CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl. 4 - Ruimtelijke onderbouwing.pdf

Raad 27 september 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 10.: Verklaring van geen bedenkingen Het Kwadrant 1 in Maarssenbroek35.991 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.6

Water

In onder andere de Europese Kaderrichtlijn water, de vierde Nota Waterhuishouding en de adviezen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw is het beleid met betrekking tot het water(beheer) vastgelegd. Het beleid is gericht op het duurzaam behandelen van water. Dit betekent onder andere het waarborgen van voldoende veiligheid en het beperken van de kans op hinder vanwege water. Dit ook in verhouding tot ontwikkelingen als de verandering van het klimaat, het dalen van de bodem en het stijgen van de zeespiegel. In de nota ‘Anders omgaan met water’ is bepaald dat de gevolgen van (ruimtelijke) ontwikkelingen voor de waterhuishouding moeten worden overwogen. Hiervoor moet de zogenoemde watertoets worden uitgevoerd. De watertoets is het vroeg informeren (van de waterbeheerder) en het overwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige belangen in ruimtelijke plannen en besluiten. De waterbeheerder in en in de directe omgeving van het plangebied is Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Toetsing van het onderhavige plan Afvalwater Voor de twee woongebouwen en de transformatie is op het terrein een nieuw rioolstelsel ontworpen dat qua afvalwater, na goed overleg met de gemeente Stichtse Vecht, net buiten de erfgrens op de bestaande oversteek onder de Ruimteweg kan

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 29 van 75

worden aangesloten. De aan te sluiten capaciteit is naar verwachting voldoende. Hierover is er contact met HdSR. Hemelwater De oppervlakteverhouding in verharding, groen en water in de huidige en toekomstige situatie is als volgt:

Bestaande bebouwing Groen volle grond Verharding Water (min. 1 meter diep) Parkeerplaatsen groen Woonfunctie Daktuin groen Daktuin verhard Totaal oppervlakte

Oppervlakte huidige situatie 4.569 m² 6.550 m² 12.740 m² 2.011 m²

25.870 m²

Oppervlakte toekomstige situatie 2.301 m² 5.306 m² 5.226 m² 3.101 m² 1.836 m² 4.284 m² 1.603 m² 2.213 m² 25.870 m²

Zie bijlage 8 voor de overzichtstekening van de bestaande en nieuwe situatie en de daarbij behorende oppervlakteverhouding. Wateroverlast door extreme neerslag of hoge grondwaterstanden in de winter moeten worden voorkomen. In het stedenbouwkundig kader & randvoorwaarden documenten is een waterbergingseis opgenomen van 10 mm/m2, wat overeenkomt met in totaal 258,7 m3 aan hemelwaterberging voor het gehele perceel. Hemelwater wordt met voorgenomen ontwikkeling niet meer afgevoerd via het riool, maar het hemelwater wordt op eigen terrein vastgehouden in de openbare. Enerzijds in de bodem (infiltratie door verharding te minimaliseren), anderzijds via het vergroten van het oppervlaktewater. De totaal gevraagde waterberging van het appartementencomplex bedraagt 81,0 m3 hemelwater. Het voornemen is deze 81,0 m3 hemelwater te bergen op de daktuin, waarna het vertraagd afgevoerd wordt richting het oppervlaktewater. De totale waterberging op de daktuin is voldoende om de gestelde eis van de waterberging te behalen, waarbij het evt. verhogen van de LGW-bufferlaag met 10 mm voldoende is om de totale waterberging van het totale perceel te behalen. De daktuin en het vergoten van het oppervlaktewater zorgt ervoor dat er wordt voldaan aan de waterbergingseis van 10 mm/m2.

Watertoets De watertoets is op 2 december 2019 ingevuld op www.dewatertoets.nl, dit heeft geleid tot een normale procedure. Naar aanleiding van deze ingevulde watertoets is er contact geweest met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Er waren vanuit het

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 30 van 75

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden enkele verduidelingsvragen welke op 18 december 2019 zijn beantwoord en akkoord zijn bevonden. Conclusie Onderhavig plan voldoet aan het aspect water.

4.7

Flora en Fauna

Op 1 januari 2017 is de 'Wet natuurbescherming' in werking getreden. De 'Boswet', de 'Flora en faunawet' en de 'Natuurbeschermingswet 1998' zijn per die datum ingetrokken. De Wet natuurbescherming vormt het voornaamste beleidsmatige toetsingskader op het gebied van de ecologische soortenbescherming en ecologische gebiedsbescherming. Soortenbescherming Soortenbescherming is onder de Wnb geregeld op basis van een drietal verschillende beschermingsregimes, namelijk voor vogelrichtlijnsoorten, habitatrichtlijnsoorten en overige soorten. Voor al deze soorten geldt dat het verboden is ze opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren, om eventuele eieren opzettelijk te vernielen, om de vaste voortplantings- of rustplaatsen te beschadigen en om beschermde plantensoorten opzettelijk te ontwortelen of te vernielen. Hiervan kan onder andere sprake zijn bij het kappen van bomen, het slopen van gebouwen of het storten en afgraven van gronden. Toetsing van het onderhavige plan aan soortenbescherming Door Viridis Onderzoeksbureau is er een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 9 opgenomen. Uit de quickscan is gebleken dat er mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen in en rond de gebouwen aanwezig kunnen zijn, evenals mogelijk nestplaatsen van gierzwaluwen. Ook kunnen er algemene broedvogels tot broeden komen in de vegetatie.

Voor overige soortengroepen worden geen negatieve effecten verwacht. Het is noodzakelijk aanvullend onderzoek uit te voeren naar vleermuizen en gierzwaluwen. Op basis van het aanvullende onderzoek voor vleermuizen en gierzwaluwen kunnen eventuele mitigerende maatregelen of een ontheffingsaanvraag worden geadviseerd. Voor algemene broedvogels en overige soortengroepen is het nemen van mitigerende maatregelen voldoende. Door Viridis Onderzoeksbureau is het aanvullend onderzoek naar vleermuizen en gierzwaluwen uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 10 opgenomen. Nadelige effecten op beschermde soorten zijn uitgesloten indien de beschreven mitigerende maatregelen in acht worden genomen. Het aanvragen van een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 31 van 75

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden De Wet natuurbescherming heeft onder andere betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. Voor deze gebieden geldt op basis van de Wet natuurbescherming een zorgplicht, en voor Natura 2000-gebieden geldt bovendien een vergunningsplicht voor het uitvoeren van projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten kunnen verslechteren, of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Dit wil zeggen dat ook handelingen buiten het beschermde gebied niet mogen leiden tot verlies aan kwaliteit in het beschermd gebied. Natuurnetwerk Nederland De Wet Natuurbescherming draagt Gedeputeerde Staten op om te zorgen voor de instandhouding van het binnen de eigen provincie gelegen deel van een landelijk ecologisch netwerk; het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen ook wel Ecologische Hoofdstructuur genoemd. Het NNN is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

Toetsing van het onderhavige plan aan gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de begrenzing van een Natura 2000gebied. Het plangebied is gelegen op circa 3 km van het natuurgebied Oostelijke Vechtplassen. Voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Van oppervlakteverlies en/of versnippering van kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende soorten is dan ook geen sprake. Eventuele verstoring door geluid, licht en trilling is niet aan de orde, gelet op de afstand tot de natuurgebieden en de ligging van het plangebied binnen bestaand stedelijk gebied. De emissie van stikstof reiken echter verder vanaf het plangebied. De stikstofemissie als gevolg van de toenemende verkeersgeneratie in de gebruiksfase1 is in beeld gebracht middels een AERIUS-calculatie. Uit deze AERIUS-calculatie welke te vinden is in bijlage 11, blijkt dat de stikstofemissie in de gebruiksfase niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen natura 2000-gebieden. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000. Verdere toetsing in de

1

Op 1 juli is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw-, sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Dit betekent dat voor het aspect stikstof alleen nog de gebruiksfase een rol speelt.

