CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - E. Bijlagen bij de toelichting.pdf

Commissie Fysiek Domein 16 september 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: b: Vaststellen bestemmingsplan Breukelerwaard Fase 3, Kavel 117.414 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3/9

verhuisdynamiek op bedrijventerreinen in de gemeente is afkomstig van bedrijven uit de gemeente. Verder is er een sterke verhuisrelatie met Utrecht van 18%.7 In totaal is de gehele U10 regio verantwoordelijk voor driekwart van de verhuisbewegingen. We concluderen dat de markt in Stichtse Vecht vooral een bovenlokale/subregionale markt is. Daarom hanteren we de U10 als onderzoeksgebied. Bovendien sluit dit aan bij bestuurlijke regionale samenwerkingen.

14-8-2023

Figuur 2 Onderzoeksgebied, bron: Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023. *De termen regio U16 en U10 worden in het document provinciaal programma Wonen en Werken door elkaar heen gebruikt, steeds verwijzende naar hetzelfde onderzoeksgebied. De hier aangeduide regio U16 is de U10 regio.

3. Uitbreiding van De Corridor voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte 3.1 Kwantitatieve vraag - Meer dan voldoende vraag naar uitbreiding van De Corridor in de komende 10 jaar Provinciale prognose behoefteraming als uitgangspunt De behoefte naar werklocaties in het onderzoeksgebied baseren wij op bestaande, vastgestelde regionale prognoses. Dit zijn het Regionaal Programma Wonen en Werken 2022 (RPWW)8 en de meest actuele provinciale behoefteraming van de provincie Utrecht9. In deze ladder actualiseren we de provinciale prognose. De oorspronkelijke prognose loopt van 2019 tot 2030 met een doorkijk tot 2040. In dit onderzoek berekenen we, conform de ladder, de behoefte voor de komende 10 jaar (2023-2033). De ruimtebehoefte wordt berekend o.b.v. de werkgelegenheidsontwikkeling, het aandeel in de totale werkgelegenheid per sector, het aantal banen op bedrijventerreinen (locatietypevoorkeur / LTV) en het ruimtegebruik per werknemer (terreinquotiënt / TQ). Deze parameters lichten wij hieronder toe:

7

Vastgoeddata (2023), bedrijven met minstens 2 werknemers gevestigd op bedrijventerreinen Regionaal Programma Wonen en Werken, Provincie Utrecht (2023) 9 Provinciale Prognose werklocaties, Stec groep in opdracht van de Provincie Utrecht (2019) 8

4/9

•

•

Werkgelegenheidsontwikkeling. De provinciale prognose sluit aan bij de WLO scenario’s

14-8-2023

opgesteld door het CPB en PBL (2015). In het meest recente RPWW wordt het hoge WLO scenario aangehouden. Dit scenario gaat uit van een jaarlijkse werkgelegenheidsontwikkeling van +0,7% tot 2030 en +0,4% tot 2040. Historisch is de werkgelegenheid in het onderzoeksgebied sterker ontwikkeld. In de afgelopen 10 jaar steeg de werkgelegenheid jaarlijks met +1,7%. Daarmee is het hoge scenario nog behouden t.o.v. de daadwerkelijke werkgelegenheidsontwikkeling. De provinciale prognose heeft op sectoraal niveau het aandeel banen, LTV en TQ bepaalt tot 2030 en tot 2040. Voor dit onderzoek nemen wij de regio specifieke uitgangspunten van Utrecht Midden en West over zoals gegeven in de provinciale prognose. Deze cijfers zijn vervolgens vertaald naar de onderzoeksperiode van 2023 – 2033. In de meeste sectoren blijft het aandeel banen in de totale werkgelegenheid, het LTV en de TQ min of meer gelijk. De uitgangspunten zijn weergegeven in Bijlage 1.

Op basis van bovenstaande uitgangspunten bedraagt de uitbreidingsvraag voor het onderzoeksgebied 119 ha. Onderstaande figuur toont de ontwikkeling van de uitbreidingsvraag per jaar. 140,0 120,0 100,0

Ha

80,0 60,0 40,0

20,0 0,0 2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

Figuur 3 Uitbreidingsvraag bedrijventerreinen. Bron: Provinciale behoefteraming Utrecht, Provincie Utrecht (2019), bewerking door Sweco

10,7 ha vervangingsvraag in het onderzoeksgebied In het RPPW wordt jaarlijks de concrete vervangingsvraag van bedrijventerreinen in beeld gebracht. De vervangingsvraag is de additionele vraag naar bedrijfsruimte die voortkomt uit transformatie van bestaande bedrijventerreinen naar wonen of de verplaatsing van bedrijven. Daarmee is het een aanvullende vraag op de uitbreidingsvraag. Uit de inventarisatie van eind 2022 blijkt dat in de U10 een vervangingsvraag is van 10,7 ha. Wel wordt hier opgemerkt dat er meerdere locaties zijn waar transformatie wordt verwacht. Momenteel wordt hier, in het kader van een nieuwe provinciale behoefteraming, een inventarisatie voor uitgevoerd in opdracht van de provincie Utrecht.

3.2 Kwalitatieve vraag - Regulier, gemengd segment heeft een aandeel van meer dan 50% van de vraag Voor de bedrijfskavel wordt aangesloten bij het bestaande profiel en planregels van het bestaande bedrijventerrein. Deze maakt reguliere bedrijvigheid tot een milieucategorie van 3.2 mogelijk. De

5/9

regionale prognose geeft een uitsplitsing naar doelgroepen. Onderstaande tabel geeft de uitbreidingsvraag per sector weer. De planlocatie richt zich primair op de bovenste drie sectoren (Bouw, handel en reparatie, consumentendiensten en ICT, Zakelijke en overige dienstverlening), maar er kunnen ook bedrijven actief in kleinschalige logistiek en groothandel vestigen. De vraag uitbreidingsvraag voor de bovenste drie sectoren bedraagt 61,8 ha. Sector Bouw, handel en reparatie Consumentendiensten ICT, Zakelijke en overige dienstverlening Industrie - HTSM Industrie – VGM Industrie – Overige maak- en procesindustrie Logistiek en groothandel

14-8-2023

Uitbreidingsvraag (ha) 17,3 12,8 31,7 6,7 2,5 11,1 36,8

Tabel 1 Kwalitatieve uitbreidingsvraag, bron: Provinciale behoefteraming, Stec Groep (2019), actualisatie door Sweco

De vervangingsvraag in de U10 regio is afkomstig vanuit bedrijventerreinen met een vergelijkbaar profiel als de Corridor.

