Bijlage 2 Afwegingskader zonnevelden Stichtse Vecht_2.pdf
Tekst van het document
Bijlage 2: afwegingskader zonnevelden – mei 2021
Bijlage 2:
Afwegingskader en beoordelingsformulier zonnevelden Stichtse Vecht Toelichting De beoordeling en afweging van uw plan voor een zonneveld vindt plaats aan de hand van de volgende vijf onderdelen: 1. Algemeen 2. Voorselectie 3. Meerwaarde 4. Participatieplan 5. Businessplan In het eerste onderdeel vult u de algemene gegevens rondom het zonneveld in. Het tweede onderdeel vormt een voorselectie. In dit onderdeel wordt beoordeeld of uw projectvoorstel wel of niet in behandeling kan worden genomen (go/no go). De kleur van de kansenkaart, de aansluitingsmogelijkheden bij Stedin en de gedragscode ‘Zon op Land’ zijn hiervoor harde criteria. Daarnaast geeft u een onderbouwing waarom u voor dit specifieke kavel heeft gekozen en welke aandachtspunten dit kavel in uw ogen heeft en hoe u dit oppakt. Deze toelichting wordt gebruikt indien er bij de prioritering een keuze tussen initiatieven gemaakt moet worden. In onderdeel drie licht u de landschappelijke meerwaarde die het initiatief gaat bieden aan de omgeving toe. In onderdeel vier wordt gevraagd naar uw participatieplan (zowel op proces als financieel). In het vijfde en laatste onderdeel onderbouwd u de financiële haalbaarheid van het initiatief. De wijze van beoordelen voor de onderdelen 3, 4 en 5 is onvoldoende, voldoende of goed. Een onvoldoende staat voor 0 punten, een voldoende komt overeen met 5 punten en een goed is 10 punten.
Bij twee criteria kan er alleen een voldoende of onvoldoende worden gescoord. Om ervoor te zorgen dat alleen goede plannen in behandeling worden genomen, moet ieder los criterium minimaal een voldoende scoren. Bij twee criteria kan er alleen een voldoende of onvoldoende worden gescoord. Daarnaast vinden we als gemeente Stichtse Vecht de volgende drie onderwerpen (1) Landgebruik, bodem, water en milieu, (2) proces participatie en (3) financiële participatie zo belangrijk dat voor deze onderdelen een uitmuntend (=15 punten) kan worden gescoord. Het maximaal te behalen punten is 95. Het minimaal benodigde punten is 45, dit is als op alle onderdelen een voldoende wordt gescoord. Na het beoordelen van alle losse onderdelen volgt er uiteindelijk een integrale afweging door de beoordelingscommissie. U kunt een voldoende scoren als u aantoonbaar aandacht besteed aan het onderdeel. En een goed als u aantoonbaar een significante meerwaarde creëert op het onderdeel. Bijvoorbeeld een goed onderbouwd samenwerkingsvoorstel met collega-agrariërs of een grote verbetering van bodemkwaliteit en biodiversiteit. Een ‘cosmetische’ benadering met een minimale toepassing van een criterium levert een onvoldoende op.
Enkele schapen is nog geen dubbel ruimtegebruik, wat akkerkruiden langs de rand is geen substantiële bijdrage aan natuur en één informatiebijeenkomst waarop u uw plannen gaat presenteren is geen bewijs van (proces)participatie. Bij drie onderdelen kan ook een uitmuntend gescoord worden als voor dit onderdeel een duidelijke plus wordt gerealiseerd.
1
Bijlage 2: afwegingskader zonnevelden – mei 2021
In bijlage 3 ‘toelichting beoordelingsformulier zonnevelden’ staat beschreven op welke wijze uw principeverzoek wordt beoordeeld.
