B6. Vergelijking BBOOR en verordeningen.pdf
Tekst van het document
Bijlage – Vergelijking BBOOR en verordeningen 24 juni 2024 Bijlage A – Voorschriften uit de Algemene plaatselijke verordening (2024) en de Verordening fysieke leefomgeving (2023)
A1.
Voorschriften uit de uit de Algemene plaatselijke verordening en de Verordening fysieke leefomgeving, voor zover betrekking hebbend op:
Boete in euro’s (2024)
APV- of VFL-artikel
Zonder vergunning/ontheffing op door het college of de burgemeester aangewezen openbare plaatsen gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek verspreiden dan wel openlijk aanbieden
160
Artikel 2.6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen (APV 2024) 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aanhuis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
1
A2.
A3.
A4.
Zonder vergunning/ontheffing op een openbare plaats als dienstverlener optreden of zijn diensten als zodanig aanbieden Zonder vergunning/ontheffing als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids ten behoeve van publiek optreden op door het college of de burgemeester aangewezen openbare plaatsen, waar dit niet is toegestaan
220
Artikel 2.8 Dienstverlening (APV 2024) Eerder vervallen.
220
Artikel 2.9 Vertoningen op openbare plaatsen (APV 2024) 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieuaangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
De weg of een weggedeelte anders gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, waardoor:
Artikel 2.1 Voorwerpen op of aan de weg (oud: art. 2:10 APV) (VFL 2023)
– aan de weg schade wordt toegebracht of kan worden toegebracht
280
– de bruikbaarheid van de weg wordt belemmerd of kan worden belemmerd
280
– het beheer of onderhoud van de weg wordt belemmerd of kan worden belemmerd
280
1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2
2. Het bevoegd gezag kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, reclame-uitingen en spandoeken. 3. Reclame-uitingen direct of indirect verbonden met openbare grond zijn verboden, met uitzondering van reclame aangebracht door houders van een concessie- of bruikleenovereenkomst met de gemeente. 4. Reclame-uitingen op en aan gebouwen en bouwwerken niet zijnde een gebouw, op particuliere grond zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied, zijn verboden tenzij ze rechtstreeks verband houden met de activiteit die op het perceel plaatsvindt. 5. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het verbod uit lid 4 een vergunning verlenen. 6. Indien houders van concessie- of bruikleenovereenkomsten voor reclame een omgevingsvergunning bezitten, is ontheffing op basis van de APV niet nodig. 7. Een vergunning voor het ophangen van spandoeken kan alleen worden verleend voor niet commerciële aankondigingen. 8. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene plaatselijke verordening Stichtse Vecht 2024; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17 van de Algemene plaatselijke 3
verordening Stichtse Vecht 2024; c. kleine objecten die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg worden geplaatst ten behoeve van (bouw)werkzaamheden. Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen ten aanzien van deze objecten. Het is verboden om zonder voorafgaande melding deze objecten op de weg te plaatsen; d. het maken en hebben van geveltuinen. Het college kan nadere regels stellen voor het maken en hebben van geveltuinen, en e. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 9. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. A5.
Zonder vergunning/ontheffing of anders dan de daarin gestelde voorwaarden de weg of een weggedeelte gebruiken anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan (bijv. terrasverbod, reclameborden)
280
Artikel 2.1 Voorwerpen op of aan de weg (oud: art. 2:10 APV) (VFL 2023) 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
4
a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Het bevoegd gezag kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, reclame-uitingen en spandoeken. 3. Reclame-uitingen direct of indirect verbonden met openbare grond zijn verboden, met uitzondering van reclame aangebracht door houders van een concessie- of bruikleenovereenkomst met de gemeente. 4. Reclame-uitingen op en aan gebouwen en bouwwerken niet zijnde een gebouw, op particuliere grond zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied, zijn verboden tenzij ze rechtstreeks verband houden met de activiteit die op het perceel plaatsvindt. 5. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het verbod uit lid 4 een vergunning verlenen. 6. Indien houders van concessie- of bruikleenovereenkomsten voor reclame een omgevingsvergunning bezitten, is ontheffing op basis van de APV niet nodig. 7. Een vergunning voor het ophangen van spandoeken kan alleen worden verleend voor 5
niet commerciële aankondigingen. 8. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene plaatselijke verordening Stichtse Vecht 2024; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17 van de Algemene plaatselijke verordening Stichtse Vecht 2024; c. kleine objecten die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg worden geplaatst ten behoeve van (bouw)werkzaamheden. Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen ten aanzien van deze objecten. Het is verboden om zonder voorafgaande melding deze objecten op de weg te plaatsen; d. het maken en hebben van geveltuinen. Het college kan nadere regels stellen voor het maken en hebben van geveltuinen, en e. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 9. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
6
A6.