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 32 van 75

vorm van een verslechteringstoets of een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN. Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van het NNN ligt, is nadere toetsing aan de bepalingen uit de vigerende Provinciale Ruimtelijke Verordening Provincie Utrecht niet noodzakelijk. Conclusie Gebiedsbescherming Het aspect gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor de realisatie van voorgenomen ontwikkeling. Soortenbescherming Het aspect soortenbescherming vormt geen belemmering voor de realisatie van voorgenomen ontwikkeling indien de mitigerende maatregelen in acht worden genomen.

4.8

Erfgoed

De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Toetsing van het onderhavige plan De gemeente Stichtse Vecht heeft in 2017 een archeologische verwachtingskaart opgesteld. Het betreft een actualisering van de bestaande kaart, die stamt uit 2010.

Voor het plangebied geldt de volgende verwachting “verstoord: in deze zone is geen archeologisch onderzoek benodigd”. Met voorgenomen ontwikkeling is er geen archeologisch onderzoek benodigd. Daarnaast beschikt de gemeente Stichtse Vecht over een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld, waarin alle cultuurhistorische waarden binnen de gemeente

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 33 van 75

zijn opgenomen. In het plangebied en in de direct omgeving van het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Conclusie Het aspect Erfgoed vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.

4.9

Bedrijven en milieuzonering

Milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) in de directe omgeving van zogenoemde milieuhinder gevoelige bestemmingen (zoals wonen) kunnen hinder vanwege geluid, gevaar, stof en dergelijke veroorzaken. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat uitgangspunt is van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), dient te worden aangetoond dat ter plaatse van milieuhinder gevoelige bestemmingen sprake is van een ‘goed woon- en leefklimaat’. Toetsing van het onderhavige plan Voor voorgenomen ontwikkeling en de transformatie van naastgelegen kantoorpand is een memo opgesteld omtrent bedrijven en milieuzonering. De memo is toegevoegd als bijlage 12. Op basis van de opgestelde memo bedrijven en milieuzonering kan geconcludeerd worden dat vanuit milieuzonering ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd is. Er is sprake van een beperking van de planologische mogelijkheden op het bedrijfsperceel aan de Ruimteweg 1, maar geen sprake van beperking van de huidige bedrijfsactiviteiten. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.

4.10

Geur

Milieubelastenden activiteiten (zoals bedrijven) in de directe omgeving van zogenoemde milieuhinder gevoelige bestemmingen (zoals wonen) kunnen hinder vanwege geur veroorzaken. Een goede ruimtelijke ordening voorziet in enerzijds de garantie van een ‘goed woon- en leefklimaat’ voor milieugevoelige functies (wonen) en anderzijds het voorkomen van belemmeringen voor bedrijvigheid in het kader van hun bedrijfsvoering. Toetsing van het onderhavige plan Voor voorgenomen ontwikkeling en de transformatie van naastgelegen kantoorpand is een memo opgesteld omtrent geur en omliggende milieubelastende activiteiten. De memo is toegevoegd als bijlage 13. Het plangebied is gelegen binnen de geurcontour van het bestemmingsplan Lage Weide. De geurcontour komt overeen met de maximale hedonische waarde (H) = -1. De hedonische waarde (H) wordt weergegeven op een schaal van -4 tot 4, waarbij -4 staat voor een geurbeleving die als uiterst onaangenaam wordt ervaren, 0 voor een neutrale geurbeleving en 4 voor een uiterst aangename beleving van de geur. Algemeen wordt

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 34 van 75

aangenomen dat een hedonische waarde van -1 (licht onaangenaam) tot een acceptabele mate van geurhinder leidt. Het plangebied is op de rand van de vastgestelde geurcontour gelegen. Dit houdt in dat er binnen het plangebied sprake zal zijn van een licht onaangename mate van geurhinder. Op basis van de opgestelde memo geur kan geconcludeerd worden dat omtrent het aspect geur ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd is. Daarnaast worden de bedrijven in de omgeving niet belemmerd in hun bedrijfsvoering met voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.

4.11

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico’s voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Toetsing van het onderhavige plan Uit een inventarisatie (o.a. www.risicokaart.nl) en het antenneregister blijken de volgende potentiële risicobronnen in de omgeving van het plangebied aanwezig: • Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg; • Bevi-inrichtingen (LPG-tankstations); • Antennemasten.

Afbeelding 4.1: Uitsnede provinciale risicokaart (plangebied blauw omcirkeld en toekomstige LPG vulpunt en reservoir groen omcirkeld)

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 35 van 75

Ten aanzien hiervan het volgende: Vervoer gevaarlijke stoffen over de weg en spoor Door AVIV heeft een rapportage opgesteld waarbij er inzicht wordt verkregen in de externe veiligheidsrisico’s. In bijlage 14 is de rapportage in te zien. •

•

•

Het plangebied ligt op ongeveer 80 m van de N230 (wegvak U34) waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, maar geen onderdeel is van het basisnet. Ongeveer 750 m ten zuiden van het plangebied komt de N230 uit op de A2 (wegvakken U73 en U14), dat onderdeel is van het basisnet weg. Het plangebied ligt op ongeveer 600 m ten zuidwesten van de spoorlijn Breukelen – Utrecht waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Over deze route worden onder andere B2 (toxische gassen met een invloedsgebied van 995 m) en D4 (toxische vloeistoffen met een invloedsgebied van meer dan 4000 m) vervoerd. Het plangebied ligt daarmee buiten de 200 m zone waarbinnen verantwoording afgelegd dient te worden over het groepsrisico, maar binnen het invloedsgebied van deze basisnetroute. Het plangebied ligt op ongeveer 690 m ten noordoosten van de A2 (wegvak U73 en U14) waarover onder andere vervoer van gevaarlijke stoffen uit stofcategorie LT3 (toxische vloeistoffen) plaatsvindt. LT3 heeft een invloedsgebied van meer dan 4000 m. Het plangebied ligt daarmee buiten de 200 m zone waarbinnen verantwoording afgelegd dient te worden over het groepsrisico, maar binnen het invloedsgebied van deze basisnetroute.

N230 Het externe veiligheidsrisico door het transport van gevaarlijke stoffen over N230 is berekend voor de bestaande en de toekomstige situatie. De belangrijkste conclusies naar aanleiding van de resultaten worden hieronder weergegeven: • Plaatsgebonden risico: Er is geen sprake van een 10-6 risicocontour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering. • Groepsrisico: Het groepsrisico is lager dan 10% van de oriëntatiewaarde. De verantwoording van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven. Spoorlijn Breukelen – Utrecht en Wegvak U73 en U14 van Rijksweg A2 Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van deze transportroutes, welke onderdeel zijn van het basisnet. Dit betekent dat conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes ingegaan dient te worden op: • de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op de weg of spoorweg; • de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg of spoorweg een ramp voordoet. De mogelijkheden ter voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Er bestaan in verband met de ligging in diverse invloedsgebieden met name risico's in verband met ongelukken met brandbaar gas (BLEVE) en met giftige gassen en

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 36 van 75

vloeistoffen (Toxisch scenario). De kans op overlijden ten gevolge van een incident met gevaarlijke stoffen binnen het plangebied is zeer klein. Er bestaan geen feitelijke mogelijkheden om middels deze ontwikkeling de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp direct te beïnvloeden. De bestrijding vindt voor zover mogelijk plaats bij de risicobron. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het plangebied bij eventuele calamiteiten over het algemeen goed bereikbaar is voor de hulpdiensten. De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg of spoorweg een ramp voordoet Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt 'schuilen' de beste wijze van zelfredzaamheid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Bij nieuwe bouwwerken is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Nieuwe gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelingsinstallatie, waardoor het toxisch gas naar binnen kan worden gezogen dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit individuele systeem per appartement per direct uit te schakelen.

