Bijlage 1 Concept Nota Monitoren maatschappelijke effecten 2024.pdf
Tekst van het document
Nota Monitoren maatschappelijke effecten gemeente Stichtse Vecht 2024
Door de raad vastgesteld d.d. DD MAAND 2024
2
Inhoud 1.
2.
3.
4.
Algemeen...........................................................................................................................4 1.1.
Inleiding......................................................................................................................4
1.2.
Doel van de nota.........................................................................................................4
1.3.
Wettelijk kader............................................................................................................4
1.4.
Leeswijzer...................................................................................................................4
Beleidskader en proces.....................................................................................................5 2.1.
Financiële verordening artikel 212 Gemeentewet......................................................5
2.2.
Coalitieakkoord 2022-2026.........................................................................................5
2.3.
Proces totstandkoming van de nota Monitoren van maatschappelijke effecten.........5
2.4.
Samenhang coalitieakkoord, planning & control cyclus en beleidscyclus..................5
2.5.
Monitoren van maatschappelijke effecten..................................................................6
2.6.
Uitgangspunten monitoren maatschappelijke effecten...............................................8
Beleidsindicatoren bestuursperiode...................................................................................9 3.1.
Top indicatoren...........................................................................................................9
3.2.
Verplichte BBV beleidsindicatoren..............................................................................9
3.3.
Mijlpalen......................................................................................................................9
3.4.
Overige informatie......................................................................................................9
Slotbepaling.......................................................................................................................9 4.1.
Citeertitel.....................................................................................................................9
4.2.
Wijziging van de nota..................................................................................................9
4.3.
Inwerkingtreding.......................................................................................................10
3
1. Algemeen 1.1. Inleiding Voor u ligt de ‘Nota Monitoring maatschappelijke effecten 2024’. De nota legt de kaders vast voor het vastleggen van maatschappelijke effecten en voor het (waar mogelijk) meetbaar maken van maatschappelijke effecten. 1.2. Doel van de nota In de bestuursperiode 2022-2026 werken we aan een nieuwe opzet van de begroting (en jaarstukken). Deze opzet draagt bij aan het transparant maken van de maatschappelijke effecten die we met het beleid wil bereiken. Ook stellen we de raad beter in staat om de kader stellende en controlerende taak uit te voeren. In deze nota leggen we uitgangspunten voor het monitoren van maatschappelijke effecten vast. De raadstelt de beleidsindicatoren voor de bestuursperiode 2022-2026 afzonderlijk vast. 1.3. Wettelijk kader De nota is vooral het instrument ten behoeve van de kaderstellende en controlerende rol van de raad. De nota is een uitwerking van artikel 212 van de Gemeentewet (GW) en het Besluit begroting en verantwoording (BBV). Op grond van artikel 212 GW stelt de raad bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid vast. Dit geldt ook voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Het BBV schrijft voor dat het programmaplan (begroting, art.
8 lid 3) en de programmaverantwoording (jaarstukken, art. 25 lid 2) informatie bevat over de volgende drie vragen: 1. Wat willen we bereiken? Wat hebben we bereikt? 2. Wat gaan we daarvoor doen? Wat hebben we daarvoor gedaan? 3. Wat mag het kosten? Wat heeft het gekost? Met deze informatie kan de raad invulling geven aan het budgetrecht zoals omschreven in art. 189 Gemeentewet. Het BBV schrijft voor dat de doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten (art. 8 lid 3 sub a), én de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd (art. 25 lid 2 sub a) ten minste worden toegelicht aan de hand van de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren. Deze verplichte beleidsindicatoren sluiten niet goed aan op de effecten die we lokaal beogen. 1.4. Leeswijzer In hoofdstuk twee worden de kaders en uitgangspunten beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de verschillende begrippen met betrekking tot de beleidsindicatoren nader uitgewerkt. De door de raad vast te stellen beleidsindicatoren voor de bestuursperiode 2022-2026 zijn met een nadere toelichting opgenomen in een afzonderlijk document. De slotbepalingen zijn opgenomen in hoofdstuk vier.
