Bijlage 1f_Quickscan Vreelandseweg 11,13, 17 en 19 Nigtevecht_Kruidbos_2014_12_05.pdf
Tekst van het document
Vreelandseweg 11,13, 17 en 19 Nigtevecht Quickscan Flora & Fauna Opdrachtgever AROM Rapportnummer 2014-11R01 Opsteller Ir. G.W.F. Kruidbos Datum vrijgave
05-12-2014
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 2
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
Inhoud 1 Inleiding.................................................................................................................................................................................. 3 1.1 Algemeen ....................................................................................................................................................................... 3 1.2 Wet – en Regelgeving................................................................................................................................................ 4 1.2.1 Flora- en Faunawet ........................................................................................................................................... 4 1.2.2 Zorgplicht .............................................................................................................................................................. 5 1.2.3 Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) ............................................................................................... 5 1.2.4 Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Natura 2000 ............................................................................... 5 1.3 Gebiedsbeschrijving ...................................................................................................................................................
6 2 Onderzoeksmethodiek ....................................................................................................................................................... 7 3 Resultaten ............................................................................................................................................................................ 8 3.1 Bronnenonderzoek ................................................................................................................................................... 8 3.2 Veldonderzoek ............................................................................................................................................................. 8 3.2.1 Vreelandseweg 11 .................................................................................................................................................. 8 3.2.2 Vreelandseweg 13 ............................................................................................................................................... 10 3.2.3 Vreelandseweg 17 ............................................................................................................................................... 11 3.2.4 Vreelandseweg 19 ...............................................................................................................................................
12 3.3 Bespreking per soortgroep ................................................................................................................................... 14 3.3.1 Vogels ................................................................................................................................................................. 14 3.3.2 Vleermuizen...................................................................................................................................................... 15 3.3.3 Overige Zoogdieren ....................................................................................................................................... 15 3.3.4 Reptielen, Amfibieën en Vissen ................................................................................................................. 15 3.3.5 Libellen en dagvlinders ................................................................................................................................. 15 3.3.6 Vaatplanten ...................................................................................................................................................... 15 3.3.7 Gebiedsbescherming .....................................................................................................................................
16 4 Conclusies en aanbevelingen .................................................................................................................................... 16 4.1 Waarnemingen en te verwachten soorten .................................................................................................... 16 4.2 Maatregelen ter voorkoming van overtreding van de Flora- en Faunawet ........................................ 16 BRONNEN ................................................................................................................................................................................ 19 Literatuur ........................................................................................................................................................................... 19 Internet ............................................................................................................................................................................... 19 BIJLAGE 1a ............................................................................................................................................................................... 20 BIJLAGE 1b .............................................................................................................................................................................. 21
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 3
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
1 Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van AROM is d.d. 21 november 2014 een quickscan flora en fauna uitgevoerd op locaties aan de Vreelandseweg 11, 13, 17 en 19 te Nigtevecht; hierna onderzoekslocatie 11, 13,17 of 19 genoemd. Aanleiding voor deze quickscan is een wijziging van het bestemmingsplan c.q. een woningbouwplan. Binnen dit woningbouwplan (figuur 1) zijn ter plaatse van de Vreelandseweg 17-19 vier vrijstaande woningen geprojecteerd. Er is op nummer 17 reeds één bestaande vrijstaande woning aanwezig. Deze blijft voorlopig gehandhaafd. Aan de Vreelandseweg 11-13 zijn tien appartementen geprojecteerd. Vanwege parkeereisen wordt hier gedacht aan het realiseren van een ondergrondse parkeerkelder. De Gemeenteraad Stichtsevecht heeft op 30 september de ruimtelijke visie Garsten Noord 2014 vastgesteld. Hierin is richting gegeven aan het bestemmen van de bouwvelden tot woonfunctie. Een deel van het bouwplan voor de appartementen is in de visie op een insteekhaventje van het voormalige botenbedrijf geprojecteerd.
Figuur 1: Projectlocaties Vreelandseweg te Nigtevecht De quickscan flora en fauna heeft als doel in te schatten of er op de betreffende locaties planten en diersoorten aanwezig zijn dan wel te verwachten zijn die volgens de Flora- en Faunawet (Ffwet) een beschermde status hebben en die mogelijk nadeel kunnen ondervinden van de voorgenomen ingrepen. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op gebieden welke volgens overige natuurwetgeving zijn beschermd of deel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 4
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
De quickscan is een methode welke bedoeld is om een eerste indruk te verkrijgen van het (mogelijk) voorkomen van beschermde flora en fauna op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie; het betreft dus geen volledig soorten specifiek onderzoek. Voorafgaand aan de quickscan is een aantal bronnen geraadpleegd betreffende (mogelijke) aanwezigheid van bedoelde soorten, waaronder het bestand van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zoals aanwezig op 21-11-2014.
