CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025.pdf

Commissie Fysiek Domein 9 maart 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 5. 20:30: Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025.12.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Titel

:

Rapportnummer :

Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025 37687

29

1. Objectselectie Welke objecten zijn reeds onderzocht en welke objecten dienen nog beschouwd of onderzocht te worden? Dit op grond van vorige onderzoeken, aard, leeftijd en gebruik. 2. Schouwronde (C3 volgens CUR 117) Alle objecten die nog niet zijn beschouwd of onderzocht maar wel binnen de reikwijdte van de selectie vallen worden geschouwd. Op grond van deze schouwronde zal een risico-inschatting gemaakt worden van de staat van de constructieve veiligheid van het object. Objecten met een matig en hoog risico op constructief onveilig zijn worden opgenomen in de op te stellen constructieve veiligheidsonderzoeksplanning en daarin geprioriteerd. 3. Constructief onderzoek (D3 volgens CUR 117) Tijdens deze fase zullen op grond van een overeengekomen planning/timing objecten onderzocht worden op constructieve veiligheid. Dat start met een deskresearch, vervolgens een veldonderzoek en een herberekening. Het onderzoek sluit af met een advies voor vervolg- en onderhoudsmaatregelen voor het handhaven en/of op orde brengen van de constructieve veiligheid. 5.4.6

Financieel kader

De gemeente streeft er verder naar om de instandhouding van de civiele objecten binnen haar eigen financiële kaders te realiseren en zo samen met de andere arealen de financiën beheersbaar op orde te houden. In 2019 is voor onderhoud aan deze objecten € 1,59 miljoen beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn ad hoc aangewend. Op dit moment is er geen meerjarenbudgettering voor deze objecten en ook geen voorziening voor onderhoud opgenomen. De gemeente heeft wel een reserve groot onderhoud. Vervangingen – integraal, per object – zullen door middel van kredieten worden gefinancierd. 5.4.7

Kwaliteitssturing

De aansturing van de instandhouding geschiedt vervolgens op grond van de kwaliteit van het object. Dit kan zowel de uitstralingskwaliteit zijn (beeldkwaliteit) als de technische kwaliteit (conditie). Beeldkwaliteit – CROW 323 Gemeente Stichtse Vecht gebruikt voor de beeldkwaliteit de methodiek volgens CROW 323. Dit is een landelijk geaccepteerde methode voor het bepalen van de beeldkwaliteit in de openbare ruimte. De methodiek kent een vijfpuntsschaal van A+, A tot D, waarbij A+ de hoogste score is. In figuur 5.1 is een voorbeeld van de normstelling opgenomen. Voor bruggen dient in lijn hiermee te worden gewerkt. De beeldkwaliteit wordt mede bepaald door politieke ambities in relatie tot de (beperkt) beschikbare middelen. Dit leidt tot het stellen van prioriteiten ten aanzien van de kunstwerken. Een logische differentiatie met betrekking tot de kwaliteit is onderscheid te maken op gebiedsindeling. Zo kunnen kunstwerken gelegen in centra een andere, hogere prioriteit hebben dan bedrijven- of woongebieden. In de gemeente Stichtse Vecht is voor de civieltechnische kunstwerken een onderscheid gemaakt in de gebieden: • •

Centrum en langs de Vecht. Overige gebieden.

Titel

:

Rapportnummer :

Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025 37687

30

Figuur 5.1: Voorbeelden conform CROW 323. Technische kwaliteit – NEN 2767 De technische staat van objecten kan door visuele inspecties op basis van de NEN 2767-methodiek uniform worden vastgesteld in een conditiescore. Met deze score is het mogelijk om de staat van objecten met elkaar te vergelijken en de mate van veroudering vast te stellen. Deze norm kent een zespuntsschaal, waarbij conditiescore 1 nieuwbouwkwaliteit is, score 2 goed is, aflopend naar score 6 sloopkwaliteit. In hoofdstuk 6 zijn de voor dit areaal gekozen kwalificaties opgenomen.

Figuur 5.2: Omschrijving van de conditiescores uit de norm.

