Bijlage 1. Wijzigingstabel APV 2026.pdf
Tekst van het document
Wijzigingstabel Algemene plaatselijke verordening Stichtse Vecht 2024 (4e wijziging) 24 februari 2026
Algemene plaatselijke verordening Stichtse Vecht 2024 (4e wijziging) Artikel 2.44b (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
-
Artikel 2.44b Technische hulpmiddelen 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 10.15 van de Telecommunicatiewet, artikel 139d, tweede lid onder a en artikel 350d van het Wetboek van Strafrecht is het verboden op een openbare plaats technische hulpmiddelen te vervoeren, te gebruiken of bij zich te hebben die tot doel hebben het voorbereiden, faciliteren, plegen, afschermen of verhullen van strafbare feiten waarmee de openbare orde kan worden verstoord. 2. Het verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het technische hulpmiddel niet is bestemd of gebruikt voor de in het eerste lid bedoelde handelingen.
Artikel 2.44c (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
-
Artikel 2.44c Vervoer van stoffen die brand bevorderen 1. Het is verboden op een openbare plaats stoffen te vervoeren of bij zich te hebben die brand bevorderen en die gebruikt kunnen worden om brand te stichten, 1
brandstichting te vergemakkelijken of door brand sporen te wissen. 2. Het verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de genoemde stoffen niet zijn bestemd of gebruikt voor de in het eerste lid bedoelde handelingen.
2
Toelichting Algemeen Dit jaar heeft de VNG geen modelverordening voor de APV gepubliceerd, waardoor er geen technische wijzigingen hoeven te worden doorgevoerd. Inhoudelijk worden twee artikelen toegevoegd aan de APV. Het eerste artikel betreft het verbod op technische hulpmiddelen toegevoegd. Dit verbod ziet toe op technische hulpmiddelen, die bedoeld zijn voor het voorbereiden, faciliteren, plegen, afschermen of verhullen van strafbare feiten en waarmee de openbare orde kan worden verstoord. Het tweede artikel ziet toe op een verbod op het vervoer van brandbare stoffen. Beide artikelen worden verder toegelicht in de artikelsgewijze toelichting.
Artikelsgewijs Artikel 2.44b Technische hulpmiddelen Eerste lid Steeds vaker verstoren strafbare feiten de openbare orde, zoals bij plof- en ramkraken, autodiefstal en andere vormen van zware criminaliteit. Dit zorgt voor ordeverstoring en kan zorgen voor gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Gelet op het grote effect dat dergelijke criminaliteit heeft op de openbare orde en veiligheid, is het wenselijk om te kunnen optreden tegen het voorbereiden, faciliteren, plegen, afschermen of verhullen van strafbare feiten. Bij veel vormen van criminaliteit wordt gebruik gemaakt van technische hulpmiddelen. Voorbeelden hiervan zijn een baken, een Target Blue Eye (een systeem dat de nabijheid van hulpdiensten kan detecteren) of drones. Het zijn vaak middelen zijn die een software of hardware applicatie bevatten waarmee in de openbare ruimte bijvoorbeeld personen of goederen kunnen worden gevolgd of criminelen uit het vizier van opsporingsinstanties kunnen blijven. Op het gebied van bepaalde technische hulpmiddelen zijn al strafrechtelijke verboden opgenomen, zoals in artikelen 139d, tweede lid onder a en 350d van het Wetboek van Strafrecht, en artikel 10.15 van de Telecommunicatiewet. Echter wordt in deze artikelen geen aandacht besteed aan aantasting van de openbare orde en overlast die de inzet van deze middelen met zich meebrengt.
Daarom is het noodzakelijk om in de APV een artikel op te nemen dat het voorkomen van aantasting van de openbare orde en het woon- en leefklimaat tot doel heeft. Met deze bepaling moet kunnen worden opgetreden tegen technische hulpmiddelen die de openbare orde kunnen aantasten, doordat het gebruik, vervoer of bezit voor criminele doeleinden is bestemd. Net zoals bij inbrekerswerktuigen en het vervoer van stoffen die brand bevorderen, moet de openbare orde zoveel mogelijk worden beschermd door in een vroeg stadium handhavend te kunnen optreden. Tweede lid Uiteraard is het verbod niet van toepassing indien een technisch hulpmiddel niet voor het plegen van een strafbaar feit is bestemd. Aangezien veel voorwerpen als technisch hulpmiddelen kunnen worden beschouwd, is het niet de bedoeling dat de verdenking van het bij zich hebben, gebruiken of vervoeren van een dergelijk hulpmiddel lichtvaardig of 3
gemakkelijk wordt uitgesproken. Bij de handhaving van deze bepaling moet hier aandacht aan worden besteed. Dit houdt in dat personen op straat niet preventief op het bezit, gebruik of vervoer van dergelijke hulpmiddelen kunnen worden gecontroleerd, zonder dat daartoe aanleiding is. Vervolgens moet in een proces-verbaal of een bestuurlijke rapportage door een opsporingsambtenaar worden opgenomen op basis van welke feiten of omstandigheden er sprake is van een overtreding. Het tweede lid is dan ook opgenomen om optreden tegen technische hulpmiddelen met legale doeleinden te voorkomen. Artikel 2.44c Vervoer van stoffen die brand bevorderen Eerste lid Het verbod is bedoeld om het plegen van brandstichting of het wissen van sporen door brand te bemoeilijken. Het plegen van deze feiten wordt vergemakkelijkt door gebruik van stoffen die brand bevorderen. Onder stoffen die brand bevorderen worden ook begrepen stoffen die de ontbranding veroorzaken. Dergelijke stoffen kunnen brandstoffen zijn, maar ook stoffen die een ontploffing teweeg kunnen brengen of voor zelfontbranding vatbaar zijn. Met deze bepaling kan preventief worden opgetreden, bijvoorbeeld om het stichten van autobranden te voorkomen. Tweede lid Uiteraard is het verbod niet van toepassing als de in het eerste lid genoemde stof niet voor het stichten van brand of het wissen van sporen is bestemd of gebruikt.
Aangezien veel stoffen als brandbevorderend zouden kunnen worden beschouwd, is het niet de bedoeling dat de verdenking van het vervoeren of bij zich hebben van een dergelijke stof lichtvaardig of gemakkelijk wordt uitgesproken. Bij de handhaving van deze bepaling zal hier aandacht aan moeten worden besteed. Het tweede lid is dan ook opgenomen om onterechte inspecties te voorkomen. Dit houdt in dat personen op straat niet preventief op het bezit van dergelijke stoffen kunnen worden gecontroleerd, zonder dat daartoe aanleiding is. Alleen als er een gegrond vermoeden (verdenking) bestaat dat een persoon een dergelijke stof bij zich heeft om brand te stichten of sporen te wissen, kan controle en handhaving van het verbod plaatsvinden. In het proces-verbaal zal vervolgens moeten worden opgenomen op basis van welke feiten of omstandigheden de opsporingsambtenaar tot dat vermoeden is gekomen.
4