Bijlage 1 Ruimtelijk plan Cronenburgh 4 Loenen aan de Vecht (welstand).pdf
Tekst van het document
houd vragen en vaak geen energie kosten.
makkelijk kan inzijgen. Eventuele parkeer-
Regenton met hemelwaterafvoer
plaatsen in tuinen kunnen door toepassing
3.7.1 Klimaatadaptatie Bij de inrichting van de openbare ruimte is
van open verhardingen waterdoorlatend zijn. Garagepaden in de vorm van karrensporen
klimaatadaptatie het leidend thema. Minder
hebben daarom de voorkeur boven aaneen-
verharding, meer opgaande beplanting en
gesloten verhardingsvlakken. Een regenton
groen en daarnaast voldoende waterberging
bij de woning of liever nog een regenwater-
dragen bij aan het voorkomen van hittestress
put zijn goede manieren om het waterver-
door het voorzien in voldoende schaduwrijke
Kokosrol vóór de oever aangebracht
bruik te beperken.
en verkoelende verblijfsplekken.
3.7.3 Particuliere oevers Het groen in de locatie is mede gericht op
De oevers van aan het water gelegen kavels
het vasthouden van hemelwater en het ver-
worden groen en klimaat-adaptief ingericht
traagd afvoeren ervan naar het open water.
en voorzien van een lage beschoeiing. Om
Dit wordt onder andere bereikt door delen
hoogteverschillen te overbruggen worden tui-
van de groene openbare ruimte aan te leggen
nen aan het water hellend of terrasvormig 80
Beplanting op de kokosrol
aangelegd met lage keringen. Langs een deel van de tuin zijn vlonders mogelijk maar het grootste deel bestaat uit rietkragen en andere waterplanten, die ook deel kunnen uitmaken van het openbaar gebied en dan kunnen worden aangeplant in een kokosrol. Waterplanten dragen eveneens bij aan de biodiversiteit in het plangebied.
Zorgvuldige plaatsing van zonnepanelen
Shutters als moderne luiken
Afstemming van zonnepanelen en dakraam
Buitenunit warmtepomp op hellend dak
3.7.4 Waterberging De waterberging is belangrijk, niet alleen omdat het verharde oppervlak toeneemt maar ook vanwege de nu al merkbare veranderingen in het klimaat. Sloten en wadi’s worden daarom met elkaar verbonden tot een samenhangend watersysteem, bij voorkeur bovengronds. Ook de onverharde delen van het plangebied dragen bij aan de waterberging en de vertraagde afvoer van water. Dankzij het vele open water in de directe
3.7.5 Zonnepanelen
woonomgeving kan bij hevige regenbuien het hemelwater relatief snel worden afgevoerd.
Vanwege het dorpse ruimtelijk beeld is geko-
Omdat het aangrenzende agrarisch gebied
zen voor hellende daken die ook bijzonder
een deel van de wateropvang voor haar reke-
geschikt zijn voor de plaatsing van zonnepa-
ning neemt, is de kans op wateroverlast in
nelen. Hoewel de oriëntatie een rol speelt,
het woongebied zelf beperkt. Door te voor-
krijgt vrijwel elke woning wel een dakvlak op
zien in voldoende oppervlaktewater wordt
het zuiden, oosten of westen. Bij de plaatsing
ook het gevaar van droogtestress verkleind.
Inpassing dakkapel tussen zonnepanelen 81
van zonnepanelen wordt uitgegaan van aan-
eengesloten, rechthoekige vlakken, dichter
Aan de gevels opgehangen buitenunits zijn
bij de nok dan bij de goot. Rekening moet
niet toegestaan. Bij een ruime achtertuin is
worden gehouden met de plaatsing van dak-
plaatsing tegen de gevel in een omkasting of
ramen en dakkapellen, zodat rommelig inge-
achter hagen ook mogelijk.
deelde dakvlakken vermeden worden. Bij de situering van gebouwen en het rende-
Hoewel de voorkeur uitgaat naar bouwkun-
ment van de zonnepanelen zal ook rekening
dige oplossingen voor verwarming en verkoe-
moeten worden gehouden met de opgaande
ling moet rekening worden gehouden met la-
beplanting in de directe omgeving.
ter alsnog te plaatsen airco’s. Dergelijke
Insectensteen
voorzieningen en de bijbehorende leidingen
3.7.6 Zonwering en verkoeling Opgaande beplanting zorgt voor natuurlijke schaduwwerking, bijvoorbeeld in de vorm van leilinden. Beweegbare luiken en shutters zijn daarnaast een goede en eenvoudige manier
moeten op voorhand worden ingepast in het ontwerp van de woning. En ook een airco buitenunit moet op een vergelijkbaar zorgvuldige wijze worden ingepast als die van een warmtepomp.
