CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vergadervragen Groen Links - Programmabegroting - 23-10_1-11.pdf

Raad 5 november 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 5: Programmabegroting 20252.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van: Graaf, Dennis van der Verzonden: vrijdag 1 november 2024 10:42 Aan: Stephan van den Berg; Vliet, Karin van CC: Marja van Gaalen; Mariet Brandts; Griffie, Gemeente Stichtse Vecht <griffie@stichtsevecht.nl>; Avontuur, Ilse ; Loenen, Mariska van Onderwerp: FW: Indexatie subsidies SD Beste Stephan, In deze mail ontvang je antwoord op de technische vragen (opmerkingen) die je hebt gesteld in jouw email van 24 oktober 2024 naar aanleiding van de behandeling van de Begroting 2025 in de commissie op 22 en 23 oktober 2024. Politieke vragen dienen in de commissie en/of raad besproken te worden. Uw technische vraag gaat over indexatie van subsidies in de Begroting 2025, specifiek de subsidies aan partijen in de sociale basis, én het proces van subsidietoekenning. In de beantwoording gaan we in op: • Budgetrecht raad in de Begroting 2025 • Indexatie van budgetten in de Begroting 2025 • Het subsidieproces Budgetrecht raad in de Begroting 2025 De Begroting 2025 is een kaderstellend document waarin de raad de kaders meegeeft aan het college voor de uitvoering van activiteiten in 2025. De gemeenteraad stelt het budget voor de lasten in 2025 vast op programmaniveau. In het overzicht van baten en lasten op pag. 106 van de begroting, maar ook bij de vraag ‘Wat mag het kosten?’ in de beleidsbegroting blijkt wat het totaal budget voor de lasten per programma is.

De subsidies aan partijen in de sociale basis zijn onderdeel van programma 4 Sociaal en 5 Samenleving. De raad stelt bij vaststelling van de begroting voor deze programma’s een budget vast van € 71,67 miljoen (programma 4) en € 19,158 miljoen (programma 5). Het college krijgt als kader mee om de activiteiten die in deze programma’s staan, zowel de bestuurlijke prioriteiten als de going concern taken, binnen deze budgetten uit te voeren. In de programmabegroting 2025 is geen beleidswijziging opgenomen ten aanzien van de activiteiten die partijen in de sociale basis uitvoeren. Mocht voor een specifieke partij in de sociale basis blijken dat de indexatie in de begroting van deze partij hoger is dan het uitgangspunt dat we in de begroting van Stichtse Vecht hebben aangehouden, dan kan het college binnen het totaal door de raad vastgestelde budget de ruimte zoeken om een hogere indexering aan deze partij toe te kennen. In de budgetten op programmaniveau zijn de subsidies uit het door de raad vastgestelde subsidieprogramma, inclusief indexeringen na vaststelling van het subsidieprogramma, opgenomen. De raad stelt bij de Begroting 2025 het budget niet vast op het niveau van de subsidies (in totaal en/of per partij). Dit betekent dat het college de subsidies 2025 aan partijen (in het subsidieproces) kan vaststellen binnen de genoemde totaal budgetten per programma.

Mocht tijdens de uitvoering van alle activiteiten in 2025 blijken dat de kosten van het geheel van de activiteiten per programma hoger zijn dan het door de raad vastgestelde budget, dan moet het college zich hierover verantwoorden in de bestuursrapportage en de jaarstukken. In de bestuursrapportage kan het college dan ook een begrotingswijziging aan de raad voorleggen, waarmee het budget per programma tussentijds kan worden aangepast.

Indexatie van budgetten in de Begroting 2025 In de Grondslagen voor de begroting 2025 (pag. 12 en 13 van de begroting) zijn de uitgangspunten beschreven die in de begroting 2025 zijn gehanteerd. We hanteren drie uitgangspunten voor indexering: • CAO-stijging voor de loonsom: 6,6% voor 2025. Dit betreft de indexering van de loonsom van de gemeente zelf. • Prijsontwikkeling materiële budgetten: 2,8% voor 2025. Dit betreft de indexering van budgetten voor inkoop van leveringen en diensten door de gemeente zelf. In de Kadernota 2025 is besloten om geen indexering toe te passen op de materiële prijsgevoelige budgetten van de gemeente zelf. In de Kadernota 2025 is dit verwerkt door bij post C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen eerst de budgetten wel te indexeren en vervolgens bij post F. Uitgaven verlagen de besparing voor het niet toepassen van deze indexering op materiële prijsgevoelige budgetten van de gemeente zelf te verwerken. • Gewogen gemiddelde indexering (CAO en prijsstijging): voor posten waarop zowel een CAO verhoging als een prijsontwikkeling geldt, zoals bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en subsidies, hanteren we een gewogen gemiddelde indexering. Deze is voor 2025 bepaald op 3,1%. Deze index hanteren we voor de subsidies, maar ook voor de verhoging van belastingen, heffingen en overige inkomsten. Dit betreft een gemiddelde van de verwachte indexering.

