CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vergadervragen SSV inzake Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs.pdf

Commissie Bestuur en Financiën en Sociaal Domein 13 januari 2026, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4.: Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs2.673 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

I. VERGADERVRAGEN FRACTIE SAMEN STICHSTE VECHT ZONDAG. 1. Vraag over artikel 1 definities. Kan deze overzichtelijker worden opgesteld, zoals we dat ook in andere verordeningen doen? Dus met a. aanvraag: b. aanvrager: c. advies onderwijsraad etc. Wij volgen hierin de lijn van de VNG-modelverordening.

2. Vraag waarom is er een ondergrens van 4 jaar opgenomen bij s: voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening. Ook hierin volgen wij de lijn van de VNG-modelverordening.

3. Vraag waarom is bij artikel 3 de verantwoordelijkheid van gemeente verschoven naar de schoolstichting door de term aanvraag uit te breiden met aanvraag voor vergoeding van de kosten? Er is geen verschuiving van verantwoordelijkheid. Schoolbesturen vragen aan; de gemeente beoordeelt, besluit en bekostigt indien zij zelf geen bouwheer is. Het haalbaarheidsonderzoek is toegevoegd omdat dit in de praktijk gebruikelijk is. 4. Vraag “bij artikel 4 introductie “feitelijke kosten”. Het plafond van 8% van het investeringsbedrag wordt losgelaten. Is het juist dat er geen maximum meer is t.o.v. de investeringskosten. Hoe controleert men wat de feitelijke kosten zijn en of het bedrag op de offerte de gevraagde kosten rechtvaardigt? Vraag als de markt van onderzoeksbureaus weet krijgt van dit artikel, lopen we dan niet het risico dat dit kosten opdrijvend gaat werken? Het maximum van 8% is niet vervallen. Dit percentage was reeds opgenomen in bijlage 1, paragraaf IV – Normbedragen, punt F.2. De eerdere verwijzing in het hoofdartikel leidde tot een dubbele bepaling binnen de verordening en is daarom verwijderd. Door deze harmonisatie blijft het plafond van 8% voor advisering ongewijzigd. Feitelijke kosten blijven daarmee begrensd en worden beoordeeld aan de hand van offertes en onderliggende specificaties, waardoor kostenopdrijving wordt voorkomen. 5.

Vraag bij de bekostiging van een voorziening is nu expliciet toegevoegd een constructiefout en dat deze door een onafhankelijke gecertificeerde constructeur moet worden vastgesteld. Een eventuele contructiefout valt neem ik aan te verhalen op de oorspronkelijke partij, niet zijnde de gemeente. Wij veronderstellen dat een gebouw pas wordt opgeleverd na uitvoerig technische inspectie en een lijst met gebreken en/of constructiefouten. Is dat een juiste veronderstelling? Bij oplevering wordt een inspectie uitgevoerd en worden geconstateerde gebreken vastgelegd, maar niet alle constructieve gebreken zijn op dat moment zichtbaar. Veel schoolgebouwen zijn al opgeleverd en in gebruik; constructiefouten kunnen daarom ook later aan het licht komen. Wanneer een onafhankelijke gecertificeerde constructeur vaststelt dat sprake is van een constructiefout, ligt de verantwoordelijkheid voor herstel bij de gemeente. De gemeente beoordeelt vervolgens de aanpak en de financiële afhandeling binnen de kaders van de verordening. Eventuele verhaalroutes

richting aannemer, ontwikkelaar of andere derden behoren niet tot de reikwijdte van de verordening; deze ziet uitsluitend op de relatie tussen schoolbestuur en gemeente. 6. Vraag in de definitielijst is niet het begrip constructiefout opgenomen. Kan dat worden aangepast https://conwindo.nl/constructiefouten/#definitie-wat-zijn-constructiefouten Wij volgen hierin de lijn van de VNG-modelverordening.