5.4.8

Risicosturing

Gemeente Stichtse Vecht heeft ervoor gekozen de risico’s voor de gemeente met betrekking tot de civieltechnische kunstwerken beter te beheersen. Deze strategie is doorgevoerd om de keuzes in het beheer en onderhoud en de prioriteitstelling bij het budgetteren te verbeteren en om incidenten en calamiteiten te minimaliseren. Civiele kunstwerken hebben een maatschappelijke functie. Maar niet elke maatschappelijke functie en elk object is even belangrijk voor de gemeente: een verkeersbrug in een doorgaande route heeft een ander belang dan een voetgangersbrug in een park. Daarnaast heeft ook de kwaliteit van de constructie (beton, hout, metselwerk) van een object impact op het risico van falen van de maatschappelijke functie.

Titel

:

Rapportnummer :

Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025 37687

31

Dit wordt inzichtelijk gemaakt met het benoemen van de risico's en de hoogte van het risico. De score van het object op alle risico's bepaalt de prioritering van de beheermaatregelen. De volgende risico’s zijn voor de gemeente van belang: • • •

Aansprakelijkheidsrisico’s: deze zijn met name gevat in de veiligheid richting burgers en de leefbaarheid. Financiële risico’s: deze worden veroorzaakt door waardeverval (vroegtijdige vervanging van kapitaalgoederen), ondoelmatig onderhoud en claims die te relateren zijn aan veiligheid en disfunctioneren. Imagoschade en klanttevredenheid, en dan met name of de objecten functioneren en altijd beschikbaar zijn.

Risicoprofiel Omdat veel soorten objecten overeenkomstige functies en impact hebben, zijn er risicoprofielen gemaakt voor gelijksoortige objecten. Voor de sturing van het beheer zijn de bovenstaande risico's vertaald in duidelijk herkenbare risico-aspecten, waardoor het beheer doelmatiger en operationeel uitgevoerd kan worden, te weten: • • • • •

Veiligheid (richting burgers en milieu/leefomgeving). Beschikbaarheid (functioneel, gebruik). Betrouwbaarheid (integriteit van de constructie). Onderhoudbaarheid (langdurige instandhouding). Economisch (financiële impact).

In hoofdstuk 6 zijn de voor dit areaal gekwalificeerde en gekwantificeerde risico’s per soort object opgenomen. 5.4.9

Administratieve structuur - soorten onderhoud

Onderstaand is de administratieve structuur naar de verschillende soorten onderhoudsmaatregelen opgenomen. Deze indeling is niet alleen technisch van belang maar zeker ook financieel. De volgende soorten onderhoud worden binnen de gemeente Stichtse Vecht gehanteerd: • • •

Klein onderhoud Groot onderhoud Vervangingen.

Ad 1. Klein onderhoud Klein onderhoud is gericht op het borgen van de risicoaansprakelijkheid en de aansluiting op de vereiste beeldkwaliteit. Klein onderhoud heeft een dagelijks karakter. Het kleine onderhoud bevat naast het vaste onderhoud (reinigingsactiviteiten) het kleine variabele onderhoud. Hieronder wordt verstaan de toepassing van eenvoudige (handmatige) herstelmaatregelen of eenvoudige, preventieve zaken zoals het smeren van bewegingswerken. Bij klein onderhoud hoeven geen ingewikkelde hulpconstructies te worden gebouwd en wordt de stremming van het object tot een minimum beperkt. Bij klein onderhoud wordt met betrekkelijk eenvoudige en goedkope handelingen de toestand van het object weer in goede staat gebracht. Klein onderhoud bestaat bij grote objectonderdelen uit circa 1-10% van het oppervlak en wordt plaatselijk toegepast. Door het regelmatig uitvoeren van klein onderhoud kan het groot onderhoud worden uitgesteld en kunnen kosten en stremmingen worden beperkt.

Titel

:

Rapportnummer :

Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025 37687

32

Voorbeelden van klein onderhoud: • • • • • • •

Smeren en schoonmaken van het bewegingswerk van beweegbare objecten. Reinigen van objecten. Vastzetten van losse dekdelen. Opstaande elementenverharding corrigeren. Egaliseren aansluiting weg met het dek bij paden. Leuningen schilderen omwille van de zichtbaarheid. Keuringen aan installaties (zoals bij beweegbare objecten).

