Bijlage 1 Ruimtelijk plan Cronenburgh 4 Loenen aan de Vecht (welstand).pdf
Tekst van het document
boomgroepen en bomenrijen bieden ook hoogwaardige habitats, evenals de voorgestelde ecologische oevers.
Droogte: De drie sfeergebieden worden alle geheel door water omgeGroenblauwe structuren: Alle watergangen zijn met elkaar verbonden
ven, deels met beplante oevers. Een doorlopende groenstructuur in het Dorp en groenplekken aan het water in het Klooster en Boerenlint bie-
en doodlopende delen komen niet voor. Veel watergangen worden be-
den de mogelijkheid om het water in de locatie langer vast te houden.
geleid door groene oevers, vaak beplant met bomen. Veel aandacht is geschonken aan particuliere oevers die slechts een zeer lage beschoei-
Wateroverlast: Het vasthouden van water en pas daarna afvoeren naar
ing krijgen en oplopende of terrasvormige tuinen.
het oppervlaktewater zijn de eerste maatregelen tegen wateroverlast. 42
Op de grens van Dorp en Klooster komt een langwerpig blok met de
2.6 Woningtypen
lange zijden aan een doorgaande straat en een waterpartij. Het zou kunnen verwijzen naar een landhuis, dat na de groei van het dorp in de
2.6.1 Grondgebonden woningen
bebouwde kom terecht is gekomen. De ommuurde tuin waar nu gepar-
Evenals in de eerste drie fasen van Cronenburgh bestaat het merendeel
keerd kan worden past daar goed bij.
van de woningen uit laagbouw. De meeste van deze woningen liggen in het deelgebied Dorp als rijen, tweekappers of vrijstaand aan een straat,
In het sfeergebied Klooster komen naast de grondgebonden woningen
incidenteel met een kleine voortuin. In de gesloten bouwblokken gren-
ook drie appartementenblokken, waarvan één met beneden-boven wo-
zen de achtertuinen aan een achterpad of parkeerterrein, in de half
ningen. Grotere bouwvolumes die onderdeel uitmaken van een klooster
open blokken aan een waterpartij. Enkele bijzondere woningtypen lig-
kunnen daarbij als voorbeeld dienen, zoals het convent (gemeenschap-
gen aan een klein groenelement. Ook behoren verschillende grondge-
pelijke woning), de refter (eetzaal) en natuurlijk de kloosterhof zelf.
bonden woningen tot het deelgebied Klooster, waar zij deel uitmaken van een groter complex met appartementen. Het Boerenlint bestaat uit
De ‘specials’ moeten aansluiten op het bestaande dorp en Cronenburgh
slechts één slingerend laantje met laagbouw.
fase 4. De bouwwerken mogen geen vreemde elementen worden in het dorpsbeeld en aangrenzende landschap. Evenals de ‘specials’ uit de eerdere fasen kunnen ze fungeren als accenten en herkenningspunten.
2.6.2 Appartementen
En evenals in historische dorpen verlevendigen ze het straatbeeld en
In de eerste fasen van Cronenburgh komen wel appartementen voor
het silhouet en dragen ze bij aan de variatie aan woonvormen.
maar deze zijn niet hoger dan de laagbouw. Wel staan hier meerdere ‘specials’, bijzondere grondgebonden woningen met een grotere bouwhoogte. In fase 4 zijn de appartementen en de ‘specials’ gecombineerd
2.6.3 Woningprogramma
tot enkele hogere, bijzondere gebouwen van drie en vier lagen.
Er wordt uitgegaan van verschillende woningtypologieën en deze zorgen voor een gemixte wijk. Er komen onder andere beneden-bovenwonin-
In de zuidwesthoek van het Dorp is een blokvormig volume geprojec-
gen, rug-aan-rugwoningen, vrijstaande woningen, appartementen en
teerd aan een pleinvormige ruimte. Een dergelijk bouwwerk zou bijvoor-
rijtjeswoningen. Daarmee wordt de wijk gedifferentieerder dan de voor-
beeld geïnspireerd kunnen zijn door het verdwenen kasteel Cronen-
gaande fasen van Cronenburgh, die vooral uit eengezinswoningen be-
burgh, natuurlijk zonder dat letterlijk een kasteeltje wordt ontworpen.
staat. Het grote voordeel is dat er daardoor verschillende doelgroepen
Tegenover dit blok komt een rij beneden-boven woningen, die de plein-
kunnen worden bediend, ook in het betaalbare segment. Zo komt er in
ruimte met hun achtertuin begrenzen.
Cronenburgh 4 ruimte voor zowel jongeren, gezinnen als ouderen. Het 43
ruimtelijk plan is dan ook maximaal afgestemd op de Woonvisie 20232030 van de gemeente Stichtse Vecht. Daarin wordt ook de mogelijkheid geboden om middeldure huur (deels) in te kunnen wisselen voor bereikbare koop, wat nodig kan zijn vanwege de hoge ambities die de financiële haalbaarheid van het definitieve programma niet in de weg mogen staan.
2.7 Verkeer en parkeren
2.7.1 Autoverkeer Fase 4 krijgt twee hoofdontsluitingen, één op de Randweg en één op de Rijksstraatweg. De aansluiting op de Randweg ligt halverwege de locatie, die op de Rijksstraatweg even ten zuiden van de rotonde. De aansluiting op de Randweg is bestemd voor de sfeergebieden Dorp en Klooster, die op de Rijksstraatweg alleen voor het Boerenlint. Deze laatste krijgt dan ook een bescheidener profiel, uitgaande van ‘shared space’, omdat er veel minder verkeer gebruik van zal maken. Een doorgaande autoverbinding door fase 4 wordt niet voorzien, alleen
Verkeersstructuur
voor nooddiensten wordt daarvoor een mogelijkheid gecreëerd. Daartoe wordt aan de oostzijde van het Klooster een verzinkbare afzetpaal ge-
Ruimtelijke Onderbouwing voor de juridische procedure van de Omge-
plaatst. Aan beide zijden van het klooster wordt door inrichtingselemen-
vingswet wordt een mobiliteitsonderzoek verricht dat wordt afgestemd
ten duidelijk gemaakt, bijvoorbeeld een toegangspoort, dat dit gebied
met de Provincie.
alleen bedoeld is voor bestemmingsverkeer en langzaam verkeer. Autoverkeer naar fase 3 van Cronenburgh of het bestaande dorp wordt
Anders dan in de eerdere fasen van Cronenburgh maakt de Randweg nu
evenmin mogelijk gemaakt. Evenals eerdere fasen van Cronenburgh
veel meer deel uit van de dorpsrand. In plaats van een brede groenzone
wordt ook fase 4 alleen buitenom voor auto’s bereikbaar. In de
die de bebouwing afschermt is de nieuwbouw nu juist op de Randweg 44
gericht. De gedachte is dat de weg meer voelt als deel van de be-
2.7.3 Rondje om het dorp
bouwde kom, waardoor er mogelijk minder hard gereden wordt, vooral
Met de realisatie van fase 4 wordt niet alleen het dorp afgerond maar
ter hoogte van de aansluiting met fase 4 halverwege de slinger in de
krijgt Loenen aan de Vecht ook een ‘rondje om het dorp’, althans langs
Randweg.
de noordwestzijde. Het al aangelegde voetpad in de parkstrook langs de eerdere fasen van Cronenburgh wordt voortgezet langs de wegsloot van
2.7.2 Langzaam verkeer
de Randweg, begeleid door onder andere bestaande en nieuwe bomen.
Voor het langzaam verkeer worden wel rechtstreekse verbindingen aan-
Het loopt niet alleen langs de drie deelgebieden maar sluit ook op
gelegd met de aangrenzende woongebieden. Twee bruggen over de wa-
meerdere plekken aan op het stratenpatroon, zodat bewoners worden
terpartij langs de Kappeyne van de Coppellolaan sluiten aan op respec-
uitgenodigd voor een wandeling en kinderen zich veilig van de ene naar
tievelijk de Ligtelijnweg en de Chris Schutweg in fase 3. Beide wegen
de andere speelplek kunnen bewegen.
komen uit op de Bastertlaan, de grens tussen fase 2 en 3, en een belangrijke langzaam verkeersverbinding met de Keizer Ottolaan. Ook
2.7.4 Parkeren
wordt een fietsbrug gelegd naar de Buitenhof in het bestaande dorp.
Meer nog dan in de eerdere fasen van Cronenburgh is ervoor gekozen
Vanuit het deelgebied Klooster wordt voorts een voetgangersbrug voor-
om de auto zoveel mogelijk uit het straatbeeld te weren. Zo wordt de
zien naar de begraafplaats, waardoor de samenhang met het bestaande
openbare ruimte een verblijfsgebied waar het aantrekkelijker en veiliger
dorp verder wordt versterkt.
is voor zowel fietsers, voetgangers als spelende kinderen. Om dit doel te bereiken wordt het parkeren zoveel mogelijk geclusterd op daarvoor
Uit het participatieproces is gebleken dat voor doorgaand fietsverkeer
bestemde plekken, grotendeels uit het zicht. Ook gebouwde voorzienin-
de voorkeur uitgaat naar een vrijliggend fietspad langs de Randweg.
gen zijn denkbaar, zoals parkeerschuren en afgedekte parkeerplaatsen.