De effecten van deze indexeringen is verwerkt in het totaal van de lasten per programma zoals hiervoor weergegeven. Het subsidieproces In de Verordening Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2020 | Lokale wet- en regelgeving zijn de kaders opgenomen voor het verstrekken van subsidies. Op grond van deze verordening kan het college bij meerjarige subsidies bij de verlening van de subsidie (in het subsidieproces) bepalen op welke wijze de verleende subsidie jaarlijks wordt aangepast aan het loon- en prijspeil (artikel 6 lid 2). In art 7 zijn de beslistermijnen vastgelegd. In de gevallen waarin een aanvraag om subsidie betrekking heeft op het kalenderjaar of kalenderjaren volgend op dat waarin de aanvraag is ingediend, wordt op de aanvraag beslist binnen uiterlijk acht weken na de dag waarop de gemeentebegroting voor het eerstvolgende kalenderjaar door de gemeenteraad is vastgesteld. In alle andere gevallen geldt dat binnen

acht weken na indiening van een aanvraag wordt beslist, tenzij het college bij nadere regels hiervoor een andere termijn heeft vastgesteld. Met vriendelijke groet, Dennis van der Graaf Concerncontroller Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen Nu abonneren op onze nieuwsbrief

Van: Stephan van den Berg Verzonden: donderdag 24 oktober 2024 03:41 Aan: Vliet, Karin van CC: M.M.A. van Gaalen Brandts, Mariet Brandts < Griffie, Gemeente Stichtse Vecht <griffie@stichtsevecht.nl> Onderwerp: Indexatie subsidies SD LET OP: Dit bericht is afkomstig van buiten de organisatie. Klik niet op links of bijlagen tenzij je de afzender en de inhoud van het bericht vertrouwt. Hi Karin, Ik had toegezegd nog een mailtje te sturen over mijn vragen over de indexaties. Nieuw Links vroeg om het gesprek hierover in het openbaar te voeren, daarom heb ik de griffie voor de zekerheid meegenomen in de CC, zodat jullie er al dan niet voor kunnen kiezen om onze mailwisseling mee te nemen als bijlage bij de stukken voor de raadsvergadering. Ik heb een goed gesprek gehad met de betrokken ambtenaar na de commissievergadering (excuus, ik weet zijn naam niet), maar voor ik het laat rusten heb ik toch nog een aantal vragen/opmerkingen die vooral technisch van aard zijn, maar deels ook politiek. Erg fijn dat jij en de ambtelijke organisatie er nog even naar wilden kijken, dank daarvoor. Om te beginnen vind Groenlinks het zoals gezegd belangrijk dat de partijen in de sociale basis niet hoeven te bezuinigen in 2025, doordat de kostenstijgingen hoger zijn dan de indexaties. Dat is wat we, linksom of rechtsom, willen voorkomen.

Ik begreep van de betrokken ambtenaar dat we ons daar geen zorgen over hoefden te maken, omdat het College de mogelijkheid heeft om gedurende 2025 bij te sturen als blijkt dat de inzet in 2024 niet voortgezet kan worden in 2025 door kostenstijgingen. Mijn vraag is in dat kader of het College tijdens de raadsvergadering zou kunnen toezeggen dat de inzet van de partijen in de sociale basis in 2024 (buiten de extra investering van 10% en eventuele andere nieuwe opdrachten om) continueert in 2025, of in ieder geval dat het College de kostenstijgingen van deze partijen zal dekken in 2025, zodat áls er minder uren worden geleverd, dat in ieder geval niet komt, omdat partijen anders de begroting niet rond krijgen. Als het College dat kan toezeggen is onze zorg weggenomen en heeft de Raad hieromtrent zekerheid.

