lammeren, kan aangemerkt worden als hobbymatig. De aanwezige bijbehorende attributen, te weten de paddock, stapmolen, buitenrijbaan en longeercirkel, geven samen een algehele bedrijfsmatige indruk, waardoor de activiteiten op dit moment in zijn totaliteit niet aangemerkt kunnen worden als hobbymatig. Het aantal aan bebouwing aanverwante activiteiten dient beperkt te worden (detailhandel, ontmoetingsruimte, groepsactiviteiten, etc.) overeenkomstig een hobbymatig karakter en de geldende woonbestemming. • • •

Het huidige aantal dieren blijft binnen het maximale aantal dieren dat als hobbymatig kan worden aangemerkt Het aantal attributen ten behoeve van het houden van paarden dient blijvend verminderd te worden en op het perceel aanwezige aanverwante activiteiten dient beperkt te blijven Mestvaalt naast de historische wagenberging dient buiten gebruik te blijven

Bijlage 3: Vooroverlegreacties

3.1

Vans

Verzonden: donderdag 22 augustus 2019 14:46 Aan:

-

een

Onderwerp: RE: Voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis BesteB,

Namenscollege

n de collega’s Erfgoed en Water de volgende opmerkingen over het plan.

Cultuurhistorie In de toelichting is een uitgebreide beschrijving van de cultuurhistorische waarden opgenomen. De beschrijving is niet helemaal juist op de volgende punten over de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie: Nieuwe Hollandse Waterlinie

Onderstaandetekst op bladzijde 16 van detoelichting is wat ‘onhandig’ geformuleerd en deels incorrect. De NHW is niet één rijksmonument, maar een enorme verzameling van rijksmonumenten. Er wordt wel gezegd dat de NHW het

‘grootste rijksmonument van Nederland’ is, maar dat is vooral een marketing-leus en feitelijk niet juist. Da NHW js als complex aangewezen als rijksmonument. De sanwijzing belekant dat nagenosg alle

bouwwerken in de NEW beschermd zijn. Hiermee is de NHW met haar 46 forten, vijf vestingsteden an

honderden bunkers, slulzen en dijken samen een monument van formaat, Binnen het plangebied iet hal fort Nieuwersluis, Hal fort Nieuwersluis kent al sen bescherming als rijksmonument sinds 2043, De schootsvelden van het fort Nieuwerstuis liggen deels binnen het plangebied. Voor deze sthoalävelden geld lange lijd de Kringenwel, die tet doel had om de schealsvalden rond de vestinawerken van de NHN vrij ta houden wal betekende dat hier slechts beperkt mocht worden gebouwd afhankelijk van de afstand tot het fort. In bepaalde kringen rondom het fort mocht uitsluitend In hout gebouwd worden.

Voor wat betreft de verboden kringen: In de Eerste verboden kring wordt uitsluitend in hout gebouwd; in de tweede

verboden kring wordt hout met een stenen fundering gecombineerd. In de derde verboden kring werd meer toegestaan en kon bij oorlogsdreiging alles worden verwijderd, dit voor eigen risico van de eigenaar.

Verder is onderstaande tekst in de toelichting niet erg helder. De beschermende werking van (toekomstig) Werelderfgoed betekent dat de kernkwaliteiten van de NHW niet aangetast mogen worden. Die kernkwaliteiten bestaan uit het samenhangende systeem van strategisch landschap, militaire werken en waterstaatkundige objecten. Nieuwe ontwikkelingen mogen de visueleintegriteit van de Linie niet aantasten. In het aanwijzingsprogramma van de Linie ls opgemerkt dat het verantwoord omgaan met de open schoolsvelden voor hel duurzame behoud van de Linie als systeern ook voor de toekernst

noodzakelijk wordt geacht. De schootsvelden zijn echter niet meegenomen In hat aanwijzings-

programma,in het aanwijzingsprogramma wordt voorgesteld de doorvertaling le laten plaatevindan in

de ruimtelijke ordening middels aen gebledsbescherming.

