Antwoorden op vragen commissie Bestuur en Financiën 2 december 2025 1.0.pdf
Tekst van het document
Antwoorden op vragen commissie Bestuur en Financiën 2 december 2025 Hieronder vindt de antwoorden op de technische vragen uit de commissie Bestuur en Financiën van 2 december 2025 bij de Participatieverordening, voor zover deze niet al mondeling in de commissie zijn beantwoord door de wethouder. A. Vragen SSV SSV heeft gevraagd waarom er 1) stapsgewijs wordt gewerkt aan het uitdaagrecht terwijl er al ervaring mee is opgedaan, bijv. adoptiegroen en zelfbeheer en 2) het staat ook in de vastgoednota, waarom is dat niet overgenomen in deze verordening? Ad. 1) Er is inderdaad ervaring opgedaan bij adoptiegroen en zelfbeheer. Bij ‘right to challenge’ zou dit vergelijkbaar vorm kunnen krijgen. Echter gaat ‘right to challenge’ in principe ook verder. We willen het stapsgewijs invoeren (conform ook de peilnota) om eerst meer ervaring op te doen en ook een beeld te krijgen wat voor en hoeveel initiatieven afkomen op de gemeente. Ad.
2 In de ‘Vastgoednota 2020’ van Stichtse Vecht is onder het ‘kopje’ Randvoorwaarden voor verkoop van vastgoed’ als 8e en laatste randvoorwaarde opgenomen: ‘Indien een pand vrij op de markt zal worden verkocht dan worden de inwoners van Stichtse Vecht voor de verkoop proactief in de gelegenheid gesteld gebruik te maken van de ‘Right to Challenge’ wat inhoud dat inwoners binnen een bepaald verband hard zouden willen maken voor de aankoop, beheer of onderhoud van het betreffende object’. Dit is scherp opgemerkt door SSV. Dit onderdeel is verder niet uitgewerkt in de ‘Vastgoednota 2020’. Binnen de context van de kaders uit de Vastgoednota en latere regelgeving (m.n. Didam-arrest) wordt dit vorm gegeven door het team Vastgoed. B. Vragen VVD 3. vraagt eenduidige terminologie te gebruiken, we spreken van fysiek domein, hier staat ruimtelijk domein. Ad. 3) De vraag heeft betrekking op artikel 4.h Het initiatief heeft betrekking op het ruimtelijk domein. Het domein waar deze initiatieven betrekking op hebben, heeft binnen de ambtelijke organisatie de naam ‘Ruimte’. 4. In artikel 2f staat het recht om een verzoek in te dienen bij het bevoegde bestuursorgaan, in het raadsvoorstel staat dat een verzoek wordt voorgelegd aan de directie, bij de begripsomschrijving bestuursorgaan onder 2g ontbreekt de directie? Waarom heeft de directie een rol? Mist rol burgemeester bij afhandeling.
Ad.4) Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de verordening en daarmee ook voor de behandeling van aanvragen in het kader van het uitdaagrecht. In het raadsvoorstel is beschreven dat de directie bij die uitvoering een belangrijke rol vervult. Een goed onderbouwd initiatiefverzoek wordt voorgelegd aan de directie, die beoordeelt of het initiatief voldoet aan de voorwaarden, niet boven de drempelwaarde uitkomt, het mogelijke grote maatschappelijke impact en/of grote risico’s met zich meebrengt. Afhankelijk daarvan wordt bepaald wie beslist op het verzoek (directie, college of gemeenteraad). Dit wordt niet in de verordening opgenomen. De verordening volgt de omschrijving zoals die in de modelverordening van de VNG is opgenomen. 5. In hoofdstuk 5 artikel 9 lid 3 onder d wordt de rekening niet vermeld terwijl deze in hoofdstuk 3 artikel 3 lid c. wel vermeld is. Moet deze in hoofdstuk 5 worden toegevoegd of kan deze in hoofdstuk 3 vervallen? Ad. 5) De modelverordening van de VNG heeft in deze artikelen het woord rekening niet opgenomen. Deze is per abuis opgenomen in hoofdstuk 3 bij artikel 3 lid c en zal bij de eerst volgende actualisatie van de verordening komen te vervallen.
C. Vragen Groenlinks 6. Een vraag over de formulering van hoofdstuk 1 artikel 3 lid 6 dat deze verordening niet van toepassing verklaart als er al andere regels gelden. Dit lid is niet opgenomen in de modelverordening van de VNG, wel in bijvoorbeeld de verordeningen van De Ronde Venen en Bodegraven-Reeuwijk. Daar is het op exact dezelfde wijze geformuleerd. Dit betreft bijvoorbeeld participatie in het kader van de Omgevingswet.