Bijlage 1. Nota zienswijze De Corridor 25 Reclamemast.pdf
Tekst van het document
Nota zienswijzen De Corridor 25, Breukelen d.d. 13 augustus 2024 Op 9 november 2022 is de aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van een reclamemast met verlichting van 12 meter hoog op De Corridor 25 in Breukelen ingediend. De ontwerp weigeringsbeschikking is op 30 mei 2024 gepubliceerd in het gemeenteblad en is verzonden naar reclamant. Het ontwerp heeft met de bijbehorende stukken, overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, vanaf 30 mei 2024 tot en met 10 juli 2024 ter inzage gelegen. Gedurende de periode van ter inzage legging is er één zienswijze binnengekomen. Reclamant R. van der Hulle Advocaat van aanvrager Kia Nederland Brief d.d. 8 juli 2024 ontvangen op 9 juli 2024 Gustav Mahlerplein 50 1082 MA Amsterdam 1. Ontvankelijkheid De zienswijze is tijdig ingediend en is daarmee ontvankelijk. Als aanvrager van de omgevingsvergunning is reclamant uiteraard belanghebbend. 2. Zienswijzen 2.1 Reclamant stelt dat de onjuiste voorbereidingsprocedure is gevolgd Reclamant stelt dat het bestemmingsplan “1ste herziening Corridor” voorziet in de mogelijkheid een reclameobject van 12 meter te realiseren door af te wijken van planregels via een zogenaamde “binnenplanse afwijkingsbevoegdheid”. Aan deze afwijkingsbevoegdheid zijn voorwaarden verbonden.
Reclamant is van mening dat, mede op basis van de door hem aangeleverde ruimtelijke onderbouwing, voldaan kan worden aan voorwaarden van de afwijkingsbevoegdheid. Reclamant stelt daarom dat de reguliere voorbereidingsprocedure gevolgd had moeten worden en niet de uitgebreide procedure. Reactie gemeente: Net als reclamant gaat de gemeente ervan uit dat op de aanvraag omgevingsvergunning nog het “oude recht” van toepassing is en niet de Omgevingswet omdat de aanvraag is ingediend op 9 november 2022. Daarnaast is niet in geschil dat de aanvraag niet past binnen de bouwregels van artikel 8.2 van het geldende bestemmingsplan “1ste herziening Corridor” aangezien in artikel 8.2.2. onder c wordt aangegeven dat de bouw van reclameobjecten niet is toegestaan. Onder artikel 8.4 onder f is wel de mogelijkheid opgenomen om af te wijken van deze bouwregel ten behoeve van het bouwen van reclameobjecten met een maximale bouwhoogte van 12 meter. Met dien verstande dat de reclameobjecten geen onevenredige afbreuk doen aan de ruimtelijke situatie en de beeldkwaliteit ter plaatse. Dit is een zogenaamde “binnenplanse afwijkingsbevoegdheid”. Achtergrond afwijkingsbevoegdheid Voor het bedrijventerrein in Breukelen is in 2014 een bestemmingsplan vastgesteld. Hiertegen werd beroep ingesteld.
Dit beroep, dat deels gericht was op de uitstraling, bouwhoogte en realisatie van reclameobjecten, werd gegrond verklaard door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De gemeente werd opgedragen het bestemmingsplan opnieuw vast te stellen. In 2015 is daarom het bestemmingsplan “1ste herziening De Corridor” vastgesteld. Het gewijzigde bestemmingsplan voorziet nu uitsluitend via de genoemde afwijkingsbevoegdheid in de mogelijkheid om een reclameobject te realiseren. Daaraan zijn voorwaarden gekoppeld. Bijvoorbeeld dat het er geen onevenredige afbreuk gedaan mag worden aan de beeldkwaliteit ter plaatse. Dit wordt getoetst aan de hand van de door gemeenteraad vastgestelde Welstandsnota 2013. Procedure behandeling aanvraag omgevingsvergunning. Om toepassing te kunnen geven aan de “binnenplanse afwijkingsbevoegdheid” mag het plan geen afbreuk doen aan de beeldkwaliteit ter plaatse. Om te kunnen beoordelen of voldaan kan worden aan deze voorwaarde, is het bouwplan voorgelegd aan de Welstandscommissie Mooisticht. Bij de behandeling van een eerder vooroverlegplan voor het realiseren van de reclamemast had de Welstandcommissie in 2021 al negatief geadviseerd (STV21-0215, advies 30 april 2021 en STV210569, advies 10 november 2021). De adviezen van de Welstandscommissie zijn bij deze Nota gevoegd onder bijlage 5 en 6.
