CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota Inspraak en Overlegreacties.pdf

Raad 1 oktober 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 18: Vaststellen Bestemmingsplan Nieuwersluis36.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Nota Overlegreacties Voorontwerpbestemmingplan Nieuwersluis

Projectnummer: NL.IMRO.1904.BPNieuwersluisNWS-OW01 Auteur(s):

Datum: 6 juli 2021 Opdrachtgever: Gemeente Stichtse Vecht

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ..................................................................................................................................... 1 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 2 1.1 Doel van deze nota.................................................................................................................. 2 1.2 Leeswijzer ................................................................................................................................ 2 2 Inspraakreacties ............................................................................................................................... 3 2.1 (reactie ontvangen per mail d.d. 12 augustus 2019) .................................. 3 2.2 (reactie ontvangen per mail d.d. 13 september 2019) .................................. 3 2.3 (reactie ontvangen per mail d.d. 13 september 2019) ..................... 7 2.4 (reactie ontvangen per mail d.d. 12 augustus 2019) ....................................... 8 2.5 (reactie ontvangen per mail d.d. 12 september 2019) ................................. 8 2.6 (reactie ontvangen per mail d.d.

13 september 2019) .......................................................................................................................................................... 11 3 Overlegreacties........................................................................................................................... 13 3.1 Provincie Utrecht (reactie ontvangen per mail d.d. 22 augustus 2019) ................................ 13 3.2 Waternet (reactie ontvangen per mail d.d. 27 augustus 2019) ............................................. 13 3.3 Gasunie (reactie ontvangen per mail van d.d. 5 juli 2019) .................................................... 13 3.4 Veiligheidsregio Utrecht – VRU (schriftelijke reactie ontvangen van 13 augustus 2019) ..... 14 3.5 Natuurmonumenten (reactie ontvangen per mail d.d. 22 juli 2019) ...................................... 14 3.6 Dorpsraad “Nieuwersluis Bestaat” (reactie ontvangen per brief d.d. 30 september 2019) ... 15 3.7 Vechtplassencommissie (reactie ontvangen per brief d.d. 9 september 2019) .................... 15 3.8 Rijkswaterstaat ...................................................................................................................... 15 4 Ambtshalve wijzigingen ..................................................................................................................

16 4.1 Regels ......................................................................................................................................... 16 4.2 Verbeelding ................................................................................................................................. 19 4.3 Toelichting ................................................................................................................................... 20 4.4 Bijlagen ....................................................................................................................................... 22 5 Wijzigingen inspraak- en vooroverlegreacties. ............................................................................ 23 5.1. Mijndensedijk 49-51 te Nieuwersluis.......................................................................................... 23 5.2 Mijndensedijk 53 ......................................................................................................................... 26 5.3 Mijndensedijk 59 ......................................................................................................................... 27 5.4 Cultuurhistorie .............................................................................................................................

28 5.5 Water........................................................................................................................................... 28 5.6 Externe veiligheid ........................................................................................................................ 29 5.7 Bodem ......................................................................................................................................... 32

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

1

1 Inleiding 1.1

Doel van deze nota

Deze Nota Overlegreacties heeft tot doel insprekers en belangstellenden in de gelegenheid te stellen om kennis te nemen van alle overlegreacties op het voorontwerpbestemmingsplan “Nieuwersluis”, de antwoorden van de gemeente Stichtse Vecht hierop en de mogelijke wijzigingen in het voorontwerpbestemmingsplan. In deze nota wordt elke overlegreactie afzonderlijk samengevat, beantwoord en wordt per reactie aangegeven of en in welke mate de reactie aanleiding geeft tot aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen voor inspraak. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft van vrijdag 5 juli 2019 tot en met vrijdag 13 september 2019 in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) ter inzage gelegen. Het bestemmingsplan is toegezonden aan zes organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Wij hebben vijf overlegreacties ontvangen. Behalve overlegreacties kunnen wijzigingen van het voorontwerp hun oorzaak vinden in nieuwe of gewijzigde inzichten en het herstel van onjuistheden: de wijzigingen ambtshalve. Diverse omstandigheden hebben geleid tot de nodige voortgang van de procedure.

Er is bijvoorbeeld nog geen uitsluitsel over het bestemmingsplan “Ligplaatsen de Vecht” en de daarin opgenomen regels. Daarnaast staan de corona-maatregelen een verder vervolg van de gebruikelijke participatie in de weg. Desondanks is nu toch besloten de procedure voort te zetten. 1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de inspraakreacties aan de orde worden gesteld. De inspraakreacties worden samengevat en beantwoord. Bij elke inspraakreactie wordt aangegeven of deze leidt tot aanpassingen van het voorontwerpbestemmingsplan. In hoofdstuk 3 komen de overlegreacties ex artikel 3.1.1. Bro aan bod. Elke overlegreactie wordt kort samengevat en beantwoord. Na elke beantwoording wordt aangegeven of de reactie leidt tot aanpassingen van het voorontwerpbestemmingsplan. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de ambtshalve aanpassingen. Op grond van nieuwe gegevens en inzichten die losstaan van de overlegreacties kan het wenselijk zijn om het bestemmingsplan op onderdelen te wijzigingen. In hoofdstuk 5 worden alle aanpassingen die zullen worden aangebracht in de verbeelding, regels of toelichting van het voorontwerpbestemmingsplan samengevat weergegeven in een “Staat van wijzigingen”.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

2

2 Inspraakreacties 2.1 2.2. 2.3

Ontvangen 31 juli 2019 Ontvangen 13 september 2019 Ontvangen 13 september 2019

2.4 2.5 2.6

Ontvangen 12 augustus 2019 Ontvangen 12 september 2019 Ontvangen 12 september 2019

2.1

(reactie ontvangen per mail d.d. 12 augustus 2019)

Samenvatting De inspraakreactie is ingediend namens de eigenaar van het perceel sluis,

Nieuwer-

Achtergrond De inspraakreactie heeft betrekking op het buitenplaats Ouderhoek waar momenteel, los van dit bestemmingsplan, een aparte ruimtelijke procedure loopt om het huidige agrarische gebruik om te zetten naar een volwaardige buitenplaats. Daarbij wordt de huidige agrarische bestemming omgezet naar een nieuwe bestemming met bijbehorende bouwmogelijkheden. Omdat het hier gaat om een nieuwe ontwikkeling en een nog lopende procedure wordt deze niet meegenomen in het bestemmingsplan voor Nieuwersluis. In het kader van het bestemmingsplan Nieuwersluis hebben wij dit bestemmingsplan wel voorzien van de meest doelmatige bestemming. Dat betekent dat wij de agrarische bestemming (deels) hebben omgezet naar wonen. Inspraakreactie Inspreker geeft aan dat een wijziging van zijn bestemming gevolgen kan hebben voor de integrale herontwikkeling die nu voor dit perceel is gestart. Ter onderbouwing van deze plannen wordt namelijk een vergelijk gemaakt met het vigerende bestemmingsplan en de daarin opgenomen agrarische bestemming. Om deze onderbouwing niet te vertroebelen met een tussentijdse wijziging van het bestemmingsplan, wil de inspreker het bestemmingsplan graag volledig ongewijzigd laten. De inspreker geeft tevens aan dit passend te vinden bij het conserverende karakter van het bestemmingsplan Nieuwersluis.

