CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vergadervragen SSV - Verordening Re-integratie Participatiewet SV.pdf

Raad 1 oktober 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 20: Verordening Re-integratie Participatiewet Stichtse Vecht3.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening Re-integratie Participatiewet Stichtse Vecht 2023 Aanleiding: e-mail SSV Riette Habes d.d. 16 september 2024 Arbeidsmarktregio Midden-Utrecht: vergelijk verordeningen regiogemeenten / gemeenschappelijke regelingen Toevoeging Participatiewet Artikel 8c. Gemeentelijke samenwerking Indien bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet, treedt dat bestuur voor de toepassing van deze wet, met uitzondering van paragrafen 7.1 en 7.3, in de plaats van de betrokken colleges. Dit geldt voor de volgende gemeenschappelijke regelingen die deel uitmaken van de Arbeidsmarktregio Midden-Utrecht. Bij de vergelijkende opmerkingen zijn de exacte namen van de gemeenschappelijke regelingen toegevoegd: Mail SSV Riette Habes Fermwerk Gemeenten Woerden, Montfoort, Oudewater en Bodegraven-Reeuwijk vallen onder de Gemeenschappelijke regeling Fermwerk en hebben als gemeenteraden alvorens het AB de verordening vaststelde zienswijzen kunnen indienen. Daarnaast is er advies ingewonnen bij de Cliëntenraad van Ferm Werk en de adviesraad sociaal domein https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR717031/1 Geconstateerde afwijkingen t.o.v.

de verordening SV  Zij hebben om te beginnen additionele definities opgenomen “Mantelzorg”; “werkgever”; ”werknemer”; “Loonwaarde”; ”Praktijkroute. Bij ons staat de definitie van Mantelzorg niet onder art 1 definities, maar in artikel 2 als toelichting op sub b. Daar hoort deze niet thuis.  Zij hebben artikel 2 volledig ingevuld, dus ook met lid 4 en 5 , behalve dat zij geen afspraken hebben gemaakt over periodieke evaluatie richting raad.  Zij hebben bij hoofdstuk 3 niet een lid 5 zoals bij ons, waarvan de tekst luidt: o Verordening SV: Het college weigert toestemming tot het toekennen van een forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d lid 5 van de wet na eerdere toekenning van een proefplaats en/of werkervaringsplaats.  Zij hebben artikel 4 sociale activering opgenomen, een paragraaf/artikel wat in onze verordening ontbreekt. Bij ons is artikel 4 scholing en dat is bij Fermwerk artikel 11  Zij hebben artikel 5 Diagnose-instrumenten en werkstage opgenomen, bij ons ontbreekt dit artikel volledig.  Artikel 6 participatieplaats is veel ruimer ingestoken en geeft randvoorwaarden mee voor wie deze plaats bestemd is, voor hoe lang deze plaatsing mag duren en welke vergoeding daartegenover staat.

Bij ons wordt slechts de vergoeding benoemd en niet de mits regeling  Artikel 7 beschut werk is bij ons artikel 9, zij het dat ons artikel alleen ingaat op de mogelijke ondersteuning en voorzieningen en niet ingaat op welke voorzieningen en eventuele overschrijding van het wettelijk te plaatsen mensen in beschut werk, danwel de voorrang bij plaatsing indien er sprake is van overschrijding  Artikel 8 werkervaringsplaats, in onze verordening wijkt af van artikel 6 op een cruciaal punt, namelijk het benoemen van het feit dat het hier gaat om het verrichten van onbeloonde werkzaamheden met behoud van uitkering.  Artikel 9 proefplaats, bij ons artikel 7, heeft een belangrijk verschil, nl het kunnen toekennen van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen. Dit

 