Een dergelijk fietspad maakt geen deel uit van het planproces van Cro-
Hierdoor is het mogelijk om het langs parkeren in straten te beperken
nenburgh 4 en is inmiddels door de provincie afgewezen. Uiteindelijk zal
tot één zijde.
er ook een mobiliteitstoets moeten worden uitgevoerd om te bepalen of de voorgestelde verbindingen voldoende capaciteit bieden. De door de
Bij de analyse van het benodigde aantal parkeerplaatsen is aanvanke-
Fietsersbond bepleite fietsroute vanaf de Bastertlaan richting de Ka-
lijk uitgegaan van de nota Parkeernormen Stichtse Vecht van juli 2015
naaldijk heeft overigens ook invloed op de te maken keuzen maar de
(bijlage 3a). Cronenburgh valt daarin binnen het gebied ‘rest bebouwde
aanleg hiervan is vooralsnog onzeker.
kom’, en wordt gezien als ‘matig stedelijk’. Dat leidde tot relatief hoge parkeernormen per woning, waarbij voor de beneden/bovenwoningen een vertaling heeft plaatsgevonden (dit type wordt namelijk niet 45
beschreven in de nota). Datzelfde geldt voor de woningen die worden
Loenen aan de Vecht zelf, te weten Driehoven en Hoefijzer. Wanneer
getypeerd als ‘levensloop bestendig’ en ‘rug-aan-rug woningen’.
dit type woningen niet aanwezig is in Loenen aan de Vecht is gebruik gemaakt van data uit omliggende en/of vergelijkbare gemeenten waarin
Op het ogenblik wordt door de gemeente gewerkt aan een nieuw mobi-
deze woningtypen wel voorkomen. Rug-aan-rug woningen en levens-
liteitsprogramma, waarin meer wordt gekeken naar maatwerk gerela-
loop woningen, beide betaalbare koopwoningen met een relatief be-
teerd aan woningtypes, doelgroepen en alternatieve vervoersvoorzienin-
perkte oppervlakte voor een grondgebonden woning van 55-65 m², zijn
gen zoals deelauto's. In dit mobiliteitsprogramma worden waarschijnlijk
hierbij geclassificeerd als koopappartementen kleiner dan 75 m². Voor
lagere parkeernormen gehanteerd, die het mogelijk maken om de op-
de parkeernorm voor bezoekers sluit Goudappel aan bij het kencijfer uit
pervlakte aan verharding terug te dringen ten gunste van de opper-
de meest recente CROW-publicatie. Voor Cronenburgh 4 (rest be-
vlakte aan groen. De gehanteerde parkeernormen voor Cronenburgh
bouwde kom in matig stedelijk gebied) komt dat neer op 0.15 parkeer-
fase 4 kunnen dus misschien nog worden verlaagd. Daarom is vooruitlo-
plaats per woning. Deze is meegenomen in de volgende normering:
pend op het mobiliteitsprogramma aan verkeersadviseur Goudappel ge-
▪
2.05 vrijstaande woningen
vraagd om, aanvullend op het door haar uitgevoerde verkeersonderzoek,
▪
1.95 tweekappers
onderzoek te doen naar geschikte parkeernormen voor Cronenburgh IV.
▪
1.85 rij- en hoekwoningen
▪
1.85 appartement duur
Goudappel heeft in haar notitie van 23 juni 2025 gebruik gemaakt van
▪
1.45 rug-aan-rug / levensloop / bebo
data over het daadwerkelijke autobezit (CBS-(micro)data), inclusief het
▪
1.15 sociale huur midden
gebruik van leaseauto’s en inclusief correcties voor het parkeren van
▪
0.95 sociale huur goedkoop.
zakelijke auto’s en/of grijze kentekens in de avonduren. Op deze wijze is het mogelijk om inzicht te krijgen in het autobezit bij verschillende ty-
De huidige nota Parkeernormen Stichtse Vecht van juli 2015 bevat geen
pen woningen naar eigenaarschap (koop, huur, sociale huur), type wo-
aanwijzingen omtrent reductie factoren bij parkeren op eigen terrein. Er
ningen (grondgebonden, niet-grondgebonden) en oppervlakteklassen.
wordt er van uitgegaan dat alle parkeerplaatsen die op eigen terrein
Goudappel beschikt over deze niet-rechtstreeks-openbare gegevens en
worden aangeboden volwaardig kunnen worden ‘verrekend’ met de be-
heeft hier in de laatste jaren veel onderzoek naar gedaan.
hoefte aan parkeerplaatsen per buurtje. Het is daarbij wel van belang dat de parkeerplaatsen ook echt als zodanig worden aangelegd en deze
Voor de analyse is vanwege een goede vergelijkbaarheid primair ge-
ruimte niet gebruikt gaat worden als tuin of uitbreidingsruimte voor een
bruik gemaakt van data van de wijk Cronenburgh in Loenen aan de
woning. De parkeerplaatsen op eigen erf moeten dan ook goed worden
Vecht. Omdat echter niet alle toekomstige type woningen in deze buurt
vastgelegd, bijvoorbeeld via een kettingbeding in de koopovereenkom-
aanwezig zijn, is daarna gekeken naar data vanuit andere buurten in
sten van de woningen. 46
2.8 Ruimtegebruik 2.8.1 Uitgeefbaar gebied Het uitgeefbaar gebied in fase 4 bedraagt 31.839 m² oftewel 57% van de totale oppervlakte van het plangebied, een percentage dat gebruikelijk is bij dergelijke nieuwbouwprojecten. Uitgegeven worden de woonhuiskavels, de parkeervoorzieningen binnen de bouwblokken en het privé groen bij de appartementenblokken. Zo ontstaan duidelijk begrensde eigendommen die heldere overgangen naar het openbaar gebied mogelijk maken. Hoewel er op meerdere plekken tuinen aan het water grenzen wordt nergens water uitgegeven. De overgangen tussen het uitgeefbaar en openbaar gebied vormt een belangrijk deel van de ontwerpopgave. Dat geldt voor zowel de zachte en harde erfscheidingen langs de straat als de oevers langs het water. Het zorgvuldig ontwerpen van deze overgangen is mede bepalend voor de te bereiken ruimtelijke kwaliteit.
2.8.2 Openbaar gebied Het openbaar gebied bestaat uit water, groen en verharding. De verharding is onderverdeeld in wegen, paden en parkeren. De verschillende verhardingen worden toegelicht in deel II, het Beeldkwaliteitplan. Van belang is dat ook aaneengesloten verhardingen grotendeels water doorlatend kunnen zijn, met name die van paden en parkeervakken. De verhardingen en de niet verharde vlakken nemen elk ongeveer evenveel oppervlakte in beslag, respectievelijk 21% en 22%. Naar verwachting zal circa 30% van het openbaar gebied waterdoorlatend worden.
Ruimtegebruik Cronenburgh fase 4 47
2.8.3 Vergelijking fase 4 met fase 1, 2 en 3 In 2020 is onderzocht welke woningdichtheid binnen de fasen 1, 2 en 3 is gerealiseerd. Daarbij zijn de oppervlakten bepaald binnen de rode contour op de tekening. De gronden behorende bij de Randweg zijn dus buiten beschouwing gelaten. De dichtheid van het gerealiseerde deel van Cronenburgh komt volgens deze berekening uit op 21 woningen per hectare. De dichtheid volgens de verkavelingsschets voor fase 4 komt uit op circa 37 woningen per hectare. Dat verschil komt doordat er in de fasen 1, 2 en 3 maar weinig gestapelde of kleinere woningen voorkomen. Terwijl er juist in fase 4, vanwege de nieuwe Woonvisie, veel meer gestapelde woningen en kleinere woningen zoals de rug-aan-rug woningen en de beneden-boven woningen zijn voorzien. Wanneer de gestapelde woningen en de specifiek projecten zouden worden omgerekend naar grondgebonden woningen ontloopt de dichtheid in fase 4 de dichtheid in de gerealiseerde fasen echter niet of nauwelijks. Voor die omrekening is gekeken naar het grondgebruik, dat ook al eens eerder voor de gerealiseerde fasen 1, 2 en 3 is berekend. In de afbeelding hiernaast staan de metrages en percentages voor het uitgeefbaar en het openbaar gebied en die zijn vrijwel identiek aan die voor fase 4.
