BDO Gemeente Stichtse Vecht en TIM SV - Rapportage zorgkostenontwikkeling en verantwoordelijkheidsverdeling.pdf
Tekst van het document
€ € €
Wmo Zorg in natura Wmo PGB Gemiddeld Wmo
UTI
2022 (prognose) 2021 7.580 6.194 7.516 € 7.675
5.348 € 7.337 € 5.444 €
2020 6.397 € 7.738 € 6.469 €
€ € €
3.099 € 4.584 € 3.270 €
3.625 € 4.697 € 3.766 €
4.077 3.770 4.043 €
Onderaannemers Overig gemeente Wijkteam (incl. casusregie) Specialistisch team
€ €
4.739 € 0 / 749 €
5.598 € 0 / 844 €
6.427 € 0 / 831 € €
Gemiddeld totaal
€ 4.739 / 5.489
€ 5.598 / 6.442 € 6.427 / 7.258 €
UTI-20 20% 5% 19%
20-21 18% -20% 16%
4.794
17% 2% 15%
12% -20% 7%
6.474
18%
15%
21-22
1%
3.199 7.362 7.122 17 / 18% 13 / 15% -2 / 11%
1.1 Trends Stichtse Vecht Deel 3: Ontwikkelingen kosten per cliënt 2022 (II/II) Kosten per cliënt 2022 | De gemiddelde kosten van het wijkteam zijn relatief hoog, doordat zij gedeeld worden op het unieke cliëntenaantal in het wijkteam. In praktijk verzorgen zij ook activiteiten (zoals de toegang) voor de cliënten die op andere zorgsoorten terecht komen (bijvoorbeeld het specialistisch team of de onderaannemers). Om deze reden hebben wij de gemiddelde kosten per cliënt in het wijkteam weergegeven inclusief de cliënten die alleen casus-regie ontvangen. Los van het feit dat wij deze groep hebben gefilterd in het kader van een goede vergelijkbaarheid van cliëntenaantallen met voorgaande jaren, wordt voor deze groep namelijk wel inspanningen geleverd en kosten gemaakt. Ten behoeve van een o.i. (op basis van de bij ons beschikbare informatie) zuivere vergelijking van de totale kosten per cliënt, hebben wij de cliënten die alleen casusregie ontvangen en niet doorstromen naar een ander zorgproduct uit de vergelijking gehaald. Om deze reden hebben wij ze ook uit de kosten gehaald, o.b.v. het bedrag als hier (op basis van door ons gehanteerde aannames) berekend á € 747k.
Op basis van de hiervoor en op de voorgaande pagina gehanteerde aannames zien wij een verandering van de totale kosten per cliënt van onderaannemers over 2022 van -2 tot 11% indien de gemiddelde totale kosten per client van 2022 worden vergeleken met het gemiddelde van de deze kosten over 2021. Dit is een lagere stijging dan in 2021 het geval was. Afhankelijk van de informatie omtrent de overige kosten van de gemeente, is er mogelijk zelfs sprake van een geprognotiseerde daling. In het geval van een daling van kosten per cliënt, kunnen we spreken van een inverdieneffect op de opdracht. Dit is naar onze mening het gevolg van de ingezette transformatie door TIM SV.
29
Gemiddelde kosten per client Jeugd Zorg in natura Jeugd PGB Gemiddeld Jeugd
€ € €
Wmo Zorg in natura Wmo PGB Gemiddeld Wmo
UTI
2022 2021 (prognose) 7.580 6.194 7.516 € 7.675
5.348 € 7.337 € 5.444 €
2020 6.397 € 7.738 € 6.469 €
€ € €
3.099 € 4.584 € 3.270 €
3.625 € 4.697 € 3.766 €
4.077 3.770 4.043 €
Onderaannemers Overig gemeente Wijkteam (incl. casusregie) Specialistisch team
€ €
4.739 € 0 / 749 €
5.598 € 0 / 844 €
6.427 € 0 / 831 € €
Gemiddeld totaal
€ 4.739 / 5.489
€ 5.598 / 6.442 € 6.427 / 7.258 €
UTI-20 20% 5% 19%
20-21 18% -20% 16%
4.794
17% 2% 15%
12% -20% 7%
6.474
18%
15%
21-22
1%
3.199 7.362 7.122 17 / 18% 13 / 15% -2 / 11%
1.2 Gerealiseerde zorgkosten 2021 Welke zorgkosten zijn daadwerkelijk gerealiseerd over het jaar 2021 in Stichtse Vecht? In de hiervoor behandelde deelvraag, met betrekking tot de vraag van de kostenontwikkeling tussen 2020, 2021 en 2022, waren de kosten over 2021 onlosmakelijk onderdeel. Hierdoor zijn deze kosten over 2021 in de voorgaande analyse uiteengezet en toegelicht. Daarmee is tegelijkertijd het antwoord op deze deelvraag gegeven. Wij achten de relevantie van de zorgkosten van 2021 hoger in het geheel van de vergelijking met 2020 en 2022, dan opzichzelfstaand. Daartoe hebben wij de keuze gemaakt om deze in voorgaande deelvraag te behandelen en niet in deze deelvraag. In beantwoording op deze deelvraag beperken wij ons tot het weergeven van de relevante passages uit de beantwoording van voorgaande deelvraag en de daar gehanteerde tabel met kosten over 2021.
De kosten in 2021 bedragen € 15.170k. De kosten per cliënt bedroegen bij onderaannemers € 6.427 en de totale kosten per cliënt € 6.427 tot € 7.258. De uitkomst van de laatstgenoemde range van kosten is afhankelijk van de kosten die het wijkteam van de gemeente maakte voor cliënten die niet onder de cliëntenaantallen bij de onderaannemers vallen. Dit is onbekend.
Er is een verschuiving te zien van PGB naar zorg in natura (zowel in Jeugd als Wmo). Dit is tevens een al langer landelijk gaande trend (Bron: Rijksoverheid.nl; Ministerie VWS).
De zorgkosten in 2021 voor Jeugd zijn in verhouding harder gestegen dan voor Wmo (29% t.o.v. 14%).
In 2021 stegen de gemiddelde kosten per cliënt met voor Jeugd (16%) en Wmo (7%). Dit sluit aan bij de uitspraak uit het memo m.b.t. de afronding van de dialoogfase d.d. 29 maart 2021. Hierin staat benoemd dat sinds de Coronacrisis de zorg te maken heeft met een toename van de zorguitgaven, waarbij niet zozeer de aantallen, maar de intensiteit hiervoor de bepalende factor is.
Daarnaast merken wij op dat gerealiseerde kosten voor toegang en wijkteams en maatschappelijk werk over 2021 niet bekend zijn. In de tabel hiernaast zijn de kosten uit de uitnodiging tot inschrijving geïndexeerd met 7,7% voor de bepaling van de kosten over 2021 in deze categorie. Gezien de overige (bekende) kosten gestegen zijn, ligt het in de lijn der verwachting dat deze kosten ook toegenomen zijn.
30
Zorg in natura jeugd
2021 Clienten Kosten per [*€1.000] aantallen client € 10.370 1.368 € 7.580
PGB Jeugd
€
415
67 €
6.194
Subtotaal Jeugd
€ 10.785
1.435 €
7.516
Zorg in natura jeugd WMO
€
2.369
581 €
4.077
PGB WMO
€
279
74 €
3.770
subtotaal WMO
€
2.648
655 €
4.043
Subtotaal WMO en Jeugd (OA)
€ 13.433
2.090 €
6.427
Toegang en Wijkteams
€
1.468
N.b.
N.b.
Specialistisch team
€
-
Maatschappelijk werk
€
N.b.
N.b.
N.b. €
0 / 831
269 N.b.
Uitvoeringsorganisatie Subtotaal overig
€
1.737
Totaal
€ 15.170
2.090
€ 6.427 / 7.258
1.3 Landelijke trends Hoe verhouden de trends binnen Stichtse Vecht zich tot de landelijke ontwikkelingen? In deze paragraaf wordt ingegaan op de beantwoording van de deelvraag: “Hoe verhouden deze (deelvraag 1) trends zich tot de landelijke ontwikkelingen?” Voor het beantwoorden van deze deelvraag hebben wij eerst inzicht gegeven in de landelijke trends (die waar mogelijk toezien op de scope van de opdracht). Dit betreft de onderdelen zoals opgenomen in de aanbesteding Jeugd en Wmobegeleiding.
Samenvatting Er is een landelijk stijgende trend te zien van de uitgaven voor Jeugd en Wmo.
“De uitgaven van gemeenten voor het sociaal domein stijgen door. Behalve de kosten voor Jeugd stijgen ook de Wmo-kosten van gemeenten flink.” Dat blijkt uit het onderzoek dat BDO jaarlijks uitvoert in opdracht van Divosa, VNG & NDSD (Bron: VNG). Ook in 2021 is er een stijging te zien in de uitgaven voor zowel Jeugd als Wmo. Landelijk wordt € 411 mln. aan meerkosten voor de Wmo als gevolg van de invoering van het abonnementstarief verwacht in 2022. Dit bedrag is € 80 mln. hoger dan geraamd tijdens de invoering ervan (Rijksoverheid).