Beantwoording Bij het opstellen van het bestemmingsplan Nieuwersluis hebben wij, mede naar aanleiding van het 10minuten-gesprek geprobeerd een op de toekomst gerichte bestemming voor dit perceel op te nemen. Gelet op de lopende procedure voor dit perceel kunnen wij ons echter voorstellen dat een wijziging van de bestemming, ook al sluit deze aan bij het huidige gebruik, op dit moment het proces van herontwikkeling zou kunnen frustreren. De inspreker stelt dat tot nu toe op basis van het provinciaal ruimtelijk beleid een vergelijking gemaakt wordt met de geldende bestemming. Door een tussentijdse wijziging kan deze vergelijking veranderen en effect hebben op de haalbaarheid van het plan. We nemen het verzoek van de inspreker over en zullen daarom de geldende bestemming (agrarisch) alsnog handhaven. De verwachting is dat de zelfstandige procedure voor het wijzigen van het bestemmingsplan in april 2021 opgestart kan worden. Hier wordt, in overleg met initiatiefnemer, dus een aparte procedure gevoerd. 2.2

(reactie ontvangen per mail d.d. 13 september 2019)

Samenvatting De inspraakreactie is ingediend namens de eigenaar van het perceel sluis,

te Nieuwer-

Achtergrond Het agrarisch bouwperceel bestaat uit twee bouwvlakken. Binnen elk bouwvlak mogen agrarische bedrijfsgebouwen opgericht worden. Op het oostelijk bouwvlak mogen geen woningen gerealiseerd worden. Op het westelijke bouwvlak zijn twee bedrijfswoningen (49 en 51) aanwezig. Ook het perceel

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

3

Mijndensedijk 47 is in eigendom van de inspreker. Dit perceel heeft een woonbestemming met de mogelijkheid één woning te realiseren.

Bestemmingsplankaart en luchtfoto

De bedrijfsvoering is recent gestaakt en momenteel wordt nagedacht over de herinrichting van het perceel. Eigenaren willen gebruik maken van de “ruimte-voor-ruimte-regeling” om na de sloop van agrarische bedrijfsbebouwing één extra woning te realiseren. De plannen zijn, hoewel er eerder een principeverzoek is ingediend, nog onvoldoende concreet om mee te kunnen nemen in dit bestemmingsplan. In het voorontwerpbestemmingsplan is wel de aanduiding “voormalig agrarisch bedrijf” opgenomen ter plaatse van het agrarische bouwvlak. Op deze manier wordt de huidige status van het bedrijf benadrukt en was het de bedoeling om ook de mogelijkheden van de “ruimte-voor-ruimteregeling” voor dit perceel te behouden. Dit is conform hetgeen is afgesproken tijdens het 10-minutengesprek voorafgaand aan het opstellen van het bestemmingsplan. De inspreker heeft dit ook op deze manier schriftelijk verzocht. Inspraakreactie De inspreker geeft aan dat de opgenomen aanduiding “voormalig agrarisch bedrijf” weinig handvatten biedt en onvoldoende waarborg geeft voor een toekomstige uitwerking. Mede op basis van het principeverzoek dat inspreker eerder heeft ingediend, acht deze een concretere uitwerking wenselijk. De volgende uitgangspunten/voorwaarden zijn door de inspreker ingebracht: -

-

-

-

De bestemming van de twee bedrijfswoningen (nummer 49 en 51) omzetten naar de bestemming “Wonen”, de woning (nummer 47) heeft reeds de bestemming “Wonen”; Op het hele bestaande bouwvlak (inclusief het bouwvlak met de ligboxenstal) en inclusief de derde woning met de bestemming “Wonen”, de regeling voor een vierde woning en mogelijk verruiming van bestaande derde woning van toepassing laten zijn, na gebruikmaking van de “ruimte-voor-ruimte-regeling”. Alle bedrijfsbebouwing wordt gesaneerd; De nieuwe woning gerealiseerd moet worden binnen het voormalige agrarische bouwvlak waar ook de bestaande woningen in staan en de bedrijfsbebouwing in het andere bouwvlak gesaneerd wordt. Dit perceel wordt omgezet naar de “Agrarische” bestemming; Er wordt opgenomen dat er nieuw gebouwd kan worden omdat de milieuvergunning (stikstof) wordt ingeleverd op deze locatie, en er dus door de nieuwbouw geen extra stikstof wordt uitgestoten; In de toekomst zullen er bedrijfsmatig geen dieren meer worden gehouden in de bestaande bedrijfsgebouwen.

Later is hierop aangevuld dat: - Gezien de milieuwinst (stikstofafname) op deze locatie zijn wij van mening dat de extra woning een minimale inhoud van 1000 m3 zou moeten kunnen verkrijgen en de 3de woning die reeds de bestemming “Wonen” heeft een inhoud van minimaal 600 m3. - Tevens hebben we nu gezegd dat de woning binnen het voormalige bouwvlak gebouwd dient te worden, aangezien het niet toegestaan is om op het andere bouwvlak te bouwen. Het voorstel van initiatiefnemer is om hiervan te maken dat deze woning op het kadastrale perceel Loenen D 1860 gebouwd mag worden.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

4

Beantwoording De agrarische activiteiten op het perceel Mijndensedijk 49 en 51 zijn nu definitief beëindigt en de omliggende weidegrond is niet langer in eigendom. Dit betekent dat hier geen toekomstbestendig agrarisch bedrijf gevestigd kan zijn. Daarmee komt de huidige agrarische bestemming ook niet overeen met het huidige en toekomstige gebruik van het perceel. Wij willen daarom meegaan met het verzoek van inspreker om het perceel een woonbestemming te geven. Dat betekent vervolgens wel dat we het gebruik van de huidige situatie, als woonbestemming, moeten vastleggen en voor de toekomst een mogelijkheid moeten opnemen om medewerking te verlenen aan de “ruimte-voor-ruimte-regeling” voor één extra woning. Daarom willen wij voorstellen om de volgende regeling in het bestemmingsplan op te nemen. Huidige situatie Als gemeente willen wij voorkomen dat er een heel groot bouwvlak voor “woondoeleinden” met bijbehorende bouwmogelijkheden zal ontstaan. Dit geldt vooral ter plaatse van het oostelijke, agrarische bouwvlak. Met betrekking tot het oostelijke bouwvlak wordt voorgesteld om het agrarische bouwvlak te laten vervallen en de nieuwe woonbestemming op het oostelijke deel te beperken tot de bestaande bedrijfsbebouwing. Om duidelijk te maken dat dit bouwvlak onderdeel uit maakt van het totale bouwvlak wordt er op de plankaart een verbindingsstreepje geplaatst.

Net als in de huidige situatie wordt het realiseren van een woning uitgesloten. Het slopen van de bebouwing op het oostelijke deel is een voorwaarde voor de bouw van één extra woning en daarom zal dit bouwvlak en de sloop van de bebouwing onderdeel uitmaken van de wijzigingsbevoegdheid. Tot de herinrichting van het perceel en de sloop van de bebouwing mag de stal gebruikt worden voor het hobbymatige agrarische activiteiten, een beroep-aan-huis en de opslag van agrarische goederen. Het bedrijfsmatig houden van dieren is uitgesloten. Ook met betrekking tot westelijke bouwvlak, bij de woningen Mijndensedijk 49 en 51, geven wij de voorkeur aan een zo’n klein mogelijk bouwvlak. Inspreker verzoekt om het zoekgebied voor één nieuwe extra woning gelijk te stellen aan de oppervlakte van het perceel kadastraal bekend als gemeente Loenen, sectie D, nummer 1860. Dit perceel is veel groter dan het huidige agrarische bouwvlak (zie onderstaand). De “ruimte-voor-ruimte-regeling” voorziet uitsluitend in de mogelijkheid om binnen het agrarisch bouwvlak, na sanering van de bestaande agrarische bedrijfsbebouwing en passend binnen de landelijke omgeving, te voorzien in de bouw van één extra woning. Via een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan kunnen wij geen medewerking verlenen voor het volledige kadastraal perceel.