4
2. Beleidskader en proces 2.1. Financiële verordening artikel 212 Gemeentewet Artikel 2 van de Financiële verordening gemeente Stichtse Vecht 2024 regelt de inrichting van de begroting en jaarstukken. De raad stelt per programma vast (art. 2 lid 2): a. de beoogde maatschappelijke effecten; b. de beoogde wijze voor het bereiken van deze maatschappelijke effecten; c. de te behalen beoogde baten en de beoogde inzet van lasten; d. de beleidsindicatoren zoals effect- en prestatie-indicatoren. 2.2. Coalitieakkoord 2022-2026 Op basis van het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Bouwen aan een stevig fundament voor Stichtse Vecht’ werken we aan het terugbrengen van de balans tussen de bestuurlijke ambities, de financiële positie en de ambtelijke organisatie. In deze bestuursperiode brengen we het fundament van de gemeente Stichtse Vecht op orde met als doel om een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Onderdeel hiervan is het programma ‘Een Begroting gericht op de toekomst’, waarin we werken aan een nieuwe opzet van de begroting, die meer sturingsmogelijkheden geeft. Met de nieuwe opzet van de begroting moet de raad beter in staat worden gesteld om zijn kaderstellende en controlerende taak uit te voeren.
Zo draagt het vastleggen van de maatschappelijke effecten die we willen bereiken en deze effecten (waar mogelijk) meetbaar maken bij aan een transparante en betrouwbare overheid. 2.3. Proces totstandkoming van de nota Monitoren van maatschappelijke effecten In 2023 zijn in een drietal werkbijeenkomsten oriënterende, verdiepende en richtinggevende gesprekken gevoerd door raads- en commissieleden over monitoren van maatschappelijke effecten en bijbehorende beleidsindicatoren. Tijdens een informatieve commissie op 27 februari 2024 is aan raads- en commissieleden gepresenteerd hoe een uitgewerkte set indicatoren voor het sociaal domein eruit kan zien in de begroting en jaarrekening. In de jaarstukken 2023 is als ‘pilot’ in programma 4 Sociaal een voorbeeld verantwoording met beleidsindicatoren en een toelichting hierop opgenomen. De input vanuit de raads- en commissieleden tijdens de werkbijeenkomsten, de informatieve commissie en de behandeling van de jaarstukken 2023 in de commissie en raad zijn betrokken bij het opstellen van deze nota. 2.4. Samenhang coalitieakkoord, planning & control cyclus en beleidscyclus Het coalitieakkoord geeft inzicht in de prioriteiten die de coalitie stelt voor een bestuursperiode en geeft richting aan het college voor de uitvoering tijdens de bestuursperiode.
In de jaarlijkse Planning & Control cyclus vind een integrale afweging plaats van ambities, capaciteit en geld. Het college legt in de begroting voorstellen voor aan de raad en legt in de jaarstukken verantwoording af. In beleidsstukken is het beleid gedetailleerder vastgelegd. Beleidsdocumenten worden eens in de 6 tot 8 jaar opnieuw vastgesteld. Gemeenten kennen vele beleidsdocumenten voor alle taken die de gemeente uitvoert. Afhankelijk van de bestuurlijke prioriteiten is een beleidsthema bestuurlijk relevant of betreft het een going concern activiteit. Deze prioritering is relevant voor welke informatie het college en de raad monitoren in de beleidscyclus zelf en welke informatie in de P&C cyclus wordt gevolgd aan de hand van beleidsindicatoren.
5
Coalitieakkoord,beleidscycli endePlanning&Control cyclus Raadsperiode (4 jaar)
2. College werkprogramma
Jaarlijkse P&C cyclus
Liggen wij op koers om gewenste maatschappelijke effecten (lange termijn) te gaan bereiken?
Gewenste maatschappelijke effecten: bepalen, bijstellen en hoe te meten?
1. Coalitie Akkoord
3. Eindevaluatie (jaar 4)
Hebben wij gewenste maatschappelijke effecten bereikt of op koers om in volgende raadsperiode(n) te gaan bereiken?