Oorzaken:
Opzet van de trendanalyse Wij hebben de landelijke trends in beeld gebracht aan de hand van data van het CBS, waarstaatjegemeente.nl en Findo (Data Financiën Decentrale Overheden Rijksoverheid). Hierbij is getracht de cijfers zo goed mogelijk vergelijkbaar te maken met de situatie van TIM SV op basis van de scope van de aanbesteding. Gezien de unieke scope van TIM SV en de beperkt beschikbare data van andere gemeenten op dit detailniveau, is de analyse uitgevoerd op programmaniveau op basis van de jaarrekeningen. Hierbij is gekeken naar de ontwikkelingen van de Jeugd en de Wmo van de gemeente Stichtse Vecht in verhouding tot de landelijke trends van gemeenten met een omvang gelijk aan Stichtse Vecht (tussen de 60.000 tot 80.000 inwoners).
31
Coronacrisis (complexere, uitgestelde en groeiende zorgvraag)
(Dubbele) vergrijzing
Invoering woonplaatsbeginsel (verschuiving uitgaven)
Complexere zorg vanuit GGZ-zorg
Stijgende inflatie (PPC, OVA)
Arbeidstekorten en groeiende loonkosten
Toestroom van Oekraïners (vanaf Q3 2022)
Invoering abonnementstarief
1.3 Landelijke trends Trends in Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Lasten per inwoner per taakveld
Lasten naar taakveld per € 1000
400
500.000
300
400.000
200
300.000 200.000
100 0
Legenda
100.000 2017
2018
2019
Bron: CBS (60.000 tot 80.000 inwoner gemeenten)
2020
2021
2017
2018
2019
2020
2021
Bron: CBS (60.000 tot 80.000 inwoner gemeenten)
Trends in de taakvelden | Taakvelden zijn de voorgeschreven eenheden die betrekking hebben op de taken en daaraan gerelateerde activiteiten van gemeenten waar baten en lasten mee gemoeid zijn. Elke gemeente dient jaarlijks in de jaarrekening te rapporteren op basis van deze indeling. Hierboven zijn de lasten per taakveld weergegeven uitgesplitst naar lasten per inwoner en het totaal van de realisatie. Hierin is voor bijna alle taakvelden een stijging vanaf 2020 te zien van de lasten per inwoner. Met name de kosten voor maatwerkdienstverlening zijn reeds relatief hoog. De geëscaleerde zorg 18- is de grootste stijger (17% tussen 2020 en 2021). Geëscaleerde zorg 18+ is de enige daler, hier lijkt een verschuiving van 18+ naar 18- te hebben plaatsgevonden. In 2021 stijgen de lasten (per inwoner) verder, deze toename wordt gedreven door Corona, toenemende complexiteit van de zorgvraag en de vergrijzing (Bron: Rijksoverheid). Gerealiseerde lasten | Op het moment van uitvoeren van het onderzoek waren nog geen jaarrekeningcijfers van 2022 beschikbaar. Aangezien er (blijkt uit de database van het CBS) grote verschillen zitten tussen de gerealiseerde en begrote lasten, achten wij de begrote lasten geen representatieve data voor uiteindelijke realisatie.
Hierdoor hebben wij ervoor gekozen de begrotingscijfers over 2022 niet mee te nemen in de analyse en zijn alleen de gerealiseerde lasten (t/m 2021) in beeld. Analyse in vergelijking met scope TIM SV | De uitkomsten schetsen een algemeen beeld van de ontwikkelingen binnen Jeugd en Wmo. Wij merken op dat de scope van de opdracht voor TIM SV beperkter is dan bovengenoemde taakvelden. Huishoudelijke hulp valt bijvoorbeeld buiten deze scope. Deze lasten zijn wel meegenomen in de hierboven gepresenteerde cijfers en kent de grootste impact van de invoering van het abonnementstarief. Dit is naar onze mening geen beperkende factor voor inzicht in landelijke trends.
32
1.3 Landelijke trends Landelijke trends op basis van de jaarrekeningen van de gemeentes met 60.000 tot 80.000 inwoners In onderstaande grafieken is het verloop van gerealiseerde lasten van vergelijkbare gemeenten weergegeven. Hierbij is de vergelijking gemaakt met de lasten per inwoner van de gemeente Stichtse Vecht (Bron: CBS). Hierbij valt op dat de totale gerealiseerde lasten voor de 60.000 tot 80.000 inwoner gemeenten voor alle relevante taakvelden zijn gestegen, met uitzondering van de wijkteams en de Geëscaleerde zorg 18+. Bij de gemeente Stichtse Vecht daalde de lasten per inwoner voor het taakveld geëscaleerde zorg 18-.
15
65.000
10 5
60.000
0
55.000
2020
2021
40
40.000
30
30.000
20
20.000
10
10.000 -
0 2017
200
400.000 300.000
100
200.000
50
100.000 2017
2018
2019
2020
2021
2020
250.000 200.000
100
150.000 100.000
50 0
2021
50
Per inwoner in €
500.000
Per taakveld x € 1000
Per inwoner in €
250
0
2019
300.000
150
50.000 2017
200.000
40
150.000
30
100.000
20
50.000
10 0
2017
2018
2019
2020
33
2021
2018
2019
2020
-
2021
6.82 Geëscaleerde zorg 18-
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
150
2018
-
Per inwoner in €
2019
50.000
Per taakveld x € 1000
2018
60.000
350.000
Per taakveld x € 1000
70.000
50
200
60
100.000
50
80.000
40
60.000
30
40.000
20
20.000
10 0
2017
2018
2019
2020
2021
-
Per taakveld x € 1000
20
70.000
Per inwoner in €
75.000
60
Per taakveld x € 1000
25
Per inwoner in €
80.000
Per taakveld x € 1000
Per inwoner in €
30
2017
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
6.6 Maatwerkvoorziening WMO
6.2 Wijkteams
1.3 Landelijke trends Trends in jongeren met jeugdhulp Waar in 2018 tot en met 2019 de Jeugd nog geleidelijk groeide, was in 2020 een daling in het aantal jongeren met Jeugd zichtbaar. Dit werd veroorzaakt door de Coronapandemie, waardoor zorg werd uitgesteld en jongeren de weg naar de jeugdzorginstellingen niet zochten. Als gevolg van Corona, werd in 2021 uitgestelde zorg geleverd en zijn de psychische klachten van jongeren toegenomen (Bron: CBS). Er is hierdoor een landelijk stijgende trend ten aanzien van het aantal jongeren dat jeugdhulp ontvangt in 2021 (6,2%). De grootste stijging kwam voort uit het aantal jongeren met verblijf, dit steeg in 2021 met 6,7% (tevens circa 90% van het totaal aantal jongeren in jeugdzorg). Naast het aantal jongeren in jeugdhulp, stijgt ook de duur van jeugdhulp per jongere. In 2018 ontving een jongere gemiddeld 337 dagen jeugdhulp. In 2020 en 2021 steeg dit respectievelijk naar 405 en 428 dagen (CBS, 2021). Over 2022 zijn de cijfers over de vraag naar jeugdhulp nog niet bekend. Echter, uit het kwartaal-onderzoek onder jongeren (Bron: RIVM) blijkt dat het aantal jongeren met psychische klachten, suïcidale gedachten en stress begin 2022 verder stijgt. Opgemerkt dient te worden dat er recent twee veranderingen zijn doorgevoerd in de verzameling en verwerking van de data over jeugdzorg van het CBS.
Dit leidt tot een trendbreuk in de uitkomsten over 2020 en 2021. Hierdoor wordt de vergelijkbaarheid van deze data verminderd (Bron: CBS). Dit heeft geen gevolgen voor conclusies verderop in deze rapportage. Per 1 januari 2022 is het woonplaatsbeginsel Jeugdwet ingevoerd. Hierdoor kunnen jongeren (financieel) onder de verantwoordelijkheid van een andere gemeente vallen (Bron: VNG). Dit leidt tot kostenverschuivingen van de ene naar de andere gemeenten. Voor de gemeente Stichtse Vecht pakt dit voordelig uit op basis van de in- en uitstroomgegevens vanuit de gemeente en TIM SV en een landelijke analyse op gemeenteniveau (bron). Daarnaast speelt de hervormingsagenda Jeugd. De uitkomsten van de discussie hierover tussen het Rijk en gemeenten, zullen van wezenlijke invloed zijn op de jeugdzorg de komende jaren. De hervormingsagenda had initieel 1 januari 2021 afgerond moeten zijn, maar staat tot op heden nog ter discussie. 500.000
100%
450.000
95%
400.000
90% 2017
2018
2019
2020
2021*
Zowel zorg in natura als persoonsgebonden budget Alleen persoonsgebonden budget Alleen zorg in natura Totaal
Jongeren met verblijf (x 1.000)
Jongeren zonder verblijf (x 1.000)
Jongeren met Jeugdhulp
Bron: CBS
350.000
100%
430 420 410 400 390 380 370
80% 60% 40% 20% 0% 2018
2019
Ambulant Wijkteam Totaal zonder verblijf
* Betreft de voorlopige resultaten over 2021
34
2020
2021
Netwerk jongere Daghulp Bron: CBS
100% 80% 60% 40% 20% 0% 2018
2019
Pleegzorg Gesloten plaatsing Totaal met verblijf
2020
2021
44,5 44 43,5 43 42,5 42 41,5 Gezinsgericht Overig Bron: CBS
1.3 Landelijke trends Trends in maatschappelijke ondersteuning TIM SV is ook (gedeeltelijk) verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo van de gemeente Stichtse Vecht. TIM SV is verantwoordelijk voor het aanbieden en/of organiseren van individuele begeleiding, groepsbegeleiding (dagbesteding) en kortdurend verblijf (ter ontlasting van de mantelzorger).