Verder worden overige exploitatiekosten zoals schadeherstel, inspecties en kosten voor het onderhoudsmanagement onder klein onderhoud - exploitatie geschaard. De kosten voor klein onderhoud komen ten laste van de programmabegroting (exploitatieresultaat). Ad 2. Groot onderhoud Groot onderhoud is gericht op het (langdurig) borgen van de functionaliteiten en de instandhouding van het kunstwerk. Groot onderhoud betreft het variabele onderhoud, waarbij het object weer in optimale staat gebracht wordt door relatief zware onderhoudsmaatregelen. Met betrekking tot de ernst en omvang van de defecten moet bij groot onderhoud worden afgewogen of herstel zinvol is en/of tot vervanging van de onderdelen moet worden overgegaan. Deze werkzaamheden worden uitbesteed. Voorbeelden van groot onderhoud zijn: • • • • •

Betonherstelwerkzaamheden. Conserveringswerkzaamheden. Herstellen en vervangen slijtlaag. Voeg- en metselwerkherstelwerkzaamheden. Herstellen of vernieuwen van onderdelen, zoals delen van het dek of leuningen.

De kosten voor groot onderhoud komen ten laste van de programmabegroting (exploitatieresultaat). De gemeente heeft een reserve voor groot onderhoud. Ad 3. Vervangingen – investeringen Vervangingen zijn gericht op noodzakelijke of wenselijke aanpassing aan het kunstwerk. Dit kan zijn omdat het object zijn functie niet meer naar behoren uitvoert (te klein, te licht) of omdat de integriteit van het gehele object onvoldoende is (te slecht, te rot) om een veilig gebruik te waarborgen. Vervangingen worden uitgevoerd als het betreffende kunstwerk niet meer door groot onderhoud in de gewenste conditie is te brengen. Vervangingen hebben dan ook geen betrekking op losse (sub)onderdelen (leuning, dek, oplegging of verharding) maar op het gehele kunstwerk. Vervangingen worden in deze zin gezien als investeringen volgens het BBV en de kosten daarvan vallen dan ook niet onder de jaarlijkse budgetten maar zullen geactiveerd worden en separaat als kredieten worden aangevraagd.

Titel

:

Rapportnummer :

6

Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025 37687

33

BELEIDSMATIGE KEUZES EN MAATREGELEN CIVIELE KUNSTWERKEN

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de concrete keuzes en uitwerkingen rond het beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken van gemeente Stichtse Vecht: • • • • • • •

Areaal op orde. Beeld- en technische kwaliteit. Risicosturing. Monitoren kwaliteit, integraliteit en aansprakelijkheid. Operationele onderhouds- en vervangingsaanpak. Meerjarenbudgetten. Vervangingen.

6.1

Areaal op orde

De gemeente heeft zich ten doel gesteld om voor 2022 het areaal op orde te hebben. Daarbij worden de volgende aanpak en timing voorgesteld. Soort objecten (aantal objecten)

Areaalgegevens en MJOB Inventariseren, inspecteren opstellen MJOB (B1, visuele B2 en C2) februari - maart 2021

Constructieve veiligheid Constructieve schouw Constructieve (C3) herberekening (D3)

Kademuren (52)

april - mei 2021

-

Verkeersbruggen (46+4)

mei - augustus 2021

Fietsbruggen (203) Tunnels en geluidsschermen (28) Damwanden en relevante oevers (circa 940) Duikers en overige (circa 250)

september - december 2021 februari - april 2022

Alleen ouder dan 1991 en van beton - augustus 2021 -

2022 - alleen als uit de schouw de noodzaak blijkt. Situationeel, aan de hand van schade 2022 - alleen als uit de schouw de noodzaak blijkt. -

maart - juli 2022

-

-

augustus - november 2022

-

-

Beweegbare bruggen (15-4)

Mei 2021

Figuur 6.1: Overzicht aanpak ‘areaal op orde’. In hoofdstuk 6.8 is een raming van de kosten van deze inzet opgenomen.

Titel

:

Rapportnummer :

6.2

Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025 37687

34

Beeld- en technisch kwaliteitsniveau

Het nieuwe, gewenste kwaliteitsniveau wijkt niet af van het huidige. Er is gekozen voor een differentiatie van kwaliteiten per gebied, en wel als volgt: Gebied

Beeldkwaliteit volgens CROW 323

Centrum B Langs de Vecht B Woongebied C Bedrijvengebied C Buitengebied C Tabel 6.2: Verschillende kwaliteiten per gebied.