In dit voorontwerpbestemmingsplan moet ook de begrenzing uit het UNESCO nominatiedossier worden beschreven: zie http://provincie-utrecht.opendata.arcgis.com/app/b5974739d0664c4eb1faf1 Oac4ef38d5)! De legenda's van de kaartjes in het Erfgoed hoofdstuk nummers 7 t/m10 missen. Oude Hollandse Waterlinie

In de PRS/V staat de volgende tekst over de Oude Hollandse Waterlinie. Hier zou in de toelichting van dit plan op bladzijde 16 in elk geval naar verwezen moeten worden. “Bij te beschermen kwaliteiten/cultuurhistorische hoofdstructuur: De Oude Hollandse Waterlinie (OHW) is de eerste waterlinie die het economisch hart van ons land moest verdedigen en die in het Rampjaar 1672 in werking is gesteld. De OHW liep net als haar opvolger van de voormalige Zuiderzee naar de Biesbosch, echter via een westelijker tracé en veel minder uitgewerkt. De OHW leunde sterk op de vestingsteden met daartussen enkele eenvoudige veldschansen, aarden werken zonder bebouwing. Vesting

Nieuwersluis en de vestingsteden Woerden en Oudewater maakten deel uit van deze waterlinie. Gezien het geringe aantal overgebleven schansen zijn slechts een enkele verdedigingswerken als de Linie van Linschoten in de PRS/PRV opgenomen. Het accentligt hier op het benutten van meekoppelkansen om de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de werken te verbeteren.

Bij Bijlage 1 cultuurhistorie bij de regels toe te voegen: « Oude Hollandse Waterlinie De Oude Hollandse Waterlinie ligt tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Het Utrechtse deel ligt ten oosten van de riviertjes 't Gein, de Amstel, de Kromme Mijdrecht en de Meije en beslaat het westelijk deel van de Lopikerwaard. Deze verdedigingslinie ligt geheel in het veengebied. Door de ruime aanwezigheid van water is hier volstaan met een gering aantal verdedigingswerken. De keten van inundatiegebieden vergde vele tientallen kilometers aan kades en watergangen. De Oude Hollandse Waterlinie leunde sterk op vestingsteden: Gorinchem, Nieuwpoort, Schoonhoven, Oudewater, Woerden, Nieuwersluis, Weesp, Naarden en Muiden. De liniesteden waren stervormige bolwerken met grachten en bastions. Daartussen lagen op strategische plekken veldschansen, aarden werken, voorzien van bastions en een gracht, maar zonder bebouwing. Het waren primitieve forten, bedoeld voor

tijdelijke bezetting in fijden van oorlog. De contouren van deze forten en veldschansen zijn nog steeds terug te vinden

in het landschap. In 1672 werd de Oude Hollandse Waterlinie voor het eerst getest: een sterk Frans leger slaagde er níet in om er doorheen te komen. Omdat het middendeel van de linie zwakke plekken kende, verschoof hij aan het eind van de achttiende eeuwrichting Utrecht. In 1795 bleek de linie niet bestand tegen strenge vorst die zelfs de grote rivieren deed bevriezen’Na de Franse tijd werd de landverdediging opnieuw georganiseerd en werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie ten oosten van de stad Utrecht aangelegd.”