3.3 Kwantitatief en kwalitatief Aanbod – totaal circa 8 ha harde plancapaciteit Kwantitatief – 7,8 ha harde plancapaciteit in de U10 regio Uit het RPWW is op te maken dat in de regio rekening is gehouden met een programmering van 67,5 ha. Hiervan is 7,8 ha direct uitgeefbaar en harde plancapaciteit. De overige 59,7 ha (o.a. Strijkviertel) is nog in ontwikkeling en termijn uitgeefbaar.10 Voor de Ladder moet worden getoetst op de harde vastgestelde plancapaciteit. In de gemeente Stichtse Vecht zijn momenteel geen kavels meer beschikbaar. Kwalitatief – 7,8 ha harde plancapaciteit in de U10 regio Nagenoeg alle harde plancapaciteit opgenomen in het RPWW is gericht op een vergelijkbare doelgroep als de planlocatie.

3.4 Kwantitatieve en kwalitatieve behoefte – Grote behoefte aan bedrijfskavels in de U10 regio Kwantitatief – bijna 122 ha behoefte aan bedrijfsruimte in de U10 Wanneer we de vraag confronteren met het beschikbare aanbod concluderen we dat in de U10 regio er een behoefte bestaat van 121,9 ha tot 2033 aan bedrijventerreinen. Uitbreidingsvraag 118,9 ha

Vervangingsvraag 10,7 ha

Plancapaciteit 7,8 ha*

Behoefte (2023-2033) 121,9 ha

Tabel 2 Behoefteraming U10 regio. *plancapaciteit is gebaseerd op het Provinciaal Programma Wonen en Werken, vastgesteld op 4 juli 2023. In totaal is hier 67,5 ha geprogrammeerd. Hiervan is 7,8 ha bestaand aanbod. De overige 59,7 ha is geprogrammeerd nieuw aanbod op bedrijventerreinen, en daarmee nog niet direct uitgeefbaar. Voor de volledige lijst verwijzen we dan ook naar dit document

Kwalitatief – bijna 65 ha behoefte aan nieuwe bedrijfsruimte in een regulier, gemengd werkmilieu Een confrontatie tussen de uitbreidingsvraag, vervangingsvraag en aanbod geeft een behoefte van 64,7 ha voor bedrijventerreinen in het regulier, gemengde werkmilieu. De overige behoefte richt zich op grootschalige regionale bedrijventerreinen. Ook rekening houdend met de geprogrammeerde (nog niet harde) plannen uit het RPWW constateren we dat er nog marktbehoefte over is in dit segment van ca. 5 ha.

10

Provincie Utrecht, Programma wonen en werken regio U10, februari 2023

6/9

14-8-2023

Uitbreidingsvraag 61,8 ha

Vervangingsvraag 10,7 ha

Plancapaciteit 7,8 ha

Behoefte (2023-2033) 64,7 ha

Tabel 3 Kwalitatieve behoefteraming regulier gemengd werkmilieu

Vergelijking met het RPWW 2023 Ook wanneer we rekening houden met de reeds geprogrammeerde ruimte waar afspraken over zijn gemaakt in het Programma Wonen en Werken blijft er meer dan voldoende marktbehoefte over. In het RPWW wordt aanvullend op de harde plancapaciteit ook uitgegaan van nog niet vastgestelde plannen waar wel al afspraken over zijn gemaakt. Dit zijn dus nog zachte plannen. Daarnaast maakt het RPWW de aanname dat een deel van ruimtevraag kan worden opgevangen door intensivering en verduurzaming van bestaand terrein en wordt er voor gekozen om een algemene reservering aan te houden. Dit zorgt voor de vermindering van de vraag na 2030 van ca. 30 tot 40%. In het RPWW wordt geconcludeerd dat er tot 2040 een tekort ontstaat van 12,5 tot 21,5 ha. Daarmee is er ook in het RPWW nog concrete behoefte voor de uitbreiding van de Corridor.

3.5 Aanbod - In het onderzoeksgebied is nauwelijks leegstand van bedrijfsruimte De vraag naar bedrijfsruimte is hoog, maar in de regio is er ruimte te kort om te kunnen voorzien in de vraag.11 Mede door beperkt en (deels) specifiek aanbod sluit de vraag en aanbod in de regio kwalitatief niet goed op elkaar aan. Dit is niet alleen zichtbaar bij nieuw uit te geven kavels, maar ook bij bestaande bebouwing. Begin 2022 lag het leegstandspercentage van bestaande bedrijfsruimte in de provincie op 1,8%, dit is ruim onder het gewenste frictieniveau van 5%.12 Hierbij moeten wij wel vermelden dat de gemeente Stichtse Vecht de enige gemeente in de provincie was begin 2022 met een leegstandspercentage dat hierboven lag. In absolute aantallen valt de leegstand hier mee. Momenteel wordt er 77.000 m2 aan bedrijfsruimte aangeboden in de Stichtse Vecht. Echter, hiervan is ruim 50.000 afkomstig van 2 grote logistieke hallen in Maarssen.13 Het aanbod van bedrijfsruimte voor het regulier, gemengde segment is beperkt. We concluderen dat de leegstand in het hele onderzoeksgebied onder het gewenste frictieniveau ligt. Daarmee veroorzaakt de ontwikkeling van het bedrijfskavel geen ongewenste leegstand.

3.6

Geen ruimte binnen BSG voor beoogde ontwikkeling

Logische plek voor uitbreiding bedrijventerrein De behoefte in de U10 regio naar nieuwe bedrijventerreinen is groot. De toekomstige vraag is vele malen groter dan de beschikbare bedrijfskavels in de regio. Aanvullend daarop zijn al veel locaties aangewezen als plek voor woningbouw of bedrijventerrein. In de gemeente Stichtse Vecht zijn geen bedrijfskavels meer beschikbaar. Ook elders in het bestaande stedelijk gebied van de Stichtse Vecht zijn geen logische plekken om een bedrijfskavel met de milieucategorie 3.2 toe te voegen gezien de richtafstand naar woningbouw. Binnen de regio is de locatie een logische plek om een nieuwe bedrijfskavel te ontwikkelen. De locatie is weliswaar buiten BSG. Maar de bereikbaarheid, aan de A2 en nabij het NS-station, is optimaal voor bedrijfskavels. Daarnaast is hier voldoende (richt)afstand tot woningbouw en sluit de ontwikkeling direct aan op het bestaande bedrijventerrein, waardoor het gebruik maakt van de aanwezige 11

Gemeente Utrecht, RSU2040 (2021) Provincie Utrecht en Cushman & Wakefield, Vastgoedmonitor Provincie Utrecht 2022 (2023) 13 Funda in Business, peildatum 02-08-2023 12

7/9

infrastructuur en voorzieningen. Ook wordt het kavel in de toekomst omgeven door het afvalscheidingsstation van de gemeente en de spoorweg.

