Bijlage 2 BghU ontwerpbegroting 2027
Tekst van het document
Daarnaast zijn bestaande kaartlagen in de geo-applicatie (GIS) verbeterd en zijn nieuwe visualisaties toegevoegd. Buitendienstmedewerkers kunnen nu vooraf de meest efficiënte route geautomatiseerd laten bepalen. Wegens een gebrek aan beschikbare capaciteit en de prioritering van overige doelen, is in 2025 geen start gemaakt met de verdere cloud-integratie van (o.a.) de documenten. De planning is dat dit alsnog zal plaatsvinden in 2026. In 2025 zijn de overeenkomsten van de kernapplicaties voor één jaar verlengd conform de eerder vastgelegde bepalingen. Dit betreft de belastingapplicatie, de waarderingsapplicatie en de enterprise servicebus (ESB). Vóór verlenging heeft een korte evaluatie plaatsgevonden of de dienstverlening nog passend is en wellicht contractaanpassing behoeft. In alle gevallen was hiervoor geen aanleiding. Ook in 2025 heeft BghU gewerkt aan de verdere verbetering en standaardisatie van de processen. Hierbij zijn de processen van LLBP (Landelijke Lokale Belastingprocessen) leidend geweest en waar nodig aangepast aan de lokale situatie van BghU. Indien van toepassing heeft terugkoppeling aan LLBP plaatsgevonden. De gemeente Rotterdam ontwikkelt de Integrale Bronregistratie Objecten (IBRO) als lokale variant van de Samengestelde Objectenregistratie (SOR).
In 2025 heeft een eerste verkennend gesprek plaatsgevonden tussen BghU en de gemeente Utrecht in het kader van de kansen die dit traject zou kunnen bieden en de mogelijkheden tot het geven van feedback. In 2026 zal hier verder gevolg aan worden gegeven. Naar aanleiding van de invoering van de Omgevingswet en de gevolgen hiervan voor de objectprocessen is in 2025 gestart met een verkenning ten behoeve van portaalfunctionaliteit voor gegevensuitwisseling over objecten (o.a. uitwisseling bouwvergunningen en meetstaten). De advisering hierover en nadere invulling hiervan zal in 2026 plaatsvinden.
Ontwerpbegroting 2027 25
Personeel Ondersteunend proces: HRM De ondersteuning op het gebied van HRM wordt grotendeels verzorgd door de gemeente Utrecht. De gehele personeels- en salarisadministratie wordt uitgevoerd door de gemeente Utrecht. BghU had daarnaast een fulltime HRM-adviseur beschikbaar die vanuit de gemeente Utrecht bij BghU gedetacheerd was. Vanaf 1 januari 2025 is deze adviseur bij BghU in dienst getreden en is dit adviesgedeelte in de SLA met gemeente Utrecht komen te vervallen en opgenomen in de eigen formatie. Onderstaand enkele feiten op het gebied van HRM. Een aantal kengetallen wordt vergeleken met de getallen uit de meest recente landelijke personeelsmonitor van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (2024). Dit om de kengetallen te vergelijken met vergelijkbare organisaties en deze daarmee in de context te kunnen plaatsen. Formatie en bezetting BghU heeft op peildatum 31 december 2025 een personeelsbestand van circa 122,25 FTE (133 medewerkers). Op basis van de loonsom is ongeveer ruimte voor 142,72 FTE wanneer het volledige budget gebruikt wordt voor medewerkers in dienst van BghU. De formatieruimte bestaat uit een aantal openstaande in- en/of externe vacatures en vacatures die momenteel worden ingevuld door externe young potentials die op termijn bij BghU in dienst zullen treden.
Daarnaast wordt een deel van de formatieruimte ingezet als flexibele schil (o.a. inzet extern callcenter). In 2025 zijn 19 nieuwe medewerkers in dienst gekomen. Dit betekent een instroompercentage van 14,29%. Dit ligt lager dan bij de gemeenten (16% in 2024) en bij de WSGO-leden (16% in 2024). In 2025 zijn 17 medewerkers uitdienst getreden. Dit betekent een uitstroompercentage van 12,78%. Dit ligt hoger dan bij de gemeenten (8,9% in 2024) en iets lager dan bij de WSGO-leden (13% in 2024). De verwachting is dat het uitstroompercentage de komende jaren gelijk zal blijven, dan wel iets zal stijgen in verband met de vergrijzing van het personeelsbestand. Samenstelling personeel De verdeling tussen man/vrouw (in aantallen) was op peildatum 31 december 2025 53%/47%. Binnen de gemeenten ligt deze verdeling op 45/55% in 2024 en bij de WSGO-leden op 46%/54% in 2024. Hiermee is de verdeling binnen BghU vergelijkbaar. Op peildatum 31 december 2025 was de gemiddelde leeftijd 47,3 jaar. Dit ligt hoger dan de gemiddelde leeftijd binnen gemeenten (46,5 jaar in 2024) en bij de WSGO-leden (46,8 jaar). De gemiddelde leeftijd is t.o.v. 2024 bij BghU, gemeenten en WSGO-leden licht gedaald met respectievelijk 0,5/0,3/0,3 jaar. Onderstaande tabel geeft inzicht in de leeftijdsopbouw (percentage van aantal personen): BghU 2025
Gemeenten 2024
WSGO-leden 2024
Jonger dan 25 jaar
2%
2%
4%
25-34 jaar
23%
18%
18%
35-44 jaar
14%
22%
20%
45-54 jaar
26%
26%
25%
55-64 jaar
33%
29%
29%
65 jaar en ouder
2%
3%
4%
De naar verhouding sterke mate van vergrijzing van het personeelsbestand betekent, net als bij de gemeenten en WSGO-leden, voor de komende jaren extra uitstroom van personeel. Daarmee verdwijnt ook veel kennis en expertise. Het aantrekken van nieuw personeel, een adequate overdracht van kennis en expertise door op korte termijn vertrekkende medewerkers aan instromende medewerkers zijn dan ook belangrijke aandachtspunten voor de komende jaren. Om meer verjonging aan te brengen zullen wij daarnaast proberen komende jaren meer jongeren (onder de 30 jaar) aan te trekken en het aantal stagiair(e)s uit te breiden. Deze verjonging heeft zich sinds 2023 al ingezet: de leeftijdscategorie 25-34 jaar is gestegen van 4% in 2022 naar 12% in 2023, naar 21% in 2024 en 23% in 2025.
