CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording motie en raadsbesluit aanbeveling 2 (def).pdf

Informatieve commissie II 23 september 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 5: Uitwerking van de motie Rekenkameronderzoek Regiegemeente3.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording motie 13.1 en aanbeveling 2 raadsbesluit nav Rekenkameronderzoek Regiegemeente In de raad van 19 november 2024 is motie M13.1 VVD e.a. - Hebben en bespelen we de juiste instrumenten aangenomen. De motie roept het college op: 1. In beeld te brengen welk beleid, uitgangspunten, afwegingskaders, etc. door de raad vastgesteld reeds beschikbaar zijn om regie (sturing en grip) te houden op samenwerkingen met externe partners en gemeenschappelijke regelingen en de bevindingen en conclusies van het rekenkamerrapport mee te nemen in de uitwerking hiervan; 2. De raad te informeren over de uitkomsten van deze inventarisatie en hierbij de raad advies te geven over: a. of de huidige beleidsnota’s en uitgangspunten nog voldoen; b. welke beleidsnota’s en uitgangspunten herzien moeten worden; c. welk beleid en uitgangspunten eventueel worden gemist. 3. Hierover met de raad(scommissie) op een wijze passend bij haar kaderstellende rol in gesprek te gaan door de uitkomsten te agenderen voor een informatieve commissie, waarbij de raad kan bepalen of de huidige afwegingskaders voldoende zijn en welke aanpassingen eventueel nodig zijn. In dezelfde raadsvergadering is nav het Rekenkameronderzoek “Betere regie door meer strategie – onderzoek naar regievoering van de gemeente Stichtse Vecht.” het raadsvoorstel aangenomen met drie aanbevelingen, waarvan één aan de raad.

De eerste aanbeveling gaat over het reeds ingezette traject toekomstgericht begroten. De tweede aanbeveling gaat over het ontwikkelen van maatwerk voor regievoering vanuit een gedeeld afwegingskader. Graag nemen we deze aanbeveling mee bij de beantwoording van de motie M13.1. De onderzoekers van de Rekenkamer onderscheiden vier typen regie beheersingsgericht, uitvoeringsgericht, faciliterend en visionair. A. Beheersingsgericht Als we het hebben over beheersingsgerichte regie dan is sprake van doorzettingsmacht waarbij de gemeente eigen beleid of die van een ander kan opleggen. We komen dan al gauw op de keuze om uit te besteden ten opzichte van zelf doen of met anderen samenwerken, als de gemeente taken op afstand wil zetten. Wanneer de keuze valt op uitbesteding, ten opzichte van uitvoeren in eigen beheer, of inbesteden, zijn de beleidsinhoudelijke kaders reeds in een eerder stadium, door de raad vastgesteld. De gemeente heeft bij uitbesteding een heel heldere rol als opdrachtgever en heeft daardoor volledige zeggenschap over de te leveren prestatie en / of het resultaat en dient daar goed contractmanagement op te voeren. Welke afwegingskaders zijn reeds beschikbaar om regie te houden op samenwerkingen met externe partners ? Bij Uitbesteden komen we al gauw op het terrein van aanbesteden.

Het beleid was vervat in de ‘Beleidsregels Inkoop- en aanbestedingsbeleid Stichtse Vecht’ van 2020. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid is een middel om bij te dragen aan de doelstellingen die zijn geformuleerd op de inhoudelijke beleidsthema’s en komen terug in de programmabegroting van de gemeente Stichtse Vecht.

Welke van deze kaders voldoen nog of moeten juist worden herzien ? Het Inkoop- en aanbestedingsbeleid dateerde uit februari 2020 en was niet in lijn met de actuele wet- en regelgeving. In de afgelopen jaren zijn er wijzigingen doorgevoerd in wet- en regelgeving. Naast de wettelijk verplichte aanpassingen is het format aangepast aan de VNG-standaard. Er zijn nieuwe drempelbedragen vastgesteld, de afwijkingsmogelijkheden zijn conform de wet en regelgeving aangepast en de duurzaamheidsaspecten zijn eruit gehaald maar worden zodra het duurzaamheidsbeleid is vastgesteld toegevoegd. De Algemene Inkoopvoorwaarden 2020 waren niet in lijn met de actuele wet- en regelgeving. De Algemene Inkoopvoorwaarden 2025 zijn wel in lijn met de actuele wet- en regelgeving. De volgende punten geven de belangrijkste wijzigingen weer: aansprakelijkheid, intellectueel eigendom, privacy en dataverwerking. Er was geen vastgestelde klachtenprocedure. De nieuwe klachtenprocedure Inkoop en Aanbesteden biedt een gestructureerde manier om bezwaren en onrechtmatigheden in behandeling te nemen. Dit draagt bij aan zorgvuldige afhandeling van klachten. De klachtenprocedure Inkoop en Aanbesteden is volgens de richtlijnen van PIANOo opgesteld. Recent is het inkoopbeleid geactualiseerd.