4. Jaarstukken
1. Kadernota
3. Bestuursrapportage
2. Begroting Programmaplan
Jaarlijks integrale afweging van ambities, capaciteit en geld (in balans brengen / houden) Rol raad: kaders stellen en controleren Rol college: uitvoeren en verantwoorden
Informatiebehoefte voor algemene beschouwingen, begrotingsbehandeling en verantwoordingsgesprek raad met college 3. Evalueren beleid
Beleidscyclus A bestaand
2. Monitoren beleid
Beleidscyclus Z bestaand Jaar -3
Jaar -2
Jaar -1
Jaar 0
1. Vaststellen beleid
Beleidscyclus A nieuw
Jaar 1
Jaar 2
Jaar 3
Jaar 4
Jaar 5
Jaar 6
Jaar 7
Jaar 8
Deze nota geeft een nadere invulling van de inrichting van de begroting en jaarstukken. In de P&C cyclus nemen we informatie op die relevant is voor een integrale afweging van ambities in relatie tot capaciteit en geld. Deze nota gaat niet over het monitoren van specifieke beleidsdocumenten in de beleidscyclus zelf. Indien de raad belang hecht aan een (tussentijdse) evaluatie van een specifiek beleidsdocument dan kan de raad dat als ‘mijlpaal’ wel laten opnemen in de begroting. Het college moet dan in de jaarstukken expliciet verantwoording afleggen over of deze (tussentijdse) evaluatie daadwerkelijk is uitgevoerd. 2.5. Monitoren van maatschappelijke effecten Gemeenten staan voor grote maatschappelijke opgaven zoals op het gebied van wonen, welzijn en zorg, duurzaamheid en ondermijnende criminaliteit. In netwerken werken gemeenten met andere partijen samen aan het realiseren van maatschappelijke effecten op middellange en lange termijn. We stellen ambitieuze doelen voor 2026, 2030, 2040 of zelfs 2050. Doelen waarbij helder is wat we (op termijn) willen bereiken. We bouwen voldoende betaalbare en passende woningen tot 2030. Iedereen doet mee in de gemeente. Energieneutraal in 2050, met als tussenstap 49% CO2-reductie in 2030. Iedereen kan veilig wonen en ondernemen in de gemeente. Wat niet vast staat is hoe die doelen worden bereikt.
Welke activiteiten gaat de gemeente uitvoeren? Welke activiteiten gaan partners in het netwerk uitvoeren? Grote transities vragen een bijdrage van ons allemaal. Het Rijk, provincies, gemeenten, ondernemers, maatschappelijke partners en burgers. De complexiteit van de opgaven en de ontwikkelingen in de wereld zijn niet eenvoudig meetbaar en te vatten in effect- en prestatie indicatoren. In werkelijkheid kunnen andere factoren een rol spelen en een grotere impact hebben op de gerealiseerde effecten dan de uitgevoerde activiteiten of dan vooraf bedacht. Een goede duiding van de geplande activiteiten en beoogde effecten in relatie tot de uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde effecten is van groot belang.
6
In de werkbijeenkomsten met de raad is uitgebreid stil gestaan bij het verondersteld causaal verband tussen activiteiten en effecten, zowel vooraf als achteraf. Doel van deze bijeenkomsten was om aan de hand van verschillende thema’s tot een gedeeld beeld te komen. Is het aantal gebouwde woningen een prestatie of een effect van het beleid van de gemeente? De gemeente stelt een woonvisie vast en geeft omgevingsvergunningen af. De woningen worden gebouwd door projectontwikkelaars, woningcorporaties en particuliere initiatieven. Is het verondersteld causaal verband tussen activiteiten van de gemeenten en/of de partners en de beoogde doelen en effecten goed te vertalen naar relevante effect- en prestatie indicatoren? Of is andere informatie, zoals belangrijke mijlpalen, belangrijk voor de raad om de voortgang en het effect van het beleid te monitoren? Andere factoren die invloed hebben op het beoogd effect en onderlinge afhankelijkheden tussen verschillende thema’s maken het lastig om tot een beperkte set van effect- en prestatie indicatoren en mijlpalen te komen die een eenvoudige weergave zijn van de complexe werkelijkheid. Een goede duiding van de veronderstelde (vooraf) en werkelijke (achteraf) ‘causaliteit’ tussen activiteiten en effecten is van belang voor het maken van heldere beleidskeuzes en bijsturing van beleid.
De presentaties en gespreksverslagen van de werkbijeenkomsten in 2023 zijn beschikbaar als naslagwerk, voor verdere verdieping met specifieke voorbeelden die tijdens de bijeenkomsten zijn besproken.