Regels In de medebestemming Cultuurhistorische waarde de Oude Hollandse Waterlinie (OHW) niet opgenomen. Dit wordt ook niet verklaard op bladzijde 70. Ook de OHW moetin de regels bij deze medebestemming worden meegenomen. Water Paragraaf 2.4 Het project ‘Toekomstbestendig watersysteem Amsterdam Rijnkanaal en Noordzeekanaal wordt niet benoemd. De waterbeheerders brengen in samenwerking met provincie Utrecht en Noord Holland de randvoorwaarden van het watersysteem in beeld. Bij planvorming hiermee rekening houden door contact op te nemen met de experts van Waternet, RWS, provincie Utrecht en Noord Holland. Bij provincie Utrecht is dat Jacco de Hoog (jacco.de.hoog@provincie-utrecht.nl) Paragraaf 2.4.2 Art 2.2 Beschermingszone drinkwaterwinning (langs Amsterdamrijnkanaal en langs het afwateringskanaal aan de Oostkanaaldijk); Dit moet zijn artikel 1.11: Beschermingszone drinkwaterwinning van de PMV. De afstand is niet gespecificeerd: Dit betreft het oppervlaktewater zelf en een zone van 100 meter langs de waterkant aan beide zijden. De beschermingszone is zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts 7 kilometer lang (zie: Gebiedsdossier Nieuwesluis 2019).Neem hiervoor contact opnemen met Waternet voor de afstemming. Niet aile typen bedrijven mogen zich daar zonder meer vestigen. Ze kunnen een risico voor de innamepunt vormen.

Art 2.5 Vrijwaringszone versterking regionale waterkering (Vecht, Wetering en Fortomwalling): 30 meter in algemene zin voldoende ruimte voor versterking of reconstructie van de regionale waterkering. De exacte maat die van toepassing ís op een regionale waterkering is opgenomen in de vastgestelde leggers van de waterbeheerders; Dit is artikel 1.12 Vrijwaringszone versterking regionale waterkering van de PMV. Artikel 1.13 Overstroombaar gebied ontbreekt. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening is vastgelegd dat rekening gehouden moet worden met het drinkwaterbelang. Hoe, dat staat in de Handreiking ruimtelijke bescherming drinkwaterwinningen. Er ontbreekt een verwijzing naar de Handreiking ruimtelijke bescherming drinkwaterwinningen. Het Gebiedsdossier Nieuwersluis 2019 vormt de basis voor de gezamenlijke gebiedsaanpak. Graag een verwijzing naar de Gebiedsdossier Nieuwersluis 2019.opnemen. Dit omdat het innamepunt Nieuwersluis mogelijk in de toekomst vaker wordt ingezet voor de drinkwaterwinning. Dit als gevolg van de plannen om naast de Waterleidingplas ook de Loenderveense Plas Oost te betrekken bij het drinkwaterproductieproces. Hierbij zal naast Bethunepolderwater een grotere hoeveelheid water uit het AmsterdamRijnkanaal gebruikt moeten worden. Hierdoor krijgt het innamepunt van Nieuwersluis een nog grotere betekenis.

Ook is het Watergebiedsplan Bethunepolder geëffectueerd. In het kader van dit plan worden delen van de Bethunepolder vernat ten behoeve van natuurontwikkeling waardoor er netto minder kwelwater uit de polder beschikbaar komt voor drinkwater. Ook hierdoor zal innamepunt Nieuwersluis naar verwachting vaker moeten worden ingezet. Paragraaf 2.4.3 “Voor het plangebied zijn de gebiedsthema’s waterveiligheid (waterkeringen), zwemwater (Vecht, Wetering en Natuurbad), geluidhinder (N402), Kaderrichtlijn Water (KRW) (Vecht) relevant.” De aanvulling op deze zin is cursief en vet gedrukt. De Kaderrichtlijn Water (KRW) is ook relevant om te noemen. De Vecht stroomt als KRW-lichaam dwars door Nieuwersluis.

