CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Parapluplan Witte vlekken en reparaties.pdf

Commissie Fysiek Domein 11 oktober 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4. 19:45: Bestemmingsplan Parapluplan.31.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

25.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 25 lid 4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f. g. h.

in het kader van het normale beheer en onderhoud; in het kader van onderhoudsbaggerwerkzaamheden die aantoonbaar niet dieper dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; die een oppervlakte beslaan van niet meer dan 1.000 m²; die een oppervlakte beslaan van meer dan 1.000 m² maar waarbij de bodem niet dieper gaan dan 0,3 m beneden het maaiveld wordt geroerd; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.

25.4.3 Voorwaarden a.

b.

c.

In afwijking van het bepaalde in artikel 25 lid 4.1 kan een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, voor zover deze niet reeds vallen onder artikel 25 lid 4.2, uitgevoerd worden mits op basis van een archeologisch rapport, dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt ingediend, en naar het oordeel van burgemeester en wethouders, blijkt dat: 1. archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; 2. archeologisch waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of ontwikkeling van die waarden; 3. er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Het overleggen van een archeologisch rapport als bedoeld onder a is niet vereist indien de aanvraag betrekking heeft op het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 25 lid 4.2 sub c. Het bepaalde onder b is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op grond waarvoor eerder een omgevingsvergunning is afgegeven als bedoeld in artikel 25 lid 3.1 en/of het bepaalde onder a. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een rapport dient te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag

58

zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. artikel 25 lid 4.4 is hierbij van overeenkomstige toepassing. 25.4.4 Voorschriften Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 25 lid 4.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

25.4.5 Advies Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.

59

Artikel 26 Waarde - Archeologie 4 26.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden. 26.2 Bouwregels 26.2.1 Algemeen Op de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 4 mogen geen bouwwerken worden gebouwd. 26.2.2 Uitzonderingen In afwijking van het bepaalde onder artikel 26 lid 2.1 zijn bouwwerken ten behoeve van de andere voor deze gronden aangewezen bestemmingen op de in artikel 26 lid 1 bedoelde gronden slechts toelaatbaar, indien: a. b. c. d. e.

het betreft: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid, of; een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden gerealiseerd, of; een bouwwerk waarbij de bodemverstoring niet meer dan 10.000 m² bedraagt; een bouwwerk dat tot 0,3 m diep kan worden gerealiseerd; bebouwing die nodig is voor archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 3 m.

26.3 Afwijken van de bouwregels 26.3.1 Afwijking In afwijking van het bepaalde in artikel 26 lid 2 mogen gebouwen en bouwwerken en andere bouwwerkzaamheden, voor zover deze niet reeds vallen onder artikel 26 lid 2.2, volgens de andere daar voorkomende bestemming(en) gerealiseerd worden, mits op basis van het archeologisch rapport dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt ingediend en waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat: a. b. c.

archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; er geen archeologische waarden aanwezig zijn.

26.3.2 Omgevingsvergunning Aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder artikel 26 lid 3.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. b.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen: de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundig op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

26.3.3 Advies Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.

60

26.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 26.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 4 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, en werkzaamheden uit te voeren ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen: a.

b. c. d. e. f. g. h. i. j.

het ontgronden, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de landbodemstructuur, dieper dan 0,3 m beneden het maaiveld; het ontgronden, baggeren, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen verlagen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; het verwijderen van fundamenten dieper dan 0,3 m beneden het maaiveld.

26.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 26 lid 4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f. g. h.

in het kader van het normale beheer en onderhoud; in het kader van onderhoudsbaggerwerkzaamheden die aantoonbaar niet dieper dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; die een oppervlakte beslaan van niet meer dan 10.000 m²; die een oppervlakte beslaan van meer dan 10.000 m² maar waarbij de bodem niet dieper gaan dan 0,3 m beneden het maaiveld wordt geroerd; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.

26.4.3 Voorwaarden a.

b.

c.