Gelet op de haalbaarheid van het verzoek van de inspreker, rekening houdend met de landschappelijke en natuurlijke inpassing en de belangen van de bewoners van het perceel Mijndensedijk 47, stellen daarom voor om de woonbestemming op het westelijke perceel te “beperken” tot een deel huidige agrarische bouwvlak, waarbij het nu onbebouwde zuidelijke gedeelte van het bouwvlak de bestemming “agrarisch” krijgt. Op de onderstaande afbeelding is de beoogde woonbestemming rood omlijnd. Beide woonbestemmingen zullen onderdeel uitmaken van één wijzigingsgebied voor de bouw van één extra woning. Aan de kant van de weg wordt voorgesteld om hier de bestemming “tuin” op te nemen.

Kadastraal perceel (links), voorstel woonbestemming (rood) en tuinbestemming (groen) (rechts)

De woonbestemming op het westelijke perceel wordt kleiner dan het voormalige agrarische bouwvlak. Wij denken echter gelet op de genoemde waarden en de eerdere behandeling van een principeverzoek voor de bouw van één extra woning dat de nieuwbouw van één woning op het uiterlijk zuidelijkste puntje van het voormalige agrarisch bouwperceel niet kansrijk is gelet op het gemeentelijk en pro-

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

5

vinciaal ruimtelijk beleid met betrekking tot een goede landschappelijke inpassing en het waarborgen van cultuurhistorische waarden (inudatiegebied van de NHW). De bestaande bedrijfswoningen Mijndensedijk 49 en 51 zullen bestemd worden als woningen, waarbij de bestaande hoogtematen en overige aanduidingen (behalve bedrijfswoning) blijven gehandhaafd. Bijbehorende bouwwerken dienen per woning (na sloop) 150m2 te bedragen. De woonbestemming van het perceel Mijndensedijk 47 wordt met vijf meter verlengd, in zuidelijke richting, zodat deze beter aansluit bij de feitelijke situatie en het gebruiksmogelijkheden van het perceel worden verbeterd. Voor elke woning gelden de gebruikelijke bouwregels voor bijbehorende bouwwerken en vergroting van de woning zoals opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan. Gelet op de hoeveelheid bebouwing is het maximum aan bijbehorende bouwwerken voor wat betreft de woningen Mijndensedijk 49 en 51 al bereikt. Op het moment dat de agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesaneerd en er een nieuwe woning wordt gebouwd kan voor de woningen Mijndensedijk 49 en 51 opnieuw gebruik gemaakt worden van de reguliere bouwmogelijkheden mits de overgebleven bebouwing het opgenomen maximum niet overschrijdt.

Toekomstige situatie Op de woonbestemming (verdeeld over twee percelen) zal een aanduiding “voormalige agrarisch bedrijf” en daaraan gekoppeld een wijzigingsbevoegdheid opgenomen worden. Deze percelen vallen dan onder één wijzigingsgebied. De wijzigingsbevoegdheid voorziet in de bouw van één extra woning met een maximale inhoud van 800m3, een goothoogte van 4 meter en een bouwhoogte van 8 meter. Dit is gelijk aan de maximale inhoud van een woning na toepassing van “ruimte-voor-ruimte-regeling” in het landelijk gebied en in dit bestemmingsplan. Daarbij moet aanvullend opgemerkt worden dat na realisatie van de woning nog vergunningsvrije vergrotingen gerealiseerd kunnen worden. Bijbehorende bouwwerken mogen gezamenlijk een oppervlakte van 150m2 hebben. Met betrekking tot de sloop van voormalige bedrijfsbebouwing achten wij het verstandig om vooraf vast te leggen welke bedrijfsbebouwing gesloopt dient te worden om te kunnen voldoen aan de “ruimte-voor-ruimte-regeling”. Op de onderstaande afbeelding staan de bedrijfsgebouwen opgenomen die volgens ons voor sanering in aanmerking komen. In totaal gaat het om een oppervlakte van 1.027m2. Deze bebouwing moet gesloopt worden ten behoeve van de bouw van één extra woning binnen het wijzigingsgebied op het westelijke perceel.

Te slopen bebouwing (rood omlijnd)

Daarnaast zullen in de wijzigingsbevoegdheid de volgende aanvullende voorwaarden opgenomen moeten worden. Deze komen overeen met de voorwaarden behorende bij de huidige wijzigingsbevoegdheid in het voorliggende bestemmingsplan. - de woonbestemming op het oostelijke perceel wordt omgezet naar agrarisch met waarden, zonder bouwvlak; - de bouwwerken landschappelijk worden ingepast en aangetoond is dat de bestaande en beoogde landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden niet onevenredig worden aangetast; - het bevoegd gezag wint, alvorens over de wijziging te beslissen op grond van een inrichtingsplan, schriftelijk advies in bij een deskundige inzake, milieu, natuur, landschap en cultuurhistorie met betrekking tot de vraag of aan het bepaalde onder artikel .. lid … sub . wordt voldaan; - wordt voldaan aan de parkeernormen in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 26 lid 2.1 parkeernormen; - er mag één extra in- en uitrit gerealiseerd worden.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

6

Toelichting In de toelichting van het bestemmingsplan zal opgenomen worden dat de bestemming is gewijzigd. We zullen het volgende tekstvoorstel opnemen: Mijndensedijk 49 en 51 Op het perceel Mijndensedijk 49 en 51 was een kleine melkveehouderij gevestigd. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd maar de bedrijfsbebouwing is nog niet gesloopt en de omliggende weidegronden zijn vervreemd. Het is duidelijk dat er op deze locatie geen “nieuwe” toekomstbestendige veehouderij gevestigd kan worden. Daarom is het niet wenselijk om de huidige agrarische bestemming, inclusief bouwvlak te handhaven. Via dit bestemmingsplan wordt daarom een woonbestemming op het perceel gelegd. In de planregels is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen welke het mogelijk maakt de bestaande bedrijfsbebouwing te slopen en één nieuwe extra woning te realiseren. Dit kan uitsluitend op hetzelfde perceel als Mijndensedijk 49 en 51. De beëindiging van het agrarische bedrijf op deze locatie heeft positieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat in de directe omgeving. Het aantal verkeersbewegingen over de Mijndensedijk wordt verminderd en door de bedrijfsbeëindiging neemt de stikstofdepositie op het nabijgelegen Natura 2000 gebied af. Het opnemen van een woonbestemming heeft geen negatieve gevolgen voor gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen.

Stikstof Op het perceel is een agrarische bedrijfsvoering beëindigd en daarmee is ook de stikstofdepositie afkomstig van deze bedrijfsvoering komen te vervallen. Dit heeft, gelet op de korte afstand tot het Natura 2000 gebied van de Oostelijke Vechtplassen, een gunstig effect op de natuurwaarden. De gemeente hecht veel waarde aan het gunstige effect dat deze verandering met zich meebrengt maar beschikt niet over de middelen om de kwaliteitswinst juridisch-planologisch te verankeren. De regelgeving wordt hoofdzakelijk op landelijk niveau bepaald en de uitvoering ligt bij de provincies. Het agrarisch bedrijf heeft in het verleden, via de provincie Utrecht, een vergunning gekregen in het kader van de Natuurbeschermingswet. Wij zouden in het bestemmingsplan kunnen opnemen dat het beëindigen van het agrarisch bedrijf een gunstig effect heeft op de stikstofdepositie maar dit biedt geen enkele garantie voor wat betreft het verkrijgen van nieuwe omgevingsvergunningen in de toekomst. Desondanks zullen wij in de toelichting van het bestemmingsplan ingaan op de bestemmingswijziging en het positieve effect op de stikstofdepositie. 2.3

(reactie ontvangen per mail d.d. 13 september 2019)

