CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording + aanvulling vergadervragen D66 inzake Belastingverordeningen.pdf

Commissie Bestuur en Financiën 25 november 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4: Belastingverordeningen/ 2e begrotingswijziging2.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

24 november 2025 Beste mevrouw Peelen van de Pol, In aanvulling op de beantwoording willen wij nog aangeven dat wij dit gedelegeerd hebben aan de BGhU en dat de BGhU uniforme beleidsregels (zie bijlage) hanteert voor alle deelnemende gemeenten. Met vriendelijke groeten, Gijsbert 20 november 2025 Vragen Belastingplichtige Aan de hand van alle documentatie heb ik een aantal vragen over het vaststellen van de belastbare persoon. Zie onderstaande vragen: Bij de onroerende zaakbelasting staat het volgende: “Voor de eigenarenbelasting wordt als genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.” Vraag 1: Antwoord 1:

Hoe wordt hier de persoon bepaald die eigenaar is van de woning? Op basis van eigendomsinformatie uit het kadaster.

Vraag 2.

Bij veel woningen zijn er twee eigenaren van de woning als deze gezamenlijk gekocht is, hoe wordt in z’n situatie bepaald aan wie de belasting geheven wordt of wordt deze geheven aan beide personen? Beide zijn belastingplichtig. De aanslag kan worden opgelegd aan één van hen. Dit wordt dan de belastingschuldige. Dit is geregeld in artikel 253 van de gemeentewet. Dit artikel geeft daarbij verschillende waarborgen: de invorderingsambtenaar kan de aanslag verhalen op de hele onroerende zaak (lid 2), degene die de aanslag ontvangt kan het te veel betaalde verhalen op mede-belastingplichtigen (lid 3), en wie niet op het aanslagbiljet staat kan zelf bezwaar instellen (lid 4). De gemeente moet vooraf vastgestelde, kenbare criteria hanteren om te bepalen wie de aanslag krijgt. Een consistent beleid voorkomt willekeur. Ons beleid is gebaseerd op modelbeleid van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Deze beleidsregels dienen enerzijds de rechtszekerheid, maar anderzijds vooral ook doelmatige belastingheffing en -inning. De aanwijzing gebeurt op basis van de beleidsregels (zie bijlage).

Antwoord 2:

Vraag 3. Antwoord 3:

In het geval dat maar een persoon de heffing ontvangt, is de andere persoon wie ook eigenaar is van deze onroerende zaak dan ook aansprakelijk voor betaling van deze belasting? Nee, echter gelden wel de waarborgen van artikel 253 van de gemeentewet. Zie de toelichting in de beantwoording van vraag 2.

In de rioolheffing staat het volgende: 1. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2. Voor het gebruikersdeel wordt: a. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;

b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. In de afvalstoffen verordening staat het volgende: Artikel 4 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel. Vraag 4. Antwoord 4: Vraag 5. Antwoord 5:

Hoe wordt hier de hoofdgebruiker vast gesteld, en hoe de leden van het huishouden? Dit gebeurt op basis van de beleidsregels. Zie de toelichting in de beantwoording van vraag 2. Zijn meerjarige leden van het huishouden aansprakelijk voor betaling van deze belasting? Alleen degene op wiens naam de aanslag is gesteld is de belastingschuldige en aansprakelijk voor betaling van de aanslag.

Algemene vragen: Mijn vragen hebben vooral betrekking op situaties waar meerdere mensen op een adres wonen en hoe de belasting dan uitgeschreven wordt, gezien dit niet duidelijk wordt uit de verordeningen. Hier heb ik ook wat algemene vragen op: Vraag 6. Antwoord 6: Vraag 7. Antwoord 7:

Vraag 8. Antwoord 8: Vraag 9. Antwoord 9:

Wordt in een geval van meerdere eigenaren/bewoners de belastingverordening altijd aan een persoon uitgeschreven of aan meerdere in de gemeente Stichtse vecht? Ik neem aan dat er belastingaanslag wordt bedoeld? Ja, op basis van het beleid altijd aan één belastingplichtige, die wordt dan de belastingschuldige. In het geval dat deze aan een persoon wordt uitgeschreven, hoe wordt dan bepaald aan welke eigenaar/bewoner? Dit gebeurt op basis van de beleidsregels. Aanwijzingsbeleid is nodig bij belastingen waar keuzevrijheid bestaat, zoals afvalstoffenheffing, rioolheffing en ozb. Beleid is niet nodig als de belastingplicht eenduidig is of slechts één persoon belastingplichtig kan zijn, zoals bij toeristenbelasting, parkeerbelasting en leges. In deze gevallen is er geen keuzevrijheid, of de belastingplichtige is duidelijk (bijvoorbeeld de aanvrager van een dienst). Op welke rechtswegen wordt dit besluit genomen, is dit verankerd in de wet, of heeft de gemeente hier zelf een keuze in mogen maken? Zie de toelichting in de beantwoording van vraag 2 en 7. Zijn er ook andere opties voor het uitschrijven van de belastingverordeningen aan eigenaren/bewoners? Zoals meerdere personen tegelijk voor een verordening? Ik neem aan dat er belastingaanslagen wordt bedoeld? Zie de toelichting in de beantwoording van vraag 2 en 7.

