CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Beleidsindicatoren bestuursperiode 2022-2026 Stichtse Vecht.pdf

Commissie Bestuur en Financiën 17 september 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4: Monitoren maatschappelijke effecten bestuursperiode 2022-20262.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsindicatoren bestuursperiode 2022-2026 Stichtse Vecht Inhoud Inleiding......................................................................................................................................................................................................................1 1. Bestuurlijke opgaven en prioriteiten.......................................................................................................................................................................2 2. Going concern taken..............................................................................................................................................................................................6 3. Top beleidsindicatoren 2022-2026 en overige monitoringsinformatie....................................................................................................................8

Inleiding In de Nota Monitoren maatschappelijke effecten liggen de kaders vast voor het in de begroting en jaarstukken vastleggen van de maatschappelijke effecten die gemeente Stichtse Vecht in een bestuursperiode wil bereiken en het meetbaar maken (waar mogelijk) van deze effecten. In dit document is het voorstel opgenomen voor de door de raad vast te stellen beleidsindicatoren voor de bestuursperiode 2022-2026. Een van de uitgangspunten uit deze nota is: ‘Per programma stellen we een beperkt aantal topindicatoren (effect- en/of prestatie) vast op bestuurlijke prioriteiten en enkele going concern activiteiten. Daarnaast presenteren we (per programma/taakveld) de verplichte BBVindicatoren.’ In onderdeel 1 is een overzicht opgenomen van de bestuurlijke opgaven en prioriteiten en is per opgave of prioriteit een toelichting opgenomen over de afweging om hiervoor wel of geen top indicatoren voor deze bestuursperiode vast te stellen. Onderdeel 2 gaat in op de afwegingen om al dan niet voor enkele going concern activiteiten topindicatoren vast te stellen. In onderdeel is het voorstel met de voor de bestuursperiode 2022-2026 vast te stellen top indicatoren met een korte toelichting op deze indicatoren. In onderdeel 4 is benoemd welke overige monitoringsinformatie beschikbaar is.

1. Bestuurlijke opgaven en prioriteiten In de Begroting 2024 zijn, gebaseerd op het coalitieakkoord 2022-2026, een elftal bestuurlijke opgaven en prioriteiten opgenomen. Dit betreft:  De twee programma’s voor het Fundament op orde uit het coalitieakkoord: o Een betrokken professionele ambtelijke organisatie o Een begroting gericht op de toekomst  De zes inhoudelijke opgaven uit het coalitieakkoord: o Voldoende betaalbare en passende woningen o Iedereen doet mee en hoort erbij o Een klimaatbestendige leefomgeving en duurzame energievoorziening o Bereikbare, duurzame en verkeersveilige mobiliteit o Toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt in balans o Veilige en leefbare buurten, dorpen en landelijk gebied  Aangevuld met de volgende overige bestuurlijke prioriteiten: o Samenwerking en participatie o Een veilige gemeente voor iedereen o Huisvesting onderwijs Per bestuurlijke opgave en prioriteit wegen we af of het nu al meetbaar maken van maatschappelijke effecten met indicatoren mogelijk is. In de tabel hierna is de afweging nader toegelicht.

Bestuurlijk opgaven en prioriteiten

Top indicatoren (ja / nee)

Toelichting op de afweging om (in deze bestuursperiode) wel of geen top indicatoren te hanteren