M onitorenmaatschappelijke effectenderaadstelt kaders 1. Doelomschrijving én doelenboom
2. Effect indicatoren Effect beleid Lange termijn blik 2-4 jaar of langer Causaal verband? Vooraf: gaan wij de juiste dingen doen om gewenst effect te bereiken? Achteraf: hebben activiteiten gewenst effect opgeleverd?
3. Prestatie indicatoren 4. Mijlpalen
Prestaties Korte termijn blik Komend begrotingsjaar ‘mijlpalen’ 5. Duiding bij causaliteit in P&C documenten!
In de begroting en jaarstukken nemen we in het programmaplan en de programmaverantwoording de volgende informatie elementen op: 1. Doelenboom en doelomschrijving; 2. Effect indicatoren; 3. Prestatie indicatoren; 4. Mijlpalen; 5. Een toelichting met duiding van de causaliteit tussen activiteiten en effecten.
7
Doelenboom Een doelenboom helpt om een algemeen beleidsdoel te vertalen naar concrete en meetbare hoofd- en subdoelen. De hoofd- en subdoelen kunnen in verschillende (onderliggende) beleidskaders vastliggen. Een doelenboom geeft duidelijk weer welke subdoelen en bijbehorende beleidskaders bijdragen aan de hoofd beleidsdoelen. Effect indicator Een effectindicator meet de gevolgen van de gerealiseerde doelstellingen. Zij gaan met name over de “Wat willen we bereiken?” vraag en liggen op het niveau van de raad. Bijhorende vragen zijn “Wat is het resultaat van het gevoerde beleid?” en “Zijn de gerealiseerde effecten overeenkomstig de streefdoelen?”. Hierbij past de kanttekening dat het al dan niet realiseren van de effecten in de meeste gevallen van meer factoren afhankelijk is dan alleen het gemeentelijke beleid. Prestatie indicator De prestatie-indicator heeft betrekking op de “Wat gaan we daarvoor doen?” vraag en ligt primair op het niveau van het college. De indicator richt zich op het resultaat van ingezette activiteiten en meet in welke mate de doelstelling van het productieproces wordt bereikt. Hierbij is het van belang dat de prestatie door de gemeente beïnvloed kan worden. Mijlpaal Een mijlpaal is het einde van een (project)fase of een punt waarop een belangrijk besluit moet worden genomen. Er is een concrete activiteit afgerond of prestatie geleverd.
Causaliteit Met causaal verband wordt bedoeld dat een gebeurtenis het directe gevolg is van een andere gebeurtenis (oorzaak en gevolg). In deze nota hebben we het over de causaliteit tussen activiteiten / prestaties (wat doen we ervoor?) en de effecten van het beleid (wat willen we bereiken?). 2.6. Uitgangspunten monitoren maatschappelijke effecten We hanteren de volgende uitgangspunten voor het monitoren van maatschappelijke effecten: Bij het vaststellen van beleid stellen we effect- en/of prestatie-indicatoren vast of leggen we vast aan welke maatschappelijke effecten, waarvoor top indicatoren zijn vastgesteld, het beleid bijdraagt. Per programma stellen we een beperkt aantal topindicatoren (effect- en/of prestatie) vast op bestuurlijke prioriteiten en enkele going concern activiteiten. Daarnaast presenteren we (per programma/taakveld) de verplichte BBV-indicatoren. In de begroting en jaarstukken wordt een toelichting opgenomen op de veronderstelde relatie tussen (geplande/uitgevoerde) activiteiten en (beoogde/gerealiseerde) effecten, afwijkingen tussen realisatie en begroting en andere factoren die een rol spelen. Per effectindicator hanteren we bij voorkeur een beperkt aantal (2 of 3) prestatieindicatoren. Voor topindicatoren kan de raad een streefwaarde vaststellen, zowel voor op de lange(re) termijn als specifiek voor het einde van een bestuursperiode.
De streefwaarde kan een specifieke waarde zijn, maar ook een richting of een relatieve vergelijking met andere gemeenten of het gemiddelde van een regio of Nederland. De raad stelt per indicator vast welke meting als nulmeting wordt gehanteerd. Dat kan een al bestaande meting (uit een vorige bestuursperiode) zijn of een nieuwe eerst volgende meting van een indicator. Bij voorkeur maken we gebruik van indicatoren uit bestaande onderzoeken en indicatoren uit openbare bronnen. We voeren minimaal één keer per twee jaar een meting per indicator uit (= minimaal 2 metingen in een bestuursperiode). 8
Bij activiteiten in de Beleidsbegroting stellen we 'mijlpalen' vast om de voortgang van uitvoering van belangrijke specifieke activiteiten te monitoren.