Met het vaststellen van het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid 2025 en de Algemene Inkoopvoorwaarden 2025 in de collegevergadering van 4 februari 2025 wordt aangesloten bij de actuele wet- en regelgeving en wordt beter aangesloten bij de praktijk. Met de Klachtenprocedure Inkoop en Aanbesteden wordt een eerlijke en zorgvuldige afhandeling gewaarborgd van eventuele klachten die betrekking hebben op inkoop- en aanbestedingstrajecten. Na vaststelling door het college is het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid 2025 in gebruik genomen, evenals de Klachtenprocedure Inkoop en Aanbesteden en de Algemene Inkoopvoorwaarden 2025. Het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid 2025 is gepubliceerd op www.overheid.nl en op de website. De Algemene Inkoopvoorwaarden 2025 en Klachtenprocedure Inkoop en Aanbesteden zijn gepubliceerd op de website.

B. Uitvoeringsgericht Als het gaat om uitvoeringsgerichte regie wordt het beleid van een andere actor opgelegd met doorzettingsmacht. Voor uitvoeringsgerichte regie werkt de gemeente veelal samen in gemeenschappelijke regelingen zoals de ODRU en de VRU, waarbij we over het algemeen het beleid van een andere actor plaatsen bij een uitvoeringsorganisatie. Welke afwegingskaders zijn reeds beschikbaar om regie te houden op samenwerkingen met externe partners ? Voor samenwerken in WGR constructies heeft de gemeente de nota verbonden partijen. Een verbonden partij is een samenwerkingsverband waar de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang in heeft. Het deelnemen aan een verbonden partij heeft voordelen voor de gemeente, zoals kostenbesparing, vermindering van de kwetsbaarheid en verbetering van de kwaliteit van de taakuitvoering. Het deelnemen aan een verbonden partij brengt echter ook risico’s met zich mee, want er is gemeentelijk geld mee gemoeid. Daarnaast is de invloed en controle op de uitvoering van de activiteiten minder direct en wordt deze met andere partijen (gemeenten) gedeeld.

Om inzicht te krijgen in de activiteiten, financiële en bestuurlijke belangen, alsmede de risico’s die samenhangen met verbonden partijen, heeft de gemeenteraad in 2014 de Nota verbonden partijen vastgesteld en in 2018 is de nota geactualiseerd. In deze nota zijn de procedures en afspraken vastgelegd over de ambtelijk/ bestuurlijke inzet en verantwoordelijkheid. De nota legt een verbinding tussen de raad en het college en schetst de kaders voor sturing en beheersing om meer grip te krijgen op de verbonden partijen. Bij de actualisatie in 2018 is de gewijzigde categoriale indeling als voorgeschreven in het besluit begroting en verantwoording (BBV) meegenomen. De indeling is als volgt: 1. Gemeenschappelijke regelingen; 2. Vennootschappen en coöperaties; 3. Stichtingen en verenigingen; 4. Overige verbonden partijen. De P&C-cyclus van de verbonden partijen en de gemeentelijke P&C cyclus zijn op elkaar afgestemd. Verbonden partijen die hetzij strategisch belangrijk of beleidsrijk zijn of verhoogde risico’s kennen, krijgen een intensievere aansturing en informatievoorziening (Acategorie). In de begroting en jaarrekening van de gemeente Stichtse Vecht in de paragraaf Verbonden partijen wordt hiervan verslag gedaan.

Welke van deze kaders voldoen nog of moeten juist worden herzien ? De onderzoekers van de Rekenkamer concludeerden terecht, dat deze nota Verbonden Partijen herijkt moet worden. Met de raad is afgesproken dit eens in de vier jaar te herijken. Bovendien is per 1 juli 2022 de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) van kracht, om de raad in staat te stellen meer controle op de verbonden partijen uit te oefenen. De voorgaande nota Verbonden Partijen dateert van 2018. Het is daarom goed om deze nota te actualiseren en weer in overeenstemming met wet- en regelgeving te brengen. Met een geactualiseerde Nota verbonden partijen kunnen wij de lijn om meer grip op het functioneren van de verbonden partijen te krijgen voortzetten. Alleen de ‘Verbonden partijen’ die voldoen aan de definitie van het BBV vallen onder de werking van deze nota. Het college hanteert bij het besluit tot deelname of oprichting van een verbonden partij, de in deze nota uitgewerkte en door de raad vastgestelde uitgangspunten en afwegingskader.

