Bijlage 2 Begroting 2025 en mj-perspectief 2026-2028.pdf
Tekst van het document
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
22
1.2.5 Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering benoemt BghU de belangrijkste ontwikkelingen in het kader van haar bedrijfsvoering. De ontwikkelingen die BghU hier weergeeft, vloeien grotendeels voort uit eerder gemelde voornemens uit de Kadernota 2024-2027. Informatievoorziening en ICT 2025 zal in het teken staan van verdere optimalisatie van de werkprocessen in de nieuwe kernapplicaties. In 2024 is gestart met het verbeteren van de interne beheersing en het ontwerpen van voortgangsrapportages, kwaliteitsonderzoeken en managementdashboards over de vier kernapplicaties. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de nieuwe infrastructuur voor business intelligence (BI) die in 2024 zal zijn geïmplementeerd. Genoemde periode zal ook worden gebruikt om de BI-oplossing door te ontwikkelen en te vormen tot een organisatiebreed dataplatform. Een opleidings- en begeleidingstraject voor de medewerkers van Informatievoorziening die hierbij betrokken zijn, zal integraal onderdeel zijn van deze doorontwikkeling. De verwachting is dat het platform in de loop van 2025 zijn fundament heeft gekregen. Op dit fundament zal verder gebouwd worden om aan de steeds veranderende informatiebehoefte blijvend te kunnen voldoen. Voor de verwerking van de toenemende datastromen en optimalisatie van de processen is BghU in 2024 gestart met een pilot robotisering (‘zgn. RPA’, Robotic Process Automation).
Hierbij wordt binnen processen gekeken of repetitieve handelingen door middel van software geautomatiseerd kunnen worden. Wanneer de pilot succesvol is en de efficiencyverbetering is aangetoond, zal in 2025 de RPA breder worden ingezet. Dit betekent dat de benodigde licenties zullen worden uitgebreid en een nadere impuls zal worden gegeven aan opleiding en begeleiding. BghU wil het gebruik van beeldmateriaal en geo-informatie (o.a. kaartlagen) optimaliseren voor organisatiebreed gebruik ten behoeve van de verbetering van de dienstverlening. Om het beeldmateriaal ter beschikking te stellen aan alle kernapplicaties inclusief klantbalie, is centrale ontwikkeling, hosting, distributie (Geo-services) en beheer hoogst opportuun. Hierbij zal ook de mogelijkheid worden geboden tot het ontwikkelen van complexe (multi-)kaartlagen, waarop analyses op de ruimtelijke gegevens kunnen worden uitgevoerd. De verwachting is dat met de voorbereiding en ontwikkeling in 2025 gestart wordt. Voor het optimaliseren van het gebruik en de interne procesverbetering, zullen in 2025 ook nieuwe toepassingsmogelijkheden worden onderzocht, die voortkomen uit ontwikkelingen als 3D, Digital Twin en True Ortho en vanuit de ontwikkeling van automatische objectgerichte mutatiesignalering door aanvullend gebruik van satellietbeelden.
Voor het objectbeheer (SOR) kan dit een belangrijke meerwaarde hebben, maar ook in het kader van de dienstverleningsprocessen is hiermee efficiencyvoordeel te behalen. In 2024 zal de nieuwe ICT-infrastructuur zijn geïmplementeerd. Tevens zal de nieuwe hardware (werkplekken/devices) zijn uitgeleverd. In 2025 zal worden gestart met de planvorming voor verdere cloudintegratie, zodat deze kan worden ontwikkeld en stapsgewijs kan worden doorgevoerd. Hieronder valt onder andere het bewerken en bewaren van alle documenten in de cloud. Hierbij zullen de beheerprocessen, waaronder het inzicht in de architectuur, continu worden geoptimaliseerd en bijgewerkt. In 2025 zal evaluatie plaatsvinden van de kernapplicaties binnen het applicatielandschap. BghU heeft in zijn aanbestedingen in alle gevallen gekozen voor een driejarig contract met een optie om 7x1 jaar te verlengen. Mocht er een reden zijn om een applicatie te vervangen of een gedeelte van de software te wijzigen, zal in 2025 een onderzoek moeten gaan plaatsvinden en zullen in dit jaar de contracten opgezegd of aangepast moeten worden. Vooralsnog is hier geen enkele reden voor maar voortschrijdend inzicht, markt- of wettelijke ontwikkelingen kunnen BghU hiertoe brengen.
Landelijke ontwikkelingen
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
23
Landelijke lokale belastingprocessen (LLBP) Bij de LLBP werkt een aantal gemeenten en belastingorganisaties samen aan het opstellen en verbeteren van generieke werkprocessen en stelt deze beschikbaar aan de deelnemende organisaties. BghU draagt bij aan deze samenwerking. Deze werkprocessen omvatten procesflows, beschrijvingen van processtappen, rollen en RASCI. RASCI is een hulpmiddel om verantwoordelijkheden en bevoegdheden in een organisatie op een zeer eenvoudige manier in kaart te brengen. Naast de processen biedt LLBP ook KPI’s en voorbeeldbrieven. Waar mogelijk wordt de relatie gelegd met de wettelijke basis. Ter ondersteuning aan deze gezamenlijke doelen leveren we een geringe financiële bijdrage.
Samengestelde objectenregistratie (SOR) De introductie van de samengestelde objectenregistratie (SOR) is, door financieringsproblemen, voor langere tijd uitgesteld en waarschijnlijk zelf afgesteld. Ondanks dit uitstel is BghU van mening dat er vanuit het gezichtspunt van de basisregistratie BAG, WOZ en BGT een aantal goede ontwikkelingen in is geformuleerd. Ontwikkelingen die ervoor gaan zorgen dat er veel meer samenhang komt tussen deze drie basisregistraties vastgoed. Hierdoor kan de snelheid van uitwisseling verhoogd worden en zal het zeker op langere termijn ervoor zorgen dat de kwaliteit actueler en vollediger zal zijn. We willen met de deelnemers samen invulling geven aan het grondbeginsel van dit landelijke initiatief verder door te ontwikkelen en uit te gaan voeren. Omgevingswet De Omgevingswet is uiteindelijk in 2024 in werking getreden. BghU is voor de WOZ-gegevens sterk afhankelijk van de verleende bouwvergunningen en de tijdigheid van het delen van deze informatie. Wat en hoe groot de gevolgen van de invoering voor de tijdigheid en volledigheid zal zijn, zal de komende maanden moeten blijken. Wel zijn zorgen over het feit dat er meer vergunningsvrij gebouwd mag worden onder deze nieuwe wet waardoor de volledigheid van de gegevens al onder druk komt te staan.