Invullen beoordelingsformulier Om u te ondersteunen bij het behalen van een zo goed mogelijke beoordeling vragen we u om onderstaand beoordelingsformulier ook zelf in te vullen. U geeft aan óf en waarom uw voorstel een bepaalde beoordeling verdient op een onderdeel. In onderdeel 2, 3, 4 en 5 vragen we per onderwerp om een ‘omschrijving’ waarin u in een korte toelichting samenvat hoe u dit onderwerp heeft beschreven in uw voorstel. Daarnaast geeft u aan welke ‘bewijsvoering’ u hiervoor aanlevert of gaat aanleveren. Bij ‘conclusie’ geeft u met een eigen korte en bondige toelichting aan welke beoordeling u voor dat specifieke onderdeel denkt te behalen (onvoldoende, voldoende, goed). Nogmaals: de minimale score per criterium om door te mogen naar de volgende fase is een ‘voldoende’. De gemeente Stichtse Vecht maakt een eigen beoordeling, onafhankelijk van het door u ingevoerde beoordelingsformulier. Indien de gemeente afwijkt van de door u zelf gegeven beoordeling zal zij dit in haar besluit toelichten. Hieronder leest u de beschrijving van de vijf onderdelen. Onder iedere beschrijving vult u uw eigen antwoord in. ⇒ Let op: het volledig invullen van het beoordelingsformulier is verplicht om in aanmerking te komen voor de beoordeling door de gemeente.
Onderdeel 1: ALGEMEEN Titel initiatief: Naam initiatiefnemer: Naam grondeigenaar: Vermogen zonneveld: Aantal hectare 1 (totaal + specifiek benodigd voor zonneveld): Aantal panelen, opstelling, hoogte en de afstand tussen de rijen: Planlocatie: Huidige bestemming: Integrale beoordeling:
De omvang van een zonneveld in hectare is exclusief de ruimte nodig voor landschappelijke inpassing aan de buitenzijde (bijvoorbeeld kruidenrijke rand of andere landschappelijke inpassing). De stroken tussen de rijen zonnepanelen maken deel uit van (het grondoppervlak van) het zonneveld. 1
2
Bijlage 2: afwegingskader zonnevelden – mei 2021
ONDERDEEL 2: VOORSELECTIE
a. Kansenkaart zonnevelden In de kansenkaart zonnevelden is aangegeven waar zonnevelden goed, beperkt of niet in te passen zijn. De kaart gaat over de wenselijkheid van een zonneveld in een bepaald gebied. De grenzen en de kleuren (kansrijkheid) zijn richtinggevend bedoeld. • Groen gebied: een zonneveld is in principe mogelijk met een goede inpassing in de omgeving. • Oranje gebied: een zonneveld is alleen mogelijk indien er extra aandacht is voor de inpassing in de omgeving. • Rood gebied: de gemeente acht de kans van slagen voor een zonneveld laag. Alleen principeaanvragen met hele goede oplossingen voor de (vaak grote) bezwaren in dat gebied worden in behandeling genomen. • Donkerrood gebied: hier zijn geen zonnevelden mogelijk. Een principeaanvraag wordt dan ook niet in behandeling genomen. Via de volgende links komt u bij de kansenkaart en de bijbehorende gebiedsinformatie: https://stichtsevecht.nl/kansenkaart-zonnevelden/ https://stichtsevecht.nl/kansenkaart-gebiedsinformatie-zonnevelden/ Wat is de kleur op de kansenkaart voor het specifieke kavel waarop het zonneveld is gepland: GROEN, ORANJE, ROOD of DONKERROOD Indien de kleur niet groen is, geen dan een korte toelichting op de kleur en de specifieke situatie en waarom u denkt dat een zonneveld hier toch mogelijk is: b. Stedin check De kansenkaart houdt geen rekening met de benodigde netcapaciteit en netaansluitingen.
Dit is wel een belangrijk onderdeel voor de haalbaarheid van het zonneveld. Beschrijf de mogelijkheden die u heeft om het zonneveld vóór 2030 aan te sluiten bij een van de aansluitpunten van Stedin. Is er een aansluiting vóór 2030 mogelijk? JA of NEE Geef een korte toelichting op de aansluitmogelijkheden vóór 2030 bij Stedin: c. Gedragscode ‘Zon op Land’ Ondertekening van en deelname aan de ‘Gedragscode Zon op Land’ is een vereiste om een zonneveld in de gemeente Stichtse Vecht te kunnen realiseren. U moet aantonen dat u deze gedragscode heeft ondertekend. Heeft u de ‘Gedragscode Zon op Land’ ondertekend? JA of NEE Welke bewijs levert u hiervoor aan? d. Keuze kavel Een zonneveld staat niet op zichzelf, het wordt geplaatst in een gebied dat al ingericht is door bebouwingsstructuren, landgebruik, groene structuren en landschappelijke en wellicht omringende natuurwaarden, met omwonenden en andere belanghebbenden. Daarnaast zijn er mogelijk ook andere ontwikkelingen en of aandachtspunten in het gebied waar rekening mee gehouden moet worden. Beschrijf op hoofdlijnen waarom u voor dit gebied heeft gekozen voor uw zonneveld.
