Accountantsverslag 2021.pdf
Tekst van het document
Accountantsverslag 2021 Gemeente Stichtse Vecht
Aan de raad van de gemeente Stichtse Vecht Postbus 1212 3600 BE MAARSSEN
Onderwerp Accountantsverslag 2021 Datum 14 juni 2022 Kenmerk 312019001.22.180
Geachte leden van de raad, Wij hebben de controle van de jaarrekening 2021 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Stichtse Vecht is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 19 mei 2021 hebben wij een aantal controlebevindingen reeds besproken met de wethouder financiën, de gemeentesecretaris, de concerncontroller en de Strategisch financieel adviseur. Bij de jaarrekening 2021 hebben wij op 14 juni 2022 een goedkeurende controleverklaring afgegeven voor het aspect getrouwheid. Voor rechtmatigheid hebben wij een afkeurende verklaring afgegeven. Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2021. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.
Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag (de was getekend-versie) te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V.
Was getekend: A. Booij RA
ValidSigned door A. Booij RA op 14-06-2022 Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.
Inhoudsopgave
Contact
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 2 De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag: Arie Booij
2. Financiële positie en resultaat ................................................. 7 3. Bevindingen eindejaarscontrole ............................................. 11
Tel: 06 – 1509 2689
4. Interne beheersing ................................................................ 21
Gert Scheele
5. Overige aangelegenheden ..................................................... 26
Tel: 06 – 1098 0213
6. Verplichte tabel SiSa .............................................................. 33
1.
Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij
312019001.22.180 - 1
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle
Met de opdrachtbevestiging van 2 november 2021 (kenmerk 312019001.21.245) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2021. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeente Stichtse Vecht. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle wordt verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het door de gemeenteraad op 5 maart 2019 vastgestelde “Controleprotocol jaarrekening gemeente Stichtse Vecht” en de Regeling Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2021. Tijdens de uitvoering van de oorspronkelijke controleplanning hebben zich geen wijzigingen van materieel belang in de reikwijdte voorgedaan. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2021 voldoende voor de doelstelling van onze controle.
Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het vastgestelde controleprotocol
De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben, sluit aan op het door de gemeenteraad op 5 maart 2019, met registratienummer Z/19/152066-VB/19/94439, vastgestelde “Controleprotocol jaarrekening gemeente Stichtse Vecht”. Het normenkader 2021 is met de Raadsinformatiebrief van 25 januari 2022 (kenmerk Z/21/256130) aan de raad ter kennisname aangeboden. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). In uw controleprotocol heeft u geen lagere marges vastgesteld. De bij onze controle van de jaarrekening 2021 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve:
Bron: jaarrekening 2021 Goedkeuringsmaterialiteit
Fouten
Onzekerheden € 1.654.000
€ 4.962.000
De gemeenteraad heeft in het controleprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 50.000.
312019001.22.180 - 2
Onze aanpak is gericht op risico’s
Voor de jaarrekeningcontrole 2021 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. De onderkende risico’s en aandachtspunten voor 2021 zijn: ▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
De voortgang van uw investeringsplanning en de beheersing kredieten, onder meer naar aanleiding van de impact van overschrijdingen op investeringskredieten in het rechtmatigheidsoordeel 2020. Grip op de naleving van de (Europese) aanbestedingsregel, mede als gevolg van afwijkingen in 2020 (€ 5.884.000) en eerdere jaren. De waardering en risico inschatting met betrekking tot lopende grondexploitaties (Flamgebouw Nigtevecht, Harmonieplein en Veenkluit Tienhoven), inclusief de geldende regels rondom het tussentijds winstnemen en de verantwoording van eventuele nieuwe exploitaties in 2021. De verantwoording en waardering van voorzieningen in relatie tot de aanwezigheid van actuele onderbouwingen en juistheid van berekeningen. Uw fiscale positie in het kader van de Vpb. “Management override of controls”. Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces. De specifieke aandacht voor dit risico is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor Stichtse Vecht. Wij hebben op dit moment geen indicaties dat dit zich heeft voorgedaan. Risico’s en onzekerheden in het sociaal domein, waaronder de afwikkeling van de over 2020 gerapporteerde onzekerheden (€ 447.000) en de uitkomsten van uw onderzoek naar de levering van zorg in 2021.
Uw afhankelijkheid van derden inzake de verantwoording en rapportage (Sociaal Domein, Belastingen en Inkomensregelingen). De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. De actualisatie van de (fraude-)risicoanalyse. De voortgang en status van de (noodzakelijke en gewenste) verbeteringen met betrekking tot de kwaliteit van de interne beheersing in relatie tot de af te geven rechtmatigheidsverantwoording door het college (over 2022).
Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘Bevindingen eindejaarscontrole’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.
312019001.22.180 - 3
De baten en lasten, alsmede Op basis van uw controleprotocol en normenkader hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente gecontroleerd. Hierbij zijn diverse afwijkingen geconstateerd: balansmutaties, zijn niet ▪ Afwijkingen van Europese aanbestedingsregels voor een bedrag van € 9.086.000. rechtmatig Onze conclusie is derhalve dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties, niet aan de rechtmatigheidscriteria voldoen. Overigens, als volgend jaar de collegeverantwoording van toepassing is, zou een dergelijke fout, mits goed toegelicht door het college in de jaarrekening, niet leiden tot een afkeurende verklaring bij de jaarrekening.
De jaarrekening voldoet aan Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Stichtse Vecht. Daarnaast vereisen zij van het college van burgemeester en wethouders het het BBV toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn.
De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Stichtse Vecht zijn uiteengezet in de jaarrekening 2021 in de toelichting op de balans, onderdeel ‘Grondslagen waardering van activa en passiva en resultaatbepaling”. In de jaarrekening 2021 hebben zich ten opzichte van 2020 geen wijzigingen van materieel belang voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die een aanzienlijke invloed hebben gehad op de baten en lasten en/of de financiële positie van de gemeente. Wij hebben het door het college van burgemeester en wethouders toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken
Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.
312019001.22.180 - 4
Goedkeurende controleverklaring voor getrouwheid. Voor rechtmatigheid geven wij een afkeurend oordeel
Wij zijn van oordeel dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2021 van de gemeente Stichtse Vecht een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2021 als van de activa en passiva van de gemeente geeft, in overeenstemming met het BBV. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2021 niet in alle van materieel belang zijnde aspecten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader, ter kennisname aan de gemeenteraad voorgelegd met de Raadsinformatiebrief van 25 januari 2022 (kenmerk Z/21/256130). De onrechtmatigheden hebben betrekking op afwijkingen van Europese aanbestedingsregels. Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door voorzitter en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.