Daarom zal nog meer dan in het verleden gebruik gemaakt moeten worden van objectenkenmerk-controles op basis van recente luchtfoto’s, GIS-mogelijkheden en buitendienstopname.
Personeel Strategisch HR-beleid De komende jaren zal BghU te maken krijgen met in- en externe ontwikkelingen die invloed hebben op het personeelsbestand van BghU. Hierbij valt o.a. te denken aan digitalisering en robotisering, het steeds groeiende belang van data, een krapper wordende arbeidsmarkt, en uitstroom van pensioengerechtigden. De verwachting is dat deze ontwikkelingen o.a. gevolgen hebben voor de inhoud van functies, (gevraagde) kennis, vaardigheden en competenties van medewerkers en de arbeidsmarktbenadering. Om in te spelen op de ontwikkelingen zal het strategisch HR-beleid zich hier de komende jaren op richten. Een belangrijk HR-thema voor nu en de komende jaren uitgelicht: In een steeds veranderende maatschappij en gezien bovengenoemde ontwikkelingen is het noodzakelijk om wendbaar te blijven. Het continu blijven leren en ontwikkelen is dan ook een belangrijk HR-thema, voor nu en de toekomst. Binnen dit kader wordt veel aandacht besteed aan opleiding en ontwikkeling. Zo worden
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
24
kennissessies georganiseerd, zijn de meeste WOZ-taxateurs opgeleid tot NRVT-taxateur, volgen medewerkers individuele opleidingen, etc. Ook investeert BghU in het opleiden en begeleiden van stagiaires (wij zijn een erkend leerbedrijf), trainees en young potentials. BghU vindt het namelijk belangrijk te investeren in de potentiële medewerker van de toekomst, maar ook om van de jongere generatie te leren. In 2024 en de jaren daarna worden ook talentenonderzoek en -coaching voortgezet. Hiermee wordt inzicht verkregen in de talenten van individuele medewerkers en van teams en kunnen deze talenten optimaal benut worden. Jaarlijks wordt een opleidingsen ontwikkelingsplan opgesteld die bijdraagt aan de ambitie van de organisatie en de ontwikkelingen die op de organisatie afkomen. In de komende jaren zal BghU blijven investeren in (het stimuleren) van leren en ontwikkeling. CAO Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties De Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO) is van toepassing. In december 2023 is een nieuwe Cao afgesloten. Enkele belangrijke punten zijn: • • • • •
De nieuwe Cao SGO loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025 (15 maanden). De salarissen stijgen met ingang van 1 januari 2024 met 4,75%, en per 1 oktober 2024 met 1,25%. Medewerkers krijgen per 1 januari 2025 jaarlijks 7,2 extra bovenwettelijke vakantie-uren. Voor deeltijders geldt dit naar rato. Het gehele Individuele Keuzebudget is pensioengevend geworden. Een klein gedeelte van het Individuele Keuzebudget van 0,8% was dat nog niet. De bestaande Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) is aangepast. Per 1 januari 2024 kunnen medewerkers die binnen 2 jaar de AOW-leeftijd bereiken, onder bepaalde voorwaarden, vervroegd uittreden. In de Cao SGO is de ABP-jareneis nu verlaagd van 43 naar 41 jaren.
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
25
Informatiebeveiliging De normen van informatiebeveiliging worden met de NIS2-regelgeving, BIO 2.0 (conform ISO27001) en DigiD verhoogd. Dit heeft impact op de benodigde interne informatiebeveiligingsmaatregelen en contractuele maatregelen met leveranciers. Vervolgens gaat dit in 2025 meer interne controle capaciteit vragen om de werking van maatregelen periodiek te monitoren. Hiervoor worden extra kosten voorzien in opleiding en training van management en medewerkers. De monitoring van Informatiebeveiliging wordt ingericht met behulp van ISMS. Dit vraagt implementatie en aanpassingsvermogen van de organisatie om aantoonbaar de Informatiebeveiliging op orde te brengen en te onderhouden. Het resultaat voor de BghU is een stabiele Informatiebeveiliging en professionalisering naar het benodigde volwassenheidsniveau Beheerd (CIPP BIO-assessment). Archief Met het in 2021 opgestelde capaciteitsplan als ondersteuning is BghU bezig om de grip op het archiefbeheer te verstevigen. Zo heeft een medewerker van BghU in 2023 een cursus voor archiefbeheer en recordmanagement afgerond. Dit in navolging van het advies van toezichthouder Het Utrechts Archief om de kennis over archiefbeheer te vergroten.
Hoewel BghU met het nieuwe belastingsysteem GouwIT zaakgericht werkt, de organisatie stappen heeft kunnen zetten in het archiefbeheer, zal het in 2024 aanbestede Document Management Systeem (DMS) in 2025 worden ingericht. Na het inrichten van een DMS zal in er 2025 kennis worden ingehuurd om het handboek vervanging te voltooien, waarvoor er in 2021 een stevig fundament is gelegd. Dit is nodig om een vervangingsbesluit op te kunnen stellen. Met als doel het reduceren van de opslag van fysieke documenten. Financiën & control Voor 2025 gaan we de rechtmatigheidsverklaring en het in control framework verder versterken. Daarbij borduren we verder op hetgeen in 2024 wordt neergezet. De financiële beheersorganisatie is stabieler na afronding van de gehele aanbestedingsprocedure en de inbedding van de langlopende contracten, waardoor ruimte ontstaat voor het versterken van het in control zijn op rechtmatigheidsaspecten. Met ingang van 2022 geldt het nieuwe inkoop- en aanbestedingsbeleid en in 2025 willen we deze verder versterken om volledig compliant te zijn. Per 1 januari 2025 wordt bij de Gemeente Utrecht een nieuwe financiële applicatie SAP S4HANA in gebruik genomen en dit zal voor BghU ook de nodige impact hebben.