In afwijking van het bepaalde in artikel 26 lid 4.1 kan een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, voor zover deze niet reeds vallen onder artikel 26 lid 4.2 uitgevoerd worden mits op basis van een archeologisch rapport, dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt ingediend, en naar het oordeel van burgemeester en wethouders, blijkt dat: 1. archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; 2. archeologisch waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of ontwikkeling van die waarden; 3. er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Het overleggen van een archeologisch rapport als bedoeld onder a is niet vereist indien de aanvraag betrekking heeft op het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 26 lid 4.2 sub c Het bepaalde onder b is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op grond waarvoor eerder een omgevingsvergunning is afgegeven als bedoeld in artikel 26 lid 3.1 en/of het bepaalde onder a. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een rapport dient te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag

61

zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. artikel 26 lid 4.4 is hierbij van overeenkomstige toepassing. 26.4.4 Voorschriften Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 26 lid 4.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

26.4.5 Advies Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.

62

Artikel 27 Waarde - Archeologie 5 27.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 5 aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden. 27.2 Bouwregels 27.2.1 Algemeen Op de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 5 mogen geen bouwwerken worden gebouwd. 27.2.2 Uitzonderingen In afwijking van het bepaalde onder artikel 27 lid 2.1 zijn bouwwerken ten behoeve van de andere voor deze gronden aangewezen bestemmingen op de in artikel 27 lid 1 bedoelde gronden slechts toelaatbaar, indien: a. b. c. d. e.

het betreft: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid, of; een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden gerealiseerd, of; een bouwwerk waarbij de bodemverstoring niet meer dan 10 hectare bedraagt; een bouwwerk dat tot 0,3 m diep kan worden gerealiseerd; bebouwing die nodig is voor archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 3 m.

27.3 Afwijken van de bouwregels 27.3.1 Afwijking In afwijking van het bepaalde in artikel 27 lid 2 mogen gebouwen en bouwwerken en andere bouwwerkzaamheden, voor zover deze niet reeds vallen onder artikel 27 lid 2.2, volgens de andere daar voorkomende bestemming(en) gerealiseerd worden, mits op basis van het archeologisch rapport dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt ingediend en waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat: a. b. c.

archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; er geen archeologische waarden aanwezig zijn.

27.3.2 Omgevingsvergunning Aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder artikel 27 lid 3.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. b.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen: de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundig op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

27.3.3 Advies Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.

63

27.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 27.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 5 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, en werkzaamheden uit te voeren ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen: a.

b. c. d. e. f. g. h. i. j.

het ontgronden, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de landbodemstructuur, dieper dan 0,3 m beneden het maaiveld; het ontgronden, baggeren, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen verlagen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; het verwijderen van fundamenten dieper dan 0,3 m beneden het maaiveld.

27.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 27 lid 4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f. g. h.

in het kader van het normale beheer en onderhoud; in het kader van onderhoudsbaggerwerkzaamheden die aantoonbaar niet dieper dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; die een oppervlakte beslaan van niet meer dan 10 hectare; die een oppervlakte beslaan van meer dan 10 hectare maar waarbij de bodem niet dieper gaan dan 0,3 m beneden het maaiveld wordt geroerd; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.

27.4.3 Voorwaarden a.

b.

c.

In afwijking van het bepaalde in artikel 27 lid 4.1 kan een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, voor zover deze niet reeds vallen onder artikel 27 lid 4.2, uitgevoerd worden mits op basis van een archeologisch rapport, dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt ingediend, en naar het oordeel van burgemeester en wethouders, blijkt dat: 1. archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; 2. archeologisch waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of ontwikkeling van die waarden; 3. er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Het overleggen van een archeologisch rapport als bedoeld onder a is niet vereist indien de aanvraag betrekking heeft op het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 27 lid 4.2 sub c. Het bepaalde onder b is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op grond waarvoor eerder een omgevingsvergunning is afgegeven als bedoeld in artikel 27 lid 3.1 en/of het bepaalde onder a. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een rapport dient te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag

64

zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. artikel 27 lid 4.4 is hierbij van overeenkomstige toepassing. 27.4.4 Voorschriften Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 27 lid 4.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

27.4.5 Advies Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.

65

Artikel 28 Waarde - Cultuurhistorie 1 28.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Cultuurhistorie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor; a.

de bescherming en veiligstelling van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

28.2 Bouwregels Op de gronden met de bestemming Waarde - Cultuurhistorie 1 mogen bouwwerken worden gebouwd, met dien verstande dat: a. b.

c. d.

uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd, waarbij de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 m; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien de betrokken waarden, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de Nieuwe Hollandse Waterlinie; het bepaalde in dit lid onder a is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op gronden gelegen binnen bouwvlakken. burgemeester en wethouders ter beoordeling van het bepaalde onder b. deskundig advies inwinnen.

28.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 28.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Cultuurhistorie 1zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.

het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, egaliseren, ontginnen en ophogen; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het, voor langer dan één groeiseizoen, omzetten van grasland naar bouwland; het aanbrengen van oeverbeschoeiingen of kaden; het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting.