Invoering abonnementstarief | Op 1 januari is het abonnementstarief in de Wmo ingevoerd (vast tarief voor eigen bijdrage in plaats van inkomensafhankelijk) waardoor de instroom van cliënten in de Wmo is toegenomen in zowel 2020 als 2021. Verwacht wordt dat de toenemende vraag de komende jaren doorzet (Bron: VNG). De toenemende kosten als gevolg hiervan, worden echter met name in de huishoudelijke hulp waargenomen. Dit valt buiten de scope van TIM SV.
Veranderingen bevolking | Daarnaast wordt de stijging van de lasten van Wmo gedreven door onder andere de (dubbele) vergrijzing en de trend dat ouderen steeds langer thuis wonen waardoor er een toenemende vraag naar zorg en ondersteuning is ontstaan. (Bron: Rijksoverheid). In het coalitieakkoord, de woningmarktanalyse en de economische visie van de gemeente Stichtse Vecht is tevens beschreven dat zij ook met dubbele vergrijzing te maken hebben.
Veranderingen in de GGZ | Er is sprake van ambulantisering in de GGZ, waardoor vraag naar zorg en ondersteuning stijgt van mensen met psychische problematiek die thuis (blijven) wonen. Afgelopen jaren zijn de wachtlijsten in de GGZ gegroeid, waardoor de vraag naar maatwerkvoorzieningen in de Wmo stijgt (Bron: Rijksoverheid).
Bekendheid Wmo | De rijksoverheid beschrijft ook dat de toegenomen bekendheid van de gemeentelijke toegang in sommige gemeenten heeft geleid tot meer instroom naar de Wmo (Bron: Rijksoverheid). Dubbele vergrijzing
Grijze druk | Aantal 65-plussers t.o.v. aantal 20 tot 65-jarigen
60
25
50
20
40
15
30 20
10
10
5
0 1980 Bron: CBS
1990
2000 2010 Waarneming
2020 Prognose
2030
0 1980
2040
Bron: CBS
* Betreft de voorlopige resultaten over 2021
35
1990
2000 2010 65 tot 80 jaar 80 jaar of ouder
2020
1.3 Landelijke trends Inflatie als gevolg van nationale en geopolitieke ontwikkelingen OVA | Een ander belangrijk onderdeel van de kosten in de Jeugd en Wmo zijn de personele lasten. De indexering van de personele kosten gebeurt op basis van een percentage dat de overheid vaststelt: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). De OVA wordt berekend op basis van cijfers die het Centraal Planbureau publiceert. In onderstaande grafiek is te zien dat de OVA van 2020 tot en met 2021 daalde van 3,28% naar 2,01%, in 2022 steeg de OVA naar 4,42% en naar verwachting zal de OVA in 2023 verder stijgen. In de aanbestedingsfase is de prijsindex van de personele kosten gewogen op 80% voor de totale indexatie. PPC | Met ingang van 1998 worden voor zorginstellingen en beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg de materiële kosten en de investeringen in inventaris trendmatig aangepast op basis van het prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau. De inflatie wordt afgemeten aan de jaarlijkse verandering van consumentenprijzen. In 2021, ten tijde van de aanbesteding was de PPC 1,77%, terwijl deze in 2022 steeg naar 9,25%. In de aanbestedingsfase is de prijsindex van de materiële kosten op 20% gewogen voor de totale indexatie.
Toestroom vluchtelingen | Deze prijsstijgingen worden onder andere veroorzaakt door de oorlog in Oekraïne die sinds februari 2022 aan de gang is. Deze oorlog heeft daarnaast ook tot gevolg dat er een toestroom van vluchtelingen is in Nederland en in Stichtse Vecht. Deze vluchtelingen kunnen ook aanspraak maken op de Jeugd en Wmo voor onder andere traumaverwerking. Dit kan gevolgen hebben voor de toestroom van cliënten eind 2022 e.v.. De precieze omvang hiervan is nog niet bekend. OVA
Inflatie (CPI)
4,42% 4,74%
OVA
PPC
(weging
(weging
Gewogen
80%)
20%)
gemiddelde
2023*
4,74%
4,87%
4,77%
2022
4,42%
9,25%
5,39%
2021
2,01%
1,77%
1,96%
2020
3,28%
1,97%
3,02%
2019
3,42%
2,49%
3,23%
2018
2,96%
1,55%
2,68%
1
PPC
Aangaan partnerschapsakte
2,96%
3,42%
1
2
3,28% 2,01%
2,04%
5,00%
1
10%
2
4,00%
8%
3,00%
6%
2,00%
4%
1,00%
2%
0,00% 2017
2
2018
2019
2020
2021
2022
TIM SV operationeel
36
2023*
0% 2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023*
1.3 Landelijke trends Trends in de Jeugd en Wmo Vacaturegraad gezondheidszorg
CAO lonen en contractuele loonkosten (Gezondheidszorg)
okt-21
jul-21
apr-21
jan-21
jul-20
okt-20
jan-20
apr-20
jul-19
okt-19
apr-19
okt-18
jan-19
jul-18
apr-18
jan-18
jul-17
okt-17
jan-17
apr-17
apr-22
2
1
jan-22
50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0
Gezondheids- en welzijnszorg
Bron: CBS
4,5% 4,0% 3,5% 3,0% 2,5% 2,0% 1,5% 1,0% 0,5% 0,0%
134 132 130 128 126 124 122 120 118 116 2021 2e kwartaal
Bron: CBS
2021 3e kwartaal
2021 4e kwartaal
2022 1e 2022 2e 2022 3e kwartaal* kwartaal* kwartaal*
Indexcijfers|Cao-lonen per uur incl. bijz.beloningen Indexcijfers|Contractuele loonkosten per uur Ontwikkeling t.o.v. een jaar eerder|Cao-lonen per uur incl. bijz.beloningen Ontwikkeling t.o.v. een jaar eerder|Contractuele loonkosten per uur
Vacaturestijgingen | De vacaturegraad is het aantal openstaande vacatures per duizend banen van werknemers. In de bedrijfstak Gezondheids- en welzijn is vanaf april 2020 een stijgende trend te zien. In het eerste kwartaal van 2022 liep de vacaturegraad verder op van 42 (TIM SV operationeel) naar 45 (april 2022). In tijden van de aanbesteding was de vacaturegraad nog 32. Door de stijgende vacaturegraad is het aantrekken van voldoende formatie een steeds groter wordende uitdaging. In deze periode was TIM SV bezig met het aantrekken van extra personeel, waarvan zij aangeven dat dit geen gemakkelijke opgave was. Loonstijgingen | In het derde kwartaal van 2022 zijn de cao-lonen (per uur inclusief bijzondere beloningen) met 3% toegenomen ten opzichte van een jaar eerder. De contractuele loonkosten (cao-lonen en werkgeverspremies) stegen in het derde kwartaal met 4%. Hiermee ligt de ontwikkeling van de contractuele loonkosten hoger dan die van de cao-lonen in de Gezondheids- en welzijnbedrijfstak. De stijging van de vacaturegraad en de lonen vonden plaats in tijden van de implementatie en de eerste maanden van de uitvoeringsfase van TIM SV, waardoor dit een extra uitdaging heeft kunnen vormen voor TIM SV om de bezetting op peil te krijgen en de kosten laag te houden. Het einde van deze trend is nog niet zichtbaar. 1
Aangaan partnerschapsakte
2
TIM SV operationeel
37
1.3 Landelijke trends Regionale en lokale trends - ontwikkelingen voorveld YEPH | Per maart 2020 heeft de gemeente de essentiële functies bovenregionaal ingekocht bij YEPH. Sturing op de opdracht aan YEPH is tevens bovenregionaal georganiseerd. De werkwijze van Yeph kan echter gevolgen hebben voor de ontwikkelingen (in cliënten en kosten) binnen TIM SV. Volgens TIM SV heeft Yeph het aantal bedden afgebouwd. Wij hebben dit niet kunnen onderbouwen met documentatie. Echter, als het aantal bedden is afgebouwd, kunnen cliënten met complexe zorgvragen niet terecht bij Yeph en komen ze mogelijk bij TIM SV terecht. Dit leidt namelijk tot een verschuiving naar een ander soort verblijfsoort (bron: Trimbos).
De voorgenomen taakstelling van de gemeente op de vitale coalitie is in juli 2021 teruggebracht van 20% naar 5%. Deze ontwikkeling leidt ertoe dat op het voorveld minder bezuinigd wordt en een steviger voorveld behouden blijft.
Daarnaast is in de gemeenteraad van 8 november 2022 besloten om een taakstelling op de “Participatiewet” en op “Samenkracht en Burgerparticipatie” te laten vervallen. Hierdoor wordt het niveau van het voorveld niet verlaagd.
De financiering voor praktijkondersteuners (POH) Jeugd GGZ is structureel opgehoogd. De ondersteuning van de huisarts door een POH’er voorkomt verwijzingen naar de tweede lijn. Investeringen hierin, zouden de druk op TIM SV moeten verlichten.