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
26
1.2.6 Paragraaf verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin BghU zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. BghU kent als zelfstandige organisatie geen verbonden partijen. BghU voert haar taken uit voor de volgende deelnemende gemeenten en voor het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. BghU is voor deze deelnemers een verbonden partij door het bestuurlijke en financiële belang.
Gemeente Bunnik
Gemeente De Bilt
Gemeente Houten
Gemeente Lopik
Gemeente Nieuwegein
Gemeente Stichtse Vecht
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
Gemeente Zeist
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
27
1.2.7 Grondbeleid Grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van de volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te verwezenlijken. BghU heeft geen invloed op het grondbeleid van haar deelnemers. Om deze reden is de paragraaf Grondbeleid niet van toepassing.
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
28
1.2.8 Wet Open Overheid De Wet open overheid (Woo) is in werking getreden met ingang van 1 mei 2022. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid. De Woo bevat de verplichting voor bestuursorganen om bepaalde categorieën informatie uit eigen beweging openbaar te maken. Bestuursorganen hebben vanaf het moment van inwerkingtreding van de wet een algemene inspanningsverplichting om publieke informatie actief openbaar te maken. Hiervoor dient de informatiehuishouding op orde te zijn. In 2022 is de (interne) Wob-procedure aangepast en vervangen door de (interne) Woo-procedure, zodat besluitvorming op grond van de Woo adequaat en tijdig plaatsvindt. Er is een Woo-contactpersoon aangewezen. BghU streeft voor 2025 de volgende doelstellingen voor de Woo na: • •
Transparantie van BghU verder te optimaliseren door publicatie via de website van de BghU. De website van BghU digitaal toegankelijk maken voor het indienen van Woo-verzoeken.
In oktober 2016 is artikel 15 van de Wob zodanig gewijzigd dat paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht (de bepaling over de dwangsom) niet langer van toepassing is op besluiten op grond van de Wob en op beslissingen op bezwaar tegen besluiten op grond van de Wob. Dit heeft ertoe geleid dat het aantal Wob-verzoeken bij BghU wordt ingediend, sinds 2017 drastisch gedaald is naar nagenoeg nihil. De bepaling over de dwangsom niet tijdig beslissen is ook niet in de Woo overgenomen, wat een verklaring kan zijn voor het lage aantal Woo-verzoeken tussen 2022-2024.
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
29
2. Financiën Begroting 2025 en meerjarenperspectief 2026-2028 In dit hoofdstuk is de Begroting 2025 en het meerjarenperspectief voor 2026-2028 opgenomen. Omdat de begroting 2025 ter besluitvorming voorligt en het financieel perspectief 2026-2028 ter informatie, is de toelichting gesplitst. In paragraaf 2.4 zijn de door BghU gehanteerde uitgangspunten bij het opstellen van de begroting zichtbaar.
2.1 Begroting BghU 2025 per taak- en deelproces Meerjarenbegroting 2025-2028 Meerjarenperspectief
Rente & Afschrijving Personele lasten (inclusief inhuur) Lasten personeel in dienst Inhuurlasten
Materiële lasten
Begroting 2023 gewijzigd -
Rekening 2023
Begroting 2024 -
Begroting 2025 -
Begroting 2025 gewijzigd
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
95.700
93.960
92.220
90.480
11.067.744
11.902.789
11.990.162
12.385.838
12.301.906
12.480.643
12.792.659
13.099.682
13.374.776
10.887.744
9.210.062
11.802.962
12.192.460
12.109.839
12.286.586
12.593.750
12.896.000
13.166.816
180.000
2.692.727
187.200
193.378
192.067
194.057
198.908
203.682
207.959
7.927.261
7.217.986
6.963.607
7.155.456
7.144.661
6.751.061
6.892.878
7.033.887
7.161.318
ICT-transitie naar SaaS eenmalig
473.000
102.083
ICT contractkosten jaarlijks volume
2.108.854
2.185.559
2.008.584
2.074.867
2.060.807
2.060.807
2.112.328
2.163.023
2.208.447
Bedrijfsvoeringskosten
4.195.407
3.873.129
3.805.023
3.930.589
3.903.954
3.890.254
3.980.550
4.070.863
4.152.871
Proceskostenvergoeding WOZ
1.150.000
1.057.215
1.150.000
1.150.000
1.179.900
800.000
800.000
800.000
800.000
Onvoorzien
100.000
100.000
5.000
5.000
5.000
5.000
Totaal Lasten
19.095.005
19.220.775
18.953.769
19.541.294
19.446.567
19.332.404
19.784.496
20.230.789
20.631.574
Dwangb evelen
1.400.000
1.542.302
1.400.000
1.400.000
1.400.000
1.450.000
1.450.000
1.450.000
1.450.000
55.000
446.447
55.000
55.000
55.000
55.000
55.000
55.000
55.000
Totaal Baten
1.455.000
1.988.749
1.455.000
1.455.000
1.455.000
1.505.000
1.505.000
1.505.000
1.505.000
"Te dekken" bedragen
17.640.005
17.232.026
17.498.769
18.086.294
17.991.567
17.827.404
18.279.496
18.725.789
19.126.574
Geraamde deelnemersbijdragen
17.115.005
17.502.003
17.498.769
18.086.294
17.991.567
17.740.404
18.192.496
18.638.789
19.039.574
Overig
Dotatie reserve Onttrekking reserve:
Resultaat voor bestemming
-
-
Begroting 2025 wijziging kadernota -
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
525.000
525.000
-
-
-
87.000
87.000
87.000
87.000
-
794.977
-
-
-
-
-
-
-
Bovenstaand is de begroting 2025 weergegeven op hoofdkostenniveau. Hieronder is een toelichting opgenomen van de belangrijkste verschillen ten opzichte van 2024 en de manier waarop de bedragen in deze begroting tot stand zijn gekomen. Personele lasten inclusief inhuur In de CAO 2024 is bepaald dat de salarissen vanaf 1 januari 2024 stijgen met 4,75% en per 1 oktober 2024 met nog een 1,25%. Deze verhoging is in de salarisberekening meegenomen evenals de extra verlofdag van 7,2 uur per fte. Voor 2025 is deze uitkomst verhoogd met 2,6% zoals in de kadernota is aangegeven. Uitgangspunt hiervoor is geweest de begrote personele lasten 2024 waarin de CAO nog niet was verwerkt. In het meerjarenperspectief 2026-2028 wordt gerekend met de cijfers van het CPB conform besluit bestuur BghU 6 december 2023 m.b.t. de kadernota. De afspraak blijft dat eventuele voordelen op de index in beeld worden gebracht en terugvloeien naar de deelnemers.