Ontwerpbegroting 2027 26
Ziekteverzuim Het ziekteverzuim bedraagt in 2025 6,24%. Het ziekteverzuim is daarmee iets gedaald ten opzichte van het jaar 2024 (6,29%) en ligt lager dan het gemiddelde ziekteverzuim binnen gemeenten en de WSGO-leden (beiden 6,7% in 2024). Daarmee ligt het ziekteverzuimpercentage bij BghU, gemeenten en WSGO-leden nog steeds hoger dan het ziekteverzuimpercentage van heel Nederland (5,2% in 2024). Onderstaande tabel geeft inzicht in het ziekteverzuimpercentage over de afgelopen vijf jaar. Ziekteverzuim%
2021
2022
2023
2024
2025
BghU
8,47%
8,56%
7,45%
6,29%
6,24%
Tot en met 2022 laat het ziekteverzuim een stijgende lijn zien. Dit werd met name veroorzaakt doordat het gemiddeld aantal langdurig zieke medewerkers met niet-werkgerelateerde klachten jaarlijks steeg. Sindsdien is een dalende trend te zien. BghU heeft er, ook in 2025, alles aan gedaan om het verzuim, daar waar beïnvloedbaar, te beperken. Leidinggevenden hebben regelmatig contact met zieke medewerkers en ondernemen de vereiste acties in het kader van Wet Verbetering Poortwachter. Hierbij worden zij geadviseerd en ondersteund door de HRMadviseur. Medewerkers hebben periodiek ook een consult bij de bedrijfsarts. Daar waar nodig worden ook op advies van de arbodienst Zorg van de Zaak interventies ingezet, waaronder psychologische begeleiding, bedrijfsmaatschappelijk werk, arbeidsdeskundige onderzoeken en spoor 2 re-integratietrajecten (trajecten gericht op passende arbeid buiten BghU). Strategische personeelsplanning In 2024/2025 zijn de volgende pijlers van het strategische HR-beleid voor de komende jaren (her)benoemd: opleiding & ontwikkeling, werving & behoud van voldoende gekwalificeerd personeel, instroom van stagiaires, trainees en young potentials, duurzame inzetbaarheid. Er is een vertaalslag gemaakt naar een concreet actieplan. Hier wordt momenteel uitvoering aangegeven.
Traject talent-, team- en leiderschapsontwikkeling We willen er de komende jaren voor zorgen dat BghU een organisatie is (en blijft) met een prettig werkklimaat waar mensen met plezier kunnen (samen)werken en zich met positieve energie dagelijks inzetten om de doelen van hun team en van de organisatie te bereiken. Dit bereiken we mede door medewerkers zoveel mogelijk te laten doen waar zij goed in zijn en door effectiever gebruik te maken van de talenten van medewerkers. In 2023 en 2024 hebben alle medewerkers een talententraject gevolgd. Sindsdien wordt ook aan nieuwe medewerkers talentonderzoek en –coaching aangeboden. Opleiding en ontwikkeling algemeen In een steeds veranderende maatschappij en in- en externe ontwikkelingen is het noodzakelijk om wendbaar te blijven. Het continu blijven leren en ontwikkelen is dan ook een belangrijk HR-thema, voor nu en de toekomst. Binnen dit kader wordt veel aandacht besteed aan opleiding en ontwikkeling. In 2024 is het opleidings- en ontwikkelingsplan 2024-2025 vastgesteld. Deze is in februari 2025 geactualiseerd. In dit plan zijn doelen en activiteiten op het gebied van kennis-, competentie- en talentontwikkeling opgenomen. Ook volgt een aantal medewerkers een individuele (beroeps)opleiding om hun kennis te verbreden en/of hun loopbaanmogelijkheden te vergroten.
