Bijlage 1.REGELS Maarsseveense Plassen 2e herziening.24032023.pdf
Tekst van het document
4.4.2 Parkeren Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.3 parkeren.
4.5 Wijzigingsbevoegdheid 4.5.1 Ten behoeve van het wijzigen naar de bestemming 'Wonen' en 'Tuin' met aanduiding 'voormalig (agrarisch) bedrijf' Burgemeester en wethouders zijn, als sprake is van een algehele bedrijfsbeëindiging van een ter plaatse gevestigd bedrijf, bevoegd de bestemming te wijzigen naar de bestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’, met de aanduiding “voormalig (agrarisch) bedrijf” onder voorwaarden dat: a. de aanvrager van de wijziging aannemelijk maakt dat hij het bedrijf en de daarbij horende activiteiten geheel heeft beëindigd en uit een advies van een deskundige blijkt dat er niet langer sprake is van een bedrijf. b. het wijzigen van de bestemming niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
26
c.
het wijzigen van de bestemming aanvaardbaar is vanuit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. d. de voormalige bedrijfswoning aanwezig blijft op de bestaande locatie tenzij het voor de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische)bedrijven beter is de woning anders te situeren. e. de bestaande bedrijfsgebouwen, in stand mogen blijven en uitsluitend gebruikt mogen worden voor hobbymatig agrarisch gebruik of een beroep of bedrijf aan huis gelijk aan regels onder Wonen. f. De bestaande bedrijfsgebouwen niet mogen worden vergroot en landschappelijk worden ingepast.
27
Artikel 5 Detailhandel 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, met uitzondering van een supermarkt of bouwmarkt; b. ter plaatse van de aanduiding “tuincentrum” is uitsluitend een tuincentrum met showtuinen toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is wonen toegestaan; d. maximaal één (1) bedrijf per bouwperceel tenzij een aanduiding op de verbeelding is opgenomen waaruit blijkt dat meerdere bedrijven binnen het bouwperceel zijn toegestaan; met de daarbij behorende: e. bouwwerken; f. erven en terreinen; g. groenvoorzieningen en water; h. parkeervoorzieningen en straatmeubilair; i. wegen en paden; j. nutsvoorzieningen en kunstwerken k. ondergrondse afvalinzamelsystemen; l. waterhuishoudkundige voorzieningen; m. voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie voor eigen gebruik; n. overige functioneel met de bestemming 'Detailhandel' verbonden voorzieningen.
5.2 Bouwregels Op de in artikel 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd, met dien verstande, dat: a. gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen op de verbeelding aangegeven bouwvlakken; b. de afstand tussen de bijbehorende bouwwerken en de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning minimaal 1 m bedraagt; c. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens tenminste 3 m bedraagt; d. de afstand van de gebouwen tot de insteek van een watergang tenminste 3 m bedraagt; e. Tenzij op de verbeelding met een aanduiding anders is aangegeven geldt de volgende maatvoering:
1 2
3
bedrijfswoning Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoning Aangebouwde bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoning
bedrijfsgebouwen
max. aantal per max. bouwvlak of oppervlak aanduiding één. 50 m2 (per
max. max. goothoogte inhoud 650 m³
4,50 m
max. bouwhoogte 10 m
3m
6m
bedrijfswoning)
Binnen het
28
0,30m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw 4,50 m 10 m
bouwvlak tot op verbeelding aangegeven m2 4
Erfafscheidingen
2,50 m
5
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3m
5.3 Afwijken van de bouwregels Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 23 Algemene bouwregels is het mogelijk af te wijken van de onder artikel 5.2 genoemde bouwregels:
5.3.1 Ten behoeve van de afstand tot zijdelingse perceelsgrens Burgemeester en wethouders zijn bevoegd middels een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 5.2 sub c en artikel 5.2 sub d voor het bouwen op geringere afstanden tot zijdelingse perceelsgrens of de gemene watergang, als dit geen onevenredige afbreuk doet aan de landschapswaarden (open weidegebied, slotenpatroon en verkaveling) en geen onevenredig afbreuk doet aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
5.3.2 Ten behoeve van de vergroting van de maximale inhoud van bedrijfswoningen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd middels een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 5.2 sub e ten behoeve van het vergroten van de inhoud van bedrijfswoningen van 650m3 naar maximaal 800m3 met dien verstande dat: a. het bouwperceel voor maximaal 40% bebouwd is; b. de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden en gebruiksmogelijkheden van derden niet onevenredig worden aangetast; c. een schriftelijk advies wordt gevraagd van een deskundige inzake de te beschermen waarden en landschappelijk inpassing; d. woningen met de aanduiding “voormalige recreatiewoning” niet in aanmerking komen voor een vergroting van de maximale inhoud anders dan zoals genoemd in hoofdstuk 3 Algemene regels.
5.3.3 Ten behoeve van het afwijken van de bouwgrenzen van bedrijfswoningen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd middels een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 5.2 sub a voor het aanpassen van bouwgrenzen (niet zijnde bestemmingsgrenzen) van bedrijfswoningen, met de bijbehorende aanduiding voor bedrijfswoning, als uitbreiding tot de maximaal toegestane inhoud van de bedrijfswoning wel toelaatbaar maar niet mogelijk is binnen de op de kaart aangewezen bouwvlakken.
5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Strijdig gebruik Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.2 strijdig gebruik is het in ieder geval verboden bedoelde gronden te gebruiken voor: a. detailhandel in de vorm van supermarkt of bouwmarkt; b. opslag van goederen voor de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning. c. zelfstandige kantoren.
29
5.4.2 Parkeren Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.3 parkeren.
30
Artikel 6 Groen - 1 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
groenvoorzieningen; bermen en beplantingen; recreatief medegebruik; speelvoorzieningen in- en uitritten; ter plaatse van de aanduiding “parkeerterrein” is een parkeervoorziening toegestaan
met de daarbij behorende: g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; h. bruggen; i. kunstobjecten en straatmeubilair; j. nutsvoorzieningen en kunstwerken; k. voet- en fietspaden; l. water en watergangen; m. waterhuishoudkundige voorzieningen; n. voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie; o. overige functioneel met de bestemming 'Groen' verbonden voorzieningen.
6.2 Bouwregels 6.2.1 Gebouwen Op de in artikel 6.1 bedoelde gronden mogen geen gebouwen anders dan speelvoorzieningen worden gebouwd.
6.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Op de in artikel 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluiten bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. binnen de aanduiding “parkeren” zijn lichtmasten toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 10 m; b. de bouwhoogte van speelvoorzieningen maximaal 5 m bedraagt; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 3 m bedraagt.
6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Strijdig gebruik Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.2 strijdig gebruik.
31
Artikel 7 Groen - 2 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplantingen; met de daarbij behorende: g. h. i. j. k.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van erfafscheiding; voet- en fietspaden; water en watergangen; waterhuishoudkundige voorzieningen; overige functioneel met de bestemming 'Groen' verbonden voorzieningen.
7.2 Bouwregels 7.2.1 Gebouwen Op de in artikel 7.1 bedoelde gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
7.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Op de in artikel 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluiten bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 3 m bedraagt.