In 2023 hebben wij de voorliggende aanvraag omgevingsvergunning (opnieuw) voorgelegd aan de Welstandscommissie. Zij concludeert, net als wij, dat de voorliggende aanvraag omgevingsvergunning nagenoeg gelijk is aan het vooroverlegplan uit 2021, met de kanttekening dat de reclamemast nu nog zelfs 0,5 meter hoger is. Voorafgaand aan het vooroverlegplan werd in 2021 een aanvraag omgevingsvergunning voor exact dezelfde reclamemast geweigerd. De Welstandscommissie heeft de voorliggende aanvraag omgevingsvergunning op 28 maart 2023 besproken met een vertegenwoordiger van reclamant en de gemeente. Op 5 april 2023 adviseert zij opnieuw negatief. Dit advies is bijgevoegd onder bijlage 3 van bij deze nota. Het bouwplan voldoet niet aan de voorwaarden van de Welstandsnota 2013 (Hoofdstuk 5, Klein plan 10, onderdeel reclame los van de gevel). Zo heeft de aangevraagde reclamemast een hoogte van 12 meter terwijl in de Welstandsnota 2013 een maximale hoogte van 6 meter is toegestaan. Daarmee kan de aanvraag omgevingsvergunning niet voldoen aan de gewenste beeldkwaliteit en kan niet voldaan worden de voorwaarde behorende bij de afwijkingsbevoegdheid zoals bedoeld onder artikel 8.4 onder 7 van het geldende bestemmingsplan. De welstandscriteria zijn opgenomen in bijlage 4 bij deze nota.
In onderdeel 2.3 van deze nota komen wij nog terug op de relatie met de door reclamant aangeleverde ruimtelijke onderbouwing. Nu geen medewerking verleend kan worden aan de “binnenplanse afwijkingsbevoegdheid” wordt de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan artikel 4 van Bijlage 2 van het Bor. De reclamemast is echter hoger dan het maximum van 10 meter zoals opgenomen in artikel 4 lid 3, Bijlage 2 van het Bor. De aangevraagde reclamemast past niet binnen meerdere beleidskaders van de gemeente. Naast Welstandsnota 2013 wordt ook niet voldaan aan de Nota Reclamebeleid 2017. In Nota Reclamebeleid 2017 is de Welstandsnota 2013 van toepassing verklaard en zijn beeldkwaliteit en het voorkomen van (verkeers)hinder ook onderdeel van het afwegingskader. Hiermee past deze aanvraag dus ook niet binnen het Afwijkingenbeleid en moet dus de uitgebreide voorbereidingsprocedure worden toegepast. Het college kan pas een uitgebreide omgevingsvergunning verlenen of weigeren wanneer de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen (hierna vvgb) heeft afgegeven. Daarvoor is gekeken of de aanvraag omgevingsvergunning op de lijst staat van categorieën van aangewezen gevallen, waarvoor de gemeenteraad een algemene vvgb heeft afgegeven. Deze aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van de reclamemast staat niet op deze lijst.
Daarom heeft de gemeenteraad eerst een besluit moeten nemen alvorens de ontwerpbesluiten ter inzage gelegd kon worden. De gemeenteraad heeft dit besluit genomen op 9 april 2024. De ontwerpbesluiten zijn vervolgens ter inzage gelegd. Daarmee is de juiste en wettelijke procedure gevolgd. Onderdeel hiervan is dat er nu een zienswijze is ingediend door reclamant. Conclusie: Het bovenstaande in overweging nemende, voldoet de aanvraag omgevingsvergunning niet aan de bouwregels van artikel 8 van het geldende bestemmingsplan en het Bor waardoor toepassing gegeven moet worden aan een uitgebreide voorbereidingsprocedure. De gemeente heeft hiermee de juiste procedure gevolgd. 2.2 Reclamant is van mening dat de vergunning aan Kia van rechtswege is verleend. Op 30 oktober 2023 heeft reclamant de gemeente in gebreke gesteld omdat wij niet tijdig een beslissing hebben genomen op de aanvraag omgevingsvergunning. Reclamant stelt, in samenhang met zijn standpunt dat hier een reguliere procedure gevoerd had moeten worden en dat de aanvraag omgevingsvergunning van rechtswege verleend zou zijn. Reactie gemeente: Op 5 december 2022 is per brief aan reclamant kenbaar gemaakt dat voor deze aanvraag omgevingsvergunning de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is.