om het interieur tegen zowel koude als warmte te beschermen. Ze zijn te verkiezen
3.7.8 Natuurinclusief bouwen
boven airco’s en andere energie verbrui-
Woningen bieden van oudsher ook huisves-
kende en geluid veroorzakende installaties.
ting aan dieren uit de directe omgeving. De
Bijenbaksteen
betere isolatie en detaillering van woningen
3.7.7 Inpassing installaties Bij de toepassing van warmtepompen moet worden gezorgd voor een goede plaatsing van de buitenunit. Deze mag geen geluidhinder opleveren voor de buren en staat uit het zicht. De voorkeur gaat uit naar plaatsing op het dak, bijvoorbeeld in de vorm van een metalen schoorsteen.
belemmeren echter vaak het medegebruik door dieren, zodat afzonderlijke maatregelen moeten worden getroffen. Neststenen voor bijvoorbeeld de gierzwaluw, de vleermuis, bijen of insecten zijn beproefde oplossingen voor bakstenen gevels, evenals vogelvides onder de dakpannen of vogelneststenen. Voor elk van deze voorzieningen gelden 82
Vleermuisentreesteen
verschillende eisen voor de juiste oriëntatie en plaatsing in het gevelvlak. Ook de tuin kan vaak natuurinclusiever worden ingericht. Groene erfscheidingen bieden natuurlijke verblijfsplaatsen voor tal van dieren en de mogelijkheid om zich van de ene naar de andere tuin te verplaatsen. En door bergingen met een plat dak van groen te
Gierzwaluwneststeen
Schuurdaken met en zonder groen
Mussen ‘onder de pannen’
Groen schuurdak als uitbreiding van de tuin
voorzien, wordt de hittestress verder tegengegaan en de waterberging vergroot. In Cronenburgh 4 wordt in de directe woonomgeving meer groen en water aangelegd dan in de eerdere fasen. Er staan meer bomen in de straten, er zijn meer groenplekken in nabijheid van de woningen gesitueerd en bovendien vormen de groen- en waterstructuren een doorlopend netwerk. Het plangebied zou daardoor heel goed een stapsteen kunnen worden in al aanwezige of nog aan te leggen verbindingen tussen bestaande natuurgebieden van het Natuurnetwerk Nederland of naar het Natura 2000 gebied van de Oostelijke Vechtplassen.
83
krijgen, is onderlinge afstemming tussen de projecten eveneens van
3.8 Bewaking ruimtelijke kwaliteit
groot belang. Een Kwaliteitsteam kan daarbij een positieve rol spelen, vooral wanneer haar functie niet alleen die van beoordelaar/plantoetser is maar vooral die van gesprekspartner en inspirator.
3.8.1 Relatie tussen Ruimtelijk plan en Welstandsnota
De leden van het Kwaliteitsteam moeten niet alleen affiniteit hebben
In de nota ‘Welstand Stichtse Vecht’ uit 2013, vervaardigd in opdracht
met architectuur maar ook de bedoelingen van het ruimtelijk ontwerp
van de gemeente Stichtse Vecht door Architectenwerk Twan Jütte uit
goed kunnen overdragen aan de volgende groep ontwerpers, waaronder
Delft, wordt op pagina 56 en 57 al aandacht besteed aan de uitbreiding
naast architecten bijvoorbeeld ook die van het maaiveld en het groen.
Cronenburgh, op het moment van vaststelling bestaande uit fase 1 en 2.
Zij toetsen niet alleen aan het beeldkwaliteitsplan maar denken en
Voor dit gebied geldt het welstandsniveau ‘gewoon’, evenals voor de ove-
schetsen actief mee bij het aanscherpen van het ontwerp tot het ge-
rige nieuwere woongebieden in Loenen aan de Vecht. Voor beide fasen
wenste kwaliteitsniveau.
wordt nu al gebruik gemaakt van de Welstandsnota. De beschrijvingen daarin zijn afgeleid van het Beeldkwaliteitplan voor de fasen 1, 2 en 3.