7.3 Specifieke gebruiksregels 7.3.1 Strijdig gebruik Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.2 strijdig gebruik.
32
Artikel 8 Horeca 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca in de categorieën: h4 (restaurant, eetcafe) en h5 (cafetaria/snackbar); met de daarbij behorende: b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
bouwwerken; erven en terreinen; groenvoorzieningen en water; parkeervoorzieningen en straatmeubilair; speelvoorzieningen; ondergrondse afvalinzamelsystemen; nutsvoorzieningen en kunstwerken; wegen en paden; voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie voor eigen gebruik; overige functioneel met de bestemming 'Horeca' verbonden voorzieningen.
8.2 Bouwregels 8.2.1 Gebouwen Op de in artikel 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd, met dien verstande, dat: a. gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. het bouwvlak geheel mag worden bebouwd; c. de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedraagt dan is aangegeven binnen de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte'; d. als er geen goot- en bouwhoogte is aangegeven de goot- en bouwhoogte respectievelijk maximaal 4,5 m en 6 m bedraagt. e. Het bouwen van bijbehorende bouwwerken, anders dan op grond van het vergunningsvrij bouwen in het Besluit omgevingsrecht (Bor), is niet toegestaan.
8.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 23 Algemene bouwregels.
8.3 Afwijken van de bouwregels Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 23 Algemene bouwregels.
8.4 Specifieke gebruiksregels 8.4.1 Strijdig gebruik Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.2 strijdig gebruik.
8.4.2 Parkeren Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.3 parkeren.
33
Artikel 9 Maatschappelijk 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen, zoals bedoeld in onderstaande tabel:
straatnaam
nummer
bedrijf
aanduiding
1
Westbroekse Binnenweg
5
Sociale, recreatieve, educatieve, onderzoek en beheervoorziening
(sm - 1)
2
Westbroekse Binnenweg
14a
Sociale, culturele, religieuze en educatieve voorzieningen
(sm - 2)
met de daarbij behorende: b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
bouwwerken; erven en terreinen; groenvoorzieningen en water; parkeervoorzieningen en straatmeubilair; speelvoorzieningen ; nutsvoorzieningen en kunstwerken ondergrondse afvalinzamelsystemen; wegen en paden; voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie voor eigen gebruik; overige functioneel met de bestemming 'Maatschappelijk' verbonden voorzieningen.
9.2 Bouwregels 9.2.1 Gebouwen Op de in artikel 9.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd, met dien verstande, dat: a. gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken; b. het bouwvlak geheel mag worden bebouwd; c. de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedraagt dan is aangegeven binnen de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte'; d. als er geen goot- en bouwhoogte is aangegeven de goot- en bouwhoogte respectievelijk maximaal 4,5 m en 6 m bedraagt. e. binnen de aanduiding sm-1 een uitkijktoren/observatiehut met zicht op het natuurgebied is toegestaan met een maximale bouwhoogte van 10 m f. Het bouwen van bijbehorende bouwwerken, anders dan op grond van het vergunningsvrij bouwen in het Besluit omgevingsrecht (Bor), is niet toegestaan.
9.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 23 Algemene bouwregels.
9.3 Afwijken van de bouwregels Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 23 Algemene bouwregels.
34
9.4 Specifieke gebruiksregels 9.4.1 Strijdig gebruik Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.2 strijdig gebruik.
9.4.2 Parkeren Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.3 parkeren.
9.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de bestemming en aanduidingen, genoemd in artikel 9.1 te wijzigen in de bestemming 'Wonen' en 'Tuin' zoals bedoeld deze regels, met inachtneming van de voorwaarden dat de functie “maatschappelijke voorzieningen” ter plaatse is beëindigd.
35
Artikel 10 Natuur 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, versterking, herstel en ontwikkeling van de aan het gebied eigen zijnde natuur- en landschapswaarden, namelijk laagveen en rietmoerassen (Oostelijke Vechtplassen, inclusief Noorderpark) met daaraan eigen zijnde flora en fauna; b. natuurvriendelijke oevers, ecologische overgang- en verbindingszones c. water en watergangen; d. recreatief medegebruik; e. extensief agrarisch gebruik als weide grond passend binnen de natuurdoelstelling van het Natura 2000 gebied. met de daarbij behorende: f. g. h. i. j. k.
bruggen; straatmeubilair voor het recreatief medegebruik; onverharde ontsluitingswegen en paden; waterhuishoudkundige voorzieningen; parkeervoorzieningen overige functioneel met de bestemming 'Natuur' verbonden voorzieningen.
10.2 Bouwregels 10.2.1 Gebouwen Op de in artikel 10.1 bedoelde gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
10.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. uitsluitend de volgende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd: 1. bruggen en waterhuishoudkundige voorzieningen; 2. straatmeubilair voor het recreatief medegebruik, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 1,5 m bedraagt; 3. natuurvriendelijke steigers met een maximale oppervlakte van 6 m2 als het water direct aansluit aan de bestemming Maatschappelijk met de aanduiding sm-1, Tuin, Wonen of Recreatie-4 (zelfstandig recreatieverblijf); b. natuurvriendelijke oeverbeschoeiing; c. voordat tot vergunningverlening van het onder a en b genoemde wordt overgegaan zal advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige.
10.3 Specifieke gebruiksregels 10.3.1 Strijdig gebruik Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.2 strijdig gebruik is het in ieder geval verboden bedoelde gronden te gebruiken voor het plaatsen van onderkomens.
36
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de navolgende andere werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren: a. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, en paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; c. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het scheuren van grasland; f. andere-werken die een verandering van de waterhuishouding of het grondwaterpeil tot gevolg hebben, zoals drainage en (onder)bemaling; g. het aanleggen van natuurvriendelijke oeverbeschoeiingen en steigers; h. het ophogen van de bestaande legakkers en het aanleggen van nieuwe legakkers.
10.4.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod Het in artikel 10.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhouden beheer betreffen gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van de bestemming; b. uit een oogpunt van te beschermen belangen van ondergeschikte betekenis zijn. c. op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning.
10.4.3 voorwaarden voor een omgevingsvergunning Het bevoegd gezag verleent de vergunning als bedoeld in artikel 10.4.1 alleen: a. als door de in artikel 10.4.1 genoemde werken of werkzaamheden, of door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen; b. en na schriftelijk advies van een deskundige inzake de te beschermen waarde onder artikel 10.1.
10.5 Wijzigingsbevoegdheid 10.5.1 Bestemming Natuur wijzigen in Tuin Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de gronden met de bestemming 'Natuur' en aanduidingen, genoemd in artikel 10.1, te wijzigen in de bestemming 'Tuin' zoals bedoeld in deze regels, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de wijziging alleen kan worden toegepast bij gronden die direct aansluiten op een woonbestemming en tuinbestemming; b. de betreffende gronden tijdens de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan in eigendom waren van de eigenaar van het woonperceel; c. de gronden niet meer dan 150 meter het natuurgebied in liggen, gemeten vanaf het midden van de openbare weg;
37
d. de provinciale Nee-Tenzij-toets is uitgevoerd en hierop een positief advies is ontvangen van de provincie; e. eventuele compenserende maatregelen die voortkomen uit de Nee-Tenzij-toets zijn uitgevoerd; f. het wijzigen van de bestemming niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen; g. na wijziging is bouwen van bouwwerken op deze gronden uitgesloten.