Nu onder 2.1 van de Nota is vastgesteld dat er sprake is van een uitgebreide procedure kan, ondanks het niet nemen van een tijdige beslissing, geen sprake zijn van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning. De aanvraag voldoet immers niet aan de bouwregels van artikel 8 van het geldende bestemmingsplan en het Bor.
Conclusie: In navolging van de conclusie onder 2.1. zien we geen aanleiding voor het standpunt van reclamant dat hier sprake zou zijn van een reguliere procedure. De aanvraag omgevingsvergunning dient afgehandeld te worden via de uitgebreide procedure en kan omdat deze in strijd is met het geldende bestemmingsplan niet van rechtswege zijn verleend. 2.3 Reclamant is van mening dat het welstandsadvies onvoldoende onderbouwd en niet deugdelijk is. Reclamant stelt dat op meerdere punten een nadere onderbouwing van het welstandsadvies ontbreekt. Zo wordt volgens reclamant niet toegelicht waarom de reclamemast niet gekwalificeerd kan worden als ondergeschikt en laag en is volgens hem onduidelijk wat de welstandscriteria voor reclame zijn. Reclamant stelt dat mogelijke precedentwerking ten onrechte wordt meegewogen in de beoordeling. Reactie gemeente: Nadat de Welstandcommissie in 2021 eerder al twee keer negatief had geadviseerd met betrekking tot het vooroverlegplan voor de realisatie van nagenoeg dezelfde reclamemast op dit perceel, is de voorliggende aanvraag omgevingsvergunning in 2023 opnieuw voorgelegd aan de Welstandscommissie.
In 2021 heeft zij onder andere opgemerkt dat: • Het plan strijdig is met de criteria voor reclame; • De reclame ten opzichte van de bebouwing en ligging dominant en storend is; • De reclamemast ontsierend is voor aanwezige panden, de omgeving en het tegenoverliggende landelijke gebied. De voorliggende aanvraag omgevingsvergunning wijkt nauwelijks af van het vooroverlegplan dat in 2021 is beoordeeld. De opmerkingen die werden geplaatst in 2021 zijn nog altijd mede van toepassing op de voorliggende aanvraag omgevingsvergunning. Daarom wordt in het welstandsadvies van 2023 nogmaals verwezen naar deze eerdere adviezen uit 2021. In 2021 is reclamant, in reactie op zijn vooroverlegplan, schriftelijk op de hoogte gesteld van het negatieve advies van de Welstandscommissie. De brief (kenmerk 2021-002413 d.d. 24 november 2021) is bijgevoegd als bijlage 5 bij deze Nota zienswijzen. Voor het verzenden van deze brief heeft er ook een uitgebreid overleg plaatsgevonden met (de gemachtigde van) reclamant om het advies te bespreken. De Welstandcommissie heeft met betrekking tot de voorliggende aanvraag omgevingsvergunning opnieuw een negatief advies afgegeven op basis van de criteria zoals opgenomen in de Welstandsnota 2013.
In dit advies van de Welstandscommissie wordt verwezen naar de vindplaats van de betreffende criteria in de Welstandsnota (Hoofdstuk 5, Klein plan 10, onderdeel reclame los van de gevel). Overigens wordt in elk welstandsadvies vermeld dat het toetsingskader voor de Welstandscommissie gevormd wordt door de vastgestelde Welstandsnota van 2013. Reclamant stelt dus ten onrechte dat niet duidelijk is wat deze criteria zijn. Ook is reclamant voorafgaand aan het indienen van de voorliggende aanvraag omgevingsvergunning op de hoogte gesteld van de eerdere welstandsadviezen uit 2021. Reclamant was voorafgaand aan het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning dus op de hoogte van de opmerkingen en het toetsingskader van de Welstandscommissie. In het advies van 2023 geeft de Welstandscommissie aan dat een relatief bescheiden reclamezuil wordt vervangen door een hogere reclamemast met een driezijde uitstraling, met een paneel en led schermen. De Welstandscommissie stelt zich op het standpunt dat hiermee geen sprake is van een ondergeschikte, lage reclamemast zoals is toegestaan en dat er in strijd met het beleid gebruik gemaakt wordt van bewegende reclame, lichtkranten of lichtreclame met veranderlijk of knipperend licht.