1.2 Wet – en Regelgeving De Nationale Natuurwetgeving heeft als doel het voortbestaan van soorten (géén individuen) te waarborgen. Soorten kunnen worden beschermd door (i) individuen te beschermen die deel uit maken van deelpopulaties alsmede (ii) door gebiedsbescherming waarmee de habitat (leefmilieu) van de betreffende soort(en) wordt veilig gesteld. De Europese wetgeving ten aanzien van soortbescherming is in Nederland vertaald in de Ffwet; de gebiedsbescherming in de gewijzigde Natuurbeschermingswet 1998. Niet alleen de natuur is gebaat bij het uitvoeren van een quickscan maar juist ook de uiteindelijke uitvoering van (bouw)projecten c.q. ruimtelijke ontwikkeling omdat zo reeds in de planfase van een project of ruimtelijke ontwikkeling rekening kan worden gehouden met de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en er tijdig soortspecifieke maatregelen getroffen kunnen worden (ontheffingsverzoek, compensatie, mitigatie) waardoor een optimale voortgang van het project wordt geborgd.
1.2.1 Flora- en Faunawet De Ffwet (wetten.overheid.nl) heeft betrekking op de bescherming van in het wild voorkomende plant – en diersoorten. Middels deze wetgeving worden bedreigde flora en fauna beschermd. De Habitatrichtlijn, de Vogelrichtlijn en het CITES-verdrag maken onderdeel uit van deze wet. Het uitgangspunt van de Flora- en faunawet is 'Nee, tenzij'. Dit betekent dat alles wat schadelijk is voor bedreigde soorten verboden is. Van het verbod ('nee') kan alleen onder bepaalde voorwaarden ('tenzij') worden afgeweken. Hiertoe zijn een aantal verbodsbepalingen opgesteld in de Ffwet (tabel 1).
Artikel 8
9 10 11
12 13
Verbodsbepaling Het is verboden planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, te vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen. Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen. Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten. Het is verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren. Het is verboden eieren van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te zoeken, te rapen, uit het nest te nemen, te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten of producten van planten, of dieren dan wel eieren, nesten of producten van dieren, behorende tot een beschermde inheemse of beschermde uitheemse plantensoort onderscheidenlijk een beschermde inheemse of beschermde uitheemse diersoort te vervoeren, ten vervoer aan te bieden of af te leveren.
Tabel 1: Verbodsbepalingen Flora - en Faunawet Voor de Ffwet geldt dat vaste rust- en verblijfplaatsen van bepaalde soorten zijn beschermd. De Ffwet maakt onderscheid in drie beschermingscategorieën (zie 1.2.3 AMvB). Iedere categorie heeft zijn eigen ontheffingsmogelijkheden en toetsingscriteria.
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 5
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
1.2.2 Zorgplicht In artikel 2 van de Ffwet wordt verwacht dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor alle (dus ook niet beschermde) planten en dieren alsmede de leefomgeving. Dit betekent dat menselijk handelen geen nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben. Voor beschermde planten of dieren geldt de zorgplicht ook als een ontheffing of vrijstelling is verleend. Daarmee wordt toestemming verleent om werkzaamheden in een bepaald gebied te verrichten mits bij de werkzaamheden wel rekening wordt gehouden met de soorten die daar leven.
1.2.3 Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) In 2005 heeft de minister van LNV door middel van een AMvB d.d. 23-02-2005 1 de regels vereenvoudigd door wijziging van artikel 75 van de Ffwet. Bij ruimtelijke ontwikkeling, bestendig behoud of beheer geldt in een aantal gevallen een vrijstelling op de verbodsbepalingen. De zorgplicht blijft echter van kracht. Beschermde flora en fauna is opgesplitst in drie verschillende categorieën, te weten: 1. Algemeen voorkomende beschermde soorten (Tabel 1 soorten); 2. Minder algemene, niet bedreigde soorten (Tabel 2 soorten); 3. Strikt beschermde soorten (Tabel 3 soorten), inclusief alle vogels. Indien alleen tabel 1 soorten worden aangetroffen volstaat voor ruimtelijke ontwikkeling een quickscan (lichte toets). Indien tabel 2 en/of tabel 3 soorten worden aangetroffen of worden verwacht kan, afhankelijk van toekomstige ingrepen en de soort, aanvullende toetsing (op een voor de biologisch gezien geschikt moment) nodig zijn (uitgebreide toets). Ad 1: Bij ruimtelijke ontwikkeling, bestendig beheer en onderhoud of bestendig gebruik geldt voor deze soorten op voorhand een vrijstelling van artikel 8 t/m 12. Ad 2: Indien men werkt volgens een goedgekeurde gedragscode is geen ontheffing nodig. In de andere gevallen is een ontheffing nodig. Ad 3: Het betreft soorten uit bijlage IV van de habitatrichtlijn en soorten welke bij AMvB zijn aangewezen.
Hier vallen tevens alle vogelsoorten onder. Voor broedende vogels wordt in principe nooit ontheffing verleent. Voor ruimtelijke ontwikkeling wordt alleen een ontheffing verleent indien wordt aangetoond dat er geen alternatieven voorhanden zijn en wezenlijk negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. De initiatiefnemer is verplicht schade beperkende maatregelen te nemen (mitigatie) en dient alternatieven te bieden (compensatie).
1.2.4 Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Natura 2000 De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een Nederlands netwerk (figuur 2) van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden waarmee de biodiversiteit behouden en versterkt wordt. Planten en dieren kunnen zich van het ene naar het andere gebied verspreiden. Soorten raken hierdoor niet geïsoleerd en hebben dus minder kans op uitsterven. De EHS bestaat uit:
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;
1 Besluit houdende wijziging van een aantal algemene maatregelen van bestuur in verband met wijziging van artikel 75 van de Flora- en faunawet en enkele andere wijzigingen.