28.3.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod als bedoeld in artikel 28 lid 3.1 is niet van toepassing indien werkzaamheden: a. b. c. d. e. f.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij artikel 28 lid 2 in acht genomen is; betrekking hebben op het herstel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie; behoren tot het normaal onderhoud en beheer; mogen worden uitgevoerd krachtens een op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan reeds verleende omgevingsvergunning; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. indien de werken betrekking hebben op gronden gelegen binnen bouwvlakken of de bestemming ‘Wonen’ en/of ‘Tuin’.

66

28.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 28 lid 3.1 zijn slechts toelaatbaar mits: a.

daardoor de Nieuw Hollandse Waterlinie niet onevenredig wordt aangetast, kan worden, of wordt hersteld.

67

Artikel 29 Waarde - Cultuurhistorie 3 29.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Cultuurhistorie 3 aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de versterking van de Stelling van Amsterdam. 29.2 Bouwregels a.

b. c.

Op de gronden met de bestemming Waarde - Cultuurhistorie 3 mag ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) en (bouw)regels uitsluitend worden gebouwd indien de betrokken waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden gericht op het behoud van de ter plaatse aangeduide waarde; Ter beoordeling van het bepaalde onder a winnen burgemeester en wethouders deskundig advies in; Het bepaalde artikel 29 lid 2 sub a is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op gronden gelegen binnen bouwvlakken.

29.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 29.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Cultuurhistorie 3 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c.

het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, egaliseren, ontginnen en ophogen; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting.

29.3.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod als bedoeld in artikel 29 lid 3.1 is niet van toepassing indien werkzaamheden: a. b. c. d. e.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij artikel 29 lid 2 in acht genomen is; betrekking hebben op herstel van de aanwezige cultuurhistorische waarden; behoren tot het normaal onderhoud en beheer; mogen worden uitgevoerd krachtens een op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan reeds verleende omgevingsvergunning; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

29.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 29 lid 3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de aangeduide cultuurhistorische waarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast of hersteld.

68

Artikel 30 Waarde - Cultuurhistorie 4 30.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Cultuurhistorie 4 aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de versterking van de buitenplaatszone langs de Vecht. 30.2 Bouwregels a.

b. c.

Op de gronden met de bestemming Waarde - Cultuurhistorie 4 mag ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) en (bouw)regels uitsluitend worden gebouwd indien de betrokken waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden gericht op het behoud van de ter plaatse aangeduide waarde; Ter beoordeling van het bepaalde onder a winnen burgemeester en wethouders deskundig advies in; Het bepaalde onder a is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op gronden gelegen binnen bouwvlakken.

30.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 30.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Cultuurhistorie 4 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c.

het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, egaliseren, ontginnen en ophogen; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting.

30.3.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod als bedoeld in artikel 30 lid 3.1 is niet van toepassing indien werkzaamheden: a. b. c. d. e.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij artikel 30 lid 2 in acht genomen is; betrekking hebben op herstel van de aanwezige cultuurhistorische waarden; behoren tot het normaal onderhoud en beheer; mogen worden uitgevoerd krachtens een op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan reeds verleende omgevingsvergunning; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

30.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 30 lid 3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de aangeduide cultuurhistorische waarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast of hersteld.

69

Artikel 31 Waarde - Cultuurhistorie, landschap en natuur 31.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Cultuurhistorie, landschap en natuur aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a.

het behoud, herstel, beheer en de versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden, natuur- en landschapswaarden in de vorm van bebouwde en onbebouwde structuren, elementen, systemen, patronen en zichtlijnen;

31.2 Bouwregels Op de gronden met de bestemming Waarde - Cultuurhistorie, landschap en natuur mag ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) en (bouw)regels uitsluitend worden gebouwd indien: a. b. c. d.

de cultuurhistorische waarden, natuur- en/of landschapswaarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - ecologische hoofdstructuur' is aangetoond dat de wezenlijke kenmerken en waarden geen negatieve effecten ondervinden (nee, tenzij-beleid); met een schriftelijk advies van een deskundige is aangetoond dat de cultuurhistorische waarden, natuur- en/of landschapswaarden niet worden geschaad of dat schade kan worden voorkomen; aan de omgevingsvergunning voorwaarden zijn verbonden gericht op het behoud van de cultuurhistorische waarden, natuur- en/of landschapswaarden.

31.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 31.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Cultuurhistorie, landschap en natuur zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.

grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, egaliseren, ontginnen en ophogen; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers, inhammen en andere waterpartijen; het aanleggen of verharden van kavelwegen of het aanbrengen van andere oppervlakte verhardingen; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting.