7. Vraag is de schoolstichting/het schoolbestuur de juridische “eigenaar” van de school of de gemeente. Want bij wie ligt na aanvaarding van het schoolgebouw de bewijslast van een gebrek? Het juridische eigendom van schoolgebouwen verschilt per geval. Het economisch claimrecht ligt in alle gevallen bij de gemeente. Na aanvaarding ligt de bewijslast bij het schoolbestuur om aan te tonen dat sprake is van een constructiefout en niet van regulier onderhoud. Zodra een onafhankelijke gecertificeerde constructeur dit vaststelt, kan een schoolbestuur conform verordening een aanvraag voor bekostiging van een constructiefout indienen. Wanneer de gemeente het gebouw zelf in onderhoud heeft geldt een soortgelijke procedure, maar dan intern.

8. Art 22 aanwijzen kernen, daarin wordt het volgende gesteld: op basis van een integrale afweging van factoren die de noodzaak tot behoud van onderwijshuisvesting in een kern aantonen. Er wordt hier een lijstje factoren opgenoemd, maar niet de toetsingscriteria of de wijze waarop maatschappelijke noodzaak objectief en dus niet subjectief wordt aangetoond. Vraag zijn deze toetsingscriteria wel nader gespecificeerd en kunnen we deze ontvangen? De toetsingscriteria zijn niet nader gespecificeerd. De beoordeling betreft een integrale weging van diverse elementen, waarbij de context van de betreffende kern bepalend is. Omdat de maatschappelijke noodzaak niet uniform kan worden gemeten, is geen vast criteriumkader opgenomen. Een generieke norm zou belangrijke lokale omstandigheden onvoldoende recht doen.

9. Artikel 33 klokuren binnen beschikbare capaciteit voor beweegonderwijs Vraag stel een school (bijvoorbeeld binnen het VMBO heeft als profiel de sportklas en stel dat er niet voldoende capaciteit is om die extra uren benodigd voor dat profiel vorm te geven, hoe helpt de gemeente dan bij het mogelijk maken invulling te geven aan die extra benodigde uren? VO-scholen ontvangen via de lumpsum middelen voor beweegonderwijs. Het vormgeven van extra uren, zoals bij een sportprofiel of sportklas, dient door de school zelf te worden bekostigd binnen deze middelen. De gemeente heeft hierin geen aanvullende rol of financieringstaak.

10. Is de aanpassing in de verordening over beweegonderwijs getoetst aan de aanpak gezonde scholen? De verordening is een normerend juridisch document en geen beleidsinstrument. Zij wordt daarom niet inhoudelijk getoetst aan programma’s zoals de aanpak Gezonde Scholen. De koppeling met dergelijke beleidsinitiatieven vindt plaats bij de beleidsuitvoering en niet op het niveau van de verordening.

11. Vraag hebben alle basisscholen een Gezonde School coördinator? Of is deze taak belegd bij het JOGG en wijksportcoaches? De verordening ziet uitsluitend op schoolgebouwen en de wettelijke kaders rondom huisvesting. De inzet van Gezonde School-coördinatoren, JOGG of wijksportcoaches betreft een onderwijs- of gezondheidsbeleidstaak en wordt via andere beleidslijnen georganiseerd, niet via de verordening.

12. Vraag waarom is de term/zin “ingeroosterd in één gymnastiekruimte” gewijzigd in “zoveel mogelijk ingeroosterd in één lokaal bewegingsonderwijs”? en wat is het verschil tussen gymnastiekruimte en 1 lokaal bewegingsonderwijs? De term is gewijzigd omdat wij de lijn van de VNG-modelverordening volgen. Een “gymnastiekruimte” en “lokaal bewegingsonderwijs” duiden inhoudelijk op dezelfde ruimte; het betreft enkel een terminologische aanpassing. De betekenis en toepassing blijven gelijk. In het algemeen gebruik is het woord gymnastiek vervangen voor bewegingsonderwijs.

13. Vraag wat betekent “integrale verbetering” en kan deze definitie worden toegevoegd aan het begrippenkader? Met “integrale verbetering” wordt bedoeld: een samenhangende en omvangrijke ingreep aan het gebouw waarbij meerdere technische onderdelen of gebouw gebonden functies tegelijk worden aangepakt, zodanig dat de totale bouwkundige en functionele kwaliteit wordt verhoogd. Dit gaat dus verder dan regulier onderhoud of het vervangen van losse elementen; het betreft een verbetering van het geheel in relatie tot het gebruik, de duurzaamheid en de toekomstige levensduur van het gebouw. Het toevoegen van een afzonderlijke definitie aan het begrippenkader is in principe mogelijk, maar niet noodzakelijk. De term sluit aan bij de beoordelingssystematiek van NEN 2767 en vergelijkbare methodieken. Om die reden wordt de betekenis doorgaans in de uitvoeringspraktijk afgeleid uit de technische rapportage en niet vooraf normatief vastgelegd in de verordening.