C. Faciliterend Als het gaat om faciliterende regie dan valt daaronder partijen waarmee de gemeente een subsidierelatie heeft. Subsidies verstrekken we om activiteiten te ondersteunen die zonder een financiële bijdrage van de gemeente niet georganiseerd kunnen worden, bijvoorbeeld op het gebied van sport, jeugd, gezondheid en welzijn te realiseren. Het subsidiebeleid dient ondersteunend te zijn aan deze doelstellingen. Met de inzet van de subsidies verbeteren we de mogelijkheden voor inwoners om elkaar (laagdrempelig) te ontmoeten, zich te ontplooien, te ontspannen en elkaar te helpen. Het zelfstandig deelnemen aan de samenleving draagt er aan bij dat mensen zich beter voelen, maar ook dat ze vaak gezonder blijven en minder een beroep hoeven te doen op de gezondheidszorg, jeugdhulp of Wmo-voorzieningen.

Welke afwegingskaders zijn reeds beschikbaar om regie te houden op samenwerkingen met externe partners ? Het subsidieprogramma is een onderdeel van een pakket van drie documenten om subsidieverlening mogelijk te maken:   

De Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2020 Het subsidieprogramma 2021-2024 De uitvoeringsvoorschriften

De gemeente beschikt over een Algemene Subsidieverordening dat het juridische kader en bevoegdheden van het college omvat. De inhoudelijke visie van de gemeente is beschreven in het subsidieprogramma. De gemeente stelt voor een periode van vier jaar een subsidieprogramma op, en de raad stelt deze vast. De verantwoordingsgrens is een door de gemeenteraad vastgesteld bedrag, waarboven het college de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) moet opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording. Het college licht eventuele onrechtmatigheden toe in de bedrijfsvoeringsparagraaf, indien de geconstateerde onrechtmatigheden de verantwoordingsgrens overschrijden. Het college hecht er waarde aan om het gesprek met de raad te voeren over de bereikte maatschappelijke doelen die het college met de subsidies beoogt.

Welke van deze kaders voldoen nog of moeten juist worden herzien ? Het huidige subsidieprogramma 2021-2024 liep tot en met 31 december 2024. Voor het opstellen van een nieuw subsidieprogramma is het noodzakelijk om eerst het huidige subsidieprogramma te evalueren. Daar was de gemeente nog niet mee gestart, vanwege de focus op de bestuursopdracht en de mogelijke gevolgen daarvan voor de inrichting van het voorveld. Gezien deze tijdslijn was het nodig het huidige subsidieprogramma met twee jaar te verlengen tot en met 31 december 2026. Daarnaast is onlangs de monitor sociale kracht opgeleverd. Deze monitor is input voor de evaluatie. Na het zomerreces 2024 is gestart met de evaluatie van het subsidieprogramma. De evaluatie van het huidige subsidieprogramma en de ontwikkelingen rondom de bestuursopdracht worden meegenomen in de voorbereiding van het nieuwe subsidieprogramma dat ter bespreking kan worden voorgelegd tijdens de volgende coalitieonderhandelingen. In de raad van 2 juli 2024 is het subsidieprogramma 2021-2024 verlengd met twee jaar tot en met 31 december 2026. Met de verlenging van het subsidieprogramma van twee jaar voldoen we aan de juridische grondslag voor subsidieverstrekking in 2025 en 2026 en zijn we in staat om het huidige subsidieprogramma te evalueren en een nieuw subsidieprogramma op te stellen.