Dit alles doet afbreuk aan de gewenste beeldkwaliteit en zodoende kan ook geen medewerking verleend worden aan de eerder genoemde afwijkingsbevoegdheid onder artikel 8.4 lid f van het bestemmingsplan. Reclamant stelt hiertegenover dat in de door hem aangeleverde ruimtelijke onderbouwing, opgesteld door Kubiek Ruimtelijke Plannen d.d. 31 maart 2023, wordt onderbouwd dat wel kan worden voldaan aan de gewenste beeldkwaliteit. In de betreffende onderbouwing wordt uitsluitend in paragraaf 2.2:
“Gewenste situatie” heel kort ingegaan op het aspect beeldkwaliteit. Het beperkt zich tot de volgende passage: “De initiatiefnemer wenst de bestaande zuil te verwijderen en op dezelfde plaats een nieuwe reclamemast te bouwen van 12 meter hoog. Met de hoogte is er geen sprake van verstoring aan de bestaande achterliggende architectuur daar de hoogte van de mast gelijk blijft aan de hoogte van de daarachter gesitueerde panden. Daardoor doet de herbouw geen onevenredige afbreuk aan de ruimtelijke situatie en de beeldkwaliteit ter plaatse.” Enkel deze passage kan niet aangemerkt worden als een zorgvuldige motivatie om te onderbouwen dat met dit plan geen afbreuk wordt gedaan aan het beeldkwaliteit ter plaatse en daarmee afgeweken kan worden van de welstandscriteria. Beeldkwaliteit beperkt zich niet tot de grenzen van het betreffende perceel en de welstandscriteria zijn nadrukkelijk bedoeld om de beeldkwaliteit van een groter en samenhangend gebied te kunnen waarborgen. Voor het overige wordt in de ruimtelijke onderbouwing niet verder ingegaan op het onderdeel beeldkwaliteit. Daarbij geldt ook dat in de ruimtelijke onderbouwing geen verwijzing wordt gemaakt naar de Welstandsnota 2013 en de daarin opgenomen welstandscriteria.
De ruimtelijke onderbouwing gaat niet in op de (eerdere) negatieve welstandsadviezen en kan daarmee niet gezien worden als deugdelijke onderbouwing om af te wijken van het door de gemeenteraad vastgestelde welstandsbeleid. Bij de beoordeling van beeldkwaliteit gaat dan ook om meer aspecten dan alleen de bouwhoogte. Het gaat ook om vormgeving, de omvang (ledschermen), het materiaalgebruik en in dit geval ook type reclameobject (licht/beeld). De welstandscriteria zorgen ervoor dat reclameobjecten ondergeschikt blijven maar toch ondersteunend en doelmatig zijn voor de bedrijfsvoering. Zonder daarbij afbreuk te doen aan de beeldkwaliteit en uitstraling van een gebied, in dit geval het bedrijventerrein. Indien wordt afgeweken van deze criteria is al snel sprake van opdringerige, hinderlijke in het oog springende reclame welke vanuit het oogpunt van beeldkwaliteit als storend (exces) kan worden beschouwd. Naar aanleiding van de zienswijze van reclamant hebben wij de Welstandscommissie nogmaals om een reactie gevraagd. Op 25 juli 2024 hebben zij hun eerdere advies nogmaals bevestigt en gaat zij in op de ingekomen zienswijze. Daarbij wordt ook ingegaan op het onderdeel precedentwerking.
Met betrekking tot precedentwerking merkt de Welstandscommissie op: Onze commissie dient vanuit haar opdracht te wijzen op mogelijke veelvuldige herhaling van reclamemasten indien de gemeente in afwijking van haar eigen beleid medewerking verleent aan deze aanvraag. De te vrezen precedentwerking kan vervolgens leiden tot een veelheid aan (licht)reclamemasten en dat wordt vervolgens door onze commissie als een negatief effect beoordeeld op de aanwezige ruimtelijke kwaliteit van het bedrijventerrein zelf en het open landschap aan de overzijde van de A2. Dit aanvullende welstandsadvies (kenmerk: SAM-46850) moet beschouwd worden als onderdeel van deze Nota Zienswijzen en de beantwoording van de zienswijze van reclamant. Het advies in bijgevoegd als bijlage 6 bij deze Nota. Conclusie: Uit bovenstaande is niet gebleken dat het advies van de Welstandscommissie naar inhoud of wijze van totstandkoming onzorgvuldig of onvoldoende gemotiveerd is en de gemeente niet op dit advies mag vertrouwen. Hetgeen reclamant hiertegenover stelt in de door hem aangeleverde ruimtelijke onderbouwing kan niet gezien worden als een zorgvuldige onderbouwing dat met dit plan geen afbreuk wordt gedaan aan het beeldkwaliteit ter plaatse en daarmee afgeweken kan worden van de welstandscriteria.