10.5.2 Bestemming Natuur wijzigen in Recreatie - 4 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de gronden direct grenzend aan de bestemming Recreatie - 4 met de bestemming 'Natuur' en aanduidingen, genoemd in artikel 10.1, te wijzigen in Recreatie - 4 om de recreatiewoning, zoals bedoeld in deze regels, uit te breiden, met in achtneming van de volgende voorwaarden: a. het bestemmingsvlak is aantoonbaar te klein voor een recreatiewoning van 250 m3 met een bijbehorend bouwwerk van 10 m2 of een andere vormgeving van het vlak is wenselijk; b. de provinciale Nee-Tenzij-toets is uitgevoerd en hierop is een positief advies ontvangen vandoor de provincie schriftelijke akkoord bevonden en eventuele compenserende maatregelen zijn uitgevoerd; c. het wijzigen van de bestemming niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
38
Artikel 11 Recreatie - 1 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatie alsmede bedrijven en organisaties in de recreatieve sector. b. sport- en speelvoorzieningen; c. kantoor- en opslagruimte voor de beheerder van het totale recreatieterrein De Maarssenveense plassen; d. tevens snackkiosken, sanitaire en ondersteunende voorzieningen, 15 kampeermiddelen en evenementen binnen de aanduiding 'strand'; e. tevens één (1) bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' ; f. tevens één (1) kinderdagverblijf; g. tevens wat betreft zelfstandige horecagelegenheden, drie (3) binnen de categorie h1 (daghoreca), één (1) binnen de categorie h4 (restaurant/eetcafe), één (1) binnen de categorie h5 (cafetaria/snackbar) en één (1) binnen de categorie h6 (zaalaccommodatie) zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'horeca'; h. tevens één (1) zend-/ontvangstinstallatie ter plaatse van de aanduiding 'zend/ontvangstinstallatie'. met de daarbij behorende: i. bouwwerken; j. erven en terreinen; k. groenvoorzieningen en water; l. parkeervoorzieningen en straatmeubilair; m. nutsvoorzieningen en kunstwerken; n. ondergrondse afvalinzamelsystemen; o. voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie; p. wegen en paden; q. overige functioneel met de bestemming 'Recreatie 1' verbonden voorzieningen.
11.2 Bouwregels Op de in artikel 11.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd, met dien verstande, dat: 1. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen de bouwvlakken tot het binnen dat bouwvlak aangegeven aantal m2 en voldaan wordt aan de richtlijnen van het beeldkwaliteitsplan Maarsseveense Plassen d.d. 14 september 2017 dat als bijlage bij de regels is gevoegd. 2. In afwijking op het bepaalde onder sub 1 geldt dat op de gronden met de aanduiding 'strand' snackkiosken sanitaire- en ondersteunende voorzieningen ook buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd. 3. Tenzij op de verbeelding met een aanduiding anders is aangegeven geldt de volgende maatvoering: max. aantal
1
Gebouwen binnen het bouwvlak
2
Gebouwen binnen
39
max. max. max. bouw hoogte oppervlak inhoud totaal als 10 m en goothoogte 6m aangegeven op de verbeelding als 4m
3
4
5
6
7
de “specifieke bouwaanduiding – 2” Binnen de aanduiding “strand” Snackkiosken Binnen de aanduiding “strand” sanitaire en ondersteunende voorzieningen Binnen de aanduiding “strand” kampeermiddelen Binnen de aanduiding “speeleiland” een uitkijkpost, een observatietoren en een glijbanen Binnen de aanduiding “bedrijfswoning”
aangegeven op de verbeelding 100 m2
3m
400 m2
3m
15
16 m
650 m3
1
4,50 m goot
10 m bouw Vrijstaande 50 m2 3m goot en 6 m bouw bijbehorend bouwwwerk bij “bedrijfswoning” 9 Erf- en 2,50 m terreinafscheidingen 10 Overige 16 m bouwwerken geen gebouwen zijnde waaronder speelen sportvoorzieningen * de maximale goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken is gelijk aan de hoogte van de eerste bouwlaag van de bedrijfswoning. 8
11.3 Afwijken van de bouwregels Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 23 Algemene bouwregels is het mogelijk af te wijken van de onder artikel 11.2 genoemde bouwregels: a. gebouwen binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' tot een goothoogte van 8 en een bouwhoogte van maximaal 12 m, als de bouw geen onevenredig afbreuk doet aan de ter plaatse aanwezige waarden en kernkwaliteiten en voldaan wordt aan de uitgangspunten van het beelkwaliteitsplan Maarsseveense Plassen d.d. 14 september 2017 dat als bijlage bij de regels is gevoegd. b. Burgemeester en wethouders geven uitsluitend toepassing aan deze afwijkingsbevoegdheid na schriftelijk advies van een deskundige op dit gebied.
40
11.4 Specifieke gebruiksregels 11.4.1 Strijdig gebruik Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.2 strijdig gebruik is het in ieder geval verboden bedoelde gronden te gebruiken voor: a. detailhandel met uitzondering van ondergeschikte detailhandel die geen zelfstandig onderdeel vormt van de bedrijfsvoering; b. meer dan 400 lockers (kleedkastjes binnen het welnesscomplex Spa Sereen; c. recreatief nachtverblijf, met uitzondering van de jaarlijkse overnachting van de bezoekers van de dagcamping van maximaal 2 nachten.
11.4.2 Specifieke gebruiksregels ten aanzien van evenementen en incidentele festiviteiten binnen de inrichting “recreatieterrein de Maarsseveense Plassen” is het toegestaan: a. Evenementen en incidentele festiviteiten te organiseren die passen binnen de reguliere geluidsnormen van het Activiteitenbesluit (afdeling 2.8); b. Maximaal 12 dagen per jaar ontheffing te verlenen van de onder a genoemde normen van het Activiteitenbesluit ten behoeve van een evenement of incidentele festiviteit waarbij de volgende voorwaarden in acht worden genomen: 1. de 12 dagen ontheffing gelden voor de inrichting “recreatieterrein de Maarsseveense Plassen”; 2. er wordt ten minste 3 weken aangehouden tussen evenementen die vallen binnen de zwaarste categorie (Categorie C) zoals genoemd in het Uitvoeringsbeleid Evenementen Stichtse Vecht 2016, vastgesteld 19 april 2016; 3. binnen de inrichting “recreatieterrein de Maarsseveense Plassen” is voor maximaal drie evenementendagen een evenement binnen de zwaarste categorie toegestaan (categorie C) zoals genoemd in het Uitvoeringsbeleid Evenementen Stichtse Vecht 2016, vastgesteld 19 april 2016, waarvan maximaal één dance-event; 4. een dance-event mag maximaal één (1) evenementendag beslaan; 5.