Programma 1 Bestuur Een betrokken en professionele ambtelijke organisatie

Nee

Een begroting gericht op de toekomst

Nee

Samenwerking en participatie

Nee

Dit programma streeft geen maatschappelijk effect op zich zelf na, maar is een randvoorwaarde (het fundament) om andere maatschappelijke effecten na te kunnen streven. Dit programma volgen we met de ‘Staat van de organisatie’, die periodiek wordt geagendeerd in een informatieve commissie. In de Begroting en Jaarstukken wordt de voortgang van dit programma met ‘mijlpalen’ gevolgd in de beleidsbegroting. Verder is een toelichting opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering. Dit programma streeft geen maatschappelijk effect op zich zelf na, maar is een randvoorwaarde (het fundament) om andere maatschappelijke effecten na te kunnen streven. In de Begroting en Jaarstukken wordt de voortgang van dit programma met ‘mijlpalen’ gevolgd in de beleidsbegroting. Met samenwerking en participatie streven we geen maatschappelijk effect op zich zelf na. We realiseren maatschappelijke effecten op thema’s samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners of door hen erbij te betrekken. In de Begroting en Jaarstukken wordt de voortgang van dit thema met ‘mijlpalen’ gevolgd in de beleidsbegroting.

Programma 2 Veiligheid Een veilige gemeente voor iedereen

Ja

Het uiteindelijke effect dat we nastreven is dat inwoners en ondernemers zich veilig voelen in Stichtse Vecht. Twee jaarlijks ontvangt de raad een Veiligheidseffectrapportage waarin verantwoording wordt afgelegd over het gevoerde veiligheidsbeleid. Deze rapportage wordt geagendeerd en toegelicht in een informatieve commissie. In de Begroting en Jaarstukken monitoren we het effect ‘veiligheidsgevoel’ en de voortgang van de uitvoering van het Integraal veiligheidsplan 2023-2026 aan de hand van mijlpalen. De informatie uit de Veiligheidseffectrapportage is beschikbaar om de causaliteit (oorzaak en gevolg) tussen activiteiten en het effect nader te toe te lichten.

Bestuurlijk opgaven en prioriteiten

Programma 3 Fysiek Voldoende betaalbare en passende woningen

Top indicatoren (ja / nee)

Toelichting op de afweging om (in deze bestuursperiode) wel of geen top indicatoren te hanteren

Ja

We streven ernaar drie topindicatoren te onderkennen: Woningvoorraad: aantal woningen Voldoende betaalbare woningen: % huurwoningen woningcorporatie tot liberalisatiegrens + % koopwoningen tot € 325.000 WOZ waarde Voldoende passende woningen: % passend gehuisveste huishoudens - corporatiewoningen Uit het periodiek woningbehoefteonderzoek komt het aantal nieuw te bouwen woningen. Op grond van de woningvoorraad en behoefte vertalen we dit naar een streefwaarde voor het aantal woningen (in jaar x). Op waar staat je gemeente is informatie beschikbaar over de woningvoorraad en samenstelling van de woningvoorraad. In de woonvisie zijn voor het woningbouwprogramma eisen vastgesteld voor het aantal betaalbare woningen. Door beide te combineren definiëren we een indicator voor ‘voldoende betaalbare woningen’.

Een klimaatbestendige leefomgeving en duurzame energievoorziening

Nee

Bereikbare, duurzame en verkeersveilige mobiliteit

Nee

Voor voldoende passende woningen zijn in waar staat je gemeente verschillende bestaande indicatoren. We selecteren een indicator die het meest passend is bij de woonvisie. We staan aan de start van het opstellen van omgevingsprogramma’s. Daarin zullen we nadere doelen specificeren aan de hand van een doelenboom en maatregelen. Daaruit vloeien logischerwijs indicatoren, waaruit top-indicatoren voor de opgave als geheel gekozen kunnen worden voor de P&Ccyclus. We volgen de voortgang van al lopende activiteiten aan de hand van bestuurlijk relevante mijlpalen. Een eerste omgevingsprogramma leggen we eind van dit jaar aan u voor. We staan aan de start van het opstellen van omgevingsprogramma’s. Daarin zullen we nadere doelen specificeren aan de hand van een doelenboom en maatregelen. Daaruit vloeien logischerwijs indicatoren, waaruit top-indicatoren voor de opgave als geheel gekozen kunnen worden voor de P&Ccyclus. We volgen de voortgang van al lopende activiteiten aan de hand van bestuurlijk relevante mijlpalen. Een eerste omgevingsprogramma leggen we eind van dit jaar aan u voor.