   

lid ontbreekt bij onze verordening Artikel 10 detacheringsbaan is bij ons artikel 5 waarbij bij ons lid 3 ontbreek waarbij maximale duur en hoogte van de uitstroompremie worden vastgesteld in beleidsregels. Bij ons is dat lid komen te vervallen. Bovendien wordt er bij ons ineens verwezen naar ondernemer, daar waar werkgever bedoeld wordt en zo het niet bedoeld wordt, “ondernemer” in de begrippenlijst zou moeten worden opgenomen. Artikel 11 wijkt af van ons artikel 4 scholing. Bij ons is daar een artikel 2 aan toegevoegd met doellvoorwaarden Artikel 12 ondersteuning leer-werktraject bestaat in onze verordening niet. Ondersteuning van leer-werktrajecten wordt summier genoemd 16 bij persoonlijke ondersteuning. Bij ons is deze niet gericht op jongeren van 16/17 jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht als bedoeld in de leerplichtwet nog niet is beëindigd Artikel 13 tegemoetkoming reiskosten en kinderopvang, zijnde artikel 10 en 11 in onze verordening. Groot verschil is dat onze gemeente geen tegemoetkoming kosten kinderopvang aanbiedt, doch slechts bemiddeling bij het vinden van een opvangplaats Artikel 14a vervoersvoorziening arbeidsbeperkten is bij ons artikel 22 en wijkt van elkaar af ondermeer dat er bij ons geen restrictie ligt op welke doelgroep de voorziening betrekking heeft en niet verwijst naar de beleidsregels Etc Etc etc

Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) De gemeenten Houten, IJsselstein, Lopik of Nieuwegein vallen onder de gemeenschappelijke regeling WIL. Ook hier geldt dat de gemeenteraden zienswijzen konden indienen en de clientenraad WIL om advies is gevraagd. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR714226/1  in Artikel 2 Artikel 2 Evenwichtige verdeling en evaluatie lid 3 Het DB zendt tweejaarlijks aan het AB een verslag over de doeltreffendheid van het beleid en de effecten van deze verordening in de praktijk. Het verslag bevat in ieder geval het oordeel van de cliëntenraad. Bij ons ontbreekt de periodieke evaluatie ten behoeve van de raad en welke aspecten terugkoppeling wordt verstrekt.  Artikel 5 Maatschappelijke participatie bij Ferm Werk artikel over sociale activatie, bij ons ontbreekt maatschappelijke participatie of sociale activatie als instrument  Verder is de verordening gelijk aan die van Ferm Werk en wijkt dus op artikelen af van de onze Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug (RSD) De gemeenten De Bilt, Bunnik, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist zitten in de gemeenschappelijke regeling RWDI Krommer Rijn Heuvelrug. Ook daar konden de gemeenteraden zienswijzen indienen en werd de regionale clientenraad om advies gevraagd.

Aanvullende opmerking De cliëntenraad neemt ook deel aan de Utrechtse Werktafel De Utrechtse Werktafel is het Regionaal Werkbedrijf voor de arbeidsmarktregio Midden-Utrecht. Zij verbindt werkgevers in de regio met mensen die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. De regionale cliëntenraad is bij de totstandkoming van de regionaal geharmoniseerde verordening betrokken geweest. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR720233/1

   

Artikel 1 begripbepalingen of zoals bij ons definities: er zijn afwijkende lijst begripsbepalingen zoals o.a. uitkeringsgerechtigde Artikel 2 uitgangspunten van beleid: definitie maatwerk, doelmatigheid en doelgroep en beleids/financiele prioriteiten Artikel 3.2.8. Maatwerkbudget komt in onze verordening niet voor In algemene zin kan worden gesteld dat de hoofdstukindeling afwijkt, dat er in deze verordening meer specifiek de doelgroepen en randvoorwaarden alsmede beleidsdoelstellingen worden vastgelegd..

Gemeente Utrecht Gemeente Utrecht is geamendeerd vastgesteld door de raad. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR721904/1 Zij het dat de verordening ook gaat over de tegenprestatie en er tegelijkertijd door de raad een beleidsnota is vastgesteld. En dat de verordening niet met terugwerkende kracht is ingegaan

Voorstel amendementen SSV Riette Habets Voorstel 1 Vwb de modelverordening zou ik graag artikel 2 willen amenderen. In onze verordening ontbreken artikel 4 en 5, juist zaken die voor de controle door de raad en het informeren van de raad essentieel zijn. Naast het feit dat er bij ons geen onderscheid wordt gemaakt tussen korte of lange afstand van de arbeidsmarkt. Uit VNG Verordening Artikel 2. Evenwichtige verdeling en evaluatie 1 . Het college kan de voorziening, bedoeld in [artikelen (artikel 6)], aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. 2 . Het college kan de voorzieningen, bedoeld in [artikelen (de artikelen 4, 5 en 8)], aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 3 . Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 4 .