Op welke manier past uw zonneveld in het gebied, hoe verhoud dit gebied zich tot de zonneladder, welke uitdagingen heeft dit gebied volgens u, hoe gaat u hiermee om en welke meerwaarde kan dit zonneveld aan het gebied bieden? Geef een korte toelichting waarom het zonneveld juist op dit kavel passend is :
ONDERDEEL 3: MEERWAARDE a. Landschap en recreatie
3
Bijlage 2: afwegingskader zonnevelden – mei 2021
Welke maatregelen zijn opgenomen voor landschappelijke inpassing van het zonneveld in het landschap inclusief recreatieve waarde? Beleidskader: De gemeente wil het unieke karakter van het Vechtlandschap, het Groene Hart en de overige buitengebieden zo goed mogelijk behouden. Het gebied is afwisselend en biedt uiteenlopende mogelijkheden voor wandelen, fietsen, en waterrecreatie. De kwaliteit van het landschap en het erfgoed is van groot belang voor recreatie. Als het landschap wordt aangetast, neemt de aantrekkingskracht af. Veranderingen in het landschap hebben dus direct invloed op de recreatieve waarde van het gebied. Een goede inpassing van een zonneveld is noodzakelijk. Passend bij de maat, schaal en richting van de elementen in het landschap. Het landschap krijgt haar karakter door landschappelijke structuren. Met zonnevelden voeg je een landschappelijke structuur toe. Belangrijk is dat de bestaande beeldkwaliteit behouden blijft of zelfs wordt verbeterd. Beschrijf, in een landschappelijk inpassingsplan, op welke wijze u de bestaande kwaliteit van de omgeving, de karakteristieken van het landschap en de recreatiemogelijkheden behoudt en verbeterd. Daarbij geeft u aan waarom uw initiatief passend is, gebruik hiervoor ook de zonneladder.
Aandachtspunten voor het opstellen van dit inpassingsplan zijn: • Kwaliteit van randen en zichtlijnen, • Hoogte van en afstand tussen de panelen in relatie tot de omgeving (vanwege uitzicht maar ook bodem en natuur), • Het percentage van het gebied dat tot zonneveld transformeert, ten opzichte van het deel dat onveranderd blijft (passende maat en schaal bij inpassing in het landschap), • Meervoudig ruimtegebruik, • Reflectie van zonlicht, • Geef aan welke onderdelen gehandhaafd blijven wanneer u de opstelling na verloop van tijd opruimt (zie ook ‘Opruimplicht’). • Aansluiten en of verbeteren aanwezige recreatieve infrastructuur en identiteit van het gebied, • Informatievoorziening en educatie bezoekers. Checklist voor goede landschappelijke inpassing Onderstaande vragen kunnen helpen bij een zorgvuldige inpassing van een zonneveld in het landschap: • Zijn landschapstype en kernkwaliteiten goed beschreven? De kwaliteitsgids voor Utrechtse Landschappen en het Landschapsontwikkelingsplan van gemeente Stichtse Vecht vormen hiervoor een goede bron. Wat zijn de hoofdstructuren en beeldkwaliteiten van het deel van het landschap waar de installatie komt en van de aangrenzende landschappen? Denk aan ontginningsstructuren, beplantingsstructuren, mate van openheid, waterlopen, kenmerkende ‘gasten’ in het landschap zoals infrastructuur.
• Hoe ligt de installatie ten opzichte van de hoofdstructuren in de landschappen? • Naar welke (beeld)kwaliteit streeft u nadat de installatie is gerealiseerd? • Welke visuele relatie is te leggen met nabijgelegen voorzieningen (bedrijventerrein, potentiële afnemers)? Is de functionele relatie zichtbaar te maken? • Hoe is bij de afweging rekening te houden met de kernkwaliteiten? Hoe voorzien de voorschriften in behoud en zo mogelijk versterking van de kernkwaliteiten of hoe blijft de aantasting zoveel mogelijk beperkt? • Is gebruik gemaakt van een gemeentelijke ‘ladder van duurzaamheid’ (bijvoorbeeld gebaseerd op de ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu)) en hoe verhoudt de installatie zich hiertoe? Omschrijving (geef een korte toelichting): Bewijs: Score: O onvoldoende (=0 punten), O voldoende (=5 punten), O goed (=10 punten) b. Cultuurhistorie en archeologie Welke maatregelen zijn opgenomen voor het behoud van cultuurhistorische en archeologische waarden?