14. Bij artikel 32 Staat van onderhoud wordt bij het overdragen van een schoolgebouw de wijze waarop de overdracht plaatsvindt in een gezamenlijk met de schoolbesturen opgesteld overdrachtsprotocol losgelaten en wordt in het nieuwe artikel gesteld dat het college dit vaststelt. Vraag wat is de aanleiding om het gezamenlijk opgestelde overdrachtsprotocol los te laten? De verwijzing naar een gezamenlijk opgesteld overdrachtsprotocol is vervallen omdat deze werkwijze gebaseerd was op verouderde informatie. Er is geen protocol aanwezig.

15. Vraag kan ook de gemeente een leegstaand schoolgebouw “opeisen” als het schoolbestuur de school formeel nog niet over heeft gedragen.? Deze situatie doet zich immers voor op het scholeneiland in bijv Fazantenkamp? De gemeente kan tot vordering overgaan, ook wanneer het schoolbestuur juridisch eigenaar is. Het gebouw aan de Fazantenkamp is reeds overgedragen aan de gemeente.

16. Vraag stel dat het schoolbestuur dit schoolgebouw wenst over te dragen aan de gemeente, geldt dan nog het oude beleid of treedt deze verordening meteen in werking? De verordening is van toepassing vanaf het moment van vaststelling.

17. Wat is de motivatie in de 2 km grens bij het vinden van aanvullende schoolgebouw los te laten? In de praktijk lijkt het ons onwenselijk om een dependance of dislocatie op grotere afstand te hebben. Door het loslaten van het 2 km hemelsbreed zou het kunnen betekenen dat wanneer een school uit zijn/haar jasje groeit een nieuw te bouwen locatie niet meer tot de mogelijkheden behoort. Is dat een juiste conclusie? Het loslaten van de 2-kilometergrens beperkt de mogelijkheid tot uitbreiding niet. Scholen kunnen nog steeds uitbreiding of een nieuwe locatie aanvragen wanneer de huidige huisvesting onvoldoende ruimte biedt. De wijziging zorgt ervoor dat niet één vaste afstandsnorm leidend is, maar dat per situatie beoordeeld kan worden wat passend is.

18. Vraag nav het voedingsgebied. Hier wordt gesteld dat de beschrijving op basis van wijkniveau moet zijn. Wat wordt precies verstaan onder wijkniveau? Maken we hierbij gebruik van de door het CBS gehanteerde wijk en buurtcoderingen? Oftewel de CBS-classificaties en begrippen? https://vocabs.cbs.nl/voc2022/nl/page/?uri=https%3A%2F%2Fvocabs.cbs.nl%2Fgeo%2Fdef% 2Fwijken%2F2022%2FWK190412 Als dat zo is, kan deze definitie dan worden opgenomen in de begrippenlijst? Immers worden de wijken in Maarssenbroek door het CBS geclassificeerd als buurten en Nigtevecht, Nieuwersluis etc als wijken. Wij volgen hierin de lijn van de VNG-modelverordening. 19. Nav de genoemde startbedragen voor realisatie van een schoolgebouw, wordt in de tabellen nieuwe tarieven genoemd? Waarop zijn deze tarieven gestoeld? (is dat een wettelijk kader, of zijn dat geschatte bedragen? Kortom wat is de grondslag voor deze opgenoemde bedragen? De genoemde tarieven zijn gebaseerd op de landelijke normbedragen van de VNG: https://vng.nl/nieuws/indexering-normbedragen-onderwijshuisvesting-2025.