Diverse investeringen in preventief aanbod voorveld, vanuit herstelagenda Corona en Nationaal Programma Onderwijs (nog deels te effectueren). Voorbeelden:
Voorveld | Een kwalitatief hoogstaand voorveld zorgt voor demping van de druk (cliëntenaantallen en kosten) op TIM SV. Bezuinigingen op het voorveld verhogen dit juist. Hieronder is beschreven welke ontwikkelingen op dit vlak in de gemeente Stichtse Vecht zich voordoen.
38
Inzet jongerencoaches Intensivering inzet jongerenwerk Extra ondersteuning ouders van jongeren Extra cursussen, trainingen voor kwetsbare groepen
1.3 Landelijke trends Hoe verhouden de trends binnen Stichtse Vecht zich tot de landelijke ontwikkelingen Op basis van de beantwoording van deelvraag 1.1 met betrekking tot de trends in Stichtse vecht, in relatie tot de landelijke ontwikkelingen op de voorgaande pagina’s, beantwoorden wij de vraag hoe de landelijke trends zich tot de ontwikkelingen binnen Stichtse Vecht verhouden. Voor het kwalificeren van de risico’s in het kader van de verantwoordelijkheidsverdeling is het relevant te weten of een bepaalde oorzaak alleen zichtbaar is binnen Stichtse Vecht of op landelijk niveau impact heeft
Overeenkomsten
Verschillen
Wij zien de volgende parallellen tussen de landelijke trends en de trends binnen Stichtse Vecht:
Wij zien ook enkele verschillen in de landelijke trends en de trends binnen Stichtse Vecht:
In de periode 2020-2021 toenemende kosten van Jeugd en Wmo
Er is geen dip waarneembaar in cliëntenaantallen in Jeugd in 2020 (t.o.v. 2019)
binnen Stichtse Vecht. Dit is landelijk wel het geval. De stijging binnen Stichtse Vecht was wel lager dan verwacht o.b.v. de uitnodiging tot inschrijving.
In de periode 2020-2021 toenemende cliëntenaantallen in de jeugdzorg Toename aantal cliënten in de Wmo (ca. 3% 2020 en 9% 2021 in SV)
Woonplaatsbeginsel Jeugdwet pakt voor diverse gemeenten nadelig uit.
Kostenstijgingen voor Jeugd zijn hoger dan voor Wmo (18- vs. 18+)
Voor Stichtse Vecht leidt de verschuiving van financiële verantwoordelijkheid tot minder kosten.
Een verschuiving van kosten en cliëntaantallen PGB naar zorg in natura Dubbele vergrijzing en daarmee de toenemende druk op de Wmo. Krapte op de arbeidsmarkt Stijgende zorgkosten (onderaannemers, inflatie)
39
1.4 Uitgangspunten projectplan en begroting Welke uitgangspunten heeft Timon gehanteerd voor raming van kosten in de onderverdeling van het budget? In deze deelvraag wordt antwoord gegeven op de vraag: “Welke uitgangspunten zijn door Timon (hierna TIM SV) gehanteerd voor de raming van de kosten in de onderverdeling van het budget naar uitvoeringskosten, het wijkteam, het specialistisch team en maatwerk (Jeugd en Wmo) in het plan van aanpak en begroting 2022?”. Op basis van de aanbestedingsdocumentatie en de partnerschapsakte is een budget beschikbaar van € 12,6 mln. In het plan van aanpak (pva 4. budgetbeheersing), onderdeel van de inschrijving van TIM SV, geeft TIM SV een uitsplitsing van het budget van € 12,6 mln. Op 11 oktober 2021 geeft TIM SV aan dat er € 1,5 mln. extra budget nodig is vanwege de “groeiende productie 2019-2021, vooral in het jaar 2021”. Naar aanleiding hiervan heeft TIM SV een begroting opgesteld ten bedrage van € 14,1 mln. Deze begroting “lijkt” (is niet dusdanig scherp verwoord in de documentatie) door de gemeente afgewezen, onder de vermelding “op moment dat blijkt dat meer geld nodig is, wordt dit door middel van toetsing beoordeeld”. In de uiteindelijke opgeleverde en formeel vastgestelde begroting over 2022 is door TIM SV op basis van het oorspronkelijke en vastgelegde budget van € 12,6 mln. gerekend.
De onderverdeling van budgetten in de drie genoemde documenten is in de tabel hiernaast weergegeven. Op basis van deze € 12,6 mln. zullen op basis van de uitnodiging tot inschrijving 2.153 cliënten geholpen worden. Dit komt neer op begrote kosten van € 5.852 per cliënt. Dit is lager dan de kosten per cliënt in 2020 en 2021, respectievelijk € 6.442 (10%) en € 7.199 (23%). De laatstgenoemde begroting vormt de basis voor de analyse van de uitgangspunten, gezien wij van de opstelling in het plan van aanpak geen inzicht in onderliggende analyse verkregen hebben en de begroting à €14,1 mln. niet formeel vastgesteld is. Wij kiezen er bewust voor om één document uit te lichten. Hierbij merken wij op dat ook in de rapportage over het eerste kwartaal en het tweede kwartaal verschillende onderverdelingen (m.b.t. jaarbudget) zijn opgenomen. Op de volgende bladzijdes wordt ingegaan op de uitgangspunten van deze begroting voor de uitvoeringskosten, wijkteams, specialistisch team en het maatwerk.
40
Begroting Plan van
2022
aanpak
(afgewezen Begroting
[Bedragen *€ 1.000]
2022
aanvraag)
2022
Wijkteams
€
3.750
€
3.225
€ 2.891
Specialistisch team
€
6.147
€
4.286
€ 3.049
Ingekocht maatwerk
€
2.704
€
6.589
€ 6.660
Totaal TIM SV
€ 12.600
€
14.100
€ 12.600
N.b.
€
-1.600
€ -1.600
€ 12.600
€
12.500
€ 11.000
Overhead uitvoeringsorganisatie Totaal budget voor zorgkosten Jeugdhulp 1.1 Zorg in Natura 1.2 PGB
#clienten 1.385 70
Wmo-begeleiding
#clienten
1.1 Zorg in Natura
618
1.2 PGB Totaal o.b.v. Uitnodiging tot Inschrijving Begrote kosten per client
80 2.153 € 5.852
In de tabel zoals aan de rechterkant opgenomen geeft een inzicht in de procentuele budgetverdeling uitgesplist naar zorgproductcode. Dit dient als basis voor de begroting. De percentages die hier zijn gehanteerd, zijn ook de basis voor de verdeling van cliënten. Deze percentages zijn een inschatting geweest van het aanbestedingsteam op basis van de beperkte informatie die zij toen tot hun beschikking hadden.
Ambulant Dagbehande PLZ ling
Opgemerkt dient te worden dat een cliënt gebruik kan maken van meerdere zorgproducten, waardoor de optelling van 3.531 cliënten in de wijkteams, specialistisch team en maatwerk geen uniek aantal cliënten weergeeft. Daarnaast is een deel van de cliënten zoals opgenomen in het totaaloverzicht per productsoort niet toebedeeld aan het type zorg (wijkteam, maatwerk, specialistisch team).
P1 Pleegzorg Jeugd D1 Specialistisch GGZ Jeugd D2 Dagbesteding Jeugd D3 Begeleiding groep WMO V1 Specialistisch GGZ Jeugd V2 Residentiele zorg Jeugd V3 Gezinshuis Jeugd V4 Crisiszorg Jeugd O1 Overig Jeugd O2 Overig WMO O3 wijkteams Maatschappelijk O4 werk O5 Corr LTA
15%
Incluzio
5% 50%
10%
10%
42%
20%
100%
835
111
€
105
4
100%
€
431
70
100%
€
767
236
100%
€
326
22
€
237
10
€
280
6
100%
100% 80%
20%
80%
20%
100%
€
7
6
€
669
33
€
508
184
€
1.454
N.B.
62%
€
267
N.B.
100%
N.B. 3.531
Timon
Overige
OA
Residentieel
Timon
DB
Leger des Heils
OA
Timon
OA
Timon
Leger des Heils
Profila
80% 50%
Pleegzorg
€
€ 12.600
41
Specialistisch team
Mentaal Beter
Budget Clienten 2022 totaal 2022 code Omschrijving Domein [*1.000] A1 Basis GGZ Jeugd € 172 299 A2 Specialistisch GGZ Jeugd € 2.736 945 Begeleiding jeugd A3 ambulant Jeugd € 2.448 550 18% Begeleiding A4 individueel WMO € 1.282 468 100% KinderA5 geneeskunde Jeugd € 76 246 Jeugd € 341 A6 EED
Incluzio
Type
verblijf
Aantal cliënten | De gegevens met betrekking tot cliënten en euro’s zoals de gemeente die in de aanbestedingsfase heeft aangeleverd, hebben het uitgangspunt gevormd voor de begroting 2022 voor TIM SV. Hierbij is uitgegaan van het aantal unieke cliënten van 2.153 als in de uitnodiging tot inschrijving vermeld.
