Beantwoording technische vragen inzake GRP 2022 - fractie SSV.pdf
Tekst van het document
Van: Vliet, Jan Cornelis van der <Jan.Cornelis.van.der.Vliet@stichtsevecht.nl> Verzonden: dinsdag 8 maart 2022 14:30 Aan: 'helm0312@planet.nl' <helm0312@planet.nl>; 'fractie@samenstichtsevecht.nl' <fractie@samenstichtsevecht.nl> CC: Griffie, Gemeente Stichtse Vecht <griffie@stichtsevecht.nl> Onderwerp: RE: vragen bij GRP van fractie Samen SV Beste Riëtte, Zie onderstaande antwoorden. Ik hoop dat je er voor vanavond voldoende aan hebt, voel je anders vrij om nog even telefonisch contact op te nemen. Met vriendelijke groet, Jan Cornelis van der Vliet Beleidsadviseur Stedelijk Water T 06 39 26 27 18
Van: Riette Habes <helm0312@planet.nl> Namens fractie@samenstichtsevecht.nl Verzonden: maandag 7 maart 2022 10:53 Aan: Vliet, Jan Cornelis van der <Jan.Cornelis.van.der.Vliet@stichtsevecht.nl>; Griffie, Gemeente Stichtse Vecht <griffie@stichtsevecht.nl> CC: fractie@samenstichtsevecht.nl Onderwerp: vragen bij GRP van fractie Samen SV Dag Jan Cornelis, Mijn fractie heeft nog de volgende vragen: Allereerst bij inbreidingslocaties wordt dan het waterniveau afgestemd op de al bestaande bebouwing, of wordt dan het nieuwe bouwpeilhoogte van 30 cm boven het hoogste straatniveau gehanteerd. Wat zijn de afwijkingscriteria. Pagina 23 wordt er onder het kopje Nieuwbouw wat ons betreft dit teveel in het midden gelaten. Het risico is dat bestaande bouw erg veel overlast gaat ervaren.
Het vertrekpunt is altijd dat de nieuwe bouwpeilhoogte zich 30 cm boven het hoogste straatniveau bevindt, dit ter voorkoming van eventuele wateroverlast in de nieuw te bouwen woning. Er zijn situaties denkbaar waarbij dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld daar waar een woning direct grenst aan de openbare ruimte en de woning (a.g.v. deze eis) ontoegankelijk zou worden voor rolstoelen. In dit geval is er dus de mogelijkheid om gemotiveerd af te wijken.
In de hemelwaterverordening wordt niet echt ingegaan hoe en wanneer de gemeente ook op het perceel van bewoners maatregelen kan treffen. Betekent dit dat eventuele gevolgen altijd afgewenteld worden op de inwoner of perceeleigenaar?
Het GRP is het algemene beleidsdocument m.b.t. riolering en gaat inderdaad niet op dit detailniveau in op de Hemelwaterverordening. Dit is immers in de verordening zelf gedaan. Kort gezegd is de Hemelwaterverordening een instrument om gebieden aan te wijzen waar men af móet koppelen. Het uitgangspunt daarbij is dat de perceeleigenaar zelf de maatregelen neemt, als gemeente hebben we vooral een informatieplicht. Om bewoners te stimuleren om te gaan afkoppelen is zoals u wel bekend een subsidieregeling binnen Stichtse Vecht van kracht. Daarnaast is de gemeente verplicht om het gescheiden hemelwater ‘te ontvangen’ als er geen voor de hand liggende andere mogelijkheid is, zoals bv een sloot aan het perceel. Deze ontvangstplicht krijgt dan gestalte in de vorm van een apart regenwaterriool, waar de bewoners op kunnen aansluiten.