Samenvatting De inspraakreactie is ingediend namens de bewoners van het perceel te Nieuwersluis. In hoofdzaak heeft de inspraakreactie betrekking op de wens van inspreker in het bestemmingsplan een passende regeling op te nemen voor de activiteiten zoals die in 2008 met een verleende vrijstelling zijn vergund. Daarnaast zou inspreker graag zien dat de naar aanleiding van handhaving de recent ingediende vergunningaanvragen, mits verleend, planologisch worden verankerd in het nieuwe bestemmingsplan. Aanvullend heeft inspreker nog een aantal wensen voor de recente toekomst, ook die zou inspreker graag opgenomen zien in het bestemmingsplan. Beantwoording Zoals inspreker aangeeft is er in 2008 een vergunning verleend voor herinrichting van het perceel. Daarbij werd door toepassing te geven aan de “ruimte-voor-ruimte-regeling” medewerking verleend aan de sanering van een agrarisch bouwvlak ten behoeve van de bouw van één extra woning. Op het perceel werd tevens toestemming verleend van enkele, aan het agrarisch landschap gerelateerde, activiteiten en de oprichten en/of opknappen van bouwwerken. Na vergunningverlening is bij de actualisatie van het bestemmingsplan Nieuwersluis in 2009 de woonbestemming op het perceel gelegd. Recent is er, mede als gevolg van enkele handhavingsverzoeken uit de omgeving, onenigheid ontstaan over de reikwijdte van de verleende vergunning uit 2008.

Kort samengevat stelt de inspreker zich op het standpunt dat de aangevraagde vergunning in meer bebouwings- en gebruiksmogelijkheden voorziet dan de gemeente Stichtse Vecht aanneemt. Daarnaast verzoekt inspreker een aantal toekomstige wensen op te nemen in het bestemmingsplan. Momenteel lopen er diverse handhavingsverzoeken ingediend en lopen er momenteel verschillende juridische procedures. De eigenaren van het betrokken perceel hebben aanvullend omgevingsvergunningen aangevraagd om verschillende (bouw)werkzaamheden (alsnog) mogelijk te maken.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

7

Het uitgangspunt van het bestemmingsplan “Kern Nieuwersluis” is dat het bestemmingsplan de vergunde situatie uit 2009 en daarbij de bestemmingen en regels van het geldende bestemmingsplan in haar overweging mee neemt. Verandering als gevolg van de lopende procedures en juridische (handhavings)procedures zullen, indien mogelijk, in het nieuwe bestemmingsplan meegenomen worden. Voor de beantwoording van de inspraakreactie is het “Beoordelingskader Mijndensedijk 53 te Nieuwersluis” opgesteld. Hierin wordt een reactie gegeven op de onderhavige inspraakreactie en de aanvraag omgevingsvergunningen welke eventueel meegenomen zouden moeten worden in het ontwerp bestemmingsplan. Voor een volledige beantwoording van de inspreekreactie wordt dan ook verwezen naar dit Beoordelingskader. Deze maakt onderdeel uit van deze “Nota van beantwoording” en de daaruit voortvloeiende besluitvorming. (reactie ontvangen per mail d.d. 12 augustus 2019) Samenvatting De inspraakreactie is mede ingediend namens de bewoners van te Nieuwersluis. De reactie is een kopie van een brief van 7 september 2018 gericht tegen de ontwikkelingen op het perceel Mijndensedijk 53. Insprekers stellen zich op het standpunt dat het op te stellen bestemmingsplan niet gebruikt mag worden om al aanwezige, en volgens insprekers, illegale activiteiten te legaliseren.

Daarnaast heeft de inspreker, eigenaar van het perceel aanvullend kenbaar gemaakt dat de bestaande berging op haar perceel niet is meegenomen op de plankaart. Het vergunde bijgebouw heeft een oppervlakte van 6,4m2 en een goothoogte van 2 meter en bouwhoogte van 2,30 meter. Beantwoording Voorafgaand aan de vaststelling van het geldende bestemmingsplan is voor het perceel Mijndensedijk 53 een uitgebreide procedure gevolgd voor het omzetten van een voormalige agrarisch bedrijf naar een woonperceel met paardenhouderij. De bouw- en gebruiksmogelijkheden uit de verleende vergunning zijn zo goed mogelijk opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Het voorontwerp bestemmingsplan “Kern Nieuwersluis” betreft een actualisering van dit geldende toetsingskader voor de kern Nieuwersluis. In het voorontwerp bestemmingsplan zijn voor het perceel Mijndensedijk 53 dezelfde bestemmingen opgenomen als in het geldende bestemmingsplan. Na vergunningverlening is tussen aanvrager en gemeente verschil van inzicht ontstaan over de reikwijdte van de verleende vergunning. Daarnaast vragen ook directe omwonenden, waaronder insprekers, zich af of alle (bouw)werkzaamheden passen binnen de vergunning en de regels van het geldende bestemmingsplan. Daarvoor zijn diverse handhavingsverzoeken ingediend en lopen er momenteel diverse juridische procedures.

Daarnaast hebben ook de eigenaren van het betrokken perceel aanvullend vergunningen aangevraagd om verschillende (bouw)werkzaamheden (alsnog) mogelijk te maken. Het uitgangspunt van het bestemmingsplan “Kern Nieuwersluis” is dat het bestemmingsplan de vergunde situatie vast legt waarbij de bestemmingen en regels van het geldende bestemmingsplan de basis vormen. Verandering als gevolg van de lopende procedures en juridische (handhavings)procedures zullen in het nieuwe bestemmingsplan meegenomen worden. Bijgebouw De bewoner van het perceel Mijndensedijk 59 heeft daarnaast nog vragen gesteld over de bestemming van de berging op haar perceel. Ter plaatse van het bijgebouw op de bestemming “tuin” ontbreekt de aanduiding met bouwhoogten om weer te geven dat hier een bestaand bijgebouw is gesitueerd. Dit is in afwijking met andere situaties binnen het plangebied. We stellen daarom voor om ook hier een aanduiding op te nemen waarbinnen een goothoogte van 2 meter en een bouwhoogte van 2,30 meter is toegestaan. 2.5

(reactie ontvangen per mail d.d. 12 september 2019)

Samenvatting De inspreker is woonachtig op het perceel te Nieuwersluis. Naar aanleiding van het voorontwerp bestemmingsplan heeft zij voornamelijk een aantal “technische” vragen over de regels.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

8

Een deel van deze vragen heeft geen betrekking op het bestemmingsplan. Wanneer dit het geval is zullen wij dit duidelijk aangegeven. De vragen zijn onderstaand, in samenvatting, weergegeven. Natuur - Inspreker maait het riet in de sloot voor haar woning. Staat het bestemmingsplan dit in de weg en wie moet de sloot onderhouden. - Wie gaat over het waterpeil in de sloot? - Het aanleggen van beschoeiingen mag niet maar mag het planten van bomen wel? - Inspreker hoopt dat het realiseren van nieuwe bebouwing in een gebied dat valt onder het NNN in de toekomst niet meer mag? - Wat wordt verstaan onder ecologische en natuurlijke waarden? - Welke gevolgen hebben de stikstofregels voor agrarische bedrijven in Nieuwersluis? Toerisme - Inspreker verwacht dat een aanwijzing van Nieuwersluis tot Unesco Werelderfgoed leidt tot toename van het toerisme. Hierdoor neemt de (verkeers)druk op Nieuwersluis en omgeving toe. De inspreker vraagt zich af hoe de gemeente het toerisme in goede banen gaat leiden. Waterstaat/Waterkering (artikel 22.3.1.) - Onder g staat verlagen waterpeil. Wie gaat over het waterpeil? - Zijn er subsidiemogelijkheden voor het opknappen van de weg waaraan de woning van inspreker is gelegen.