Bestuurlijk opgaven en prioriteiten

Top indicatoren (ja / nee) Nee

Toelichting op de afweging om (in deze bestuursperiode) wel of geen top indicatoren te hanteren

Programma 4 Sociaal Iedereen doet mee en hoort erbij

Ja

Op grond van het integraal beleidskader sociaal domein en de monitor Sociale kracht selecteren we een set van top indicatoren voor het sociaal domein. Een voorbeeld uitwerking is in de informatieve commissie van 27 februari 2024 gepresenteerd en in de jaarstukken 2023 is een pilot verantwoording opgenomen.

Programma 5 Samenleving Huisvesting onderwijs

Nee

In het bestaande meerjaren investeringsprogramma zijn een aantal vervangingen van schoolgebouwen opgenomen. Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijsgebouwen wordt nog opgesteld. We volgen de voortgang vooralsnog aan de hand van mijlpalen. We staan aan de start van het opstellen van omgevingsprogramma’s. Daarin zullen we nadere doelen specificeren aan de hand van een doelenboom en maatregelen. Daaruit vloeien logischerwijs indicatoren, waaruit in samenhang met de opgave ‘Iedereen doet mee’ top-indicatoren gekozen kunnen worden voor de P&C-cyclus. We volgen de voortgang vooralsnog aan de hand van mijlpalen.

Veilige en leefbare buurten, dorpen en landelijk gebied

Toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt in balans

Nee

We staan aan de start van het opstellen van omgevingsprogramma’s. Daarin zullen we nadere doelen specificeren aan de hand van een doelenboom en maatregelen. Daaruit vloeien logischerwijs indicatoren, waaruit top-indicatoren voor de opgave als geheel gekozen kunnen worden voor de P&Ccyclus. We volgen de voortgang van al lopende activiteiten aan de hand van bestuurlijk relevante mijlpalen. Een eerste omgevingsprogramma leggen we eind van dit jaar aan u voor.

2. Going concern taken Naast de bestuurlijke opgaven en prioriteiten is het mogelijk om voor enkele going concern taken top indicatoren vast te stellen. Dit kan bijvoorbeeld als de raad (of het college) een bepaald kwaliteitsniveau heeft vastgesteld voor een taak. Door de werkelijke metingen in de begroting en jaarstukken te monitoren in vergelijking met het vastgestelde kwaliteitsniveau kan de raad monitoren of duurzaam wordt voldaan aan het vastgestelde kwaliteitsniveau. Als dat niet het geval is dan kan dat aanleiding zijn om bestuurlijke meer prioriteit te geven aan deze taak. In de bijlage hebben we aangegeven welke verplichte BBV beleidsindicatoren samenhangen met de diverse taakvelden. Uit dit overzicht blijkt dat voor een aantal taakvelden geen verplichte beleidsindicatoren beschikbaar zijn. We stellen voor om voor twee going concern taken top indicatoren vast te stellen. Deze taakvelden zijn geselecteerd omdat er intern (college/organisatie) of door de raad een kwaliteitsniveau is vastgesteld of periodiek wordt gemeten én omdat voor deze twee taakvelden geen verplichte beleidsindicator beschikbaar is. Het betreft de volgende taken:  Dienstverlening (taakveld 0.2 Burgerzaken)  Kwaliteit openbare ruimte (taakvelden 2.0 Verkeer, vervoer en waterstaat; en 5.7 Openbaar groen) Going concern taken

Dienstverlening (Programma 1 Bestuur - taakveld 0.2 Burgerzaken)