Het college zendt [termijn (tweejaarlijks)] aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk. Het verslag bevat in ieder geval het oordeel van de cliëntenraad. 5 . Het college verzamelt voor het verslag systematisch informatie over: a. […]; b. […]; en c. […]. Uit het raadsvoorstel verordening Hoofdstuk 2 Beleid Artikel 2. Evenwichtige verdeling 1. Het college draagt zorg voor een evenwichtig aanbod van voorzieningen aan personen behorende tot de doelgroep, rekening houdend met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut

werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en b. b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. Onder mantelzorg wordt verstaan: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt aangeboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt Aanvullen met Het college zendt tweejaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk. Het verslag bevat in ieder het oordeel van cliënten, als deze onderdeel uitmaken van de adviesraad sociaal domein Stichtse Vecht, volstaat het verslag van de adviesraad.

Het college verzamelt voor het verslag systematisch informatie over: a) Minder obstakels tussen wmo en participatie (kwantitatieve opsomming) b) Verbeterde dienstverlening en dus hogere arbeidsparticipatie van inwoners met een structurele arbeidsbeperking, bijstandsgerechtigden, jongeren, huishoudens met kinderen, inburgeraars en statushouders en jeugdigen zonder startkwalificatie (uitgedrukt in percentage groei participatie per doelgroep) c) Verbeterde inkomenspositie (minder armoede en gelijkwaardige kansen) (percentage inkomensgroei en minder afhankelijk van andere ondersteuning) Antwoord bij voorstel 1 Het college monitort de doeltreffendheid en effecten als volgt:  Monitoren maatschappelijke effecten Opgaven, prioriteiten en doelenbomen  Overzicht bestuurlijke opgaven en prioriteiten (Beleidsbegroting) én overzicht topindicatoren Programma 4. Sociaal Beleidskaders  Programmabegroting - Regionale bestuursopdracht Arbeidsmarktregio Midden-Utrecht met de vier resultaatgebieden 2022 (B&W 25 jan 2022) - In de bestuursopdracht van de Utrechtse Werktafel is besloten dat er periodiek gerapporteerd wordt over de voortgang en resultaten. De Verordening Reintegratie Participatiewet is hier een uitwerking van: o Het hoofddoel: We organiseren onze lokale en regionale werkgeversdienstverlening eenduidig, transparant, effectief en efficiënt.

o Het resultaatgebied a: Geharmoniseerd basispakket: Implementeer en borg het basispakket aan dienstverlening zoals omschreven in de SUWI-wet.  Evaluatie en monitoring over de doeltreffendheid en effecten van de verordening wordt via een regionale raadsinformatiebrief aan de raad aangeboden. Deze regionale raadsinformatiebrief wordt al minimaal 1 keer per jaar aan de raad aangeboden. Aan deze raadsinformatiebrief worden naast de regionale effecten ook specifiek de ontwikkelingen binnen Stichtse Vecht toegevoegd met betrekking tot de doeltreffendheid en effecten van de Verordening Re-integratie Participatiewet.  Financieel: monitoring effecten inzet instrumenten en uitgaven vinden plaats via de reguliere P&C cyclus. Voorstel 2 Amendement voor artikel 3 lid 1.a uit de verordening is als weigeringsgrond niet overgenomen, te weten: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort

tot de doelgroep;

Antwoord bij voorstel 2 Dit lid is in de verordening niet opgenomen, omdat in de verordening bij artikel 3, lid 1.a expliciet is opgenomen voor welke doelgroepen de voorziening wordt verstrekt. De Wet schrijft duidelijk voor welke doelgroepen ondersteund worden bij arbeidsinschakeling. In de verordening staat: 1. a.