Zo heeft bijvoorbeeld een aantal nieuwe medewerkers een basisopleiding op het gebied van lokale belastingen gevolgd (of gaat deze nog volgen). Ook wordt vakinhoudelijke kennis digitaal uitgewisseld binnen en tussen de procesteams, wordt deelgenomen aan de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en aan de Landelijke Lokale Belastingprocessen (LLBP) en wordt het Nano Learning-programma ‘Bewustwording informatiebeveiliging en Privacy’ gevolgd. In het vierde kwartaal 2025 is een start gemaakt met het opstellen van een nieuw opleidings- en ontwikkelingsplan voor 2026-2027. Gesprekken functioneren en ontwikkeling Ook dit jaar zijn met alle medewerkers gesprekken gevoerd over functioneren en ontwikkeling. Dit heeft een doorlopend karakter. In deze gesprekken wordt o.a. gesproken over de bijdrage die de medewerker levert (of wilt leveren) aan goede en betrouwbare dienstverlening, over werkplezier, talenten, opleidingsOntwerpbegroting 2027 27
en ontwikkelingsbehoefte etc. Daarnaast staat het de medewerker ook vrij om te allen tijde een gesprek met de leidinggevende aan te gaan als daar behoefte aan is. Risico-inventarisatie en -evaluatie In 2023 is een nieuwe Risico-inventarisatie en -evaluatie uitgevoerd. Het doel hiervan is het in kaart brengen van gevaren en risico’s m.b.t. de veiligheid, gezondheid en welbevinden van medewerkers als gevolg van het werk en/of de werkomgeving. Vervolgens is een plan van aanpak opgesteld, waarin maatregelen en acties zijn geformuleerd om de risico’s en gevaren te elimineren of te beheersen. Ook is bekeken op welke punten het arbeidsomstandighedenbeleid verbeterd kan worden en op welke wijze. Uiteindelijke doel is het bieden van een veilige en gezonde werkomgeving waar met plezier gewerkt wordt. Sinds 2024 wordt uitvoering aan dit plan gegeven. In 2025 is o.a. een verdiepend onderzoek afgerond naar Psychosociale arbeidsbelasting. Hierbij valt te denken aan werkdruk en ongewenst gedrag (bijvoorbeeld agressie en discriminatie). Doel is om werkstress en gezondheidsklachten door werk te voorkomen. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek is een plan van aanpak Psychosociale arbeidsbelasting opgesteld, waarin concrete maatregelen zijn opgenomen die gericht zijn op het verbeteren van het welzijn en de veiligheid van medewerkers. Hier wordt momenteel uitvoering aangegeven.
Daarnaast is in 2025 een Protocol Veilige Publieksdienstverlening opgesteld. Hiermee willen we de veiligheid van medewerkers zoveel mogelijk waarborgen. Het protocol beschrijft hoe te handelen bij norm overschrijdend gedrag in de interactie tussen medewerkers en inwoners/ondernemers/overige belanghebbenden van BghU. Op basis van het protocol is ook een start gemaakt met het maken van afdelingsplannen, waarin afdelingsspecifieke acties worden opgenomen (bijvoorbeeld voor de belastingdeurwaarders bij de afdeling Dienstverlening). Thuiswerkbeleid Daar waar de aard van de werkzaamheden het toelaten kunnen medewerkers deels thuiswerken. Zij worden gefaciliteerd bij het inrichten van een arbowaardige thuiswerkplek. Basisgedragscode en meldregelingen misstanden, integriteitsschendingen en ongewenst gedrag In december 2024 zijn de basisgedragscode en de meldregelingen geactualiseerd. Medewerkers kunnen voor het melden van ongewenst gedrag, een integriteitsschending en een vermoeden van een misstand sinds 1 januari 2025 terecht bij een extern meldpunt (bij misstanden kan de medewerker ook rechtsreeks het Huis van Klokkenluiders benaderen). Dit om de onafhankelijkheid te waarborgen, de laagdrempeligheid om een melding te doen te vergroten en te zorgen voor 1 loket waar een melding gedaan kan worden.
Het meldpunt BghU wordt verzorgd door het Centrum Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (verder te noemen CAOP) en is opgezet om te luisteren naar de medewerker (melder) en de melding aan te nemen. Daarna zal de melding, voorzien van een advies, doorgezet worden naar de directeur. Dit vindt plaats in overleg met de melder. De melder kan ook eerst advies vragen aan de vertrouwenspersoon en de melding kan ook via de vertrouwenspersoon gedaan worden. In 2025 zijn geen formele meldingen gedaan bij het externe meldpunt en/of de in- en externe vertrouwenspersoon. Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties De Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO) is van toepassing. In juni 2025 is een nieuwe cao vastgesteld. Twee belangrijke punten zijn: • •
Looptijd is van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027 (24 maanden) Een structurele salarisstijging van in totaal 6,7% plus 35 euro nominaal
De reguliere salarisschalen worden verhoogd met: • 1 april 2025 een loonstijging van 2% • 1 oktober 2025 een loonstijging van 1,85% • 1 januari 2026 het bodem bruto uurloon 16 euro • 1 januari 2026 35 euro nominaal in de salarisschalen • 1 juli 2026 een loonstijging van 1,25% Ontwerpbegroting 2027 28
•
1 januari 2027 een loonstijging van 1,6%.
Informatiebeveiliging In 2025 lag de focus van BghU op de komst van BIO2.0, de NIS2/Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de nieuwe DigiD-eisen. Hoewel de inwerkingtreding van de Cbw is uitgesteld naar het tweede kwartaal van 2026, is BghU gestart met het toepassen van de BIO2 –principes en het gestructureerd identificeren en beoordelen van risico's. Daarmee heeft BghU een stap gezet richting verdere professionalisering van de informatiebeveiliging. Daarnaast is er gewerkt aan het verhogen van de bewustwording. Door de inzet van nano-learnings is gestuurd op veilig gedrag en het vergroten van kennis en bewustzijn van cyber- en privacyrisico's. De inrichting en implementatie van een ISMS (Information Security Management Systeem) zijn niet gerealiseerd. Door gebrek aan capaciteit konden processen, rollen en instrumenten hiervoor niet worden opgezet en geborgd. De implementatie wordt staat gepland in 2026.