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
30
BghU Personele lasten Basis begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 Begrotingsjaar Begrote personeelslast
Index 3,3% 3,1% 3,1% 3,1% 2024 2025 2026 2027 2028 11.990.162 12.385.837 12.769.798 13.165.662 13.573.798
Voorstel begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Begrotingsjaar Begrote personeelslast
Index 2,6% 2,5% 2,4% 2,1% 2024 2025 2026 2027 2028 11.990.162 12.480.643 12.792.659 13.099.682 13.374.776
Lagere raming per jaar door andere indexatie Cumulatie effect
94.805 94.805
22.860 117.667
-65.980 51.686
-199.022 -147.335
ICT-contractkosten jaarlijks volume De geraamde ICT-contractkosten stabiliseren zich in 2025 en zijn conform de indexeringen van de kadernota 2025-2028 aangepast. Bedrijfsvoeringskosten De bedrijfsvoeringskosten zijn ten opzichte van de (gewijzigde) begroting 2025 qua samenstelling nauwelijks veranderd en zijn conform de afspraken in de Kadernota geïndexeerd. Proceskosten De begrote proceskosten zijn ten opzichte van de begroting 2024 lager begroot door wijziging in de wetgeving. Dwanginvorderingopbrengsten De geschatte dwanginvorderingsopbrengsten zijn conform de resultaten van de jaarrekening 2023 naar boven bijgesteld. Overige baten Dit is niet gewijzigd ten opzichte van de vorige begroting, betreft een inschatting van een paar specifieke posten. Hierin zit o.m. de 40% kostenvergoeding van Logius (GDI) i.h.k.v. Digid/MO inbegrepen naast doorbelaste kosten inzake specifieke bijsluiters bij de woonlastenaanslagen. De vergoedingsstructuur Logius (GDI) wordt landelijk gezien op dit moment heroverwogen. Dit zou kunnen leiden tot een aanpassing van de overige baten en een aanpassing van de bedrijfsvoeringslasten. Mocht dit het geval zijn in 2025, dan informeren we u daarover bij de bestuursrapportages. De rente op de belastingopbrengsten zijn niet meegenomen omdat deze ten goede horen te komen van de deelnemers.
Deelnemersbijdragen De deelnemersbijdragen voor 2025 liggen op een hoger niveau dan de begroting 2024. Dat komt hoofdzakelijk door de hogere personeelslast en in minder mate door de afschrijvingslasten (hardware). Deze stijgende last wordt gedempt door een lagere last proceskosten en een hogere baat op de post dwangbevelen. Onttrekking reserves Voor 2025 is er een onttrekking vanuit de Bestemmingsreserve Vaste Activa voorzien van € 87.000. Verder zijn geen onttrekkingen uit of stortingen in de reserves voorzien.
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
31
2.2 Financieel perspectief 2026-2028 In het financieel perspectief voor 2026-2028 zijn alle benoemde effecten uit hoofdstuk 1 die niet in 2024 vallen ook verwerkt. Meerjarenbeeld zoals afgegeven in Begroting 2025 en meerjarenperspectief 2026-2028 Meerjarenperspectief
Begroting 2025 gewijz. 95.700
Rente & Afschrijving Personele lasten (inclusief inhuur) Lasten personeel in dienst Inhuurlasten
Materiële lasten ICT-transitie naar SaaS eenmalig
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
93.960
92.220
90.480
12.480.643
12.792.659
13.099.682
13.374.776
12.286.586
12.593.750
12.896.000
13.166.816
194.057
198.908
203.682
207.959
6.751.061
6.892.878
7.033.887
7.161.318
-
-
-
-
ICT contractkosten jaarlijks volume
2.060.807
2.112.328
2.163.023
2.208.447
Bedrijfsvoeringskosten
3.890.254
3.980.550
4.070.863
4.152.871
Proceskostenvergoeding WOZ
800.000
800.000
800.000
800.000
Onvoorzien
5.000
5.000
5.000
5.000
Totaal Lasten
19.332.404
19.784.496
20.230.789
20.631.574
Dwangbevelen
1.450.000
1.450.000
1.450.000
1.450.000
55.000
55.000
55.000
55.000
Totaal Baten
1.505.000
1.505.000
1.505.000
1.505.000
"Te dekken" bedragen
17.827.404
18.279.496
18.725.789
19.126.574
Geraamde deelnemersbijdragen
17.740.404
18.192.496
18.638.789
19.039.574
87.000
87.000
87.000
87.000
-
-
-
-
Overig
Dotatie reserve Onttrekking reserve:
Resultaat voor bestemming
2.3 Deelnemersbijdragen 2025-2028 Bunnik Houten Lopik Nieuwegein Zeist Utrecht De Bilt Utrechtse Heuvelrug HDSR Stichtse Vecht Jaarlijkse bijdrage
€ € € € € € € € € €
Basis 223 691 168 975 1.208 7.119 838 705 2.813 1.064
2024 Plus Totaal € 6 € 229 € 691 € 41 € 209 € 975 € 129 € 1.337 € 649 € 7.768 € 838 € 28 € 733 € 2.813 € 1.064 € 16.655
€ € € € € € € € € €
Deelnemersbijdrage 2025-2028 2024 gewijz. 2025 gewijz. Basis Plus Totaal Basis Plus Totaal 235 € 6 € 241 € 238 € 6 € 244 728 € 728 € 739 € 739 177 € 41 € 218 € 179 € 41 € 220 1.027 € 1.027 € 1.042 € 1.042 1.272 € 129 € 1.401 € 1.291 € 129 € 1.420 7.499 € 649 € 8.148 € 7.608 € 649 € 8.257 883 € 883 € 896 € 896 742 € 28 € 770 € 753 € 28 € 781 2.963 € 2.963 € 3.006 € 3.006 1.121 € 1.121 € 1.137 € 1.137 € 17.499 € 17.741