2.4 Overig Reclamant is van mening dat de ontwerp weigeringsbeschikking en de ontwerpweigering vvgb onvoldoende onderbouwd zijn en onzorgvuldig te stand zijn gekomen omdat niet wordt verwezen naar de door hem aangeleverde ruimtelijke onderbouwing. Reactie gemeente
Hoewel in de verschillende ontwerpbesluiten niet verwezen wordt naar de naam van het adviesbureau van reclamant, wordt wel meerdere keren verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing, die door hen is aangeleverd. Zo wordt in het ontwerp weigeringsbesluit onder andere aangegeven dat: “de aanvraag geen goede ruimtelijke onderbouwing bevat omdat o.a. niet de Welstandsnota Stichtse Vecht 2013 maar het Reclamebeleid 2017 is beschouwd”. Ook wordt het genoemd als bijlage waarop het ontwerpbesluit is gebaseerd. Ook in de ontwerp-weigering vvgb wordt verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing. Reclamant stelt tevens dat de met het indienen van de ruimtelijke onderbouwing een deskundig tegenadvies is overlegd in reactie op de adviezen van de Welstandscommissie. Zoals eerder aangegeven stellen wij ons op het standpunt dat een ruimtelijke onderbouwing met één enkele vermelding over beeldkwaliteit niet aangemerkt kan worden als een zorgvuldige tegenadvies op basis waarvan afgeweken kan worden van de geldende welstandscriteria. In de aangeleverde ruimtelijke onderbouwing worden de Welstandsnota 2013, de welstandscriteria en de opmerkingen van de Welstandscommissie niet eens genoemd. Het adviesbureau dat de ruimtelijke onderbouwing heeft voor reclamant heeft opgesteld is dan ook vooral gericht op ruimtelijke plannen, vergunningen en juridisch advies en niet zozeer op ontwerpen of architectuur.
Reclamant stelt ook dat hij niet op de hoogte is gesteld van het feit dat de ingebrachte constructieberekeningen niet voldeden. Echter is op 6 september 2023 de gemachtigde van de aanvrager geïnformeerd dat niet voldaan kon worden aan de constructieve voorschriften. In bijlage 7a, 7b en 7c zijn de mails van gemachtigde bijgevoegd. Ook met betrekking tot de verlichting en de wisseling van beelden op de schermen is contact geweest met dezelfde gemachtigde. Conclusie: Gelet op de bovenstaande antwoorden kan gesteld worden dat de door reclamant aangeleverde ruimtelijke onderbouwing weldegelijk betrokken is bij de totstandkoming van de ontwerpbesluiten. Gedurende de procedure heeft de gemeente verschillende keren contact gehad met gemachtigde van aanvrager over de verschillende strijdigheden, de nog aan te leveren stukken en de opmerkingen van externe adviseurs. 3. Afsluiting
De zienswijze leidt wat ons betreft niet tot een gewijzigd standpunt ten aanzien van de ontwerp weigeringsbeschikking en de ontwerpweigering vvgb welke ter inzage hebben gelegen. De overweging om geen medewerking te verlenen aan voorliggende aanvraag omgevingsvergunning blijft in stand. Bijlagen
1. Welstandsadvies 30 april 2021 2. Welstandsadvies 10 november 2021 3. Welstandsadvies 2023 4. Welstandsnota Stichtse Vecht 2013 5. Eindbrief vooroverlegplan 24 november 2021 6. Welstandsadvies 25 juli 2024 n.a.v. zienswijze 7a. 11 augustus 2023 contact over constructieve gegevens 7b. 19 oktober 2023 contact over constructieve gegevens 7c. 26 oktober 2023 contact over constructieve gegevens