Daarnaast dient er bij de verdere uitwerking bekeken te worden dat de uitgangen bij ontvluchten van het gebouw afgekeerd gesitueerd worden van de Zuilense ring en de Floraweg. Daarnaast dient er een calamiteitenplan opgesteld te worden en is een goede risicocommunicatie van groot belang. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit kan o.a. gebeuren via een NL-Alert en de regionale rampenzender. Bevi-inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn meerder LPG-tankstations (o.a. aan de Floraweg en de Ruimteweg) gesitueerd. Het LPG vulpunt en reservoir aan de Floraweg wordt, door de voorgenomen woningbouw op de locatie van het LPG punt en reservoir, verplaatst. Het LPG vulpunt en reservoir wordt verplaatst richting de hoek Floraweg – Zuilensering (zie de groene cirkel in afbeelding 4.1). Dergelijke inrichtingen kennen een invloedsgebied van maximaal 150 meter. Het plangebied is buiten de invloedsgebieden van de tankstations gelegen. Antennemasten Uit het antenne register (www.antenneregister.nl) blijkt dat er op het dak van het direct naastgelegen te transformeren kantoorpand GSM 1800 masten, UMTS masten, LTE masten en NB-IoT masten staan. In de onderstaande tabel staan de aanwezige masten met de eigenschappen en de veilige afstanden in meters om te wonen.

Type

GSM GSM

Hoogte in meter 47,4 47,4

datum 16 maart 2022

Hoofdstraalrichting in graden 0 120

Frequenties in MHz

Vermogen In dBw

952.2 959.4

33 33

Het Kwadrant Maarssen

Veilige afstand in meters 7,36 7,36

pagina 37 van 75

GSM UMTS UMTS UMTS UMTS UMTS UMTS

47,4 47,4 47,4 47,4 47,4 47,4 47,4

240 0 0

955.6

7,37

2580

33 33 33 33 33 33 33 33 33 33 33 33 31,3 31,3 33 33 33 33 33 33,2 33,2 33 33,2 33,2 33

120

2162.2

120 240 240

2167.2

LTE

47,4

0

796

LTE

47,4

0

950

LTE

47,4

0

2144.7

LTE

47,4

120

796

LTE

47,4

120

950

LTE

47,4

120

1850

LTE

47,4

120

1865

LTE

47,4

120

2144.7

LTE

47,4

120

2580

LTE

47,4

240

796

LTE

47,4

240

950

LTE

47,4

240

2144.7

LTE

48

0

1850

LTE LTE

48 48

0 0

1865 2580

LTE LTE

48 48

240 240

1850 1865

LTE

48

240

5G NR

47,4

0

783

33

8,14

5G NR

47,4

120

783

33

8,14

5G NR

47,4

240

783

33

8,14

2162.2 2167.2

2162.2 2167.2

5,14 5,14 5,14 5,14 5,14 5,14 8,08 7,39 5,14 8,08 7,39 4,36 4,34 5,14 5,14 8,08 7,39 5,14 5,42 5,4 5,14 5,42 5,4 5,14

Uit bovenstaande tabel volgt dat binnen een afstand van ten minste 8,14 meter tot de aanwezige 5G NR de aanwezigheid van woningen afgeraden worden. De twee woongebouwen worden op meer dan 8,14 meter vanaf de aanwezige masten gerealiseerd. Uit de Netkaart Hoogspanningslijnen blijkt dat er in de nabijheid van de planlocatie geen hoogspanningslijnen aanwezig zijn. Conclusie Gelet op het voorgaande is er geen belemmering op het gebied van externe veiligheid voor het planvoornemen.

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 38 van 75

4.12

Kabels en leidingen

Voor zover bekend zijn er geen planologische relevante kabels of leidingen in of in de directe omgeving van het plangebied gelegen.

4.13

Verkeer en parkeren

Door Goudappel Coffeng is ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling een mobiliteitsonderzoek uitgevoerd, deze is als bijlage 15 bijgevoegd. In deze paragraaf wordt op de behandelde aspecten in het mobiliteitsonderzoek ingegaan. De totale ontwikkeling op de locatie bestaat uit: 1. Een kantoorgebouw dat wordt getransformeerd tot 260 studentenkamers en 1.540 m2 bvo aanvullend programma; 2. Nieuwbouw Het Kwadrant (499 appartementen) op een volledig verdiepte stallinggarage. T.b.v. de transformatie is reeds eerder een mobiliteitsonderzoek bij het bevoegd gezag ingediend. Dit mobilitietsonderzoek bekeek alleen de parkeerbehoefte op het moment dat alleen de transformatie was gerealiseerd. Het mobiliteitsonderzoek/parkeeronderzoek in bijlage 15 bekijkt de totale parkeerbehoefte van de gehele locatie na realisatie van de transformatie en de nieuwbouw van Het Kwadrant. Binnen dit onderzoek wordt dus tevens de parkeerbehoefte van de transformatie meegenomen, om zo tot een sluitende parkeerbalans voor de gehele ontwikkellocatie te komen. Autoverkeer De entree van de parkeervoorzieningen ten behoeve van Het Kwadrant is beoogd aan de Maarssenbroekseslag. De entreepartij bestaat uit een ingaande rijbaan voor het parkeren op maaiveld. Daarnaast wordt de aansluiting van de parkeerkelder middels een hellingbaan beoogd. De hellingbaan functioneert voor aankomend en vertrekkend verkeer.

Op de Ruimteweg is een tweede aansluiting voorzien voor het parkeeraanbod op maaiveld, waarop zowel aankomend als vertrekkend verkeer wordt gefacilieerd. Op de aansluiting met de Ruimteweg is het mogelijk om rechtsaf en linksaf in, en rechtsaf uit te rijden. Op de Maarssenbroekseslag is het eveneens mogelijk om linksaf en rechtsaf in te rijden voor het parkeren op maaiveld en naar de naastgelegen hellingbaan naar de parkeerkelder. Vertrekkend verkeer (alleen verkeer vanuit de parkeerkelder) mag enkel rechtsaf uitrijden. De aansluiting van de parkeerkelder op de openbare weg en de entree naar het maaiveldparkeren is beoordeeld aan de hand van de richtlijnen beschreven in de NEN 2443:2013 (Parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in parkeergarages). Om het verkeerskundig functioneren van de hellingbaan te waarborgen is de hellingbaan bij een piekbelasting beoordeeld. Omdat in de parkeerkelder voornamelijk door bewoners wordt geparkeerd bestaat de piek in de ochtendspits vooral uit vertrekkend verkeer en in het avondspitsuur voornamelijk aankomend verkeer. Bij deze spitsintensiteiten kan volstaan worden met één ingaande en één uitgaande speedgate. Bij een traditionele speedgate, kan op het piekmoment voor aankomend verkeer een wachtrij van 15 tot 20 meter ontstaan. Dit wordt bij deze ontwikkeling voorkomen door