Basis € 245 € 758 € 184 € 1.070 € 1.325 € 7.811 € 920 € 773 € 3.086 € 1.168
2026 Plus Totaal € 6 € 251 € 758 € 41 € 225 € 1.070 € 129 € 1.454 € 649 € 8.460 € 920 € 28 € 801 € 3.086 € 1.168 € 18.193
Basis € 251 € 778 € 189 € 1.097 € 1.359 € 8.012 € 944 € 793 € 3.166 € 1.198
2027 Plus Totaal € 6 € 257 € 778 € 41 € 230 € 1.097 € 129 € 1.488 € 649 € 8.661 € 944 € 28 € 821 € 3.166 € 1.198 € 18.639
Basis € 256 € 795 € 193 € 1.122 € 1.390 € 8.193 € 965 € 811 € 3.237 € 1.225
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
2028 Plus Totaal € 6 € 262 € 795 € 41 € 234 € 1.122 € 129 € 1.519 € 649 € 8.842 € 965 € 28 € 839 € 3.237 € 1.225 € 19.040
32
2.4 Gehanteerde uitgangspunten bij het opstellen van de begroting In de tabel staan de uitgangspunten die BghU hanteerde bij het opstellen van de begroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2028. Deze zijn gelijk aan de uitgangspunten zoals het bestuur die vaststelde bij de Kadernota 2025-2028. Uitgangspunt Uitwerking Raming personeelslasten De loonsom 2025-2028 wordt geïndexeerd conform vastgestelde CAO 2024 en de indexering in de kadernota (2025: +2,6%, 2026 e.v. conform CPB-index). Formatie wordt begroot op basis van formatieplaatsen (129 FTE, plus € 187.200 vrij inhuur budget) en het max van de schaal. Bezettingsvoordelen in de formatie mogen door het management ingezet worden om in te huren.
Zie de toelichting onder 2.2, toelichting staat van baten en lasten.
Raming materiële lasten Totale materiële lasten indexeert BghU conform de vastgestelde Kadernota op basis van een verwachte inflatiecorrectie door leveranciers. Voor 2025 is het uitgangspunt +2,6%, voor de jaren daarna wordt de CPBindex conform Kadernota gehanteerd.
Jaarlijkse stijging van de totaal beschikbare som voor materiële lasten.
Raming investeringen Investeringen worden apart geraamd en via een apart investeringsvoorstel besloten. Raming van de verwachte kapitaallasten vindt plaats op basis van de vastgestelde afschrijvingstermijnen zoals genoemd in de nota Investeringsbeleid 2022 Van die termijnen kan BghU afwijken bij het daadwerkelijk vaststellen van het investeringsvoorstel door middel van een separaat besluit.
Vooralsnog zijn voor de periode 2023 tot en met 2026 geen grote investeringen voorzien. Mocht dit wel het geval zijn, dan wordt het investeringsbeleid gevolgd.
Raming onvoorzien Gezien het verloop uit voorgaande jaren en de opgebouwde reserves is de raming onvoorzien niet meer nodig. De BBV schrijft voor dat er wel een bedrag dient te worden opgenomen. Financiering Alleen voor investeringen kan BghU eventueel een langlopende lening aantrekken. Hiervoor is een bestuursbesluit vereist.
Vooralsnog zijn voor de periode 2025 tot en met 2028 geen grote investeringen voorzien. Mocht dit wel het geval zijn, dan wordt het investeringsbeleid gevolgd.
Belastingen Materiële lasten worden exclusief compensabele BTW geraamd en inclusief de niet-compensabele BTW van het Waterschap.
Jaarlijks wordt de compensabele BTW van de gemeenten doorgeschoven naar de gemeenten.
Belastingen BghU voert geen dienstverlening uit die onder de VPB-plicht valt.
Niet van toepassing
Formatie & personeel Loonsomsturing op basis van de vastgestelde begroting
BghU werkt met een vaste formatie (circa 131 FTE) en een flexibele schil inhuur. Binnen deze twee categorieën kan geschoven worden, maar de vastgestelde loonsom kan niet
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
33
overschreden worden zonder (interne) begrotingswijziging.
Onderstaande tabel beschrijft de geldende kaders die van toepassing zijn op het opstellen van de begroting. Kader
Oorsprong
Structureel evenwicht Structurele baten dekken de structurele lasten. BghU mag onder de streep geen tekort hebben.
BBV
Reëel beeld De begroting bevat een reëel beeld van de verwachte materiele lasten, bijvoorbeeld op basis van lopende contracten en verwachte kapitaallasten.
BBV
Kostenverdeling De werklast is leidend in de verdeling van de kosten onder de deelnemers van de BghU.
Bijdrageverordening op basis van artikel 40 GR
Basispakket & pluspakket Taken binnen het basispakket worden uitgevoerd voor algemene rekening en als zodanig verdeeld. Het pluspakket is op basis van integrale kostprijs. Bij de bepaling van de uurtarieven voor inzet van medewerkers, worden de landelijke DAR-tarieven gehanteerd.
Uitvoeringsprotocol
Risicomanagement De begroting bevat een aparte paragraaf conform BBV waarin het risicobeeld van de BghU staat. Dit risicobeeld vertaalt BghU in een benodigde weerstandscapaciteit.