om verstorende effecten op flora en fauna te minimaliseren, moet een verzoek om ontheffing voor een evenement of incidentele festiviteit en het afsteken van professioneel vuurwerk vergezeld gaan van een toets door een deskundige op het gebied van flora en fauna en moeten mitigerende maatregelen worden getroffen als de deskundige dit noodzakelijk acht. c. In geval van de onder b genoemde ontheffing bedraagt het toegestane geluidsniveau bij de gevels van woningen van derden van alle onversterkte en versterkte muziek, tenzij in een advies van de Omgevingsdienst Regio Utrecht een lager geluidsniveau wordt aanbevolen maximaal: 1. Voor 3 van de 12 dagen: i. equivalente geluidsniveau (LAeq) 70 dB (A) tussen 07.00 en 23.00 uur; ii. equivalente geluidsniveau (LAeq) 60 dB (A) tussen 23.00 uur en 01.00 uur ten behoeve van vertrekkende bezoekers en opruimwerkzaamheden, muziek is niet toegestaan; iii. piekgeluidniveau (LAmax) is 80 d(A) tussen 07:00 en 23:00 uur; iv. voor de bastonen geldt een extra norm van95 dB(C) tussen 07.00 en 23.00 uur . v. Na 01.00 uur gelden de reguliere geluidsnormen van het Activiteitenbesluit (afdeling 2.8). 2. Voor 9 van de 12 dagen: i. equivalente geluidsniveau (LAeq) 70 dB (A) tussen 07.00 en 19.00 uur; ii. equivalente geluidsniveau (LAeq) 65 dB (A) tussen 19.00 en 23.00 uur; iii.
equivalente geluidsniveau (LAeq) 60 dB (A) tussen 23.00 uur en 01.00 uur ten behoeve van vertrekkende bezoekers en opruimwerkzaamheden, muziek is niet toegestaan;
41
iv. v. vi.
piekgeluidniveau (LAmax) is 80 dB (A) tussen 07.00 en 19.00 uur; piekgeluidniveau (LAmax) is 75 dB (A) tussen 19.00 en 23.00 uur; voor de bastonen geldt een extra norm van 95 dB(C) tussen 07.00 en 23.00 uur; vii. Na 01.00 uur gelden de reguliere geluidsnormen van het Activiteitenbesluit (afdeling 2.8). d. om verstorende effecten op het Natura2000 te minimaliseren, moet een activiteit als professioneel vuurwerk, ballonvaarten, parachutespringen of iets soortgelijks wat niet getoetst is in het rapport van Egmond en Poot (2007), vergezeld gaan van een toets door een deskundige op het gebied van flora en fauna en moeten mitigerende maatregelen worden getroffen als de deskundige dit noodzakelijk acht; e. Binnen de inrichting recreatieterrein de Maarsseveense Plassen mag bij één (1) evenement maximaal 2 overnachtingen plaatsvinden voor de bezoekers van dat evenement; f. Het aantal bezoekers aan een evenement mag maximaal 15.000 personen bedragen; g. Voor het verlenen van een vergunning worden voor het overige de regels aangehouden zoals die zijn opgenomen in het Uitvoeringsbeleid Evenementen Stichtse Vecht 2017, vastgesteld 19 april 2016.
42
Artikel 12 Recreatie - 2 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. volkstuinen; b. ter plaatse van de aanduiding “kas” een kas. met de daarbij behorende: c. d. e. f. g. h. i. j. k.
bouwwerken; erven en terreinen; groenvoorzieningen en water; parkeervoorzieningen en straatmeubilair; nutsvoorzieningen en kunstwerken; ondergrondse afvalinzamelsystemen; voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie; wegen en paden; overige functioneel met de bestemming 'Recreatie' verbonden voorzieningen.
12.2 Bouwregels Op de in artikel 12.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd, met dien verstande, dat: a. per volkstuin met een oppervlakte van ten minste150m² kassen, en bergingen mogen worden gebouwd, waarbij; 1. de grondoppervlakte van kassen en bergingen gezamenlijk maximaal 25 m² bedraagt; 2. de goot- en bouwhoogte maximaal 3 m respectievelijk 5m bedraagt; b. in aanvulling op het bepaalde onder a. mag ter plaatse van de aanduiding 'kas' niet meer dan één (1) kas mag worden gebouwd met een oppervlakte van maximaal 50 m 2 en een goot- en bouwhoogte van maximaal 3 m respectievelijk 5m; c. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedraagt dan: 1. 1 m op de gronden vóór de naar een openbare weg gekeerde gevel; 2. 2 m op de overige gronden.
12.3 Specifieke gebruiksregels 12.3.1 Strijdig gebruik Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.2 strijdig gebruik is het in ieder geval verboden bedoelde gronden te gebruiken voor: a. het plaatsen van onderkomens. b. de opslag van goederen anders dan krachtens de bestemming en aanduidingen toegestane gebruik. c. de bouwwerken te gebruiken, al dan niet recreatief, als nachtverblijf.
12.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de bestemming en aanduidingen, genoemd in artikel 12.1 te wijzigen in de bestemming “Agrarisch met waarden - Landschapswaarden” of de bestemming 'Natuur'.
43
Artikel 13 Recreatie - 4 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verblijfsrecreatie, b. ter plaatse van de aanduiding “bijgebouw” een bijgebouw en prieel, met de daarbij behorende: c. d. e. f. g. h.
zelfstandige recreatieverblijven met bijbehorende erven; parkeervoorzieningen; tuin, natuur en water; waterhuishoudkundige voorzieningen; voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie; overige functioneel met de bestemming 'Recreatie 4' verbonden voorzieningen.
13.2 Bouwregels Op de in artikel 13.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd, met dien verstande dat: ten aanzien van gebouwen: a. de goot- en bouwhoogte van recreatieverblijven respectievelijk maximaal 3 m en 5 m bedraagt tenzij op de verbeelding anders staat weergegeven; b. de inhoud van een recreatieverblijf maximaal 250 m³ bedraagt; c. één (1) bijbehorend bouwwerk bij een recreatieverblijf mag worden gebouwd van maximaal 10 m² en een bouwhoogte van maximaal 3m; d. ter plaatse van de aanduiding “bijgebouw” is, naast het gestelde onder c, een bijgebouw/schuur en prieel toegestaan waarvan de oppervlakte zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan, geldt als maximaal toegestane. e. de afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 m bedraagt. f. bijbehorende bouwwerken vrij mogen staan of aan het hoofdgebouw vast gebouwd mogen worden, in welk geval de onder c genoemde maximale hoogte van 3 m niet mag worden overschreden en in het geval het een aan het hoofdgebouw vastgebouwd bouwwerk betreft de goothoogte niet meer bedraagt dan de begane grondlaag van het hoofdgebouw. ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde: g. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedraagt dan: 1.
1 m op de gronden vóór de naar een openbare weg gekeerde gevel; 2. 2 m op de overige gronden; h. de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde niet meer bedraagt dan 3 m. i. het aanleggen van natuurvriendelijke oeverbeschoeiingen en steigers.