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 6
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheert volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee.
De provincies zijn vanaf 2014 verantwoordelijk voor de EHS. In 2021 moet de EHS afgerond zijn. De Europese Unie (EU) wil de biodiversiteit in Europa beschermen met Natura 2000. Dat is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Natura 2000 richt zich op het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden in Europa. De gebieden die onder Natura 2000 vallen, worden aangeduid in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Deze Europese richtlijnen bepalen dat lidstaten bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. In Nederland zijn ruim 160 gebieden aangemeld als Natura 2000-gebied. Een deel van de Natura 2000-gebieden is inmiddels definitief aangewezen. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen de Ecologische Hoofdstructuur (www.rijksoverheid.nl).
planlocaties
Figuur2: Ecologische Hoofdstructuur Nederland
Figuur 3: Nigtevecht met binnen een straal van 3 km. waarbinnen: EHS(groen), Natura 2000 (bauw) en Nationale Landschappen (donker oranje); (www.synbios.alterra.nl)
Figuur 3 laat zien dat de planlocaties: direct gelegen zijn aan de EHS (groen), onderdeel uitmaken van Nationaal Landschap (oranje) en binnen een straal van 3 kilometer gelegen zijn van Natura 2000 gebied (wetland) Spiegel- en Blijkpolderplas. Voor detail zie bijlage 2 in vergelijking met figuur 4c.
1.3 Gebiedsbeschrijving De onderzoekslocaties zijn gelegen aan de Vecht ter hoogte van de Ankeveense Plassen en Spiegel – en Blijkpolderplas (figuren 4a en 4b) welke zijn ontstaan door turfwinning en de latere zandwinning. Op sommige plaatsen is de plas 45 meter diep. Deze plassen maken onderdeel uit van de geplande Natte As die de veenweidegebieden in het noorden en zuiden van Nederland op robuuste wijze met elkaar verbind. Aan de westzijde sluit de planlocatie aan op het Amsterdam Rijnkanaal met op nog geen 500 meter hemelsbreed afstand het Fort bij Nigtevecht (winterverblijfplaats van o.a. baardvleermuis, www.stelling-amsterdam.nl).
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 7
Quickscan Flora & Fauna
Figuur 4a. Ligging plangebieden (rode arcering)
5-12-2014
Figuur 4b: Ligging plangebieden (rode arcering)
Figuur 4c: Percelen aan de Vreelandseweg te Nigtevecht (rode arcering) gelegen aan de Vecht
2 Onderzoeksmethodiek De onderzoeksgegevens betreffende de quickscan zijn op een tweetal manieren verkregen. Voorafgaand aan het veldbezoek is een bronnenonderzoek uitgevoerd om een indruk te verkrijgen over het (mogelijk) voorkomen van beschermde flora en/of fauna op dan wel in de directe omgeving van de onderzoekslocatie alsmede de ligging hiervan in relatie tot beschermde natuurgebieden (EHS / Natura 2000). Hiertoe zijn verschillende bronnen geraadpleegd. Deze bronnen staan vermeld in paragraaf 3.1 en de bijlage. Ter plekke is tijdens het veldonderzoek gezocht naar het voorkomen van (sporen van) beschermde flora en fauna. De panden zijn zowel uit- als inwendig geïnspecteerd om een inschatting te kunnen doen naar een functie als verblijfplaats voor fauna zoals vleermuizen en vogels. Hierbij is in het bijzonder gelet op het voorkomen van diersporen zoals keutels en prooiresten en nestmateriaal alsmede mogelijkheden tot toegang tot de gebouwen en de gelegenheid tot verblijf- c.q. nestplaatsen. Het veldonderzoek is uitgevoerd in de middag op 21 november 2014 bij heldere hemel en stralende zon 12 graden C en windkracht 0-1.
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 8
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
3 Resultaten 3.1 Bronnenonderzoek Uit de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), d.d. 21-11-2014, blijkt dat binnen een afstand van 0-1 km c.q. 1-5 km tot de onderzoekslocatie beschermde flora en fauna uit tabel II en III voorkomt (zie bijlage 1a en 1b). Gelet op een eerste indruk van de ligging van de percelen en omringende structuren in combinatie met eisen welke organismen (de vastgestelde soorten) aan hun omgeving stellen lijken in het bijzonder verschillende soorten relevant, in het bijzonder: gebouw bewonende vleermuizen (gewone - en ruige dwergvleermuis, meervleermuis en laatvlieger) en vogels zoals huismus en gierzwaluw alsmede rugstreeppad.
3.2 Veldonderzoek Hieronder worden de onderzoeksbevindingen betreffende aangetroffen flora en fauna besproken. Eerst wordt een zo goed mogelijk beeld geschetst van de omgeving middels een aantal foto’s en een summiere beschrijving van aangetroffen flora en fauna. Aansluitend wordt per soortgroep aangegeven welke aspecten in context met de projectontwikkeling van belang zijn.
3.2.1 Vreelandseweg 11 De onderstaande figuren geven een overzicht van de buitenzijde van het pand.
Figuur 5a: Zolder op pand
Figuur 5c: Aanzicht pand.