Archief Voor het archiefbeheer wordt Het Utrechts Archief (HUA) ingezet met advisering en inspectie. In 2025 is een start gemaakt met een door de toezichthouder (Provinciale Staten) gevraagd informatiebeheerplan. BghU heeft hier kennis voor ingehuurd. In dit traject heeft een inventarisatie plaatsgevonden van wat aan archiefmateriaal binnen BghU ligt. Daaruit kwam naar voren dat zo'n 85% van het archiefmateriaal onder het primaire proces valt, dat door het onderliggende Document Management System (DMS) van het zaaksysteem van de belastingapplicatie (GouwIT) kan worden beheerd. Over het beheer van resterende 15% zal in 2026 een besluit worden genomen. Het DMS van de belastingapplicatie vergt nog inrichting, qua metadatering, vernietiging en mogelijkheden tot het aansluiten op een eDepot. Gelijktijdig vindt een inventarisatie plaats van het te vernietigen archiefmateriaal met een geactualiseerde selectielijst. In 2026 zal na optimalisering van het DMS in GouwIT, verder worden geschreven aan een informatiebeheerplan.
Financiën & control In 2025 zijn stappen gezet om de rechtmatigheidsverklaring en het in control framework verder te versterken. Daarnaast is er een project opgestart om de gehele inkoop- en aanbestedingsprocedure samen met de inbedding van de langlopende contracten te borgen. Dit zal na afronding in 2026 zorgdragen voor een stabielere financiële beheersorganisatie, hierdoor zal het in control zijn op rechtmatigheidsaspecten versterken. De implementatie van een nieuwe SAP-applicatie (SAP S4HANA) bij de gemeente Utrecht en door het vertrek van de Business Controller hebben bovenstaande onderwerpen vertraging opgelopen. Dit heeft extra beslag gelegd op de bestaande formatie.
Ontwerpbegroting 2027 29
1.2.7. Verbonden Partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin BghU zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. BghU kent als zelfstandige organisatie geen verbonden partijen. BghU voert haar taken uit voor de volgende deelnemende gemeenten en voor het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. BghU is voor deze deelnemers een verbonden partij door het bestuurlijke en financiële belang.
Gemeente Bunnik
Gemeente De Bilt
Gemeente Houten
Gemeente Lopik
Gemeente Nieuwegein
Gemeente Stichtse Vecht
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Ontwerpbegroting 2027 30
Gemeente Zeist
1.2.8. Grondbeleid Grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van de volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te verwezenlijken. BghU heeft geen invloed op het grondbeleid van haar deelnemers. Om deze reden is de paragraaf Grondbeleid niet van toepassing.
Ontwerpbegroting 2027 31
1.2.9. Wet Open Overheid De Wet open overheid (Woo) is in werking getreden met ingang van 1 mei 2022. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid. Met dit doel kan het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter worden gediend. De Woo bevat de verplichting voor bestuursorganen om bepaalde categorieën informatie uit eigen beweging openbaar te maken. Bestuursorganen hebben vanaf het moment van inwerkingtreding van de wet een algemene inspanningsverplichting om publieke informatie actief openbaar te maken. Hiervoor dient de informatiehuishouding op orde te zijn. De (interne) Wob-procedure is aangepast en vervangen door de (interne) Woo-procedure, zodat besluitvorming op grond van de Woo adequaat en tijdig kan plaatsvinden. Er is een Woo-contactpersoon aangewezen. BghU streeft de volgende doelstellingen voor de Woo na: • Transparantie van BghU verder te optimaliseren door publicatie via de website van BghU, • De website van BghU digitaal optimaal toegankelijk te houden voor het indienen van een Wooverzoek en andere reacties van burgers die geen relatie hebben met de Woo beter door te geleiden.
In oktober 2016 is artikel 15 van de Wob zodanig gewijzigd dat paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht (de bepaling over de dwangsom) niet langer van toepassing is op besluiten op grond van de Wob en op beslissingen op bezwaar tegen besluiten op grond van de Wob. Dit heeft ertoe geleid dat het aantal Wob-verzoeken bij BghU wordt ingediend, sinds 2017 drastisch gedaald is naar nagenoeg nihil, tot 2024. De bepaling over de dwangsom niet tijdig beslissen is ook niet in de Woo overgenomen, wat een verklaring kan zijn voor het lage aantal Woo-verzoeken tussen 2022-2024. Vanaf 2024 neemt het aantal Woo-verzoeken toe, vooral in de periode februari/maart, als reactie van de burger op een ontvangen WOZbeschikking.
Ontwerpbegroting 2027 32
Financiën Begroting 2027 en meerjarenperspectief 2028-2030 In dit hoofdstuk is de Begroting 2027 en het meerjarenperspectief voor 2028-2030 opgenomen. Omdat de begroting 2027 ter besluitvorming voorligt en het financieel perspectief 2028-2030 ter informatie, is de toelichting gesplitst. In paragraaf 2.4 zijn de door BghU gehanteerde uitgangspunten bij het opstellen van de begroting zichtbaar.