13.3 Specifieke gebruiksregels 13.3.1 Strijdig gebruik Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.2 strijdig gebruik is het in ieder geval verboden bedoelde gronden te gebruiken voor het permanent bewonen van recreatieverblijven en kampeermiddelen.
44
13.4 Wijzigingsbevoegdheid 13.4.1 Natuur Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de bestemming te wijzigen in de bestemming Natuur zoals bedoeld in artikel 9 van de regels van dit plan met inachtneming van de voorwaarden dat: a. het recreatieve gebruik is gestaakt en alle opstallen zijn gesloopt; b. het terrein conform de geldende natuurdoelstelling is ingericht waarvoor schriftelijk advies wordt ingewonnen bij een ter zake deskundige.
45
Artikel 14 Recreatie - 5 14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - 5' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatie; b. groen en water; c. behoud en versterking van de daar voorkomende, waarden, bestaande uit een afwisseling van open ligweides, doorzichten over het water en bospercelen; d. klim-klauter-bos e. een reserve parkeerterrein te gebruiken als overloopgebied als het structurele parkeerterrein vol is; met de daarbij behorende: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
bouwwerken picknickterreinen; parkeervoorzieningen en straatmeubilair; bruggen waterhuishoudkundige voorzieningen en overige kunstwerken; groenvoorzieningen en water; wegenen( ruiter)paden; sport- en speelvoorzieningen; voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie; overige functioneel met de bestemming 'Recreatie 5' verbonden voorzieningen.
14.2 Bouwregels Op de in artikel 14.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd met dien verstande, dat de volgende maatvoering geldt:
max. aantal
1
Snackkiosken
max. oppervlak totaal 50 m2
2
sanitaire en ondersteunende voorzieningen
100 m2
3
uitkijkpost, -toren
10 m2
9
Erf- en terreinafscheidingen Overige bouwwerken geen gebouwen zijnde waaronder (vis)steigers, speelen sportvoorzieningen
10
max. max. bouwhoogte inhoud 3m 3m
10 m 3m 3m
46
14.3 Specifieke gebruiksregels 14.3.1 Strijdig gebruik Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.2 strijdig gebruik is het in ieder geval verboden bedoelde gronden te gebruiken voor recreatief nachtverblijf.
47
Artikel 15 Tuin 15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen b. ter plaatse van de aanduiding 'opslag' is uitsluitend opslag ten behoeve van de bestemming 'Tuin' toegestaan. c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van tuin-paardenverblijf' is uitsluitend een schuilgelegenheid voor paarden toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw' is een bijbehorend bouwwerk toegestaan; e. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' zijn bijbehorende bouwwerken ten behoeve van toegestaan. met de daarbij behorende: f. g. h. i. j.
bijbehorende bouwwerken; toegangspaden tot gebouwen en in- en uitritten; parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; overige functioneel met de bestemming 'Tuin - 1' verbonden voorzieningen.
15.2 Bouwregels a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen maximaal 1 m bedraagt op de gronden vóór de naar het openbaar gebied gekeerde gevel van het hoofdgebouw en maximaal 2 m op de overige gronden; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen waaronder speelvoorzieningen, bedraagt maximaal 3 m, c. binnen de in artikel 15.1 sub b. bedoelde aanduiding “opslag” mag een opslagruimte worden geplaatst met een goothoogte van 3m en een bouwhoogte van 5 m en een oppervlakte van niet meer dan10 m². d. binnen de in artikel 15.1 sub c bedoelde aanduiding “specifieke vorm van tuin-paardenverblijf” mag een paardenverblijf worden geplaatst met een oppervlakte van niet meer dan 25m² en een hoogte van niet meer dan 3 m; e. binnen de in artikel 15.1 sub d bedoelde aanduiding “bijgebouw” is een bijbehorend bouwwerk toegestaan met een goothoogte van 3 m, een bouwhoogte van 5 m en een maximaal oppervlakte zoals aangegeven op de verbeelding; f. binnen de in artikel 15.2 sub e bedoelde aanduiding “maatschappelijk” zijn bijbehorende bouwwerken toegestaan met een goothoogte van 3 m, een bouwhoogte van 5 m en een maximaal oppervlakte van 80 m2 ten behoeve van een natuurgeneeskundig gezondheidscentrum; g.
in afwijking van het gestelde in artikel 15.3.2 sub f artikel 15.3.2 sub b mag het oppervlakte van een bijgebouw, wanneer dit niet aangegeven is op de verbeelding, niet meer bedragen dan het oppervlakte dat aanwezig was tijdens de terinzage legging van het ontwerpbestemmingsplan.
15.3 Specifieke gebruiksregels 15.3.1 Strijdig gebruik Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.2 strijdig gebruik.
48
15.3.2 Ten behoeve van het aanleggen van paardenbakken, het trainen/africhten van paarden en uitoefening van de paardensport en bijbehorende voorzieningen binnen een bouwperceel Met betrekking tot het toestaan van paardenbakken, het toestaan van aan de paardenhouderij gerelateerde overige bouwwerken zoals stapmolens en paddocks, het africhten of trainen van paarden of het uitoefenen van de paardensport in een paardenbak, gelden de volgende regels: a. per bouwperceel is maximaal één (1) paardenbak toegestaan ten behoeve van eigen gebruik; b. de paardenbak mag uitsluitend binnen het bouwperceel worden gerealiseerd onder voorwaarde dat het bouwperceel ten minste 2.000 m2 bedraagt; c. de oppervlakte van een paardenbak bedraagt maximaal 800 m²; d. de paardenbak moet minimaal 1m achter de voorgevel van de woning worden gerealiseerd; e. de afstand tussen een paardenbak en een woning van derden bedraagt minimaal 50 m; f. de afstand van de paardenbak tot de eigen woning op het bouwperceel bedraagt maximaal 50 m; g. de bouwhoogte van omheiningen bedraagt maximaal 1,5 m; h. lichtmasten in of rond de paardenbak zijn niet toegestaan; i. het aantal paarden bedraagt maximaal 5.
15.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de gronden direct grenzend aan de bestemming Recreatie - 4 met de bestemming 'Tuin' en aanduidingen, genoemd in artikel 15.1, te wijzigen in Recreatie - 4 om de recreatiewoning, zoals bedoeld in deze regels, uit te breiden, met in achtneming van de volgende voorwaarden: a. het bestemmingsvlak is aantoonbaar te klein voor een recreatiewoning van 250 m3 met een bijbehorend bouwwerk van 10 m2 of een andere vormgeving van het vlak is wenselijk; b. het wijzigen van de bestemming niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
49
Artikel 16 Verkeer 16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en paden; b. reclameborden; (reclamezuilen en billboards) c. parkeervoorzieningen d. het houden van evenementen binnen de aanduiding “evenemententerrein” e. Bruggen kunst werken; f. geluidwerende voorzieningen; g. groenvoorzieningen en water; h. in- en uitritten; i. kunstobjecten en straatmeubilair; j. sport- en speelvoorzieningen k. nutsvoorzieningen; l. waterhuishoudkundige voorzieningen m. ondergrondse afvalinzamelsystemen; n. voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie; o. overige functioneel met de bestemming ‘Verkeer’ verbonden voorzieningen; p. ter hoogte van de aanduiding "terras" is een terras bij een horecagelegenheid toegestaan; q. ter hoogte van de aanduiding "bijgebouw" is een bijgebouw toegestaan; r. ter hooogte van de aanduidig 'garagebox' zijn garageboxen toegestaan.