Figuur 5b: Zolder met verwijderde dakramen
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 9
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
Eerst is de buitenzijde van het gebouw geïnspecteerd op het voorkomen van diersporen zoals nesten en mest alsmede mogelijkheden tot toegang tot de gebouwen. Er zijn géén diersporen aangetroffen. De deuren en ramen van het pand zijn verwijderd waardoor er diverse mogelijkheden zijn om het pand binnen te dringen. Boven op het pand, welke feitelijk uit meerdere aan elkaar gebouwde losse eenheden bestaat, is een zolder gebouwd (figuur 4 a en 4c). Deze ruimte was ten tijde van het bezoek niet bereikbaar maar is wel potentieel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De naastgelegen zolderruimte (figuur 4b) is ongeschikt daar er een tweetal dakramen zijn verwijderd waardoor de ruimte tochtig is geworden.
Figuur 5D: Doorgang tot het inwendige van het pand
Figuur 5E: Inwendige tussenruimtes in het pand
Figuur 5D toont de achterzijde van het pand nummer 11. Figuur 5 E toont een van de aan de binnen zijde aanwezige spouwmuren; verschillende ruimtes zijn aan elkaar gebouwd. Dergelijke ruimten kunnen dienst doen als verblijfplaats voor onder andere vleermuizen.
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 10
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
Figuur 5F: Overzicht haventje en vegetatie op het perceel Vreelandseweg 11 De vegetatie op het perceel van de Vreelandseweg 11 bevat géén beschermde plantensoorten. De voorkomende soorten zijn, naast enkele algemene grassoorten, soorten zoals leverkruid, braam, bijvoet, boterbloem, smalle weegbree, paardenbloem, els, berk en esdoorn.
3.2.2 Vreelandseweg 13 De vegetatie op het perceel aan de Vreelandseweg 13 bestaat aan de voorzijde uit: esdoorn, els, hazelaar, rozebottel en braam (figuur 6A). De ondergroei bestaat hoofdzakelijk uit gras, boterbloem, leverkruid en bijvoet. De achterzijde van het perceel is overwoekerd door braamstruweel dat tot in het pand rijkt (figuur 6b). Tevens staan er twee volwassen elzen in de achtertuin van het perceel (rechts in figuur 6a). Er is géén beschermde flora aanwezig op het perceel.
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 11
Quickscan Flora & Fauna
Figuur 6a: Vegetatie voorzijde Vreelandseweg 13
5-12-2014
Figuur 6b: Ingroei braamstruweel achterzijde
Gelet op de vrije doorgang alsmede de vele ‘holtes’ in het pand bestaat de mogelijkheid, gelijk de situatie aan de Vreelandseweg 11, tot gebruikmaking van deze structuren als verblijfplaats door onder andere gebouw bewonende vleermuizen.
3.2.3 Vreelandseweg 17 De vegetatie van het perceel bestaat uit (regelmatig gemaaid) gras enkele aangeplante bomen en struiken welke dekking, rust en nestgelegenheid bieden aan onder andere vogels. Er is géén beschermde flora aanwezig en deze valt ook niet te verwachten. Het pand verkeerd (aan de buitenzijde) in een slechte staat waardoor er op diverse plekken gaten in de houten betimmering zijn ontstaan. Juist deze gaten creëren een gemakkelijke toegang tot de aanwezige inwendige structuren voor zowel vogels als vleermuizen.
Figuur 7a: Aanzicht pand aan de Vreelandseweg 17
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 12
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
Figuur 7b: Achtertuin Vreelandseweg 17
Figuur 7c: Zijtuin Vreelandseweg 17
Figuur 7d:Toegangsopening tot pand
Figuur 7e: Toegangsopeningen tot pand
3.2.4 Vreelandseweg 19 De onderstaande figuur 8a geeft een overzicht van het frontaanzicht van het perceel aan de Vreelandseweg 19. Links in beeld is een in verval geraakte overkapping zichtbaar. Deze is geïnspecteerd op aanwezigheid van oude nesten en gebruik door vogels. Gelet op de constructie bestaat er géén gelegenheid tot nestelen dan wel een gebruik als roestplek. Aan de voorzijde van het woonpand is een houten betimmering aanwezig die slechts bestaat uit een front. Er bestaat géén mogelijkheid tot nestelen of gebruik als roestplek achter deze structuur. Voor en naast het huis is een haag aanwezig welke deze functie wel zou kunnen vervullen. Het pand zelf bevat verschillende mogelijkheden voor gebruik door vogels en vleermuizen zoals open stootvoegen (toegang tot spouwruimte) en ruimtes onder de dakpannen c.q. dakbeschot.
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 13
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
Figuur 8a: Perceel Vreelandseweg 19. Links overkapping in verval en rechts het woonhuis.
Figuur 8b: Tuin (westzijde) Vreelandseweg 19
Figuur 8c: Hedera vogelhaag aan de zuidzijde (zie fig. 8a)
De vegetatie op het perceel bevat géén beschermde flora. Wel biedt de erfscheidingsbeplanting (in de vorm van opgaande hedera) voldoende gelegenheid om als nestlocatie dan wel roestplek voor vogels te fungeren. De overige vegetatie bestaat uit een grasveldje ten zuiden van het pand welke deels is overwoekerd door brandnetel. De achterzijde van de tuin bestaat uit een klinker- en betonnen bestrating met een aangebouwde houten stijger (figuur 9a). De noordzijde van het perceel wordt gebruikt als opslagplaats voor betonplaten. Deze opslag biedt schuilgelegenheden voor dieren zoals egels en amfibieën zoals de rugstreeppad (zie figuren 9 c en 9d). Het pand zelf biedt tevens gelegenheid als verblijfplaats voor vogels en mogelijk vleermuizen.