31.3.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod als bedoeld in artikel 31 lid 3.1 is niet van toepassing indien werkzaamheden: a. b. c. d. e.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij artikel 31 lid 2 in acht genomen is; betrekking hebben op herstel van de aanwezige cultuurhistorische waarden; behoren tot het normaal onderhoud en beheer; mogen worden uitgevoerd krachtens een op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan reeds verleende omgevingsvergunning; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

70

31.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 31 lid 3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b.

de cultuurhistorische, natuur- en/of landschapswaarden worden hersteld of niet onevenredig (kunnen) worden aangetast; met een schriftelijk advies van een deskundige is aangetoond dat de cultuurhistorische waarden, natuur- en/of landschapswaarden niet worden geschaad of dat schade kan worden voorkomen;

71

Artikel 32 Waarde - Natuur 32.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Natuur aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de versterking van de aanwezige natuur- en landschapswaarden. Bij nieuwe ontwikkelingen bij bouwen of gebruiken die niet rechtstreeks zijn toegestaan binnen de aangewezen EHS is medewerking slechts mogelijk indien is voldaan aan de landelijk gehanteerde Spelregels EHS. 32.2 Bouwregels a.

b. c.

Op de gronden met de bestemming Waarde - Natuur mag ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) en (bouw)regels uitsluitend worden gebouwd indien de betrokken waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden gericht op het behoud van de ter plaatse aangeduide waarde; Ter beoordeling van het bepaalde onder a winnen burgemeester en wethouders deskundig advies in; Het bepaalde onder a is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op gronden gelegen binnen bouwvlakken.

32.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 32.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Natuur zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c.

het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, egaliseren, ontginnen en ophogen; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting.

32.3.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod als bedoeld in artikel 32 lid 3.1 is niet van toepassing indien werkzaamheden: a. b. c. d. e.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij artikel 32 lid 2 in acht genomen is; betrekking hebben op herstel van de aanwezige natuur- en landschapswaarden; behoren tot het normaal onderhoud en beheer; mogen worden uitgevoerd krachtens een op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan reeds verleende omgevingsvergunning; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

32.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 32 lid 3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de aangeduide natuurwaarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast of hersteld.

72

Artikel 33 Waterstaat - Waterkering 33.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waterstaat - Waterkering aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor waterkering en de bijbehorende beschermingszone. 33.2 Bouwregels Ten behoeve van de in artikel 33 lid 1bedoelde bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 3 m worden gerealiseerd. 33.3 Afwijken van de bouwregels In afwijking van het bepaalde in artikel 33 lid 2mogen bouwwerken ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemmingen worden gebouwd, indien en voor zover het belang van de waterkering hierdoor niet onevenredig wordt geschaad. Bij die belangenafweging wordt goedkeuring gevraagd aan de beheerder van de waterkering. Ten behoeve van deze andere onderliggende bestemmingen mogen gebouwd worden conform het bepaalde bij de betreffende bestemmingsbepalingen. 33.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 33.4.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden op de in artikel 33 lid 1 bedoelde gronden de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden van burgemeester en wethouders: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,30 m, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen; verlagen van het waterpeil; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen of verwijderen van oeverbeschoeiingen; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie-, of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; het aanbrengen van constructies, die verband houden met bovengrondse leidingen; het graven, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; alle overige werkzaamheden die de waterkering kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik van de waterkering.

33.4.2 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning is nodig voor: a. b.

normale onderhoudswerkzaamheden gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van de waterkering; andere werken en/of werkzaamheden die uit een oogpunt van bescherming van de waterkering van niet ingrijpende betekenis zijn.

33.4.3 Toelaatbaarheid Het bepaalde in artikel 33 lid 4.1 is slechts toelaatbaar, indien is gebleken dat de in dat lid genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de waterkering.

73

33.4.4 Voorwaarden Burgemeester en wethouders verlenen uitsluitend vergunning zoals bedoeld in artikel 33 lid 4.1 na schriftelijk goedkeuring van de beheerder van de waterkering.

74

hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 34 Algemene gebruiksregels 34.1 Parkeren 34.1.1 Parkeernormen a.

b.

Een omgevingsvergunning voor het oprichten van gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming kan alleen worden verleend indien in, op of onder het gebouw dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, conform de parkeernormen zoals opgenomen in het ‘Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan Stichtse Vecht 2013, deel B: Nota Parkeernormen, vastgesteld door de raad op 29 september 2015. Indien de nota niet voorziet in een parkeernorm voor een specifieke functie, stelt het bevoegd gezag een parkeernorm vast. Als de onder a bedoelde beleidsregels worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden.