D. Visionair In het kader van visionaire regie is het de gemeente die een visie heeft, waar anderen op aan kunnen sluiten of hun mening geven om zo tot co-productie te komen. Welke afwegingskaders zijn reeds beschikbaar om regie te houden op samenwerkingen met externe partners ? D1. Participatieleidraad De gemeente Stichtse Vecht zet al jaren actief in op participatie met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Om participatie goed vorm te kunnen geven, is het wel van belang om een eenduidige werkwijze te hebben rondom participatie. De raad had kenbaar gemaakt dat nieuw participatiebeleid nodig was. Dit beleid diende duidelijke kaders en uitgangspunten te bevatten over participatie en aandacht te hebben voor de verschillende rollen en samenwerking tussen de samenleving, de raad, het college, en de ambtelijke organisatie. Dit beleid is vormgegeven in een Participatieleidraad en door de raad vastgesteld op 21 december 2021. Dankzij de kaders in de Participatieleidraad kunnen het college en de raad richting geven aan het participatieproces. D2. Inhoudelijke kaders In de afgelopen drie jaar heeft de gemeenteraad van Stichtse Vecht diverse visies, programma's en kaders vastgesteld om richting te geven aan het gemeentelijk beleid en daarmee richting te geven aan de uitvoering met externe partijen.

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste documenten, met een korte toelichting op hun doel en functie: 1. Omgevingsvisie Stichtse Vecht Deze visie beschrijft hoe de gemeente zich tot 2040 wil ontwikkelen op het gebied van wonen, werken en recreëren, met als doel Stichtse Vecht een fijne plek te laten blijven voor haar inwoners. 2. Woonvisie Stichtse Vecht Het doel van de woonvisie is om te sturen op de realisatie van woningen, kwantitatief en kwalitatief, gebonden aan voorwaarden om te beïnvloeden dat gebouwd wordt voor de segmenten waarin de grootste behoefte bestaat volgens de woningbehoefteonderzoeken. D 3. Integraal Veiligheidsplan 2023–2026 Dit plan stelt kaders, ambities en doelstellingen vast om de veiligheid in de gemeente te waarborgen en te verbeteren. Jaarlijks wordt de voortgang gerapporteerd in een Veiligheidseffectrapportage. 4. Programmabegrotingen en Kadernota's Jaarlijks stelt de gemeenteraad een kadernota vast, zoals de Kadernota 2024, die de belangrijkste uitgangspunten en financiële kaders voor het komende jaar bevat. Op basis hiervan wordt de programmabegroting opgesteld, waarin concrete plannen en bijbehorende budgetten worden vastgelegd.

5. Normenkader 2024 Dit document bevat een overzicht van de geldende wet- en regelgeving met betrekking tot financiële beheershandelingen binnen de gemeente, wat bijdraagt aan een solide financiële positie. 6. Omgevingsprogramma's Ter uitvoering van de Omgevingsvisie zijn er specifieke programma's opgesteld die doelen en maatregelen beschrijven op thematisch en gebiedsniveau, bijvoorbeeld voor het landelijk gebied, vitale kernen en mobiliteit. 7. Programma Economie 2020–2023 Dit programma richt zich op het verlevendigen, innoveren en toekomstbestendig maken van de lokale economie. Het benadrukt de noodzaak van een regionale aanpak voor economische vraagstukken en maatschappelijke opgaven op het gebied van onder andere wonen, duurzaamheid en bereikbaarheid. 8. Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U10 Het IRP dient als gezamenlijk strategisch kader voor de ruimtelijke ontwikkeling van de U10-regio. Het document beschrijft de gezamenlijke visie op thema's als woningbouw, infrastructuur, duurzaamheid en economische ontwikkeling, met als doel een samenhangende en toekomstbestendige regio te creëren. Deze bovenstaande visies vormen gezamenlijk het inhoudelijke beleidskader waarbinnen de gemeente Stichtse Vecht opereert en richting geeft aan de beleidsontwikkeling en uitvoering met externe partijen.

Welke van deze kaders voldoen nog of moeten juist worden herzien ? Het wetsvoorstel ‘Versterking participatie op decentraal niveau’ is op 4 juni 2024 aangenomen door de Eerste Kamer (ingangsdatum1 januari 2025 met een overgangstermijn van twee jaar, om een Participatieverordening op te stellen). De nieuwe participatieverordening moet aangeven op welke wijze wij inwoners, ondernemers, instellingen betrekken bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van beleid. Deze verordening vervangt de oude inspraakverordening en betreft feitelijk een uitbreiding van de al voor de Omgevingswet vastgestelde ‘Verordening bij ruimtelijke initiatieven Stichtse Vecht 2023’. Het onderdeel dat daarin nog moet worden opgenomen in het uitdaagrecht. Het uitdaagrecht houdt in dat burgers het recht hebben de gemeente uit te dagen als zij denken dat zij gemeenschapstaken beter, efficiënter en goedkoper kunnen uitvoeren dan de gemeente. Een voorbeeld zou kunnen zijn dat bewoners zelf delen van openbaar groen gaan onderhouden. Gemeenten zijn niet verplicht het uitdaagrecht in de participatieverordening op te nemen, zij hebben daarin beleidsvrijheid. Te regelen onderwerpen zijn eventueel: voor welke gebieden geldt het uitdaagrecht, wat zijn de spelregels (transparantie, verantwoording) en wie neemt het besluit (ambtenaren, wethouder, commissie).