3,2

Van: Ga

pe

EE

Verzonden: dinsdag 27 augustus 2019 16:20

Aan: W

NEnee

inmense

Onderwerp: RE: Voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis HallogE Wij hebben géén opmerkingen bij dit plan. Vriendelijke groet,

E:

Adviseur Water en Ruimte

1 |

Bezoekadres | Korte Ouderkerkerdijk Werkdagen: maandag t/m donderdag

@ waternet

| www.waternet.nl en www.agv.nl

| 1096 AC Amsterdam

waterschap amstel goot en vecht gemeente amsterdam

ternet, Afd. Waterplannen en Besturing

3.3 Van: Aan: Onderwerp: Datum: Bijlagen:

eller. RE: Voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis vrijdag 13 december 2019 11:04:40 image009.png

Geachte hee

se

Bij e-mailbericht van dd 5 juli 2019 heeft Gasunie, namensu, het bovengenoemd voorontwerpbestemmingsplanin het kader van het vooroverleg, zoals bedoeld in artikel 3.1.1 Bro, ontvangen. Het voornoemde plan is door ons getoetst aan het huidige externe veiligheidsbeleid van het Ministerie van I&M voor onze aardgastransportleidingen, zoals bepaald in het per 1 januari 2014 in werking getreden Besluit externe veiligheid

buisléidingen (Bevb).

5

Op grond van deze toetsing komen wij tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitgrens van onze dichtst bij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat dezeleiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Onder dankzegging voor de toezending verblijven wij.

Met vriendelijke groet, Medewerker Omgevingsloket

E: eemnes Mi: Gee

Aanwezig op ma, di, do en vrij van 9.00 uur t/m 12.00 uur

Van: Gaye

Verzonden: woensdag 11 december 2019 11:29 Aan: Alg. Postbus RO_West Onderwerp: FW: Voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis Geachte heer, mevrouw,

Eerderdit jaar hebben wij u de gelegenheid gegeven uw vooroverlegreactie kenbaar te maken in het

kader van het te actualiseren bestemmingsplan Nieuwersluis. Deze mail is even ter controle. Ik kan geen overlegreactie van u terug vinden. Heeft u geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om een reactie in

te dienen. Normaal gesproken ontvangen wij namelijk altijd een reactie van u wat ons doet vermoeden dat er iets niet klopt in onze administratie. Mocht u weldegelijk een reactie hebben ingediend dan wil ik u vragen deze nogmaals naar ons toe te sturen. Met vriendelijke groet,

Van: Gak Verzonden: vrijdag 5 juli 2019 13:25 Aan: Onderwerp: Voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis

3.4 VEILIGHEIDSREGIO UTRECHT BRANDWEER Datum

13-8-2019

Contactpersoon

EN, Afdeling Advies Directie Risicobeheersing

Gemeente Stichtse Vecht De hee Gr Postbus 1212

Ons kenmerk 52497

3600 BE MAARSSEN

Uw kenmerk Bijlagen 3

Onderwerp Advies voorontwerp bestemmingsplan ‘Nieuwersluis’

Geachte heer Broeke,

Op 8 juli 2019 heeft u de Veiligheidsregio Utrecht in het kader van een vooroverleg, art. 3.1.1, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), in de gelegenheid gesteld om een advies uit te brengen over het voorontwerp bestemmingsplan ‘Nieuwersluis’. Graag maak ik van deze mogelijkheid gebruik.

Beschouwing risico’s Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de rijksweg A2 Amsterdam Utrecht v.v., het Amsterdam Rijnkanaal en de spoorlijn Breukelen Amsterdam v.v. waarover het transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Na bestudering van de door u toegezonden stukken concludeer ik dat in het planvoornemen (beperkt) kwetsbare objecten gelegen zijn in het effectgebied van de genoemde risicobronnen.