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 39 van 75

een systeem te installeren waardoor de speedgate automatisch opent bij aanrijden (bijvoorbeeld middels kentekenherkenning of RFID technologie). Het is aannemelijk dat zich op de Maarssenbroekseslag richting het kruispunt met de Ruimteweg voor het verkeerslicht een wachtrij opbouwt. De afstand tussen de stopstreep en de aansluiting van Het Kwadrant bedraagt circa 70 meter. Ook bij een beperkt aantal voertuigen in de wachtrij op de voorsorteerstrook voor rechtdoor en linksaf, is de afstand om van de ontwikkellocatie te kunnen weven van de rechterrijstrook naar deze voorsorteerstrook kort. Indien blijkt dat het weven in de toekomstige situatie tot een verkeerkundig knelpunt leidt, kan de wegbeheerder dit oplossen door het aanbrengen van een fysieke scheiding tussen beide rijstroken. Het reeds afgekruiste deel blijft hiervan vrij om vanaf de locatie van Het Kwadrant de rechtdoor en linksaf strook te bereiken, waarbij het weven tussen beide rijstroken wordt voorkomen en verkeersveilig aangesloten wordt op de openbare weg. Langzaam verkeer In het gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan2 wordt ingegaan op de fietssnelweg van Dom tot Dam, tussen Utrecht en Amsterdam. De fietssnelweg is voor een belangrijk deel gerealiseerd, maar verdient op enkele punten opwaardering. In het kader van de stimulering van de fietsmobiliteit is deze opwaardering van belang.

Een deel van de beoogde fietssnelweg ligt vlak bij de ontwikkellocatie. De beoogde directe ontsluiting op het fietsnetwerk direct aan Het Kwadrant versterkt de potentie van de fiets als vervoersmiddel. Huidige situatie In de huidige situatie is Het Kwadrant middels een trottoir en een fietspad ontsloten in de richting van met verkeerslichten geregeld kruispunt Ruimteweg – Meteorenweg (grondgebied van de gemeente Utrecht). Het trottoir leidt naar het aan de overzijde gelegen bushalte Het Kwadrant. In de huidige vormgeving ontbreekt een voetgangersoversteek op kruispunt Ruimteweg – Meteorenweg. Voor fietsers is de oversteek richting de Meteorenweg gefaciliteerd met verkeerslichten. Uit observatie (d.d. 9 april 2021) ter plaatse blijkt dat de groentijd, geeltijd en ontruimingstijd3 in totaal beperkt is in combinatie met de oversteeklengte. Voor een enkele fietser is de oversteek net haalbaar, terwijl voor de afwikkeling van grotere groepen fietsers de groentijd verlengd dient te worden. Voor voetgangers is het in de huidige regeling niet mogelijk om de oversteek in een keer te maken. De middenberm biedt geen mogelijkheid om opnieuw in te melden door het ontbreken van een drukknop. De huidige oversteek is daarom niet geschikt om te functioneren als voetgangersoversteek.

De huidige vormgeving kan ertoe leiden dat de Ruimteweg door langzaam verkeersdeelnemers op ‘illegale’ wijze overgestoken wordt, ter hoogte van de bushaltes en aanliggende bestemmingen. Gelet op olifantenpaadjes die tijdens de 2

Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan Stichtse Vecht 2013, Deel C: Beleidsnota langzaam verkeer, oktober 2015 3 De ontruimingstijd betreft het tijdsverschil tussen rood licht voor de fietser en groen licht voor de kruisende verkeerstroom.

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 40 van 75

observatie waargenomen zijn, wordt het wegvak in de huidige situatie vermoedelijk reeds overgestoken. De olifantenpaadjes zijn vooral zichtbaar parallel aan de Ruimteweg aan de overzijde van Het Kwadrant, tussen bushalte Het Kwadrant en Park Avenue. Bij de herontwikkeling van Park Avenue zal de berm heringericht worden, zodat rekening gehouden kan worden met deze alternatieve looproute. Optimalisatie langzaam verkeersverbinding Om de route tussen Het Kwadrant en het geregelde kruispunt Ruimteweg – Meteorenweg te optimaliseren is het noodzakelijk dat het fietspad tussen de ontwikkellocatie en het kruispunt op een veilige en comfortabele wijze in twee richtingen bereden kan worden. Bewoners kunnen met de huidige breedte van het fietspad van 2,70 meter Het Kwadrant veilig bereiken. Gelet op huidige vormgeving met open verharding (tegels) laat het comfort te wensen over. Dit staat los van achterstallig onderhoud aan de berm naast het fietspad, wat ervoor zorgt dat het fietspad effectief smaller is. Door gesloten verharding aan te leggen (asfalt) wordt het fietspad tevens comfortabel te bereizen. Door het fietspad te verbreden naar 3,00 meter is het fietspad veilig in twee richtingen te bereizen. De ruimte om te verbreden is in de berm aanwezig. Deze oplossing moet in samenhang bezien worden met de realisatie van de ongelijkvloerse fietsverbinding langs Het Kwadrant.

Deze oplossingen zijn mogelijk complementair aan elkaar. Aansluiting op de fietsverbinding onderschrijft de gemeentelijke ambitie om duurzame vormen van mobiliteit te gebruiken en versterkt de kwaliteit van de woonomgeving. Daarnaast dient de oversteek van de Ruimteweg voor voetgangers verkeersveilig gefaciliteerd te worden. Door opwaardering van de aansluiting op de openbaar vervoerhaltes wordt ook het gebruik van openbaar vervoer laagdrempeliger. In de huidige situatie wordt onvoldoende voorzien om de woonfunctie voor langzaam verkeer te ontsluiten en actieve manieren van verplaatsen te faciliteren. Een comfortabele en verkeersveilige voetgangersoversteek wordt bereikt door naast de geregelde fietsoversteek eveneens een geregelde voetgangersoversteek op kruispunt Ruimteweg – Meteorenweg in richten. Hiervoor is het noodzakelijk de regeling aan te passen. Om een beperkt effect te hebben op de bestaande kwaliteit van de verkeersafwikkeling, wordt voorgesteld om de voetgangersoversteek in etappes mogelijk te maken met een drukknop op de middenberm van de Ruimteweg. Het inrichten van een voetgangersoversteek helpt tevens in het voorkomen van het op ‘illegale’ wijze van oversteken over de Ruimteweg. Openbaar vervoer In navolgende afbeelding is de situering van het plangebied ten opzichte van het openbaar vervoer weergegeven.

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 41 van 75

Afbeelding 4.2: Situering openbaar vervoer ten opzichte van het plangebied

Vanaf de ontwikkeling is de toegang tot het openbaar vervoer laagdrempelig. Op circa 20 en 200 meter loopafstand zijn bushaltes gelegen. Buslijnen 38 en 48 halteren bij de in afbeelding 4.2 weergegeven bushaltes. Hierdoor heeft men viermaal per uur de gelegenheid om naar het treinstation van Maarssen te reizen, twee- tot viermaal per uur naar Utrecht Centraal en tweemaal per uur richting Nieuwegein. De fiets- en voetgangersverbinding tussen de haltes wordt opgewaardeerd om het gebruik nog laagdrempeliger te maken. Het treinstation van Maarssen is op 9 fietsminuten afstand gelegen van de ontwikkellocatie. Vanaf het station vertrekt tweemaal per uur een trein naar Rhenen, via Utrecht, en met dezelfde frequentie naar Uitgeest, via Amsterdam.