Technische kwaliteit volgens NEN 2767 – objecten in doorgaande routes 2 Goed 2 Goed 3 Redelijk 3 Redelijk 3 Redelijk

Voor het vastleggen van de minimale kwaliteit zijn voor de civieltechnische kunstwerken interventieniveaus opgesteld. Voor deze niveaus is gebruikgemaakt van de volgende documenten en bronnen: • • • •

Kwaliteitscatalogus openbare ruimte CROW-publicatie 323. De CROW-systematiek is een landelijk erkende werkwijze die gebruik maakt van beeldkwaliteiten. NEN 2767 Conditiemeting. Aan de hand van deze norm kan de (minimale) technische toestand van de objectonderdelen worden vastgelegd. Referentiedocumenten van andere (landelijke) beheerders van civiele objecten. Ervaringen vanuit de markt met betrekking tot onderhoud.

Door middel van bovenstaande documenten kan een totaaloordeel worden gegeven over de kwaliteit van de Stichtse Vechtse kunstwerken. Met betrekking tot de technische kwaliteit wordt conditiescores 2 Goed en 3 Redelijk als waarden gesteld, net als de weg die ook altijd in een goede staat dient te zijn. Wel mag veroudering zichtbaar zijn, maar er mogen geen ernstige gebreken zijn. Deze waarden worden met name voor objecten in doorgaande routes bewaakt. 6.3

Risicosturing

De risico’s zijn per soort object gekwantificeerd volgens een risicoprofiel van laag (1) tot hoog (5). De objecten zijn hierbij ingedeeld naar hun maatschappelijke functie, materiaalsoort en leeftijd. De maatschappelijke functie beschrijft het belang van de beschikbaarheid en de leeftijd in verband met de integriteit en instandhouding. De kwantificatie van de risico's is vastgesteld tijdens een risicosessie. De uitkomst van de sessie is het onderstaande risicoprofiel. Links in de tabel zijn de verschillende soorten objecten opgenomen. Rechts in de tabel staat per aspect de kwantificatie. .

Titel

:

Rapportnummer :

Type Kunstwerk Bruggen - beweegbaar Bruggen - beweegbaar Bruggen Bruggen Bruggen Bruggen Bruggen - hout Tunnels Kademuren Oeverbeschoeiing Duikers Duikers Geluidschermen Trappen

Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025 37687

Functie Hoofdroute Recreactie Hoofdroute Secondaire routes Fietsers utilitair Fietsers en voetgangers - recreactie Fietsers en voetgangers Fietser en voetgangers Grondkering Grondkering Waterdoorvoer - hoofdroute Waterdoorvoer - perceelontsluiting Absorptie Voetgangers

35

Veiligheid

Beschikbaarheid

Richting Burger 5 5 2 2 2 2 4 3 4 1 4 1 1 3

Functie 5 2 5 4 4 1 4 3 4 1 4 2 1 2

BetrouwOnderhoud- Economisch baarheid baarheid Integriteit van Financiële constructie Instandhouding impact 2 4 4 4 3 2 3 4 3 1 2 1 2 3 2 2 3 2 4 4 2 1 2 3 1 2 1 2 3 3 1 2 1 1 1 1 1 2 2 2 2 2

Risico totaal Prioriteit 20 16 17 10 13 10 18 12 12 10 12 6 7 11

Figuur 6.3: Risicoprofiel van de soorten kunstwerken op hoofdlijnen. Risico-inzicht leidt tot juiste prioriteitstelling Het type kunstwerk met het hoogste risicoprofiel is een beweegbare brug in een hoofdroute, gevolgd door houten bruggen voor fietsers (glad, kans op gebreken) en daarna de vaste brug in een hoofdroute. De objecten met het laagste risicoprofiel zijn de duikers in perceelontsluitingen en geluidsschermen. Voor het onderhoud houdt dit in dat onderdelen met een hoog risicoprofiel minimaal een goed instandhoudingsniveau verlangen voor een langdurig goed functioneren. Objecten met een laag risicoprofiel dienen alleen te voldoen aan de wettelijke vereisten of de functie kan heroverwogen worden. Dat wil zeggen dat met deze onderhoudsstrategie gericht wordt op het voorkomen van risicoaansprakelijkheid en veiligheid en geen instandhouding, zoals beschoeiingen waar veiligheid beperkter speelt. Relatie met NEN 2767 Een onderdeel van het risicogestuurd onderhouden is ook de conditie- of toestandsafhankelijke onderhoudsstrategie. Dit houdt in dat er pas wordt onderhouden als de conditie van een object een vooraf gestelde norm overschrijdt, bijvoorbeeld conditiescore 3 ‘matig’ volgens NEN 2767. Verschillende objecten kunnen verschillende (hogere of lagere) normen hebben, afhankelijk van het belang en het risicoprofiel van het object. 6.4