BBV/ Nota Weerstandvermogen en Risicomanagement
Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio ten opzichte van de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij geldt dat het uitgangspunt is dat de ratio groter of gelijk aan 1 moet zijn.
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
34
2.5 Reserves Onderstaand worden de reserves toegelicht.
Algemene reserve De algemene reserve maakt deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit en is de uiterste buffer voor het opvangen van de financiële gevolgen van optredende risico's. De noodzakelijke hoogte van de algemene reserve wordt jaarlijks bepaald op basis van de geactualiseerde risicoberekening. Voor een uitgebreide toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement. Verloop algemene reserve vanaf 2019 Jaar
Beginbalans
2019
€
346.411
2020
€
2021
€
2022 2023
Do t at ie
Ont t rekking
€
-
€
346.411
€
91.459
437.870
€
-
€
105.870
€
€
380.870
€
2024
€
480.870
2025
€
480.870
Saldo
-
€
346.411
€
-
€
437.870
€
332.000
€
105.870
275.000
€
-
€
380.870
100.000
€
-
€
480.870
€
-
€
-
€
480.870
€
-
€
-
€
480.870
Resultaat 2023 voor bestemming Jaar
Beginbalans
Do t at ie
Ont t rekking
2023
€
1.405.949
€
794.977
€
2024
€
794.977
€
-
€
Saldo
1.405.949 -
€
794.977
€
794.977
Bij de Jaarstukken 2023 is het voorstel gedaan over de bestemming van het resultaat 2023. Dit voorstel is nog niet verwerkt.
Bestemmingsreserves Totale verloop bestemmingsreserves 2023
Plan van Aanpak
€
€
-
Ont t rekking 2025 € -
Opleidingskosten
€
-
€
-
€
-
€
-
ICT Transitie SAAS
€
130.023
€
-
€
-
€
130.023
Reserve
Saldo 2024 645.401
Do t at ie 2025
€
Saldo 2025 645.401
Vaste Activa
€
435.000
€
-
€
87.000
€
348.000
To t aal
€
1.210.424
€
-
€
87.000
€
1.123.424
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
35
Verloop bestemmingsreserve Plan van Aanpak Jaar
Beginbalans
Do t at ie
Ont t rekking
Saldo
2023
€
-
€
995.401
€
350.000
€
645.401
2024
€
645.401
€
-
€
-
€
645.401
2025
€
645.401
€
-
€
-
€
645.401
Het bestuur heeft op 30 maart 2023 besloten om de bestemmingsreserve ICT niet vrij te laten vallen, maar om te zetten voor het Plan van Aanpak. Op 6 december 2023 heeft het bestuur ingestemd met een onttrekking van € 350.000.
Verloop bestemmingsreserve Opleidingskosten Kompels in Kracht Jaar
Beginbalans
Do t at ie
Ont t rekking
Saldo
2023
€
-
€
70.000
€
30.000
€
40.000
2024
€
40.000
€
-
€
40.000
€
-
2025
€
-
€
-
€
-
€
-
Het bestuur heeft op 30 maart 2023 besloten deze reserve te vormen voor het Ontwikkeltraject. Het betreft een maatwerktraject intake talen-, team- en leiderschapsontwikkeling. Omdat het gehele traject in 2023 nog niet volledig is afgerond heeft het bestuur op 6 december 2023 ingestemd met het vrij laten vallen van een deel ter waarde van 0128 30.000 zodat het restant in 2024 kan worden aangewend.
Verloop bestemmingsreserve ICT-Transitie SAAS Jaar
Beginbalans
Do t at ie
Ont t rekking
Saldo
2023
€
-
€
565.023
€
-
€
565.023
2024
€
565.023
€
-
€
435.000
€
130.023
2025
€
130.023
€
-
€
-
€
130.023
Het Bestuur heeft op 30 maart 2023 besloten deze reserve te vormen voor de nog lopende ICT-Transitie SAAS. Op 6 december 2023 heeft het bestuur besloten om € 435.000 te onttrekken ten behoeve van de nieuw te vormen bestemmingsreserve Vaste Activa.
Verloop bestemmingsreserve Vaste Activa Jaar
Beginbalans
Dot at ie
Ont t rekking
Saldo
2024
€
-
€
435.000
€
-
€
435.000
2025
€
435.000
€
-
€
87.000
€
348.000
Op 6 december 2023 heeft het bestuur besloten om € 435.000 te onttrekken van de bestemmingsreserve ICT-Transitie SAAS ter dekking van de kapitaallasten vaste activa.
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
36
2.6 Voorzieningen Onderstaand worden de voorzieningen toegelicht. Overzicht Voorzieningen Saldo 2024
Jaar
Do t at ie 2025
Ont t rekking 2025
Saldo 2025
Risico vo o rziening Proceskostenvergoeding
€
-
€
-
€
-
€
-
-
€
64.800 198.716
Vo o rzieningen uit ho o fde van verplicht ingen Verlofsparen
€
64.800
€
-
€
Bovenw ettelijk verlof
€
198.716
€
-
€
-
€
Regeling Vervroegd Uittreden €
15.274
€
-
€
15.274
€
-
278.790
€
-
€
15.274
€
263.516
To t aal Vo o rzieningen
€
Risicovoorziening Proceskostenvergoeding BghU kent een regelmatig patroon voor het verwerken van WOZ-bezwaren, waarbij een gemiddeld percentage van deze bezwaren ook leidt tot een proceskostenvergoeding. Aan het eind van het jaar is over het algemeen 3% van de totale bezwaarlast nog open. In het boekjaar 2023 heeft BghU te kampen gehad met een grote instroom aan bezwaarschriften (vooral vanuit No Cure No Pay-bedrijven) wat een landelijke ontwikkeling is die voor een groot deel samenhangt met de waardeontwikkeling van woningen. Bij BghU is de instroom hierdoor verdrievoudigd wat betekent dat het volume van op te nemen risicovoorziening –ook door een groei in de landelijke tarieven proceskosten met bijna 5%- naar rato gegroeid is. De eventuele proceskosten die daarbij horen, volgen in het jaar daaropvolgend en zijn voor de onderhanden zijnde bezwaren en beroepen geraamd op € 750.000. Jaar
Beginbalans
Do t at ie
Ont t rekking
Saldo
2020
€
-
€
259.350
€
-
€
259.350
2021
€
259.350
€
201.976
€
259.350
€
201.976
2022
€
201.976
€
161.716
€
201.976
€
161.716
2023
€
161.716
€
750.000
€
161.716
€
750.000
2024
€
750.000
€
-
€
750.000
€
-
2025
€
-
€
-
€
-
€
-
Uitgaande vanuit het plan van aanpak met betrekking tot de Waarderingskamer en uitgaande van een lagere bezwaarinstroom en lagere tarieven voor proceskosten is de verwachting dat deze risicovoorziening eind 2024 niet meer noodzakelijk zal zijn.