Autoparkeren Conform de gemeentelijke parkeernormen zijn voor deze twee woongebouwen en het te transformeren kantoorpand naar studenteneenheden in totaal 541 parkeerplaatsen benodigd. In het stedenbouwkundig kader & randvoorwaarden-document zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van de parkeernormen zodat beter aangesloten kan worden bij de duurzaamheidsambities. In lijn met de ambitie, rekening houdend met de specifieke eigenschappen van de totale ontwikkeling en door het stallen van deelauto’s bedraagt de parkeerbehoefte 371 parkeerplaatsen. Er zullen na de ontwikkeling van Het Kwadrant in totaal 220 autoparkeerplaatsen in de stallinggarage en 151 autoparkeerplaatsen op het maaiveld beschikbaar zijn. Bij de ontwikkeling worden 371 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarmee de parkeerbalans sluitend is. Fietsparkeren

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 42 van 75

Het voornemen is om voor de twee woongebouwen een collectieve fietsvoorziening te realiseren. De basis hiervoor zijn de fietsparkeernormen zoals opgenomen in ‘Planetenbaan en Het Kwadrant Maarssenbroek - stedenbouwkundig kader & randvoorwaarden, Stichtse Vecht, november 2019’. Er wordt voldaan aan het benodigde aantal fietsparkeerplaatsen door 1.446 fietsparkeerplaatsen te realiseren voor bewoners van de appartementen. De 1.446 fietsparkeerplaatsen zullen inpandig in een collectieve stalling geplaatst worden. Voor bezoekers zijn 250 openbaar toegankelijke fietsparkeerplaatsen beschikbaar, waarvan 178 in een fietsenkelder en 72 inpandig op maaiveldniveau. De fietsparkeerplaatsen zijn gelegen direct naast de entrees. Tussen 22.00 uur en 06.00 uur zijn de fietsenstallingen ten behoeve van de sociale veiligheid afgesloten. Ook dan blijven de fietsparkeerplaatsen toegankelijk voor de doelgroep middels het gebruik van een intercom, waarna bewoners toegang kunnen verlenen. Door voldoende fietsenstallingen te realiseren wordt gezonde mobiliteit gefaciliteerd en aangesloten bij de gemeentelijke ambitie.

Bergingen Voor de realisatie van voorgenomen ontwikkeling zal de ontwikkelaar een verzoek om gelijkwaardigheid toe te passen op het realiseren van de buitenbergingen bij te bouwen woongebouwen door deze te splitsen in een gemeenschappelijk deel voor fietsen gecombineerd met een berging in de appartementen. Het Bouwbesluit staat toe om af te wijken van de prestatie-eisen indien een andere oplossing (in dit geval voor de buitenbergingen) wordt geboden, die minstens gelijkwaardig is. Zie bijlage 16 voor de verdere toelichting. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling. Er worden voldoende fiets- en autoparkeerplaatsen gerealiseerd en het plangebied is op een goed bereikbare locatie gelegen, voor zowel het openbare vervoer, langzaam vervoer en de auto. Door opwaardering van de fiets- en voetgangersverbinding worden actieve manieren van verplaatsen gefaciliteerd en de route naar openbaar vervoershaltes geoptimaliseerd.

4.14

Klimaat adaptief bouwen

Het beste middel om hittestress tegen te gaan is een combinatie van bomen (schaduw, verdamping) en een groen maaiveld (verdamping). Door dit substantieel en consequent toe te passen is de temperatuur van groene omgevingen (in de stad) vele graden lager dan in stenige omgevingen. Uit het oogpunt van klimaat en groene buitenruimte is een ontwerp opgesteld voor het gehele Kwadrant, als eenheid. In Het Kwadrant in zijn geheel wordt een zo groen mogelijke woonomgeving gemaakt. Dit geldt zowel voor de daktuinen als voor de overige buitenruimte. Groen is de basis van de buitenruimte. Binnen deze basis zijn de functionele elementen ingepast. Alle parkeerplaatsen op maaiveld zijn ‘groene parkeerplaatsen’ middels het toepassen van grasbeton. Zoals op bijlage 8 staat weergegeven neemt het huidige verhardoppervlak op de locatie met circa 3.100 m2 af door het toevoegen van veel groen. De bestaande groene zoom

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 43 van 75

met bomen om de locatie blijft gehandhaafd en er wordt circa 1.000 m2 water extra gegraven om zo een prettig leefklimaat te realiseren voor nu en voor de toekomst. Bij de Bij de indiening aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen wordt een heel nieuw groenplan ingediend inclusief extra gegraven water, waardoor er naast de transformatie in de nieuwe situatie van het Kwadrant een percentage groen van 50% wordt gerealiseerd. De ‘klimaatboom’ is één van de antwoorden op klimaatverandering in de stad. Bomen in de stad zorgen voor verkoeling door hun schaduw maar vooral ook door de verdamping. Er zijn speciale soorten die een groot (fijn)stof-afvangend vermogen hebben (luchtzuiverende vegetatie). Met de toepassing van de klimaatboom wordt regenwater gebufferd en kan het door bomen nuttig worden gebruikt in droge tijden voor de verdamping. Klimaatbomen beperken hittestress en langdurige droogte enerzijds en wateroverlast anderzijds. In het beplantingsplan is een assortiment gekozen, zowel in de open grond als op de daktuinen, dat een bijdrage levert aan bovenstaande doelstellingen. Bij klimaat adaptieve gebouwschillen liggen de grootste uitdagingen in het voorkomen van hitteproblemen, door warmte te weren, en het omgaan met piekbuien, door de afstroming hiervan te vertragen, maar ook wind en droogte kunnen invloed hierop hebben.

Piekbuien vertragen Het veranderende klimaat zorgt voor nattere winters en toename van extreme neerslag in de zomer. Bij nieuwe ontwikkelingen zoals Het Kwadrant moet wateroverlast door extreme neerslag of hoge grondwaterstanden in de winter voorkomen worden. Hevige korte regenbuien geven extreme pieken qua hoeveelheid neerslag. De traditionele afvoerende systemen zijn en worden hier niet op gedimensioneerd. Regenwater wordt afgekoppeld van het rioolsysteem en wordt rechtstreeks geloosd op het oppervlaktewater. Het hemelwater wordt daarom niet meer afgevoerd naar het riool en de rioolwaterzuivering. Het regenwater wordt geïnfiltreerd in de bodem. Zoals als gevolg van de groene parkeerplaatsen, maar ook door de verdiepte plantvakken die onder kunnen lopen tijdens een piekbui. Ook zullen de groene retentie daktuinen bijdragen aan buffering van regenwater en vertraagde afvoer richting het oppervlaktewater. Ook wordt het oppervlaktewater vergroot met circa 1.000 m2 om zo de buffercapaciteit nog verder te vergroten. Door het vergroten van de waterpartij bij de gevel ontstaat er meer verkoeling en absorptie van water. Warmte weren Hogere temperaturen door opwarming van de aarde zorgen voor een hogere temperatuur in woningen en gebouwen. Dit kan leiden tot een thermisch slecht binnenklimaat.

Het beperken van directe zoninstraling voorkomt onnodige temperatuurverhoging en kan de koellast sterk beperken. Het weren van hitte begint met het reduceren van zoninstraling via ramen. De warmte die de bouwmassa bereikt kan door ventileren of door sterk te isoleren wat langer buiten de verblijfsgebieden blijven.

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 44 van 75

Vermindering van de zoninstraling is te bereiken door ramen te verkleinen. Binnen het Kwadrant zijn nissen en delen die uitsteken gemaakt. De schaduwwerking van deze elementen zorgt dat directe zoninstraling wordt voorkomen. De combinatie van goede isolatie en materiaalkeuzes in het plan die warmte accumuleren zorgen ervoor dat de warmte lange tijd buiten wordt gehouden. Het goede isolerende groene retentiedak met grond en groen zorgt door de zware massa voor een stabiliserende effect op de binnentemperatuur. Ventileren Door in gevels bewust een spouw te creëren, kan de warmte die zich in die spouw ophoopt weg geventileerd worden. Deze techniek is met name interessant voor hele lichte constructies. Op de hoofddaken worden zonnepanelen aangebracht op onderconstructie, een soort van luchtspouw. Het rendement van de zonnepanelen neemt toe en de zonbelasting op het gebouw neemt af. Wind sturen Met de plaatsing en vormgeving van gebouwen kan de wind worden gestroomlijnd, zodat zo min mogelijk hinder - zoals valwind of hoge windsnelheid - ontstaat. Dit is middels de rapportage windhinder aangetoond. Constructief en qua waterdichtheid van de gevel dient het gebouw de dan resterende windkracht (ruimschoots) te kunnen trotseren. Bij trotseren kunnen we denken aan goede kierdichting, een aangescherpte Qv10 waarde van 0,3 en voldoende constructieve stabiliteit.