Bouwwerken - Wat zijn landschappelijke elementen? - Zijn er windmolens van 15 meter rondom onze woning gepland? - Mogen er zonnepanelen geplaatst worden in een beschermd dorpsgezicht? - Wij hebben geen bereik per mobiele telefoon. Hoe kunnen we dit oplossen? Overige - Wat doet de gemeente om de luchtkwaliteit in Nieuwersluis te verbeteren? - Mijndensedijk 53 heeft afval gestort. Wordt hier verder onderzoek naar verricht? - Indien een agrariër in onze nabijheid stopt wat kunnen wij dan op zijn perceel verwachten? - Een paardenhouderij wordt makkelijker gemaakt. Betekent dit dat er ook meer gebouwd mag worden. - De standaardregeling heeft een sloopverbod voor bebouwing en bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde? Waarom is dit opgenomen? Beantwoording Natuur - De volledige sloot voor de woning is gelegen binnen het perceel kadastraal bekend als LNN00 D 1878, eigendom van de inspreker. Inspreker is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van de sloot inclusief het maaien van het riet in de slotkant. De dubbelbestemming “Waarde Natuur Netwerk Nederland” staat regulier onderhoud niet in de weg. In artikel 20.2.2. onder a is onder andere opgenomen dat werkzaamheden “binnen het kader van het onderhoud, nodig tot bescherming en instandhouding van de ecologische waarden en daarop gerichte waterhuishoudkundige functies” niet vergunningplichtig is.

- De waterbeheerder (Waternet) is volgens de Waterwet verantwoordelijk voor het vaststellen en beheer van een peilbesluit. In het bestemmingsplan wordt het peilbesluit niet vastgelegd. Wel is opgenomen dat (bouw)werkzaamheden de waterhuishouding of de grondwaterstand niet mogen wijzigen. Het peilbesluit wordt vastgesteld in een andere procedure. - De dubbelbestemmingen voor “Natuur”, “Cultuurhistorie” en “Beschermd dorpsgezicht” zijn bestemmingen die de bijzondere waarden in de omgeving van Nieuwersluis moeten beschermen. Dat betekent niet zozeer dat de door inspreker genoemde werkzaamheden op voorhand worden uitgesloten. De regels zijn er op gericht om deze werkzaamheden in eerste instantie te koppelen aan een vergunningplicht. Hierdoor kan voorafgaand aan uitvoering getoetst worden of de beoogde werkzaamheden geen negatief effect hebben op deze waarden. Onder voorwaarden blijven werkzaamheden, van niet ingrijpende aard, uitvoerbaar.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

9

-

-

-

Het bestemmingsplan heeft een conserverend karakter. Dat betekent dat er uitsluitend nog (bouw)mogelijkheden worden toegestaan die passen binnen bestaand, geldend ruimtelijk beleid. Dit sluit aan bij de regels die al opgenomen zijn in het geldende bestemmingsplan. Bij de vaststelling van een nieuwe bestemming moet rekening gehouden worden met bestaande (bouw)rechten. Deze worden in een nieuw bestemmingsplan opnieuw overgenomen. De provincie Utrecht stelt het gebied van het Natuur Netwerk Nederland vast. Deze komt veelal overeen met het gebied dat door de Rijksoverheid is aangewezen als Natura 2000. Het gebied gelegen in het bestemmingsplan Nieuwersluis is echter wel NNN gebied maar geen Natura 2000-gebieden. Wat verstaan wordt onder ecologische en natuurwaarden is per gebied verschillend en is beschreven bij de aanwijzing van deze gebieden als NNN. Niet ieder gebied is bijvoorbeeld een weidevogelkerngebied en heeft dezelfde kwaliteiten. De specifieke waarden worden niet vastgesteld via bestemmingsplan. Binnen deze waarden zijn verschillende gebruiksmogelijkheden toegestaan, zo liggen er in een NNN gebied bijvoorbeeld recreatieve bestemmingen, agrarische bedrijven en woningen met tuinen. De regels met betrekking tot de stikstofdepositie worden vastgesteld op het niveau van de Rijksoverheid en uitgewerkt door de provincies.

Deze regels worden niet opgenomen in het bestemmingsplan. Om een agrarisch bedrijf te kunnen uitoefenen of vergroten is veelal een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet noodzakelijk. Een recente uitspraak van de Raad van State heeft geleid tot een verdere “aanscherping” van de regels ten aanzien van stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000-gebieden. Voor agrariërs in Nieuwersluis gelden, voor wat betreft stikstofdepositie, dezelfde regels als agrariërs elders in het land. Mocht niet kunnen worden voldaan aan de regels dan is uitbreiding van agrarische activiteiten niet toegestaan.

Toerisme - Voor de volledigheid merken wij op de niet Nieuwersluis maar de Nieuwe Hollandse Waterlinie door de provincie Utrecht is aangedragen als Unesco Werelderfgoed. Op dit moment is nog niet volledig zeker dat deze nominatie ook wordt omgezet in een toekenning. Mocht dit het geval zijn dan zal er ongetwijfeld meer aandacht komen voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie in zijn geheel. Wat dit voor een effect heeft op het toerisme in Nieuwersluis kan nu nog niet bepaald worden. Wel kunnen wij het gebruik van fort Nieuwersluis bepalen via het bestemmingsplan. Daarom zijn er in het bestemmingsplan regels opgenomen die het gebruik van het fort, ook voor recreatieve en commerciële doeleinden, begrenzen. Bij een eventuele toekenning als Unesco Werelderfgoed zullen deze regels niet (automatisch) verder opgerekt worden. Wij verwachten zelf dat de aanwijzing als Unesco Werelderfgoed ook een beperking zal opleggen aan ontwikkelingen in en rondom Nieuwersluis. Het algemene beleid rondom recreatie en toerisme is beschreven in de gemeentelijke beleidsnotitie “recreatie en toerisme”. Waterstaat/Waterkering (artikel 23.3.1.) - Waternet is als waterbeheerder verantwoordelijk voor het peilbesluit. De aanduiding “Waterstaat-Waterkering” is uitsluitend gelegen ter plaatse van de Mijndensedijk. De aanduiding vestigt de aandacht op de functie van de waterkering die hier is gelegen.

De aanduiding is niet gelegen ter hoogte van het perceel (inclusief de sloot) van inspreker. - Het perceel van inspreker wordt ontsloten via een doodlopende weg welke aansluit op de Mijndensedijk. Deze weg is geen eigendom van de gemeente. Daarmee is de gemeente ook niet verantwoordelijk voor het onderhoud van deze erftoegangsweg. Voor zover ons bekend zijn er geen subsidiemogelijkheden voor het onderhouden van dergelijke, particuliere, toegangswegen. Bouwwerken - Een landschapselement is een onderdeel van het landschap. Landschapselementen zijn de bouwstenen die samen de structuur van het landschap bepalen. Het gaat daarbij niet om bouwwerken als schuren of hooibergen. - De gemeente heeft (momenteel) geen plannen voor de plaatsing van windmolens in de omgeving van Nieuwersluis. Gemeenten en provincies staan echter wel voor een omvangrijke duurzaamheidsopgave. Daarbij bepaalt de provincie Utrecht in eerste instantie het toetsingskader en de zoeklocaties voor duurzame energie via windmolens en zonnevelden. Dit beleid wordt vastgelegd in de provinciale Omgevingsvisie. De provincie Utrecht is momenteel bezig met de herziening van de Omgevingsvisie. Dat er nu geen plannen zijn voor windmolens in de Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

10

-

-

omgeving van Nieuwersluis sluit niet uit dat er in de toekomst (particuliere) initiatieven worden ingediend. Binnen het beschermd dorpsgezicht zijn zonnepanelen toegestaan mits deze de waarden van het beschermd dorpsgezicht niet aantasten. Omdat hier sprake is van een beschermd dorpsgezicht zijn de mogelijkheden om vergunningsvrij zonnepanelen te instaleren beperkt. Voor het bereik van uw mobiele telefoon adviseren wij u contact op te nemen met uw provider.