312019001.22.180 - 5
2.
Financiële positie en resultaat
312019001.22.180 - 6
2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt in absolute zin en in relatieve zin af
In het Bbv, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten 2021 bedraagt € 7.149.000 nadelig. Per saldo is tussentijds € 9.051.000 aan de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2021 € 1.902.000 voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen.
Eigen vermogen (in € 1.000)
2021
2020
2019
2018
Eigen vermogen per 1 januari
53.282
50.071
45.398
42.703
-/- 9.051
820
-/- 2.940
1.364
1.902
2.391
7.612
1.331
-/- 7.149
3.211
4.672
2.695
46.133
53.282
50.070
45.398
Tussentijdse resultaatbestemming Gerealiseerd resultaat Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’) Eigen vermogen per 31 december
NB: door afronding op € 1.000 kunnen geringe afrondingsverschillen of afwijkingen van de jaarstukken ontstaan.
De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de stortingen in en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw gemeenteraad. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2021 24 % van het balanstotaal (2020: 26 % van het balanstotaal). Zowel in relatieve zin als in absolute zin is het eigen vermogen afgenomen. In de toelichting op balans bij het onderdeel eigen vermogen van
312019001.22.180 - 7
de jaarrekening geeft het college een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2021. Wij verwijzen u naar deze toelichting.
Resultaat 2021 is beïnvloed door reservemutatie(s)
Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Stichtse Vecht ook het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse stortingen in reserves. De stortingen in dan wel onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende: Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten
152.312
Totale lasten
159.461
Gerealiseerde saldo van baten en lasten (nadelig)
-/- 7.149
Af: stortingen in reserves
6.017
Bij: onttrekkingen aan reserves
15.068
Saldo mutaties reserves
9.051
Gerealiseerd resultaat (voordelig)
1.902
De exploitatie over 2021 laat een nadelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 7.149.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van € 1.831.000 nadelig. Dit is een “voordeel” van € 5.318.000. Het gerealiseerde voordelig resultaat ad € 1.902.000 is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Voor de verschillenanalyse verwijzen wij u tevens naar de toelichting op de programmaverantwoording (onderdeel “wat heeft het gekost”) en de toelichting op het overzicht van baten en lasten. 312019001.22.180 - 8
Het nadelige exploitatieresultaat 2021 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit Het college van vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf Weerstandsvermogen burgemeester en en risicobeheersing) heeft het college bepaald op € 12.152.000 (2020: € 12.107.000). De beschikbare weerstandscapaciteit is wethouders kwalificeert het derhalve ten opzichte van 2020 met € 45.000 gestegen. beschikbare weerstandsvermogen als In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft het college een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s. Deze cumuleren voor 2021 tot een bedrag van € 24.550.000 (2020 € 23.100.000).
Ten opzichte van 2020 is sprake van een stijging van de ruim voldoende om de gekwantificeerde risico’s. Op basis van een uitgevoerde risicosimulatie heeft het college bepaald dat de benodigde onderkende risico’s af te weerstandscapaciteit € 7.795.000 bedraagt (2020 € 6.706.000). Op basis van deze kwantificering lijkt het beschikbare kunnen dekken weerstandsvermogen toereikend te zijn. De inventarisatie van risico’s die in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing (in het jaarverslag) is opgenomen, geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, om zo de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen. Daarbij wordt een inzicht gegeven in de (naar de inschatting van het college) belangrijkste risico’s voor uw gemeente. Het college heeft op basis van deze risico-inventarisatie en de beschikbare weerstandscapaciteit geconcludeerd dat “het beschikbare weerstandsvermogen de gemeente in staat stelt de financiële effecten van de huidige bekende risico’s op te vangen en de financiële positie op peil te houden”. Voor meer gedetailleerde informatie over uw weerstandspositie, de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan verwijzen wij u naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van uw jaarstukken 2021.
Wij adviseren u bij de interpretatie van de gegevens in deze paragraaf ook rekening te houden met de (financiële) ontwikkelingen die zich in 2022 (zullen blijven) voordoen (denk bijvoorbeeld aan de afwikkeling van de impact van het coronavirus, de inflatie momenteel en de energietransitie die gaande is) en de actuele verwachtingen voor de komende jaren. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.
312019001.22.180 - 9
3.
Bevindingen eindejaarscontrole
312019001.22.180 - 10
3. Bevindingen eindejaarscontrole Oplevering was vertraagd, wij zullen het jaarrekeningtraject met de direct betrokken medewerkers evalueren
In constructief overleg met uw gemeente zijn we de eindejaarscontrole twee weken later gestart dan in eerste instantie gepland. Dit werd veroorzaakt doordat uw gemeente het opstellen van de conceptjaarrekening nog niet geheel had afgerond en omdat het opsteldossier nog niet voldoende onderbouwingen bevatte om een efficiënte en effectieve controle mogelijk te maken. Bij de start van de controle op 19 april, was een conceptjaarrekening beschikbaar en waren de werkafspraken door uw medewerkers deels afgerond. Voor een aantal posten in de jaarrekening, zoals de uitzettingen < 1 jaar en enkele SiSa-regelingen was het opleverdossier bij de start nog niet beschikbaar. De onderbouwing van de jaarrekeningposten (opsteldossier) was voor de opgeleverde posten over het algemeen van een acceptabel niveau, maar op onderdelen zien wij mogelijkheden tot verdere verbetering. Wij zien dat de druk bij de financiële afdeling groot is in het jaarrekeningtraject, wat enerzijds heeft geleid tot een vertraagde start, en wat anderzijds tijdens de controle nog heeft geleid tot correcties met een effect van € 1,3 miljoen positief op het resultaat. Deels komen deze correcties vanuit uw gemeente zelf, deels komen de correcties voort uit de accountantscontrole.
Wij willen benadrukken dat we de volledige medewerking gekregen gedurende dit traject en wij hebben op een constructieve manier met uw organisatie en medewerkers samengewerkt. Wij zullen het jaarrekeningtraject op een later moment met uw college en medewerkers evalueren om samen scherp te krijgen waar nog (aan beide kanten) ruimte voor verbetering mogelijk is.