Monitoring kwaliteit, integraliteit en aansprakelijkheid

6.4.1

Monitoren onderhoud

Jaarlijks zal de gemeente het areaal schouwen op veiligheid en functioneren. Daarnaast zal beoordeeld worden of de objecten nog voldoen aan de gestelde eisen met betrekking tot de beleving. Deze schouwrondes worden uitgevoerd door de eigen dienst. Verder zullen toestandsinspecties uitgevoerd worden naar de staat van de houten en betonnen objecten en wel om de 5 jaar. De toestandsinspecties zullen door deskundige derden worden uitgevoerd. Op grond van de inspectierondes wordt ook de MJOB geactualiseerd.

Titel

:

Rapportnummer :

Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025 37687

36

Het monitoringsschema is als volgt: Type monitoring Schouwen (A1)

Functionele inspectie Toestandsinspectie (B2 met C2)

Doel Borgen veiligheid (aansprakelijkheid) en aansluiting met vereiste beeldkwaliteit Borgen dagelijks functioneren Borgen van de instandhouding, actualiseren MJOB

Frequentie Eenmaal per jaar

Door Dienstverlener /eigen dienst

Beweegbare objecten: eenmaal per jaar Alle kunstwerken om de 5 jaar; kritische objecten elk jaar

Dienstverlener Dienstverlener

Tabel 6.4: Monitoren, het inspectieschema. 6.4.2

Nader onderzoek

Nader onderzoek kan worden aangewend voor kritische objecten waarvan de conditie onvoldoende is vast te stellen bij een reguliere inspectie. Vaak is dit specialistisch onderzoek naar betonschade, corrosie en het opnieuw bepalen van de draagkracht/sterkte van het object. Voor dit areaal worden vooralsnog geen nadere onderzoeken voorgesteld, behalve zaken rond de constructieve veiligheid, zie 6.1. 6.5

Operationele onderhouds- en vervangingsaanpak

Voor de praktische aanpak van onderhoud en vervangingen heeft het beherende team ook een operationele visie/aanpak opgesteld. Deze sluit aan bij het gemeentelijke beleid en is verwoord in maatregelen om de uitvoerbaarheid optimaal te waarborgen. De uitwerking hiervan luidt als volgt: •

De aanpak van onderhoudswerken dient waar mogelijk integraal, multidisciplinair en projectmatig te zijn.

•

Er wordt een risicogestuurde, conditieafhankelijke aanpak gevoerd. Dit houdt in dat risicovolle objecten een hogere prioriteit hebben en dat er (preventieve) maatregelen genomen worden na het overschrijden van de vastgestelde kwaliteitseisen (interventieniveaus).

•

Voor objecten in de dorpskernen en langs de Vecht dient het monumentale beeld gehandhaafd te blijven. Let wel: dit zijn geen monumenten. De insteek is dat het houten uiterlijk wordt gehandhaafd maar dat de onderliggende (hoofd)draagconstructie van staal kan zijn. Dat geldt ook voor kademuren; deze realiseren door middel van combiwand van staal met metselwerk-look. Voor de overige gebieden geldt dat er materialen gebruikt worden die een lange levensduur hebben. Indien gewenst, kan een houten-look door middel van de afwerkconstructie en leuninglijsten worden toegepast. Oeverbeschoeiingen kunnen in kunststof worden uitgevoerd.

•

Bij vervangingen is het primaire uitgangspunt: steen blijft steen en hout wordt een verzinkt stalen draagconstructie met FSC-houten afwerkingsconstructie voor een houten uitstraling.

•

In geval van gemengd verkeer worden alle bruggen vervangen door betonnen of stalen bruggen (ontwerplevensduur vaste bruggen 100 jaar), omdat deze aantoonbaar een langere levensduur hebben met lage onderhoudskosten. Situationeel wordt een afweging gemaakt op grond van levensduur, uitstraling, duurzaamheidsvisie en kosten.