Overigen - Het bestemmingsplan betreft een actualisatie. Dat betekent dat het bestemmingsplan een conserverend karakter heeft. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die in enige mate effect hebben op de luchtkwaliteit in Nieuwersluis. Voor fijnstof (PM10) wordt overigens wel voldaan aan de advieswaarde van het WHO. Voor ultra fijnstof (PM2,5) niet, maar daar wordt in heel Nederland niet aan voldaan. - Het bestemmingsplan heeft een conserverend karakter, daarom wordt het niet nodig geacht om voor het hele plangebied middels een bodemonderzoek de algemene bodemkwaliteit vast te stellen. Op plaatsen waar in de toekomst alsnog nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden dient door middel van een bodemonderzoek vastgesteld te worden of de bodemkwaliteit voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling geen belemmering vormt. - Indien een agrariër stopt kan op het perceel toepassing gegeven worden aan de vervolgfuncties zoals opgenomen in artikel 3.7.3. en artikel 3.7.4. De planregels volgen het provinciaal ruimtelijke beleid, waaronder de “ruimte-voor-ruimte-regeling”, waarbij woningbouw mogelijk is indien de agrarische bedrijfsvoering is gestaakt en de bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Indien aan de regeling kan worden voldaan kan er woningbouw op het perceel gerealiseerd worden. Hiervoor zal wel een aparte ruimtelijke procedure gevolgd moeten worden.

Deze regeling is ook opgenomen in het geldende bestemmingsplan. - Op pagina 69 van de toelichting is niet beschreven dat het eenvoudiger wordt op een paardenhouderij te hebben. In de toelichting is beschreven dat we in het nieuwe bestemmingsplan regels hebben toegevoegd om de leesbaarheid van het bestemmingsplan te verbeteren en om een beter beeld te kunnen geven wat onder een paardenhouderij kan worden verstaan. Het bestemmingsplan voorziet niet in een versoepeling of verruiming van de regels zowel ten aanzien van activiteiten als ten aanzien van bouwmogelijkheden ter plaatse van een paardenhouderij. Voor verdere context verwijzen we naar de beantwoording onder 2.4. - De standaardregeling is bedoeld om te voorkomen dat monumentale en karakteristieke bebouwing zomaar wordt gesloopt. Het betreft hier een regeling om cultuurhistorie te beschermen. 2.6 2019)

(reactie ontvangen per mail d.d. 13 september

Samenvatting De opstapplaats van Rederij de Kampioen in de sluiskom is niet benoemd in paragraaf 4.1 (milieuzonering) in de toelichting van het voorontwerpbestemmingsplan. Via deze inspraakreactie wil de inspreker vragen om de opstapplaats te benoemen in de toelichting van het bestemmingsplan en te concluderen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Beantwoording De afstand van de opstapplaats tot de dichtstbijzijnde woning is ongeveer 22 meter. Voor een aanlegsteiger of opstapplaats is geen richtafstand opgenomen in de VNG-Handreiking. Voor een jachthaven geldt een richtafstand van 50 meter, maar dit is niet vergelijkbaar met onderhavige situatie. Het gaat hier uitsluitend om het in- en uitstappen van personen. Daarom wordt een richtafstand van 10 meter gehanteerd. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Voor de gebruiksmogelijkheden van de Vecht en de realisatie van aanlegsteigers en opstapplekken verwijzen wij naar het bestemmingsplan De Vecht. Het bestemmingsplan Nieuwersluis heeft geen betrekking op de Vecht zelf.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

11

Op 29 januari 2020 hebben wij inspreker een tussenbericht met betrekking tot de inspraakreactie op het bestemmingsplan Nieuwersluis gestuurd. De inspraakreactie hangt namelijk sterk samen met de mogelijkheden die geboden worden op de Vecht. Daarom hebben wij inspreker er op geattendeerd dat de gemeente Stichtse Vecht momenteel ook het bestemmingsplan Ligplaatsen De Vecht in ontwerp ter inzage ligt. Hierin worden de gebruiksmogelijkheden van de Vecht geregeld. Onder andere de opstapplaatsen.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

12

3 Overlegreacties Het voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis is aan de volgende instanties en organisaties toegezonden: 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

Provincie Utrecht Waternet Gasunie VRU Natuurmonumenten Dorpsraad “Nieuwersluis Bestaat” Vechtplassencommissie Rijkswaterstaat

r

Van zeven instanties hebben wij een reactie ontvangen op het voorontwerpbestemmingsplan. Alleen van Rijkswaterstaat hebben wij geen reactie mogen ontvangen. De ontvangen reacties worden hier samengevat en beantwoord. 3.1

Provincie Utrecht (reactie ontvangen per mail d.d. 22 augustus 2019)

Samenvatting De provincie Utrecht heeft zich in haar reactie voornamelijk toegespitst op de onderdelen cultuurhistorie en water. In de inspraakreactie worden suggesties gedaan om de plantoelichting en planregels voor wat betreft de cultuurhistorische waarden te versterken. Daarnaast doet de provincie Utrecht ook enkele voorstellen om de plantoelichting (paragraaf 2.4.2.) voor wat betreft “water” te verbeteren. Beantwoording Wij hebben de aanbevelingen voorgelegd aan diverse collega’s binnen onze organisatie. Wij komen tot de conclusie dat de opmerkingen relevant zijn en van toegevoegde waarde zijn voor een volledige plantoelichting. Wij zijn daarom voornemens om de tekstvoorstellen van de provincie Utrecht over te nemen. De overlegreactie van de provincie geeft aanleiding om het plan aan te passen voor wat betreft het onderdeel cultuurhistorie. Daarnaast zijn er ook opmerkingen gemaakt met betrekking tot de bestemming en functie water. Het is lastig om de achtergrond van deze opmerkingen en de relatie tot het bestemmingsplan volledig op te maken. Daarnaast is er een zekere overlap (en verwijzing) naar regelgeving van Waternet. Waternet heeft echter geen aanleiding gezien opmerking te maken. Daarom zullen wij de opmerkingen van de provincie Utrecht die verwijzen naar Waternet niet overnemen. Opmerken over de Vecht vallen buiten het plangebied van dit bestemmingsplan.

Bepalingen over de Vecht zullen opgenomen worden in het bestemmingsplan “Ligplaatsen De Vecht”. 3.2

Waternet (reactie ontvangen per mail d.d. 27 augustus 2019)

Samenvatting In de reactie geeft Waternet aan geen opmerkingen te hebben met betrekking tot het plan. Beantwoording Wij nemen de reactie voor kennisgeving aan. De overlegreactie van Waternet heeft geen gevolgen voor het bestemmingsplan. 3.3

Gasunie (reactie ontvangen per mail van d.d. 5 juli 2019)

Samenvatting De Gasunie heeft aangegeven dat het plan is getoetst aan het huidige externe veiligheidsbeleid van het Ministerie van I&M voor aardgastransportleidingen, zoals bepaald in het per 1 januari 2011 in werking getreden Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Op grond van deze toetsing komt de

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

13

Gasunie tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitgrens van de dichtst bij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Beantwoording De opmerking wordt ter kennisgeving aangenomen. De overlegreactie heeft geen gevolgen voor het bestemmingsplan. Veiligheidsregio Utrecht – VRU (schriftelijke reactie ontvangen van 13 augustus 2019)

3.4

Samenvatting In de reactie adviseert de VRU in de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op de Rijksweg A2 Amsterdam-Utrecht, het Amsterdam Rijnkanaal en de spoorlijn Breukelen – Amsterdam, alsmede de mogelijkheden tot zelfredzaamheid in het plangebied in het kader van de verantwoording van het groepsrisico. Het advies heeft betrekking op vier onderdelen: -

Verantwoording van de hulpverlening en de voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp; Zelfredzaamheid; Toekomstige voorschriften in de omgevingsvergunning activiteit bouwen; Toekomstige voorschriften in de omgevingsvergunning activiteit bouwen ten tijde van een plasbrand.