Ter plaatse van de buitenruimten en entrees kan het desondanks nodig zijn de bewoners/gebruikers te beschermen door wind te diffuseren of af te schermen. Dit gebeurt bij de voorgenomen ontwikkeling door middel van verhoogde glazen balkonhekken. Beperken van de waterschaarste Het beperken van waterschaarste begint met het beperken van het gebruik van water. Zowel voor het gebruik buiten als binnen het gebouw. Er wordt gebruik gemaakt van waterbesparende douchekoppen en toiletdoorspoeling. Daarnaast is het zaak de verdamping te beperken. Denk hierbij aan een soortkeuze van beplanting die overeenkomt met de locatie en het beperken van te sterke zoninstraling op de vegetatie. Groene verstedelijking Steden groeien, mensen wonen steeds dichter op elkaar en er is beperkte ruimte. Gezondheid van de mensen in de stad is belangrijk en ook de natuur heeft een plek nodig in deze stedelijke omgeving. Dat zijn drie thema’s die worden onderscheiden binnen groene gezonde verstedelijking. We moeten nog slimmer omgaan met de ruimte die we hebben, zodat de kwaliteit van leven voor bewoners en de omgeving geborgd blijft en de impact op de aarde zo beperkt mogelijk. Binnen Het Kwadrant is dit als volgt ingevuld: • Parkeren wordt voor een groot gedeelte in een volledig ondergrondse stallingsgarage opgelost, waardoor er meer ruimte voor groen, recreatie en ontmoeten ontstaat;

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 45 van 75

•

•

•

•

•

•

•

Er is een grote collectieve fietsenstalling in de kelder voor zowel de bewoners als bezoekers middels een gemakkelijk te bereiken fietsentree te betreden, wat zorgt voor het behoudt van het groene karakter. Binnen de compacte bebouwing van het Kwadrant wordt ruimte gecreëerd voor water, bomen en groen. Regenwater wordt vastgehouden in de retentiedaken. In de buitenruimte worden verdiepte grasweides en ‘groene’ parkeerplaatsen aangelegd. Hierdoor kan het hemelwater in de bodem infiltreren. Overig hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering en geloosd op het oppervlaktewater. Het oppervlaktewater wordt aan één zijde van de ontwikkeling zelfs vergroot met > 1.000 m2; Het terreinontwerp van de landschapsarchitect is er zo op ontworpen dat ontmoeten centraal staat. De daktuinen op het kelderdek worden mee ontworpen binnen het gehele terreinontwerp en zullen tevens groen worden uitgevoerd, zodat er één geheel ontstaat. Bij de sloop van het bestaande kantoorgebouw is er gekeken of ‘circulariteit’ mogelijk was door materialen opnieuw te gebruiken. De bestrating van het parkeerterrein en het prefab betonnen casco van het te slopen pand wordt bijvoorbeeld gebroken op locatie en weer gebruikt als granulaat onder de nieuwe aan te leggen bestrating van het terrein.

Voor de afvalinzameling is er gekozen voor een milieustraat, waarbij de loopafstand voor bewoners zo klein en centraal mogelijk is gehouden, wat vervuiling van de locatie tegengaat; De opstelplek van de milieustraat is aan de rand van de locatie, wat het voor de ophaaldienst makkelijker maakt en er over stankoverlast nagenoeg geen klachten kunnen ontstaan. Eén van de grootste problemen in stedelijke omgeving is geluidsoverlast. Een stenige omgeving draagt en weerkaatst het geluid, terwijl een groene omgeving juist geluid absorbeert. Het uitgangspunt van een groene invulling zal bijdragen aan de geluidsabsorptie. De soortenkeuze in het beplantingsplan is hierin van belang. Bepaalde soorten versterken de geluidsabsorberende werking, bijvoorbeeld door de dichtheid van de kroon. Andere soorten geven bij een geringe wind reeds een aangenaam geruis van bladeren, dat bijvoorbeeld verkeerslawaai overstemt. Specifiek voor Het Kwadrant is het gelukt om de huidige groenstrook langs de randen (met bomen en bosschages) te kunnen handhaven als een robuust groen kader.

Met de ontwikkeling van Het Kwadrant wordt een plek te gerealiseerd waar mensen gelukkig en gezond leven, waar sterke gemeenschappen ontstaan, die eenzaamheid tegengaan, waar mensen graag verblijven en waar ontmoeten wordt gestimuleerd. Dit wordt gedaan door optimaal gebruik te maken van elke vierkante meter en met oplossingen te komen die aansluiten bij de thema’s van groene gezonde verstedelijking. Biodiversiteit De keuzes voor het collectieve groen binnen het (dak)tuinontwerp sluiten aan bij het groene karakter van het ontwerp. De daktuin en het terreinontwerp zijn de plekken voor de natuur en biodiversiteit. Er wordt in Het Kwadrant een ecologische infrastructuur

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 46 van 75

voor vogels, vlinders, bijen, insecten en de zaden van insectvriendelijke planten gerealiseerd. De aanwezigheid van planten en insecten is weer aantrekkelijke voor vogels. De PV-panelen bieden schaduw en bescherming voor vogels. Zo ontstaat er een ecologisch systeem waar de verschillende elementen elkaar versterken. In bebouwde omgevingen vermindert de nestelgelegenheid voor vleermuizen, vogels, bijen, insecten, etc. De hoogte van de bebouwing van Het Kwadrant leent zicht uitstekend voor gierzwaluwen en vleermuizen.. Voor de buitenruimte kan gedacht worden aan nestelgelegenheid in het groenblauwe casco, bijvoorbeeld door dit aan te vullen met doornenstruweel. Naast de ecologische functie verhoogt de zichtbaarheid van nestelgelegenheid ook de bewustwording van het belang van de natuur in de stad. De bijenpopulatie staat onder druk. Om die trend te keren worden in de openbare ruimte steeds meer ‘bijenplanten’ toegepast. Bijenplanten zijn er voor zonnige en schaduwrijke locaties en worden zowel toegepast in de volle grond als op de daktuinen. Op de daktuin wordt de substraatlaag geschikt voor een rijke mix aan heesters, vaste planten en grassen. Bij het opstellen van het beplantingsplan wordt de balans gezocht tussen sierwaarde, beheerbaarheid én natuurwaarde. Onderdeel van het plan zijn specifieke bijen- en vlinderplanten.

Er is gelaagdheid in structuur; lage planten afgewisseld met hogere kruiden en struikjes. Een gevarieerd aanbod aan inheemse bloemen door het gehele groeiseizoen heen maakt het dak en de tuin aantrekkelijk voor insecten en dieren. Ook in het beheer wordt de balans gezocht tussen de bruikbaarheid en de natuurwaarden. Hierna de lijst met beplanting toegepast worden bij de voorgenomen ontwikkeling. In deze lijst zijn de soorten en klimaatadaptieve aspecten toegevoegd. Het gekozen assortiment komt overeen met de gevraagde duurzaamheid.