Wijkteam
Overig
De begroting van TIM SV zoals opgeleverd is een fte-gebaseerde begroting en bevat alleen de personele kosten en kosten onderaannemers. Daarnaast zijn de kosten van de uitvoeringsorganisatie geraamd op € 1,6 mln. en verdeeld zoals in dit hoofdstuk weergeven.
OA
1.4 Uitgangspunten projectplan en begroting
100% 100% 38%
100%
1.4 Uitgangspunten projectplan en begroting Uitgangspunten wijkteam en specialistisch team Wijkteam| Het wijkteam wordt verzorgd door Incluzio middels een taakgerichte bekostiging vanuit Timon. Hierbij is het budget verdeeld, waarbij € 1.723k voor Ambulante hulp en € 1.168k voor het wijkteam en maatschappelijk werk beschikbaar is. Dit komt neer op een totaal van € 2.891k. Dit wordt ingekocht voor een bedrag van € 2.602k, waardoor een dekking van 10% ontstaat voor de lasten van de uitvoeringsorganisatie van Timon (zie uitvoeringsorganisatie). Daarnaast voert Incluzio nog een deel van de dagbesteding uit, dit wordt verder benoemd bij het maatwerk.
Wijkteam
Specialistisch team | Het specialistisch team wordt verzorgd door Timon zelf en de onderaannemers Mentaal Beter (MB), Leger des Heils (LdH) en Profila. Dit wordt gedaan middels een fte-bekostiging. Uitgangspunten hierin zijn: •1 Het budget betreft een verdeling van het beschikbare budget voor het specialistisch team op basis van percentages per zorgproduct, zoals benoemd op pagina 41.
Wijkteam &
[bedragen* € 1.000]
Ambulant Maatschw
Totaal
Budget
€
1.723
€
1.168
€ 2.891
Totaal kosten onderaannemers
€
1.550
€
1.052
€ 2.602
Financieel resultaat
€
172
€
117
10%
10%
10%
Clienten
567
n.b.
567
Profila
Totaal
€
245
€
3.049
Specalistisch team
1
[bedragen* € 1.000]
Timon
MB
LdH
Budget
€ 1.054
€ 1.506
€
245
€ 1.163
€
197
€
197
€
2.411
-62
€
-89
€
-14
€
-14
€
-180
183
€
183
€ 2.231
62
€
62
€
overhead
€
791
€ 1.074
€
Financieel resultaat
€
263
€
€
•4 Wegens de dekking van de uitvoeringsorganisatie is het totale budget voor het specialistisch team 5 Clienten met € 180k verlaagd ten opzichte van eerdere ramingen. Hierdoor is er in totaal € 2.131k beschikbaar voor het zorgverlening in het specialistisch team.
42
853
Totaal kosten incl. correctie
Marge
•5 In de begroting wordt rekening gehouden met een totaal van 1.098 unieke cliënten binnen het specialistisch team, waarbij 65% van deze cliënten door Mentaal beter wordt bediend.
289
Marge t.b.v. uitvoeringsorganisatie
2 Totaal kosten o.b.v. formatie € •2 De totale kosten worden berekend door het bedrag per fte te vermenigvuldigen met de formatie, af: tekort dekking overhead € zie [3]. 4 •3 Het budget is bepaald aan de hand van het aantal fte’s dat wordt ingezet in het specialistisch team. Hierbij is rekening gehouden met een bedrag van € 108,5k (HBO) en € 127,5k (WO).
€
Fte verdeling Totaal bedrag
432
818
25%
29%
25%
25%
27%
276
712
55
55
1.098
Timon
MB
LdH
Profila
3 Functie HBO
€
108.448,28
4,95
6,75
1,15
1,15
Functie WO
€
127.500,00
2,48
3,38
0,57
0,57
1.4 Uitgangspunten projectplan en begroting Uitgangspunten in maatwerk 1 Maatwerk | De verdeling van het budget voor maatwerk is gebaseerd op het aantal Maatwerk DagIngekocht cliënten op basis van de percentages zoals genoemd op pagina 41. De regie op het [bedragen* € 1.000] behandeling DB- incluzio ambulant Landelijk Transitie Arrangement (LTA) en overige casusregie, onderdeel van de scope van Budget 536 767 2.777 TIM SV is niet meegenomen in de begroting. Hier waren nog geen aantallen van bekend Totaal kosten ten tijde van het opstellen van de begroting. onderaannemers 509 767 2.638 1• Van het totale budget van circa € 6,7 mln. voor ingekocht maatwerk, wordt € 767k toebedeeld aan de dagbesteding. Echter, dit wordt ten tijde van het dit onderzoek nog uitgevoerd door onderaannemers waardoor dit budget wordt besteed aan onderaannemers in plaats van aan Incluzio. 2• Het budget van “overig Timon” betreft het budget voor de medewerkers die de toegang tot het wijkteam verzorgen. Dit betreffen dus geen onderaannemers 3• Het financiële resultaat van € 284k wordt gebruikt ter dekking van de kosten voor de uitvoeringsorganisatie.
43
2 Verblijf
Verblijf -
Verblijf -
Overig -
gezinshuis
Timon
Timon
Totaal
375
280
195
1.730
6.660 6.375
356
266
185
1.654
Financieel resultaat
27
-
139
19
14
10
76
284
Marge
5,0%
0,0%
5,0%
5,0%
5,0%
5,0%
4,4%
20,9%
Clienten
74
236
954
30
6
8
217
1.525
7.243
3.250
2.910
12.493
46.667
24.400
7.970
Gemiddelde kosten per client [in €]
3
1.4 Uitgangspunten projectplan en begroting Uitgangspunten in begroting dekking uitvoeringsorganisatie Uitvoeringsorganisatie | TIM SV heeft € 1,6 mln. voor de kosten uitvoeringsorganisatie geraamd. In de tabel hiernaast is weergeven hoe de dekking van € 1,6 mln. is vormgegeven. De dekking bestaat uit drie onderdelen: •1
•2
•3
Budget uitvoeringsorganisatie [Bedragen *€1.000] Budget uitvoeringsorganisatie
Incluzio betaalt € 486,5k mee aan de uitvoeringsorganisatie. Dit is vastgelegd in een (concept, nog niet getekend) dienstverleningsovereenkomst. Van de kosten voor de uitvoeringsorganisatie wordt circa € 638k gedekt door de marge van het specialistisch team (ST). Er wordt een extra verrekening van € 180k gemaakt binnen het budget van het ST (zie pagina 41).
1 bij: bijdrage door Incluzio 2 bij: bijdrage door specialistisch team
€
487
€
638
3 bij: te declareren bij gemeente SV (5% van € 5.892.720)
€
295
€
-180
€
180
€
-
Subtotaal tekort dekking budget uitvoeringsorg.
2 Via verrekening onderdeel budget speci.team
TIM SV heeft een bijdrage op het tekort van de uitvoeringsorganisatie aan de Gemeente Stichtse Vecht gevraagd van circa € 295k. Deze dekking wordt aan de gemeente toegerekend, omdat TIM SV aangeeft met de gemeente te hebben afgesproken dat zij geen bijdrage in de uitvoeringsorganisatie vraagt van de onderaannemers. Dit was initieel wel begroot, maar is in verband met de tariefdiscussie met onderaannemers geschrapt. In de ontvangen documentatie hebben wij geen besluit (goedkeuring noch afwijzing) op dit voorstel gezien. Ook niet voor de aanname dat de dekking niet doorberekend is in opdracht van de gemeente.
Totaal budget uitvoeringsorganisatie -/- dekking
44
€ -1.600
1.4 Uitgangspunten projectplan en begroting Uitgangspunten in begroting besteding uitvoeringsorganisatie In de aangeleverde begroting van TIM SV is geen verdeling van de besteding van de uitvoeringskosten van € 1,6 mln. beschikbaar. Initieel was er een budget van € 1.342k beschikbaar voor de uitvoeringsorganisatie. TIM SV heeft aangegeven dit budget te hebben verhoogd naar € 1,6 mln. Vanwege drie redenen:
Verplichting overname personeel gemeente, met hogere loonkosten dan begroot.
Arbeidsmarktproblematiek: meer inleen personeel noodzakelijk.
Veelzijdigheid en extra taken overgekomen van gemeente; Tim SV geeft aan dat dit meer is dan voorheen door beide partijen was voorzien (o.a. Rechtmatigheidscontrole, contacten SVB-bank, CBR-gegevens en BRP-check). Wij hebben niet kunnen verifiëren op basis van beschikbare documentatie of gemeente dit ook niet had voorzien.
Wij hebben op basis van de beschikbare informatie niet kunnen bepalen welk deel van de meerkosten door welke post in de begroting wordt veroorzaakt.