16.2 Bouwregels 16.2.1 Gebouwen Op de in artikel 9.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd, met dien verstande, dat: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en gemalen worden gebouwd met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van gebouwen niet meer bedraagt dan 3 m; 2. de oppervlakte van gebouwen niet meer bedraagt dan 15 m². b. In afwijking van het gestelde onder a mogen ter plaatse van de aanduiding garagebox, gebouwen ten behoeve van het stallen van goederen en of voertuigen met een maximumhoogte van 3 meter.
16.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt niet meer dan 1 m; de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen bedraagt niet meer dan 10 m; de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt niet meer dan 10 m; de bouwhoogte van straatmeubilair, en reclameborden bedraagt niet meer dan 6 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 3 m.
16.3 Specifieke gebruiksregels 16.3.1 Strijdig gebruik Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.2 strijdig gebruik.
50
16.3.2 Specifieke gebruiksregels ten aanzien van evenementen en incidentele festiviteiten binnen de inrichting “recreatieterrein de Maarsseveense Plassen” is het toegestaan: a. Evenementen en incidentele festiviteiten te organiseren die passen binnen de reguliere geluidsnormen van het Activiteitenbesluit (afdeling 2.8); b. Maximaal 12 dagen per jaar ontheffing te verlenen van de onder a genoemde normen van het Activiteitenbesluit ten behoeve van een evenement of incidentele festiviteit waarbij de volgende voorwaarden in acht worden genomen: 1. de 12 dagen ontheffing gelden voor de inrichting “recreatieterrein de Maarsseveense Plassen”; 2. er wordt ten minste 3 weken aangehouden tussen evenementen die vallen binnen de zwaarste categorie (Categorie C) zoals genoemd in het Uitvoeringsbeleid Evenementen Stichtse Vecht 2016, vastgesteld 19 april 2016; 3. binnen de inrichting “recreatieterrein de Maarsseveense Plassen” is voor maximaal drie evenementendagen een evenement binnen de zwaarste categorie toegestaan (categorie C) zoals genoemd in het Uitvoeringsbeleid Evenementen Stichtse Vecht 2016, vastgesteld 19 april 2016, waarvan maximaal één dance-event; 4. een dance-event mag maximaal één (1) evenementendag beslaan; 5.
om verstorende effecten op flora en fauna te minimaliseren, moet een verzoek om ontheffing voor een evenement of incidentele festiviteit en het afsteken van professioneel vuurwerk vergezeld gaan van een toets door een deskundige op het gebied van flora en fauna en moeten mitigerende maatregelen worden getroffen als de deskundige dit noodzakelijk acht. c. In geval van de onder b genoemde ontheffing bedraagt het toegestane geluidsniveau bij de gevels van woningen van derden van alle onversterkte en versterkte muziek, tenzij in een advies van de Omgevingsdienst Regio Utrecht een lager geluidsniveau wordt aanbevolen maximaal: 1. Voor 3 van de 12 dagen: i. equivalente geluidsniveau (LAeq) 70 dB (A) tussen 07.00 en 23.00 uur; ii. equivalente geluidsniveau (LAeq) 60 dB (A) tussen 23.00 uur en 01.00 uur ten behoeve van vertrekkende bezoekers en opruimwerkzaamheden, muziek is niet toegestaan; iii. piekgeluidniveau (LAmax) is 80 d(A) tussen 07:00 en 23:00 uur; iv. voor de bastonen geldt een extra norm van95 dB(C) tussen 07.00 en 23.00 uur . v. Na 01.00 uur gelden de reguliere geluidsnormen van het Activiteitenbesluit (afdeling 2.8). 2. Voor 9 van de 12 dagen: i. equivalente geluidsniveau (LAeq) 70 dB (A) tussen 07.00 en 19.00 uur; ii. equivalente geluidsniveau (LAeq) 65 dB (A) tussen 19.00 en 23.00 uur; iii.
equivalente geluidsniveau (LAeq) 60 dB (A) tussen 23.00 uur en 01.00 uur ten behoeve van vertrekkende bezoekers en opruimwerkzaamheden, muziek is niet toegestaan; iv. piekgeluidniveau (LAmax) is 80 dB (A) tussen 07.00 en 19.00 uur; v. piekgeluidniveau (LAmax) is 75 dB (A) tussen 19.00 en 23.00 uur; vi. voor de bastonen geldt een extra norm van 95 dB(C) tussen 07.00 en 23.00 uur; vii. Na 01.00 uur gelden de reguliere geluidsnormen van het Activiteitenbesluit (afdeling 2.8). d. om verstorende effecten op het Natura2000 te minimaliseren, moet een activiteit als professioneel vuurwerk,ballonvaarten, parachutespringen of iets soortgelijks wat niet getoetst is in het rapport van Egmond en Poot (2007), vergezeld gaan van een toets door een deskundige op het gebied van flora en fauna en moeten mitigerende maatregelen worden getroffen als de deskundige dit noodzakelijk acht; e. Binnen de inrichting recreatieterrein de Maarsseveense Plassen mag bij één (1) evenement maximaal 2 overnachtingen plaatsvinden voor de bezoekers van dat evenement. f. Het aantal bezoekers aan een evenement mag maximaal 15.000 personen bedragen;
51
g. Voor het verlenen van een vergunning worden voor het overige de regels aangehouden zoals die zijn opgenomen in het Uitvoeringsbeleid Evenementen Stichtse Vecht 2017, vastgesteld 19 april 2016.
16.3.3 Specifieke gebruiksregels ten aanzien van openingstijden terras Ten aanzien van het terras bij de horecagelegenheid geldt dat het terras om 23.00 uur gesloten moet zijn.
16.3.4 Specifieke gebruikssregels ten aanzien van veiligheid bij de bestemming woongebied 16.3.4.1 De wegen en paden binnen de verkeersbestemming danwel de aangrenzende woongebiedbestemming, die nog niet voldoen aan de CROW, mogen in verband met de bereikbaarheid van hulpdiensten nooit smaller worden dan zoals aangegeven op de inrichtingstekening die deel uitmaakt van het wijzigingsplan.
16.3.4.2 De bestemming woongebied met de aangrenzende verkeersbestemming moet vanaf de Westbroekse Binnenweg vrij toegankelijk zijn voor de hulpdiensten.
16.3.4.3 De wegen, paden en de bluswatervoorzieningen in de verkeersbestemming danwel de aangrenzende woongebiedbestemming, moeten toegankelijk zijn voor hulpdiensten en vrij blijven van obstakel, zoals geparkeerde auto’s en/of aanhangers, bouwwerken en begroeiing
16.3.4.4 Binnen de verkeersbestemming aangrenzend aan de woongebiedbestemming, moet openbare verlichting zijn die de wegen, paden en parkeerterreinen verlichten.