3.7

14-8-2023

Conclusie – behoefte aan beoogde uitbreiding van De Corridor

We concluderen dat de beoogde uitbreiding van de Corridor niet zorgt voor onaanvaardbare ruimtelijke effecten (leegstand). We concluderen dat er voldoende behoefte is aan de uitbreiding. Uit de confrontatie van vraag en aanbod volgt dat er meer vraag is dan hard (plan)aanbod in het onderzoeksgebied in de komende tien jaar. De beoogde uitbreiding van de Corridor voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

8/9

4. Bijlage

14-8-2023

Regio Parameter

Utrecht Midden Aandeel in banen 14%

LTV 2033

54%

TQ 2033 (m2) 110

41%

TQ 2033 (m2) 253

20%

13%

122

20%

18%

127

ICT, zakelijke en Overige dienstverlening Industrie - HTSM

63%

15%

76

36%

26%

150

1%

55%

110

5%

76%

177

Industrie - VGM

1%

60%

114

2%

79%

136

Industrie - Overige maak- 2% en procesindustrie Logistiek & groothandel 10%

65%

179

4%

84%

240

65%

109

17%

75%

194

Bouw, handel en reparatie Consumentendienst

Aandeel in banen 5%

LTV 2033

Utrecht West

Tabel 4 Uitgangspunten parameters, bron: Provinciale Prognose werklocaties, Stec Groep (2019), bewerking door Sweco

9/9

66

Bijlage 3 Archeologisch onderzoek

"Breukelerwaard fase 3 - kavel 1" (vastgesteld)

Breukelen, De Corridor Noord (Gemeente Stichtse Vecht, Ut.)

Een Archeologisch Inventariserend veldonderzoek (IVO-O) Definitief Steekproefrapport 2023-04/08

Breukelen, De Corridor Noord (Gemeente Stichtse Vecht, Ut.)

Een Archeologisch Inventariserend veldonderzoek (IVO-O) Definitief Steekproefrapport 2023-04/08

Breukelen, De Corridor Noord (Gemeente Stichtse Vecht, Ut.) Een Archeologisch Inventariserend veldonderzoek (IVO-O) Een onderzoek in opdracht van DNS Planvorming Steekproefrapport 2023-04/08 ISSN 1871-269X Status: Definitief bureauonderzoek: J.S. van der Heul MA (senior KNAarcheoloog, actor reg. nr. 7284 0015) veldonderzoek: drs. R.P. Exaltus (senior KNAprospector/-archeoloog, actor reg. nr. 9290 9010) autorisatie: dr. J. Jelsma (senior KNAarcheoloog/prospector, actor reg. nr. 3545 3178) Goedgekeurd door de bevoegde overheid: Gemeente Stichtse Vecht d.d 9 juni 2023 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en SIKB-BRL 4000. Voor dit onderzoek gelden protocollen 4002 &4003. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, 1 mei 2023 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau, adres Hogeweg 3 9801 TG Zuidhorn telefoon 050 – 5779784 internet www.desteekproef.nl e-mail info@desteekproef.nl kvk 02067214

Inhoud Samenvatting Administratieve gegevens van het plangebied 1. Inleiding........................................................................................................................... 1 • 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01).........................................................................1 • 1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02).................................................................................1 2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06).....................................................................................4 • 2.1 Bronnen................................................................................................................. 4 • 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)..........................................................................4 • 2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04)....................................................................................8 • 2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03).....................................................................11 • 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05)..................................................14 3.

Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05)......................................................................................16 • 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01)..............................................................16 • 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03)............................................................17 4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07)..............................................................................18 Gebruikte bronnen Lijst van Figuren en Tabellen Appendix I: Archeologische periodes Appendix II: Boorstaten Appendix III: Laagbeschrijvingen

Samenvatting De Steekproef heeft voor DNS Planvorming een inventariserend archeologisch booronderzoek door middel van boringen uitgevoerd aan De Corridor Noord te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, provincie Utrecht. De aanleiding voor het onderzoek is het ontwikkelen van het gebied voor de uitbreiding van het bedrijventerrein De Corridor. Voor zover nu bekend zullen de werkzaamheden in ieder geval bestaan uit de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg met een groene en waterzone en bedrijfskavel. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek waarbij een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied is opgesteld. Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst. Het plangebied ligt nabij en mogelijk deels op, afzettingen behorende tot de stroomgordels van de Oude Aa en de Vecht. De hoger gelegen oevers hiervan kunnen vanaf de ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen bewoond geweest zijn. Indicatoren voor dergelijke bewoning bestaan onder meer uit resten van aardewerk, leem(brokken), houtskool, metaal en bouwmateriaal (hout, baksteen). Dergelijke resten kunnen in 'vuile' cultuur- of bewoningslagen worden aangetroffen. In de komafzettingen die bovenin de bodem van het plangebied verwacht worden kunnen resten daterend vanaf de late middeleeuwen worden aangetroffen. Dergelijke resten zullen voornamelijk verband houden met agrarisch gebruik.

Hierbij kunnen resten van sloten (al dan niet gedempt) worden aangetroffen en archeologische materialen zoals aardewerk en bouwmateriaal. De kans op dergelijke resten is middelhoog en de informatiewaarde ervan is laag. In de diepere ondergrond kunnen bovendien in de top van op 6 tot 8 meter -NAP resten uit de steentijd van jager-verzamelaars aanwezig zijn in de top van het pleistocene dekzand. Dergelijke resten liggen dermate diep dat deze niet worden bedreigd in de voor de uitvoering van de huidige plannen benodigde werkzaamheden. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het plangebied acht gutsboringen gezet in een dichtheid van zes boringen per hectare. Tijdens het booronderzoek is een tamelijk eenvormige bodemopbouw aangetroffen die bestaat uit een twintig tot veertig centimeter dikke bouwvoor van humusrijke klei op een tot ruim een meter beneden het maaiveld doorlopend pakket komklei. Hieronder is op zeven van de acht boorpunten een pakket matig slappe, zwak venige klei aangetroffen dat doorloopt tot tenminste twee en een halve meter beneden het maaiveld. Alleen op het meest zuidelijke boorpunt is onder het pakket komklei een door zandlaagjes onderbroken kleipakket aangetroffen dat na twintig centimeter overgaat in een pakket door kleilaagjes onderbroken zand.

Het gaat hier waarschijnlijk om afzettingen die deel uitmaken van de stroomgordel van de Oude Aa. Zorgvuldige inspectie van de gutskernen heeft in geen van de boorkernen archeologische indicatoren opgeleverd. Evenmin zijn vegetatie-horizonten of anderszins “vuile” lagen aangetroffen die samen zouden kunnen hangen met bewoningsactiviteiten in de ijzertijd tot en met de middeleeuwen.

Selectie-advies door R. Exaltus (senior KNA-archeoloog/-prospector) In de grondboringen zijn geen “vuile”lagen, vegetatie-horizonten of andere archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op menselijke bewoningsactiviteiten. Gezien deze resulaten geeft dit geen aanleiding om in het plangebied nader onderzoekt te adviseren. In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hier direct melding van dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Stichtse Vecht. Reactie van de bevoegde overheid Namens de gemeente Stichtse Vecht heeft de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) het rapport op 9 juni 2023 getoetst. Het rapport is akkoord bevonden. Ook is er geen noodzaak voor archeologisch vervolgonderzoek en kan de dubbelbestemming archeologie voor dit plangebied vervallen. Bovenstaand selectie-advies wordt hiermee onderschreven.