Voorziening uit hoofde van verplichtingen Voorziening verlofsparen In de CAO is bepaald dat het vanaf 2022 mogelijk is om verlof te sparen. De hoeveelheid verlofuren loopt hierdoor behoorlijk op. Op deze wijze bouwt de medewerker een recht op die in een keer opgenomen kan worden. De BBV stelt dat hiervoor een voorziening moet worden opgenomen om op termijn eventuele problemen in de formatie op te kunnen vangen die door de afwezigheid van deze medewerker ontstaat. Jaar
Beginbalans
Do t at ie
Ont t rekking
Saldo
2022
€
-
€
56.228
€
-
€
56.228
2023
€
56.228
€
8.572
€
-
€
64.800
2024
€
64.800
€
-
€
-
€
64.800
2025
€
64.800
€
-
€
-
€
64.800
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
37
Hoe deze voorzieningen zich in de toekomst verder gaan ontwikkelen is momenteel niet bekend. Om die reden worden er geen dotaties en/of onttrekkingen begroot voor 2024 en 2025.
Voorziening bovenwettelijk verlof De BBV stelt dat vanuit het surplus van bovenwettelijk verlof een voorziening moet worden gecreëerd. Op basis van de verlofstanden per 31 december 2023 is er in 2023 een toerekening voor deze voorziening gemaakt. Jaar
Beginbalans
Do t at ie
Ont t rekking
Saldo
2022
€
-
€
118.210
€
-
€
118.210
2023
€
118.210
€
80.506
€
-
€
198.716
2024
€
198.716
€
-
€
-
€
198.716
2025
€
198.716
€
-
€
-
€
198.716
Hoe deze voorzieningen zich in de toekomst verder gaan ontwikkelen is momenteel niet bekend. Om die reden worden er geen dotaties en/of onttrekkingen begroot voor 2024 en 2025.
Voorziening regeling vervroegd uittreden In de CAO is bepaald dat werknemers kunnen deelnemen aan de RVU als er aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Deelname aan de RVU duurt maximaal twee jaar. Jaar
Beginbalans
Do t at ie
2023
€
-
2024
€
2025
€
Ont t rekking
€
15.617
€
-
15.617
€
28.366
€
15.274
€
-
€
Saldo €
15.617
28.709
€
15.274
15.274
€
-
Hoe deze voorzieningen zich in de toekomst verder gaan ontwikkelen is momenteel niet bekend. Om die reden worden er geen dotaties en/of onttrekkingen begroot voor 2025.
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
38
2.7 Geprognosticeerde Balans Balanspositie per 2022 en meerjarenprognose Balans na resultaatsbestemming 2022, voor resultaatbestemming 2023
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
ACTIVA Vaste activa €
-
€
435.000 €
348.000 €
261.000 €
174.000 €
87.000
Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar
€
Overlopende activa
€
5.628.845 €
11.005.588 €
5.800.000 €
5.800.000 €
5.800.000 €
5.800.000 €
5.800.000
190.131 €
43.402 €
50.000 €
50.000 €
50.000 €
50.000 €
Liquide middelen
50.000
€
65.751 €
-
Totaal activa
€
5.884.727 €
11.048.990 €
Algemene reserve
€
380.870 €
480.870 €
480.870 €
Bestemmingsreserve
€
995.401 €
1.250.424 €
1.210.424 €
Te bestemmen resultaat
€
1.405.949 €
794.977 €
794.977 €
-
€
336.154 €
1.029.133 €
278.790 €
263.516 €
Vaste schulden met rentetypische looptijd
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Onderhandse leningen van binnenlandse bank
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
601.583 €
2.196.697 €
3.469.939 €
4.280.190 €
4.280.190 €
4.280.190 €
4.280.190
Overlopende passiva
€
2.164.771 €
5.296.889 €
50.000 €
50.000 €
50.000 €
50.000 €
50.000
Totaal Passiva
€
5.884.727 €
11.048.990 €
6.285.000 €
6.198.000 €
6.111.000 €
6.024.000 €
5.937.000
Materiële Vaste Activa (investeringen met economisch nut)
€
-
Vlottende activa
€
-
€
6.285.000 €
-
€
6.198.000 €
-
€
-
€
-
6.111.000 €
6.024.000 €
5.937.000
480.870 €
480.870 €
480.870 €
480.870
1.123.424 €
1.036.424 €
949.424 €
862.424
PASSIVA Eigen vermogen
€
-
€
-
€
-
Vreemd vermogen Voorzieningen
263.516 €
263.516 €
263.516
Vaste passiva
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met rentetypische looptijd < 1 jaar (overige vorderingen)
In 2024 zijn ICT-middelen aangeschaft. Hierop vindt vanaf 2025 jaarlijkse afschrijving plaats. Voor de vlottende activa geldt dat de uitzettingen met rentetypische looptijd < 1jaar bestaan uit middelen die per eindejaar in de schatkist staan (over het algemeen de middelen die nog aan deelnemers moeten worden afgedragen) en het saldo liquide middelen. De liquide middelen worden dagelijks afgestort naar de rekening schatkistbankieren. Voorgaande is niet exact te voorspellen en daarom is een aanname gemaakt dat deze ongeveer waarden gelijk blijven. Hetzelfde geldt voor de overlopende activa. Aan de passivazijde van de balans daalt het eigen vermogen vanaf 2025 jaarlijks met de vrijval van de bestemmingsreserves ten behoeve van de afschrijvingslasten. Vanaf 2024 is de risicovoorziening proceskosten afgebouwd.