16.3.4.5 Binnen de verkeersbestemming aangrenzend aan de woongebiedbestemming moet een duidelijke plattegrond met bewegwijzering en huisnummering aanwezig zijn.
16.3.4.6 Binnen de verkeersbestemming aangrenzend aan de woongebiedbestemming, moeten bluswatervoorzieningen aanwezig zijn die goed staan aangegeven en vrij zijn van obstakels, zoals geparkeerde auto’s en/of aanhangers, bouwwerken en begroeiing.
52
Artikel 17 Water 17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
water en waterlopen; waterhuishouding; recreatief gebruik; ter plaatse van de aanduiding 'natuur- en landschapswaarden' zijn de gronden ook bestemd voor het behoud, versterking en herstel van daar voorkomende, dan wel daaraan eigen zijnde landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden, namelijk een langgerekt slotenpatroon dat kenmerkend is voor het veenweidegebied, en de turfsteekgaten tussen de Kleine Plas en Tuinbouwweg e. ligplaatsen voor recreatievaartuigen; f. steigers; g. ter hoogte van de aanduiding "terras" is een terras bij een horecagelegenheid toegestaan. met de daarbij behorende: h. bruggen, sluizen, waterhuishoudkundige voorzieningen, beschoeiingen en overige kunstwerken; i. afmeervoorzieningen; j. trailerhelling; k. recreatievoorzieningen; l. kruisende wegen en paden; m. overige functioneel met de bestemming 'Water' verbonden voorzieningen.
17.2 Bouwregels Op de in artikel 17.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde (waaronder begrepen kunstwerken) ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande, dat de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt.
17.3 Specifieke gebruiksregels 17.3.1 Strijdig gebruik Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.2 strijdig gebruik is het in ieder geval verboden bedoelde gronden te gebruiken voor: a. het afmeren van woonboten; b. het uitoefenen van activiteiten die aantoonbaar een negatieve invloed hebben op de aanwezige waterkwaliteit als zwemwater.
17.3.2 Specifieke gebruiksregels ten aanzien van openingstijden terras Ten aanzien van het terras bij de horecagelegenheid geldt dat het terras om 23.00 uur gesloten moet zijn.
53
Artikel 18 Wonen 18.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen dan wel bedrijfsmatige activiteiten aan huis en mantelzorg; b. ter plaatse van de aanduiding “maatschappelijk” een natuurgeneeskundig gezondheidscentrum. met de daarbij behorende: d. e. f. g. h. i.
bouwwerken; erven en tuinen; toegangspaden tot gebouwen en in- en uitritten; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen en water; overige functioneel met het wonen verbonden voorzieningen.
18.2 Bouwregels Op de in artikel 18.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd, met dien verstande, dat: ten aanzien van hoofdgebouwen: a. deze uitsluitend worden gebouwd binnen op de verbeelding aangegeven bouwvlakken; b. per bouwvlak een (1) woning is toegestaan, tenzij op de verbeelding een ander aantal wooneenheden is aangegeven, geldt dat als toegestaan aantal; c. ter plaatse van de aanduiding “wonen uitgesloten” is geen zelfstandige woning maar enkel bijbehorende bouwwerken conform het bepaalde in artikel 18.2 sub h en artikel 18.2 sub j toegestaan; d. de inhoud van het hoofdgebouw maximaal 650 m³ bedraagt, met uitzondering van de woningen met de aanduiding “voormalige recreatiewoning”; e. de goothoogte en bouwhoogte van het hoofdgebouw maximaal respectievelijk 4,5 m en 10 m bedraagt, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven met uitzondering van de woningen met de aanduiding “voormalige recreatiewoning”; f. in afwijking van hetgeen onder artikel 18.2 sub d en artikel 18.2 sub e de inhoud van het hoofdgebouw binnen de aanduiding “voormalige recreatiewoning” maximaal 250 m3 bedraagt met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 m en 5 m; g. ter plaatse van de aanduiding “maatschappelijk” een gebouw van maximaal 1000 m2 is toegestaan met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 m en 6 m; h.
de afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 m bedraagt; i. Een hoofdgebouw slechts één (1) officiële voorkant heeft namelijk de kant die naar de openbare weg is gekeerd. Als er onduidelijkheid is over de voorkant, zal het college van B&W de voorkant aanwijzen. ten aanzien van bijbehorende bouwwerken: j.
bij elk hoofdgebouw binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, waarbij:
1. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwvlakken afhankelijk van de grootte van het bouwperceel maximaal bedraagt;
54
totale aaneengesloten oppervlakte bouwperceel*
maximale oppervlakte bijbehorende bouwwerken 60 m2 80 m2 90 m2 100 m2 150 m2 30 m2
tot 300 m2 van 300 m2 tot 500 m2 van 500 m2 tot 750 m2 van 750 m2 tot 1.000 m2 van 1.000 m2 en meer Aanduiding voormalige n.v.t. recreatiewoning Aanduiding voormalig n.v.t 522 m2 agrarisch bedrijf Westbroekse Binnenweg 35 Aanduiding voormalig n.v.t 320 m2 agrarisch bedrijf Westbroekse Binnenweg 88 * bij het bepalen van de oppervlakte van het bouwperceel in geval van particuliere initiatieven worden gronden met openbare bestemmingen, zoals verkeer, groen en water niet meegerekend.
2. de gezamenlijke oppervlakte maximaal 50% van de oppervlakte van het aansluitend aan de woning gelegen bouwperceel bedraagt; 3. de goothoogte en bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken respectievelijk maximaal 3 m 5 m bedraagt; 4. de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken maximaal 0,30 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw bedraagt, waarna deze mag worden afgewerkt met een dak; 5. bijbehorende bouwwerken zijn alleen toegestaan binnen het achtererfgebied; ten aanzien van bouwwerken geen gebouwen zijnde: l.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal: 1. 1 m op de gronden vóór de naar het openbaar gebied gekeerde gevel van het hoofdgebouw; 2. 2 m op de overige gronden; m. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen waaronder speelvoorzieningen, bedraagt maximaal 3 m.
18.3 Afwijken van de bouwregels Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 23 Algemene bouwregels is het mogelijk af te wijken van de onder artikel 18.2 genoemde bouwregels: Burgermeester en wethouders zijn bevoegd middels een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 18.2 sub h voor het bouwen op een geringere afstand van de (bouw)perceelsgrens, dan wel tot op de (bouw)perceelsgrens, als dit geen afbreuk doet aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. b. artikel 18.2 sub d voor het vergroten van de maximale inhoud van 650 m3 naar maximaal 800 m3 met dien verstande dat:
55
1. het bouwperceel voor maximaal 40% bebouwd is; 2. de landschappelijke, en natuurwaarden en gebruiksmogelijkheden van derden niet onevenredig worden aangetast 3. een schriftelijk advies wordt gevraagd van een deskundige inzake de te beschermen waarde en landschappelijk inpassing. 4. woningen met de aanduiding “voormalige recreatiewoning” niet in aanmerking komen voor een vergroting van de maximale inhoud anders dan zoals genoemd in hoofdstuk 3 Algemene regels.