Administratieve gegevens van het plangebied Provincie

Utrecht

Gemeente

Stichtse Vecht

Plaats

Breukelen

Toponiem

De Corridor Noord

Kaartblad

31O

Centrumcoördinaten

127.861 / 465.888

Bestemmingsplan

1e Herziening bestemmingsplan Corridor; Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3

Oppervlakte plangebied

Circa 1,21 ha

NAP-hoogte maaiveld

Tussen -1 tot -0,6 meter NAP

Huidig grondgebruik

Akker en weiland

Soort onderzoek

Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen

Opdrachtgever

DNS Planvorming

Uitvoerder

De Steekproef bv

Bevoegde overheid

Gemeente Stichtse Vecht

Steekproef projectcode

2023-04/08

Onderzoeksmeldingsnummer

5358689100

Datum veldwerk

27 april 2023

Maximale diepte onderzoek

2,5 meter onder maaiveld

Beheer en plaats documentatie

De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / DANS / DINO-loket (boorgegevens) / Provinciaal depot Utrecht

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) In opdracht van DNS Planvorming is een inventariserend archeologisch booronderzoek uitgevoerd aan De Corridor Noord te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, provincie Utrecht (Figuur 1). De aanleiding voor het onderzoek is het ontwikkelen van het gebied voor de uitbreiding van het bedrijventerrein De Corridor. Voor zover nu bekend zullen de werkzaamheden in ieder geval bestaan uit de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg met een groene en waterzone en een bedrijfskavel. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente ligt het plangebied in een zone met een middelhoge tot hoge verwachting gebaseerd op de aanwezigheid van stroomgordels en crevasses in het gebied (zie Figuur 2). Voor grondwerkzaamheden groter dan 500 m2 en dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Deze verwachting is tevens beleidsmatig vastgelegd in de 1 e Herziening bestemmingsplan Corridor, waar het een dubbelbestemmingswaarde – Archeologie 3 heeft. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek gevolgd door een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historischgeografische informatie.

Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst, waarbij de opbouw en gaafheid van de bodem is bepaald. Ook is gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals aardewerk, metalen voorwerpen, bouwmateriaal, bewerkt en verbrand bot, houtskool, etc.

1.2

Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02) Het plangebied ligt aan de westzijde van de bebouwde kom van Breukelen en ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal (zie Figuur 1). De toponiem, De Corridor, is afkomstig van de gelijknamige weg ten zuiden van het plangebied. De Corridor is afgeleid van het feit dat het gebied als een corridor ligt tussen de snelweg A2 en de spoorlijn langs het kanaal. Het plangebied bestaat nog uit onbebouwde akkers en weilanden. Het gebied ten zuiden is reeds ontwikkeld als bedrijventerrein. Volgens de KLIC-melding (23G0308492) liggen er alleen datakabels in het zuidwesten van het plangebied. De boringen zijn op minimaal vier meter afstand van deze kabels gepland. Daarnaast lopen er hoogspanningskabels over het plangebied.

1

Figuur 1: Breukelen, De Corridor Noord: Uitsnede van de topografische kaart. Het plangebied (rood omlijnd) ligt ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal en de bebouwde kom van Breukelen, tussen de snelweg A2 en de spoorlijn. Bron: Openstreetmaps.

2

Figuur 2: Breukelen, De Corridor Noord: Uitsnede van de beleidskaart van de verwachtingskaart van de gemeente Stichtse Vecht. Het plangebied ligt in een zone met een middelhoge tot hoge verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging op een stroomgordel.

3

2.

Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06)

2.1 Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. Een andere bron is Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), een dienst van de overheid met opendatasets van actuele geo-informatie. 2.2

Fysische geografie (KNA 4.1: LS04) Het plangebied ligt in het Hollandse veengebied. Van oorsprong bestaat de diepere ondergrond uit pleistoceen dekzand. Als gevolg van de opwarming van de aarde tijdens het Holoceen (zie Appendix I voor dateringen) steeg de zeespiegel en stagneerde de waterafvoer. Hierdoor kwam de kustlijn verder landinwaarts te liggen. De lagere delen van het pleistocene dekzandgebied raakte hierdoor bedekt met een dik pakket veen. Hierdoor lag het plangebied omstreeks 5500 vC in een uitgestrekt veengebied. Het pleistocene dekzand ligt op een diepte van circa -8 en -6 meter NAP. Bij een booronderzoek direct ten zuiden van het plangebied werd het dekzandgebied op circa -7,2 NAP aangetroffen (Groenhuijzen 2020). Eventuele resten uit de steentijd kunnen daardoor op grote diepte bewaard zijn gebleven. Rond 1500 vC was vanuit het zuidelijke rivierengebied een inbraak ontstaan in het veen (zie Figuur 3). In het veen konden de rivieren zich vrij verplaatsen en meanderen en in de daaropvolgende eeuwen ontstonden daardoor de Oude Aa (Angstel) en de (Utrechtse) Vecht. Deze rivieren vormden gedurende een lange tijd een belangrijke verbinding tussen de Kromme Rijn in het zuiden en de noordelijk gelegen Zuiderzee (en zo naar de Noordzee). Tijdens de meanderende fase van de rivieren ontstonden er in de bochten oeverwallen door sedimentafzetting.

De oeverwallen bestaan uit zandige en kleiige afzettingen. Zowel de hogere ligging als de vruchtbare grond maakten de oeverwallen geschikte bewoningslocaties in het verleden. Vanaf de middeleeuwen werden de rivieren bedijkt en en werden er delen rechtgetrokken (gekanaliseerd). Het oorspronkelijke systeem van de stroomgordels van de Oude Aa en de Vecht zijn tegenwoordig nog goed te herkennen op de hoogtekaart van het gebied (zie Figuur 4). De hogere delen van het landschap komen vrijwel overeen met het stroomgebied van de Oude Aa en de Vecht. De lagere delen bestaan uit het oorspronkelijke veengebied en de komvlaktes van de rivieren. Het plangebied ligt hierbij aan de rand van de stroomgordel van de Oude Aa en op de overgang naar de lagere komvlakte. Als gevolg van de beakkering van de percelen varieert de hoogte in het plangebied tussen de circa -1 en –0,6 meter NAP. In tegenstelling tot de stroomgordelkaart van Cohen et al. uit 2012(zie Figuur 4) ligt het plangebied volgens de geomorfologische kaart buiten de stroomrug of stroomgordel in een rivierkomvlakte (code M46, zie Figuur 5 rechts). Volgens de bodemkaart bestaat de bodem hier uit een kalkloze poldervaaggrond van zware klei (code Rn47C, zie Figuur 5 links). Dit type bodem komt doorgaans voor in de komgronden van een rivier.

4

Figuur 3: Breukelen, De Corridor Noord: Paleogeografische reconstructies van de omgeving van het plangebied (rode stip). Het gebied raakte al omstreeks 5500 vC bedekt met veen. Omstreeks 1500 vC ontstaan er inbraken in het veengebied vanuit het zuidelijke rivierengebied. In de daaropvolgende eeuwen ontstaan hieruit de (Utrechtse) Vecht en de Oude Aa. Bron: Vos et al. 2018.