•
• TIM SV heeft ons aangegeven dat het budget voor de uitvoeringsorganisatie 4 € 1,6 mln. bedraagt. Op basis van de extrapolatie van Q3 komen we op een lager bedrag, hierdoor is een correctie van € 196k toegevoegd. •
De begrotingscijfers en realisatie t/m Q3 hebben wij van TIM SV ontvangen
•2
De begrotingscijfers en de prognose voor heel 2022 betreft een extrapolatie op basis van de gegevens t/m Q3
3
TIM SV heeft ons aangegeven dat de kosten van de verbouwing van de Safariweg hoger uitvallen, vanwege de prijsstijging in materialen en personeel
TIM SV heeft ons aangegeven naar verwachting € 1.675k te realiseren voor de uitvoeringsorganisatie. Daartoe hebben wij een correctie van -/- €16k opgenomen in de (geëxtrapoleerde) prognose van 2022. 1
2
1
2
Begroting Begroting Realisatie Prognose Budget uitvoeringsorganisatie
Huisvestingskosten IT kosten Personeelskosten Risico opslag PR kosten Overige kosten 3 Afschrijving verbouwing safariweg 4 Correctie conform uitgangspunten TIM SV Totaal
In latere documentatie die wij van TIM SV hebben ontvangen is de onderverdeling van de kosten voor de uitvoeringsorganisatie gegeven. Deze is hiernaast weergegeven. •1
Daarnaast is in de begroting rekening gehouden met een afschrijvingstermijn van 10 jaar, die in werkelijkheid 5 jaar zal bedragen. Deze worden pas in oktober met terugwerkende kracht vanaf 1 juli geboekt.
45
t/m Q3
€ € € € €
2022
182 € 160 € 411 € 270 € 30 €
€ € 1.053
t/m Q3
2022
243
€
167
€
222
213
€
129
€
171
548 €
613 €
818
360
€
270
€
360
40
€
41
€
54
€
18
€
25
€
41
€
-16
196
€ 1.600
€
1.238
€ 1.675
1.4 Uitgangspunten in projectplan en begroting Meerjarenbegroting en beoogde transformatie In dit onderdeel wordt ingegaan op de meerjarenbegroting uit het plan van aanpak. Deze is relevant voor inzicht in de beoogde transformatie. Opgemerkt dient te worden dat wij geen aansluiting hebben kunnen maken tussen de begroting 2022 als uitgewerkt op de voorgaande bladzijdes en de meerjarenbegroting van TIM SV voor de jaren 2022 – 2024. Wij hebben gedurende het onderzoek gemerkt dat door de huidige situatie de meerjarenbegroting ook geen “levend” document is binnen TIM SV. Echter de meerjarenbegroting geeft wel inzicht in de beoogde transformatie en is ten behoeve daarvan wel opgenomen in deze rapportage.
inverdien2022*
2023*
2024*
effect*
Wijkteam
€ 4.290
€ 4.541
€ 4.768
-€ 478
Specialistich team ambulant
€ 2.126
€ 1.948
€ 1.775
€ 351
Specialistische GGZ
€ 3.081
€ 2.576
€ 2.447
€ 634
Pleegzorg
€ 940
€ 940
€ 940
€0
Verblijf
€ 957
€ 833
€ 724
€ 233
Dagbesteding (incl overige)
€ 1.206
€ 1.049
€ 913
€ 293
€0
€ 714
€ 1.033
€ 12.600
€ 12.600
€ 12.600
€ 1.033
Mutatie €
Mutatie €
Mutatie %
Mutatie %
'22-'23*
'23 - '24*
'22-'23
'23 - '24
Wijkteam
€ 251
€ 227
6%
5%
Specialistich team ambulant
-€ 178
-€ 173
-8%
-9%
Specalisistische GGZ
-5%
Kostenstijging (index en groei) Totaal zorgkosten
In de meerjarenraming is te zien dat de kosten van het specialistisch team en maatwerk afnemen en de kosten van het wijkteam stijgen als gevolg van de transformatie. Inverdieneffecten | TIM SV verwacht in de komende jaren een transformatie in te zetten. Deze transformatie behelst een verschuiving van cliënten en kosten voor maatwerk (door onderaannemers) naar de wijkteams en eventueel eigen specialistisch team. Hierdoor zullen de lasten in totaliteit voor TIM SV lager worden en zogenoemde “inverdieneffecten” bewerkstelligd worden. Deze inverdieneffecten worden gebruikt om kostenstijgingen van circa 2,7% (indexaties en groei cliënten) te compenseren. In 2023 begroot TIM SV een inverdieneffect van € 714k, waarmee zij de kostenstijgingen van eenzelfde bedrag kunnen compenseren. Voor dit inverdieneffect wordt reeds in 2022 de basis gelegd. In 2024 wordt een verdere verschuiving verwacht waardoor het inverdieneffect in de periode t/m 2024 op € 1.033k wordt begroot. In de onderste tabel zijn deze verschuivingen weergegeven. In deelvraag 1.5 wordt verder ingegaan op deze transformatie.
-€ 505
-€ 129
-16%
Pleegzorg
€0
€0
0%
0%
Verblijf
-€ 124
-€ 108
-13%
-13%
Dagbesteding (incl overige)
-€ 157
-€ 136
-13%
-13%
Inverdien effecten
€ 714
€ 319
Kostendeel
Overname
2023
2024
Specialistich team ambulant
59%
15%
Specalisistische GGZ
59%
5%
5% naar spec amb
Verblijf
40%
13%
13% naar spec amb
Dagbesteding (incl overige)
40%
13%
13% naar wijkteam
* [Bedragen * €1.000]
46
Overname
15% naar wijkteam
1.5 Effecten transformatie in 2022 In hoeverre is in 2022 effect zichtbaar van ingezette transformatie? In deze paragraaf wordt ingegaan op de deelvraag:
“Is in 2022 in de werkelijke volumeontwikkeling (van maand tot maand), in aantallen en intensiteit, al een effect zichtbaar van de ingezette transformatie? Zijn de hierbij gehanteerde uitgangspunten voor de transformatie realistisch gezien de daadwerkelijke volumeontwikkeling (maand tot maand in 2022)?”
Voor beantwoording van deze deelvraag is duiding van de transformatie van belang. Wat behelst deze ‘transformatie’. Een scherpe omschrijving hiervan hebben wij niet in de documentatie kunnen vinden. Op basis van hetgeen hierover opgenomen in de documentatie brengen wij de transformatie terug tot ‘de beweging naar de voorkant’. Dus de transformatie heeft als doel om de inzet en verwijzing naar dure specialistische zorg te voorkomen. En door middel van preventie, laagdrempeliger zorg vroegtijdige en dichtbij aan te bieden. In dit kader: van onderaannemers die maatwerk leveren, naar begeleiding vanuit het wijkteam. Zoals ook in de uitgangspunten van de meerjarenraming benoemd. In het plan van aanpak van TIM SV is hierover opgenomen dat minimaal 75% van de begeleiding bij TIM SV beschikkingsarm uitgevoerd wordt in het wijkteam en minimaal 75% van de specialistische hulp ambulant wordt georganiseerd. Uit de volgende zinsnede blijkt dat dit niet een startpunt is voor de opdracht, maar een langetermijnambitie: “Door hier de eerste jaren intensief op in te steken, is het na negen jaar vanzelfsprekend om als wijk en gemeente breed samen te werken en te leren”.
47
In de Q2-rapportage geeft TIM SV het volgende aan met betrekking tot de transformatie:
Het aantal nieuwe aanmeldingen was groter dan verwacht. De focus lag op het goed kunnen bedienen van deze nieuwe aanmeldingen.
Om naast deze nieuwe aanmeldingen ook de focus te leggen om een 'getransformeerd aanbod bij onderaannemers' te ontwikkelen, was niet realistisch.
Met Incluzio is een trap-op constructie afgesproken, waarbij zij hun inzet in de loop van de jaren intensiveren (als onderdeel van de transformatie). Door deze constructie (en de opbouw van de wijkteams) geeft TIM SV aan steeds beter in staat te zijn om zelf behandeling en begeleiding te bieden. Deze hoeft dan niet meer bij onderaannemers afgenomen te worden.
Op 1 juli faseren 17 onderaannemers uit.
Op 1 januari faseren nog eens circa 15 partijen uit. Cumulatief is dit een afname van ongeveer 30% van het aantal onderaannemers ten opzichte van 2021.
Door de afname van het aantal onderaannemers, krijgt TIM SV beter grip (kleinere span of control) op de overblijvende onderaannemers en kan ze hierdoor bij hen beter sturen op de transformatie.
TIM SV verwacht vanaf Q3 een inverdieneffect hiervan te zien.
1.5 Effecten transformatie in 2022 In hoeverre is in 2022 effect zichtbaar van ingezette transformatie? In de Q2-rapportage is aangegeven dat de instroom vanaf maart stabiliseert bij De totale kosten en de kosten per cliënt in maatwerk laten een stijging van 1% onderaannemers (zie grafiek maatwerk). Dit is gevolg van de “trap-op constructie” zien, ondanks hogere inflatie en (waarschijnlijk) hogere complexiteit van zorg, (opbouw wijk-/ specialistisch team). Waardoor TIM SV meer behandeling en hieruit blijkt de transformatie. begeleiding zelf kan bieden i.p.v. afname hiervan bij onderaannemers, aldus TIM SV. Met de huidige inzichten geeft TIM SV aan dat de resultaten van de transformatie in de kosten zichtbaar worden in Q4 van 2022 en uiterlijk in Q1 van 2023. Ten tijde van het onderzoek is ook de Q3-rapportage van TIM SV gedeeld. Met deze rapportage kan een beter beeld geschetst worden van de ingezette transformatie in het Uit de analyse van kosten per cliënt (zie Trends Stichtse Vecht) blijkt dat derde kwartaal. Omdat de instroomcijfers van januari geen realistisch beeld geven van afhankelijk van de gehanteerde aannames en de uitkomsten van de prognoses de werkelijke instroom per maand (door initiële instroom in verband met de transitie en over 2022, sprake kan zijn van een inverdieneffect over 2022.
de boeggolf), is de instroom vanaf februari weergegeven in de grafieken op deze pagina. In de meerjarenbegroting valt af te lezen dat in 2023 (prognose) de inverdien In Q3 is het inverdieneffect (aangegeven in Q2-rapportage) echter nog niet zichtbaar. effecten zichtbaar worden. In 2022 dient daarvoor de basis gelegd te worden. Na navraag blijkt ook dat TIM SV voorgenoemde uitspraak in de Q2- rapportage Wij concluderen dat in aantallen cliënten een effect zichtbaar is van de ingezette achteraf te optimistisch vindt. transformatie. De gehanteerde uitgangspunten blijken met de huidige kennis In Q3 zien we wel een verdere daling van de instroom bij het maatwerk/ realistisch. Door de hogere cliëntenaantallen en de boeggolf is de snelheid onderaannemers (+/- 30 p.m.), terwijl de aantallen in het wijkteam en specialistisch waarmee het inverdieneffect hiervan zichtbaar wordt (714k in 2023) mogelijk niet team niet afnemen. Hieruit blijkt dat de transformatie inhoudelijk vorm krijgt. realistisch.