Titel

:

Rapportnummer :

Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025 37687

•

Het onderhoud dient zo mogelijk met onderhoudsarme materialen te worden uitgevoerd.

•

Conserveringswerkzaamheden worden alleen uitgevoerd als de bescherming van het basismateriaal en de signaleringsfunctie voor de verkeersveiligheid in het geding zijn. Er wordt niet geconserveerd om esthetische redenen.

6.6

37

Budgetten

In dit hoofdstuk worden de financiële consequenties van het voorgestelde beleid gepresenteerd. Omdat in het huidige beheersysteem de inventarisaties niet op orde zijn en er geen onderhoudsmaatregelen gepland zijn, kan er geen onderbouwde en systematische meerjarenonderhoudplanning en -begroting worden gegenereerd. Onderstaand is een raming gemaakt van de vereiste middelen op basis van kengetallen en historische informatie. Als de nieuw op te zetten meerjarenonderhoudsplanning en -begroting gereed zijn, zullen onderstaande waarden geactualiseerd worden en een hogere betrouwbaarheidswaarde hebben. De volgende budgetten worden gepresenteerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Vijfjarenperspectief. Doorkijk 15 jaar. Vervangingsinvesteringen. Kosten ‘areaal op orde’. Reserve groot onderhoud Dekking kapitaallasten en actuele middelen

De onderhoudsbudgetten zijn als volgt opgebouwd: • • • • •

Raming van de kosten per jaar per onderhoudssoort. Staartkosten, dekking indirecte kosten uitvoerende partij – 20%. Toeslag voor interne kosten van de beheerorganisatie: voorbereiding, aanbesteden en toetsing – 18%. Geen btw. Prijspeil heden, geen indexering voor vervolgjaren.

Titel

:

Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025

Rapportnummer :

6.6.1

37687

38

Vijfjarenperspectief

Onderstaand is een raming gemaakt van de kosten voor onderhoud en de geplande investeringen voor de komende 5 jaar. De opgenomen bedragen zijn exclusief overige exploitatiekosten en kapitaallasten. Post Klein onderhoud (exploitatie)

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal

Per jaar

216.630

324.630

156.630

156.630

177.330

1.031.850

206.370

+ Areaal op orde

Groot onderhoud (exploitatie)

966.000

414.000

966.000

414.000

966.000

3.726.000

745.200

Totaal Onderhoud

1.182.630

738.630

1.122.630

570.630

1.143.330

4.757.850

951.570

Vervanging/investering

1.711.200

768.000

354.000

207.000

276.000

3.316.200

663.240

Totale lasten

2.893.830

1.506.630

1.476.630

777.630

1.419.330

8.074.050

1.614.810

Figuur 6.5: Kosten voor onderhoud en investeringen voor de komende 5 jaar. Deze opgave omvat tevens een raming van het op orde brengen van het areaal, dat een onderdeel vormt van de exploitatielasten/klein onderhoud.

Civiele kunstwerken 2021-2025 Klein- en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen 1.800.000 1.600.000 1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000 2021 Klein onderhoud (exploitatie)

2022

2023 Groot onderhoud (exploitatie)

2024

2025

Vervanging/investering

Figuur 6.6: Grafische weergave van de onderhoudskosten en lasten voor vervangingsinvesteringen voor de komende 5 jaar.

Titel

:

Rapportnummer :

6.6.2

Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025 37687

39

Doorkijk 15 jaar

Onderstaand is een raming opgenomen van een doorkijk voor de onderhoudskosten en lasten voor vervangingsinvesteringen voor de komende 15 jaar. De opgenomen bedragen zijn exclusief overige exploitatiekosten en kapitaallasten.

Post

2021

…

2035 Totaal

Per jaar

Klein onderhoud (exploitatie)

216.630

-

170.430

2.625.750

175.050

Groot onderhoud (exploitatie)

966.000

-

966.000

10.626.000

708.400

Totaal Onderhoud

1.182.630

-

1.136.430

13.251.750

883.450

Vervanging/investering

1.711.200

-

207.000

9.319.200

621.280

Totale lasten

2.893.830

-

1.343.430

22.570.950

1.504.730

Figuur 6.7: Kosten voor onderhoud en investeringen voor de komende 15 jaar.