2.1 Begroting BghU 2027 per taak- en deelproces Meerjarenbegroting 2027-2030 Meerjarenperspectief (bedragen x € 1.000) Rente en afschrijving Personele lasten (inclusief inhuur)
Actuele begroting 2025
Realisatie 2025
Begroting 2026 [1]
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
99 14.949
99 15.021
98 13.939
96 14.232
95 14.530
93 14.836
15.147
Lasten personeel in dienst
13.192
11.262
13.739
14.028
14.322
14.623
14.930
Inhuurlasten
1.757
3.759
200
204
208
212
217
7.178
7.014
7.043
6.874
7.019
7.166
7.317
ICT-contractk osten jaarlijk se volume
2.248
2.307
2.262
2.309
2.358
2.407
2.458
Bedrijfsvoeringsk osten
4.130
4.189
3.957
4.040
4.125
4.212
4.300
800
517
824
525
536
547
559
Onvoorzien Totaal Lasten
5 22.231
22.134
5 21.084
5 21.207
5 21.649
5 22.100
5 22.469
Invorderingsbaten
2.200
3.681
1.854
2.500
2.553
2.606
2.661
453
471
355
355
355
355
355
Totaal Baten
2.653
4.152
2.209
2.855
2.908
2.961
3.016
Te dekken bedragen
19.578
17.982
18.875
18.352
18.742
19.139
19.453
Deelnemersbijdrage
19.486
19.502
18.783
18.260
18.650
19.047
19.453
Materiële lasten
Procesk ostenvergoeding WOZ
Overig
Onttrekking reserves
92
92
92
92
92
92
-
Dotatie reserves
-
-
-
-
-
-
-
Resultaat voor bestemming
-
1.612
-
-
-
-
-
[1] Basis begroting 2026 incl. structurele begrotingswijzigingen uit de 2e begrotingwijziging 2025, welke is vastgesteld in de bestuursvergadering van 2 juli 2025
Bovenstaand is de begroting 2027 weergegeven op hoofdkostenniveau. Hieronder is een toelichting opgenomen van de belangrijkste verschillen ten opzichte van de begroting 2026 (inclusief de structurele begrotingswijzigingen uit de 2e begrotingswijziging 2025 welke is vastgesteld in de bestuursvergadering van 2 juli 2025) en de manier waarop de bedragen in deze begroting tot stand zijn gekomen. Proceskosten De begrote proceskosten zijn naar aanleiding van de resultaten van de jaarrekening 2025 naar beneden bijgesteld. Invorderingsbaten De geschatte invorderingsbaten zijn naar aanleiding van de gemiddelde realisatie over boekjaar 2024 en boekjaar 2025 naar boven bijgesteld. Deelnemersbijdragen De deelnemersbijdragen voor 2027 liggen op een lager niveau dan de begroting 2026. Dat komt hoofdzakelijk door de hogere invorderingsbaten.
Ontwerpbegroting 2027 33
2.2 Financieel perspectief 2028-2030 In het financieel perspectief voor 2028-2030 zijn alle benoemde effecten uit hoofdstuk 1 die niet in 2026 vallen ook verwerkt. Meerjarenbeeld zoals afgegeven in Begroting 2027 en meerjarenperspectief 2028-2030 Meerjarenperspectief (bedragen x € 1.000)
Begroting 2027
Rente en afschrijving Personele lasten (inclusief inhuur)
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
96 14.232
95 14.530
93 14.836
15.147
14.028
14.322
14.623
14.930
204
208
212
217
6.874
7.019
7.166
7.317
ICT-contractkosten jaarlijks volume
2.309
2.358
2.407
2.458
Bedrijfsvoeringskosten
4.040
4.125
4.212
4.300
525
536
547
559
Onvoorzien Totaal Lasten
5 21.207
5 21.649
5 22.100
5 22.469
Invorderingsbaten
2.500
2.553
2.606
2.661
355
355
355
355
Totaal Baten
2.855
2.908
2.961
3.016
Te dekken bedragen
18.352
18.742
19.139
19.453
Deelnemersbijdrage
18.260
18.650
19.047
19.453
Onttrekking reserves Dotatie reserves
-
-
-
-
Resultaat voor bestemming
-
-
-
-
Lasten personeel in dienst Inhuurlasten
Materiële lasten
Proceskostenvergoeding WOZ
Overig
92
92
92
2.3 Deelnemersbijdragen 2027-2030
Bunnik Houten Lopik Nieuwegein Zeist Utrecht De Bilt Utrechtse Heuvelrug HDSR Stichtse Vecht Jaarlijkse bijdrage
2027 Basis Plus Totaal € 239 € 6 € 245 € 740 € 740 € 180 € 41 € 221 € 1.044 € 1.044 € 1.293 € 129 € 1.422 € 7.623 € 1.134 € 8.757 € 898 € 898 € 755 € 28 € 783 € 3.012 € 3.012 € 1.139 € 1.139 € 18.261
Deelnemersbijdrage 2027-2030 2028 Basis Plus Totaal Basis € 244 € 6 € 250 € 250 € 757 € 757 € 774 € 184 € 41 € 225 € 188 € 1.068 € 1.068 € 1.092 € 1.323 € 129 € 1.452 € 1.353 € 7.799 € 1.134 € 8.933 € 7.978 € 919 € 919 € 940 € 772 € 28 € 800 € 790 € 3.081 € 3.081 € 3.152 € 1.166 € 1.166 € 1.192 € 18.650
Ontwerpbegroting 2027 34
2029 Plus Totaal € 6 € 256 € 774 € 41 € 229 € 1.092 € 129 € 1.482 € 1.134 € 9.112 € 940 € 28 € 818 € 3.152 € 1.192 € 19.048
Basis € 255 € 792 € 192 € 1.117 € 1.384 € 8.161 € 961 € 808 € 3.224 € 1.220
(bedragen x € 1.000) 2030 Plus Totaal € 6 € 261 € 792 € 41 € 233 € 1.117 € 129 € 1.513 € 1.134 € 9.295 € 961 € 28 € 836 € 3.224 € 1.220 € 19.454
2.4 Gehanteerde uitgangspunten bij het opstellen van de begroting In de tabel staan de uitgangspunten die BghU hanteerde bij het opstellen van de begroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028-2030. Deze zijn gelijk aan de uitgangspunten zoals het bestuur die vaststelde bij de Kadernota 2027-2030. Onderwerp Uitgangspunt Uitwerking Raming personeelslasten
Conform de index CPI van het CPB wordt de loonsom 2027 met 2,5%, en de loonsom 2028-2030 met de resp. percentages 2,1%, 2,1% en 2,1% verhoogd. De formatie wordt begroot op basis van formatieplaatsen (138 FTE, plus € 204.000 vrij inhuur budget) en het max van de schaal. Bezettingsvoordelen in de formatie mogen door het management ingezet worden om in te huren.