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
39
2.8 EMU-Saldo
Omschrijving
2024
2025
2026
2027
2028
1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
€
-
€
-87.000 €
-87.000 €
-87.000 €
-87.000
2. Mutatie (im)materiële vaste activa (1)
€
435.000 €
-87.000 €
-87.000 €
-87.000 €
-87.000
3. Mutatie voorzieningen (2)
€
-750.343 €
-15.274 €
-
€
-
€
-
4. Mutatie voorraden
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
5. Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verkoop (im)materiële vaste activa
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Berekend EMU saldo
€ -1.185.343 €
-15.274 €
-
€
-
€
-
Berekening EMU-saldo = post 1 - 2 + 3 - 4 - 5
Toelichtingen: Investeringsuitgaven minus afschrijvingen minus bijdragen van derden plus inkomsten uit desinvesteringen. Dotaties aan voorzieningen minus onttrekkingen aan voorzieningen.
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
40
Vaststellingsbesluit
Besluit: 1. 2.
Kennis te nemen van de zienswijzen van de deelnemers op de begroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2028; De begroting BghU 2025, inclusief meerjarenperspectief 2026 - 2028 vast te stellen;
Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur BghU van 3 april 2024, te Utrecht.
Het Bestuur van BghU,
de voorzitter
de directeur,
J.C.H. Haan
M. Vrisou van Eck
Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
41
Bijlage A – Bijdrage verordening art. 40 GR In artikel 40 van de Gemeenschappelijke Regeling is bepaald dat het Bestuur een bijdrage-verordening vaststelt met daarin de methode en richtlijnen voor de kostenverdeelsleutel. De uitgangspunten zoals vermeld in deze verordening zijn gehanteerd bij het opstellen van de jaarlijkse deelnemersbijdragen. Eventuele aanbevelingen vanuit de evaluatie van de kostenverdeelsleutel zijn in deze verordening nog niet verwerkt. a.
Uitgangspunt is het gezamenlijk te realiseren maatschappelijk voordeel en de in dat kader benodigde solidariteit.
b.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen een basispakket en een pluspakket.
c.
Het basispakket wordt door alle deelnemers afgenomen, uitgezonderd het onderdeel waardering voor de OZB, dat niet door Hoogheemraadschap wordt afgenomen. Het Hoogheemraadschap deelt via afdrachten aan het ministerie van BZK indirect mee in de kosten voor waarderen.
d.
De kosten voor het basispakket worden verdeeld volgens een verdeelsleutel die zowel voldoet aan de voorwaarden voor btw-vrijstelling voor de dienstverlening van de BghU aan haar deelnemers, áls aan de voorwaarden voor het doorschuiven van de inkoop-btw aan gemeenten. Deze laatste voor zover het gaat om diensten die gemeenten afnemen in hun rol als overheid. Een en ander betekent dat de kosten van het basispakket verdeeld worden op basis van een vaste verdeelsleutel en uitdrukkelijk niet op basis van tarieven.
e.
De vaste verdeelsleutel is zowel van toepassing op de bepaling van de deelnemersbijdrage begrotingsbasis als op de verrekening van het rekeningresultaat. Daarbij geldt dat verschillen tussen begroting en rekening in eerste instantie worden verevend met behulp van de algemene reserve. Dit betekent dat een eventueel negatief rekeningresultaat automatisch resulteert in een taakstelling voor de BghU en dat een positief rekeningresultaat de buffer creëert die nodig is om bijvoorbeeld de financiële effecten van afwijkende volumeontwikkelingen te kunnen dempen en/of om de aansluiting van nieuwe toetreders c.q. aanvullende voorzieningen op grond van ontwikkelingen in wet- en regelgeving te kunnen bekostigen.
f.
De kostenverdeelsleutel is gebaseerd op het principe van “de gebruiker betaalt”, met inachtneming van de bestuurlijke afspraken die in het kader van de toetreding gemaakt zijn. Dit betekent dat de omvang van de werklast van de deelnemers uitgangspunt is voor het verdelen van de kosten en dat de kosten van de werklast worden geraamd op bedrijfseconomisch algemeen aanvaarde gronden.
g.
De raming van de werklast, de kosten van de werklast en de daaruit af te leiden kostenverdeelsleutel zullen - met in achtneming van de gemaakte bestuurlijke afspraken - in het perspectief van het principe “de gebruiker betaalt” periodiek worden herijkt naar aanleiding van de gerealiseerde werklast zoals deze blijkt uit de meest recente vastgestelde jaarrekening.
h.
Binnen het basispakket wordt onderscheid gemaakt naar de volgende werklastbepalende factoren: • • • • •
i.
Het aantal WOZ-objecten voor de verdeling van de kosten van het WOZ–proces; Het aantal aanslagregels voor de verdeling van de kosten van het proces gegevensbeheer en heffen; Het aantal vorderingen voor de verdeling van de kosten van het daadwerkelijk innen van de belastingen, waaronder begrepen de handelingskosten m.b.t. kwijtschelding; Het aantal inwoners voor de verdeling van de kosten van het klantcontact (afhandelen webformulieren, e-mails, telefoontjes, brieven, baliebezoeken, etc.); Het aantal bezwaren en beroepen voor de verdeling van de kosten van bezwaar en beroep.
Het pluspakket bestaat vooralsnog uit de onderdelen parkeren, leges en BAG. De kosten die met het pluspakket samenhangen worden direct toegerekend aan de betreffende deelnemer, en vallen buiten de kosten die door middel van de kostenverdeelsleutel aan de deelnemers worden toegerekend. Begroting BghU 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2028
42