Voor de sfeer en beleving van het plan zijn juist de percentages voor de uit te geven kavels, voor de hoeveelheid groen en het aanwezige water belangrijke indicatoren. Uit de berekening van het grondgebruik van fase 4 blijkt dat de hogere woningdichtheid nauwelijks van invloed is op de hoeveelheid uitgege-
Ruimtegebruik Cronenburgh fase 1, 2 en 3
ven grond. 48
Ondanks de stapeling van woningen of het op een bijzondere wijze
Met deze groene rand komt het percentage groen in fase 3 uit op 16%,
clusteren van woningen zijn de percentages groen en water immers vrij-
tegenover 14% in fase 4, zonder de groene rand mee te rekenen worden
wel gelijk, zodat fase 4 een even luchtig woongebied kan worden als
deze percentages respectievelijk 3% en 14%. Door het groen minder
fase 1 en 2 en aanmerkelijk groener dan fase 3, waar het meeste park-
langs de randen te projecteren krijgt de directe woonomgeving een veel
groen langs de Randweg terecht is gekomen.
groener karakter, wat heel gunstig is voor het microklimaat.
Zicht vanuit fase 2 op fase 3 van Cronenburgh
Special met uitzichttoren
49
bouwwerken die met elkaar een samenhangend complex vormen. In het
3. Beeldkwaliteitplan
platte vlak is dit complex herkenbaar door een afwijkende verharding, de kloostervloer. In sommige gevallen staan de bouwwerken op de perceelsgrens, in andere gevallen eindigt hier de kloostervloer. De privétuinen van de grondgebonden woningen liggen achter een erfscheiding.
3.1 Verkavelingsprincipes drie deelgebieden
Deelgebied Boerenlint is gegroepeerd aan een landweg, die achter de bestaande erven langs slingert. Hier grenst het openbaar gebied in de
3.1.1 Samenhang en variatie
regel aan tuinen en staan de langsgevels nooit op de erfgrens. Alleen
Cronenburgh fase 4 vormt een samenhangend ruimtelijk ontwerp maar
twee kopgevels staan wel op de erfgrens en markeren zo de beide
kent ook de nodige variatie. Zo krijgt deze laatste fase, meer dan in de
haakse bochten in de landweg.
eerdere fasen van Cronenburgh, een grotere mix aan woningtypen. Dat is niet alleen het gevolg van de nieuwe Woonvisie maar ook van de
3.1.3 Drie deelgebieden
vorm van de locatie. Deze ligt ingeklemd tussen de gevarieerde huidige
Voor de drie deelgebieden Dorp, Klooster en Boerenlint worden ook af-
noordwestkant van het dorp met haar verschillende bebouwingsranden
zonderlijke beeldkwaliteitseisen geformuleerd. Daardoor worden de
en functies en de lange serpentine van de Randweg. Hierdoor wordt het
stedenbouwkundige verschillen architectonisch verder aangescherpt tot
gebied op een natuurlijke manier in verschillende stukken verdeeld die
herkenbare sfeergebieden met een eigen ruimtelijke karakteristiek.
uitnodigen tot een verschillende invulling en signatuur. Dat blijkt al uit
Voor de bebouwing, de erfgrenzen en de openbare ruimte worden af-
het stedenbouwkundig plan.
zonderlijke beeldkwaliteitseisen opgesteld: ▪
3.1.2 Verschillende verkavelingen
Criteria bebouwing: de beeldkwaliteitseisen waaraan alle woningontwerpen moeten voldoen en die door het Kwaliteitsteam als
Deelgebied Dorp wordt op klassieke wijze verkaveld tot een regelmatig
maatgevend worden gehanteerd.
stratenpatroon. De overgang tussen uitgegeven en openbaar gebied be-
▪
Regels erfgrenzen: de beeldkwaliteitseisen waaraan alle door de
staat uit een strakke erfgrens. In de meeste gevallen staat de voorgevel
ontwikkelaar te realiseren erfgrenzen moeten voldoen en die door
hierop en vallen erfgrens en rooilijn dus samen. Een teruggelegde rooi-
de bewoners/eigenaars in stand moeten worden gehouden, al of
lijn behoort plaatselijk echter ook tot de mogelijkheden, waardoor een
niet te waarborgen via een kettingbeding in de koopovereenkomst.
ondiepe voor- of zijtuin ontstaat. In die situatie kan de erfgrens gemar-
▪
Richtlijnen openbare ruimte: de beeldkwaliteitseisen die zorgdragen
keerd worden door een transparant hekwerk met verticale spijlen.
voor een goede afstemming tussen de bebouwing, de erfgrenzen en
Deelgebied Klooster bestaat uit een ensemble van grotere en kleinere
het openbaar gebied. 50
3.2 Dorp 3.2.1 Architectonische sfeer Dit sfeergebied vormt de voortzetting van Cronenburgh fase 3 aan de overzijde van de waterpartij langs de Kappeyne van de Coppellolaan. Ook het Dorp heeft de karakteristieke smalle straatprofielen maar in fase 4 doen ook langgerekte groenstroken in straten hun intrede. Zo wordt niet alleen de directe woonomgeving groener maar ontstaan vizieren met lange doorzichten op het aangrenzende landschap. Een groot verschil ten opzichte van de eerdere fasen zijn de op de Randweg gerichte voorkanten van de bebouwing. Dit omslagpunt ligt ter hoogte van de waterpartij langs de Kappeyne van de Coppellolaan. De architectuur in het Dorp is kleinschalig, pandsgewijze bebouwing en korte rijen overheersen, veelal samengevoegd tot een gevarieerde straatwand van op elkaar afgestemde architectuur. Daarnaast komen
Sfeergebied Dorp
ook tweekappers en een enkele vrijstaande woning voor. De afzonderlijke woning is altijd goed herkenbaar. De verschijningsvorm is eigen-
3.2.2 Specials
tijds maar niet modieus. Er is zowel ruimte voor moderne als traditio-
De specials in de zuidwest- en noordoosthoek liggen beide aan een wa-
nele oplossingen. Elke grondgebonden woning krijgt een kap, de voor-
terpartij en contrasteren met de laagbouw door hun grotere bouw-
gevels zijn gevarieerd met de voordeur als duidelijk accent en woning-
hoogte en hun alzijdigheid. Als vrijstaande volumes verwijzen ze naar
brede panoramaramen ontbreken.
de landhuizen langs de Vecht met hun klassieke uitstraling. De afzon-
De vormgeving is eenvoudig maar de woningen worden zorgvuldig ge-
derlijke woning is ondergeschikt aan het totaalbeeld, de hoofdentree
detailleerd. Als inspiratie dient de periode van de naoorlogse shake-
wordt rijk vormgegeven. Bijzondere en/of samengestelde kapvormen
hands architectuur, , waarin moderne en traditionele architectuuropvat-
geven de specials een opvallend silhouet, waardoor ze herkenningspun-
tingen versmolten tot een nieuwe, humane vormgeving. Dit sfeergebied
ten worden langs de waterpartij tegenover het park naast Cronenburgh
sluit hierdoor in architectonisch opzicht naadloos aan op de eerdere fa-
3 en de entree van het woongebied vanaf de Randweg.
sen van Cronenburgh met hun bereikte ruimtelijke samenhang. 51
Referentiebeelden special landhuis
52
3.2.3 Criteria bebouwing Ontwerpeenheid ▪
De kleinste korrel vormt de basis van de verkaveling en bestaat uit het afzonderlijke woonhuis met eigen voorgevel. Minimaal 30% van de woningen moet worden gebouwd als kleinste korrel.
▪
De volgende korrel bestaat uit twee aan
Pandsgewijze bebouwing met topgevel
Pandsgewijze bebouwing vrijstaand
Pandsgewijze bebouwing met trapgevel
Rijwoning met samengestelde kap
Pandsgewijze bebouwing op geknikte rooilijn
Kopgevel vormgegeven als voorgevel
elkaar gebouwde woningen tussen tuinen of als twee- of drietal in een gevelwand. ▪
De daaropvolgende korrel wordt gevormd door een complete rij met bijvoorbeeld bebo’s.
▪
De grootste korrel wordt gevormd door het afzonderlijke appartementenblok, de special.
▪
De woningen staan met de voorgevel op de erfgrens, een teruggelegde rooilijn is mogelijk voor maximaal 20% van de bloklengte.
Bouwvolume ▪
Grondgebonden woningen krijgen twee bouwlagen met kap. Bij pandsgewijze schakeling staat het zadeldak haaks op de straat, bij groepsgewijze schakeling staat het zadeldak evenwijdig aan de
53
▪
▪
▪
straat. Beide kapvormen kunnen worden gekoppeld via een samengestelde kap tot
gericht of vierkant, het horizontale raam
een drie- of viertal.
vormt een uitzondering. ▪
Bebo’s krijgen eveneens twee lagen met kap, in de regel een langskap. Dwarskap-
▪
▪
▪
Over twee bouwlagen samengevoegde
blok te geleden of te beëindigen.
raamopeningen of hoekramen zijn toege-
Appartementen zijn mogelijk tot vier la-
staan.
gen met kap, waarbij ook in de kap wordt ▪
De raamassen mogen verticaal doorlopen maar ook verspringen.
pen kunnen worden toegepast om het ▪
Raamopeningen zijn in de regel verticaal
Twee onder één (samengestelde) kap
▪
De voordeur wordt geaccentueerd door
gewoond.
bijvoorbeeld een diepere negge, een om-
Om de schaalsprong te beperken wordt
lijsting van baksteen of een hoofdgestel
uitgegaan van meerdere afzonderlijke za-
met bovenlicht en een hardstenen stoep-
deldaken of geschakelde kapvormen.
plaat. ▪
Bij appartementen in de kap zijn reeksen
Kopgevels op de erfgrens of via een zij-
van dakkapellen toegestaan, evenals een
tuin gericht op de straat worden be-
kap zonder nok in de vorm van een hel-
schouwd als voorgevels met raam- en/of
lend gevelvlak van maximaal 60 graden.
deuropeningen. ▪
In alle gevallen zijn zowel zadeldaken als mansardes en symmetrische als asym-
Dorpse gestapelde bebouwing
Bij de indeling van de gevel kunnen naast raamopeningen ook penanten en/of
metrische kappen mogelijk.
blinde nissen worden toegepast.