Beantwoording De Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) heeft de reactie van de VRU beoordeeld. Een deel van de reactie van de VRU is gericht op uitvoering. Deze opmerkingen krijgen geen plek in het bestemmingsplan maar zullen wel meegenomen worden bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Voor wat bestrijding en zelfredzaamheid adviseert de ODRU de toelichting (paragraaf 4.5) aan te vullen. De ODRU heeft hiervoor een tekstvoorstel opgenomen waarin het advies van de VRU is verwerkt. Wij zullen het tekstvoorstel van de ODRU overnemen. De overlegreactie gevolgen voor de plantoelichting van het bestemmingsplan. 3.5

Natuurmonumenten (reactie ontvangen per mail d.d. 22 juli 2019)

Samenvatting Natuurmonumenten geeft complimenten voor het bestemmingsplan en het proces. Natuurmonumenten is akkoord met de bestemming van het fort en de bijbehorende planregels. In de plantoelichting wordt het fort aangeduid als een voor (ernstige) bodemverontreiniging verdachte locatie. Natuurmonumenten deelt dit standpunt niet en heeft een drietal bestaande bodemonderzoeken aangeleverd om dit te onderbouwen. Beantwoording De gemeente Stichtse Vecht heeft in 2015 gebiedsspecifiek grondstromenbeleid met bijbehorende bodemkwaliteitskaart vastgesteld. In de Nota Bodembeheer is het beleidskader beschreven en zijn de gebiedsspecifieke regels uitgewerkt. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt verwezen naar deze bodemkwaliteitskaart maar ook een overzicht van locaties waar activiteiten daadwerkelijk tot bodemverontreiniging hebben geleid. Voor het fort betreft de locatie met code UT032900016 aan de Rijksstraatweg 7B te Nieuwersluis. De Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) heeft de bodemonderzoeken zoals aangeleverd door Natuurmonumenten ontvangen en beoordeeld. Zij komen tot de conclusie dat de onderzoeken weliswaar aanknopingspunten bieden voor een genuanceerder beeld maar dat de resultaten van de drie bodemonderzoeken géén aanleiding geven voor verandering van het algemene beeld van de bodemkwaliteit.

De drie bodemonderzoeken hebben plaatsgevonden op relatief kleine deellocaties binnen een geval van (ernstige) bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming (Wbb) en geven daardoor geen volledig beeld. Bij het eerstgenoemde bodemonderzoek wordt de sterke verontreiniging in de grond zelfs bevestigd, terwijl bij de andere twee bodemonderzoeken slechts lichte verontreinigingen zijn gemeten. De ODRU adviseert het algemene beeld over de bodemkwaliteit te handhaven. Wij nemen dit advies over.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

14

De overlegreactie heeft geen gevolgen voor het bestemmingsplan. Dorpsraad “Nieuwersluis Bestaat” (reactie ontvangen per brief d.d. 30 september 2019)

3.6

Samenvatting Het bestuur van “Nieuwersluis Bestaat” is van mening dat het proces goed en prettig is verlopen. Het is een voorbeeld hoe de gemeente burgers kan betrekken in een proces door -tijdig- het gesprek aan te gaan en goede informatie te geven. Het BP Nieuwersluis is in openbare bijeenkomsten aan de bewoners toegelicht en alle bewoners hebben de mogelijkheid hebben gehad hun situatie persoonlijk door te spreken in een 10-minuten-gesprek. Als bestuur van de Vereniging Nieuwersluis Bestaat is hier voor hen inhoudelijk geen rol; de leden hebben de ook niet gevraagd om inhoudelijk hierin een rol te spelen. Beantwoording De opmerking wordt ter kennisgeving aangenomen. De overlegreactie heeft geen gevolgen voor het bestemmingsplan. 3.7

Vechtplassencommissie (reactie ontvangen per brief d.d. 9 september 2019)

Samenvatting De Vechtplassencommissie (VPC) geeft aan blij te zijn met het conserverende karakter van het bestemmingsplan. De VPC is positief over het voorliggende bestemmingsplan. Zo onderschrijft de VPC het uitgangspunt dat bewoners en bedrijven op eigen perceel moeten voorzien in de parkeerbehoefte. Ook staan zij achter de mogelijkheden die geboden worden voor functieverandering ter plaatse van het landbouwmechanisatiebedrijf, mits de cultuurhistorische waarden in stand gehouden worden. Voor het overige bestaat de reactie van de VPC uit een aantal aanbevelingen. Deze aanbevelingen worden kort samengevat: -

In hoofdstuk 2.5.3. van de plantoelichting ontbreekt dat de gemeente kiest voor het ontwikkelen van kwaliteitstoerisme; De VPC heeft moeite met de keuze om de rivier De Vecht in een apart bestemmingsplan op te nemen. Dit heeft volgens hen negatieve gevolgen voor de leesbaarheid van het bestemmingsplan en de eenduidigheid van de begrippen en regels. De VPC adviseert de regels en begrippen van de verschillende bestemmingsplannen verder te harmoniseren. De VPC doet enkele voorstellen voor verdere aanvulling van de planregels.

Beantwoording Het bestemmingsplan betreft de actualisatie van het bestemmingsplan Nieuwersluis. Daarmee willen wij voorzien in een actueel planologisch-juridisch toetsingskader dat voldoet aan de huidige regels voor het opstellen van een bestemmingsplan. Hoewel elk bestemmingsplan zijn eigen plangebied en daarmee karakteristieke eigenschappen heeft willen ook wij uiteraard een zo eenduidig plan maken waarbij de planregels, met uitzondering van specifieke situaties, aansluiten op de planregels van andere bestemmingsplannen. Wij zullen de aanbevelingen ter harte nemen en het bestemmingsplan nogmaals doorlopen. Eventuele aanpassingen aan het bestemmingsplan zullen als ambtshalve wijzigingen opgenomen worden in de "Staat van wijzigingen”. 3.8

Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat heeft gedurende de daarvoor bedoelde termijn geen inspraakreactie kenbaar gemaakt. Wij gaan er daarmee van uit dat het bestemmingsplan voor Rijkswaterstaat geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Gedurende de ter inzage legging van het bestemmingsplan is er wel contact geweest met Rijkswaterstaat voor wat betreft de golfslag van vaartbewegingen op het Amsterdam-Rijnkanaal ter plaatse van de woonschepen in de Nieuwe Wetering. Tijdens de 10minuten-gesprekken hebben vele bewoners aangeven hinder te ervaren van de hogere golfslag in de Nieuwe Wetering als gevolg van een toenemende aantal vaarbewegingen op het AmsterdamRijnkanaal door grotere vrachtschepen. Rijkswaterstaat, Waternet, gemeente en

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

15

4 Ambtshalve wijzigingen Het voorontwerpbestemmingsplan kan aanleiding geven tot het maken van ambtshalve opmerkingen. Op grond van nieuwe gegevens en inzichten die losstaan van de overlegreacties kan het wenselijk zijn om het bestemmingsplan op onderdelen te wijzigingen. In dit hoofdstuk worden de ambtshalve wijzigingen besproken. Deze zijn verdeeld in drie onderdelen: regels, toelichting en verbeelding. 4.1 Regels 1. Bij nadere bestudering van de planregels is geleken dat er verschillende tekstuele onvolkomenheden zijn achtergebleven in het voorontwerp. Daarbij gaat het om verschrijvingen of het achterwege laten van hoofdletters. Ten behoeve van de leesbaarheid worden de planregels hierop aangepast. 2. Definitie 1.17: De bewoording “(versie 3.1)” wordt geschrapt om zo de laatste versie van de Kwaliteitsnorm voor Nederlandse Archeologie te gebruiken. 3. Definitie 1.38: gestructureerd wordt vervangen door structureel. 4. Definitie 1.56: het jaagpad komt wel terug in de definitie maat niet in de regels van het bestemmingsplan. Er wordt een aanduiding opgenomen op de verbeelding waar ook in de regels naar verwezen zal worden. 5. Definitie 1.73: “waar naar training” wordt vervangen door “waar naast training”. Hier zal tevens aan toegevoegd worden dat sprake kan zijn van hobbymatig gebruik. 6.