Top indicatoren (ja / nee) Ja

Toelichting op de afweging om (in deze bestuursperiode) wel of geen top indicatoren te hanteren We meten de klanttevredenheid van de (organisatie brede) eerstelijns dienstverlening (totaal, balie, telefonie, e-mail, website, Whats-App) in KTO’s. Uit de managementstatistieken dienstverlening blijkt dat de klanttevredenheid totaal in de periode 2018-2024 in alle jaren hoger scoort dan een 8,0, met uitzondering van een 7,9 in 2023. Voor de KTO totaal is geen norm vastgesteld (servicenormen 2011). Wel voor een viertal onderliggende KTO’s. De metingen voor KTO totaal zijn nagenoeg allemaal hoger of gelijk aan de hoogste norm van 8,0 (voor KTO balie).

Going concern taken

Kwaliteit openbare ruimte (taakvelden 2.0 Verkeer, vervoer en waterstaat; en 5.7 Openbaar groen)

Top indicatoren (ja / nee) Ja

Toelichting op de afweging om (in deze bestuursperiode) wel of geen top indicatoren te hanteren In het Beleidskader IBOR d.d. 20 mei 2016 (vastgesteld door de raad op 5 juli 2016) is het volgende kwaliteitsniveau vastgesteld voor de openbare ruimte: ‘Gemeente Stichtse Vecht gaat uit van een basis onderhoudskwaliteit in heel de gemeente. Voor de kernen geldt overal niveau B. Voor het buitengebied en de Industriegebieden geldt niveau C. Per wijk/buurt maakt de aannemer met de burgers afspraken over het realiseren van enkele ‘plussen’ bovenop deze kwaliteit.’ Uit het wegenbeheerplan 2021-2025 d.d. 14 april 2021 (vastgesteld door de raad d.d. 13 juli 2021) blijkt:  Dat het kwaliteitsniveau volgens gemeentelijk beleid al lager is vastgesteld dan de CROWpublicatie 147 voor wegbeheer. Deze publicatie gaat uit van minimaal kwaliteitsniveau B voor alle gebieden.  Dat op grond van de globale visuele inspecties alle deelgebieden op dat moment niet voldoen aan het gewenste kwaliteitsniveau conform het gemeentelijk beleid.

3. Top beleidsindicatoren 2022-2026 en overige monitoringsinformatie Programma

1. Bestuur

2. Veiligheid

Bestuurlijke opgave / prioriteit / going concern (taakveld bij going concern) Dienstverlening (taakveld 0.2 burgerzaken – going concern)

Een veilige gemeente voor iedereen

Top indicator (effect / prestatie)

Nulmeting

Streefwaarde / vastgesteld kwaliteitsniveau

Toelichting op de top indicator

Bron en/of Overige monitoringsinformatie

1) KTO totaal (klanttevredenheid onderzoek)

n.v.t.

n.v.t.

De klanttevredenheid wordt continu gemeten met klanttevredenheidsonderzoeken. We monitoren de dienstverlening ‘KTO totaal’ op de gemiddelde score per jaar.

Continu klanttevredenheidonderzoek

2) Veiligheidsbeleving 3) Percentage dat zich vaak onveilig voelt (in het algemeen)

3. Fysiek

Voldoende betaalbare en passende woningen

4) Aantal woningen

5) nieuwbouw

7,6 SV 7,5 NL (2023) 1,7% SV 2,1% NL (2023)

Hoger dan gelijk aan NL Lager dan gelijk aan NL

28.740 (2021)

32.440 (2040)

% per kern

Er is geen kwaliteitsnorm vastgesteld voor het KTO totaal. Momenteel worden de interne servicenormen voor dienstverlening geactualiseerd. Daarbij stellen we een minimale streefwaarde voor het KTO totaal vast. De vragenlijst in de (landelijke) veiligheidseffectrapportage is vanaf 2023 grondig herzien. De meting voor 2023 hanteren we daarom als nulmeting. In de rapportage wordt de veiligheidsbeleving gemeten aan de hand van een rapportcijfer dat deelnemers geven voor de veiligheidsbeleving en wordt het % gemeten van deelnemers dat zich vaak onveilig voelt (in het algemeen én in de buurt). De metingen voor Stichtse Vecht worden vergeleken met het landelijk gemiddelde. In de Woonvisie 2023-2030 staat dat uit het woningbehoefteonderzoek 2021 een woningbehoefte blijkt van 3.700 woningen tot 2040. Het aantal woningen in 2021 (bron: waar staat je gemeente) bedraagt 28.740. Dit geeft een streefwaarde van 32.440 woningen in 2040.