Gevelbeeld
Materialen en kleuren
▪
▪
De gevelindeling ondersteunt de korrel-
Gevels van de hoofdvolumes worden voor
grootte van de bouwvolumes en accentu-
het merendeel opgetrokken uit aardkleu-
eert deze door middel van een individu-
rige, bruinrode tot paarsrode baksteen, al
ele, gespiegelde of seriële plaatsing van
of niet genuanceerd. ▪
raam- en deuropeningen.
Appartementenblok met opvallende kappen 54
Incidenteel is als accent een gebroken wit gekeimde of gestucte gevel mogelijk.
▪
▪
▪
▪
Voor karakteristieke onderdelen van de
▪
Detaillering van de entree met mee-ont-
gevel kan ook natuursteen worden toege-
worpen brievenbus, huisnummerplaat,
past, bij voorkeur Belgische hardsteen.
vlaggenstokhouder en buitenlamp.
Daken worden gedekt met keramische
▪
Als optie plantenbakken, gevelbanken of
antracietkleurige of bruinrode dakpannen
andere accessoires in de voorgevel aan-
of grijze natuursteen leien.
bieden.
Ramen en kozijnen worden in hout uitgevoerd en kunnen hun natuurlijke kleur
Aan- en uitbouwen en bijgebouwen
behouden of gebroken wit, lichtgrijs of
▪
Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn
een andere neutrale tint worden geverfd.
maximaal één bouwlaag hoog, gerekend
Antracietkleurige ramen en kozijnen zijn
zonder een eventuele kap of aankapping
niet toegestaan.
aan het hoofdgebouw.
Het kleurgebruik aan de buitenzijde is te-
▪
rughoudend, de uitstraling wordt vooral bepaald door de tinten en textuur van de
Suggestie van bovenlicht bij voordeur
Bij voor- en zijgevels op de erfgrens zijn geen erkers en/of veranda’s toegestaan.
▪
toegepaste materialen.
Carports en garages moeten minimaal 6,00 meter achter de voorgevel worden gesitueerd, zodat er op eigen terrein al-
Detaillering ▪
Ambachtelijke detaillering van het met-
Carports in zijtuinen zijn niet toegestaan, vrijstaande garages in zijtuinen moeten
metselverbanden, rollagen, plinten, lijs-
in de erfgrens worden gesitueerd. ▪
van de woning mogen plat worden afge-
dus zonder boeidelen of windveren, met
dekt maar ook worden voorzien van een
een metalen afdekking van het metsel-
kap of aankapping aan het hoofdgebouw.
Dakranddetail langsgevel met zinken
▪
Natuurstenen omlijsting en stoepstrook
Carports en garages tegen de zijgevel
Dakranddetail kopgevel steen-op-steen,
werk. ▪
▪
selwerk met bijvoorbeeld verschillende ten en nissen. ▪
tijd een parkeerplaats gegarandeerd is.
Vrijstaande garages in de zijtuin moeten worden voorzien van een kap.
bakgoot op of aan het metselwerk of een
Stoepstrook is geveltuin geworden
verholen goot in het dakvlak. 55
▪
Alle bijbehorende bouwwerken waaron-
3.2.4 Regels erfscheidingen
der bergingen worden ontworpen in sa-
▪
menhang met de woning en geplaatst te-
Voor-, zij- en achtertuinen
gen de achtergevel of op de hoek van zij-
▪
gen met een teruggelegde rooilijn en
Alle bijbehorende bouwwerken waaron-
kunnen worden afgeschermd met een
der bergingen langs het openbaar gebied
spijlenhek van maximaal 1.00 meter hoog
worden voorzien van een gemetselde gevel conform die van de bijbehorende wo▪
met daarin eventueel een draaihek. ▪
gebied worden afgeschermd door gemet-
Bijbehorende bouwwerken waaronder
selde tuinmuren van minimaal 2,00 meter
bergingen in zij- en/of achtertuinen aan
hoog met daarin een houten poortdeur of
en gesitueerd op circa 3,00 meter van de
Teruggelegde rooilijn met plantenbakken
draaihek van metalen spijlen. ▪
Zij- en achtertuinen langs een achterpad
oeverlijn, met hiertussen een mee-ont-
worden afgeschermd door een houten
worpen vlonder of steiger.
erfscheiding met poort die in samenhang
Voor elke woning wordt een passende
met de tuinberging geheel is ontworpen.
dakkapel (al of niet in het gevelvlak) ont-
▪
Zij- en achtertuinen langs het openbaar
ning.
het water worden ontworpen als tuinhuis
▪
Voortuinen komen alleen voor bij wonin-
en achtererfgrens.
▪
De erfscheiding tussen achtertuinen be-
worpen en bij voorkeur gerealiseerd maar
staat uit groenblijvende hagen, versterkt
minimaal als verplichte optie aangebo-
met een stalen raster of een vlechtwerk
den.
van wilgentenen van maximaal 2,00 me-
Op bijbehorende bouwwerken zijn geen
ter hoog.
Tuinmuur
dakkapellen toegestaan. ▪
▪
Bergingen bij bebo’s of bij appartemen-
Oevers langs tuinen
tenblokken worden altijd inpandig opge-
Zij- en achtertuinen aan het water krijgen
lost.
hierlangs geen zichtbare tuinschei-ding maar
Bergingen bij bebo’s maken deel uit van
op de oever wordt een lage houten beschoei-
het hoofdvolume.
Groenblijvende haag
ing aangelegd. 56
▪
Langs zij- en achtertuinen worden in het water kokosrollen aangebracht ten behoeve van de groei van waterplanten.
▪
De erfscheiding tussen achtertuinen aan het water bestaat uit groenblijvende hagen, versterkt met een stalen raster of een vlechtwerk van wilgentenen van maximaal 2.00 meter hoog tot op 3,00
Achtertuinen met meerdere niveaus
meter van de oever, waar de erfscheiding
Lage beschoeiingen
maximaal 1,00 meter bedraagt. ▪
Zij- en achtertuinen aan het water worden hellend of terrasvormig aangelegd zodat het lage deel van de tuin aansluit
Hekwerken en tuinmuren ▪
langs voortuinen worden afgestemd op
op de lage beschoeiing. ▪
het woningontwerp.
Het ophogen van zij- en achtertuinen aan het water en het aanbrengen van hogere
▪
als het hoofdgebouw en mogen zowel in
kettingbeding bij de koopovereenkomst. ▪
een dicht als een (deels) open metsel-
Langs achtertuinen mogen de beschoei-
verband worden uitgevoerd.
ingen voor maximaal de helft van een houten vlonder worden voorzien, langs
▪
geschikte specie te gebruiken of spanka-
Vlonders mogen niet uitkragen voorbij de
bels of metalen rasters aan te brengen.
beschoeiing om schaduwrijk water te ▪
vermijden ▪
Vlonders krijgen een maximale diepte
Gemetselde muren kunnen vergroenen met klimop of andere muurplanten door
zijtuinen zijn geen vlonders toegestaan. ▪
Tuinmuren langs zij- en achtertuinen worden gemetseld in dezelfde baksteen
beschoeiingen is niet toegestaan en deze
Terras en lage beschoeiing
Hekwerken en eventuele draaihekken
Een poortdeur of draaihek van metalen spijlen wordt qua vormgeving en kleur afgestemd op het woningontwerp.
van 1,50 meter.
Tuinen en vlonders aan het water 57
▪
3.2.5 Richtlijnen buitenruimte
De trottoirs krijgen een breedte van 2,05 meter, inclusief de opsluitband en de stoepstrook.