Bewaak het ambitieniveau van uw investeringsplanning
In de jaarstukken is, in hoofdstuk 6, een overzicht van restantkredieten van lopende investeringen opgenomen. Van het aantal van 118 beschikbaar gestelde kredieten (totaal € 46,8 miljoen) is aangegeven wat de cumulatieve bestedingen (ultimo 2021 € 8,4 miljoen) zijn. Per krediet is tevens aangegeven wat de bestedingsruimte nog is (restant krediet), of het krediet in 2021 wordt afgesloten en of sprake is geweest van kredietoverschrijdingen. Op basis van onze beoordeling van de staat van kredieten stellen wij vast dat sprake lijkt te zijn van een zekere mate van “planningsoptimisme” waarbij de (politieke) ambities en de ambtelijke (beschikbare) capaciteit niet op elkaar aansluiten. Een aantal kredieten staat al langere tijd open en hebben vooralsnog een grote onderbesteding. Op basis van onze controle stellen wij ook vast dat er op 56 kredieten (nog) geen sprake is van uitgaven, terwijl in 2021 of eerder al wel lasten geraamd waren. Het lang open laten staan maakt de beheersing van uw investeringskredieten lastig en brengt een risico met zich mee dat kosten ten laste van kredieten worden gebracht, maar feitelijk betrekking hebben op een ander krediet. Overigens hebben wij op basis van onze controle geen aanwijzingen dat dit gebeurd is.
Daarnaast is het de vraag of, gelet op het lang open staan van kredieten en de voortgang van de realisatie, uw investeringsplanning (en daarmee de begroting) reëel is. Het stelselmatig niet realiseren van kredieten kan betekenen niet alleen dat uw planning niet gerealiseerd wordt, maar ook wordt in uw meerjarenbegroting (mogelijk) al wel rekening gehouden met kapitaallasten voor de 312019001.21.124 - 11
geplande investeringen. In dat geval heeft dit effect op de bestedingsruimte in uw begroting. Wij adviseren u om de realisatie van uw investeringsplanning mee te wegen in het vaststellen van toekomstige investeringsplannen.
Uw grondexploitaties zijn geactualiseerd
Een belangrijk risico dat wij onderkennen in het kader van de jaarrekeningcontrole is de waardering van de grondexploitaties. De grondexploitaties hebben ultimo 2021 een (netto) boekwaarde van circa € 428.000. De boekwaarde is ten opzichte van 2020 circa € 270.000 toegenomen. De toename van de boekwaarde (mutatie onderhanden werk) is het saldo van de gerealiseerde verkopen ad € 720.000 in 2021, de gemaakte kosten ad € 189.000, en de winstneming bij afsluiten van de exploitatie ban Flamgebouw Nigtevecht van € 801.000. Omdat de gemaakte kosten en de tussentijdse winstneming (deze wordt administratief gezien als een last) hoger zijn dan de verkopen, neemt de boekwaarde van de voorraad grond toe. De grondexploitatie is één van de posten die het meest gevoelig is voor de economische ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld een stagnerende vraag of dalende prijzen. Hierdoor kan het verwachte resultaat van een project (fors) afnemen of zelfs omslaan in een verwacht verlies, maar bij een voorspoedige realisatie van verkopen (voorlopen op plan) is juist weer sprake van een voordelig effect. Voor een nadere onderbouwing van de ontwikkelingen met betrekking tot de grondexploitaties verwijzen wij naar de paragraaf “Grondbeleid” in het jaarverslag. Daarin worden ontwikkelingen in de complexen, de prognoses voor de komende jaren en de mogelijke risico’s nader toegelicht.
De controle van de grondexploitatie vraagt veel aandacht, vanwege de (hoge mate van) schattingsonzekerheid die met de (waardering van de) jaarrekeningpost samenhangt. Wijzigingen in de uitgangspunten die bij het doorrekenen van grondexploitaties gehanteerd zijn veelal van (substantiële) invloed op de financiële uitkomst van de grondexploitatie. Ook hebben (op projectniveau) de nog te maken kosten en de nog te realiseren opbrengsten, inclusief de timing daarvan, mogelijk invloed op de waardering. Op basis van onze controle brengen wij het volgende onder uw aandacht: Flambouw Nigtevecht afgesloten in 2021 Omdat alle te verrichten werkzaamheden inmiddels zijn uitgevoerd en er geen opbrengsten meer gerealiseerd zullen worden, is de exploitatie van Flamgebouw Nigtevecht in 2021 afgesloten. Het resterende saldo van de exploitatie ad € 801.000 is als winst genomen in 2021. Het voordelige resultaat is toegevoegd aan de algemene reserve grondexploitaties. Aanpassing voorziening Harmonieplein en Veenkluit Tienhoven noodzakelijk Op basis van de actualisatie van de grondexploitaties Harmonieplein en Veenkuit Tienhoven heeft het college ingeschat dat het verwachte resultaat op beide exploitaties nadeliger uit gaat vallen. Voor de exploitatie Harmonieplein is daarom de reeds getroffen voorziening van € 288.000 verhoogd naar € 321.000.
Omdat de actualisatie van de grondexploitatie Veenkluit Tienhoven naar verwachting van het college ook een nadelig gaat opleveren, is voor deze exploitatie de voorziening aangepast met een bedrag van € 104.000 tot een bedrag van € 140.000. Wat wij momenteel breed zien in de praktijk is dat de geraamde kosten van investeringen momenteel niet toereikend zijn, omdat de vraag naar aannemers en het aanbod van bouwmaterialen momenteel voor aanzienlijke prijsstijgingen zorgt. Hoewel de resterende looptijd van de nu lopende exploitaties nog relatief kort is, kan het voorkomen dat de kostenstijgingspercentages die in de huidige plannen zijn opgenomen, in de huidige markt wellicht niet meer passend zijn. Bij de actualisatie in de jaarrekening 2021 is voor een aantal posten gerekend met een kostenstijging van 2% en sommige onderdelen zijn niet geïndexeerd. In de praktijk zien wij over het 312019001.22.180 - 12
algemeen dat (alle) kostenposten met een hoger percentage dan waar het college mee gerekend heeft, zijn toegenomen. Hogere nog te maken kosten kan betekenen dat het toekomstige resultaat nadelig beïnvloed wordt. In uw geval zou bij de complexen Harmonieplein en Veenkuit Tienhoven dit ook een nadelig effect op de getroffen voorziening hebben. Wij adviseren u om hier in de komende actualisatie en tussentijdse informatievoorziening rekening mee te houden. Overigens geeft het college aan dat prijsverschillen met een negatief effect, in de weerstandscapaciteit opgevangen kunnen worden. Onzekerheid urentoerekening grondexploitatie In 2021 is voor een bedrag van € 33.000 aan uren toegerekend aan de grondexploitatie. De urentoerekening is niet gebaseerd op een sluitende urenadministratie, waardoor sprake kan zijn van enige onzekerheid voor wat betreft het toegerekende bedrag. Daarnaast stellen wij vast dan in 2021 uitsluitend uren zijn toegerekend aan de exploitatie Harmonieplein. Wij adviseren u te onderzoeken of het wenselijk is om uren toe te rekenen op basis van een sluitende urenadministratie en wij adviseren u de urentoerekening stelselmatig toe te passen (alle complexen, voor zover daar tijd aan is besteed).