Zie de toelichting onderaan de tabel voor hoe BghU deze index toepast.
Raming materiële lasten
Evenals bij de personeelslasten worden de materiële lasten geïndexeerd conform de CPI-indices van het CPB. Voor 2027 is dat 2,5% en voor de jaren 2028-2030 is dat resp. 2,1%, 2,1% en 2,1%. Investeringen worden apart geraamd en via een apart investeringsvoorstel besloten.
Jaarlijkse stijging van de totaal beschikbare som voor materiële lasten.
Raming onvoorzien
Jaarlijks raamt BghU € 5.000 voor onvoorziene kosten. De € 5.000 is expliciet zichtbaar en valt onder het programma ‘Overhead'.
Eventueel noodzakelijke aanwending van onvoorzien is onderdeel van de verantwoording middels de bestuursrapportage en de jaarrekening en is gezien de BBV een vereiste.
Financiering
Alleen voor investeringen kan BghU eventueel een langlopende lening aantrekken. Hiervoor is een bestuursbesluit vereist.
Vooralsnog zijn voor de periode 2027 tot en met 2030 geen grote investeringen voorzien. Mocht dit wel het geval zijn, dan wordt het investeringsbeleid gevolgd.
Belastingen
Materiële lasten worden exclusief compensabele BTW geraamd en inclusief de niet-compensabele BTW van het waterschap.
Belastingen
BghU voert geen dienstverlening uit die onder de VPB-plicht valt.
Jaarlijks wordt de compensabele BTW van de gemeenten via een apart afrekencircuit doorgeschoven naar de gemeenten. Niet van toepassing
Formatie & personeel
Loonsomsturing op vastgestelde begroting
Raming investeringen
basis
van
de
Ontwerpbegroting 2027 35
Voor de periode 2027 tot en met 2029 hebben we te maken met een investering hardware (welke heeft plaatsgevonden in 2024) waarvan de afschrijvingslasten in de genoemde periode gaat plaatsvinden.
BghU werkt met een vaste formatie en een flexibele schil inhuur. Binnen deze twee categorieën kan geschoven worden maar de vastgestelde loonsom kan niet overschreden worden zonder (interne) begrotingswijziging.
Onderstaande tabel beschrijft de geldende kaders die van toepassing zijn bij het opstellen van de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030. Onderwerp
Kader
Oorsprong
Structureel evenwicht
Structurele baten dekken de structurele lasten. BghU mag onder de streep geen tekort hebben.
BBV
Reëel beeld
De begroting bevat een reëel beeld van de verwachte materiele lasten, bijvoorbeeld op basis van lopende contracten en verwachte kapitaallasten.
BBV
Kostenverdeling
De werklast is leidend in de verdeling van de kosten onder de deelnemers van BghU. De BghU betreft één programma welke is onderverdeeld in vier kernprocessen, te weten Databeheer, Waardebepaling, Innen en Klantcontact. Daarnaast is het programma ondersteunende processen onderdeel van de begroting. De begroting 2027 wordt opgesteld aan de hand van deze 5 processen.
Bijdrageverordening op basis van artikel 40 GR
Basispakket & pluspakket
Taken binnen het basispakket worden uitgevoerd voor algemene rekening en als zodanig verdeeld.
Uitvoeringsprotocol
Het pluspakket is op basis van integrale kostprijs. Bij de bepaling van de uurtarieven voor inzet van medewerkers, worden de landelijke DAR-tarieven gehanteerd. Risicomanagement
De begroting bevat een aparte paragraaf conform BBV waarin het risicobeeld staat. Dit risicobeeld vertalen we in een benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio ten opzichte van de benodigde weerstands-capaciteit, waarbij geldt dat het uitgangspunt is dat de ratio groter of gelijk aan 1 moet zijn. In de begroting 2027 streeft BghU naar een ratio van 1.0
Ontwerpbegroting 2027 36
BBV/ Nota Weerstandvermogen en Risicomanagement
2.5 Reserves Onderstaand worden de reserves toegelicht.
Algemene reserve De algemene reserve maakt deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit en is de uiterste buffer voor het opvangen van de financiële gevolgen van optredende risico's. De noodzakelijke hoogte van de algemene reserve wordt jaarlijks bepaald op basis van de geactualiseerde risicoberekening. Voor een uitgebreide toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement. Verloop algemene reserve vanaf 2021 Jaar (bedragen x € 1.000)
Saldo begin begro t ingsjaar
To evo egingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Ont t rekkingen
2021
€
438
€
-
€
332
€
106
2022
€
106
€
275
€
-
€
381
2023
€
381
€
100
€
-
€
481
2024
€
481
€
-
€
-
€
481
2025
€
481
€
-
€
-
€
481
2026
€
481
€
-
€
-
€
481
2027
€
481
€
-
€
-
€
481
Resultaat 2025 voor bestemming Jaar (bedragen x € 1.000)
Saldo begin begro t ingsjaar
To evo egingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Ont t rekkingen
2025
€
29
€
1.612
€
2026
€
1.612
€
-
€
29 -
€
1.612
€
1.612
Bij de Jaarstukken 2025 is het voorstel gedaan over de bestemming van het resultaat 2025. Dit voorstel is nog niet verwerkt.