BOMEN Soort Acer x freemanii 'Elegant' Betula utilis var. jacquemontii Cornus mas

Esdoorn Witte Himalayaberk

klimaatboom / schaduwboom / bijen / vlinders (karakteristieke boom) / vlinders

Gele kornoelje

klimaatboom / bijen / vlinders / vogels / kleine zoogdieren / nectar / verdraagt droogte, hitte en luchtverontreiniging klimaatboom / bijen / nectar / verdraagt droogte, hitte / luchtverontreiniging / kortstondige overstroming klimaatboom / bijen / nectar / verdraagt droogte, hitte en luchtverontreiniging klimaatboom / schaduwboom / verdraagt hitte en luchtverontreiniging / kortstondige overstroming klimaatboom / schaduwboom / bijen / vogels / kortstondige overstroming (aanvullen bestaande structuur) / verraagt droogte, hitte, luchtverontreiniging en kortstondige overstroming klimaatboom / schaduwboom / bijen / vlinders

Gleditsia triacanthos 'Green Glory' Gymnocladus dioica

Valse Christusdoorn

Liquidambar styraciflua

Amberboom

Nyssa sylvatica

Zwarte tuledo

Platanus x hispanica

Plataan

Doodsbeenderenboom

BOMEN IN BOOMBAKKEN

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 47 van 75

Amelanchier lamarckii

Am. krentenboompje

Cercis siliquastrum Parrotia persica

Judasboom Perzisch ijzerhout

klimaatboom / bijen /vlinders / vogels / nectar / verdraagt luchtverontreiniging klimaatboom / bijen /vlinders / nectar klimaatboom / schaduwboom / verdraagt droogte, hitte en luchtverontreiniging

HEESTERS Aanvulling en verrijking buitenrand Crataegus monogyna

Meidoorn

Prunus spinosa

Sleedoorn

bijen / vlinders / vogels / uilen / kleine zoogdieren / nectar / verdraagt doogte, luchtverontreiniging en kortstondige overstroming bijen / vlinders / kleine zoogdieren / verdraagt droogte

Veldesdoorn

bijen / vlinders / vogels / nectar

HAGEN Acer campestre

VASTE PLANTEN EN SIERGRASSEN Onderbeplanting in boombakken Luzula nivea Veldbies Hakonechloa macra Sesleria caerulea Blauwgras

bijen verdraagt droogte

Vaste planten Alchemilla mollis

Vrouwenmantel

Anemone hybrida 'Honorine Jobert' Aster ageratoides 'Asran'

Herftstanemoon

Bergenia cordifolia Echinacea purpurea

Schoenlappersplant Zonnehoed

Geranium 'Rozanne'

Ooievaarsbek

Helenium 'Moerheim Beauty' Nepeta faassenii 'Walkers Low' Persicaria amplexicaulis Vinca major Alchemilla mollis

Zonnekruid

Anemone hybrida 'Honorine Jobert' Aster ageratoides 'Asran'

Herftstanemoon

Bergenia cordifolia Echinacea purpurea

Schoenlappersplant Zonnehoed

Geranium 'Rozanne'

Ooievaarsbek

Herfstaster

Kattenkruid Duizendknoop Maagdenpalm Vrouwenmantel

Herfstaster

ecobeplanting / bijen / vlinders / verdraagt luchtverontreiniging ecobeplanting / bijen / vlinders / verdraagt luchtverontreiniging ecobeplanting / bijen / vlinders / nectar/ verdraagt luchtverontreiniging schaduwtolerant / bijen / vlinders ecobeplanting / bijen / vlinders / verdraagt luchtverontreiniging ecobeplanting / schaduwtolerant / bijen / vlinders / verdraagt luchtverontreiniging ecobeplanting / bijen / vlinders klimaatbeplanting / ecobeplanting / bijen / vlinders / verdraagt droogte, hitte, luchtverontreiniging Ecobeplanting / bijen Ecobeplanting / schaduwtolerant ecobeplanting / bijen / vlinders / verdraagt luchtverontreiniging ecobeplanting / bijen / vlinders / verdraagt luchtverontreiniging ecobeplanting / bijen / vlinders / nectar/ verdraagt luchtverontreiniging schaduwtolerant / bijen / vlinders ecobeplanting / bijen / vlinders / verdraagt luchtverontreiniging ecobeplanting / schaduwtolerant / bijen / vlinders / verdraagt luchtverontreiniging

Klimplanten Parthenocissus tricuspidata 'Green Spring'

datum 16 maart 2022

Wilde Wingerd

bijen / vlinders

Het Kwadrant Maarssen

pagina 48 van 75

4.15

Duurzaamheid

De gemeente heeft hoge ambities ten aanzien van het thema duurzaamheid. De gemeente wil in 2040 dat alle gebruikte energie duurzaam wordt opwekt, met een eventuele uitloop naar 2050 als 2040 niet realistisch blijkt te zijn. De gemeente geeft aan hiermee nauw aan te sluiten bij de landelijke duurzaamheidsafspraken, waarvoor de basis ligt in het Nationaal Klimaatakkoord. De landelijke afspraken zijn 49% minder CO2uitstoot in 2030 en 95% minder in 2050. Duurzaamheid wordt in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken en wordt in alle fasen meegenomen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Er wordt getoetst of bij ruimtelijke ontwikkelingen voldoende maatregelen zijn getroffen ten behoeve van een duurzame en meer klimaat neutrale leefomgeving. Er wordt toekomstbestendig gebouwd met mogelijkheden voor veranderd gebruik. Nul-op-de meter De ambitie van de gemeente om te streven naar Nul-Op-de Meter (NOM). NOM wordt niet zomaar behaald. Er is door de ontwikkelaar gekeken naar de mogelijkheden van NOM bij de voorgenomen ontwikkeling. De volgende onderdelen komen hierbij hoofdzakelijk aan de orde: beglazing, thermische isolatie van de schil, kierdichting, ventilatie, verwarming, warmtapwater en zonnepanelen. Bij de voorgenomen ontwikkeling is een hoge geluidsbelasting op de gevels aanwezig.

Er is door de adviseurs gekeken of het toepassen van drievoudig-glas in combinatie met deze hoge geluidsbelasting een mogelijkheid zou kunnen zijn. De dikte van de benodigde glaspaketten bij drievoudig-glas en het gewicht zijn te zwaar voor een goed gebruik voor een bewoner. Hiernaast zijn de resultaten op gebied van geluidwering beter haalbaar met tweevoudig-glas dan bij het gebruik van drievoudige beglazing. De hoge geluidsbelasting, een goed binnenklimaat en gebruiksgemak voor de bewoners zijn hierin de zwaarwegende en doorslaggevende factoren geweest. Er is vanuit deze factoren besloten om dubbel glas toe te passen in plaats van drievoudige beglazing. NOM-woningen streven naar een isolatiepakket voor zowel vloer, gevel en dak met een hoge Rc-waardes. Binnen het gekozen bouwsysteem en de beschikbare ruimte binnen de constructie is er gekozen voor een zo’n hoog mogelijke Rc-waarde. Een goede naad- en kierdichting en hoge luchtdichtheid is wenselijk. Binnen het ontwerp is een aangescherpte Qv10 waarde van 0,3 gehanteerd. Hiermee wordt een hogere eis gerealiseerd dan de gemeente voorschrijft in het stedenbouwkundige kader en randvoorwaarden document. Mechanische ventilatie is de standaard bij een NOM-woning al of niet gecombineerd met warmteterugwinning.

Alle appartementen worden uitgevoerd met een individueel WTW-systeem, een mechanische balansventilatie waarin standaard de warmteterugwinning in is meegenomen. De appartementen voldoen hiermee aan deze standaard van een NOM-woning.