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 14
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
Figuur 9a Achterzijde perceel
Figuur 9b Invliegopening vogels / vleermuizen
Figuur 9c: Opslag betonplaten
Figuur 9d: Schuilgelegenheden tussen opslag en vegetatie
Tijdens de quickscan is in het bijzonder gelet op de aanwezigheid van diersporen zoals fecaliën van vogels en vleermuizen. Met uitzondering van enkele ‘vogelpoepjes’ zijn géén relevante diersporen aangetroffen. Voorts heeft een inwendige inspectie van de zolder van het pand plaatsgevonden alwaar géén dieren of diersporen zoals fecaliën en prooiresten zijn aangetroffen.
3.3 Bespreking per soortgroep 3.3.1 Vogels •
• •
Broedvogels (nest jaarrond beschermd, volgens beschermingscategorie 1 t/m 4): Onbekend, géén concrete aanwijzingen aangetroffen. Huismus gierzwaluw en grote gele kwikstaart vallen niet uit te sluiten(zie bijvoorbeeld fig. 9 b). Voldoende nestgelegenheid aanwezig op de verschillende percelen. Broedvogels (nest in bepaalde gevallen jaarrond beschermd, volgens beschermingscategorie 5): mogelijkheden voor soorten zoals spreeuw aanwezig. Broedvogels (nest niet jaarrond beschermd, bescherming alleen gedurende broedseizoen): oud nest (waarschijnlijk merel) aanwezig in deels verwijderde coniferenhaag Vreelandse weg 17. Tevens diverse mogelijkheden tot nestelen aanwezig op alle percelen.
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 15
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
Op de onderzoekslocaties zijn op tal van plekken roest – en nestgelegenheden voor vogels aanwezig, variërend in aard van inpandige nestgelegenheid tot en met gelegenheden in bosschages en individuele planten. In de directe omgeving is een variatie aan foerageergebied (tuinen, veenweide, sloten, kanaal, rivier, plas, tuinen slot) aanwezig.
3.3.2 Vleermuizen De bestaande gebouwen zijn geschikt als onderkomen voor gebouw bewonende vleermuizen zoals de gewone en ruige dwergvleermuis, meervleermuis (i.h.b. kraamverblijven), grootoorvleermuis sp., laatvlieger en rosse vleermuis. Uit de NDFF gegevens van d.d. 21-11-2014 is gebleken dat deze soorten binnen een straal van 1 kilometer van het onderzoekslocatie voorkomen. De onderzoekslocatie heeft een gunstige ligging ten aanzien van foerageergebieden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat zich op ongeveer 500 meter hemelsbreed in noordelijke richting van de percelen een fort bevindt welke dienst doet als winterverblijfplaats. Tevens is het waarschijnlijk dat, naast een gebruik als verblijfplaats, de aanwezige gebouwen en overige landschapselementen benut worden als vliegroute van en naar foerageergebieden.
3.3.3 Overige Zoogdieren Tijdens het bezoek zijn géén zoogdieren aangetroffen. Wel zijn enkele sporen van ratten en muizen aangetroffen. Voor algemeen voorkomende soorten geldt in het kader van de Ffwet bij ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling. Er geldt echter wel een zorgplicht. Deze houdt in dat er voldoende zorg gedragen dient te worden voor alle aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het verwonden dan wel doden van individuen te voorkomen. Indien dieren worden aangetroffen tijdens bouwwerkzaamheden dienen deze gefaciliteerd te worden om weg te kunnen vluchten dan wel dient men het dier (bijvoorbeeld een egel) zorgvuldig te verplaatsen naar een geschikte locatie buiten de ingreep.
3.3.4 Reptielen, Amfibieën en Vissen Tijdens de uitvoering van de quickscan is niet geïnventariseerd op vissen of amfibieën. Gezien de inrichting en ligging van de percelen aan de Vecht en nabijgelegen landschap alsmede gelet op de in bijlage 1 en 2 opgesomde soorten is het evident dat de mogelijkheid bestaat op aanwezigheid van bijvoorbeeld rugstreeppad op de percelen en bittervoorn in het haventje (Vreelandseweg 11). Alhoewel deze soorten een andere habitat voorkeur hebben valt het niet uit te sluiten dat betreffende soorten gebruik maken van de aanwezige structuren en derhalve hinder zullen ondervinden onder de ten uitvoer brenging van de beoogde plannen. Gelet op het voornemen om het haventje te dempen, zullen eventueel in het haventje aan de Vreelandseweg 11 aanwezige vissen (en amfibieën (larven)) zorgvuldig verplaatst dienen te worden.