In de Woonvisie 2023-2030 is het streven uit het Nationaal

Veiligheidseffect rapportage (tweejaarlijks)

Dashboard woningbouwprogramma (2x per jaar)

Programma

Bestuurlijke opgave / prioriteit / going concern (taakveld bij going concern)

Top indicator (effect / prestatie)

Nulmeting

woningen per segment (20222024)

Streefwaarde / vastgesteld kwaliteitsniveau

Toelichting op de top indicator

en per segment (pag. 47 woonvisie)

programma woningbouw opgenomen. Daarbij is het streven dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar1 is. De verdeling is als volgt:  minimaal 30% sociale huur  minimaal 40% middensegment, dat wil zeggen middenhuur en betaalbare koop Hierbij geldt dat de regiogemeenten geleidelijk moeten toegroeien naar 30% sociale huurwoningen in de gehele woningvoorraad.

Bron en/of Overige monitoringsinformatie

Lokaal leggen we per kern percentages op voor het woningbouwprogramma voor de volgende segmenten: Sociale huur tot liberalisatiegrens Middenhuur vanaf liberalisatiegrens tot € 1.027 Betaalbare koop tot € 300.000 of € 355.000 VON Er is een dashboard woningbouwprogramma ontwikkeld waarin voor de geplande nieuwbouwprojecten de aantallen woningen verdeeld naar de verschillende segmenten wordt gevolgd. Het dashboard zal twee keer per jaar gedeeld worden met de raad.

6) % passend gehuisveste huishoudens – corporatie1

80,7% SV 79,3% NL (2021)

Hoger dan gelijk aan NL

Op Waar staat je gemeente is informatie beschikbaar in de dashboards ‘Bouwen en wonen’ en de ‘Lokale monitor wonen’. Een aantal kengetallen hebben betrekking op passend wonen en scheefwoners.

Betaalbaar betekent: sociale huur tot aan de liberalisatiegrens (€ 808 prijspeil 2023), middenhuur vanaf de liberalisatiegrens tot aan de landelijke middenhuurgrens (€ 1.021 prijspeil 2023) en betaalbare koop tot aan de landelijke betaalbaarheidsgrens (€ 355.000, prijspeil 2023).

Programma

Bestuurlijke opgave / prioriteit / going concern (taakveld bij going concern)

Top indicator (effect / prestatie)

Nulmeting

Streefwaarde / vastgesteld kwaliteitsniveau

Toelichting op de top indicator

Bron en/of Overige monitoringsinformatie

woningen Voor passend wonen hanteren we het kengetal ‘Passend gehuisveste huishoudens’. Dit kengetal is als volgt omschreven:

Kwaliteit openbare ruimte (taakvelden 2.0 Verkeer, vervoer en waterstaat; en 5.7 Openbaar groen – going concern)

7) Staat openbare ruimte (Leefbaarheidsbeleving)

8) Onderhoudskwaliteit buitenruimte: - Kernen - Buitengebied - Industriegebieden

N.v.t.

Niveau D (2021) D (2021) D (2021)

N.v.t.