In Utrecht heeft men ervoor gekozen dat eventuele gevolgschade of aanpassingen op een particulier perceel, ook onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid valt. Althans in situaties waar door gemeentelijke aanpassingen aan het riool en watermanagement er gevolgen zijn voor de perceeleigenaar. Bij ons is gebleken bij de situatie Herenweg Gageldijk, dat de gemeente van mening is dat zij geen werkzaamheden kan uitvoeren op het particuliere perceel, terwijl de waterberging op eigen terrein wateroverlast in huis tot gevolg had. Gebleken is dat de situatie zoals deze in kaart was, niet overeenkwam met de feitelijke situatie, waardoor ten onrechte veel berging op 1 locatie het gevolg was. Het is zeer wel denkbaar dat bij toekomstige werkzaamheden de berging op eigen terrein teveel vraagt en er weer overlast kan ontstaan. Op welke wijze kan de gemeente dan toch haar verantwoordelijkheid nemen in deze? En waar is dat vastgelegd. In de hemelwaterverordening. In Utrecht De Hemelwaterverordening biedt, in artikel 2.6, de mogelijkheid om ontheffing te verlenen “indien van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater kan worden gevergd.”. Oftewel: als de gebiedsaanwijzing onredelijk is kunnen we op perceelniveau ontheffing verlenen.
Bovenstaande casus (Herenweg/Gageldijk) heeft naar mijn mening geen betrekking op de Hemelwaterverordening, maar gaat in op particuliere overlast a.g.v. gemeentelijk handelen. Als oorzaak (gemeentelijke werkzaamheden) en gevolg (overlast bewoner) onomstootbaar aan elkaar te koppelen zijn dan heeft de gemeente de plicht het probleem te verhelpen.
Dan een andere vraag bij nieuwe rioolaansluitingen worden normaliter de werkelijke kosten van de aansluiting in openbaar gebied in rekening gebracht bij de initiatiefnemer. In Utrecht heeft men geconcludeerd dat dat een tijdrovende en daarom kostbaar proces is en dat daar in de praktijk vaak discussie over ontstaat. In Utrecht heeft men voor vereenvoudiging van dit proces gekozen en heeft men de kosten van rioolaansluiting als standaard ondergebracht bij de grondexploitatie. Voor tijdelijke aansluitingen zoals te doen gebruikelijk bij bouwketen etc, heeft men ervoor gekozen deze kosten te dekken uit de rioolheffing. Men verwacht dat dat vanwege uitsparing ambtelijke inzet en administratieve lasten, dit budgetneutraal kan. In het voorliggende voorstel wordt niet gesproken over een dergelijke aanpassing bij onze gemeente. Wordt er al zo gewerkt of zou dit een wijze van werken kunnen zijn. Als dat laatste het geval is, zou het besluit dan hierop moeten worden aangepast? In Stichtse Vecht wordt afgerekend op basis van werkelijke kosten, dit is ook opgenomen in de Rioolaansluitverordening van de gemeente (artikel 7, lid 3). Een eventuele wijziging hiervan hoeft niet opgenomen te worden in het GRP, maar dient in de Rioolaansluitverordening doorgevoerd te worden. De raad kan het college hiertoe oproepen.
Zoals opgenomen in het raadsvoorstel van het GRP zal de Rioolaansluitverordening aangepast worden in relatie tot de maximale vergoeding bij rioolverstoppingen, eventueel kan de door u beschreven wijziging hierin meegenomen worden. Als kanttekening met betrekking tot bovenstaande geef ik graag mee dat de situatie van Stichtse Vecht niet te vergelijken is met Utrecht. Utrecht is een stad waar bijna overal vrij-vervalriolering ligt. De afstand van een perceelsgrens tot aan het riool bedraagt bijna altijd 5 tot 10 meter, de kosten voor een huisaansluiting vallen daardoor veelal vergelijkbaar uit. In Stichtse Vecht hebben we ook veel buitengebied, een rioolaansluiting op deze locatie is erg kostbaar (aanleg gemaaltje + drukleiding). Daarnaast is er lang niet altijd sprake van een grondexploitatie wanneer er een nieuwe aansluiting aangevraagd wordt Volgens RAVON kenniscentrum voor reptielen, amfibieën en vissen verdrinken er jaarlijks veel kleine dieren na een val in een straatkolk. Is er bij de gemeente onderzoek gedaan naar de sterfte bij ons en zijn er concrete maatregelen getroffen om dit te voorkomen. Maarssen staat bekend als kikker- en padrijke gemeente. Zijn er kikkertrapjes aangebracht of wordt er in tijden van paddentrek de kolken niet gereinigd / leeg gezogen. Zijn er preventiemaatregelen besproken met de ecoloog?