4
Bijlage 2: afwegingskader zonnevelden – mei 2021
Beleidskader: Er liggen op diverse plaatsen binnen de Gemeente Stichtse Vecht waardevolle sporen in de bodem. Een deel van de sporen van het verleden is bovengronds zichtbaar, zoals de Hollandse Waterlinie, maar een ander deel van het verleden ligt voornamelijk nog verborgen in de bodem. Voor het funderen van een zonneveld is het noodzakelijk te weten wat de archeologische waarde in de bodem is. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de cultuurhistorie waarden. Zoals de Vechtzone met haar buitenplaatsen, parken en tuinen, de Hollandse Waterlinies, monumentale gebouwen waaronder molens, erven en de kenmerkende cope-verkaveling in de veenweidegebieden maken deel uit van cultureel erfgoed. Beschrijf op welke wijze u, bij de inpassing van een zonneveld, rekening houdt met cultuurhistorischeen archeologische waarden. Daarbij geeft u aan waarom uw initiatief passend is, welke maatregelen u neemt om dit het geval te laten zijn en de eventuele meerwaarde die u creëert met uw plan.
Aandachtspunten bij het onderwerp cultuurhistorie en archeologie zijn: • Instandhouding en conservering van de aanwezige archeologie en de natuurlijke glooiing (bv stroomruggen) van het landschap, • De wijze van fundering en afwatering, • Het zichtbaar en beleefbaar maken van archeologische en cultuurhistorische waarde, • Buitenplaatsen (tuinen, parken, biotopen), • Molen(biotopen) • Historische vormgeving bodem (geomorfologie) • Hollandse Waterlinie (Oude en Nieuwe) • Rapport 'Energietransitie en Cultureel Erfgoed' • Het beleidskaderzonnevelden houdt rekening met de trendlijnen van de gemeente. Deze beschrijven de ontwikkelingsgeschiedenis van de gemeente met een extrapolatie naar de toekomst. De Trendlijnen vormen de basis de Omgevingsvisie. Omschrijving (geef een korte toelichting): Bewijs: Score: O onvoldoende (=0 punten), O voldoende (=5 punten), O goed (=10 punten) c. Natuur en biodiversiteit Welke maatregelen zijn opgenomen voor Natuur en biodiversiteit bij inpassing van het zonneveld in het landschap? Beleidskader: De gemeente wil de natuur en biodiversiteit rond het zonneveld zo goed mogelijk behouden en bij voorkeur versterken. Het zonneveld mag geen negatieve effecten hebben op de natuur en biodiversiteit rondom het zonneveld.
Denk bijvoorbeeld aan lijnvormige terreinen langs infrastructuur met lage natuurwaarden, onrendabele landbouwgronden, bufferzones tussen natuur en agrarisch gebied. Belangrijk aandachtspunt is ook om verder te kijken naar het moment wanneer de zonnevelden afgebroken worden. Wat blijft er dan over of wat staat er dan?Beschrijf, in een landschappelijk inpassingsplan, op welke wijze u de bestaande kwaliteit van de natuur en biodiversiteit behoudt en verbeterd. Aandachtspunten bij het onderwerp Natuur en biodiversiteit zijn: • Onderzoek de natuurwaarde van de locatie (laag/ hoog) • verminderde lichtinval voor de bodem: denk aan oplossingen om juiste onder begroeiing te kiezen • Ruimtebeslag in combinatie met landgebruik (natuur of landbouw) • veranderingen in de waterhuishouding, Zie voor hulp bij dit onderwerp de volgende twee links: https://www.topsectorenergie.nl/sites/default/files/uploads/Urban%20energy/publicaties/201812_brochure_Zonnepanelen_en_Natuur.pdf https://www.natuurenmilieu.nl/wp-content/uploads/2019/06/190516-NMF-NM-ChecklistNatuurbelangen-Grondgebonden-Zonneparken-DIGITAAL.pdf (checklist voor Natuurbelangen bij grondgebonden zonneparken van Stichting Natuur en Milieu)
5
Bijlage 2: afwegingskader zonnevelden – mei 2021