Niveau B C C

In de monitor Sociale Kracht meten we de leefbaarheidsbeleving van inwoners. Eén van de onderliggende aspecten is de beleving van de staat van de openbare ruimte. Met deze indicator met we naast een meer technische meting van de kwaliteit ook de kwaliteitsbeleving van inwoners. We meten deze beleving tweejaarlijks sinds 2016. Daarmee volgen we de trend over de jaren (metingen in 2016, 2018, 2020 en 2023).De meting in 2023 valt op met een lagere score (5,7) ten opzichte van een stabiel beeld in 2016, 2018 en 2020: alle jaren score 6,5).

Monitor Sociale Kracht

In het Beleidskader IBOR d.d. 20 mei 2016 (vastgesteld door de raad op 5 juli 2016) is het volgende kwaliteitsniveau vastgesteld voor de openbare ruimte: ‘Gemeente Stichtse Vecht gaat uit van een basis onderhoudskwaliteit in heel de gemeente. Voor de kernen geldt overal niveau B. Voor het buitengebied en de Industriegebieden

Inspecties CROW methodiek

Programma

Bestuurlijke opgave / prioriteit / going concern (taakveld bij going concern)

Top indicator (effect / prestatie)

Nulmeting

Streefwaarde / vastgesteld kwaliteitsniveau

Toelichting op de top indicator

Bron en/of Overige monitoringsinformatie

geldt niveau C.

4. Sociaal

Iedereen doet mee en hoort erbij

Sociale kracht in Stichtse Vecht

N.v.t.

N.v.t.

Zelfredzaamheid

N.v.t.

N.v.t.

Mate van eenzaamheid Sociale samenhang in de buurt Participatie

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Jongeren met jeugdhulp - % van jongeren tot 18 jaar (verplicht BBV) Aantal cliënten per 10.000 inwoners

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

De meting uit het laatst door de raad vastgestelde wegenbeheerplan 2021-2025 d.d. 14 april 2021 (raad d.d. 13 juli 2021) hanteren we als nulmeting. De Monitor Sociale Kracht geeft inzicht in de sociale kracht in Stichtse Vecht. Voor de monitor wordt uitgegaan van de veronderstelling dat de sociale kracht van het collectief van inwoners wordt bepaald door een aantal onderliggende componenten c.q. pijlers die enerzijds betrekking hebben op persoonlijke kenmerken en de deelname aan de samenleving (o.m. zelfredzaamheid, participatie en mate van eenzaamheid) en anderzijds de leefomgeving van inwoners typeren (o.m. sociale samenhang in de buurt). De Sociale kracht koppelen we aan het hoofddoel van opgave Iedereen doet mee en hoort erbij. De onderliggende component zelfredzaamheid koppelen we aan het doel Voorkomen is beter De onderliggende component mate van eenzaamheid koppelen we aan het doel Samen redzaam en verdraagzaam De onderliggende component sociale samenhang in de buurt koppelen we aan het doel Thuis en dichtbij De onderliggende component zelfredzaamheid koppelen we aan het doel Iedereen doet mee In het sociaal domein is sprake van een grote onzekerheid ten aanzien van de volume ontwikkeling qua zorgbehoefte en beheersbaarheid van de kosten. Dit geldt specifiek voor de WMO en jeugdzorg en uit zich in de kosten via onderaannemers (maatwerk) bij TIM SV.

Specifiek hiervoor stellen we een aantal extra ‘topindicatoren’ voor die gekoppeld zijn aan het volume

Monitor Sociale kracht

Programma

Bestuurlijke opgave / prioriteit / going concern (taakveld bij going concern)

Top indicator (effect / prestatie)

met een maatwerkarrangement WMO (verplicht BBV) Aantal unieke cliënten jeugd en WMO maatwerk via onderaannemers TIM SV

Nulmeting

Streefwaarde / vastgesteld kwaliteitsniveau

Toelichting op de top indicator

van de zorgvraag van jeugd en WMO (breed) en aantal cliënten die zorg en ondersteuning ontvangen via onderaannemers (maatwerk). N.v.t.

N.v.t.

Bron en/of Overige monitoringsinformatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2492/documents/55616