Beantwoording technische vragen Samen Stichtse Vecht.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Samen Stichtse Vecht Een vraag rondom de van oudsher bestemde andere woonwagengebieden bij o.a. Nigtevecht, Kockengen en ik meen ook nog eentje bij Nieuwersluis. Zijn deze van oudsher bestemde woonwagenvoorzieningen nog steeds opgenomen in de verschillende bestemmingsplannen? Dus kortom welke plekken in Stichtse Vecht hebben een bestemming voor woonwagenbewoning? Dus waar zijn de woonwagenlocaties nog bestemd? We vragen dit omdat de uitbreiding van standplaatsen gewenst is en er bij Zwanenkamp niet echt ruimte is om uit te breiden. Antwoord: in Kockengen en Nigtevecht zijn nog twee plekken met een woonwagenstandplaats bestemming. Deze vallen onder uitgangspunt 6: Standplaatsen waarvan de grond in particulier eigendom is, worden bij mutatie opgeheven. De pachtovereenkomst kan dan eventueel rechtstreeks tussen eigenaar en belangstellende voor een standplaats worden aangegaan. Zijn er verschillen in het aantal bestemmingen voor woonschip en ligplaats t.o.v. woonwagens en standplaatsen? Dus hoe is die verhouding in stichtse vecht? Deze vraag kan op deze korte termijn niet beantwoord worden. Er zijn 10 standplaatsen voor woonwagens in onze gemeente. Hoeveel ligplaatsen voor woonschepen er zijn moet intern uitgezocht worden.
Wat zijn de voorschriften en regels die vastgesteld zijn voor standplaatsen en woonwagens in de diverse bestemmingsplannen als het gaat om plaatsing van woonwagens. OF wordt hier de term woongelegenheid gebruikt en wat is dan het aantal bestemde plekken op land en wat te water? Antwoord: zie het voorbeeld in de bijlage. In het Besluit en Beheer Sociale Huursector worden standplaatsen en woonwagens tot het gebied van de volkshuisvesting gerekend, waarmee het voor de hand ligt om bij de ontwikkeling en beheer van woonwagenlocaties een belangrijke rol toe te kennen aan woningcorporaties, omdat het huisvesten van speciale doelgroepen hun primaire taak is. In het stuk wordt aangegeven dat Portaal in Zwanenkamp die rol niet wil oppakken. Is het dan zo dat de Poeldijk wel onder de primaire doelgroep valt en de woonwagenbewoners in zwanenkamp niet? Zit daar inderdaad een inkomensverschil. Antwoord: nee, er is geen verschil in inkomen, de bewoners op beide woonwagenlocaties behoren tot de primaire doelgroep. Maar Woningstichting Vecht & Omstreken beheert de locatie op de Poeldijk al van oudsher terwijl de locatie in Zwanenkamp van oudsher door de gemeente wordt beheerd. De gemeente geeft aan wel te willen voorzien in passend aantal huurplaatsen, maar af te zien van koop standplaatsen.
Is onderzocht of bijvoorbeeld bij het aanleggen van nieuwbouwlocaties er ook ruimte kan komen voor koopstandplaatsen. Ik begreep van de inspreker dat hun woonbehoefte niet is gepeild of niet is meegewogen in het besluit wat voorligt. Antwoord: ook de behoefte aan koopstandplaatsen is gepeild maar beperkt zich op dit moment tot de behoefte van de inspreker zelf. Deze behoefte is meegewogen in het voorliggende besluit maar heeft er niet toe geleid dat we willen voorzien in koopstandplaatsen bij nieuwbouwlocaties.