3.3.5 Libellen en dagvlinders Gelet op de omringende habitat is het goed denkbaar dat beschermde insecten zich op enig moment op de onderzoekslocatie bevinden. Deze soorten zullen voor hun overleving afhankelijk zijn van het biotoop buiten de planlocatie. Naar verwachting zullen er dan ook géén negatieve effecten optreden ten gevolge van de planvorming op betreffende percelen.
3.3.6 Vaatplanten Tijdens het bezoek zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen.
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 16
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
3.3.7 Gebiedsbescherming
Het plangebied ligt buiten de EHS en grenst er tegen aan,Daarnaast ligt het plangebied op een afstand van minder dan 3 kilometer van Natura 2000-gebied.
Een significante externe werking op beschermde natuur(gebieden) ligt niet in de lijn der verwachting daar het hier bewonersfuncties betreft. Gelet op deze gebruiksfunctie zal van een verhoogde stikstof depositie geen sprake zijn. Het voornemen om het haventje, welke onderdeel uitmaakt van het perceel Vreelandseweg 11, te dempen zal gecompenseerd dienen te worden. Het aanleggen van een ondergrondse garage zal géén significant effect op de omringende grondwaterstand (en daarmee op de bodem en vegetatie) mogen veroorzaken. Door sloop – en bouwactiviteiten in een bepaald tijdsframe met extra maatregelen, zoals lichtdiscipline (uilen en vleermuizen), te coördineren zullen mogelijke (tijdelijke) negatieve effecten terug te dringen zijn.
4
Conclusies en aanbevelingen
4.1 Waarnemingen en te verwachten soorten Er is geen beschermde flora waargenomen. De waargenomen soorten betreffen veelal algemeen voorkomende planten van de voedselrijkere bodems. Gelet op de inrichting en de aanwezige vegetatie op de bezochte percelen, ligt het niet in de verwachting beschermde flora aan te treffen op deze onderzoekslocaties. Voor wat betreft het voorkomen van beschermde fauna kan gesteld worden dat het aannemelijk is dat de percelen met hun vegetatie en bestaande bebouwing een functie vervullen voor beschermde diersoorten zoals (gebouw bewonende) vleermuizen, welke in hun voortbestaan gebruik maken en afhankelijk zijn van de gebouwen als tijdelijke - en /of kraamverblijfplaats, alsmede vogels zoals de huismus, gierzwaluw. Er is tijdens de quickscan slechts één oud nest aangetroffen in de aanwezige vegetatie. Gelet op de waarnemingsdatum valt zeker niet uit te sluiten dat er zich gedurende het broedseizoen alsnog vogels vestigen. Het gebruik van nestgelegenheid door i.h.b. de huismus en gierzwaluw valt niet uit te sluiten. De nesten van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Alhoewel de aanwezige habitat niet tot de meest geprefereerde habitat behoort van de rugstreeppad en bittervoorn valt niet uit te sluiten dat deze soorten zich bevinden op de percelen van het plangebied c.q. het haventje.
4.2 Maatregelen ter voorkoming van overtreding van de Flora- en Faunawet Gelet op het feit dat alle broedende inheemse vogels en hun nesten wettelijk beschermd zijn is het van belang tijdens de broedperiode geen werkzaamheden uit te voeren welke (kunnen) leiden tot verstoring van het broedgedrag (ook in de vestigingsfase mag je broedvogels niet verstoren) van betreffende vogelsoort(en). Overtreding is te voorkomen door ofwel de (i) werkzaamheden buiten het broedseizoen (grofweg half maart tot en met augustus) uit te voeren dan wel (ii) voor het broedseizoen de gelegenheid tot nestelen te verwijderen. In casu niet nest jaarrond beschermde vogels, door bijvoorbeeld vroegtijdig vegetatie waarin vogels kunnen nestelen te verwijderen of toegang tijdig gesloten te houden voor aanvang van sloop van gebouwen. Indien tegelijkertijd een alternatief (liefst voortijdig) beschikbaar is gemaakt is dit een pré. Indien men tijdens het broedseizoen wil aanvangen met de bouwwerkzaamheden en de potentiele broedlocaties niet vooraf worden verwijderd dient men tijdens de realisatiefase van bouwen rekening te houden met broedvogels en dat de vogels niet worden verstoord. Dit zou o.a. kunnen door hierbij rekening te houden met de toevoerroute van de bouwmaterialen, het afschermen van de broedlocaties door middel van een scherm, etc. Welke maatregelen men hiervoor treft hangt af
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 17
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
van de uiteindelijke bouwsituatie en in de praktijk is dit altijd maatwerk. Het alvorens de werkzaamheden aan te vangen (laten) uitvoeren van een controle op de aanwezigheid van broedgevallen zal dan voldoende zijn om te voorkomen dat er verstoring van broedvogels plaatsvindt. Algemene zorgplicht: Tijdens bouwwerkzaamheden aanwezige dieren dienen gelegenheid te krijgen om veilig weg te komen. Indien dieren niet zelfstandig het werkterrein kunnen verlaten dienen deze zorgvuldig te worden verplaatst naar een geschikte locatie buiten de ingreep. Gebiedsbescherming: Het onderzoeks c.q. plangebied ligt buiten de EHS en grenst er tegen aan, en binnen 3 km afstand tot Natura 2000 gebied de Spiegel- en Blijkpolderplas. Van nieuw te bouwen gebouwen met als gebruiksfunctie wooneenheden vallen géén effecten op de aangrenzende EHS en wetland te verwachten zoals verhoogde stikstofdepositie. Betreffende effecten van ontwatering wordt nu aangenomen dat hiermee rekening wordt gehouden bij aanleg van een ondergrondse garage). Een punt ter discussie dient te zijn de wijze van straatverlichting alsmede de verlichting van het oppervlaktewater. Verlichting zal van invloed zijn op het voorkomen van o.a. vleermuizen. Hiertoe bestaat echter de mogelijkheid werken met een specifieke vleermuisvriendelijke verlichting.