Bestemmingsreserves Totale verloop bestemmingsreserves Saldo begin begro t ingsjaar
Reserve (bedragen x € 1.000)
To evo egingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Ont t rekkingen
Dekking kapitaallasten vaste activa
€
276
€
-
€
Huisvesting
€
29
€
-
€
To t aal
€
305
€
-
€
92 92
€
184
€
29
€
213
Verloop bestemmingsreserve Dekking kapitaallasten vaste activa Jaar (bedragen x € 1.000)
Saldo begin begro t ingsjaar
To evo egingen
Saldo eind begro t ingsjaar
Ont t rekkingen
2024
€
-
€
460
€
€
460
2025
€
460
€
-
€
92
€
368
2026
€
368
€
-
€
92
€
276
2027
€
276
€
-
€
92
€
184
-
Vanuit de aanvraag investeringskrediet (€ 435.000) en aanvraag uitbereiding investeringskrediet (€ 25.000) is er in 2024 een bedrag van € 460.000 van de reserve ICT-Transitie SAAS onttrokken ter dekking van de kapitaallasten vaste activa.
Ontwerpbegroting 2027 37
Conform de Nota Investeringsbeleid BghU 2022-2025 wordt er voor de activa die gedurende het begrotingsjaar in gebruik is genomen, afgeschreven vanaf 1 januari van het jaar erop.
Verloop bestemmingsreserve Huisvesting Jaar (bedragen x € 1.000)
Saldo begin begro t ingsjaar -
To evo egingen €
29
Saldo eind begro t ingsjaar
Ont t rekkingen
2025
€
€
-
€
29
2026
€
29
€
-
€
-
€
29
2027
€
29
€
-
€
-
€
29
Het Bestuur heeft op 2 april 2025 besloten deze reserve te vormen voor de nog niet gerealiseerde verbouwing.
Ontwerpbegroting 2027 38
2.6 Voorzieningen Onderstaand worden de voorzieningen toegelicht. Overzicht Voorzieningen uit hoofde van verplichtingen en verliezen
(bedragen x € 1.000)
Saldo begin begro t ingsjaar (01-01-2027)
To evo egingen
Ont t rekkingen
Vrijval begro t ingsjaar
Saldo eind begro t ingsjaar (31-12-2027)
Vo o rzieningen uit ho o fde van verplicht ingen en verliezen Proceskostenvergoeding
€
18
€
-
€
-
€
-
€
Verlofsparen
€
87
€
-
€
-
€
-
€
87
Bovenw ettelijk verlof
€
267
€
-
€
-
€
-
€
267
Regeling Vervroegd Uittreden €
-
€
-
€
-
€
-
€
-
To t aal Vo o rzieningen
373
€
-
€
-
€
-
€
373
€
18
Proceskostenvergoeding BghU kende tot 2020 een regelmatig patroon voor het verwerken van WOZ-bezwaren, waarbij een gemiddeld percentage van deze bezwaren ook leidt tot een proceskostenvergoeding. Aan het eind van het jaar stond tot kalenderjaar 2020 over het algemeen 3% van de totale bezwaarlast nog open. In de kalenderjaren daarna was dat hoger en is daarvoor een risicovoorziening gevormd. Vooral in kalenderjaar 2023 heeft BghU te kampen gehad met een grote instroom aan bezwaarschriften (vooral vanuit NCNPbedrijven) wat een landelijke ontwikkeling was. Dat had voornamelijk te maken met de waardeontwikkeling van woningen. Eind 2024 staat vast dat er minder dan 3% van de totale bezwaarlast NCNP nog open staat. Zodoende is de risicovoorziening per 31-12-2024 volledig afgebouwd. Voor 2025 wordt het gemiddelde percentage van 3% waarboven een voorziening gevormd wordt niet meer gehanteerd, waardoor de absolute inschatting als voorziening is opgenomen. Hoe deze voorzieningen zich in de toekomst verder gaan ontwikkelen is momenteel niet bekend. Om die reden worden er geen dotaties en/of onttrekkingen begroot voor 2026 en 2027. Jaar (bedragen x € 1.000)
Saldo begin begro t ingsjaar
2023
€
2024
€
2025
€
-
€
2026
€
18
€
2027
€
18
€
Saldo eind begro t ingsjaar
To evo egingen
Ont t rekkingen
162
€
1.050
€
162
€
-
€
1.050
1.050
€
-
€
1.050
€
-
€
-
€
-
€
-
€
18
-
€
-
€
-
€
18
-
€
-
€
-
€
18
18
Vrijval
Voorziening verlofsparen In de CAO is bepaald dat het vanaf 2022 mogelijk is om verlof te sparen. De hoeveelheid verlofuren loopt hierdoor behoorlijk op. Op deze wijze bouwt de medewerker een recht op die in een keer opgenomen kan worden. De BBV stelt dat hiervoor een voorziening moet worden opgenomen om op termijn eventuele problemen in de formatie op te kunnen vangen die door de afwezigheid van deze medewerker ontstaat. Tevens stelt de BBV dat vanuit het surplus van bovenwettelijk verlof een voorziening moet worden gecreëerd. Op basis van de verlofstanden per 31 december 2025 is een toerekening voor deze voorziening gemaakt. Jaar (bedragen x € 1.000)
Saldo begin begro t ingsjaar
To evo egingen
Ont t rekkingen
2023
€
56
€
9
€
-
€
-
€
65
2024
€
65
€
21
€
-
€
-
€
86
2025
€
86
€
2
€
-
€
-
€
87
2026
€
87
€
-
€
-
€
-
€
87
2027
€
87
€
-
€
-
€
-
€
87
Saldo eind begro t ingsjaar
Vrijval
Hoe deze voorzieningen zich in de toekomst verder gaan ontwikkelen is momenteel niet bekend. Om die reden worden er geen dotaties en/of onttrekkingen begroot voor 2026 en 2027.