Veiligheidsregio Utrecht Postbus 3154 3502 GD Utrecht

088 878 1000

Uit verschillende uitspraken (o.a. zaaknummer 2005054051/1) van de Raad van State mag worden afgeleid dat als het bestemmingsplan de bouw of

info@vru.nl www.vru.nl www.vrubrandweer.nl

vestiging van kwetsbare objecten toelaat, het Bevi, Bevt of Bevb van

Gi veiligheidsregioutrecht

toepassing is ongeacht of die bouw of vestiging al is gerealiseerd of niet. De

3 @vrutrecht

Raad van State beschouwt het opnieuw vaststellen van een bestaand

(conserverend of consoliderend) bestemmingsplan dus als het vaststellen van

Iban NL18 BNGH 0285 1331 79

een nieuw bestemmingsplan. kvk

Zoals in de ruimtelijke onderbouwing vermeld, dient ook voor het onderhavige

51817330

voorontwerp bestemmingsplan Nieuwersluis daardoor een toetsing plaats te

Pagina

1

Ww

VEILIGHEIDSREG 10 UTRECHT BRANDWEER vinden aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, en dient een verantwoording hiervan plaats te vinden. In mijn advies ga ik in op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op de Rijksweg A2 Amsterdam Utrecht v.v.; het Amsterdam Rijnkanaa! en de spoorlijn Breukelen -

Amsterdam v.v. alsmede de mogelijkheden tot zelfredzaamheid in het plangebied in het kader van de verantwoording van het groepsrisico. In de bijlagen van het advies vindt u een toelichting per adviespunt.

fi 6

Advies Ik adviseer u om: 1.

Bij de verantwoording van de hulpverlening gebruik te maken van de

informatie in de toelichting van mijn advies over de “Effecten van de maatgevende ongevalsscenario’s op het plangebied” en de voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en hierbij navolgende adviezen bij te betrekken. 2.

Bij de verantwoording van de hulpverlening gebruik te maken van de

informatie in de toelichting van mijn advies over de “Zelfredzaamheid” en hierbij navolgende adviezen bij te betrekken. 3.

Als toekomstige voorschriften in de omgevingsvergunning activiteit bouw op te nemen dat gebouwen waar mensen verblijven, indien uitgerust met een mechanisch ventilatiesysteem, deze eenvoudig uit

te schakelen is. Door deze maatregel kunnen personen die verblijven in dit object zich tijdelijk onttrekken aan een toxische wolk en veilig schuilen. 4,

Als toekomstige voorschriften in de omgevingsvergunning activiteit bouw als voorschrift op te nemen dat ten tijde van een plasbrand of (dreigende) BLEVE van het gebouw weggevlucht kan worden in de

richting van de stralingsluwe zijde (veelal oostelijke richting) en dat aan de zijde van de risicobron zo weinig mogelijk glas wordt toegepast.

Uw kenmerk

Ons Kenmerk 52497

Pagina 2

VEILIGHEIDSREGIO UTRECHT BRANDWEER

Heeft u vragen? Voor vragen of nadere informatie kunt u contact opnemen met de behandelend medewerker van de directie Risicobeheersing van de Veiligheidsregio Utrecht: GEE te bereiken via mail Go f op telefoonnummerggêfmnsnsen

Met vriendelijke groet,

Namens het dagelijks bestuur,

Teammanager Advies

Uw kenmerk

Ons Kenmerk

52497

Pagina

3

y

VEILIGHEIDSREGIO UTRECHT BRANDWEER

Bijlage 1. Effecten van de maatgevende ongevalsscenario’s op het plangebied Inleiding en ligging ten opzichte van de risicobronaen Voor het voorontwerp bestemmingsplan wordt vanuit de Veiligheidsregio Utrecht op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Betv)

geadviseerd op de voorbereiding op de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval, als om het beperken van de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen. Voor dit advies is een inzicht in de effecten van een incident met gevaarlijke stoffen noodzakelijk. De dichtstbijzijnde kwetsbare objecten (woonbestemming) bevinden zich op 25 meter van de kant van het Amsterdam Rijnkanaal, 167 meter van de

spoorlijn en 950 meter van de rijksweg A2.