Omschrijving (geef een korte toelichting): Bewijs: Score: O onvoldoende (=0 punten), O voldoende (=5 punten), O goed (=10 punten) d. Landgebruik, bodem, water en milieu Hoe beschermt u het agrarische karakter van de gemeente en de bodem- en waterkwaliteit? Beleidskader: Wanneer een grondeigenaar kiest voor een zonneveld, dan heeft dit impact op de omgeving. Zeker als veel meer grondeigenaren in hetzelfde gebied dezelfde keuze maken. De gemeente vindt het agrarische karakter en de kwaliteit van de bodem in Stichtse Vecht van groot belang. Ook is voldoende landbouwgrond nodig om de landelijke doelen voor duurzame landbouw te behalen. Verder hebben zonnevelden invloed op de kwaliteit van de bodem. Afhankelijk van de huidige bodemkwaliteit, kan dit een verslechtering of een verbetering zijn. Beschrijf op welke wijze u rekening houdt met het agrarische karakter van de gemeente en de bodemkwaliteit. Aandachtspunten voor de bodemkwaliteit zijn: • Het is verplicht om een nul situatie vast te stellen, vanwege eventuele risico’s op uitloging en op andere wijze lekken van zware metalen vanuit de constructie van het zonneveld. Dit is noodzakelijk om na beëindiging van het zonneveld te kunnen toetsen of aangetroffen verontreinigingen van de bedrijfsactiviteiten afkomstig zijn.
• Indien er geen recente bodemonderzoeken beschikbaar zijn is een nieuw verkennend bodemonderzoek noodzakelijk voorafgaand, gedurende de exploitatie en na afloop. • De bestaande bodemkwaliteit wordt minimaal behouden of verbetert met aandacht voor uitlogen van materialen. • Bij bodemkwaliteit is aandacht voor biologie, chemie en waterhuishouding (ook schoonmaak- en bestrijdingsmiddelen t.b.v. onderhoud zijn natuurlijk of biologische afbreekbaar), het verbeteren van de bodemkwaliteit en evenals het beheerplan. • Opstelling van panelen is dusdanig dat de bodemkwaliteit voldoende blijft voor eventueel toekomstig agrarisch gebruik. • Er zijn geen panelen toegestaan waaruit zware metalen kunnen lekken. Aandachtspunten voor zonnevelden op en nabij agrarische gronden: • Uitgangspunt is het voorkomen dat initiatieven worden ontwikkeld op niet optimale locaties. • Verplicht is overleg met andere agrariërs om de minst waardevolle grond voor zonnevelden te benutten en om de mogelijkheden voor anderen voor duurzame landbouw in de toekomst zo min mogelijk te verstoren. • Omdat de belemmering van bedrijfsvoering voor naastgelegen agrariërs een aandachtspunt is moet u laten zien welke afspraken u heeft gemaakt met nabije (agrarische) bedrijven ter bescherming van hun bedrijfsvoering.
• Bij voorkeur worden sociale grondvergoedingen vastgesteld zodat het zonneveld op de beste plek komt te staan. • De voorkeur gaat uit naar zonnevelden op laagwaardige gronden of dubbel landgebruik van agrarische gronden, dit zijn de lagere tredes op de zonneladder. • Kwaliteit van erf, bedrijfsvoering en agrarische grond (inpassing, toekomstig agrarisch gebruik, waterhuishouding, uitlogen van materialen), • Verduurzaming van de agrarische sector (sluiten van kringlopen, professionalisering, extensivering, bodemkwaliteit). • Lokale ondernemers krijgen de mogelijkheid om bij te dragen aan installatie, beheer en onderhoud van het zonneveld. Omschrijving (geef een korte toelichting): Bewijs: Score: O onvoldoende (=0 punten), O voldoende (=5 punten), O goed (=10 punten), O uitmuntend (=10 punten)
6
Bijlage 2: afwegingskader zonnevelden – mei 2021
e. Toekomstig gebruik (‘opruimplicht’) Welke voorziening heeft u opgenomen om de zonnepanelen na gebruik op te ruimen, te laten hergebruiken of recyclen? Beleidskader: Bij het einde van een zonneveld worden de panelen zorgvuldig verwijderd en hergebruikt (conform richtlijn AEEA, bijv. via lidmaatschap Stichting SAR en/of Stichting ZRN). Hiervoor moet een opruimplan en (financiële) voorziening zijn getroffen. Na het opruimen van het zonneveld is de bodemkwaliteit minimaal gelijk gebleven of verbeterd. Beschrijf in het opruimplan op welke wijze het zonneveld, inclusief ondersteunende bouwwerken, door aanvrager of rechtsopvolger verwijderd en gerecycled wordt en hoe dit wordt gefinancierd. Dit geldt niet voor het handhaven van onderdelen van het landschappelijk inpassingsplan. Beschrijf daarnaast ook op welke wijze de bodemkwaliteit wordt bewaakt gedurende de looptijd van het zonneveld. Met betrekking tot eventuele risico’s wordt een nul situatie bodemonderzoek uitgevoerd om na beëindiging van een zonneveld te kunnen toetsen of er sprake is van verontreiniging afkomstig van de bedrijfsactiviteiten (zie ook d. Landgebruik, bodem, water en milieu). Als het verzoek niet in een opruimplan voorziet wordt er een onvoldoende voor dit onderdeel gegeven en kan de aanvraag niet in behandeling worden genomen.