18 november 2025 Verzonden: dinsdag 18 november 2025 13:44 Onderwerp: Vergadervragen Belastingverordeningen Beste heer Heij, Dank voor het opstellen van de belastingverordeningen. Aan de hand van alle documentatie heb ik een aantal vragen over het vestellen van de belastbare persoon. Ik lees in iedere verordening een stuk over hoe de persoon wordt vastgesteld aan wie de belasting wordt uitgeschreven. Echter staat het er heel juridisch en is het voor mij niet volledig duidelijk op welke gronden de persoon aangemerkt wordt, hopelijk kunt u mij hier wat wijzer in maken. Zie onderstaande vragen: Bij de ontroerende zaken belasting staat het volgende: “Voor de eigenarenbelasting wordt als genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.” 1. Hoe wordt hier de persoon bepaald die eigenaar is van de woning? 2. Bij veel woningen zijn er twee eigenaren van de woning als deze gezamenlijk gekocht is, hoe wordt in z’n situatie bepaald aan wie de belasting geheven wordt of wordt deze geheven aan beide personen? 3.

In het geval dat maar een persoon de heffing ontvangt, is de andere persoon wie ook eigenaar is van deze ontroerende zaak dan ook aansprakelijk voor betaling van deze belasting? In de rioolheffing staat het volgende: 1. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2. Voor het gebruikersdeel wordt: a. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. In de afvalstoffen verordening staat het volgende: Artikel 4 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel. 4. Hoe wordt hier de hoofdgebruiker vast gesteld, en hoe de leden van het huishouden? 5.

Zijn meerjarige leden van het huishouden aansprakelijk voor betaling van deze belasting? Algemene vragen: Mijn vragen hebben vooral betrekking op situaties waar meerdere mensen op een adres wonen en hoe de belasting dan uitgeschreven wordt, gezien dit niet duidelijk wordt uit de verordeningen. Hier heb ik ook wat algemene vragen op: 6. Wordt in een geval van meerdere eigenaren/bewoners de belastingverordening altijd aan een persoon uitgeschreven of aan meerdere in de gemeente Stichtse vecht

7. In het geval dat deze aan een persoon wordt uitgeschreven, hoe wordt dan bepaald aan welke eigenaar/bewoner? 8. Op welke rechtswegen wordt dit besluit genomen, is dit verankerd in de wet, of heeft de gemeente hier zelf een keuze in mogen maken? 9. Zijn er ook andere opties voor het uitschrijven van de belastingverordeningen aan eigenaren/bewoners? Zoals meerdere personen tegelijk voor een verordening? Hartelijk dank en vriendelijke groet, Lisanne Peelen van de Pol

Lisanne Peelen – van de Pol (zij/haar) Raadslid D66 Stichtse Vecht

BLAD GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

Nr. 688 4 juli 2022

Officiële uitgave van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht

Besluit, inhoudende het vaststellen van beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige / WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie (Beleidsregels aanwijzing belastingplichtige / WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie BghU 2016) Het bestuur van het openbaar lichaam de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU), Gelet op De Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht; Gelet op het aanwijzingsbesluit bevoegde ambtenaren belastingen BghU 2013; Besluit Vast te stellen navolgende Beleidsregels aanwijzing belastingplichtige / WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie BghU 2016.

Hoofdstuk 1 Heffing Algemeen In sommige gevallen brengen wettelijke regels met zich mee dat meer personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject. In de gevallen waarin dat voorkomt mag de BghU de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen stellen. In deze gevallen hanteert de BghU een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn. De in de voorkeursregels neergelegde criteria bevatten op geen enkele wijze een limitatieve opsomming van de belastingplichtigen, maar zijn richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen, zodat in de uitvoeringspraktijk volgens vaste, niet willekeurige, criteria een belastingplichtige kan worden aangewezen. Voorkeursvolgorde 1. Met betrekking tot de belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 1.1. de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde wordt gehanteerd: 1.1.1. de vruchtgebruiker c.q.

gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning: 1.1.2. de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft; 1.1.3. de erfpachter dan wel de beklemde meier; 1.2. de eigenaar of appartementsgerechtigde; 1.3. degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter. 2. Met betrekking tot belastingen die worden geheven van genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 2.1 Indien er binnen één categorie genothebbenden meerdere personen zijn die volgens de beschikbare gegevens binnen het grondgebied van de deelnemers aan de BghU (hierna; grondgebied) wonen of gevestigd zijn; 2.1.1. degene die voor het betreffende belastingobject reeds als gebruiker wordt aangemerkt (op grond van de onderdelen 3 of 4); 2.1.2. degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft; 2.1.3. een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon; 2.1.4. de oudste in leeftijd; 2.1.5 degene die bij de BghU als genothebbende of gebruiker bekend is; 2.1.6. de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden; 2.2.

Indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens binnen het grondgebied wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens elders in Nederland wonen of gevestigd zijn: 2.2.1. degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

1

Blad gemeenschappelijke regeling 2022 nr. 688

4 juli 2022

2.2.2. een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon; 2.2.3. de oudste in leeftijd; 2.2.4. degene die bij de BghU als genothebbende of gebruiker bekend is; 2.2.5. de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden; 2.3. Indien er binnen één categorie geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in Nederland wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die in het buitenland wonen of gevestigd zijn: 2.3.1. degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft; 2.3.2. degene die bij de BghU als genothebbende of gebruiker bekend is; 2.3.3. de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden. 3. Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen en de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimte die worden geheven van gebruikers en de forensenbelasting, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 3.1 degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt kan worden aangemerkt; 3.2. degene die het langst het belastingobject gebruikt; 3.3. de oudste in leeftijd; 3.4. de oudste man; 3.5. de oudste vrouw; 3.6. degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt. 4.

Met betrekking tot de hondenbelasting, de rioolheffingen van gebruikers, deafvalstoffenheffing, de reinigingsrechten, de verontreinigingsheffing, de zuiveringsheffing en de watersysteemheffing ingezetenen wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 4.1. de bewoner die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het belastingobject kan worden aangemerkt; 4.2. de bewoner van het belastingobject die het langst staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA); 4.3. de bewoner van het belastingobject die de oudste persoon is; 4.4. de bewoner van het belastingobject die de oudste man is; 4.5. de bewoner van het belastingobject die de oudste vrouw is. 5. Indien en voor zover de aanslagen van verschillende belastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, worden deze in onderstaande volgorde ten name gesteld van de belastingplichtige die: 5.1. Ingevolge de onderdelen 1 en 2 kan worden aangewezen; 5.2. Ingevolge onderdeel 3 kan worden aangewezen; 5.3. Ingevolge onderdeel 4 kan worden aangewezen. 6. De onderdelen 1 tot en met 5 vinden geen toepassing indien: 6.1. de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met betrekking tot het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen, gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is; 6.2.

bij de BghU bekend is dat één van de potentiële belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn of haar naam wil hebben, althans voor zover dit niet leidt tot een mogelijke situatie dat de belasting niet kan worden betaald dan wel ingevorderd. 7. Voor zover de belasting wordt geheven over een tijdvak, is bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de situatie bij aanvang van dat tijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 8. Aangezien de voorkeursvolgorde erop gericht is de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen. 9. Wijzigingen kunnen – indien reeds een aanslag aan een belastingplichtige is opgelegd – pas plaatsvinden met ingang van het eerstvolgende belastingtijdvak. Hoofdstuk 2 Waardering onroerende zaken Algemeen In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich mee dat voor één eigendom meer personen als (gelijksoortige, bijvoorbeeld in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten) belanghebbende kunnen worden aangemerkt. In deze gevallen mag de BghU op grond van artikel 24 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de bekendmaking van de WOZ-beschikking uitvoeren door verzending aan één van de belanghebbenden.

De BghU hanteert een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belanghebbende die de WOZ-beschikking op zijn of haar naam krijgt.

2

Blad gemeenschappelijke regeling 2022 nr. 688

4 juli 2022

De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen, waarbij beoogd is de ontvanger van de WOZ-beschikking gelijk te laten zijn aan de belastingplichtige voor de onroerende-zaakbelastingen die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Voorkeursvolgorde Genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht 1. Met betrekking tot de op grond van hoofdstuk IV van de Wet WOZ door toezending aan genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht bekend te maken beschikkingen, wordt indien er met betrekking tot één onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de beschikking gesteld ten name van degene die met betrekking tot de belastingaanslagen als belastingplichtige is aangewezen. Gebruikers al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht 2. Met betrekking tot de op grond van hoofdstuk IV van de Wet WOZ door toezending aan gebruikers – al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht – bekend te maken beschikkingen, wordt indien er met betrekking tot één onroerende zaak meerdere gebruikers zijn, de beschikking gesteld ten name van degene die met betrekking tot de belastingaanslagen als belastingplichtige is aangewezen.

In de gevallen dat er een keuzesituatie bestaat zijn de regels van hoofdstuk 1, voor zover zij betrekking hebben op de onroerende-zaakbelastingen, van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk 3: Slotbepalingen Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag nadat het is bekendgemaakt. Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels aanwijzing belastingplichtige / WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie BghU 2016. Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht van 28 januari 2016. P.J.M. Poelmann, de Voorzitter, A.H. Geytenbeek, de Secretaris

3

Blad gemeenschappelijke regeling 2022 nr. 688

4 juli 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2976/documents/62951