Be Sw

se: Be gu

Bat:

igwatersiuis

Effecten van een incident met gevaarlijke stoffen op de spoorlijn Breukelen = Amsterdam, het Amsterdam Rijnkanaal en de rijksweg A2 Utrecht = Amsterdam Het plangebied ligt in het invloedsgebied van de spoorlijn Breukelen —

Amsterdam, het Amsterdam Rijnkanaal en de rijksweg A2 Utrecht Amsterdam waarover het vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.

Uw kenmerk

Ons Kenmerk

52497

Pagina

4

Be

VEILIGHEIDSREGIO UTRECHT BRANDWEER De maatgevende ongevalsscenario’s bij het spoortraject en de rijksweg, op basis van de in tabel 1 en 2 aangegeven vervoersbewegingen, zijn:

e

fen plasbrand;

*

een Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion (BLEVE);

e

het vrijkomen van een toxische wolk,

Voor het Amsterdam Rijnkanaal worden een plasbrand en een BLEVE als maatgevende scenario’s gezien. Het vrijkomen van een toxische wolk wordt

als onwaarschijnlijk geacht gezien deze vervoersklasse niet hierover wordt vervoerd (op basis van tabel 3 regeling basisnet). Bij de uitwerking van deze scenario’s wordt uitgegaan van de daarbij behorende contourafstanden.

Breukelen — Amsterdam Tabel 1 Vervoersbewegingen o.b.v. Bijlage 2 regeling basisnet

Brandbaar gas Toxisch gas Chloor (toxisch gas Brandbare vloeistof

Toxische vloeistof

Toxische vloeistof

U13 A2 Afrit 4 (Vinkeveen) — afrit 5 (Breukelen)

Water

eee

Propaan Ammoniak Chloor Pentaan

Acryl(o)nitri | Acroleine

LF2 Cur)

a

Corridor Amsterdam - Rijn

Tabel 3 Vervoersbewegingen Amsterdam Rijnkanaal

Stofcategori

Omschrijving -

Voorbeeld

LF1 LF2

Brandbare vloeistof Zeer brandbare vloeistof

Diesel Benzine

GF3

Zeer brandbaar gas

Re

GT3

Uw kenmerk

Zeer giftig gas

Ons Kenmerk

52497

Acryl(o) nitril LPG

Pagina

5

QI

VEILIGHEIDSREGIO UTRECHT BRANDWEER Plasbrand Een plasbrand ontstaat als gevolg van een ongeval met een ketelwagen /

tanker met diesel of benzine (klasse LF1 of LF2) waarbij een scheur ontstaat in de tankwand die na het uitstromen van de vloeistof ontsteekt. Gezien de dichtstbijzijnde ligging van het Amsterdam Rijnkanaal bij het plangebied wordt voor de uitwerking van dit scenario en het scenario BLEVE van deze risicobron uitgegaan.

Bij een scheur ligt als gevolg van hittestraling de 99%letaliteitgrens* op 40 meter en de 1% letaliteitgrens? op 70 meter. De woonbestemmingen bevinden

zich binnen de 99% letaliteitsgrens. Dit wil zeggen dat bij het voordoen van dit scenario 99% van de aanwezigen komen te overlijden. De hittestraling kan tot

gevolg hebben dat er secundaire brandhaarden ontstaan (overslag) of dat bij directe blootstelling aan de warmtestraling er letsel in de vorm van brandwonden kan optreden.

Grens tering: 25% ievaal

Grens tering 1%tetaal

Grans 3e ine 1%Le zrd or

Tabeleffecten personen binnen en schade aan objecten

Gobersteibare schade Alle brandbare matedaien gaart beanden Grens Sering arden, vervorming van houten kunstsief. Sreuk dubbeiglas tot 63 mater. Grens 2e ing Hechte schede Geen branden, afbtadderen verfen ernstige verkleuringen. Breuk enkel glas ter 57 meter. Grens dering

Tabel 4 Effecten hittestraling plasbrand op het Amsterdam Rijnkanaal

1 Binnen deze contourring komt theoretisch 99% van de aanwezigen te overlijden bij het voordoen van de ramp. 2 In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. Uw kenmerk

Ons Kenmerk 52497

Pagina 6

VEILIGHEIDSREGIO UTRECHT BRANDWEER BLEVE In twee situaties kan een BLEVE ontstaan als gevolg van een ongeval met een

tanker / ketelwagen met LPG (A of GF3): 1.