Omschrijving (geef een korte toelichting): Bewijs: Score: O onvoldoende (=0 punten), O voldoende (=5 punten)
ONDERDEEL 4: PARTICIPATIEPLAN
De gemeente vindt het belangrijk dat omwonenden betrokken zijn bij de realisatie van een zonneveld. De initiatiefnemer moet een participatieplan opstellen aan het begin van het proces. Dit moet beschrijven welke mogelijkheden omwonenden, bedrijven en overige belanghebbenden hebben om te participeren in de ontwikkeling (a. proces participatie) en opbrengst (b. financiële participatie) van het zonneveld. De initiatiefnemer moet laten zien op welke wijze hij toewerkt naar het gemeentelijke doel van 50% lokaal eigendom. a. Procesparticipatie Op welke manier zijn en/of worden omwonenden betrokken bij uw initiatief, hoe informeert u hen en welke inspraak hebben zij in uw plan? Beleidskader: Omwonenden, bedrijven en maatschappelijke organisaties met een belang in het gebied moeten gedurende het voorbereidingsproces en vroegtijdig betrokken worden. De kernvraag is dat de omwonenden in voldoende mate toegang krijgen tot en zeggenschap over het ontwikkelingsproces van het zonneveld. Beschrijf in het participatie en communicatieplan op welke wijze antwoord wordt geven op de kernvraag. Het gaat er om in voldoende en diepgaande mate aandacht te geven aan de verschillende onderdelen passend bij het plan voor het zonneveld in deze fase van het proces. Deze opzet is bedoeld als voorbeeld en dient als leidraad bij het opstellen van het eigen communicatie- en participatieplan.
Gebruik bij de beschrijving de volgende drie onderdelen: Onderdeel 1: krachtenveld/stakeholders analyse omgeving zonneveld (alvorens het daadwerkelijke contact) In dit onderdeel wordt omschreven: • Uit wie bestaat de omgeving van het zonneveld? In kaart brengen: wie zijn de omwonenden, wie hebben er zicht op het zonneveld, wie is het ‘publiek’. Naast omwonenden ook: wie zijn de andere
7
Bijlage 2: afwegingskader zonnevelden – mei 2021
• • •
stakeholders? (belanghebbenden (ook juridisch gezien), ondernemers, milieugroep, bewonersvereniging, energie coöperatie, enz.) Wat zijn de verschillende belangen van de stakeholders, omwonenden, publiek, enz.? Wat zijn mogelijke gevoeligheden en voor wie? Hoe gaan communicatie en participatie een bijdrage kunnen leveren om de nadelige gevolgen op te lossen? Waaraan leveren communicatie en participatie een bijdrage? (wat is het doel, welk resultaat wordt er mee nagestreefd?). Is dit in aanvulling op andere instrumenten?