Directe en indirecte effecten van bouwactiviteiten op de aangrenzende fauna is afhankelijk van de specifieke aard van deze activiteiten alsmede de periode van het jaar waarin deze plaatsvinden. Hiervoor is advies op maat mogelijk. Noodzaak tot nader onderzoek: Om in te kunnen schatten of er een noodzaak bestaat tot ontheffing is het van belang om over gedegen kennis te beschikken betreffende het gebruik van de panden c.q. percelen door beschermde fauna. Op basis van deze kennis kunnen vervolgens noodzakelijke gepaste mitigerende en/ of compenserende maatregelen worden geformuleerd. Nader onderzoek is hierdoor noodzakelijk teneinde succesvol een benodigde ontheffingsprocedure te kunnen doorlopen. Derhalve dient naar het voorkomen van te verwachten (gebouw bewonende vleermuizen, rugstreeppad, huismus en gierzwaluw) en niet uit te sluiten (grote gele kwikstaart) tabel III soorten nader onderzoek plaats te vinden. Voor vervolgonderzoek zijn bestaande soortenstandaards voor deze soorten richting gevend. De initiatiefnemer heeft de mogelijkheid tot gefaseerde bouw alsmede specifieke soortgerichte maatregelen te treffen bij het inrichten van het percelen en de nieuwbouw.
Afhankelijk van de resultaten van vervolgonderzoek naar het voorkomen van de hier bovenbedoelde soorten en de functionaliteit van de aanwezige bestaande structuren bestaat de mogelijkheid enige functionele aanpassingen te verdisconteren in de nieuwbouw en inrichting van de percelen. Gelet op de ligging van het plangebied zal dit met zorg dienen te geschieden na afronding van de hierboven bedoelde onderzoeken. Juist door een aantal specifieke voorzieningen te treffen kan het projectgebied bijdragen aan een versteviging van de locale EHS.
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 18
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
Samenvatting De quickscan is uitgevoerd 21 november 2014. Een quickscan heeft als doel in te schatten of er op de betreffende locaties planten en diersoorten aanwezig zijn dan wel te verwachten zijn die volgens de Flora- en Faunawet (Ffwet) een beschermde status hebben en die mogelijk nadeel kunnen ondervinden van de voorgenomen ingrepen. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op gebieden welke volgens overige natuurwetgeving zijn beschermd of deel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) c.q. Natura 2000. Uit deze quickscan is gebleken dat (i) er zich géén beschermde plantensoorten bevinden op de onderzochte percelen. Voorts is uit de situatie ter plekke gebleken dat het (ii) voorkomen van beschermde diersoorten zoals de rugstreeppad, (gebouw bewonende) vleermuizen en vogels zoals huismus, gierzwaluw en grote gele kwikstaart niet uitgesloten kan worden. Voorts kan worden opgemerkt dat de aanwezige gronden binnen het plangebied géén ideaal habitat voor de rugstreeppad vormt en het water van het haventje géén ideaal habitat voor de bittervoorn. Dit houdt in dat er bij verlies van dit terrein géén essentieel habitat verloren zal gaan voor betreffende soorten. In geval van de rugstreeppad is het evenwel goed mogelijk dat de percelen gedurende een periode van het jaar een functie vervullen voor deze soort.
Naar verwachting zal de uitvoering van de planvorming géén significante negatieve effecten hebben op de locale en nabije natuur (EHS en Natura 2000), mits een aantal aspecten nader onderzocht worden en de daar uit voortkomende bevindingen en adviezen verdisconteerd worden in de (uitvoering van) de planvorming. Een verhoogde stikstofdepositie valt niet te verwachten op basis van een gebruiksfunctie als wooneenheid en ontwatering valt te voorkomen. Noch valt bij normaal gebruik als wooneenheid een significant negatief effect op de fauna van de aangrenzende bestaande aquatische - en veenweide natuur te verwachten. De initiatiefnemer heeft de mogelijkheid tot gefaseerde bouw alsmede specifieke soortgerichte maatregelen c.q. aanpassingen te treffen bij het inrichten van de percelen en de nieuwbouw.
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 19
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
BRONNEN Literatuur
Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar V. van, Smeenk C., Thissen J.B.M., 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV, Utrecht. Brown, R., Ferguson, J., Lawrence, M., Lees, D., 1987. Vogelsporen. Determinatiegids voor sporen, veren, braakballen, schedels en andere tekens van Europese vogels. Dienst Regelingen. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, 2011. Soortenstandaard: Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii Dienst Regelingen. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, 2011. Soortenstandaard: Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus Dienst Regelingen. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, 2011. Soortenstandaard: Gewone grootoorvleermuis Plecotus auritus Dienst Regelingen. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, 2011. Soortenstandaard: Rugstreeppad Bufo calamita Dienst Regelingen. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, 2011. Soortenstandaard: Bittervoorn Rhodeus amarus Dietz, C., Helversen von, O., Nill D., 2009. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest Afrika. Tirion Natuur. Lange, R., Twisk, P., Winden, A. van, Diepenbeek, A. van., 1994. Zoogdieren van WestEuropa. KNVV-uitgeverij, Utrecht. Meijden, R. van der, 1996. Heukel’s flora van Nederland (22-ste druk). Wolters-Noordhoff, Groningen Sovon Vogelonderzoek Nederland, 2002.