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 49 van 75

Er is een systeem ontworpen met warmtepompen wat voor wat betreft opwekking van warmte en koude gebruikt maakt van de bronnen en wordt aangevuld met drycoolers. Deze combinatie maakt het mogelijk om nog duurzamer warmte op te wekken voor o.a. maken van warmtapwater. Op de afvoer van het douchewater is een douche-WTW aangesloten, wat ook nog zorgt voor warmteterugwinning op het douchewater. De woningen worden aangesloten op de twee centraal gelegen warmtepompen. Er wordt gebruik gemaakt van vloerverwarming met een koelfunctie voor de warme zomermaanden. Het toepassen van een grote hoeveelheid zonnepanelen voor het behalen van NOM is een vereiste. Het aantal appartementen bij deze hoogbouw in relatie tot het beschikbare dakoppervlak voor de opstelling van de zonnepanelen leidt er toe dat er vanuit het aspect NOM veel meer dakoppervlak wenselijk is dan er werkelijk beschikbaar is. Er worden meer dan 400 PV-panelen op de daken geplaatst. Er wordt gebruik gemaakt van de maximale capaciteit van het dak, waarbij de PV panelen zo gesitueerd worden dat er rekening wordt gehouden met onderhoud, schaduwwerking en de installaties op het dak. Bij de start van de ontwikkeling was de BENG volledige rekenmethodiek nog niet voorhanden en van kracht.

In verband hiermee is ten tijde van de start van de ontwikkeling een EPG: 0,21 meegegeven aan het ontwerpteam welke ruim meer was dan de toentertijd geldende energieprestatie van EPG: 0,4. Voor het plan gelden nu de BENG-eisen zoals tevens in het stedenbouwkundige kader en randvoorwaarden document is vastgelegd en waaraan wordt voldaan. Bij de indiening aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen zal de vereiste BENG berekening worden ingediend. De voorgenomen ontwikkeling voldoet qua BENG-score ruimschoots en is hiermee een energiezuiniger en duurzamer gebouw dan de gestelde eisen. Er is ingezet op het realiseren van een duurzaam woongebouw, welke beter presteert dan de geldende BENG-eisen, echter zoals hierboven staat omschreven is NOM hierin niet haalbaar. Voor eengezinswoningen is dit redelijk goed te realiseren, maar een NOM-woning in een appartementengebouw hoger dan 5 verdiepingen is nagenoeg niet te behalen. Met name de hoeveelheid benodigde PV-panelen en ruimte hiervoor in relatie tot het aantal appartementen zijn maatgevend geweest.

Ter aanvulling op bovenstaande worden de volgende maatregelen extra meegenomen: • waterbesparende douchekoppen en toiletten; • het gebruik van veel onderhoudsvrije materialen; • groene daken binnenterrein met waterretentie; • inrichtingsmaatregelen waarbij gedacht kan worden aan groene parkeerplaatsen, infiltratie en afkoppeling van hemelwater en natuurvriendelijke oevers; • het gebruik van LED-verlichting. Energieopwekking en integrale duurzaamheid Er zijn verschillende mogelijkheden om een duurzame opwekking van energie te realiseren. Onderstaand worden in het kort de overwogen energieconcepten voor de

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 50 van 75

voorgenomen ontwikkeling toegelicht en de uiteindelijke keuze beschreven. In de besluitvorming is hierbij meegenomen dat de ontwikkelaar een ambitie heeft gesteld ten aanzien van de duurzaamheid. De verschillende overwogen duurzame energieconcepten zijn: Collectiefsysteem (Gemeente) Een initiatief vanuit de Gemeente voor een collectief warmtesysteem gebaseerd op thermische energie uit oppervlaktewater (Amsterdam Rijnkanaal). Dit zou een concept kunnen zijn voor het hele plangebied. Voordelen: • duurzaam, verwarmen en koelen. Nadelen: • lange onderzoek- en planvorming als gevolg van overleg met o.a. Rijkswaterstaat en Prorail; • te verwachten lange procedures voor aanvraag vergunningen en realisatie. Geothermie Gebruik van aardwarmte voor opwekking van warmte voor verwarming en warmtapwater. Voordelen; • duurzaam; • compacte kleine opwekkingsinstallatie. Nadelen: • geen koelfunctie; • lange vergunningsprocedures, valt onder activiteit Mijnbouw (Staatstoezicht); • risico’s boren door meerdere aardlagen; • er moeten meerdere duizenden woningen aangesloten kunnen worden anders is het niet rendabel; • inschatting of de bron ca. 30 jaar gebruikt kan worden, duidelijkheid hierover in Nederland is er nog niet. Biomassa Een pellet gestookte ketel voor opwekking van warmte voor verwarming en warmtapwater.

Voordelen • biomassa wordt voorlopig gezien als een onuitputtelijke bron; • CO2 neutrale uitstoot. Nadelen • herkomst pellets vaak onduidelijk • maatschappelijke discussie • uitstoot stikstof/fijnstof bij verbranding

datum 16 maart 2022

Het Kwadrant Maarssen

pagina 51 van 75

WKO-installatie Installatie welke gebruikt maakt van geboorde warme- en koudebronnen voor opwekking van warmte en koude. Voordelen • locatie en bodemgesteldheid is geschikt, geen andere bronnen in de buurt • locatie bronnen kunnen zodanig worden gepositioneerd dat in de nabije omgeving later ook andere WKO installaties kunnen • duurzaam opwekking warmte en koude • koelfunctie voor in de zomermaanden Nadelen • hoge investering • vergunningen bronnen Vanuit bovenstaande voor en nadelen en de vooruitgeschoven ontwikkeling van het Kwadrant ten opzichte van het gehele plangebied Planetenbaan en het Kwadrant is gekozen voor een WKO systeem. Dit systeem wordt ontworpen en geëxploiteerd door een Energy Service Company (ESCO). Er is een systeem ontworpen met warmtepompen wat voor wat betreft opwekking van warmte en koude gebruikt maakt van de bronnen, maar is aangevuld met dry-coolers. Deze combinatie maakt het mogelijk om nog duurzamer warmte op te wekken voor o.a. maken van warmtapwater. Voor wat betreft de toepassing van de WKO installatie is het zo dat er in de directe omgeving geen andere bodemenergiesystemen zitten en geen belemmeringen te verwachten zijn. Ook gesloten systemen zijn niet aanwezig in de direct omgeving. Daarnaast zit het plangebied niet in een beschermingsgebied van de waterwinning, archeologie en dergelijke.

Voor wat betreft de ondergrond zit er een eerste watervoerend pakket tot circa 20 à 35 meter diepte en een 2e watervoerende pakket tussen 50 en 90 meter diepte. Met name het 2e watervoerende pakket zal geschikt zijn voor bodemenergiebronnen. Gezonde mobiliteit Er wordt ingezet op een inrichting die stimuleert om duurzamere vormen van vervoer, zoals lopen en fietsen boven de privé-auto te verkiezen. Hoogwaardige fietsvoorzieningen kunnen het gebruik van de fiets stimuleren. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ingespeeld op gezonde mobiliteit en wordt ingezet op voetgangers en fietsers. De collectieve fietsenberging is direct vanaf de straat middels een eigen brede fietshellingbaan gemakkelijk te bereiken. De fietsen worden rechtstreeks onder de woonblokken geplaatst, waarna je zo met de lift op je eigen woonverdieping bent. Voor ieder appartement zijn er in de kelder min. twee tot max vijf fietsplekken beschikbaar, afhankelijk van de grootte van het appartement. Er is tevens

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2040/documents/42926