5

Figuur 4: Breukelen, De Corridor Noord: Hoogtekaart van de omgeving van het plangebied (rode vlak). De hogere delen van het landschap komen overeen met de ligging van de stroomgordels: de Oude Aa (paars) en de Vecht (zwart). Het plangebied ligt aan de rand van de stroomgordel van de Oude Aa. Bron: AHN 3 en Cohen et al. 2012.

6

Figuur 5: Breukelen, De Corridor Noord: Bodemkaart (links) en geomorfologische kaart van de omgeving van het plangebied. De bodem bestaat uit een kalkloze poldervaaggrond van zware klei (Rn47C). Dit type bodem komt overeen met de geomorfologische ligging in een rivierkomvlakte (M46). Anders dan de stroomgordelkaart (zie Figuur 4) ligt het plangebied volgens de geomorfologische kaart niet op een stroomrug. Bron: Publieke Dienstverlening op de Kaart.

7

2.3

Archeologie (KNA 4.1: LS04) De bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied zijn weergegeven in Figuur 6 en beschreven in Tabel 1. Het noordelijke deel van het plangebied heeft een kleine overlap met een eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek. Het betreft een bureauonderzoek voor de aanleg van gastransportleidingen tussen Weesp en Utrecht (onderzoeksmelding 4678750100, Colijn 2019). Bij dit onderzoek werd voor het overlappende deel vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, omdat deze zone op een stroomrug zou liggen. Voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein De Corridor ten zuiden van het plangebied zijn er de afgelopen jaren al zes archeologische onderzoeken uitgevoerd (zie Figuur 6 en Tabel 1). Uit deze onderzoeken blijkt er telkens sprake te zijn van twee potentiële archeologische niveaus: een eerste niveau direct onder het maaiveld in de komafzettingen daterend uit de late middeleeuwen – nieuwe tijd, en een tweede niveau in de top van oeverafzettingen waar resten uit de ijzertijd tot vroege middeleeuwen kunnen voorkomen. In het direct aangrenzende onderzoek ten zuiden zijn geen oeverafzettingen aangetroffen (onderzoeksmelding 4737491100, Groenhuijzen 2020). Bij de meer zuidelijke gelegen onderzoeken zijn wel oeverafzettingen aangetroffen (onderzoeksmeldingen 4754477100 en 4966032100).

Nergens zijn echter archeologische indicatoren (aardewerkresten, leemresten, laklagen, cultuurlagen, etc.) waargenomen die duiden op archeologische bewoning in de nabije omgeving. In de top van de bodem zijn bij deze onderzoeken komafzettingen aangetroffen. In dit kleipakket kunnen resten aanwezig zijn daterend vanaf de late middeleeuwen. Deze resten bestaan voornamelijk uit landbouwgebruik (sloten). Doorgaans wordt de informatiewaarde van dergelijke resten als laag gezien. Ten westen van het plangebied zijn er voor de reconstructie van de snelweg A2 meerdere booronderzoeken uitgevoerd (onderzoeksmeldingen 2026614100, 2028745100 en 2029871100). De onderzoeken zelf zijn niet beschikbaar in Archis of DANS. Volgens Archis is echter een vondstmelding bekend in het tracé van de deze booronderzoeken (vondstmelding 3253002100). Het zou gaan om een sterk concentratie puin afkomstig van een vestingwerk van (oude) Hollandse Waterlinie. Er zijn echter geen aanwijzingen dat op deze locatie een vestingwerk heeft gestaan (zie paragraaf 2.4). Exact een kilometer ten zuiden heeft wel een fort gestaan. Geconcludeerd wordt dat de RD- coördinaat Y verkeerd is ingevuld.

8

Figuur 6: Breukelen, De Corridor Noord: Archeologische waardenkaart (Archis) van de omgeving van het plangebied. In geel zijn de locaties weergegeven waar in het verleden al eerder onderzoek heeft plaatsgevonden (onderzoeksmeldingen). De groene stip betreft een vondstmelding, de locatie is echter niet correct. De vondst is een kilometer zuidelijker gedaan. Een beschrijving van deze waarden staat in Tabel 1. Bron: Archis.

9

Tabel 1:

Breukelen, De Corridor Noord: archeologische waarden in de omgeving van het plangebied, voor de locatie zie Figuur 6.

Zaaknr.

Omschrijving

Onderzoeksmeldingen 2026614100 Booronderzoek voor de aanleg van A2 Noord. Rapport niet beschikbaar in Archis of DANS. 2028745100 Booronderzoek spooruitbreiding Amsterdam-Utrecht. Rapport niet beschikbaar in Archis of DANS. 2029871100 Booronderzoek spooruitbreiding Amsterdam-Utrecht. Rapport niet beschikbaar in Archis of DANS. 2078025100 Booronderzoek reconstructie A2. Rapport niet beschikbaar in Archis of DANS. 3297505100 Plan van Aanpak voor een booronderzoek aan De Corridor 13. Zie 3973945100. 3297513100 Bureauonderzoek voor De Corridor 13. Vervolgonderzoek, in de vorm van booronderzoek werd geadviseerd. De Graaf et al. 2015a. 3973945100 Booronderzoek aan De Corridor 13. Er werden geen indicatoren voor vindplaats aangetroffen. Bovendien lijkt er sprake te zijn van sterk nat milieu. Verder onderzoek niet geadviseerd. De Graaf et al. 2015b. 4587909100 Bureauonderzoek Merwedeweg 7. De top van de bodem bestaat uit opgebracht. Dit deel zal worden ontgraven, de diepere funderingspalen zullen eventuele archeologische resten beperkt aantasten. Geadviseerd terrein vrij te geven. Hanemaaijer 2018. 4678750100 Bureauonderzoek Tracé M&R Weesp-GOS Lage Weide Utrecht. Ter hoogte van de stroomruggen en bijbehorende oeverwallen, de bekende ontginningsassen en de aangegeven buitenplaatsen werd vervolgonderzoek in de vorm van booronderzoek geadviseerd. Colijn 2019.

4695711100 Booronderzoek voor de Corridor. Er werden geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op een bewoonbaar niveau voor de periode ijzertijd-vroege middeleeuwen. Latere resten kunnen aanwezig zijn, maar deze zullen bestaan uit landbouwgebruik waarvan de informatiewaarde laag is. Vervolgonderzoek werd niet geadviseerd. Groenhuijzen 2019. 4737491100 Booronderzoek bedrijfsverzamelgebouw De Corridor. Potentiële resten daterend vanaf de middeleeuwen, kunnen nog bewaard zijn in de komklei direct onder het maaiveld. De top van de komafzettingen is echter verstoord. Geadviseerd het plangebied vrij te geven. Groenhuijzen 2020. 4754477100 Booronderzoek nabij De Corridor 3. Onder het het maaiveld ligt een potentieel archeologische niveau in de top van de oeverafzettingen (op circa 30-50 cm -Mv). Er zijn echter geen indicatoren aangetroffen die duiden een archeologische vindplaats. Verder onderzoek werd daarom niet geadviseerd. Peeters en Hakvoort 2019. 4966032100 Booronderzoek De Corridor. De top van de oeverafzettingen betreft een mogelijk archeologisch niveau en vanaf circa 60-100 cm –Mv aanwezig. Er zijn echter geen indicatoren aangetroffen die duiden op archeologische bewoning. Verder onderzoek niet geadviseerd. Peeters 2019. 5157216100 Bureauonderzoek Schepersweg. Onderzoek aangemeld, nog niet afgerond/afgemeld. 5299501100 Booronderzoek Schepersweg.