Stoepen en geveltuinen ▪
▪
breedte van 4,80 meter en worden be-
kers in een elleboog- of blokverband met
straat met een blauwrode straatklinker in
een breedte van circa 0,50 meter.
keperverband. ▪
De stoepstrook ligt in het openbaar ge-
Parkeervakken voor langsparkeren in de straat worden niet gemarkeerd met lijnen
Stoepstrook
worden gebruikt, zoals de plaatsing van
of tegels maar vormen een doorlopende
een gevelbank of bloembakken.
strook. ▪
De bestrating van de stoepstrook mag in
De parkeerstroken krijgen een breedte van 2,00 meter en worden bestraat in de-
overleg met de gemeente deels worden
▪
De rijstroken krijgen een minimale
stoepstrook van okergele gebakken klin-
bied maar mag voor privé doeleinden
▪
▪
Langs de voor- en zijgevels ligt een
verwijderd voor de aanleg van een door
zelfde grijsrode straatklinker in elleboog-
de bewoner(s) te onderhouden geveltuin.
verband. ▪
De gemeente voorziet in de detaillering
bestraat met dezelfde grijsrode straat-
van de geveltuin door het aanbrengen van een smalle opsluitband en slaat de klinkers op.
Langs de trottoirband komen molgoten, klinkers in halfsteensverband en voorzien
Geveltuin
van straatkolken met gietijzeren deksels.
Straten en trottoirs
Parkeervakken
▪
▪
Trottoirs bestaan evenals in de eerdere
krijgen een breedte van 6,00 meter en
fasen van Cronenburgh uit roodbruine
dezelfde verharding als de woonstraten.
gebakken klinkers in een halfsteensver▪
band haaks op de opsluitband. ▪
Rijstroken tussen haakse parkeervakken
De parkeervakken krijgen een breedte
De overgang tussen straten en trottoirs
van 2,50 meter en een diepte van 5,00
bestaat uit een lage, brede, antraciet-
meter en een half open verharding van
grijze betonnen opsluitband.
bij voorkeur gebakken grasklinkers.
Geveltuin overhoeks 58
▪
Parkeerkoffers worden afgezoomd door groene hagen met inlandse heesters en bij voldoende breedte met opgaande beplanting.
Opgaande beplanting ▪
Straatbomen worden geplant in de parkeerstrook met een breedte van 2,00 meter.
Subtiel aangegeven parkeerstrook ▪
Parkeren achter hagen
Straatbomen krijgen bovengronds een boomspiegel van minimaal 2,00 x 2,00 meter en ondergronds voldoende ruimte voor het wortelstelsel.
▪
De boomspiegels worden beplant met bodembedekkers of struiken, ook kunnen ze worden geadopteerd door omwonenden voor een gereguleerde vorm van ‘guerrilla gardening’.
Parkeren op binnenterrein
Straatboom in parkeerstrook
59
3.3 Klooster 3.3.1 Architectonische sfeer Dit sfeergebied vormt een afzonderlijk ensemble tussen beide andere sfeergebieden in Cronenburgh fase 4. Het is vanaf beide kanten bereikbaar via twee smalle oprijlanen. De westelijke oprijlaan is bedoeld voor zowel autoverkeer als langzaam verkeer en nooddiensten, de oostelijke oprijlaan wordt normaal alleen door langzaam verkeer gebruikt. De grondgebonden woningen en appartementen vormen met elkaar een samenhangend ensemble. Het is opgebouwd uit groene, hofachtige ruimten die zich deels openen richting de begraafplaats. De architectuur in het Klooster is relatief grootschalig omdat de verschillende bouwwerken als één samenhangend geheel worden ontworpen. Zo wordt het beeld versterkt van een kloosterachtige opzet van het
Sfeergebied Klooster
ensemble, waarin ook de grondgebonden woningen passen. Dat zijn de enige woningen met een eigen, afgeschermde achtertuin.
3.3.2 Specials
De verschijningsvorm is ook hier eigentijds maar ambachtelijker. De af-
Sfeergebied Klooster vormt in haar geheel een special. Dergelijke com-
zonderlijke woningen zijn niet herkenbaar en alleen de entrees van ap-
plexen bestaan vaak uit meerdere bouwwerken van verschillende afme-
partementenblokken krijgen als hoofdtoegangen een duidelijk accent.
tingen. Zo verwijzen de appartementen naar het klooster als woonge-
De blokken krijgen een flauwe kap in langsrichting, de vormgeving is
bouw in combinatie met andere functies, zoals een bibliotheek of refter.
eenvoudig en de materialen zijn stoer maar de detaillering is verfijnd.
Dat kan tot uitdrukking worden gebracht door bouwlagen een eigen ge-
Als inspiratie is gekozen voor de Bossche School, een sobere bouwstijl
leding of raamindeling te geven en de hoogste bouwlaag bijvoorbeeld
waarin nog steeds gebouwd wordt en op moderne wijze wordt terugge-
deels een torenachtige beëindiging, als verwijzing naar een kapel. Zo
grepen op een zuivere, ongekunstelde architectuur, die vaak werd toe-
ontstaan binnen deze special verschillende herkenningspunten vanuit
gepast bij kerken en kloosters.
zowel het landschap als het dorp.
60
Referentiebeelden special klooster 61
bebo’s en appartementen uit maximaal
3.3.3 Criteria bebouwing
vier lagen met flauwe kap.
Ontwerpeenheid ▪
▪
gestapelde bebouwing ook worden geko-
De kleinste korrel bestaat uit twee aan
zen voor een afwijkend vormgegeven
elkaar gebouwde woningen met garages
vierde bouwlaag met plat dak, afgezoomd
binnen het hoofdgebouw tussen de woningen of haaks op het eveneens haakvormige hoofdgebouw. ▪
gen onder doorlopende kap. ▪
door een borstwering. ▪
De grootste korrel wordt gevormd door
▪
Zowel de grondgebonden als de gesta-
raamopeningen, al of niet paarsgewijs, over de volledige lengte van het bouwwerk. ▪
geen afzonderlijke woonlaag vormt. ▪
vormt een uitzondering. ▪
Samengestelde kappen komen niet voor, kappen van haaks op elkaar staande
▪
Grondgebonden woningen bestaan uit twee of drie lagen met flauwe kap,
De raamassen lopen verticaal door maar maken van horizontale reeksen met een eigen ritmiek.
▪
De raam- en deuropeningen hebben diepe neggen zodat de dikte van de mu-
bouwvolumes mogen aan elkaar worden geschakeld.
Regelmatige gevelindeling
de raamopeningen kunnen ook deel uit-
Bij toepassing van een dergelijke kap ligt de nok evenwijdig aan de voorgevel.
▪
Raamopeningen zijn in de regel verticaal gericht of vierkant, het horizontale raam
pelde woningen krijgen een flauwe kap in de vorm van een zadel- of schilddak dat
De gevelindeling vormt een betrekkelijk neutraal raster van regelmatig geplaatste
tementen.
▪
Appartementenblok in Bossche School stijl
Gevelbeeld
een compleet blok met bebo’s of appar-
Bouwvolume
Een parkeerlaag op maaiveld telt mee als bouwlaag.
De volgende korrel bestaat uit een korte rij van vier aan elkaar gebouwde wonin-
In plaats van een flauwe kap kan bij de
ren goed tot uitdrukking komt. ▪
Buitenruimten dienen indien mogelijk achter de voorgevel te worden geplaatst.
62
Afwijkend vormgegeven vierde bouwlaag
▪
De voordeur wordt geaccentueerd door bijvoorbeeld een extra diepe negge of een omlijsting van bak- of natuursteen.
▪
Kopgevels op de erfgrens of via een zijtuin gericht op de straat worden beschouwd als voorgevels met raam- en/of deuropeningen.
Hofvormige entree
Materialen en kleuren ▪
Wonen aan een groene hof
Gevels van de hoofdvolumes worden voor het merendeel opgetrokken uit zachtrode tot bruingrijze baksteen, al of niet genuanceerd, maar ook het vertinnen van een lichte baksteen of keimen is mogelijk.
▪
Het metselwerk wordt platvol gevoegd of geborsteld om het gevelvlak wat minder textuur te geven.
▪
Flauw schilddak
Voor karakteristieke onderdelen van de gevel kan ook natuursteen worden toege-
Uitzicht vanuit de hof
past, bij voorkeur Belgische hardsteen. ▪
Daken krijgen een flauwe kap met bruinrode of zwartgrijze keramische pannen.
▪
Ramen en kozijnen worden in hout uitgevoerd en kunnen hun natuurlijke kleur behouden maar ook donker worden gebeitst of antracietkleurig geverfd; antraciet- of bronskleurige aluminium ramen
Sobere maar verfijnde detaillering
en kozijnen zijn ook toegestaan.
63
Heldere eenvoud
▪
Het kleurgebruik aan de buitenzijde is terughoudend, de uitstraling wordt vooral
gevel op de erfgrens worden gesitueerd. ▪
3.3.4 Regels erfscheidingen
Carports en garages in zijtuinen zijn al-
bepaald door de tinten en/of textuur van
leen toegestaan op de rooilijn van het
Voor-, zij- en achtertuinen
de toegepaste materialen.
hoofdgebouw in de erfgrens.
▪
Voortuinen komen hier niet voor.