Verwerking Raadsbesluit Bisonspoor
Met het raadsbesluit van 31 januari 2018 heeft de raad besloten dat (in 2018) een bedrag van € 424.000 in de kapitaaldekkingsreserve Bisonspoor gestort zou worden, met als dekking een uitname voor hetzelfde bedrag uit de voorziening onderhoud wegen. In het toen geldende onderhoudsplan wegen was ruimte voor deze onttrekking. Recentelijk is intern geconstateerd dat dit raadsbesluit in 2018 niet verwerkt was. In de jaarrekening 2021 zijn daarom, op basis van het genoemde besluit, de storting aan de reserve en de onttrekking aan de voorziening alsnog verwerkt. Het wegenbeheerplan is recentelijk geactualiseerd. Daarbij is er geen rekening gehouden met deze onttrekking van € 424.000. Dit betekent dat er op de langere termijn, als het plan ten uitvoer wordt gebracht, een tekort in de voorziening zou kunnen ontstaan van € 424.000. Deze situatie is toegelicht in de jaarstukken op pagina 134. Wij adviseren het college toe te zien op de volledige verwerking van de raadsbesluiten. Overigens hebben wij de laatste jaren geen andere signalen van omissies op dit onderwerp.
Achterstand in bestedingen Uw gemeente heeft diverse subsidies ontvangen of toegekend gekregen in de afgelopen jaren, zowel vanuit het rijk (deels verantwoord via de SiSa-bijlage) als vanuit de provincie. Van diverse van deze projecten bestaat (soms als gevolg van het vertrek van diverse subsidieprojecten in het verleden betrokken medewerkers) niet in alle gevallen meer het inzicht bij u of er bestedingen hebben plaatsgevonden, en of het project überhaupt nog gaat worden uitgevoerd en afgewikkeld. Wel komen de deadlines voor het indienen van de definitieve verantwoording voor een aantal van deze projecten dichtbij of zijn al gepasseerd. Hieronder nemen wij enkele voorbeelden op van subsidieregelingen waarop wij gedurende onze controle bevindingen op hebben geconstateerd. ▪
Voor de SiSa-regelingen E20 (regeling stimulering verkeersmaatregelen 2020-2021) en C43 (regeling reductie energiegebruik woningen) zijn in de jaarrekening 2021 geen bestedingen verantwoord. Voor regeling E20 heeft u niet inzichtelijk of er bestedingen hebben plaatsgevonden, en wat de status is van dit project. Voor regeling C43 heeft uw gemeente aangegeven nog geen bestedingen te hebben gedaan. Volgens de beschikking dient het project voor 31 juli 2022 afgerond te zijn. In beide
312019001.22.180 - 13
▪
▪
▪
▪
gevallen zijn de vooruitontvangen voorschoten terecht verantwoord onder de overlopende passiva (vooruitontvangen subsidies). Met betrekking tot de projecten Koetshuis Maarssen, Boom&Bosch, Kerktoren Loenen en Kerktoren Nigtevecht heeft de gemeente inmiddels € 140.771 (OCW, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) aan subsidies vooruit ontvangen. De gemeente heeft geen zicht of er inmiddels bestedingen hebben plaatsgevonden. Er moet (volgens de beschikking) verantwoording worden afgelegd voor 30 april 2022. Dat is niet gebeurd. De vooruitontvangen subsidie is nu nog terecht verantwoord onder de kortlopende schulden. Wanneer de gelden niet besteed worden, zal het bedrag moeten worden terugbetaald. Voor een subsidie Lokaal maatwerk 2018 heeft de gemeente een subsidie ontvangen van € 84.000. De gemeente heeft in 2020 hiervoor uitstel voor de verantwoording en besteding gekregen. Vooralsnog is onduidelijk of er bestedingen hebben plaatsgevonden. Voor een subsidie inzake de Atlantische buurt gaat de gemeente ervan uit dat de bestedingen uiterlijk juni 2022 gerealiseerd moeten zijn. In de toekenningsbeschikking staat echter dat de subsidie moet zijn aangewend ter bekostiging van de activiteiten die in de subsidieaanvraag zijn beschreven gedurende de periode van 1 juni 2021 tot en met 20 december 2021.
Ook deze vooruitontvangen subsidie is nu nog verantwoord onder de overlopende passiva. Er is sprake van een viertal provinciale subsidies, waaronder het fietspad A2-Haarrijn en aanleg fietspad Safariweg, waarvan onduidelijk is of deze nog uitgevoerd gaan worden, en wat hiervan de status is. Voor deze subsidies is middels een beschikking wel subsidie toegekend, maar meestal nog geen voorschot ontvangen. Daarom is er nog geen bate geboekt, en is ook geen sprake van een overlopend passief.
Onze bevindingen worden bij meerdere subsidies op meerdere plaatsen in de jaarrekening gesignaleerd, en laten zien dat sprake is van een structureel gebrek aan inzicht in de voortgang van projecten. Door een hoog personeelsverloop lijken deze dossiers tussen wal en schip te zijn gevallen, en dus stil te liggen. Het financiële risico voor de jaarrekening is beperkt, omdat bij geen van deze subsidies al een subsidiebate is verantwoord. Als er al sprake is van een ontvangen voorschot, dan is deze verantwoord onder de kortlopende schulden. Wel leidt dit ertoe dat deadlines worden overschreden zonder dat daar vooraf inzicht in is, met het risico dat subsidies worden teruggevorderd. De gemeente loopt subsidiegelden mis, en op geplande projecten lijkt geen voortgang te worden geboekt. Dit ligt ook in lijn met onze constatering omtrent de investeringskredieten, waarbij de ambitie groter lijkt dan wat gerealiseerd wordt. Wij adviseren uw gemeente om op korte termijn alle inkomende subsidiestromen in kaart te brengen, deze subsidies te beleggen bij een verantwoordelijk dossierbeheerder en een intern controleur, en besluiten te nemen of projecten nog voortgang kunnen vinden. Waar nodig en mogelijk kan dan uitstel aangevraagd worden, en verkleint u het risico dat subsidies in zijn geheel terugbetaald moeten worden.