Civiele kunstwerken 2021-2035 Onderhoud en vervangingsinvestering 2.000.000,0 1.500.000,0 1.000.000,0 500.000,0 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 KO+GO

Vervanging/invest. (incl.)

Figuur 6.8: Grafische weergave van de onderhoudskosten en lasten voor vervangingsinvesteringen voor de komende 15 jaar.

Titel

:

Rapportnummer :

6.6.3

Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025 37687

40

Vervangingen

Onderstaand zijn de geplande te vervangen objecten tot 2023 opgenomen. Hierbij is zowel een raming van de investeringen als de timing opgenomen. De onderstaande bedragen zijn exclusief kapitaallasten. Naam

Gebruikers

Materiaalsoort

Raming budget

Vechtbrug Breukelen

Gemengd verkeer

Staal en hout

Voetgangersbrug Nieuwe Wetering

Fietsers/voetgangers

Hout

Kademuur Schippersgracht

Gemengd verkeer

Steenachtig

€ 1.500.000 € 180.000 € 1.500.000

Kademuur Plompbrug

Gemengd verkeer

Steenachtig

€

Jaar van uitvoering 2020

750.000

2021 2021 2022

Figuur 6.9: Overzicht van de te vervangen objecten voor zover bekend en een raming van het vereiste budget. 6.6.4

Kosten ‘areaal op orde’

Onderstaand is een raming gemaakt van de te verwachten kosten voor het op orde brengen van de meerjarenonderhoudsbegroting en -planning en het uitvoeren van de vereiste onderbouwing van de constructieve veiligheid. Bij deze raming is uitgegaan van de timing zoals opgenomen in hoofdstuk 6.1. Raming kosten ‘areaal op orde’

2021

MJOB (B1 en C2) - alle objecten

€ 44.760

2022 €

82.950

Tunnels en geluidschermen (28)

€

5.600

Damwanden en relevante oevers (ca. 940)

€

61.100

Duikers en overige (ca. 250)

€

16.250

Beweegbare bruggen (15-4)

-

Kademuren (52

€

10.400

Verkeersbruggen (46+4)

€

10.000

Fietsbruggen (203)

€

24.360

Constructieve schouw (C3) - 61 objecten

€ 15.250

€

-

Mogelijke herberekening (D3) - raming 10 objecten

€

€

85.000

Totaal

€ 60.010

-

€ 167.950

Figuur 6.10: Raming van de kosten voor het op orde brengen van de MJOB en de onderbouwing van de constructieve veiligheid. 6.6.5

Reserve groot onderhoud

In hoofdstuk 6.6.1 is de raming van de kosten voor het groot onderhoud voor de komende 5 jaar opgenomen. Deze waarden zullen meer betrouwbaar worden als de inspecties en de meerjarenplannen van de objecten zoals opgenomen in het Areaal op orde-programma gerealiseerd zijn.

Titel

:

Rapportnummer :

Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025 37687

41

Bestaande reserve De gemeente beschikt nog over een reserve voor groot onderhoud. Deze reserve bedraagt € 1.910.389. 6.6.6

Kapitaallasten

In dit beheerbeleidsplan zijn vervangingsinvesteringen opgenomen. Deze genereren kapitaallasten voor de gemeente. Onderstaand zijn deze voor de komende periode opgenomen. Tevens is het overzicht van de actuele middelen opgenomen. De onderstaande waarden zijn verkregen van de gemeentelijke financiële dienst. Te dekken kapitaallasten

Benodigd

Beschikbaar krediet

Restant krediet

2021 2022 2023 2024 2025

1.711.200 768.000 354.000 207.000 276.000

711.907 0 0 0 0

-999.293 -768.000 -354.000 -207.000 -276.000

Figuur 6.11: Beschikbaar investeringskrediet versus begroot investeringskrediet opgenomen in dit plan. Nog te dekken kapitaallasten 2022 38.306 2023 67.580 2024 80.561 2025 88.142 2026 98.334 2027 97.900 Figuur 6.12: Nog te dekken kapitaallasten voor de komende jaren. Door de realisatie is het van belang de huidige en benodigde beschikbare middelen te kennen. Onderstaand zijn deze opgenomen.