In deze verordening wordt verstaan onder: doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet;

In de Wet staat: Artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet: Het college: a.ondersteunt bij arbeidsinschakeling: 1°.personen die algemene bijstand ontvangen, 2°.personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35, vierde lid, onderdeel b, en 36, derde lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon vermenigvuldigd met de arbeidsduur welke in overeenkomstige dienstbetrekking in de regel geacht wordt een volledige dienstbetrekking te vormen bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend, 3°.personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, 4°.personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet 5°.personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, 6°.personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en 7°.niet-uitkeringsgerechtigden en, indien het college daarbij het aanbieden van een voorziening, waaronder begrepen sociale activering gericht op arbeidsinschakeling, noodzakelijk acht, bepaalt en biedt deze voorziening aan; Voorstel 3 Amendement voor

artikel 1, definities. Overigens is in de begrippen/of definities niet het onderscheid korte of lange afstand tot de arbeidsmarkt meegenomen. Dat zijn bij vaststellen van voorzieningen toch redelijke cruciale uitgangspunten, omdat juist de wet inzet op meer ondersteuning van kwetsbare doelgroepen. Dus toevoeging van - doelgroep met grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; - doelgroep met korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; Antwoord algemeen bij voorstel 3

De definities in de VNG-modelverordening zijn richtlijnen. Conform deze richtlijnen zijn de definities bepaald en moeten uiteraard overeenkomen met definities die in de eigen verordening van Stichtse Vecht terugkomen. De keuze voor welke begrippen/definities worden opgenomen zijn facultatief. De definities die in deze verordening worden gebruikt, en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen begripsomschrijvingen opgenomen. Op de begrippen mantelzorg en ondernemer/onderneming de volgende duiding van de begrippen. -

Mantelzorg* Werkgever Werknemer

*Antwoord bij mantelzorg Definitie staat in de verordening opgenomen. Het betreft een definitie dat op één plek in de verordening staat genoemd. Omdat een definitie mantelzorg belangrijk is om te duiden, is het juist expliciet met uitleg opgenomen bij het artikel. In de verordening staat: Artikel 2. Evenwichtige verdeling 1. Het college draagt zorg voor een evenwichtig aanbod van voorzieningen aan personen behorende tot de doelgroep, rekening houdend met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. Onder mantelzorg wordt verstaan: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt aangeboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. -

Ondernemer/onderneming** Beloond werk Onbeloond werk

**Antwoord bij ondernemer/onderneming Het begrip: ondernemer komt 1 keer voor in de verordening bij het volgende artikel: Artikel 5. Detacheringsbaan 1. Het college kan door detachering zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op

arbeidsinschakeling. 2. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. In de zin na het begrip onderneming staat voldoende duidelijk weergegeven dat, met het begrip onderneming, de inlenende organisatie wordt bedoeld. - werkervaringsplaats Antwoord bij werkervaringsplaats Niet in de definitielijst, maar we in de artikelsgewijze toelichting staat deze definitie beschreven. Artikel 6. Werkervaringsplaats De modelverordening bevat geen artikel over werkervaringsplaats maar er wordt voorgesteld deze wel te handhaven omdat het een ingeburgerd begrip is en duidelijk onderscheid aangeeft met de proefplaats (artikel 7). Een proefplaats wordt normaliter gevolgd door een tijdelijk contract bij diezelfde werkgever. Dat geldt niet voor een werkervaringsplaats. Het gaat hier ook nadrukkelijk om het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. Wat betreft de maximale duur van een de werkervaringsplaats(en) is aangesloten met de bepalingen voor de proefplaats. In de huidige verordening staat 6 maanden met de mogelijkheid van verlengen met maximaal 6 maanden. In de nieuwe verordening is dit 3 maanden met een maximale verlengingsduur van 3 maanden.

Voorstel 4 Amendement voor de Intulé Deze verordening geldt voor inwoners van gemeente Stichtse Vecht. In deze verordening staan regels over de ondersteuning en voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, participatie, sociale activering en andere vormen van re-integratie en maatschappelijke participatie op grond van de Participatiewet, IOAW en IOAZ. In de Beleidsregels Re-integratie Participatiewet Stichtse Vecht 2023 2023 staan aanvullende regels over de ondersteuning en voorzieningen en over premies en vrijlatingen.

Antwoord bij initulé: over de definitie initulé schijft de regelgeving voor: Een initulé is een opschrift van een wet (Participatiewet) of van een akte. Het opschrift bevat zo mogelijk enige aanduiding van het onderwerp van de regeling (Verordening Re-integratie). Het opschrift wordt beknopt gehouden!