De naleving van de Europese aanbestedingsregels is een blijvend aandachtspunt
In het kader van de rechtmatigheidscontrole is het onder meer van belang dat u tijdig vaststelt dat aanbestedingen overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving zijn gedaan. Op grond van het normenkader zijn voor de rechtmatigheidscontrole de Europese aanbestedingen van belang. Uit de uitgevoerde (interne) controlewerkzaamheden voor de naleving van de Europese aanbestedingsrichtlijnen zijn in 2020 onrechtmatigheden vastgesteld voor een bedrag van € 5.884.000. Omdat ons oordeel reeds afkeurend was hebben wij geen 312019001.22.180 - 14
zelfstandig nader onderzoek naar eventueel aanvullende rechtmatigheidsfouten uitgevoerd. Intern is het onderzoek wel uitgebreid. Ook in 2021 is een uitgebreid intern onderzoek uitgevoerd naar de naleving van de Europese aanbestedingsrichtlijnen. De uitkomsten van dit intern onderzoek hebben wij betrokken in onze werkzaamheden. Dit leidt in 2021 tot een totale onrechtmatigheid van € 9.086.000. Hiervan is sprake van € 5.353.000 die al bekend waren in vorige jaren, maar zijn er dus ook afwijkingen geconstateerd van € 3.733.000 die hun oorsprong vinden in 2021. Gelet op de omvang van het totaalbedrag aan afwijkingen van Europese aanbestedingsrichtlijnen ad € 9.086.000 heeft dit effect op de strekking van de controleverklaring voor rechtmatigheid. Ons oordeel is op dit aspect afkeurend. Er zijn nog enkele dossiers die als onzeker worden gekwalificeerd voor een omvang van € 6 miljoen. Hier wordt op dit moment intern onderzoek gedaan door de afdeling inkoop. Vanwege het reeds afkeurende oordeel, hebben wij deze onzekerheid niet verder meer in onze controlewerkzaamheden betrokken.
Op basis van het beheerplan wegen 20212025 is de voorziening wegen gevormd en is de reserve onderhoud wegen opgeheven
In de jaarrekening 2019 is destijds de voorziening voor groot onderhoud wegen vrijgevallen, omdat er op dat moment niet langer een toereikende onderbouwing was voor deze voorziening. Met het resterende saldo wat destijds beschikbaar was voor meerjarig grootonderhoud aan wegen, heeft u toen aan de reserve onderhoud wegen gevormd. Deze reserve had per 1-1-2021 een saldo van € 8.570.000. In de afgelopen periode heeft het college het beheerplan wegen 2021-2025 opgesteld, wat vervolgens in de raad van 13 juli 2021 is vastgesteld. Op basis van het geactualiseerde beheerplan is in de jaarrekening 2021 vervolgens weer voorziening wegen getroffen. Aan de voorziening is het saldo van de reserve wegen ad € 8.570.000 toegevoegd en is een extra dotatie gedaan van in totaal € 2.555.000. Voor meerjarig onderhoud is daarmee een initieel budget beschikbaar van € 11.125.000, wat samen met de jaarlijkse dotatie van € 2.700.000 naar de inschatting van het college voldoende moet zijn om de kosten van het meerjarig onderhoud tot en met 2023 te kunnen dekken. In de periode dat het beheerplan wegen 2021-2025 werd opgesteld, heeft het college uiteraard ook onderhoud moeten uitvoeren. Er is echter gebleken dat door capaciteitsgebrek (zowel intern als extern) niet al het geplande onderhoud in 2020 en 2021 kon worden uitgevoerd.
Er is voor een bedrag van circa € 1,6 miljoen aan onderhoud doorgeschoven van 2020 naar 2021 en er wordt voor een bedrag van circa € 1,7 miljoen doorgeschoven van 2021 naar 2022. Een substantieel deel van het doorgeschoven onderhoud 2020 naar 2021 is overigens ook uitgevoerd, zo is ons medegedeeld. Wij adviseren u om een analyse, bijvoorbeeld in de vorm van een bureauactualisatie, uit te voeren en te beoordelen of het resterend doorgeschoven onderhoud wordt ingelopen en zo ja wanneer dat is en wat dat dan gaat kosten. Dat zult u vervolgens mee moeten wegen in de vraag of het huidige plan voortgezet kan worden, of dat een bijstelling noodzakelijk is. Het bekende knelpunt van capaciteitsgebrek binnen uw gemeente alsmede de krapte op de markt spelen hierbij een belangrijke een rol. Door regelmatig dergelijke analyses uit te voeren houdt u grip op de voortgang van het plan en kan deze blijven dienen als onderbouwing voor de getroffen voorziening. Wat momenteel speelt is dat het college niet goed kan inschatten wat de mogelijke impact is van 312019001.22.180 - 15
prijsstijgingen die zich voordoen in de markt voor aannemers en grondstoffen op de meerjarige dotatie aan de voorzieningen en de gewenste omvang van deze voorzieningen. Omdat het college deze impact vooralsnog niet goed kan inschatten, is het onzeker of de huidige dotaties voldoende zijn om de toekomstige kosten van onderhoud te kunnen dekken. Het college heeft deze onzekerheid adequaat toegelicht in de jaarrekening. Wij adviseren u zich door het college over de ontwikkelingen te laten informeren. Mocht uit de actualisatie van beheerplannen en de onderbouwing van het totaal benodigde bedrag blijken dat het meerjarig groot onderhoud meer gaat kosten dan waar u nu rekening mee houdt, dan moet dit prospectief, dus in de meerjarige dotatie, worden verwerkt, waarbij tevens geldt dat een voorziening in enig jaar niet negatief mag worden.
Onzekerheden in het Sociaal Domein
Het college is voor het vaststellen van de getrouwheid en rechtmatigheid van de geleverde zorg en de daadwerkelijke levering (mede) afhankelijk van de controle-informatie van zorgaanbieders. Het college heeft niet van alle zorgaanbieders volgens de afgesproken planning, de verantwoordingsinformatie ontvangen. Omdat het college de benodigde informatie niet (tijdig) heeft ontvangen, heeft zij niet vast kunnen stellen of de zorg in natura in alle gevallen ook daadwerkelijk, in overeenstemming met de geïndiceerde zorg, is geleverd. Daarnaast is in een enkel geval geen goedkeurende controleverklaring verstrekt bij de productieverantwoording van de zorginstellingen. De daaruit volgende onzekerheden bedragen in totaal voor Jeugd, WMO en PGB’s € 202.000.