Voorziening bovenwettelijk verlof De BBV stelt dat vanuit het surplus van bovenwettelijk verlof een voorziening moet worden gecreëerd. Op Ontwerpbegroting 2027 39
basis van de verlofstanden per 31 december 2025 is er in 2025 een toerekening voor deze voorziening gemaakt. Jaar (bedragen x € 1.000)
Saldo begin begro t ingsjaar
To evo egingen
Ont t rekkingen
2023
€
118
€
81
€
-
€
-
€
199
2024
€
199
€
55
€
-
€
-
€
254
2025
€
254
€
14
€
-
€
-
€
267
2026
€
267
€
-
€
-
€
-
€
267
2027
€
267
€
-
€
-
€
-
€
267
Saldo eind begro t ingsjaar
Vrijval
Hoe deze voorzieningen zich in de toekomst verder gaan ontwikkelen is momenteel niet bekend. Om die reden worden er geen dotaties en/of onttrekkingen begroot voor 2026 en 2027. Voorziening regeling vervroegd uittreden In de CAO is bepaald dat werknemers kunnen deelnemen aan de RVU als er aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Deelname aan de RVU duurt maximaal twee jaar. Jaar (bedragen x € 1.000)
Saldo begin begro t ingsjaar
To evo egingen
Ont t rekkingen
2023
€
€
16
€
€
-
€
2024
€
16
€
38
€
16
€
-
€
2025
€
38
€
-
€
38
€
-
€
-
2026
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
2027
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
-
-
Saldo eind begro t ingsjaar
Vrijval
16 38
Hoe deze voorzieningen zich in de toekomst verder gaan ontwikkelen is momenteel niet bekend. Om die reden worden er geen dotaties begroot voor 2025 en geen dotaties en/of onttrekkingen begroot voor 2026.
Ontwerpbegroting 2027 40
2.7 Geprognosticeerde Balans Balanspositie per 2024 en meerjarenprognose Balans na resultaatsbestemming 2024, voor resultaatbestemming 2025 (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
ACTIVA Vaste activa Materiële Vaste Activa (investeringen met economisch nut)
€
460 €
368 €
276 €
184 €
92 €
Vlottende activa Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar Overlopende activa Liquide middelen
€ € €
9.247 € 129 € €
8.933 € 118 € €
9.395 € 100 € €
7.782 € 100 € €
7.753 € 100 € €
7.753 € 100 € €
7.753 100 -
Totaal activa
€
9.836 €
9.419 €
9.771 €
8.066 €
7.945 €
7.853 €
7.853
PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Te bestemmen resultaat
€ € €
481 € 460 € 29 €
481 € 397 € 1.612 €
481 € 305 € 1.612 €
481 € 213 € €
481 € 92 € €
481 € € €
481 -
Vreemd vermogen Voorzieningen
€
378 €
373 €
373 €
373 €
373 €
373 €
373
Vaste passiva Vaste schulden met rentetypische looptijd Onderhandse leningen van binnenlandse bank
€ €
-
-
-
-
-
-
-
€
701 €
919 €
1.000 €
1.000 €
1.000 €
1.000 €
1.000
€
7.787 €
5.638 €
6.000 €
6.000 €
6.000 €
6.000 €
6.000
€
9.836 €
9.419 €
9.771 €
8.066 €
7.946 €
7.854 €
7.854
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met rentetypische looptijd < 1 jaar (overige vorderingen) Overlopende passiva Totaal Passiva
€ €
€ €
€ €
€ €
€ €
-
€
€ €
-
In 2024 zijn ICT-middelen aangeschaft. Hierop vindt vanaf 2025 jaarlijkse afschrijving plaats. Voor de vlottende activa geldt dat de uitzettingen met rentetypische looptijd < 1jaar bestaan uit middelen die per eindejaar in de schatkist staan (over het algemeen de middelen die nog aan deelnemers moeten worden afgedragen) en het saldo liquide middelen. De liquide middelen worden dagelijks afgestort naar de rekening schatkistbankieren. Voorgaande is niet exact te voorspellen en daarom is een aanname gemaakt dat deze ongeveer waarden gelijk blijven. Hetzelfde geldt voor de overlopende activa. Aan de passivazijde van de balans daalt het eigen vermogen vanaf 2025 jaarlijks met de vrijval van de bestemmingsreserves ten behoeve van de afschrijvingslasten.
Ontwerpbegroting 2027 41
2.8 EMU-Saldo Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
2030
1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
€
-92 €
-92 €
-92 €
-92 €
-
2. Mutatie (im)materiële vaste activa [1]
€
-92 €
-92 €
-92 €
-92 €
-
3. Mutatie voorzieningen [2]
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
4. Mutatie voorraden
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
5. Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verkoop (im)materiële vaste activa
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Berekend EMU saldo
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Berekening EMU-saldo = post 1 - 2 + 3 - 4 - 5
Toelichtingen: [1] Investeringsuitgaven minus afschrijvingen minus bijdragen van derden plus inkomsten uit desinvesteringen. [2] Dotaties aan voorzieningen minus onttrekkingen aan voorzieningen.
Ontwerpbegroting 2027 42