De (geprognotiseerde) kosten voor maatwerk zijn verder toegenomen in Q3 ten opzichte van Q2, dit betekent dat TIM SV verwacht meer cliënten dan vooraf gedacht bij onderaannemers te plaatsen. De lagere instroom bij onderaannemers werkt vertragend door in financiële resultaten, omdat kosten bepaald worden door het zittende cliëntenbestand. Om dit aantal (en daarmee de kosten) omlaag te brengen, dient eerst voldoende uitstroom plaats te vinden om het zittende cliëntenbestand (en daarmee de kosten) bij de onderaannemers te verlagen.
48
Instroom maatwerk
Instroom Specialistisch team
Instroom Wijkteam
Feb Mrt Apr Mei Jun Jul Aug Sep
Feb Mrt Apr Mei Jun Jul Aug Sep
Feb Mrt Apr Mei Jun Jul Aug Sep 0
20
40
60
0
20
40
60
0
100
200
300
1.6 Ingezette transformatie in prognose Is in de prognose in de Q2-rapportage rekening gehouden met de effecten van de transformatie? In deze paragraaf wordt antwoord gegeven op de volgende deelvraag: In welke mate is in de prognose van de kosten van maatwerk in de Q2 rapportage van TIM SV rekening gehouden met de beoogde en voor 2022 voorziene effecten van de transformatie?
In de Q2-rapportage is aangegeven dat de instroom vanaf maart stabiliseert bij onderaannemers (grafiek instroom onderaannemers). Dit is gevolg van de “trap-op constructie” voor het aannemen van nieuwe medewerkers (wijkteam en specialistisch team). Hierdoor is TIM SV beter in staat om zelf behandeling/begeleiding te bieden i.p.v. afname hiervan bij onderaannemers.
Er is in de realisatie nog geen financieel effect zichtbaar van de transformatie.
In de prognoses is dit afhankelijk van de gehanteerde aannames wel zichtbaar in de kosten per cliënt.
In de prognose van TIM SV in de Q2-rapportage worden twee scenario’s (prognoses voor resultaat 2022) geschetst. Deze zijn hiernaast weergegeven.
In scenario 1 wordt de aanname gedaan dat de situatie van het eerste half jaar wordt geëxtrapoleerd. Aangezien aangegeven is dat in het eerste half jaar geen mogelijkheid tot transformatie is geweest, is dat in de prognose van scenario 1 in het geheel ook niet het geval. In scenario 2 is het uitgangspunt dat meer zorg van onderaannemers overgaat naar het specialistisch team en het wijkteam. Dit is de kern van de transformatie en leidt ook tot een lagere prognose (€ 2,2 mln.). In dit geval concluderen wij dat in prognose 2 uit de Q2-rapportage rekening is gehouden met de effecten van de transformatie.
[bedragen * €1.000]
Wat wij hierbij opmerken is dat ook de kosten van het wijkteam en het specialistisch team lager zijn in het tweede scenario ten opzichte van het eerste scenario. Dit achten wij niet realistisch gezien het uitgangspunt van het scenario. Navraag bij TIM SV levert op dat niet zozeer “keuze” scenario’s zijn, maar mogelijke uitkomsten in resultaten (best en worstcase scenario’s).
49
Uit Q2 rapportage
Uit Q3 rapportage
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 1
Scenario 2
Inkomsten
€ 12.600
€ 12.600
€ 12.600
€ 12.600
Wijkeam
€
3.421
€
3.021
€
3.021
€
3.021
Specialistisch team
€
2.358
€
2.089
€
2.359
€
2.204
Maatwerk
€
14.400
€
12.960
€
15.893
€
14.304
Overhead
€
1.816
€
1.709
€
1.761
€
1.602
Totale lasten
€ 21.995
€ 19.779
€ 23.034
€ 21.131
Resultaat
€
€
€ -10.434
€
-9.395
-7.179
-8.531
Conclusie hoofdvraag 1: Oorzaken samengevoegd Wat zijn de oorzaken van de budgetoverschrijdingen Om de tweede hoofdvraag te kunnen beantwoorden, met betrekking tot de risico- en verantwoordelijkheidsverdeling, is het van belang de oorzaken van de overschrijding te duiden. Deze vormen de basis voor het toedelen van de verantwoordelijkheid. In antwoord op de voorgaande deelvragen zijn diverse oorzaken gepasseerd. Daarnaast zijn ook diverse financiële analyses gemaakt van de overschrijdingen. Op deze pagina brengen we deze elementen terug naar de kern van het vraagstuk: welke ontwikkeling heeft welk deel van de overschrijding veroorzaakt? Hierbij zijn drie categorieën onderscheiden. Gezien de complexiteit en verwevenheid van het vraagstuk, was het voor het kwantificeren van de oorzaken in bepaalde gevallen noodzakelijk een aantal uitgangspunten te formuleren. Wij hebben dit gedaan, in plaats van het niet geven van een kwantificatie, omdat het naar onze mening in het belang van beide partijen is om een zo gekwantificeerd als mogelijke analyse van de oorzaken te hebben. Op de volgende pagina worden de oorzaken gekwantificeerd, waarbij wij de gehanteerde uitgangspunten zo transparant als mogelijk hebben beschreven en weergegeven.
Ontwikkelingen die een kwantificeerbare oorzaak vormen voor de budgetoverschrijding Te laag startbudget op basis van laatste inzichten (realisatie 2021) Toename jaarlijks (unieke) cliëntenaantal Boeggolf Niet-begrote kosten voor cliënten met casusregie Geen dekking uitvoeringsorganisatie doorberekend aan onderaannemers Kostenontwikkelingen (Inflatie en tariefcategorieën onderaannemers) Hogere kosten verbouwing Safariweg
Ontwikkelingen die een niet-kwantificeerbare oorzaak vormen voor de budgetoverschrijding Toestroom vluchtelingen met zorgbehoefte als gevolg van Oekraïne-crisis: Toestroom op gang gekomen, effect nog niet waarneembaar. Separaat onderwerp van gesprek. krapte arbeidsmarkt, waardoor meer inleen noodzakelijk: Geen zicht op extra benodigde inleen als gevolg van krapte en het financiële effect van inleen. Kostenstijgingen in algemene zin zijn meegenomen in de kwantificeerbare oorzaken.
Ontwikkelingen die geen oorzaak vormen voor de budgetoverschrijding Woonplaatsbeginsel (Wpb) Jeugdwet: het Wpb pakt (financieel) positief uit voor de gemeente (des)investeringen in het voorveld: minder bezuinigd en wel geïnvesteerd in voorveld gemeente Vermindering bedden YEPH: niet als feit kunnen beschouwen en effect niet kwantificeerbaar Geen inverdieneffecten (transformatie) gerealiseerd: deze waren niet begroot in 2022
50
Conclusie hoofdvraag 1: Oorzaken samengevoegd
Boeggolf: € 313k – € 353k
Geen dekking uitvoeringsorganisatie doorberekend maatwerk: € 295k Initieel had TIM SV € 295k geraamd in het budget voor onderaannemers ter dekking van de uitvoeringsorganisatie Deze is niet doorberekend gezien reeds druk op de tarieven was Laag – uitkomst wijkt waarschijnlijk af van prognose, o.b.v. realisatie 2022.