Begrotingsrechtmatigheid is Naast de controle op de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening 2021, hebben wij de begrotingsrechtmatigheid gecontroleerd. adequaat toegelicht in de jaarrekening De toe te passen normen voor dit begrotingscriterium zijn gebaseerd op artikel 189, 190 en 191 van de Gemeentewet en moet door de gemeenteraad zelf nader worden ingevuld en geconcretiseerd. Dit gebeurt door middel van de begroting en via de verordening op het financieel beheer ex artikel 212 van de Gemeentewet. Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan de gemeenteraad, zodat deze tijdig (binnen het begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Een systeem met onvoldoende waarborgen voor tijdige melding aan de gemeenteraad van budgetoverschrijdingen heeft het risico in zich dat inbreuk wordt gemaakt op het budgetrecht van de gemeenteraad. Het begrotingscriterium is verder verfijnd en uitgewerkt in de Kadernota van de Commissie BBV. Een belangrijk uitgangspunt is dat het overschrijden van de begroting altijd onrechtmatig is, maar niet in alle gevallen hoeft te worden meegewogen in het accountantsoordeel.
Essentieel is dat de gemeenteraad nadere regels kan stellen wanneer kostenoverschrijdingen die worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten (1), kostenoverschrijdingen passend binnen het beleid (2) en
312019001.22.180 - 16
kostenoverschrijdingen bij openeinderegelingen (3) moeten meewegen bij het oordeel van de accountant. In die gevallen dat de gemeenteraad geen nader beleid stelt, geldt het uitgangspunt dat deze kostenoverschrijdingen door de accountant niet worden betrokken bij de beslissing of al dan niet een goedkeurende controleverklaring kan worden afgegeven. Deze kostenoverschrijdingen moeten dan wel goed herkenbaar in de jaarrekening zijn opgenomen. Daarnaast moet de accountant deze kostenoverschrijdingen – waarvan het college in de jaarrekening moet aangeven dat de gemeenteraad deze nog dient te autoriseren – in het verslag van bevindingen aan de orde stellen. Extra lasten die zijn gemaakt omdat extra opbrengsten daarvoor de ruimte bieden, terwijl deze extra lasten niet direct zijn gerelateerd aan de extra opbrengsten en waarbij de gemeenteraad nog geen besluit heeft genomen over de aanwending van deze extra opbrengsten, zijn onrechtmatig en tellen mee in het oordeel van de accountant. Dit is bij uw gemeente overigens niet aan de orde. Begrotingsafwijkingen werken door in de controleverklaring In totaal heeft uw gemeente € 146,7 miljoen aan lasten begroot na wijziging, tegenover € 159,6 miljoen aan werkelijke lasten in 2021. Dit is in totaal een overschrijding van € 12,8 miljoen (8,7%).
Aan baten had uw gemeente een bedrag van € 144,9 miljoen begroot na wijziging, tegenover € 152,3 miljoen aan werkelijke baten in 2021. Dit is in totaal een overschrijding van € 7,4 miljoen (5,1%). Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten komt daarmee op € 7,1 miljoen nadelig. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid moet gekeken worden naar de lastenoverschrijdingen op het niveau waarop de gemeenteraad de begroting autoriseert. In uw geval is dat op programmaniveau. Er is sprake van een overschrijding op het programma Bestuur, het programma Fysiek en het programma Sociaal. De totale overschrijding bedraagt € 14.190.000. Wij verwijzen voor een inhoudelijke en meer specifieke analyse van deze overschrijdingen naar het jaarverslag, waar per programma in het onderdeel “wat heeft het gekost” een toelichting op de baten en lasten is opgenomen en meer specifiek naar het hoofdstuk begrotingsrechtmatigheid van de jaarrekening, waar een analyse van de begrotingsafwijkingen en de begrotingsrechtmatigheid 2021 is opgenomen. De overschrijdingen zijn in te delen in de diverse categorieën, zoals ook genoemd in de kadernota van de Commissie BBV.
Zoals vermeld is elke lastenoverschrijding op een programma per definitie onrechtmatig, echter hoeft, op basis van uw afwijkingenbeleid, niet elke overschrijding door te werken in het rechtmatigheidsoordeel dat de accountant bij de jaarrekening geeft. Zoals blijkt uit de analyse van het college is op drie programma’s een begrotingsoverschrijding op de lasten te constateren, echter werken deze niet door in het accountantsoordeel. Wij hebben de analyses van het college gevalideerd en kunnen ons hiermee verenigen. Naast overschrijdingen van lasten, zijn ook op onderdelen meer baten gerealiseerd dan begroot. Over de baten rapporteren wij in deze paragraaf niet, omdat dit geen onderdeel uitmaakt van het criterium begrotingsrechtmatigheid zoals de richtlijnen voorschrijven.
312019001.22.180 - 17
De begrotingsrechtmatigheid omvat ook de overschrijdingen op investeringskredieten. Ook deze worden in het hoofdstuk begrotingsrechtmatigheid van de jaarrekening toegelicht. Ook die hier geconstateerde overschrijdingen werken niet door in het accountantsoordeel. Wij hebben de analyses van het college gevalideerd en kunnen ons hiermee verenigen. Wij verwijzen voor een inhoudelijke en meer specifieke analyse van de begrotingsafwijkingen naar de toelichtingen die zijn opgenomen in de jaarrekening in het hoofdstuk begrotingsrechtmatigheid. Hierin is een analyse van de (begrotings-)afwijkingen en de begrotingsrechtmatigheid 2021 is opgenomen.
Wet normering topinkomens (WNT)
De Wet normering topinkomens (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2021 van € 209.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. Met ingang van boekjaar 2018 dienen ook de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNT-verantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in het Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren.