34.1.2 Afwijken van de parkeernormen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 34 lid 1.1 indien: a. b.

aanpassing van het bouwplan om alsnog te kunnen voorzien in voldoende parkeerruimte redelijkerwijs niet kan worden verlangd; of op een andere wijze is of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid om de toename van de parkeerbehoefte op te vangen.

Artikel 35 Algemene aanduidingsregels 35.1 vrijwaringszone - straalpad In aanvulling op het bepaalde bij de andere ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringszone - straalpad’ voorkomende bestemming(en) mag de bouwhoogte ter plaatse van deze aanduiding niet meer bedragen dan 88 m ten opzichte van NAP. 35.2 veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen 35.2.1 Bouwregels In uitzondering op hetgeen elders in deze regels is bepaald, mogen op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding ' Veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd. 35.2.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 35 lid 1 en toegestaan dat beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd, indien er sprake is van zwaarwegende maatschappelijke, economische en/of planologische redenen en mits is aangetoond dat er hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van personen.

75

Artikel 36 Overige regels 36.1 Administratieve bepaling 36.1.1 Aanduiding 'horeca' in bestemmingsplan 'Maarssenbroek Woongebied' In het bestemmingsplan 'Maarssenbroek Woongebied' (vastgesteld 22 november 2011) wordt: a. b.

aan artikel 12.1 Bestemmingsomschrijving toegevoegd dat ter plaatse van de aanduiding 'horeca' een zelfstandige horeca(onderneming) in categorie h7 is toegestaan; aan artikel 16.1 Bestemmingsomschrijving toegevoegd dat ter plaatse van de aanduiding 'horeca' een zelfstandige horeca(onderneming) in categorie h7 is toegestaan

36.1.2 Verwijzing naar 'Groen -1' in bestemmingsplan 'Maarssenbroek Woongebied' Als in het bestemmingsplan 'Maarssenbroek Woongebied'(vastgesteld 31 oktober 2012) voor wat betreft de bestemming 'Groen - 1' wordt verwezen naar artikel 9, moet dat worden gezien als een verwijzing naar artikel 10 'Groen - 1'. 36.1.3 Verwijzing binnen de bestemming 'Natuur' in bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Maarssen' In het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Maarssen' (vastgesteld 17 december 2013) wordt; a. b. c. d.

de verwijzing naar 'lid 11.3.1 onder a' in artikel 11.4.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod vervangen door 'lid 11.4.1 onder a'; de verwijzing naar 'lid 11.3.1 onder a' in artikel 11.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning vervangen door 'lid 11.4.1 onder a'; de verwijzing naar 'lid 11.3.1 onder a' in artikel 11.4.4 Advies vervangen door 'lid 11.4.1 onder a'. Het bepaalde in artikel 11.1 onder a. vervangen door: De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; 2. water; 3. agrarisch medegebruik; 4. extensief recreatief medegebruik; 5. ter plaatse van de aanduiding 'sluis'; een sluis; 6. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur- schuilgelegenheden/berging': een schuilgelegenheid, observatiehut en/of berging; 7. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - schaftwagens': uitsluitend schaftwagens;

36.1.4 Toevoegen pluimveeslachterij in bestemmingsplan 'Oud Zuilen en Op Buuren e.o.' In het bestemmingsplan 'Oud Zuilen en Op Buuren e.o.' (vastgesteld 26 april 2016) wordt: a. b.

aan artikel 3.1 Bestemmingsomschrijving toegevoegd: 'tevens een pluimveeslachterij ter plaatse van het bouwvlak van de locatie Groeneweg 6 in Oud Zuilen' aan artikel 3.4 Specifieke gebruiksregels wordt een lid f toegevoegd: 'f. de pluimveeslachterij op de locatie Groeneweg 6 in Oud Zuilen mag alleen ten behoeve van het eigen bedrijf slachten.'

36.1.5 Parkeernormen Aan de bestemmingsplannen 'Maarssen aan de Vecht' (vastgesteld 1 juli 2008), 'Maarssen aan de Vecht, partiële herziening’ (vastgesteld op 21 juni 2010), 'Corridor' (vastgesteld op 28 mei 2014) en 'Corridor 1ste herziening' (vastgesteld op 1 maart 2015) wordt een parkeerregeling toegevoegd, conform de regeling in artikel 34 lid 1 Parkeren.

76

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2049/documents/43024