Onderzoek aangemeld, nog niet afgerond/afgemeld. Vondstmelding

datering

3253002100 Melding van een sterk concentratie puin in de ondergrond. Het zou 18e /19e eeuw gaan om de post ' De Waakzaamheid'. Dit vestingwerk is in 1796 aangelegd in verband met de (oude) Hollandse Waterlinie. De post is in de 19e eeuw geslecht waarbij de grachten zouden zijn volgestort met stadsafval. Uit het huidige onderzoek blijkt dat de vondstmelding verkeerd is geplaatst. De vondstmelding zal gedaan zijn precies een kilometer naar het zuiden, bij het fort Cromwijk. Op basis van historische kaarten zijn geen aanwijzingen voor bebouwing in de Breukelerwaard (zie paragraaf 2.4).

10

2.4

Historische geografie (KNA 4.1: LS03) Het plangebied ligt in de Breukelerwaard polder, ontstaan uit een drooggelegde poel. De Breukelerwaard is een voormalig gerecht behorend tot de bisschop van Utrecht. In de 17 e eeuw kwam het in private handen. Het gebied zal al sinds de inpoldering in gebruik zijn voor de landbouw. Op een kaart van de (oude) Hollandse Waterlinie uit circa 1810 is goed te zien dat het plangebied midden in de polder, in onbebouwde akkers en/of weilanden lag (zie Figuur 7). Het gebied maakt onderdeel uit van de oude Hollandse Waterlinie (functioneel tussen 1672 -1815). Ten noorden lag de Linie van Ter Aar, bestaande uit een drietal aardwerken of bolwerken langs de Oude Aa en Vecht. Aan de zuidkant van de polder lag het Bastion Galgenwaard (of Cromwijk). De polder zelf was aangeduid als een inundatiegebied (bron: www.geopark-heuvelrug.nl/geo-locaties/linies-en-limes/oudehollandse-waterlinie). De aanwezigheid van vestingwerken in de polder zijn daarom zeer onwaarschijnlijk. Tegen het einde van de 19e eeuw wordt direct ten oosten van het plangebied, de spoorlijn tussen Utrecht en Amsterdam aangelegd dwars door de polder (zie Figuur 8). Vanaf de jaren dertig werd parallel hieraan het Amsterdam-Rijnkanaal aangelegd. Na de Tweede Wereldoorlog werd een vervoerstraject door de polder aangelegd, de snelweg A2.

Door de aanleg van al deze trajecten ontstond er een smalle corridor tussen de snelweg en de spoorlijn en het kanaal. Het landgebruik in het plangebied is echter sinds de inpoldering niet veranderd. Nog steeds is het plangebied in gebruik als weiland en akker.

11

Figuur 7: Breukelen, De Corridor Noord: Uitsnede van de Kaart van het gedeelte der Nederlandsche waterlinie tusschen de Zuiderzee en Utrecht uit circa 1810. Het plangebied ligt centraal in de Breukelerwaard (polder). Er zijn geen aanwijzingen voor historische bebouwing. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer 2092-2.

12

Figuur 8: Breukelen, De Corridor Noord: Historische-topografsiche kaarten van de omgeving van het plangebied. Tegen het einde van de 19 e eeuw is de spoorlijn tussen Utrecht en Amsterdam, direct ten oosten van het plangebied aangelegd. Parallel hieraan werd vanaf de jaren dertig het Amsterdam-Rijnkanaal aangelegd. Na de Tweede Wereldoorlog werd de snelweg A2 tussen Utrecht en Amsterdam aangelegd. Op geen van de kaarten is historische bebouwing aanwezig in het plangebied. Bron: Topotijdreis.

13

2.5

Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Op basis van het bureauonderzoek is er een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld voor het plangebied. Tijdens het veldwerk wordt dit door middel van boringen getoetst. In theorie zijn er drie potentiële archeologische niveaus. Het eerste niveaus bestaat uit het pleistocene dekzand. Hierin kunnen resten uit de steentijd van jager-verzamelaars worden aangetroffen. Dit niveau ligt echter op grote diepte, tussen circa -8 en -6 meter onder NAP. Eventuele aanwezige archeologische resten worden door de huidige plannen niet bedreigd. Het dekzand is afgedekt door een dik veenpakket waardoor het gebied lange tijd ontoegankelijk was. Het tweede potentiële archeologische niveau bestaat uit de oeverafzettingen behorende tot de stroomgordels van de Oude Aa en de Vecht. Op de hoger gelegen oevers kan vanaf de ijzertijd tot vroege middeleeuwen weer bewoning plaatsvinden. Indicatoren voor dergelijke bewoning bestaan onder meer uit resten van aardewerk, leem(brokken), houtskool, metaal en bouwmateriaal (hout, baksteen). Dergelijke resten kunnen in 'vuile' cultuur- of bewoningslagen worden aangetroffen. Omdat in een direct aangrenzend booronderzoek dergelijke oeverafzettingen niet zijn aanwezig zijn is de verwachting voor dit niveau laag.

Het derde niveau bestaat uit de komafzettingen, waarin resten daterend vanaf de late middeleeuwen kunnen worden aangetroffen. Dergelijke resten zullen voornamelijke afkomstig zijn van landbouwgebruik. Hierbij kunnen resten van sloten (al dan niet gedempt) worden aangetroffen en archeologische materialen zoals aardewerk en bouwmateriaal. De kans op dergelijke resten is middelhoog. De informatiewaarde ervan is echter laag. Tabel 2:

Breukelen, De Corridor Noord: Specificatie (relevante) archeologische verwachting.

Datering:

ijzertijd- vroeg middeleeuwen

late middeleeuwen – nieuwe tijd

Verwachting

laag

middelhoog

Complextype:

nederzetting

akker

Omvang:

vanaf enkele tientallen meters

Vanaf enkele tientallen meters

Diepteligging:

oeverafzettingen (vanaf ca. 30 cm -Mv)

komafzettingen (direct onder maaiveld)

Gaafheid en conservering:

onbekend, organisische conservering mogelijk in de kleiige bodem

Onbekend, organisische conservering mogelijk in de klei

Locatie:

hele plangebied

Hele plangebied

Uiterlijke kenmerken:

aardewerk, leem(brokken), houtskool, metaal en bouwmateriaal (hout, baksteen), cultuur- of bewoningslagen

Aardewerk, bouwmateriaal, grondsporen (sloten)

Mogelijke verstoringen:

landbouwgebruik (ploegen)

landbouwgebruik (ploegen)

14

Figuur 9: Breukelen, De Corridor Noord: Boorpuntenkaart. De genummerde cirkels geven de ligging van de boorpunten aan

15

3.

Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05)

3.1

Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01) Het veldwerk is uitgevoerd op 27 april 2023. In het plangebied zijn acht verkennende boringen gezet in een dichtheid van zes boringen per hectare. De boorpunten zijn zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld. De ligging van de boorpunten is weergegeven in Figuur 9. De einddiepte van de boringen ligt op twee en een halve meter onder het maaiveld. De boringen zijn uitgevoerd met een guts met een diameter van drie centimeter. De opgeboorde monsters zijn beschreven en onderzocht door ze laagsgewijs af te snijden. Op deze wijze is bepaald in welke mate de bodem intact is en wat de kans is op archeologische lagen en/of grondsporen. Daarnaast zijn de diepte, lithologie en kleur bepaald, alsmede alle overige bijzonderheden. De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB). De boorpunten zijn ingemeten en de RD-coördinaten zijn bepaald met behulp van GPS. De hoogtes zijn bepaald met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland 3. De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de Appendix II en Appendix III in de vorm van boorstaten en laagbeschrijvingen.

Figuur 10: Breukelen, De Corridor Noord: Het plangebied gezien ongeveer vanaf boorpunt 6 in oostelijke richting.

16

3.2

Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03) Tijdens het booronderzoek is in het grootste deel van het plangebied een tamelijk eenvormige bodemopbouw aangetroffen. Bovenin alle boringen is een twintig tot veertig centimeter dikke bouwvoor aanwezig die bestaat uit een rommelige pakket humusrijke klei. Hieronder is in alle boringen een pakket zwak humeuze, matig stevige klei aanwezig. Deze klei is zwak zandig en is waarschijnlijk afgezet als komklei. De dikte van dit pakket loopt uiteen van zeventig centimeter in de boringen 1 en 8 tot bijna een meter in de boringen 3 en 6. Deze komklei wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van gele oxidatievlekken. Hieronder is op de boorpunten 2 tot en met 8 een pakket matig slappe, zwak venige klei aangetroffen (zie Figuur 11). Deze klei loopt op al deze boorpunten door tot minimaal twee en een halve meter beneden het maaiveld.

Figuur 11: Breukelen, De Corridor Noord: De zwak venige klei (links) die op de boorpunten 2 tot en met 8 onder de door oxidatievlekken gekenmerkte komklei is aangetroffen (rechts).

Op boorpunt 1 is op een diepte van ongeveer een meter beneden het maaiveld een twintig centimeter dik pakket door zandlaagjes onderbroken klei aangetroffen met daaronder een pakket door kleilaagjes onderbroken zand (zie Figuur 10). Dit pakket loopt door tot tenminste twee meter beneden het maaiveld en vormt waarsvchijnlijk een afzetting van de stroomgordel van de Oude Aa. Nergens in het plangebied zijn vegetatie-horizonten of anderszins “vuile” lagen aangetroffen die samen zouden kunnen hangen met bewoningsactiviteiten in de ijzertijd, Romeinse tijd of middeleeuwen. Ondanks de zorgvuldige inspectie van de gutskernen, zijn in geen van de boringen archeologische indicatoren aangetroffen.

Figuur 12: Breukelen, De Corridor Noord: Het door kleilaagjes onderbroken zandpakket dat onderin boring 1 is aangetroffen.

17

4.

Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07) Het plangebied ligt nabij en mogelijk deels op, afzettingen behorende tot de stroomgordels van de Oude Aa en de Vecht. De hoger gelegen oevers hiervan kunnen vanaf de ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen bewoond geweest zijn. Indicatoren voor dergelijke bewoning bestaan onder meer uit resten van aardewerk, leem(brokken), houtskool, metaal en bouwmateriaal (hout, baksteen). Dergelijke resten kunnen in 'vuile' cultuur- of bewoningslagen worden aangetroffen. In de komafzettingen die bovenin de bodem van het plangebied verwacht worden kunnen resten daterend vanaf de late middeleeuwen worden aangetroffen. Dergelijke resten zullen voornamelijk verband houden met agrarisch gebruik. Hierbij kunnen resten van sloten (al dan niet gedempt) worden aangetroffen en archeologische materialen zoals aardewerk en bouwmateriaal. De kans op dergelijke resten is middelhoog en de informatiewaarde ervan is laag. In de diepere ondergrond kunnen bovendien in de top van op 6 tot 8 meter -NAP resten uit de steentijd van jager-verzamelaars aanwezig zijn in de top van het pleistocene dekzand. Dergelijke resten liggen dermate diep dat deze niet worden bedreigd in de voor de uitvoering van de huidige plannen benodigde werkzaamheden.

Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het plangebied acht gutsboringen gezet in een dichtheid van zes boringen per hectare. Tijdens het booronderzoek is een tamelijk eenvormige bodemopbouw aangetroffen die bestaat uit een twintig tot veertig centimeter dikke bouwvoor van humusrijke klei op een tot ruim een meter beneden het maaiveld doorlopend pakket komklei. Hieronder is op zeven van de acht boorpunten een pakket matig slappe, zwak venige klei aangetroffen dat doorloopt tot tenminste twee en een halve meter beneden het maaiveld. Alleen op het meest zuidelijke boorpunt is onder het pakket komklei een door zandlaagjes onderbroken kleipakket aangetroffen dat na twintig centimeter overgaat in een pakket door kleilaagjes onderbroken zand. Het gaat hier waarschijnlijk om afzettingen die deel uitmaken van de stroomgordel van de Oude Aa. Zorgvuldige inspectie van de gutskernen heeft in geen van de boorkernen archeologische indicatoren opgeleverd. Evenmin zijn vegetatie-horizonten of anderszins “vuile” lagen aangetroffen die samen zouden kunnen hangen met bewoningsactiviteiten in de ijzertijd tot en met de middeleeuwen.

Selectie-advies door R. Exaltus (senior KNA-archeoloog/-prospector) In de grondboringen zijn geen “vuile”lagen, vegetatie-horizonten of andere archeologische indicatoren aangetroffen, die kunnen wijzen op menselijke bewoningsactiviteiten. Gezien deze resulaten geeft dit geen aanleiding om in het plangebied nader onderzoekt te adviseren. In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hier direct melding van dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Stichtse Vecht. Reactie van de bevoegde overheid Namens de gemeente Stichtse Vecht heeft de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) het rapport op 9 juni 2023 getoetst. Het rapport is akkoord bevonden. Ook is er geen noodzaak voor archeologisch vervolgonderzoek en kan de dubbelbestemming archeologie voor dit plangebied vervallen. Bovenstaand selectie-advies wordt hiermee onderschreven.