18.4 Specifieke gebruiksregels 18.4.1 Strijdig gebruik Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.2 strijdig gebruik.
18.4.2 Beroep of bedrijf aan huis Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.1 beroep of bedrijf aan huis.
18.4.3 Ten behoeve van de aanleg van paardenbakken, het trainen/africhten van paarden en uitoefening van de paardensport en bijbehorende voorzieningen Met betrekking tot het toestaan van paardenbakken, het toestaan van aan de paardenhouderij gerelateerde overige bouwwerken zoals stapmolens en paddocks, het africhten of trainen van paarden of het uitoefenen van de paardensport in een paardenbak, gelden de volgende regels: a. per bouwperceel is maximaal één (1) paardenbak toegestaan ten behoeve van eigen gebruik; b. de paardenbak mag uitsluitend binnen het bouwperceel worden gerealiseerd onder voorwaarde dat het bouwperceel ten minste 2.000 m2 bedraagt; c. de oppervlakte van een paardenbak bedraagt maximaal 800 m²; d. de paardenbak moet minimaal 1machter de voorgevel van de woning worden gerealiseerd; e. de afstand tussen een paardenbak en een woning van derden bedraagt minimaal 50 m; f. de afstand van de paardenbak tot de eigen woning op het bouwperceel bedraagt maximaal 50 m; g. de bouwhoogte van omheiningen bedraagt maximaal 1,5 m h. lichtmasten in of rond de paardenbak zijn niet toegestaan.
18.4.4 Parkeren Zie hiervoor hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 24 Algemene gebruiksregels artikel 24.3 parkeren.
56
Artikel 19 Woongebied (voormalig verblijfsrecreatief park) 19.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen dan wel bedrijfsmatige activiteiten aan huis; met de daarbij behorende: b. bouwwerken c. erven en tuinen; d. wegen en paden; e. toegangspaden tot gebouwen en in- en uitritten; f. parkeervoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. nutsvoorzieningen i. (ondergrondse) afvalinzamelsystemen; j. straatmeubilair; k. water en waterhuishoudelijke voorzieningen l. bruggen, dammen en duikers; m. groenvoorzieningen; n. voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie; o. overige functioneel met het wonen verbonden voorzieningen.
19.2 Bouwregels Op de in artikel 19.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd, met dien verstande, dat: ten aanzien van hoofdgebouwen: a. deze uitsluitend worden gebouwd binnen op de verbeelding aangegeven bouwvlakken; b. per bouwvlak een (1) woning is toegestaan, tenzij op de verbeelding een ander aantal is aangegeven dan is dat aantal woningen toegestaan; c. de oppervlakte van het bouwvlak minimaal 150 m2 bedraagt; d. het totale bebouwingspercentage per bouwvlak maximaal 50% bedraagt; e. de inhoud, afhankelijk van het genoemde onder sub d en g, maximaal 250 m3 bedraagt; f. het niet is toegestaan hoofdgebouwen samen te voegen tot 1 woning als deze woning groter wordt dan 250 m3; g. de goothoogte maximaal 3 m en de bouwhoogte maximaal 5 m bedraagt; h. de afstand ten opzichte van de (bouw)perceelgrenzen minimaal 1,50 m bedraagt; i. een hoofdgebouw slechts één (1) officiële voorkant heeft, namelijk de kant die naar de (openbare) weg is gekeerd en die als zodanig staat aangegeven in het beeldkwaliteitsplan woongebieden Westbroeksebinnenweg d.d. 28 juni 2018 of een recentere versie (bijlage 2 bij de regels); j.
elke woning 1,6 parkeerplaatsen op eigen perceel heeft of er wordt aangetoond dat (een deel van) de 1,6 parkeerplaatsen die horen bij de betreffende woning op andere wijze zijn voorzien binnen het mandelig gebied Ten aanzien van bijbehorende bouwwerken: k.
bij elk hoofdgebouw binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, waarbij geldt dat: 1. bijbehorende bouwwerken alleen mogen worden gebouwd op het achtererfgebied overeenkomstig de regels van het vergunningsvrij bouwen in het Besluit omgevingsrecht (Bor);
57
2. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, afhankelijk van het genoemde percentage onder sub d, maximaal 30 m2 bedraagt; 3. bijbehorende bouwwerken vrijstaand of aan het hoofdgebouw vast gebouwd mogen worden; 4. de bouwhoogte van vrijstaande of aangebouwde bijbehorende bouwwerken maximaal 3 m bedraagt; 5. aanwezige bebouwing op het voorerfgebied, die tijdens de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan al aanwezig was, is toegestaan onder voorwaarde dat de oppervlakte van deze bebouwing niet mag worden vergroot en deze bebouwing de bereikbaarheid van hulpdiensten niet in gevaar brengt; 6. de afstand ten opzichte van de (bouw)perceelgrenzen minimaal 1,50 m bedraagt; 7. voor vergunningsvrije bouwwerken geldt dat altijd een afstand van ten minste 1 meter moet worden aangehouden ten opzichte van de bestemming Verkeer. Ten aanzien van bouwwerken geen gebouwen zijnde de volgende regels gelden: l.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal: 1. 1 m op de gronden vóór de naar het openbaar gebied gekeerde gevel van het hoofdgebouw; 2. 2 m op de overige gronden; m. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen waaronder speelvoorzieningen, bedraagt maximaal 3 m.
19.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat waaronder de privacy van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de parkeermogelijkheden: elke woning moet voldoen aan de parkeernorm van 1.6 parkeerplaatsen per woning; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding, waaronder het vrijwaren van bluswatervoorzieningen; f. ter waarborging van de bereikbaarheid van hulpdiensten, waaronder het plaatsen van gebouwen die een toekomstige verbreding van de ontsluitingswegen van het woongebied onmogelijk maakt.
19.4 Afwijken van de bouwregels Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 23 Algemene bouwregels is het mogelijk af te wijken van de onder artikel 19.2 genoemde bouwregels voor het bouwen op een geringere afstand van de (bouw)perceelsgrens, dan wel tot op de (bouw)perceelsgrens gelden de volgende voorwaarden: 1. er geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de als gevolg van de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken, waaronder inbreuk op de privacy door plaatsing van (dak)ramen en afname van de bezonning, waarbij de lichte TNO richtlijn het uitgangspunt is; 2. er voldoende ruimte aanwezig blijft tussen de (bouw)perceelgrens en het bouwwerk om onderhoudswerkzaamheden aan het bouwwerk te kunnen plegen; 3. op de perceelgrens bouwen alleen is toegestaan als er sprake is van geschakelde bouw waarbij 2 hoofdgebouwen geschakeld en bij elkaar horend zijn ontworpen; 4. de bereikbaarheid van de hulpdiensten en brandveiligheid van het woongebied hiermee niet in het geding komen en er een positief advies is gegeven door een ter zake deskundige;