Zich met een winkelwagentje op of aan de weg bevinden op meer dan de toegestane afstand van het bedrijf dat het winkelwagentje ter beschikking heeft gesteld
110
Artikel 2.23 Winkelwagentjes (oud: art. 2:14 APV) (VFL 2023) 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; b. en terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. 2. Het is verboden een winkelwagentje achter te laten op of aan een openbare plaats, anders dan op opstelplaatsen die daartoe door de rechthebbende zijn aangewezen. 3. Het bevoegd gezag kan gebieden aanwijzen waarbinnen bedrijven die 8 winkelwagentjes ter beschikking stellen verplicht worden op of aan een openbare plaats achtergelaten winkelwagentjes direct te verwijderen. 4. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
A7.
Als houder van een openbare inrichting na sluitingstijd zonder ontheffing/vergunning – die inrichting voor bezoekers geopend hebben
320
– in die inrichting bezoekers laten verblijven
320
Artikel 2.29 Sluitingstijd (APV 2024) 1. Openbare inrichtingen, a. zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 03.00 uur en 07.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 04.00 uur en07.00 uur, met dien verstande dat vanaf 02.00 uur geen bezoekers meer mogen worden toegelaten en aanwezige 7
bezoekers de inrichting om 03.00uur respectievelijk 04.00 uur moeten hebben verlaten; b. In afwijking van het bepaalde onder a. is het verboden een bij een inrichting behorend terras voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 24.00 en 07.00 uur. 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. Tevens kan hij door middel van een vergunningvoorschriftandere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevings-wet is voorzien. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. A8.
Zich als bezoeker in een openbare inrichting bevinden – na sluitingstijd
110
– gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn
110
Artikel 2.31 Verboden gedragingen (APV 2024) Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het 8
A9.
Een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is bekrassen of bekladden
160
A10.
Op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding dan wel met enigerlei stof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aanplakken of op andere wijze aanbrengen
160
Aanplakborden gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame
160
A11.
personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn op het terras. Artikel 2.42 Plakken en kladden (APV 2024) 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. Artikel 2.42 Plakken en kladden (APV 2024) 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; Artikel 2.42 Plakken en kladden (APV 2024) 6. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
A12.
Als houder van een schriftelijke toestemming niet voldoen aan de verplichting om op eerste vordering van een opsporingsambtenaar de schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats/dat gedeelte van een
110
Artikel 2.42 Plakken en kladden (APV 2024) 4. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op 9
diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
onroerende zaak ter inzage af te geven A13.
Op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap vervoeren of bij zich hebben
160
Artikel 2.43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke (APV 2024) 1. Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.
A14.
Op een openbare plaats klimmen of zich bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, heining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair
110
Artikel 2.47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen (APV 2024) 1. Het is verboden op een openbare plaats: a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
A15.
Op een openbare plaats zich ophouden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt
160
Artikel 2.47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen (APV 2024) b. zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
A16.
Zonder redelijk doel zich in een portiek of poort ophouden of in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw zitten of liggen
110
Artikel 2.49 Verboden gedrag bij of in gebouwen (APV 2024) 1. Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich in een portiek of poort of soortgelijk op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw of soortgelijk te zitten of te liggen. 10
A17.
Zonder redelijk doel zich anders dan als bewoner of gebruiker van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen of van publiek toegankelijke gebouwen bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw
A18.
(In of op) een portaal, telefooncel, wachtlokaal voor openbaar vervoer, parkeergarage, rijwielstalling of een andere voor het publiek toegankelijke ruimte – zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze ophouden
110
160 160
– verontreinigen 110 – voor een ander doel gebruiken dan waarvoor die ruimte bestemd is
A19.