Alle bijbehorende bouwwerken waaron-
▪
Zij- en achtertuinen langs het openbaar
▪
Detaillering
der bergingen bij grondgebonden wonin-
gebied komen alleen voor langs de wes-
▪
Sobere detaillering van het metselwerk
gen worden inpandig opgelost of als vrij-
telijke oprijlaan, het openbaar groen
met rollagen, strekken of lateien boven
staand bouwvolume in de stijl van en
de raam- en deuropeningen met diepe
achter het hoofdgebouw.
neggen. ▪
▪
▪
Langs de oprijlaan en het openbaar groen worden tuinen afgeschermd door
worden verlengd tot doorlopende banden
woningen grenzen nooit aan het open-
een haag van maximaal 2,00 meter hoog.
in de gevel.
baar gebied of aan het water.
Raamdorpels liggen vanwege de diepe
▪
Siermetselwerk komt incidenteel voor,
▪
▪
De erfscheiding tussen achtertuinen be-
Bergingen bij appartementenblokken
staat uit groenblijvende hagen, versterkt
worden altijd inpandig opgelost.
met een stalen raster of een vlechtwerk
Bergingen bij bebo’s maken deel uit van
van wilgentenen van maximaal 2,00 me-
het volume van het hoofdgebouw.
ter hoog.
bijvoorbeeld onder de daklijst.
▪
▪
rende bouwwerken bij grondgebonden
een kleine spuwer.
▪
langs een watergang.
Betonnen lateien en raamdorpels kunnen
neggen in het gevelvlak en wateren af via ▪
Vrijstaande bergingen en andere bijbeho-
langs de Randweg alsmede een zijtuin
▪
Een bijzondere plek wordt gevormd door
Dakranddetail van kop- en langsgevel
de gemeenschappelijke groene hof tus-
zijn identiek vanwege de gemetselde
sen twee bouwvolumes, die aan twee zij-
borstwering met daarachter een plat dak.
den wordt afgeschermd door een tuin-
Een borstwering wordt afgedekt met een
muur met poorten.
rollaag of keramische dakpannen in cement.
Oevers langs tuinen ▪
De zijtuin aan het water krijgt geen zicht-
Aan- en uitbouwen en bijgebouwen
bare tuinscheiding maar langs de oever
▪
wordt een lage houten beschoeiing aan-
Bij voor- en zijgevels worden geen erkers en/of veranda’s aangebracht.
▪
Carports en garages moeten in de voor-
gebracht.
Vrijstaande berging 64
▪
De zijtuin aan het water wordt hellend of
▪
De tuinmuren langs de groene hof zijn
terrasvormig aangelegd zodat het lage
minimaal 2,00 meter hoog en worden
deel van de tuin aansluit op de lage be-
beide voorzien van een gemetselde poort.
schoeiing. ▪
3.3.5 Richtlijnen buitenruimte Trottoirs en geveltuinen ▪
wing ligt een loopstrook van okergele ge-
ter en het aanbrengen van hogere be-
bakken straatklinkers in halfsteens ver-
schoeiingen is niet toegestaan en deze
band haaks op de weg-as met een
verplichting wordt geregeld in een ket-
breedte van 2,05 meter.
tingbeding bij de koopovereenkomst. ▪
Langs de toegangszijden van de bebou-
Het ophogen van deze zijtuin aan het wa-
▪
In de loopstrook wordt langs de gevels
Langs deze zijtuin is op één plek een
een rabatstrook van drie klinkers breed
vlonder toegestaan en worden in het wa-
aangebracht waarvan er plaatselijk twee
ter kokosrollen aangebracht ten behoeve
kunnen worden verwijderd voor de aan-
van de groei van waterplanten.
plant van opgaande gevelbeplanting zoals klimop of blauwe regen.
Hekwerken en tuinmuren ▪
▪
plantgaten in de rabatstrook worden af-
worden gemetseld in dezelfde baksteen
gestopt.
als het hoofdgebouw en mogen zowel in een dicht als een (deels) open metsel-
▪
Vergroende bakstenen muur
▪
De rabatstrook ligt in het openbaar gebied maar het onderhoud van de gevel-
verband worden uitgevoerd. ▪
Met de vrijkomende klinkers kunnen de
Tuinmuren langs zij- en achtertuinen
beplanting ligt bij de bewoners.
Gemetselde muren kunnen vergroenen met klimop of andere muurplanten door
Rijstroken
geschikte specie te gebruiken of spanka-
▪
Tussen trottoir en rijstrook wordt in
bels, metalen rasters of trellis aan te
plaats van een opsluitband eveneens een
brengen.
rabatstrook van drie klinkers breed aan-
Een poortdeur o draaihek van metalen
gelegd, zodat een subtiele overgang ont-
spijlen wordt qua vormgeving en kleur af-
staat tussen loop- en rijstrook.
gestemd op het woningontwerp.
Klimplanten op bakstenen muur 65
▪
De rijstroken krijgen een minimale
breedte van 4,80 meter en worden bestraat met een okergele straatklinker in elleboogverband. ▪
In het midden van de rijstroken komen molgoten, bestraat met dezelfde okergele straatklinkers, zodat tussen de bebouwing een egaal verhardingsvlak ontstaat.
▪
Voor de afwatering worden de molgoten voorzien van straatkolken met gietijzeren
Eenvoudige bouwvolumes tussen de bomen
Oprijlaan klooster
deksels. ▪
De okergele verharding van straatklinkers blijft beperkt tot de rechthoekige contour van gebouwde ensemble.
Oprijlanen ▪
De oprijlanen krijgen een minimale breedte van 4,80 meter en worden bestraat met een blauwrode straatklinker in
Beplanting in de verharding
Groene rand klooster
keperverband. ▪
In het midden van de oprijlanen komen molgoten, bestraat met keigrasstenen, zodat een hol profiel ontstaat en het straatbeeld de verschijningsvorm krijgt van een landelijk karrenspoor.
▪
Indien nodig voor de afwatering worden de molgoten voorzien van straatkolken met gietijzeren deksels.
Entreegebied klooster Parkeervakken
Beplanting als scherm voor de gevel 66
▪ ▪
▪
Parkeervakken voor langsparkeren in de
meter en een half open verharding van
Opgaande beplanting
straat komen niet voor.
bij voorkeur gebakken grasklinkers.
▪
De rijstroken tussen haakse parkeervak-
▪
Straatbomen komen niet voor, alle bo-
Parkeerkoffers worden afgezoomd door
men staan in perken of plantsoenen of
ken krijgen een breedte van 6,00 meter
groene hagen met inlandse heesters en
plantvakken in verharde hoven.
en dezelfde verharding als de woonstra-
bij voldoende breedte met opgaande be-
ten.
planting.
▪
Alle bomen krijgen boven- en ondergronds voldoende ruimte voor het wortel-
De parkeervakken krijgen een breedte
stelsel.
van 2,50 meter en een diepte van 5,00
67
3.4 Boerenlint 3.4.1 Architectonische sfeer Dit sfeergebied sluit aan op de huidige agrarische bebouwing langs de Rijksstraatweg. Deze markeerde tot voor kort het begin van de bebouwde kom van Loenen, nu is dit punt verschoven naar de rotonde, waarmee de Randweg aansluit op de Rijksstraatweg. Even voorbij de rotonde wordt dit sfeergebied ontsloten via een nieuwe landweg, die overgaat in de oprijlaan naar het Klooster. De landweg loopt langs de sloot die de rand vormt van de erven van de familie Van Lindenberg. De huidige bestemmingen op deze kavels blijven ongewijzigd, met uitzondering van een reservering voor twee woningen op het noordelijk deel. Wel wordt nu al rekening gehouden met een vergelijkbare invulling als in het Boerenlint, wat ertoe kan leiden dat ter weerszijden van de landweg een verzameling erven wordt aangelegd, waarin zowel nieuwe als bestaande bebouwing wordt opgenomen.
Sfeergebied Boerenlint
De architectuur in het Boerenlint is bestaat uit losse, grotere bouwvolumes zoals die voorkomen op de boerenerven en -ensembles in de di-
3.4.2 Specials
recte omgeving. In die bouwvolumes is plaats voor meerdere woningen
De special is hier geen hoog herkenningspunt maar een laag, schuur-
zoals rug-aan-rug en twee aaneen gebouwde woningen. De afzonder-
vormig bouwvolume met meerdere woningen, gesitueerd achter een
lijke woning staat niet voorop. Inspiratiebron is de boerenschuur, een
kleine boomgaard naast de rotonde. Het staat evenals de boerderijen in
tijdloos en ambachtelijk bouwwerk. Karakteristiek is het eenvoudige
de directe omgeving met de nok haaks op de Rijksstaatweg, heeft lage
hoofdvolume met lage zijgevels en hoge kap, zonder uit- en aanbouwen.
zijgevels en een hoge topgevel. In tegenstelling tot de overige specials
Gevelopeningen worden niet geaccentueerd maar kunnen zowel groot
is hier een bijna onzichtbare toevoeging aan het bestaande bebou-
als klein zijn, zoals ook bij een boerenschuur of een moderne schuur-
wingslint nagestreefd, waarin de bestaande boerderijen geen concur-
woning.
rentie wordt aangedaan. 68
Referentie speciale boerenschuur 69
3.4.3 Criteria bebouwing
Gevelbeeld ▪
De gevelindeling ondersteunt de korrelgrootte van het gehele bouwvolume door
Ontwerpeenheid
een vrije indeling van raam- en deurope-
▪
ningen.