3. Beleidsindicatoren bestuursperiode 3.1. Top indicatoren De raad stelt voor een bestuursperiode top indicatoren vast op bestuurlijke prioriteiten en enkele going concern activiteiten. Voor zover bestuurlijke opgaven en prioriteiten in een volgende bestuursperiode nog relevant zijn kunnen vastgestelde topindicatoren voor deze thema’s ook in een volgende periode worden gehanteerd. Aan de hand van de top indicatoren monitoren we of de beoogde effecten van het beleid op bestuurlijk belangrijke thema’s zich daadwerkelijk voordoen. Met een top indicator voor een going concern activiteit monitoren we of wordt voldaan aan een door de raad vastgesteld kader, zoals bijvoorbeeld een kwaliteitsniveau. Het (langere tijd) niet voldoen aan het vastgesteld kader kan een signaal zijn om het thema bestuurlijk prioriteit te geven. In een volgende bestuursperiode kan de raad nieuwe of aangepaste topindicatoren vaststellen zonder dat de nota zelf moet worden aangepast. 3.2. Verplichte BBV beleidsindicatoren De wetgever verplicht alle gemeenten om een aantal beleidsindicatoren die zijn vastgesteld bij ministeriële regeling op te nemen in de begroting en jaarstukken. Deze beleidsindicatoren kunnen passend zijn bij de bestuurlijke prioriteiten, maar dat hoeft niet het geval te zijn.
Als een verplichte indicator passend is bij een bestuurlijke prioriteit kan de raad deze indicator ook als een van de top indicatoren vaststellen. In de programma’s in de begroting presenteren we deze verplichte beleidsindicatoren per taakveld. 3.3. Mijlpalen We maken waar mogelijk de maatschappelijke effecten meetbaar met indicatoren. Dat kan niet altijd. Met mijlpalen volgen raad en college de voortgang van belangrijke activiteiten en prestaties die bijdragen aan het realiseren van de beleidsdoelen. Uiteraard kunnen belangrijke mijlpalen expliciet gevolgd worden als er wel effect- en prestatie indicatoren zijn vastgesteld. 3.4. Overige informatie Naast de indicatoren en mijlpalen die expliciet in de begroting en jaarrekening worden gevolgd kan andere informatie ook relevant zijn. Denk hierbij aan monitoren, relevante evaluaties en andere onderzoeken. Deze relevante informatie wordt vaak op andere momenten dan de begroting en jaarstukken met de raad gedeeld. Informatie uit deze documenten kan wel betrokken worden bij het opstellen van de begroting en jaarstukken. Dit kan vooral relevant zijn voor de toelichting op de causaliteit tussen activiteiten en effecten.
4. Slotbepaling 4.1. Citeertitel Deze beleidsnota wordt aangehaald als ‘Nota monitoring maatschappelijke effecten gemeente Stichtse Vecht 2024’. 4.2. Wijziging van de nota Indien wet- en regelgeving of andere omstandigheden dit vereisen wordt deze nota opnieuw 9
beoordeeld op toepasbaarheid en actualiteit, en waar nodig aangepast. In een volgende bestuursperiode wordt de toepasbaarheid en actualiteit van de top indicatoren beoordeeld aan de hand van het coalitieakkoord en worden topindicatoren voor de bestuursperiode vastgesteld. Aan het eind van een bestuursperiode wordt de P&C cyclus, inclusief het monitoren van maatschappelijke effecten, geëvalueerd. Lessen uit deze evaluatie betrekken we bij de inrichting van de P&C cyclus in een volgende bestuursperiode en kunnen aanleiding zijn tot aanpassing van deze nota. 4.3. Inwerkingtreding Deze nota treedt, met terugwerkende kracht, in werking op 1 januari 2024. De top indicatoren voor de bestuursperiode 2022-2026 worden vanaf de jaarstukken 2024 in beleidsverantwoording opgenomen.
10