Atlas van de Nederlandse Broedvogels 19982000: verspreiding, aantallen, verandering. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum VZZ. Anonymus. Vleermuizen in en om het huis. Brochure. VZZ & Universiteit Leiden. Nederland ‘meer’vleermuisland. Omgaan met meervleermuizen in het landschap. Brochure
Internet www.maps.google.nl www.quicksanhulp.nl www.versreidingsatlas.nl www.floron.nl www.ravon.nl www.zoogdiervereniging.nl www.vleermuisnet.nl www.vleermuizenindestad.nl www.stelling-amsterdam.nl www.kruidbos.com http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur/natura-2000 http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur/ecologische-hoofdstructuur http://wetten.overheid.nl/BWBR0009640 http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 20
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
BIJLAGE 1a Waargenomen soorten tabel III, 0-5km volgens NDFF –quickscanhulp.nl d.d. 21-11-2014 Soort
Soortgroep
Bescherming
Afstand
Rugstreeppad
Amfibieën
tabel III
0 - 1 km
Ringslang
Reptielen
tabel III
0 - 1 km
Bittervoorn
Vissen
tabel III
0 - 1 km
Boomvalk
Vogels
tabel III
0 - 1 km
Buizerd
Vogels
tabel III
0 - 1 km
Gierzwaluw
Vogels
tabel III
0 - 1 km
Grote Gele Kwikstaart
Vogels
tabel III
0 - 1 km
Havik
Vogels
tabel III
0 - 1 km
Huismus
Vogels
tabel III
0 - 1 km
Kerkuil
Vogels
tabel III
0 - 1 km
Ooievaar
Vogels
tabel III
0 - 1 km
Ransuil
Vogels
tabel III
0 - 1 km
Roek
Vogels
tabel III
0 - 1 km
Slechtvalk
Vogels
tabel III
0 - 1 km
Sperwer
Vogels
tabel III
0 - 1 km
Steenuil
Vogels
tabel III
0 - 1 km
Wespendief
Vogels
tabel III
0 - 1 km
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
tabel III
0 - 1 km
Laatvlieger
Zoogdieren
tabel III
0 - 1 km
Meervleermuis
Zoogdieren
tabel III
0 - 1 km
Rosse vleermuis
Zoogdieren
tabel III
0 - 1 km
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
tabel III
0 - 1 km
Watervleermuis
Zoogdieren
tabel III
0 - 1 km
Heikikker
Amfibieën
tabel III
1 - 5 km
Poelkikker
Amfibieën
tabel III
1 - 5 km
Gevlekte witsnuitlibel
Insecten - Libellen
tabel III
1 - 5 km
Hazelworm
Reptielen
tabel III
1 - 5 km
Zwarte Wouw
Vogels
tabel III
1 - 5 km
Baardvleermuis / Brandts vleermuis
Zoogdieren
tabel III
1 - 5 km
Boommarter
Zoogdieren
tabel III
1 - 5 km
Gewone/Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
tabel III
1 - 5 km
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren
tabel III
1 - 5 km
Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
tabel III
1 - 5 km
Vreelandseweg 11,13,17 en 19 te Nigtevecht
Concept 2 Pagina 21
Quickscan Flora & Fauna
5-12-2014
BIJLAGE 1b Waargenomen soorten tabel II, 0-5km volgens NDFF –quickscanhulp.nl d.d. 21-11-2014
Soort
Soortgroep
Bescherming
Afstand
Kleine modderkruiper
Vissen
tabel II
0 - 1 km
Paling
Vissen
tabel II
0 - 1 km
Rivierdonderpad
Vissen
tabel II
0 - 1 km
Grote keverorchis
Vaatplanten
tabel II
1 - 5 km
Moeraswespenorchis
Vaatplanten
tabel II
1 - 5 km
Rechte driehoeksvaren
Vaatplanten
tabel II
1 - 5 km
Rietorchis
Vaatplanten
tabel II
1 - 5 km
Ronde zonnedauw
Vaatplanten
tabel II
1 - 5 km
Spaanse ruiter
Vaatplanten
tabel II
1 - 5 km
Tongvaren
Vaatplanten
tabel II
1 - 5 km
Veldsalie
Vaatplanten
tabel II
1 - 5 km
Wilde gagel
Vaatplanten
tabel II
1 - 5 km
Wilde marjolein
Vaatplanten
tabel II
1 - 5 km
Zomerklokje
Vaatplanten
tabel II
1 - 5 km
Edelhert
Zoogdieren
tabel II
1 - 5 km
Eekhoorn
Zoogdieren
tabel II
1 - 5 km
Bijlage 2 Detailkaartje EHS. Vergelijk met figuur 4c.