€ 313k - € 353k
Toename aantal cliënten casusregie: € €0 - € 747k
In de aanbestedingsdocumentatie zijn geen cliënten met casusregie opgenomen Verklaring overschrijding: € 0 - € 747k (467 * € 1,6k) Uitkomst van deze range wordt bepaald door hetgeen genoemd in het risico hiervoor
Loon- en prijsindexaties: € 856k – € 967k
De algemene rekeneenheid voor de gemaakte kosten is kosten per cliënt In 2021 was dit €6,43k - € 7,26k Het geprognotiseerde cliëntenaantal in 2022 bedraagt 2.472 Indexatie 2022 bedraagt 5,39% (pagina 36) Kostenstijging per cliënt o.b.v. indexatie: € 346 - € 391 (€ 6,43k - € 7,26k * 5,39%) Verklaring overschrijding: € 856k – € 967k (€ 346 - € 391 * 2.472)
Hogere kosten verbouwing Safariweg: € 41k
€ 295k
De doorstroom uit 2021 is relatief laag t.o.v. voorgaand jaar De instroom in 2022 is hoger dan gebruikelijk (pagina 26) Reguliere doorstroom/instroom is 61/39. Bij verhouding 61/39 zouden 451 meer cliënten (prognose) zijn doorgestroomd uit 2021 en minder in 2022 ingestroomd Er is aangegeven dat bewust gestuurd is op afsluiten trajecten Wij hanteren de aanname dat 50% van 451 ontstaan is door niet-bewuste sturing op afsluiting van trajecten Daarnaast zijn 31 casussen vanuit Youké overgegaan naar TIM SV, deze hebben niet op de nullijst gestaan, maar zijn wel bekend (geen boeggolf) Daarmee kwantificeren wij de boeggolf op 195 cliënten: 50% van 451 – 31 Waarbij de uitgestelde zorg drie maanden is (¼ deel van het jaar) Verklaring overschrijding: € 313k - € 353k (€ 6,43k - € 7,26k * ¼ x 195 cliënten)
TIM SV heeft (prognose BDO) 467 cliënten die alleen casusregie ontvangen in 2022 Deze groep is niet opgenomen in begroting wegens gebrek aan informatie hierover (pagina 42). Deze groep is wel onderdeel van de scope van de opdracht van TIM SV De kosten voor het wijkteam bedragen circa € 3,2k per cliënt (pagina 28) Hierin zijn ook cliënten opgenomen die begeleiding ontvangen Wij hanteren de aanname dat kosten per cliënt (alleen) casusregie € 1,6k bedragen Verklaring overschrijding: € 0 - € 747k (467 cliënten * € 1,6k) In hoeverre TIM SV mocht aannemen dat dit cliëntenaantal nihil (of ander aantal) was, of dat het aantal slechts onbekend, maar wel onderdeel van de opdracht was, bepaald op welk bedrag van de range dit risico wordt ingeschat.
€ 747k
382 unieke cliënten meer in 2022 t.o.v. 2021 (pagina 25) Kosten per cliënt in 2021: € 6,43k - € 7,26k (pagina 27) Kwantificatie overschrijding in afstemming met partijen op PM gezet, vanwege: 1) onzekerheid in omvang van toename cliëntenaantal - verschil scope 2021-2022? 2) onvoldoende draagvlak hanteren kosten per cliënt 2021 ter kwantificatie 2022
PM
Toename jaarlijkse (unieke) cliëntenaantal: Pro Memorie (PM)
Niet opgenomen kosten door onbekendheid omvang casusregie: €0 - € 747k
€ 856k – € 967k
Realisatie 2021 bedroeg € 15.170k (pagina 22/26) Budget 2022 zou met deze kennis € 15.170k bedragen Verklaring overschrijding: € 2.570k
De kosten voor de verbouwing aan de Safariweg zijn hoger dan begroot Enerzijds prijsstijgingen, anderzijds kortere afschrijvingstermijn Kosten vallen € 6,8k per maand hoger uit dan begroot vanaf 1 juli Verklaring overschrijding: € 41k (€ 6,8k * 6 maanden)
Midden – kans is aannemelijk dat uitkomst afwijkt van prognose, o.b.v. realisatie 2022
51
Hoog – Belangrijke elementen van de prognose staan vast (o.b.v. realisatie cijfers) en kan op onderdelen afwijken van prognose.
€ 41k
Te laag startbudget op basis van laatste inzichten: € 2.570k
€ 2.570k
Geschatte gekwantificeerde oorzaken van de budgetoverschrijding op basis van geprognotiseerde bedragen en aannames BDO
Deel 2 : Toepassing van de risicoverdeling
Samenvatting hoofdvraag 2 Risicoverdeling van de budgetoverschrijding van TIM Stichtse Vecht
Hoofdvraag 2: Hoe moet de risicoverdeling, zoals vastgelegd in de partnerschapsakte en uitvoeringsafspraken, toegepast worden? Mate van zekerheid uitkomst o.b.v. gehanteerde aannames
Te laag startbudget op basis van laatste inzichten: € 2.570k
Hogere kosten verbouwing Safariweg: € 41k
Loon- en prijsindexaties >3%: € 380k – € 429k
Loon- en prijsindexaties <3%: € 477k – € 538k
Toename jaarlijkse (unieke) cliëntenaantal: PM
Niet gekwalificeerd
Boeggolf: € 313k – € 353k Toename aantal cliënten casusregie: € 0k – € 747k
Niet opgenomen kosten door onbekendheid omvang groep casusregie: € 0 - € 747k
Laag – uitkomst wijkt waarschijnlijk af van prognose, o.b.v. realisatie 2022.
Wettelijk risico: € 0,-
Geen dekking uitvoeringsorganisatie doorberekend aan OA’s: € 295k
Midden – kans is aannemelijk dat uitkomst afwijkt van prognose, o.b.v. realisatie 2022
Beleidswijzigingen: € 0,-
Hoog – Belangrijke elementen van de prognose staan vast (o.b.v. realisatie cijfers) en kan op onderdelen afwijken van prognose.
Beleidswijzing €0
Wettelijk risico €0
Marktrisico € 3.263k – € 4.099k (excl. PM)
Let op: Dit zijn geschatte bedragen (o.b.v. prognoses), de daadwerkelijke uitkomst kan afwijken van de weergegeven cijfers.
53
Ondernemingsrisico € 518k – € 579k
Niet gekwalificeerd € 295k – € 1.042k
2.1 Markt- en ondernemingsrisico’s Beïnvloedbaar (ondernemingsrisico) en niet-beïnvloedbaar (marktrisico) Samenvatting memo juristen gemeente en TIM SV
2.1 Wat is beïnvloedbaar (ondernemingsrisico) en niet-beïnvloedbaar (marktrisico) en een kwalificatie in het licht van de trends en de patronen in 2020-2022?
De termen beïnvloedbaar en niet-beïnvloedbaar zijn ondanks wat deze vraagstelling doet vermoeden, niet parallel te trekken aan ondernemingsrisico en marktrisico. Een ondernemingsrisico kan evenwel niet-beïnvloedbaar zijn voor een onderneming. Een marktrisico daarentegen is in ieder geval nietbeïnvloedbaar.
De relevante vraagstelling, in het kader van dit onderzoek en in het licht van de verantwoordelijkheidsverdeling, is de kwalificatie van markt- en ondernemingsrisico’s.
Voor beantwoording van deze vraagstelling hebben wij gesteund op het memo van de juristen van de gemeente en TIM SV d.d. 16-11-2022.
De samenvatting van dit memo is hiernaast weergegeven.
Gemeente heeft aan Timon* een vast budget verstrekt.
Er geldt een veiligheidsventiel op basis waarvan het budget kan worden aangepast. Dit kan slechts na analyse van de oorzaken en mogelijke oplossingen. Het doel is om zo veel als mogelijk binnen het budget te blijven.
Bij kwalificatie van oorzaken als ondernemingsrisico, zal de financiële verantwoordelijkheid in beginsel door Timon gedragen moeten worden.
Bij kwalificatie van oorzaken als marktrisico, wettelijk risico en beleidswijzigingen zal de gemeente deze verantwoordelijkheid in beginsel moeten dragen.
In het memo van de juristen wordt aangegeven dat de achterliggende bewoordingen van beïnvloedbaar en niet-beïnvloedbare (endo- en exogene factoren) wel duiding geven aan de kwalificatie van de risico’s en richting geven voor de indeling in ondernemings- en marktrisico.
Op de hiernavolgende pagina is de risico-indeling, als in het memo van de juristen beschreven, weergegeven, evenals de (in beginsel) risicodragende partij en voorbeelden van de betreffende risico’s
De gemeente is van mening dat ook in het geval van marktrisico’s, de financiële nadelen hiervan deels door Timon geleden moeten worden. Zij hebben een inspanningsverplichting om tóch binnen budget te blijven.
Timon erkent de inspanningsverplichting, maar geeft aan dat marktrisico’s in beginsel bij de gemeente zijn gelegd.
* In het memo van de juristen van de gemeente en TIM SV wordt gesproken over “Timon”, gezien dit formeel de juridische entiteit, de hoofdaannemer is. In onze rapportage spreken wij van TIM SV als het relevante label van Timon. In dit kader kan Timon gelezen worden als TIM SV. Waarbij aangemerkt dat Timon de formeel juridische partij betreft. TIM SV heeft geen aparte juridische status.
54
2.1 Risicocategorieën definities Definities uit de juridische memo (bijlage 3) Wettelijk Risico “wetswijzigingen Invoering woonplaatsbeginsel** die invloed hebben op de te leveren zorg en/of het beschikbare budget” (Uitvoeringsafspraken, p. 15).
Beleidswijzigingen Beleidswijzigingen
Terugbrengen voorzieningen voorveld waardoor minder inzet op Terugbrengen voorzieningen voorveld waardoor minder inzet op preventie mogelijk is “beleidswijzigingen van preventie mogelijk is gemeente die van invloed zijn op de te leveren zorg en/of het beschikbare budget” (Uitvoeringsafspraken, p. 15).