18

Gebruikte bronnen AHN-Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geoinformatie en ICT. ARCHIS 3. www.zoeken.cultureelerfgoed.nl Bosch, J.H.A. 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik en A.H. Geurts 2012. Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography. Utrecht Colijn J.E. 2019. Bureauonderzoek Tracé M&R Weesp-GOS Lage Weide Utrecht; Gemeente Stichtse Vecht. Antea Group Archeologie-rapport 2019/43. Antea Group Archeologie, Oosterhout. Graaf, R. de., E.E.A. van der Kuijl en J. Rohling. 2015a. Bureauonderzoek Archeologie Plangebied De Corridor ongenummerd, naast nr. 15 te Breukelen. Hamaland rapport 151031. Hamaland Advies, Zelthem. Graaf, R. de., E.E.A. van der Kuijl en J. Rohling. 2015b. Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied De Corridor ongenummerd, naast nr. 15 te Breukelen. Hamaland rapport 151031. Hamaland Advies, Zelthem. Groenhuijzen, M.R. 2019. Archeologisch bureau- en booronderzoek voor het plangebied BreukelenDe Corridor, gemeente Stichtse Vecht. Zuidnederlandse Archeologische Notities 701. VUhbs archeologie, Amsterdam. Groenhuijzen, M.R. 2020.

Archeologisch bureau- en booronderzoek voor een bedrijfsverzamelgebouw aan De Corridor te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht. Zuidnederlandse Archeologische Notities 805. VUhbs archeologie, Amsterdam. Hanemaaijer, M. 2018. Merwedeweg 7, Breukelen, gemeente Stichtse Vecht: een bureauonderzoek. Bureau voor Archeologie rapport 604. Bureau voor Archeologie, Utrecht Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1. www.SIKB.nl. 2018. Centraal College van Deskundigen Archeologie. Openstreetmaps. www.openstreetmaps.nl Peeters, D. en A. Hakvoort 2019. Plangebied Leaseplan locatie Breukelen, De Corridor, nabij 3 te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). RAAP-rapport 4280. RAAP, Weesp. Peeters, D. 2021. Plangebied De Corridor te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). RAAP-rapport 5182. RAAP, Weesp. Publieke Dienstverlening Op de Kaart, www.pdok.nl Ruimtelijke plannen. www.ruimtelijkeplannen.nl Topotijdreis www.topotijdreis.nl Het Utrechts Archief. hetutrechtsarchief.nl Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2018. Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Prometheus, Amsterdam.

Lijst van Figuren en Tabellen Figuren 1

Topografische kaart

2

Archeologische verwachtingskaart

3

Paleogeografische kaarten

4

Hoogtekaart

5

Bodem- en geomorfologische kaart

6

Archeologische waardenkaart

7

Historische kaart 1810

8

Uitsnede historische kaarten 1880, 1940, 1970, 1985

9

Boorpuntenkaart

10 Overzichtsfoto plangebied 11 Zwak venig klei met xidatievlekken 12 Door kleilaagjes onderbroken zandpakket

Tabellen 1

Archeologische waarden in de omgeving

2

Specificatie archeologische verwachting

Appendix I: Archeologische periodes paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:

ijzertijd: tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC

mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:

8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC

neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:

5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC

bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:

2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC

pleistoceen: elsterien saalien weichselien holoceen:

2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP 10.000 - heden

vC nC BP

= = =

voor Christus na Christus before present; present = 1950

ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:

800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC

romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:

12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC

middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:

450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC

nieuwe tijd: nieuwe tijd vroeg: nieuwe tijd midden: nieuwe tijd laat:

1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden

Algemeen

Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlakte-haarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. Voorbeelden hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.

Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderijplattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erf- ofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.

Vondsten uit de middeleeuwen en later bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk, waaronder importaardewerk, munten en metalen voorwerpen (zoals mantelspelden, spijkers), resten van aardewerkproductie, metaalbewerking, wolbewerking etc. Belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld kerken en borgen) werden van baksteen / kloostermoppen gebouwd.

Appendix II

Boorstaten

Appendix III Boorbeschrijvingen Boor Nr 1

2

3

4

5

6

7

8

LD O 30 102 126 200 40 136 250 25 127 250 32 120 250 20 117 250 18 120 250 27 108 250 22 94 250

Lithologie GD BK K K K Z K K K K K K K K K K K K K K K K K K K K K

BV BZ

BS

BH 3 1

3 3 1 1 3 1 1 3 1 1 3 1 1 3 1 1 3 1 1 3 1 1

Kleur HK TK BR GR GR BR GR GR BR GR GR BR GR BR GR GR BR GR BR GR GR BR GR BR GR GR BR GR BR GR GR BR GR BR GR GR BR GR BR GR GR BR GR

IK DO LI LI LI DO LI LI DO LI LI DO LI LI DO LI LI DO LI LI DO LI LI DO LI LI

VLK GE

GE BR GE BR GE BR GE BR GE BR GE BR GE BR

Overige kenmerken CO PLH VS SST BHN DW Mst Msl ZL KL DW Mst Msl DW Mst Msl DW Mst Msl DW Mst Msl DW Mst Msl DW Mst Msl DW Mst Msl

BI ROG

GI

A IS

FLUV FLUV ROG

ROG

ROG

ROG

ROG

ROG

ROG

Betekenis van de afkortingen: LDO – Onderzijde boortraject Lithologie: S – Onverharde sedimenten: G = grind, K = klei, L = leem, V = veen en Z = zand, Bst = Baksteen Bijmengsels: BK = bijmengsel klei, BS = bijmengsel silt, BZ =bijmengsel zand, BV= bijmengsel veen, BH = bijmengsel humus. Betekenis toegevoegde cijfers: 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk en 4 = uiterst. Kleur: HK = hoofdkleur, BL = blauw, BR = bruin, GE = geel, GN = groen, GR = grijs, OL = olijf, OR =oranje, PA = paars, RO = rood, RZ = roze, WI = wit, ZW = zwart. TK = Tweede kleur (kleurafkortingen als boven). IK = Intensiteit kleur: LI = licht en DO = donker VLK = Vlekken (V): 2e en 3e letter is kleurafkorting als boven, 1 = weinig, 2 = matig , 3= veel Overige kenmerken: CO = Consistentie (C ): ZSL-zeer slap, SLA-slap, MSL-matig slap, MST-matig stevig, STV-stevig SCH = Schelpesten VS = veensoorten SST = Sedimentaire structuren; ZL = zandlaagjes, KL = kleilaagjes, EKL = enkele kleilaagjes BHN = Bodemhorizont; Bhbc = BC-horizont, BHA = A-horizont, BHC =C-horizont BI = Bodemkundige interpretaties; BOV = bouwvoor, VRG = vergraven, ROG = rommelig GI = Geologische interpretaties; FLUV = Fluviatiel, Hol =Hollandveen AIS = Archeologische indicatoren; Brl = Brandlaagjes

98

Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek

"Breukelerwaard fase 3 - kavel 1" (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2877/documents/61273