Als persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college of de burgemeester aangewezen gebied alcoholhoudende drank bij zich hebben
110
Artikel 2.49 Verboden gedrag bij of in gebouwen (APV 2024) 2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw. Artikel 2.50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten (APV 2024) Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiektoegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages, overkappingen, schoolpleinen, tunnels, viaducten en fietsenstallingen. Artikel 2.48 Verboden drankgebruik (APV 2024) 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt vaneen door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, 11
blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. A20.
A21.
A22.
Als persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college of de burgemeester aangewezen gebied aangebroken flessen, blikjes e.d. met alcoholhoudende drank bij zich hebben
110
Op uren en/of plaatsen die door het college of de burgemeester zijn aangewezen zich met een fiets of bromfiets bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden, welke publiek trekt en kenbaar is aan de bezoekers van dit terrein
55
1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
– een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak,
Artikel 2.52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke (APV 2024) Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen winkelcentrum of terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het winkelcentrum of terrein. Artikel 2.57 Loslopende honden (APV 2024)
Als eigenaar of houder van een hond, deze laten verblijven of laten lopen op – een openbare plaats gelegen binnen de bebouwde kom zonder dat de hond is aangelijnd
Artikel 2.48 Verboden drankgebruik (APV 2024)
110
160
1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of 12
speelweide of op een andere door het college of de burgemeester aangewezen plaats – een weg zonder dat de hond is voorzien van een halsband die of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder van de hond duidelijk doet kennen – een weg zonder een deugdelijk middel dat is bestemd voor het verwijderen van uitwerpselen bij zich te dragen en/of dit middel niet op eerste vordering tonen aan de met het toezicht belaste ambtenaar – een door het college of de burgemeester aangewezen plaats buiten de bebouwde kom zonder dat de hond is aangelijnd A23.
Als degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, niet voldoen aan de verplichting ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd van die openbare plaats
110
110
speelweide of opeen andere door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond aangelijnd is; c. buiten de bebouwde kom op een sportpark of recreatieterrein in gemeentelijk beheer zonder dat de hond aangelijnd is; d. op een openbare plaats zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatie-merk dat de eigenaar of houderduidelijk doet kennen.
110 160
Artikel 2.58 Verontreiniging door honden (APV 2024) 1. Degene die zich met een hond binnen de bebouwde kom op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2. Degene die zich met een hond buiten de bebouwde kom begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond op een gedeelte van de weg (met uitzondering van de berm) dat bestemd is of mede bestemd is voor voetgangers of een sportpark of recreatieterrein in gemeentelijk beheer, onmiddellijk worden verwijderd. 3. Het eerste en tweede lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 4. Het eerste en tweede lid is niet van toepassing op de 13
eigenaar of houder van een hond a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. A24.
Als eigenaar of houder van een hond deze laten verblijven of laten lopen op een openbare plaats of op een terrein van een ander – terwijl na aanzegging van de burgemeester deze hond niet kort is aangelijnd
280
– terwijl na aanzegging van de burgemeester deze hond niet kort is aangelijnd en gemuilkorfd
280
– zonder dat deze hond is voorzien van een afleesbare microchip met uniek identificatienummer dat in verband met het gedrag van de hond is verstrekt
280
Artikel 2.59 Gevaarlijke honden (APV 2024) 1. Als het college een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijnen muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijnen muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen 14
scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 4. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn vaneen door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die meteen chipreader afleesbaar is. A25.
A26.
A27.
Als degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, niet voorkomen dat dit dier voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt
160
Als rechthebbende op herkauwende dieren, eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, niet voldoen aan de verplichting om zodanige maatregelen te treffen dat dit vee die weg niet kan bereiken
160
Consumentenvuurwerk gebruiken op een door het college of de burgemeester in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats waar dit gebruik verboden is
260
Artikel 3.4 Geluidhinder door dieren (VFL 2023) Degene die de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt. Artikel 2.62 Loslopend (pluim)vee (APV 2024) De rechthebbende op pluimvee en herkauwende en eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. Artikel 2.73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling (APV 2024) 1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
15
A28.
Op een openbare plaats consumentenvuurwerk gebruiken terwijl dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken
260
Artikel 2.73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling (APV 2024) 2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
A29.
A30.
A31.
Binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte doen buiten daarvoor bestemde plaatsen
160
Zonder ontheffing/vergunning buiten een daartoe bestemd kampeerterrein kampeermiddelen plaatsen of geplaatst houden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
160
De weg als slaapplaats gebruiken
160
Artikel 4.8 Natuurlijke behoefte doen (APV 2024) Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn/haar natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen. Artikel 4.2 Recreatief verblijf buiten (kamperen) (oud: art. 4:18 APV) (VFL 2023) 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het verbod een vergunning verlenen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.9 kan de vergunning worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een dorpsgezicht. 16
A32.
Met of voor een vaartuig een ligplaats innemen, hebben of beschikbaar stellen op een door het college of de burgemeester aangewezen gedeelte van een openbaar water waar dit niet is toegestaan 110 a. voor gezagvoerders/schippers 110 b. voor een ieder
A33.
Als bader of zwemmer in openbaar water zich zodanig gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden
160
Artikel 5.1 Ligplaatsen (oud: art. 5.25, lid 1, 2 en 3, APV) (VFL 2023) 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het bevoegd gezag aangewezen gedeelten van openbaar water. Artikel 5.30 Veiligheid op het water (APV 2024) (Eerder vervallen)
A34.
A35.
Zich zonder redelijk doel aan een vaartuig in openbaar water vasthouden, daarop klimmen of zich daarop of daarin begeven of bevinden
110
(Eerder vervallen) Artikel 2.26 Beperkingen verkeer in natuurgebieden (oud: art. 5:33 APV) (VFL 2023)
Zonder ontheffing/vergunning rijden of zich bevinden met een motorvoertuig/(brom)fiets of een paard binnen een voor publiek toegankelijk natuurgebied, park, plantsoen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen 160 a. voor bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen
160
b. voor bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen
110
c. voor bromfietsers en snorfietsers d. voor fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor A36.
e. voor overige weggebruikers Zonder daartoe bevoegd te zijn zich bevinden buiten wegen of paden, die liggen in/op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
Artikel 5.31 Overlast aan vaartuigen (APV 2024)
1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.
60 5. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het verbod een vergunning verlenen. 60
55
17
A37.
plantsoenen, groenstroken of grasperken Zonder ontheffing/vergunning met een voertuig rijden door een park/plantsoen of op een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook
-
a. voor bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen
160
b. voor bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen
160
c. voor bromfietsers en snorfietsers d. voor fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor
110
60
e. voor overige weggebruikers 60 A38.
A39.
A40.
Een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied anders dan tot doel van dagrecreatie Een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door zich als eigenaar of houder van een hond zich met die hond in een vastgestelde periode te bevinden buiten een aangewezen gebied, waar het verblijf van de hond is toegestaan Op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, al dan niet binnen een door het college of de burgemeester aangewezen gebied, softdrugs gebruiken
160 110
-
110
Artikel 2.74a Openlijk drugsgebruik (APV 2024) Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. 18
A41.
A42.
Zich ophouden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie
280
Zonder vergunning/ontheffing van het college of de burgemeester een openbare inzameling van geld of goederen houden of daartoe een intekenlijst aanbieden
160
Artikel 3.13b Straatprostitutie (APV 2024) Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie. Artikel 5.13 Inzameling van geld of goederen of ledenen donateur werving (APV 2024) 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of deindruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
A43.
Venten op door het college of de burgemeester aangewezen (verboden) openbare plaatsen
160
-
19
A44.
Venten op door het college of de burgemeester aangewezen (verboden) dagen of uren
160
Artikel 5.15 Ventverbod (APV 2024) 1. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. - Venten is op maandag t/m zaterdag toegestaan tussen 8.00 uur en 22.00 uur in de periode van 1 maart tot 1 oktober - Venten is op maandag t/m zaterdag toegestaan tussen 8.00 uur en 19.00 uur in de periode van 1 oktober tot 1 maart 2. Venten is op zondag toegestaan vanaf 12.00 uur. De eindtijd is gekoppeld aan genoemde periodes. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
A45.
Zonder vergunning/ontheffing van het college of de burgemeester op of aan de weg of openbaar water dan wel op een andere voor het publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats een standplaats innemen of hebben teneinde in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren, dan wel diensten aan te bieden
160
Artikel 2.9 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (oud: art. 5:18 APV en art. 5:20 APV) (VFL 2023) 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het bevoegd gezag weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:10 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of
20
b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 4. Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. 5. De weigeringsgrond uit lid 3 is niet van toepassing op bouwwerken. A46.