Is er bij de wachtlijstbeheer de voorrangsregeling opgenomen? En zo ja voor de kernen Breukelen en Maarssenbroek geldt deze voorrangsregeling of kernenbinding niet. Volgens de woningwet moeten deze doelgroep gefaciliteerd worden, maar ook zoveel mogelijk genormaliseerd? Dus waarom dit verschilt in beleidsinzichten? Antwoord: de voorrangsregels voor woonwagenlocaties zijn opgenomen in de ‘Huisvestingsverordening regio Utrecht 2019 – Stichtse Vecht’. Deze hebben wij nog enigszins aangescherpt in onze lokale beleidsregels zodat met name familieleden van zittende woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn een plek kunnen krijgen in onze gemeente. Dat er in de grote kernen geen kernbinding is en in de kleine kernen wel, heeft hier niet mee te maken. Volgens de wet moet de gemeente in haar woonvisie de toevoeging van woonwagenstandplaatsen faciliteren en valt daaronder ook de behoefte om in het woonbeleid te voorzien in koopstandplaatsen als daar behoefte aan is. De inspreker heeft duidelijk gemaakt dat daar behoefte aan is, waarom wordt daarin dan niet gefaciliteerd? Antwoord: in de wet staat niet dat de gemeente moet voorzien in koopstandplaatsen, er staat dat de gemeente het mogelijk moet maken dat woonwagenbewoners hun cultuur kunnen beleven. Dat kunnen ze ook op een huurstandplaats.
Bovendien is de gemeente wel bereid om medewerking te verlenen aan een standplaats op een nieuwe locatie, maar dan moet de belangstellende zelf die locatie zien te verwerven want de gemeente heeft die gronden niet. De gemeente geeft aan bij mutatie af te willen van de sanitaire units. Echter zolang er geen mutaties zijn blijft de huidige staat van onderhoud ongewijzigd. Opmerking: dit is niet het geval, de gemeente zal de units onderhouden en het asbest verwijderen. Is er op deze units een sloopregeling mogelijk en een korting op de huurpenningen? Is het de huidige bewoners gevraagd of ze inderdaad willen afzien van de sanitaire units of is er onderzocht of ze nog in gebruik zijn als sanitaire unit of dat huurders hier liever een opslagruimte/garagebox voor terug hebben? De huurders zijn gevraagd of ze de sanitaire units van de gemeente willen overnemen. Dat wilden zij niet. Op dit moment zijn een aantal units in gebruik voor opslag en een aantal units worden nog gebruikt als sanitaire voorziening voor de gasten van de woonwagenbewoners. In februari 2017 heeft de gemeente geconstateerd dat drie van de vijf units werden gebruikt als hennepkwekerij, dit gebruik is beëindigd. De huurprijs voor een standplaats in Zwanenkamp bedraagt ca. € 150 per maand, dat is inclusief de sanitaire unit.
Bij sloop zonder mutatie is een korting op de huurpenningen mogelijk maar de huur is al bijzonder laag. Bij sloop naar aanleiding van een mutatie zullen de huurprijzen worden berekend op basis van het formulier van de Huurcommissie ‘puntentelling woonwagen/standplaats’ (zie uitgangspunt 7), of men daarmee een korting op de huurprijs krijgt moet blijken uit de berekening. Op welke punten wijkt het voorliggend voorstel substantieel af van het landelijke beleidskader “Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid” en de VNG handreikingen. Antwoord: op geen enkel punt wijkt het voorliggende voorstel substantieel af van het landelijke beleidskader en de VNG handreiking. Het beleidskader stelt dat gemeenten beleid moeten opstellen, een wachtlijst moeten hanteren en binnen een redelijke termijn (gerelateerd aan de wachttijd voor een sociale huurwoning in de desbetreffende gemeente) gelegenheid moeten bieden aan mensen om hun woonwagencultuur te beleven. Hieraan voldoet Stichtse Vecht met het voorliggende voorstel.
Bestemmingsplan Het perceel gelegen aan de Heicop 1-ww te Kockengen is gelegen binnen bestemmingsplan ‘Kockengen’ en heeft de enkelbestemming ‘Natuur’ en de functie aanduiding ‘woonwagen standplaats’.