Definitie paardenbak: hier wordt toegevoegd “Een paardenbak mag niet gebruikt worden als dierenverblijf als bedoeld in de wet Geurhinder en veehouderij”. 7. Definitie 1.62 onder b. de bewoording “direct aan de rivier” is mogelijk onvolledig. Dit wordt aangevuld met direct aan de rivier De Vecht of de Nieuwe Wetering. 8. Definitie 1.85 conform bestemmingsplan “Ligplaatsen De Vecht” vervangen in “een drijvende of boven water aangebrachte constructie waarop gelopen kan worden, bedoeld om vaartuigen aan af te meren”. 9. Definitie 1.91: aan de eerste zin wordt toegevoegd: evenwijdig gelegen aan de weg waarop de bestaande ontsluiting van het hoofdgebouw naar het openbaar gebied plaatsvindt. 10. Een definitie van een hobbymatige agrarische activiteiten ontbreekt. Het bestemmingsplan zal voorzien worden van een dergelijke bestemming. 11. De volgende definitie wordt opgenomen ten behoeve van “Kleinschalige verblijfsrecreatie”: recreatief nachtverblijf, waarbij overnacht wordt in kampeermiddelen en/of recreatieverblijven, al dan niet in bestaande bebouwing, op gronden met een andere hoofdfunctie. 12. De volgende definitie wordt opgenomen ten behoeve van “Voormalig agrarisch bedrijf”: een agrarisch of inmiddels niet meer agrarisch bouwperceel waarop in het verleden een agrarisch bedrijf werd uitgeoefend, waarvan de bedrijfsbebouwing nog geheel of gedeeltelijk aanwezig is. 13.

Bij wijze van meten staat “ondergeschikte bouwdelen” en “algemene bepaling”. Deze twee bepaling zijn nagenoeg overeenkomstig. Er zal gekeken worden of er één regeling kan worden opgenomen voor ondergeschikte bouwdelen. 14. Er ontbreken artikelnummers bij de verschillende onderdelen van de wijze van meten (artikel 2). Deze moeten wellicht worden toegevoegd om de leesbaarheid van de planregels te verbeteren. 15. Artikel 2. onder b wordt vervangen door: “b. indien de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst of de gronden waar het bouwwerk komt zichtbaar lager ligt dan de weg, de door burgemeester en wethouders bij aanvang van de werkzaamheden vastgestelde hoogte van het terrein”: 16. In artikel 3.1, titel en aanhef, ontbreekt de toevoeging “landschapswaarden”. Nu staat er alleen “agrarisch met waarden”; 17. Regel 3.1. onder b wordt tekstueel aangepast in “ter plaatse van de aanduiding “fruitteelt” zijn ten behoeve van fruitteelt tevens boog- en gaaskassen toegestaan”. 18. Regels 3.1 onder c: “met behoud” wordt vervangen door “het behoud”. Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 6 juli 2021

16

19. In artikel 3.2 onder a komt te vervallen: met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen. 20. Aan artikel 3 wordt de volgende afwijkingsbevoegdheid toegevoegd: Oprichten andere bouwwerken buiten bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3.2 onder a ten behoeve van het oprichten van andere bouwwerken buiten het bouwvlak, mits voldaan wordt aan de volgende bepalingen: a het betreft uitsluitend andere bouwwerken ten behoeve van de bestemming; b het betreft uitsluitend andere bouwwerken die in het kader van de agrarische bedrijfsvoering noodzakelijk zijn; c de hoogte van de andere bouwwerken, waaronder erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 m bedragen; d bruggen mogen uitsluitend worden gebouwd met een maximale breedte van 6 m en uitsluitend ter plaatse van reeds aanwezige oeververbindingen ter vervanging, herstel of verbetering, dan wel ten behoeve van volwaardige agrarische bedrijven; e andere bouwwerken in de vorm van oeverbeschoeiingen dienen gelijk te zijn aan het streefpeil; f de landschappelijke en cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 21. In artikel 3.2 tabel wordt de inhoud van een agrarische bedrijfswoning vergroot naar 800m3. 22. In artikel 3.2 onder a dient de bij de uitzonderingen “schuilhut” te worden toegevoegd. 23.

In de tabel van artikel 3.2.onder b moet de “schuilhut” verwijderd worden. Vervolgens dient er een aparte bouwregel opgenomen te worden die verwijst naar de mogelijkheid op per functieaanduiding maximaal één schuilhut te realiseren conform de op de verbeelding aangegeven bouw- en goothoogte. 24. In de tabel van artikel 3.2.onder b wordt toegevoegd de goothoogte en bouwhoogte van bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Alle agrarische bedrijfswoningen zijn namelijk voorzien van een maximale goot- en bouwhoogte. 25. In de tabel van artikel 3.2. onder b wordt overkappingen als aparte categorie geschrapt en worden overkappingen toegevoegd bij “bijgebouwen bij de bedrijfswoning”. 26. In de tabel van artikel 3.2. onder b wordt “overige” toegevoegd voor bouwwerken geen gebouwen zijnde paardenbakken en terrein- en erfafscheidingen, “gelegen achter de voorgevelrooilijn”. Schuingedrukt wordt toegevoegd. 27. In artikel 3.2.c is de bewoording “woning” vervangen door “bedrijfswoning” (2x). 28. Artikel 3.3.2 onder a en e worden samengevoegd tot één artikel. Onder artikel 3.3.2 onder a wordt opgenomen: “de kuilvoerplaten worden binnen het bouwvlak dan wel direct grenzend aan het bouwvlak gerealiseerd”. 29.

Ter verduidelijking van artikel 3.3.2 wordt een definitie van “kuilvoerplaat” als “agrarische bedrijfsvoorziening in de vorm van een gesloten vloer met eventueel een (doorgaans betonnen) keerwand van maximaal 3 m hoog ten behoeve van opslag van veevoeder (hooi, stro, gras e.d. al dan niet in verpakte vorm)”, toegevoegd aan de begripsbepaling. 30. In artikel 3.3.2, wordt onder “f” toegevoegd dat de hoogte van een keerwand van de kuilvoerplaat maximaal 3 meter mag bedragen. 31. Artikel 3.5.1. onder 11 heeft betrekking op “kleinschalige kamperen”. Ook in de tabel en in de verwijzingen onder de tabel zijn regels opgenomen ten aanzien van kleinschalig kamperen. Om de leesbaarheid te vergroten wordt voorgesteld om deze regels tot één planregel samen te voegen. Deze luid als volgt: Artikel 3.5.1 onder b: “het bevoegd gezag kan voor de duur dat de agrarische functie wordt uitgeoefend afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 1 en artikel 3 lid 4 ten behoeve van kleinschalig kamperen, met dien verstande dat: a. kleinschalig kamperen uitsluitend toegestaan is in de periode 15 maart tot en met 31 oktober b. het aantal kampeermiddelen bedraagt ten hoogste 25 per agrarisch bouwperceel; c. kleinschalig kamperen voor meer dan 15 plaatsen alleen is toegestaan in situaties waar-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2495/documents/56008