Op verzoek van de lokale natuurvereniging zijn er in Kockengen op diverse plekken kikkertrappetje aangebracht in de kolken. Hiervoor is er momenteel geen gemeentebreed beleid. Er zijn verder ook geen preventiemaatregelen besproken met een ecoloog. Bij RIB 27 2019 werd de gemeenteraad geïnformeerd dat het grondwaterbeleidsplan door het college was vastgesteld en zouden we geïnformeerd worden wanneer het grondwaterloket live zou gaan. Door het aannemen van meldingen zou analyse mogelijk worden om te bezien of er op locaties een structureel probleem is juist niet. Bij het GRP treffen wij echter geen analyse van een dergelijk loket aan. Is het loket al ingericht en kunnen wij het evaluatierapport/analyse ontvangen? Op pagina 11 is het volgende opgenomen: “Grondwaterloket: Naar aanleiding van het Grondwaterbeleidsplan is een grondwaterloket ingericht. Hier kunnen inwoners en bedrijven terecht met vragen met betrekking tot grondwater. Er wordt beperkt gebruik gemaakt van het loket, naar schatting komen er circa 5 tot 10 vragen per jaar binnen.”. Conform het GRP, blz. 36, zullen wij de komende periode onderzoek doen naar gebieden met kans op grondwateronderlast (funderingsschade). Op basis van de meldingen m.b.t.
overlast en de gebieden met kans op grondwateronderlast zullen aandachtsgebieden benoemd en een Plan van Aanpak opgesteld worden, dit verwerken we in de actualisatie van het GRP. Tenzij we direct grootschalige problemen aantreffen. En dan nog een laatste vraag: uit de tekst op pagina 23 blijkt de hemelwatersubisidie nog niet zo effectief blijkt te zijn, kortweg is slechts de helft van de beoogd aantal ha's gerealiseerd (0,45 versus 0,2 ha). We kunnen alsnog overwegen middels gebiedsaanwijzing mensen te verplichten hun hemelwater af te koppelen, althans zo lezen wij de tekst. De evaluatie van de subsidieregeling zal pas na 3 jaar worden gedaan. Is dat vroeg genoeg? en op basis van welk criterium kan tussentijds toch tot verplichting worden overgegaan? De conclusie dat we “slechts de helft van de beoogd aantal ha’s gerealiseerd” hebben, klopt niet. Op pagina 9 is het volgende opgenomen: in 2020 is ca. 0,45ha particulier verhard oppervlak afgekoppeld. Hiervan is 0,2ha gerealiseerd door de aanleg van groene daken, waar 78% van het geld uit de subsidiepot aan besteed is. Dit laat zien dat er relatief veel geld vanuit de subsidiepot naar groene daken gaat, terwijl dit minder dan de helft bijdraagt aan afgekoppelde vierkante meters.
Op pagina 23 is beschreven dat de eerste drie jaren (2020-2022) van de subsidieregeling gelden als pilotjaren en dat we in 2022 de subsidieregeling evalueren. Bij de evaluatie bepalen we dan ook hoe we verder gaan vanaf 2023. Hierbij kan inderdaad alsnog overwogen worden om middels gebiedsaanwijzing inwoners te verplichten. De raad kan in het tweede half jaar van 2022 een evaluatie van de subsidieregeling verwachten.
Wij zien de beantwoording graag spoedig tegemoet en willen je vragen de beantwoording bij de agendastukken in het RIS te laten plaatsen. Met dank en groet, Riëtte Habes