De kleinste korrel bestaat uit twee aan elkaar gebouwde woningen met voortui-
▪
▪
gericht of vierkant, het horizontale raam
garages tegen de zijgevels.
vormt een uitzondering.
De daaropvolgende korrel wordt gevormd
▪
door twee aan elkaar gebouwde woningen haaks op de weg-as met garages
De raamassen mogen verticaal doorlopen
Houten schuurwoningen
maar ook verspringen. ▪
Over twee bouwlagen samengevoegde
tussen de woningen binnen het hoofdge-
raamopeningen of hoekramen zijn toege-
bouw en één van de zijgevels op de erf-
staan.
grens. ▪
Raamopeningen zijn in de regel verticaal
nen evenwijdig aan de weg-as en met
▪
Kopgevels op de erfgrens of via een zij-
De grootste korrel bestaat uit een rij met
tuin gericht op de straat worden be-
rug-aan-rug woningen met aan beide
schouwd als voorgevels met raam- en/of
lange zijden voortuinen en een afzonder-
deuropeningen.
lijk bijgebouw voor de bergingen van de huurwoningen.
Materialen en kleuren ▪
Gevels van de hoofdvolumes worden voor
Bouwvolume
het merendeel opgetrokken uit donker
▪
gebeitste/gekleurde houten betimmering.
Deze grondgebonden woningen krijgen één of twee bouwlagen met kap in de
Alleen voor de plinten is het gebruik van
vorm van een zadeldak in de lengterich-
een donkerrode baksteen of een beton-
ting van het bouwwerk. Vanwege de ge-
nen rand toegestaan.
wenste enkelvoudige hoofdvorm komen ▪
▪
▪
Schuurwoning naast bestaande boerderij
Daken worden gedekt met keramische
geen samengestelde kappen voor.
antracietkleurige of oranjerode dakpan-
In alle gevallen zijn zowel symmetrische
nen.
Rug-aan-rug schuurwoning
als asymmetrische kappen mogelijk. 70
▪
Ramen en kozijnen worden in hout uitge-
6,00 meter achter de voorgevel worden
voerd en worden gebroken wit, lichtgrijs
gesitueerd.
of in de tint van de gevelbekleding ge▪
▪
verfd/gebeitst.
van de woning mogen plat worden afge-
Het kleurgebruik aan de buitenzijde is
dekt of worden voorzien van een kap.
zeer terughoudend, de uitstraling van het
▪
materiaal wordt vooral bepaald door de richting en textuur van de toegepaste be-
Garages in de zijtuin moeten worden voorzien van een kap.
▪
timmering.
Schuurwoning met inpandig parkeren
Carports en garages tegen de zijgevel
Alle bijbehorende bouwwerken waaronder bergingen worden ontworpen in samenhang met de woning en geplaatst te-
Detaillering
gen de achtergevel en aangekapt aan het
▪
dakvlak.
Strakke detaillering van het timmerwerk met zorgvuldige hoekaansluitingen en
▪
▪
Bouwvolumes haaks op elkaar
bergingen in zij- en/of achtertuinen aan
Dakranddetail kopgevel zonder windve-
het water worden ontworpen als tuinhuis
ren of boeidelen over het geveltimmer-
en gesitueerd op circa 3,00 meter van de
werk, eindpannen zijn wel toegestaan.
oeverlijn, met hiertussen een mee-ont-
Dakranddetail langsgevel met zinken
worpen vlonder of steiger. ▪
Een bijzonder vrijstaand bijgebouw wordt
verholen goot in het dakvlak.
gevormd door de schuur met bergingen
Detaillering van de entrees afgeleid van
voor de rug-aan-rug-woningen, waarvan
grote draaiende of schuivende staldeu-
de verschijningsvorm is afgestemd op die
ren.
van het hoofdgebouw. ▪
Informele situering bouwvolumes
Bijbehorende bouwwerken waaronder
raam- en deuromlijstingen.
bakgoot op of aan het timmerwerk of een ▪
▪
Vanwege de nagestreefde enkelvoudige
Aan-, uit- en bijgebouwen
hoofdvorm zijn alleen dakkapellen moge-
▪
Bij voor- en zijgevels worden geen erkers
lijk die worden gevormd door het opwip-
en/of veranda’s aangebracht.
pen van het dakvlak en die al tijdens de
Carports en garages moeten minimaal
bouw worden gerealiseerd.
▪
71
zodat het lage deel van de tuin aansluit
3.4.4 Regels erfscheidingen
op de lage beschoeiing.
Voor-, zij- en achtertuinen ▪
▪
▪
▪
Voortuinen langs het openbaar gebied
het water en het aanbrengen van hogere
worden afgeschermd door een groenblij-
beschoeiingen is niet toegestaan en deze
vende haag van maximaal 1.00 meter
verplichting wordt geregeld in een ket-
hoog met daarin eventueel een draaihek.
tingbeding bij de koopovereenkomst.
De erfscheiding tussen voortuinen be-
▪
Langs achtertuinen mogen de beschoei-
staat eveneens uit een groenblijvende
ingen voor maximaal de helft van een
haag van maximaal 1.00 meter hoog.
vlonder worden voorzien, langs zijtuinen
Zij- en achtertuinen langs het openbaar
zijn geen vlonders toegestaan.
gebied worden afgeschermd door verste-
▪
Langs zij- en achtertuinen worden in het hoeve van de groei van waterplanten.
hoog met daarin een draaihek van metalen spijlen.
▪
De erfscheiding tussen achtertuinen aan
De erfscheiding tussen achtertuinen be-
het water bestaat uit groenblijvende ha-
staat uit groenblijvende hagen, versterkt
gen, versterkt met een stalen raster of
met een stalen raster of een vlechtwerk
Lage hagen langs voortuin
water kokosrollen aangebracht ten be-
vigde haag van maximaal 2,00 meter
▪
Het ophogen van zij- en achtertuinen aan
een vlechtwerk van wilgentenen van
van wilgentenen van maximaal 2,00 me-
maximaal 2.00 meter hoog tot op 3,00
ter hoog.
meter van de oever, waar de erfscheiding
Lage hagen langs zijtuin
maximaal 1,00 meter bedraagt.
Oevers langs tuinen ▪
Zij- en achtertuinen aan het water krijgen hierlangs geen zichtbare tuinscheiding maar op de oever wordt een lage houten beschoeiing aangelegd.
▪
Zij- en achtertuinen aan het water wor-
Hoge hagen langs zijtuinen
den hellend of terrasvormig aangelegd 72
3.4.5 Richtlijnen buitenruimte Trottoirs ▪
Doorlopende trottoirs komen niet voor,
Parkeervakken
meter en een half open verharding van
▪
bij voorkeur gebakken grasklinkers.
straat komen niet voor. ▪
voetgangers maken vanwege de lage verkeersintensiteit gebruik van de openbare weg. ▪
Alleen aan twee zijden van het blok met
Parkeervakken voor langsparkeren in de
▪
▪
Parkeerkoffers worden afgezoomd door
Rijstroken tussen haakse parkeervakken
groene hagen met inlandse heesters en
krijgen een breedte van 6,00 meter en
bij voldoende breedte met opgaande be-
dezelfde verharding als de woonstraten.
planting.
De parkeervakken krijgen een breedte van 2,50 meter en een diepte van 5,00
rug-aan-rug woningen en langs één korte zijde van het halve bouwblok ligt een loopstrook van okergele gebakken straatklinkers in halfsteens verband haaks op de gevels van de aanliggende bebouwing met een breedte van 2,05 meter.
Landweg en oprijlaan ▪
De landweg die overgaat in een oprijlaan krijgt een minimale breedte van 4,80 me-
Karrensporen met centrale molgoot
Parkeren afgezoomd door groene hagen
Molgoot van keigrasstenen
Parkeren op binnenterrein uit het zicht
ter en wordt bestraat met een blauwrode straatklinker in keperverband. ▪
In het midden van landweg en oprijlaan komen molgoten, bestraat met keigrasstenen, zodat een hol profiel ontstaat en het straatbeeld de verschijningsvorm krijgt van een landelijk karrenspoor. Indien nodig voor de afwatering worden de molgoten voorzien van straatkolken met gietijzeren deksels. 73
met hagen omheinde plantsoenen en
3.5 Onverharde openbare ruimte
Bermen, grastaluds en plantsoenen
wordt langs de rijstrook afgezoomd met
▪
De grasbermen direct langs de Randweg
een doorgaande rij bomen. In het groot-
De onverharde openbare ruimte vormt een
worden beplant met een kruidenmengsel
ste plantsoen wordt een speelplek voor
doorlopend groen-blauw netwerk en wordt
en krijgen via verschillende maaihoogten
de allerkleinsten aangelegd.
daarom als één samenhangend geheel ge-
en waterplanten in de wegsloot een na-
zien, dat de drie sfeergebieden met elkaar en
tuurlijk aanzien.
sfeergebied Klooster grenst aan twee zij-
De grasbermen aan de zuidkant van de
den aan het water en krijgt verschillende
wegsloot langs de Randweg worden be-
maaiveldhoogten vanwege onder meer
plant met wilgen en andere inheemse
de waterberging. In het hogere deel komt
boomsoorten zoals elzen of iepen, die
een grote speelplek voor kinderen tot en
met elkaar een doorlopend groen scherm
met de middelbare schoolleeftijd. Het la-
langs de weg vormen en een groene rand
ger gelegen deel langs het water wordt
langs het dorp.
een speelplek voor 4 tot 12-jarigen.
de rest van Cronenburgh verbindt.