Beschikbare middelen

Benodigde middelen Klein onderhoud

storting reserve

2021

1.047.923

216.630

363.122

2022

1.147.923

324.630

363.122

2023

1.147.923

156.630

2024

1.147.923

2025

1.147.923

Kapitaallasten

Totaal

Verschil beschikbaar – benodigd

579.752

468.171

38.306

726.058

421.865

363.122

67.580

587.332

560.591

156.630

363.122

80.561

600.313

547.610

177.330

363.123

88.142

628.595

519.328

Figuur 6.13: Actuele situatie van de beschikbare middelen voor de komende jaren.

Materiaalsoort Leeftijdscategorie Staal Staal Hout > 50 jaar Beton < 50 Jaar Beton Metselwerk Metaal > 50 jaar Beton < 50 jaar Beton Metselwerk Metaal Steenachtig Metaal > 25 jaar Hout < 25 jaar Hout Steenachtig Metaal > 25 jaar Hout < 25 jaar Hout Steenachtig Steenachting Steenachting Steenachting Natuurlijke Beton Beton Beton Beton Staal Hout Steenachtig

Veiligheid Richting Burger 5 5 5 2 2 2 2 2 2 2 2 3 3 5 5 3 3 5 5 3 4 3 2 1 1 1 1 1 1 1 3

Beschikbaarheid Functie 5 4 2 5 5 5 5 4 4 4 4 3 3 3 3 2 2 2 2 3 4 3 3 1 4 3 2 1 1 1 2

Betrouwbaarheid Integriteit van constructie 2 2 4 3 1 2 2 3 1 2 2 1 1 4 3 1 1 4 3 1 1 1 1 2 1 1 1 1 1 2 2

Onderhoudbaarheid Instandhouding 4 3 3 4 2 3 2 4 2 3 2 2 2 4 3 2 2 5 4 2 2 3 2 3 1 1 1 2 2 4 2

Economisch Financiële impact 4 3 2 3 3 3 4 2 1 2 2 1 1 2 2 1 1 2 3 3 1 2 2 3 1 1 1 2 3 2 2 20 17 16 17 13 15 15 15 10 13 12 10 10 18 16 9 9 18 17 12 12 12 10 10 8 7 6 7 8 10 11

Som risicoprofiel

Rapportnummer :

Functie Hoofdroute - gemengd verkeer Secondaire route Fietsers en voetgangers - recreatief Hoofdroute Hoofdroute Hoofdroute Hoofdroute Secundaire route Secundaire route Secundaire route Secundaire route Fietsers en Voetgangers - utilitair Fietsers en Voetgangers - utilitair Fietsers en Voetgangers - utilitair Fietsers en Voetgangers - utilitair Fietsers en Voetgangers - recreatief Fietsers en Voetgangers - recreatief Fietsers en Voetgangers - recreatief Fietsers en Voetgangers - recreatief Fietsers en voetgangers - utilitair Grondkering hoofroute Grondkering subroute Grondkering - fiets- voetgangersbeleid Grondkering Waterdoorvoer - onder hoofdroute Waterdoorvoer - onder secundaire route Waterdoorvoer - perceel ontsluiting Geluidswerking Geluidswerking Geluidswerking Voetgangers - utilitair

:

Type Kunstwerk Bruggen beweegbaar Bruggen beweegbaar Bruggen beweegbaar Bruggen Bruggen Bruggen Bruggen Bruggen Bruggen Bruggen Bruggen Bruggen Bruggen Bruggen Bruggen Bruggen Bruggen Bruggen Bruggen Tunnels Kademuren Kademuren Kademuren Beschoeiing Duikers Duikers Duikers Geluidschermen Geluidschermen Geluidschermen Trappen

Classificaties risicoprofielen 1-5: Zeer laag risico 1 Laag risico 2 Matig risico 3 Hoog risico 4 Zeer hoog risico 5

Bijlage 1

Risicoprofiel Kunstwerken Model Nebest Gemeente Stichtse Vecht Opdrachtgever: Projectnummer: 14-1-2020 Datum: Sytze van der Veen Opstellers: - Areaaloverstijgende risico's Uitgangspunten: - Risicoprofiel voor keuzes rond beheer en onderhoud kunstwerken

Titel Beheerbeleidsplan civiele kunstwerken 2021-2025

37687

Complete risicoanalyse

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1497/documents/32169