Onderdeel 2: Het participatieplan (het contact) • Over welke aspecten van het zonneveld gaat het gesprek met de omwonenden en waarom? Waarover gaat het gesprek niet en waarom? • Wat wordt de aanpak van participatie: ligt de nadruk op informeren, inventariseren, verdiepen, samen doen? Wat is de aanpak per fase van het project en wat is de planning? • In welke mate zijn/worden partijen betrokken: mee-weten, meedenken, meewerken, meebepalen? Wat zijn de rollen van verschillende partijen in welke fase van het proces? • Op welke wijze worden partijen betrokken om mee te doen? Denk hierbij bijvoorbeeld aan participeren het groen. • Welke vragen gaan worden gesteld of waarover gaat het gesprek? (uitleg, dan bespreken opties zonneveld?) • Hoe en hoe vaak wordt de omgeving benaderd? • Welke vorm(en) van contact hebben de voorkeur en waarom? Welke middelen worden hierbij ingezet? Denk aan brief, inloopbijeenkomst, enquête, website, twitter, facebook, werkgroep, etc.). Past dit bij de omgeving? Onderdeel 3: Vervolg • Wat gebeurt er met de input van diegenen die de initiatiefnemer spreekt? Verslaglegging/communicatie. Let op: een groot deel van de inwoners wil nadat de oorspronkelijke plannen zijn aangepast op basis van eerder gemaakte opmerkingen, nogmaals kunnen reageren.
Zij ontvangen daarbij ook graag een toelichting waarom de eerste opmerkingen wel of niet zijn verwerkt, bijvoorbeeld tijdens een informatieavond of door middel van een schriftelijke toelichting. • Blijf de gemeente, omwonenden en een bredere kring van betrokkenen informeren over de voortgang van uw plan. • Hoe gaat het na de realisatie van het zonneveld verder? Verbinden in de buurt, ook na realisatie; hoe blijft het project in verbinding met de buurt en andersom? Aandachtspunten zijn: • De direct omwonenden die zicht hebben op het zonneveld worden sowieso betrokken. • In overleg met de gemeente moet er gesproken worden met een ruimere kring met omwonenden, nabije (agrarische) bedrijven. • Aangeraden wordt om lokale, maatschappelijke organisaties te betrekken. • Spreek met zowel bewoners als bedrijven agrariërs en organisaties, • Onderzoek samenwerking met onderwijs- en kennisinstellingen, • Hou de maatschappelijke meerwaarde in het oog, zoek samen naar win-win, • De mogelijkheid van een gebiedsfonds wordt gezien als een deel van procesparticipatie aangezien dit ten goede komt aan de directe omgeving van het zonneveld. Een deel van de winst komt dan beschikbaar om bijvoorbeeld de dorpskern of buitengebied te investeren. Omschrijving (geef een korte toelichting): Bewijs: Score: O onvoldoende (=0 punten), O voldoende (=5 punten), O goed (=10 punten), O uitmuntend (=15 punten) b.
Financiële participatie Verplichting: inwoners en bedrijven de kans geven mee te investeren. Het streven is ten minste 50% lokaal eigendom.
8
Bijlage 2: afwegingskader zonnevelden – mei 2021
Beleidskader: De gemeente verplicht initiatiefnemers om ook op financieel vlak lokale participatie te organiseren. Het plan voorziet in financiële deelname van de omgeving in het zonneveld, waarbij wordt gestreefd naar ten minste 50% lokaal eigendom. De initiatiefnemer moet bespreken met lokale partijen en omwonenden op welke manier minimaal 50% lokaal eigendom én zeggenschap haalbaar is. Initiatiefnemers moeten bewoners en bedrijven in het gebied (of zelfs de gehele gemeente) de kans geven om mee te investeren in, én mee te verdienen aan het project. Door de lasten en de lusten te verdelen, wordt de lokale betrokkenheid bij het zonneveld vergroot. Oftewel: er is ruimte voor óók een positief gevoel naast het onmiskenbare feit dat het zonneveld een verandering betekent voor het landschap. Beschrijf in het financiële participatieplan op welke wijze u invulling geeft aan (minimaal) 50% lokaal eigendom. Besteed in dit plan aandacht aan de vorm(en) van financiële deelname die er wordt gekozen en waarom. De vorm(en) van financiële deelname dienen aan te sluiten bij wensen van de omgeving. Onderstaande opsomming kan hierbij ondersteunen. Een groter percentage lokaal eigenaarschap wordt gewaardeerd in de beoordeling. Ook het laten participeren van inwoners uit Stichtse Vecht die niet de financiële ruimte hebben om te investeren wordt gewaardeerd.