Een scheur ontstaat in de tankwand waardoor het vloeistof verdichte gas expandeert en een overdrukscenario veroorzaakt (koude-BLEVE);

2,

De tankwagen wordt aangestraald waardoor de tank wordt verwarmd, de tankwand-constructie het begeeft en een warme-BLEVE ontstaat.

Bij een koude BLEVE ligt als gevolg van de overdruk de 99%letaliteitgrens op 230 meter en de 1% letaliteitgrens op 510 meter. Ramen van dubbel glas kunnen tot op 315 meter door de drukgolf breken. Een warme BLEVE op het Amsterdam Rijnkanaal wordt als niet-maatgevend gezien. In geval van een warme-BLEVE op het spoor ligt als gevolg van de hittestraling de 99%letaliteitgrens op 140 meter, de 1%letaliteitgrens op 325 meter en ruitbreuk tot op 500 meter (zie tabel 3 Effecten hittestraling warme BLEVE). Gezien de contouren groter zijn van het scenario koude BLEVE op het

Amsterdam Rijnkanaal worden deze contouren meegenomen in de beschouwing van het risico.

Grens le ring: 99% temàl $5 tot 20 Grens Ze ring: 19% lataat

20 20 tet id

Gréns 3 ring: 5b Le grd bru

10

branden Grens lering

Grens 2e ring

Grens 3e ring

85 230 tet 510

85 toe 20

510

28

510 tor 500

20m t0

500

10

ververraing van hout ea kunststof, Breuk dubbelglas tot 215 mater.

afbtadderen verf en emsdge verkleuringen, Breuk ankel glas rot 315 meter.

Tabel 5 Effecten koude BLEVE op Amsterdam Rijnkanaal

Zoals ook aangegeven bij het plasbrandscenario is er bij het scenario van een

BLEVE naast de feitelijke explosie en drukgolf ook sprake van hittestraling. Indien het plangebied zich in de effectzone van de vuurbal alsmede de drukgolf van de BLEVE bevindt, zal dit tot grote schade en mogelijk vele slachtoffers leiden.

Uw kenmerk

Ons Kenmerk

52497

Pagina

7

y

VEILIGHEIDSREGIO UTRECHT BRANDWEER

Toxische wolk Van toxische vloeistoffen wordt een toxische wolk als gevolg van een ongeval met een ketelwagen met acryl(o)nitril als maatgevend gezien. Het heersende weertype op het moment van het ongeval is van grote invloed op de omvang van het bedreigde gebied, De hierna aangegeven waardes in behoren bij een verstedelijkt gebied bij het ongunstige weertype F1,5, welke stabiel weer inhoud met een windsnelheid van 1,5 m/s. Bij het catastrofaal falen van de

ketelwagen na een botsing ligt de 5% letaliteitscontour op 200 meter. Daarnaast geldt voor dit scenario dat na 10 minuten na het ongeval op een afstand van 180 meter er sprake is van een zogenoemde levensbedreigende

waarde (LBW). Na een uur kan dit gebied zich benedenwinds uitbreiden tot ruim 1.120 meter. De levensbedreigende waarde (LBW) geeft de luchtconcentratie van een stof waarboven mogelijk sterfte of levensbedreigende aandoeningen kunnen ontstaan. De waarboven de luchtconcentratie van een stof onherstelbare of andere ernstige gezondheidseffecten kunnen veroorzaken of waarbij door blootstelling aan de stof personen minder goed in staat zijn zichzelf in veiligheid te brengen is de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2495/documents/56008