Dan over het proces. Misschien maakte ik me onterecht zorgen, omdat ik het proces van Stichtse Vecht aangaande de indexaties van de subsidies niet helemaal begrijp. Ik ken proces (wat ik proces A noem) als volgt en volgens mij loopt het proces zo ook het meest zuiver: Partijen leveren vóór 1 oktober hun subsidieaanvraag in. De ambtenaren en het College hebben vervolgens drie weken de tijd (tot de commissievergadering) om vast te stellen of de indexatie die het College heeft voorgesteld in de kadernota in lijn is met de benodigde indexatie zoals aangevraagd door de partijen. Tijdens de commissievergadering zou het College dan in staat moeten zijn om de commissie hierover te informeren. Stel, welzijn geeft aan dat zij een indexatie nodig hebben van 6%, maar in kadernota wordt gesproken over 3%, dan kunnen de commissie en de raad hierover het goede gesprek voeren (eventueel op basis van een voorstel van het College) en óf kiezen om extra middelen vrij te spelen in de begroting voor een hogere indexatie (van in dit geval 6%) om de kostenstijgingen te dekken, zodat de inzet van welzijn in het nieuwe jaar gecontinueerd kan worden, óf ervoor kiezen om vast te houden aan de beoogde 3%, wetende dat daarmee in het nieuwe jaar iets minder uren ingezet zullen worden. Dat is dan een politieke afweging.

Dit proces sluit ook aan bij de constatering dat het de raad is die besluit wat de indexatie van de subsidies zal zijn tijdens de begrotingsbehandeling (zie pagina 8 van het subsidieprogramma). Dit proces is voor de raad en de commissie heel transparant en zinvol, omdat zij hierdoor in staat zijn om een gefundeerde mening te hebben over de indexatie. Het proces dat Stichtse Vecht hanteert (proces B) klinkt, wat ik ervan begrijp (en misschien zie ik dingen over het hoofd) wat meer troebel. Om te beginnen begreep ik dat de subsidieaanvragen nog niet binnen zijn, terwijl de uiterlijke termijn volgens mij uiterlijk 1 oktober was. Hierdoor weet de gemeente eigenlijk nog niet wat de benodigde indexaties zijn (althans, er is een inschatting gemaakt, maar die is nog niet afgestemd met de partijen) terwijl we nu in de begroting al wel afspraken maken over een gemiddelde indexatie die als uitgangspunt geldt. Máár, dat is dan geen probleem, zo begrijp ik, want de beoogde indexatie in de begroting zegt eigenlijk niet zoveel, aangezien het College later in het jaar nog kan bijsturen door extra middelen binnen de vastgestelde begroting vrij te spelen om deze kostenstijgingen te kunnen dekken. Echter, volgens mij verschuift daarmee (onterecht) de beslissingsbevoegdheid over het al dan niet (extra) indexeren van gesubsidieerde partijen en de dekking daarvan van de Raad naar het College.

Ik vraag mij ook af welk bekostigingsmodel dan ten grondslag ligt aan de subsidies. Doorgaans stellen partijen namelijk een begroting op in de aanvraag waarin zij rekening houden met kostenstijgingen in het nieuwe jaar. Als de verleende subsidie in de beschikking lager is dan hetgeen waar de partijen om hebben verzocht, omdat de indexatie lager is dan dat zij nodig stellen te hebben, dan passen de partijen logischerwijs hun begroting en activiteitenplan in januari al aan op basis van de verleende subsidie, omdat ze anders weten dat zij het jaar zullen afsluiten met een verlies dat ze hadden kunnen voorzien. Als je ondanks een lager toegekende subsidie dan aangevraagd alsnog van partijen verwacht dat zij de inzet van het afgelopen jaar continueren in het nieuwe jaar, dan moet je in de beschikking partijen op enige manier zekerheid geven dat achteraf, als een soort automatische prijscompensatie, wordt geïndexeerd op basis van werkelijke kostenstijgingen, nietwaar? Of wordt er in de beschikking geen bedrag genoemd en verleent de gemeente een subsidie waarvan de hoogte nog onbepaald is om alle activiteiten in de activiteitenplannen te bekostigen? Goed, dat waren mijn vragen en opmerkingen. Van situatie B krijg ik een beetje het gevoel dat we minder grip hebben op de inzet van partijen en de begroting.