In de commissievergadering van 18 maart 2025 was een peilnota participatie 2.0 geagendeerd. Het college legde via deze peilnota drie instrumenten ter bespreking voor aan de raad(scommissie) om te peilen hoe de raad een eventuele inzet van deze participatiemogelijkheden ziet : 1. Het college wil in de loop van 2026 een participatieverordening aan de raad voorleggen. Daarin wordt het uitdaagrecht vormgegeven. Het voorstel is om dit

gefaseerd in te voeren. Eerst ervaring opdoen, evalueren en dan (als een groeimodel) stapsgewijs uitbreiden. 2. Het college hoort graag de mening van de commissie over de eventuele inzet van een referendum. 3. Het college hoort graag de mening van de commissie over de eventuele inzet van een burgerberaad. Na bespreking van de peilnota in de commissie worden de voorstellen verder uitgewerkt. Prioriteit ligt daarbij bij de participatieverordening, gericht op het ingaan per 1-1-2027. Conclusie inventarisatie Het college heeft met de bovenstaande inventarisatie van afwegingskaders gehoor gegeven aan de motie M13.1. Kaders die door de raad zijn vastgesteld om regie (sturing en grip) te houden op samenwerkingen met externe partners en gemeenschappelijke regelingen. Bij de inventarisatie zijn de bevindingen van het rekenkamerrapport meegenomen met name aanbeveling 2 waar men vier regietypen heeft voorgesteld. Per regietype is geïnventariseerd welk afwegingskader reeds door de raad is vastgesteld en welke van deze kaders herzien moeten worden, conform het dictum van de motie. Het inkoopbeleid hoeft op korte termijn niet te worden aangepast, aangezien dit onlangs is herzien. Met de vaststelling van het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid 2025 en de bijbehorende Algemene Inkoopvoorwaarden 2025 is het beleid nu in lijn met de actuele weten regelgeving.

Dit betekent dat de kaders voor inkoop en aanbesteding weer actueel zijn en op dit moment geen verdere aanpassing vereisen. Dit geldt ook voor de subsidieverordening hoeft niet te worden herzien. Het huidige subsidieprogramma, dat liep tot en met 2024, is met twee jaar verlengd tot en met 2026. Hierdoor blijft de juridische basis voor subsidieverstrekking intact en is er voldoende tijd om een grondige evaluatie uit te voeren. Pas daarna zal een nieuw subsidieprogramma worden opgesteld, maar op korte termijn is er geen noodzaak tot aanpassing. De nota Verbonden Partijen moet worden herzien. De huidige nota dateert uit 2018 en moet worden geactualiseerd, mede vanwege de inwerkingtreding van de nieuwe Wet Gemeenschappelijke Regelingen per 1 juli 2022. Deze wet geeft de gemeenteraad meer mogelijkheden om controle uit te oefenen op verbonden partijen, en het is daarom belangrijk om de nota aan te passen zodat deze beter aansluit bij de huidige regelgeving en praktijk. Daarnaast moet de participatieverordening worden aangepast. De Participatieleidraad uit 2021 biedt nog steeds een kader voor participatie, maar met de nieuwe wetgeving rondom participatie, die per 1 januari 2025 ingaat, is het noodzakelijk om een nieuwe participatieverordening op te stellen.

Dit proces heeft een overgangstermijn van twee jaar, maar de verordening zal uiterlijk in 2027 volledig moeten zijn geïmplementeerd. Een belangrijk onderdeel hiervan is het uitdaagrecht, dat inwoners en maatschappelijke organisaties de mogelijkheid geeft om gemeentelijke taken over te nemen. Het college stelt voor om dit gefaseerd in te voeren, te beginnen in het fysieke domein, zodat er eerst ervaring kan worden opgedaan voordat het breder wordt uitgerold. Kort samengevat, het inkoopbeleid en de subsidieverordening zijn recent geactualiseerd of verlengd en hoeven op korte termijn niet te worden aangepast. De nota verbonden partijen en de participatieverordening daarentegen moeten worden herzien om aan te sluiten bij de actuele wet- en regelgeving en de nieuwe beleidsontwikkelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2881/documents/61201