Dit is terug te zien in onderstaande voorkeursvolgorde, waarbij meerdere combinaties mogelijk zijn. De voorkeursvolgorde is gebaseerd op de combinatie van de aspecten (lokale) betrokkenheid, zeggenschap en (financieel) profijt. De opgewekte stroom wordt met certificaat van oorsprong op de markt aangeboden. Voorkeursvolgorde financiële deelname: 1 Volledig eigendom lokale energiecoöperatie 2 Gedeeltelijk eigendom lokale energie coöperatie 3 Aandelen** 4 Obligaties** 5 Lokaal eigendom, 1 of enkele eigenaren 6 Eigendom van buiten Stichtse Vecht Voorkeursvolgorde financiële tegemoetkoming aan de gemeenschap: 1 Gebiedsfonds* 2 Lokale stroom wordt met korting verkocht 3 Sociale grondvergoeding
* Wanneer dit gebiedsfonds zicht toespits specifiek op het gebied waar het zonneveld ligt. Verbondenheid wordt lager naarmate het gebied groter wordt. ** Wanneer deze in handen zijn van inwoners van Stichtse Vecht. Betrokkenheid neemt af wanneer dit niet zo is.
Omschrijving (geef een korte toelichting): Bewijs: Score: O onvoldoende (=0 punten), O voldoende (=5 punten), O goed (=10 punten), O uitmuntend (=15 punten)
ONDERDEEL 5: BUSINESSCASE
a. Begroting Geef inzicht in de begroting van het zonneveld.
Om de genoemde punten uit onderdeel 3: meerwaarde en onderdeel 4: participatieplan te kunnen garanderen vindt de gemeente het belangrijk dat het voorgestelde plan financieel haalbaar is. Dit geldt voor alle fases van het project, zowel bij de voorbereiding, de aanleg, het beheer en onderhoud en de fase van ontmanteling en recycling van de panelen. Geef inzicht in begroting van het zonneveld. Geef aan hoe uw businesscase voor alle fases van de realisatie van het zonneveld er in grote lijnen uit ziet. Geef hierbij ook inzicht in hoe de 50% financiële participatie in euro’s wordt gedekt.
9
Bijlage 2: afwegingskader zonnevelden – mei 2021
Omschrijving (geef een korte toelichting): Bewijs: Score: O onvoldoende (=0 punten), O voldoende (=5 punten) b. Financiële haalbaarheid Geef een toelichting op de financiële haalbaarheid van het zonneveld. Geef een toelichting bij uw begroting van het zonneveld. Licht de financiële haalbaarheid van uw plan toe aan hand van uw begroting/businesscase. Neem in deze toelichting alle fases van het project mee. Omschrijving (geef een korte toelichting): Bewijs: Score: O onvoldoende (=0 punten), O voldoende (=5 punten), O goed (=10 punten)
PUNTENTELLING ONDERDEEL 3: MEERWAARDE a. Landschap en recreatie b. Cultuurhistorie en archeologie c.
Natuur en biodiversiteit
0 punten (onvoldoende), 5 punten (voldoende), 10 punten (goed) 0 punten (onvoldoende), 5 punten (voldoende), 10 punten (goed) 0 punten (onvoldoende), 5 punten (voldoende), 10 punten (goed) 0 punten (onvoldoende), 5 punten (voldoende), 10 punten (goed), 15 punten (uitmuntend) 0 punten (onvoldoende), 5 punten (voldoende)
d. Landgebruik, bodem, water en milieu e. Toekomstig gebruik (‘opruimplicht’) ONDERDEEL 4: PARTICIPATIEPLAN a. Procesparticipatie 0 punten (onvoldoende), 5 punten (voldoende), 10 punten (goed), 15 punten (uitmuntend) b. Financiële participatie 0 punten (onvoldoende), 5 punten (voldoende), 10 punten (goed), 15 punten (uitmuntend) ONDERDEEL 5: BUSINESSCASE a. Begroting 0 punten (onvoldoende), 5 punten (voldoende) b. Financiële haalbaarheid 0 punten (onvoldoende), 5 punten (voldoende), 10 punten (goed) TOTAAL BEHAALDE PUNTEN: Minimaal benodigde punten = 45 (alle onderdelen minimaal voldoende) Maximaal te behalen punten = 95 Tot slot: Heeft u ervaring met het realiseren van zonnevelden in Nederland? Hieronder kunt u een toelichting geven. Graag ook uw ervaring met landschappelijke inpassing en participatie. Aan deze vraag wordt geen beoordeling verbonden. Ervaringen met zonnevelden
10