20. Tot slot, in de verordening wordt gewezen op het wettelijk kader wat van toepassing is en niet de lokale beleidskaders, die we als gemeenteraad hebben vastgesteld en die invloed kunnen hebben op schoolgebouwen. Ik neem het voorbeeld van het Integraal beleidskader sociaal domein en de regiovisie jeugdzorg UW…uitgangspunt is daarbij zo dichtbij mogelijk. In sommige gemeenten worden juist die lokale keuzes gekoppeld aan onderwijshuisvesting. Een school dat prikkelvrij is vormgeven bijvoorbeeld draagt bij aan de uitgangspunten van de wet passend onderwijs. Ik mis dan ook in het rijtje opgesomde wettelijke kaders het VN verdrag handicap en de verplichting als overheid om de voorzieningen inclusief te maken en uit te gaan van een leven lang leren. Er wordt nl ook niets genoemd hoe schoolgebouwen bij renovatie bijv getoetst worden op de uitgangspunten voor inclusief onderwijs. Ons IBK SD benoemd juist dat iedereen zoveel als mogelijk moet mee kunnen doen, dat begint bij toegankelijke en inclusieve gebouwen.

Vraag kunnen deze verdragen en lokale beleidsnota’s worden toegevoegd aan de verordening onderwijshuisvesting? In een verordening wordt uitsluitend verwezen naar het wettelijk kader dat de grondslag vormt voor de bevoegdheden en verplichtingen binnen onderwijshuisvesting. Dit zijn de wettelijke bepalingen die rechtstreeks afdwingbaar zijn en waarop besluiten kunnen worden gebaseerd. Verdragen of lokale beleidskaders, zoals het Integraal Beleidskader Sociaal Domein of de regiovisie jeugdzorg zijn beleidsmatig richtinggevend, maar vormen geen juridische grondslag voor aanvragen, besluiten of bekostiging binnen deze verordening. Beleidsambities op het gebied van inclusiviteit, prikkelarme omgevingen of ruimtelijke inrichting worden op een ander niveau uitgewerkt: in beleid, programma’s, kaders of via projecten. Op die manier blijft de verordening een juridisch kader, en gebruiken we beleidsstukken voor de inhoudelijke invulling van lokale keuzes.

II.

VERGADERVRAGEN FRACTIE SAMEN STICHTSE VECHT ZONDAG Naar aanleiding van de brief van een aantal schoolbesturen heeft mijn fractie de volgende aanvullende vraag. De briefschrijvers stellen dat er een wettelijke verplichting is om bij verordening de procedure OOGO vast te stellen. Het is mij bekend dat dat in de wet zelf geregeld is en dus geen apart raadsbesluit behoeft. Maar er moeten wel lokale afspraken aan de hand van de modelprocedure met PO en VO worden opgesteld. 1. Graag ontvangen wij deze lokaal vastgelegde modelprocedures voor PO en VO. In de gemeente Stichtse vecht zijn geen lokaal vastgelegde modelprocedures. 2. Kunnen deze bij de commissieagenda geplaatst worden? Ze kunnen derhalve ook niet bij de commissieagenda worden geplaatst 3. Daarnaast ontvangen wij graag het verslag van het OOGO van oktober jl. Ook hiervoor geldt het verzoek deze in het RIS voor de commissiebehandeling te plaatsen. Het is helaas door ziekte en vakantie niet mogelijk om dat verslag vandaag nog bij de agenda te plaatsen. 4. En tot slot het verzoek om ook op de laatste brief een reactie van het college te mogen ontvangen. Ik weet het is kort dag, maar het zou dr commissiebehandeling ten goede komen. Het college heeft nog geen afzonderlijke reactie gegeven, de wethouder kan inhoudelijk reageren tijdens de commissie behandeling.

Bijgevoegd vindt u een tijdlijn waarin duidelijk wordt welke proces stappen er zijn genomen. 5. VERGADERVRAGEN FRACTIE SAMEN STICHTSE VECHT ZONDAG Ik lees nu in het raadsinformatiesysterm van gemeente Utrecht dat er wel degelijk door de raad vastgestelde procedure moet zijn. De raad daar heeft destijds besloten de verordening in te trekken en te vervangen door een procedure. 1. Mijn aanvullende vraag is daarmee wanneer heeft de raad een dergelijke procedure voor overleg vastgesteld? Het bijgevoegde raadsvoorstel is ernstig verouderd en niet van toepassing op wat nu voor ligt in de gemeente Stichtse Vecht. Sinds het bijgevoegde voorstel is de verordening in de gemeente Utrecht in ieder geval nog in 2015 en in 2021 vervangen, aangepast, gemoderniseerd. Bij deze voeg ik het raadsvoorstel van gemeente Utrecht toe.