Het Kwaliteitsteam bestaat uit een voorzitter vanuit de gemeente vanwege de relatie met de projectvoortgang, één van de stedenbouwkundi-
Alleen voor het historische dorpscentrum geldt een welstandsniveau ‘be-
gen die het Ruimtelijk Plan hebben opgesteld vanwege de borging van
schermd’. Het omringende landschap heeft nu nog het welstandsniveau
de uitgangspunten van het ontwerp en een architect en stedenbouw-
‘bijzonder’ en dat zal voor de niet te bebouwen fase 5 zo blijven. Omdat
kundige en/of landschapsarchitect vanuit de CRK, de Commissie Ruim-
fase 3 nog niet gerealiseerd was, geldt voor dit gebied nog steeds het
telijk Kwaliteit van de GAVO, de Gemeentelijke Adviescommissie voor
welstandsniveau ‘bijzonder’ maar het ligt voor de hand, dat voor zowel
Omgevingskwaliteit. De architect uit de CRK heeft mandaat namens de
fase 3 als fase 4 na voltooiing het welstandsniveau ‘gewoon’ gehanteerd
GAVO wat betreft het welstandsaspect en de stedenbouwkundige of
gaat worden. Daarvoor moeten de Niveaukaart en de Gebiedskaart Loe-
landschapsarchitect alleen wat betreft het stedenbouwkundig of land-
nen en omgeving uiteraard worden geactualiseerd. De beschrijvingen zijn
schappelijk aspect.
betrekkelijk algemeen en hoeven waarschijnlijk niet of nauwelijks worden aangepast.
Voor de goedkeuring van de bouwaanvraag van de woningen geldt alleen het mandaat van de architect. Deze controleert namens de GAVO
3.8.2 Kwaliteitsteam
of het definitieve ontwerp bij aanvraag overeenstemt met de in het
Voor het bereiken van de gewenste beeldkwaliteit is een zorgvuldig ont-
Kwaliteitsteam gemaakte afspraken. Pas daarna worden de woning-
werpproces belangrijk, waarbij de juiste balans wordt gevonden tussen
bouwplannen in de reguliere openbare zittingen van de CRK/GAVO for-
kwaliteit en kosten. Omdat vaak meerdere architecten een opdracht
meel goedgekeurd. 84
3.8.3 Architectenkeuze Initiatiefnemers binnen Cronenburgh 4 leggen per deelgebied of onderdeel van een deelgebied aan het Kwaliteitsteam een lijstje voor met namen van drie architecten. Uit dat voorstel moet nadrukkelijk blijken dat de beoogde ontwerper bewezen affiniteit met het deelgebied Dorp, Klooster of Boerenlint. Het Kwaliteitsteam toetst of de noodzakelijke ervaring en affiniteit ook daadwerkelijk aanwezig is aan de hand van gerealiseerd werk (via een website of anderszins) en kan de initiatiefnemer verzoeken aanpassingen te doen in het voorstel. Uiteindelijk is de initiatiefnemer aan zet om de definitieve keuze uit het lijstje van drie te maken. Een initiatiefnemer kan ook een particulier zijn die een kavel koopt.
3.8.4 Welstandsbeoordeling Gemeente Stichtse Vecht heeft de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit (GAVO) ingesteld. Deze onafhankelijke commissie adviseert de raad en het college van burgemeesters en wethouders over aanvragen of ontwerpbesluiten voor omgevingsvergunningen. Het gaat dan om met name Buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s), waarvan ook in het geval van Cronenburgh 4 sprake is. De GAVO is een zeer breed samengestelde commissie die over meer gaat dan alleen welstand. Voor wat dit laatste betreft neemt het Kwaliteitsteam deze taak over, waarbij de afgevaardigde van CRK/GAVO in het Kwaliteitsteam mandaat heeft en de feitelijke welstandsbeoordeling beperkt blijft tot een formele stap in het planproces. Uiteraard zal de afgevaardigde de GAVO regelmatig op de hoogte brengen van de stand van zaken. 85
Colofon Wilfried Wesselink
-
Cronenburgh 4 B.V.
Mark Meijer
-
Solimax Projectmanagement
Rex den Heijer
-
Kubiek
Pelle Keizer
-
Kubiek
Marcel van den Bosch -
buRO
Johan Galjaard
-
Johan Galjaard Stede(n)bouw
Stef Veldhuizen
-
Stedenbouwkundig ontwerper en adviseur
Disclaimer: in de loop van het planproces worden tekeningen regelmatig aangepast. Er is geprobeerd om de thematische kaarten zoveel mogelijk te laten corresponderen met de laatste verkavelingstekening. Het is echter mogelijk dat hiertussen kleine verschillen zijn blijven bestaan. In dat geval is de verkavelingstekening maatgevend.
86