Een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg parkeren
450
Artikel 2.16 Voertuigwrakken (oud: art. 5:5 APV) (VFL 2023) 1. Het is verboden een voertuig dat rij-technisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.
21
Bijlage B – Milieu
B1.
Voorschrift uit de plaatselijke verordening en de Verordening fysieke leefomgeving (milieu), voor zover betrekking hebbend op: Zonder ontheffing/vergunning als particulier buiten een inrichting toestellen of geluidsapparaten in werking hebben of handelingen verrichten, waardoor voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt
Boete in euro’s
APV- of VFL-artikel
160
Artikel 3.5 Overige geluidhinder (oud: art. 4:6 APV) (VFL 2023) 1. Het is verboden buiten een inrichting om in de openbare ruimte en de private buitenruimte, toestellen, machines, technische installaties of muziekinstallaties in werking te hebben, waardoor voor de omgeving geluidshinder wordt veroorzaakt. 2. Van geluidshinder, zoals bedoeld in lid 1, is sprake als het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT, hoger is dan 45 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur, 40 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur en 35 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen van derden en op de grens van geluidsgevoelige terreinen. 3. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het verbod een vergunning verlenen en kan daarbij geluidsvoorschriften stellen die afwijken van de in lid 2 genoemde geluidsniveaus en/ of van de in lid 2 genoemde beoordelingspunten.
22
B2.
B3.
Artikel 2.27 Rookverbod in bossen en natuurterreinen (oud: art. 2:18 APV) (VFL 2023)
In/op bossen, heide, veengronden, duingebieden dan wel binnen een afstand van dertig meter daarvan: – roken gedurende een door het college of de burgemeester aangewezen periode
160
– in de open lucht brandende dan wel smeulende voorwerpen wegwerpen/laten vallen of liggen
320
In de open lucht vuur aanleggen, stoken of hebben
320
1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden, of andere natuurterreinen of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a. te roken gedurende een door het bevoegd gezag aangewezen periode; b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht. 3. Het verbod in het eerste lid, onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven. Artikel 3.9 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken (oud: art. 5:34, lid 1, 2, 3, 4 en 5, APV) (VFL 2023) 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. 23
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het verbod een vergunning verlenen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.11 kan de vergunning worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
24
Bijlage C – Voorschriften uit de Afvalstoffenverordening gemeente Stichtse Vecht 2017
C1.
Voorschrift uit de afvalstoffenverordening, het Besluit bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte of het omgevingsplan, voor zover betrekking hebbend op: Het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
Boete in euro’s
Artikel uit Afvalstoffenverordening (2017)
160
Artikel 4 Regulering van andere inzamelaars 1. Het is anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer. 2. Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3, tweede lid van overeenkomstige toepassing.
C2.
Het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
110
Artikel 6 Algemene verboden Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of c. achter te laten op een andere plaats dan de 25
inzamelplaats, bedoeld in artikel 5. C3.
Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen
110
Artikel 12 Aanbieden ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden, aan de inzameldienst over te dragen of bij de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5,achter te laten.
C4.
Buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht een afvalstof, een stof of voorwerp in de bodem brengen, storten, houden, achterlaten of anderszins plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu
450
Artikel 14 Dumpingverbod 1. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening; b. het composteren van huishoudelijk groente-, fruitof tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan; c. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; d. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de 26
Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit. 3. Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel. C5.
Het achterlaten van straatafval in de openbare ruimte
160
Artikel 15 Zwerfafval in de openbare ruimte 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen. 2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid inde openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde. 3. Het is verboden ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen.
C6.
Het doorzoeken of verspreiden van afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter inzameling gereed staan
160
Artikel 15 Zwerfafval in de openbare ruimte 3. Het is verboden ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te 27
schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen. C7.
Het achterlaten van zwerfafval bij vervoeren, laden of lossen van afvalstoffen
160
Artikel 17 Afval en verontreiniging op de weg 1.Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten. 2.Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt of diens opdrachtgever zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.
C8. C9.
C10.
Het op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van afvalstoffen Het door de eigenaar plaatsen van afvalbakken bij een inrichting voor het verbruiken van eet- en drinkwaren Het door de verspreider opruimen van weggeworpen reclamebiljetten of ander promotiemateriaal
280
-
160
-
160
Artikel 15 Zwerfafval in de openbare ruimte 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen. 2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in 28
weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde. 3. Het is verboden ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen.
29