▪
3.5.1 Groen en beplanting Bomen en plantvakken ▪
De meeste bomen worden geplaatst in plantvakken, bermen, grastaluds en plantsoenen. Plantvakken vormen het
▪
stemd om informeel te spelen, de hond
gel in het trottoir of in een parkeerstrook. Plantvakken hebben de voorkeur boven met boomroosters afgedekte boomspiegels. ▪
parkeerkoffers. ▪
▪
Daarnaast worden bomen geplant in de met hagen beplante groenstroken rond
▪
In alle gevallen wordt gekozen voor inheemse boomsoorten die bijdragen aan de biodiversiteit.
In hetzelfde sfeergebied ligt een kleine hof als rustige zitplek voor ouderen.
▪
De boomgaard in de noordpunt van sfeergebied Boerenlint wordt beplant
plaatsen banken.
met bloeiende fruitbomen in het gras.
Het wandelpad wordt uitgevoerd in mer-
Tussen de bomen is ruimte om te spelen
gelkleurige halfverharding, bijvoorbeeld
en te picknicken voor zowel jongeren als
Nobre Cal.
ouderen.
De grastaluds langs de sloten worden bomen, bijvoorbeeld wilgen.
Groenelementen en speelplekken ▪
Het parkje in de zuidwest hoek van
uit te laten en te zitten op enkele te
deels beplant met korte rijen inheemse
Ook wordt voorgesteld om bomen aan te bieden om te planten in privé tuinen.
▪
▪
de zuidzijde van het wandelpad zijn be-
kleinste groenelement en liggen in de re▪
De bredere delen van de grasvelden aan
▪
De groene scheg haaks op de Randweg in sfeergebied Dorp bestaat uit een reeks 74
3.5.1 Water Wadi’s ▪
Delen van de groenelementen krijgen ook een functie voor de waterberging dankzij een lagere maaiveldhoogte.
▪
In langere groenelementen kunnen wadi’s worden aangelegd voor een betere afvoer van het hemelwater naar het
Waterspeelplaats
Wateropvang via verlaagd maaiveld
open water. ▪
Wadi’s kunnen ook worden gebruikt als spelaanleiding, bijvoorbeeld door balken over de sloot.
Waterpartijen ▪
Langs de Randweg loopt een doorgaande wegsloot vanaf de parkstrook langs de eerdere fasen van Cronenburgh tot aan
Groene hof als zitplek
de rotonde en vervolgens terug langs de
Wadi met natuurlijke inrichting
Rijksstraatweg. ▪
Langs de Kappeyne van de Coppellolaan wordt de aanwezige sloot verbreed tot een brede singel met driehoekige vijver met verblijfsplek aan het water.
▪
Langs de overige randen van het plangebied liggen bestaande en deels te verbreden sloten.
Wadi met spelaanleidingen
Boomgaard als recreatieplek 75
▪
Op twee plekken lopen deze sloten door tot aan de wegsloot langs de Randweg, zodat een doorgaand watersysteem wordt gevormd.
Beschoeide en natuurlijke oevers ▪
Openbare oevers worden groen ingericht met een helling van 1:3 tot 1:5. Daardoor kunnen natuurlijke oevers worden aange-
Natuurlijke oevers
legd die karakteristiek zullen zijn voor de openbare ruimte. ▪
Bij de meeste waterpartijen is minimaal één zijde openbaar, in een enkel geval zijn beide oevers uitgegeven.
▪
Particuliere oevers krijgen een helling van 1:2 en een lage beschoeiing. Bij deze kavels is het mogelijk om langs een deel van de oever een terras aan te leggen,
Terrasvormige tuin aan het water
waarbij de hoogte van de oevers wordt gehandhaafd en de tuin dus niet integraal wordt opgehoogd. Voor de oeverbeplanting langs het uitgegeven gebied kunnen kokosrollen worden toegepast.
Natuurvriendelijke oever op kokosrol 76
3.6 Inrichtingselementen De inrichtingselementen in de openbare ruimte worden qua sfeer en stijl afgestemd op die van de al gerealiseerde fasen van Cronenburgh en soms worden dezelfde objecten toegepast, zodat fase 4 een herkenbaar deel blijft van deze dorpsuitbreiding. Gevelarmatuur in Cronenburgh
Zitbank langs een groene route
3.6.1 Straatmeubilair voetpad langs de Randweg, en op enkele plekken in het groen.
Lichtarmaturen ▪
▪
Openbare straatverlichting bestaat indien
en worden voorzien van een parkeerplek
mogelijk uit op de gevel aangebrachte ar-
voor een rollator.
maturen. Anders worden paalarmaturen ▪
toegepast met dezelfde kap als in de eerPaalarmaturen worden in ieder geval toe-
Naast elke zitbank en op andere plekken langs wandelroutes worden afvalbakken
dere fasen van Cronenburgh. ▪
Zitbanken krijgen altijd een rugleuning
geplaatst.
Bolderarmatuur
gepast langs de landweg in het Boeren-
Speeltoestellen
lint, de oprijlanen naar het Klooster en op
▪
de parkeerterreinen in het Klooster en
Speeltoestellen worden afgestemd op de plek en de leeftijdscategorie.
Dorp en dan alleen tussen de haakse ▪
parkeervakken. De voorkeur gaat daarbij
De voorkeur gaat uit naar houten speeltoestellen in een natuurlijke tint en een
uit naar lage bolderarmaturen.
robuuste vormgeving. ▪
Zitbanken ▪
Zitbanken worden gesitueerd langs wan-
De ondergrond blijft onverhard en bestaat uit gras of houtsnippers.
Zitbank die al wordt gebruikt in Cronenburgh
delroutes, met name het doorgaande 77
3.6.2 Constructies Bruggen ▪
Vanwege de gewenste uniformiteit en het beheer gaat de voorkeur uit naar het afstemmen van de bruggen op die uit de eerdere fasen van Cronenburgh.
▪
De twee bredere langzaam verkeersbruggen naar de Kappeyne van de Coppello-
Houten speeltoestellen in het groen
Stalen brug voor langzaam verkeer
laan en de identieke brug naar de Buitenhof worden uitgevoerd in staal zoals in eerdere fasen van Cronenburgh, met identieke houten leuningen en stalen balusters. ▪
De twee smalle voetgangersbruggen langs de Randweg en de smalle voetgangersbrug tussen Dorp en Klooster worden uitgevoerd in hout, eventueel circu-
Voldoende zicht vanuit de omgeving
lair, met houten leuningen en baluster. ▪
Stalen brug geschikt voor autoverkeer
Bij alle bruggen liggen de landhoofden terug, zodat de oevers kunnen doorlopen ten behoeve van goede ecologische verbindingen
▪
Het brugdek moet stroef worden uitgevoerd door middel van gripstrips, een afwerking met volledige slijtlaag of gleuven is niet gewenst.
Geschikt voor uiteenlopende leeftijden
Houten brug met doorlopende oevers 78
Houten brug voor langzaam verkeer
Brug met openbare vlonder Duikers en vlonders ▪
De duikers worden zodanig vormgegeven dat de continuïteit van het water ervaarbaar blijft.
▪
De openbare vlonder tegenover de Kappeyne van de Coppellolaan wordt ontworpen in samenhang met de naastgelegen voetgangersbrug.
79
3.7 Duurzaamheid
met een verlaagd maaiveld of als wadi waar water tijdelijk kan worden opgevangen.
Duurzaamheid is inmiddels een containerbegrip dat over alles gaat, van energiebesparing
3.7.2 Beperking verharding
tot circulair materiaalgebruik. Het heeft be-
Beperking van de verharding is ook belang-
trekking op zowel de bebouwing als de open-
rijk voor het uitgegeven gebied. Privé-tuinen
bare ruimte en op zowel de aanleg als het
hebben niet alleen een sier- en verblijfsfunc-
beheer. Het is ook een begrip dat voortdu-
tie maar zijn ook belangrijk voor het vermij-
rend in beweging is, mede dankzij tal van
den van hittestress rond de woning en de
high-tech innovaties. Hierna gaat het vooral
waterberging op het kavel. Bestratingen zijn
over low-tech oplossingen, bewezen tech-
mogelijk maar liefst niet te veel en bestaan
nieken en slimme ingrepen die weinig onder-
uit kleine elementen, zodat hemelwater ge-