Vragen Vraag 1 Tot slot waarom wordt er bij de aanvang van de tekst niet verwezen naar de bestuursovereenkomst Regionale afspraken arbeidsmarktregio Midden- Utrecht

waarbinnen de 7 regionale instrumenten op elkaar worden afgestemd (werkbegeleiding, proefplaatsing, forfetaire loonsubsidie, Harrie training, jobcoaching, loonkostensubsidie). Antwoord bij vraag 1 De bestuursopdracht is niet politiek geladen en vormt een ‘zakelijke overeenkomst’ die duurzaam over bestuursperioden heen loopt. In de artikelsgewijze toelichting bij de verordening is wel een verwijzing opgenomen naar (niet letterlijk zo genoemd) de bestuursopdracht: De implementatie van de verordening en daarmee borgen van het basispakket aan dienstverlening is in onze arbeidsmarktregio Midden-Utrecht, onder invloed van veranderende regelgeving (de wet SUWI), deze ontwikkeling ingezet. Doel daarvan is te komen tot een regionaal uniforme dienstverlening aan werkgevers. Voor hen moet het niet uitmaken met welke gemeente of uitvoeringsorganisatie zij zaken doen. Deze ontwikkeling heeft er toe geleid dat Breed Offensief is aangegrepen om in elk geval de werkgeversdienstverlening regionaal te harmoniseren. Waar mogelijk zijn ook afspraken gemaakt over de werknemersvoorzieningen (bijvoorbeeld de vergoeding van voorzieningen). Het gaat om de volgende voorzieningen:       

(vergoeding) Participatieplaats; Werkervaringsplaats; Proefplaats; Proces loonkostensubsidie; Jobcoaching/werkbegeleiding (persoonlijke ondersteuning); Ondersteuning bij arbeidsinschakeling (vervoersvoorziening, noodzakelijk intermediaire activiteit, meeneembare voorziening); Werkgeverspremie.

Het overleg in de regio en daarmee ook de geharmoniseerde voorzieningen zijn gebaseerd op de modelverordening zoals opgesteld door de VNG. Vraag 2 ik zie voornamelijk de harmonisatie met als doel digitale instrumenten in te kunnen zetten (de zgn regelvereenvoudiging), ik ben juist op zoek naar de intentie van de wet, namelijk de leefwereld van de inwoner. Een daarvan is dat mensen met een uitkering nu op reiskosten gejaagd worden om te re integreren en ze deze niet als kosten bij de belastingdienst kunnen indienen. Het zou de arbeidsparticipatie bevorderen als er op een goede manier in de onkosten wordt voorzien. Gelet op het feit dat de meesten niet om niet in de re integratie zitten zullen zij vaak gebruik maken van auto (zeker in onze gemeente waar het buitengebied geen of nauwelijks voorziet in busverbindingen). Regiotaxi en/of WMO vervoer zijn over het algemeen niet ingesteld op woon/werkverkeer. Dus de vraag is hoe dit goed op te lossen is. 10 km is daarbij ook echt ver. Vervoer mag in onze ogen echt geen belemmering vormen.

Antwoord bij vraag 2 De raad dient bij verordening regels te stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien van haar re-integratietaak wordt neergelegd. Hieruit moet onder andere aandacht blijken voor de in de Participatiewet onderscheiden doelgroepen en de daarbinnen te onderscheiden subgroepen. Dit leent zich niet tot het formuleren van gedetailleerde regels die op iedere situatie van toepassing zijn. Immers, re-integratie is maatwerk.

Het is helemaal afhankelijk van iemands mogelijkheden en beperkingen wat in het concrete geval een passend re-integratietraject is. Daarom wordt aan het college de bevoegdheid gegeven om op een aantal punten eigen afwegingen te maken. Er is voor gekozen in de verordening de voorzieningen vast te leggen die het college in ieder geval kan aanbieden. Vraag 3 wanneer is de gemeente gestopt met het inkopen van zgn reintegratie/participatieplaatsen bij KDV’s en NSO’s of BSO;s? Kunnen er in het kader van inburgering en participatie weer garantieafspraken gemaakt worden met deze instellingen? Antwoord 3 Het college is niet voornemens om garantieafspraken te maken met de KDV’s, NSO’s of BSO’s. Er zijn tot op heden geen participatieplaatsen in het kader van een reintegratietraject bij deze instellingen ingevuld. Dit is getoetst bij de uitvoering. Uiteraard kan het college in individuele gevallen onderzoeken of genoemde instellingen een passende werkervaringsplaats of proefplaats en uiteindelijke een duurzame werkplek is voor een individuele kandidaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2495/documents/56366