In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht. De naleving van de anticumulatiebepaling maakt derhalve geen onderdeel uit van de controle van de accountant. De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. Bij de controle van de WNT-verantwoording 2021 stelden wij wel vast dat geen sprake was van een sluitende interne controle op de opgestelde WNT-verantwoording. Wij adviseren u om in het vervolg voordat de WNT-verantwoording voor controle wordt aangeboden zichtbaar interne controle uit te laten voeren. Wel was de oplevering van de achterliggende documentatie van voldoende niveau. In 2021 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2022 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2021 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking. 312019001.22.180 - 18
Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage
Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag in hoofdstuk 6 over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2021 onder SiSa vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. Wij merken op dat wij geen fouten of onzekerheden hebben geconstateerd die groter zijn dan € 125.000 (of groter dan de rapporteringsgrens) zoals voorgeschreven via de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa (en de door de gemeenteraad vastgestelde aandachtspunten jaarrekeningcontrole 2021). In overeenstemming met de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa is de tabel leeg als er geen bevindingen zijn.
Uitvoering M&O-beleid Tozo leidt niet tot bijzonderheden
Net als bij andere uitkeringen is het van belang dat alleen mensen die daar recht op hebben Tozo ontvangen en dat misbruik en oneigenlijk gebruik wordt tegengegaan. In de Nota Verwachtingen Accountantscontrole SiSa 2021 (bijlage 1) is opgenomen dat door de accountant over de opzet, het bestaan en de werking van het beleid tegen misbruik en oneigenlijk gebruik van de Tozo gerapporteerd moet worden in het verslag van bevindingen over 2021. De gemeente Stichtse Vecht heeft de uitvoering van de ToZo uitbesteed aan de gemeente Utrecht. Ten behoeve van de controle van de Tozo hebben wij auditinstructies verstrekt aan de accountant van de gemeente Utrecht. In het kader van de controle van de jaarrekening van uw gemeente, hebben wij de werkzaamheden van de accountant van de gemeente Utrecht, die op basis van deze instructie zijn uitgevoerd, en de uitkomsten daarvan, beoordeeld. Hieruit is gebleken dat de gemeente Utrecht een M&O-beleid heeft vastgesteld waarin getroffen interne-beheersmaatregelen, zoals de controle achteraf en de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van het Inlichtingenbureau, zijn opgenomen. Op basis van afspraken die u met de gemeente Utrecht gemaakt heeft voor de uitvoering van de Tozo, is het hiervoor genoemde beleid ook voor gemeente Stichtse Vecht van toepassing.
Er is vastgesteld dat de gemeente Utrecht het M&O-beleid heeft nageleefd, waarmee is voldaan aan deze kwalitatieve vereiste.
312019001.22.180 - 19
4.
Interne beheersing
312019001.22.180 - 20
4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Naar aanleiding van de interim-controle hebben wij een managementletter aan het college uitgebracht en een boardletter aan de raad. Voor een nadere duiding van onze opmerkingen en aanbevelingen uit de boardletter 2021 verwijzen wij daarnaar. Hieronder controle 2021 hebben wij de samenvatting uit de boardletter opgenomen.
312019001.22.180 - 21
Invoering rechtmatigheidsverantwoording (wederom) uitgesteld
Het ministerie van BZK heeft via de nieuwsbrief IBI (nummer 109, juni 2022) aangegeven dat de introductie van de rechtmatigheidsverantwoording uitgesteld wordt tot in ieder geval de jaarrekening 2023. Dit betekent dat vanaf dan onze controleverklaring alleen een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording die door het college in de jaarrekening wordt opgenomen) bevat. In onze managementletter en boardletter zijn wij, mede omdat toen nog de verwachting was dat de invoering per 2022 zou zijn, ingegaan op wat dit allemaal voor uw gemeente betekent. De belangrijkste punten hebben wij hierna samengevat en, waar noodzakelijk, aangevuld met recente ontwikkelingen: ▪
Vanaf het boekjaar 2023 moet het college van burgemeester en wethouders zichzelf over rechtmatigheid verantwoorden. In de jaarrekening dient daartoe de rechtmatigheidsverantwoording te worden opgenomen. In de paragraaf bedrijfsvoering kan een uitgebreidere toelichting op rechtmatigheidsbevindingen door het college worden gegeven: o Voor de rechtmatigheidsverantwoording heeft de commissie BBV een model tekst ontwikkeld. Met dit verplichte model moet het college zich verantwoorden over de rechtmatigheid, eventuele afwijkingen en onduidelijkheden. Relevant hiervoor is de “verantwoordingsgrens”. Dit is het bedrag, dat ligt tussen 0% en 3% van de lasten, inclusief toevoegingen aan reserves, waarboven afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording moeten worden gerapporteerd door het college van burgemeester en wethouders. Fouten en onduidelijkheden (zie verderop in dit onderdeel) worden niet bij elkaar opgeteld. o In de paragraaf Bedrijfsvoering moet vervolgens een toelichting worden gegeven op de afwijkingen en de maatregelen die het college van burgemeester en wethouders neemt om deze in de toekomst te voorkomen. Een rapporteringsgrens kan gebruikt worden om geconstateerde fouten die onder de verantwoordingsgrens vallen toch inzichtelijk te maken voor de gemeenteraad.
De gemeenteraad zou bijvoorbeeld kunnen bepalen dat deze afwijkingen door het college van burgemeester en wethouders moeten worden vermeld in de paragraaf Bedrijfsvoering. Door deze laatste afwijkingen in de paragraaf Bedrijfsvoering te rapporteren, informeert u de gemeenteraad over de kwaliteit van de interne beheersing en de uitkomsten daarvan. Meer hierover kunt u ook lezen in de Notitie Paragraaf bedrijfsvoering (augustus 2021) van de Commissie BBV. Voor zover wij hebben kunnen heeft de gemeenteraad met het vaststellen van de uitgangspunten van de rechtmatigheidsverantwoording (15 december 2020, Z/20/179801 - VB/20/96024) de verantwoordingsgrens bepaald op 3%. Een expliciete rapporteringsgrens is nog niet vastgesteld. Wij adviseren u dit op korte termijn te doen.
▪
Een belangrijke wijziging met betrekking tot het normenkader is dat vanaf boekjaar 2023, wanneer de wetswijziging wordt aangenomen, het normenkader expliciet door de raad moet worden vastgesteld. Wij adviseren u daar rekening mee te houden.