Ook in situatie A zal de beoogde indexatie natuurlijk nooit helemaal perfect aansluiten bij de situatie van elke partij, maar deze is hier wel mede gebaseerd op de input van partijen, waardoor een inschatting van de benodigde indexatie in de begroting realistischer zal zijn. Ik moet echter zeggen dat de betrokken ambtenaar overtuigd leek te zijn van zijn gelijk en volgens mij is het een

capabel man (en vriendelijk overigens), dus mogelijk kunnen de ambtenaren mij uitleggen dat het allemaal anders in elkaar zit dan dat ik het voor ogen heb, dus ik kom graag tot nieuwe inzichten. Nogmaals dank voor het nemen van de tijd om hierop te reflecteren. Ik realiseer mij dat iedereen het al druk zat heeft, maar als het goed is begrijpen ik en mijn collega's de indicatiesystematiek van SV hierna voor eens en altijd goed, waardoor we de vragen hierover in de toekomst niet weer hoeven te stellen :). Met vriendelijke groet, Namens Groenlinks, Stephan van den Berg

23-10-2024 Beste Stephan, Van de griffie ontving ik jouw vragen over de begroting. Zie onderstaand onze antwoorden. Mijn vraag is: Klopt het dat de subsidies in 2025 worden geïndexeerd met ongeveer 3%? Antwoord: De 3,1% is een gemiddeld inflatiepercentage (opgebouwd uit stijging loon- en prijzen) die we in onze begroting 2025 voor het jaar 2025 (van prijspeil 2024 naar 2025) hanteren. Over het ‘geheel van de subsidies’ is 3,1% gehanteerd om het beschikbare budget voor subsidie als geheel te verhogen. Uitgangspunt is daarmee dat de subsidies gemiddeld met 3,1% stijgen in 2025. En is deze indexatie van toepassing op alle subsidies, inclusief op de subsidies die worden verstrekt aan de partijen in de sociale basis? Antwoord: 3,1% indexering betekent niet dat alle subsidies automatisch met 3,1% worden geïndexeerd. Op grond van de individuele subsidieaanvragen 2025 van partijen gaan we zien wat verschillende partijen nodig hebben. Zie verder het antwoord op onderstaande vervolgvraag. Mijn vervolgvraag is: In hoeverre is rekening gehouden met de kostenstijgingen van o.a. de partijen in de sociale basis tussen 2023 en 2025? Voor welzijn- en maatschappelijk werk geldt bijvoorbeeld obv het CAO dat er in 2023 een loonkostenstijging van 9% was. In 2024 was er een stijging van 8% en in januari 2025 komen er twee periodieken bij.

Ook volgt er een nieuw CAO vanaf augustus, waar men rekening houdt met een loonkostenstijging van 6%. Al met al zijn volgens deze berekening de loonkosten tussen 2023 en 2026 gestegen met 21% en ik ben benieuwd naar de indexatie die daar tegen over staat tussen 1 januari 2023 en 31 december 2025, om vast te stellen of er effectief sprake is van een bezuiniging of niet. Sommige gemeenten hebben ervoor gekozen om de subsidies aan partijen in de sociale basis hoger te indexeren om deze kostenstijgingen te kunnen dekken (waar een index geldt dat bestaat uit huisvestingskosten en personele lasten), vanuit het idee dat men een beweging richting het voorveld wilt maken en ik probeer in te schatten of we daar vanuit de raad ook een voorstel voor moeten doen in dit kader. Je zou kunnen zeggen dat mijn vraag is: Denken jullie dat een hogere indexering nodig is voor de partijen in de sociale basis om de huidige inzet te kunnen continueren, of is dat onnodig, bijvoorbeeld, omdat partijen voldoende gecompenseerd zijn? Antwoord: Op grond van de individuele subsidieaanvragen 2025 van partijen gaan we zien wat verschillende partijen nodig hebben. Het kan zijn dat een partij minder stijging nodig heeft en een andere partij meer stijging.

Dat is vooral afhankelijk van de samenstelling van de kosten bij die partijen (verhouding tussen kosten waar CAO verhoging op van toepassing is, waar stijging afhankelijk is van prijsstijgingen van producten en diensten en kosten die niet verhogen, zoals de afschrijving op investeringen uit het verleden). Naast het subsidiebudget is er ook budget vanuit de compensatieregeling huur en energie dat – indien nodig – ingezet kan worden. Met vriendelijke groet, Ilse Avontuur Strategisch adviseur Sociaal Domein

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2505/documents/56873