Tijdlijn tot stand komen conceptverordening 1 september – ingekomen mail – gericht aan Karin van Vliet Reactie op de uitnodiging van het algemeen overleg onderwijshuisvesting schoolbesturen (gestuurd door Theo Hooghiemstra Kalisto) Vraag is dit een OOGO? 2 september – uitgestuurde mail – gericht aan Theo Hooghiemstra Kalisto Reactie op de uitnodiging van het algemeen overleg onderwijshuisvesting schoolbesturen Antwoord: Dit is een vormvrij overleg, geen OOGO. 3 september – bijeenkomst met alle schoolbesturen Algemeen overleg onderwijshuisvesting schoolbesturen O.a. verordening besproken en aangegeven wanneer concept gedeeld wordt. Een schriftelijke inbreng ronde om tot overeenstemming te komen. 15 september – uitgestuurde mail – gericht aan alle schoolbesturen PowerPoint en verslag bijeenkomst 3 september Bevat tijdlijn voor de verordening: 30 september ontvangst concept verordening; reactietijd tot 6 oktober 17:00 uur; 8 oktober wordt verordening geagendeerd voor het PHO; PHO op 13 oktober; 14 oktober start formele route richting besluitvorming in het college. e.a. onder voorbehoud juridische toets en standpunt wethouder. Ook word een uitnodiging verzonden voor een fysieke bijeenkomst op 27 oktober.

30 september – uitgestuurde mail – gericht aan alle schoolbesturen Concept-verordening voorziening huisvesting onderwijs 2025 Bijlagen: Verordening, was-wordt-lijst en Nadere regels, reactie graag voor 6 oktober 17:00 6 oktober – ambtelijk ingekomen mail/brief – brief aan het college Reactie concept-verordening onderwijshuisvesting namens een aantal schoolbesturen (gestuurd door Theo Hooghiemstra namens een aantal schoolbesturen) 20 oktober – uitgestuurde mail/brief – gericht aan Theo Hooghiemstra tbv de ingekomen brief Reactie concept-verordening onderwijshuisvesting namens een aantal schoolbesturen Bijlage: Reactie op uw brief concept-verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2025 Berichtgeving: brief wordt ambtelijk afgehandeld, de verordening inclusief de aangedragen punten worden 27 oktober inhoudelijk besproken 21 oktober – uitgestuurde mail – gericht aan alle schoolbesturen Agenda bijeenkomst schoolbesturen Bijlagen: agenda 27 oktober en nota van toelichtingen. Met de verordening als 1 e bespreekpunt op de agenda. 27 oktober – bijeenkomst Algemeen overleg onderwijshuisvesting schoolbesturen Verordening besproken, punten konden aangedragen worden. Na uitvoerig te zijn besproken resteren nog drie punten ter aanpassing voor te stellen aan het college.

Zoals ook in overleg van 3 september was aangegeven is er een strakke tijdlijn daarom ligt de verordening al bij het college. Ambtelijk zal getracht worden de gewenste wijzigingen nog mee te laten nemen. 29 oktober – uitgestuurde mail – gericht aan alle schoolbesturen Terugkoppeling bijeenkomst maandag 27 oktober

Verschillen concept en modelverordening benoemt, en nog geen eensluidend besluit vanuit het college. 30 oktober bestuurlijk overleg met Theo Hooghiemstra Kalisto De procedure, en inhoud zijn uitvoerig besproken uitgelegd dat er ook een erratum voorligt, maar dat dat nog aan college is. In dat Erratum zullen juist de ingebrachte punten worden verwerkt. 27 november – ingekomen mail/brief – gericht aan Karin van Vliet Brief aan raadscommissie (ambtelijk gestuurd, namens een aantal schoolbesturen) Kennisgeving van het sturen van een brief aan de raadscommissie met het verzoek een drietal aanpassingen te doen aan de verordening. En dat het OOGO wat hen betreft nog niet is afgerond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/3202/documents/63122