▪
De Commissie BBV heeft inmiddels de herziene kadernota uitgebracht (Kadernota rechtmatigheid 2022), waarin zij haar visie geeft over de invulling van het begrip rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording. Het doel is uiteindelijk dat uw gemeente zelfstandig de in de Kadernota rechtmatigheid 2022 benoemde rechtmatigheidscriteria (het begrotingscriterium, het M&Ocriterium en het voorwaardencriterium) afdekt. De Kadernota rechtmatigheid 2022 is daarmee vooral een belangrijk document 312019001.22.180 - 22
voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders geworden. In paragraaf 1.4 van de kadernota is een tiental stellige uitspraken gedaan en zijn zeven aanbevelingen gedaan. Deze worden in de kadernota verder uitgewerkt. Deze stellige uitspraken en aanbevelingen kunnen u helpen bij de verdere implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording binnen uw gemeente. Een aantal van deze stellige uitspraken en aanbevelingen willen wij graag onder de aandacht brengen: o
o o o
o
De kadernota 2022 introduceert het begrip ‘onduidelijkheden’. Dit begrip geeft aan dat er situaties zijn waarin het ook voor het college van burgemeester en wethouders niet duidelijk is of er rechtmatig gehandeld is. Deze moeten dan worden toegelicht en worden gewogen door het college van burgemeester en wethouders. In de kadernota wordt ook ingegaan op de toepassing van tolerantiegrenzen, afwijkingen en de weging hiervan. Deze begrippen zijn vooral van belang voor uw intern controleplan. De commissie adviseert ook fraude door eigen medewerkers toe te lichten in de paragraaf Bedrijfsvoering. Hierover heeft de Commissie BBV in de Notitie Paragraaf bedrijfsvoering (augustus 2021) meer geschreven. De invoering betekent eveneens dat de verordeningen 212, 213 en het normenkader moeten worden geactualiseerd. Ook moeten afspraken worden gemaakt of herzien met de accountant. Hierbij moet u vooral denken aan de scope van de interne controle (getrouwheid versus rechtmatigheid), de documentatie van de uitgevoerde interne controles en de planning van de interne controle. U beschikt over een Intern Controleplan 2021, deze moet voor 2022 geactualiseerd worden.
Het intern controleplan, de daarin opgenomen risicoanalyse en de tijdige uitvoering van de geplande interne controles, zijn belangrijke randvoorwaarden om in 2024 een rechtmatigheidsverantwoording op te kunnen stellen met betrekking tot boekjaar 2023. Bij aan derden uitbestede werkzaamheden is het belangrijk als gemeente zelf zekerheid te krijgen over de rechtmatigheid. De wijze waarop dat kan is in de kadernota uitgewerkt. Uw gemeente heeft overigens in dit verband geen werkzaamheden aan derden uitbesteed.
Wij adviseren u overigens om (voor zover u dit nog niet heeft gedaan) kennis te nemen van de Kadernota rechtmatigheid 2022. Deze kadernota kan ondersteunend zijn aan het verder vormgeven aan de invulling van de rol van verschillende actoren binnen uw gemeente. Wij zien de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording als een uitgelezen kans om de interne beheersing op een nog hoger niveau te krijgen. Hierna hebben wij de wijzigingen samengevat en gevisualiseerd.
312019001.22.180 - 23
Een goede onderbouwing van de rechtmatigheidsverantwoording is ons gedeeld belang. De accountant moet straks immers verklaren dat de door het college van burgemeester en wethouders afgegeven rechtmatigheidsverantwoording getrouw is. Wij zijn als uw accountant dus in belangrijke mate afhankelijk van de (interne controle) werkzaamheden van het college van burgemeester en wethouders. Uiteraard maken wij hier graag gebruik van en willen wij graag samen blijven optrekken om tot een goede invulling van de rechtmatigheidsverantwoording te komen. De jaarlijkse beoordeling van het intern controleplan van het college van burgemeester en wethouders, de door haar uitgevoerde risicoanalyse en de beoogde interne controle aanpak zullen wij diepgaand met elkaar bespreken. Een belangrijke verandering ten opzichte van voorgaande jaren is, dat wij dit vooral vroegtijdig, meer concreet in het eerste of tweede kwartaal willen doen. Het doel is uiteindelijk dat uw gemeente geheel zelfstandig de 3 rechtmatigheidscriteria, begrotingscriterium, M&O-criterium en voorwaardencriterium, afdekt en dat wij door goede afspraken aan de voorkant kunnen volstaan met een marginale review achteraf. Dan is het in onze optiek logisch dat wij vroeg in het jaar met elkaar in gesprek zijn. De manier waarop u nu de interne controle uitvoert, biedt hiervoor een goede basis.
Wij adviseren u de noodzakelijk vervolgstappen te zetten. In dit kader hebben wij eerder de volgende elementen benoemd: besluitvorming bestuur (verantwoordingsgrens, rapporteringsgrens, tolerantie en normenkader) voorbereiden; uitwerking rechtmatigheidscriteria, in kaart brengen relevante wet- en regelgeving, uitvoeren risicoanalyse (wat kan er misgaan en wat is de impact hiervan), relevante beheersmaatregelen identificeren en het bepalen van gegevensgerichte detailcontroles (afdekken restrisico) en opstellen van werkprogramma’s waar nodig. Wij verwijzen u verder graag naar onze boardletter van 23 december 2021.
312019001.22.180 - 24
5.
Overige aangelegenheden
312019001.22.180 - 25
5. Overige aangelegenheden Geen meningsverschil met het college van burgemeester en wethouders
Er zijn geen meningsverschillen met het college van burgemeester en wethouders geweest en er waren geen beperkingen bij de uitvoering van onze controle. Naar onze mening is ons bij de uitvoering van onze controleopdracht door het college en de medewerkers van uw gemeente de volledige medewerking verleend en hebben wij volledige toegang tot de benodigde informatie gehad.
Bevestigingen van het college van burgemeester en wethouders ontvangen
Wij hebben namens het college van burgemeester en wethouders een ondertekende schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen.
Naleving van wet- en regelgeving
Wij hebben geen kennis van te rapporteren omstandigheden in verband met het niet-naleven van wet- en regelgeving met uitzondering van de bevindingen die elders in het rapport zijn opgenomen ten aanzien van Europese-aanbestedingen.
Betrouwbaarheid en continuïteit van de automatiseringsomgeving
Onze jaarrekeningcontrole is gericht op het geven van een oordeel omtrent de jaarrekening zelf en is niet primair gericht op het doen van uitspraken omtrent de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking als geheel of van onderdelen daarvan. Onze bevindingen daaromtrent raken dan ook slechts die onderdelen die wij onderzocht hebben in het kader van de jaarrekening, wat wil zeggen dat wij ter zake geen volledigheid pretenderen. Uit de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn geen bijzonderheden gebleken waarop wij u via deze rapportage willen attenderen.