A 13.1 VVD e.a. - APV inzake Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat.pdf
Tekst van het document
Amendement Reg. Nr. A 13.1. Agendapunt: 13. 8e wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Onderwerp: “Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat” De raad van de Gemeente Stichtse Vecht in vergadering bijeen op 26 januari 2021. Ondergetekenden stellen het volgende amendement voor en de APV als volgt aan te passen: 1. Toe te voegen een nieuw artikel 2:80 onder afdeling 11 ‘Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat’. Artikel 2:80 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1.In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2.De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is.
Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 3.Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. indien niet voldaan is aan de bij of krachtens lid vijf en zes gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; f. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. 5.De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder; b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder; e.
een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; f. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. 6.Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. 7.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of c. de voorwaarden uit de vergunning of de plichten voortvloeiend uit dit artikel niet worden nageleefd; of d. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of e. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of g.
er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of h. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of i. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of j. de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan. 8.Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen. 9.Het is een ieder verboden een overeenkomstig het achtste lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 10.De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
11.De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet. 12.Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 13.De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden. 14.In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is. 15.Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Namens de fracties VVD
Samen Stichtse Vecht PvdA
Babet de Vries
Riëtte Habes
Lokaal Liberaal
Joseph Toonen Onno Tijdgat
Streekbelangen Karin van Vliet
Toelichting behorende bij amendementen 31.1 en 13.2: In het kader van ‘intensivering handhaving(-sinstrumenten) tegen ondermijning’ is een tweetal amendementen ingediend inzake bijzondere bevoegdheden van de burgemeester en vergunningplicht voor kamerverhuur. Voorgesteld wordt een artikel toe te voegen om de burgemeester de bevoegdheid te geven om via een aanwijzing een vergunning plicht te introduceren voor panden, straten, gebieden of branches om een onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemingsklimaat tegen te gaan. Deze vergunningplicht is niet opgezet omwille van enige economische ordening, maar dient enkel in het belang van openbare orde en veiligheid. Dit naar voorbeeld van de APV Amsterdam. Het raadsvoorstel de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is op een aantal punten, conform de wijziging Model-APV van de zomer van 2020, aanpast. De handreiking APV en ondermijning van het Aanjaagteam Ondermijning, vallende onder het ministerie van Justitie en Veiligheid, bevat voor gemeenten een aantal (aanvullende) mogelijkheden om ondermijning via de APV aan te pakken. De aanpassing van de APV van de Gemeente Stichtse Vecht anticipeert hierop niet. Gemeente Stichtse Vecht heeft last of kan meer last krijgen van een waterbed effect indien de (inzet van) (handhavings-)instrumenten effectiever zijn in omliggende gemeenten.
Aanvullingen in de APV kunnen bijdragen aan een situatie waarin de Gemeente Stichtse Vecht borgt dat zij over voldoende handhavingsinstrumenten beschikt om (nu nog ondenkbare) toekomstige ongewenste situaties aan te kunnen pakken. Ondermijning in tijden van Corona crisis en de economische nasleep hiervan mogelijk een grotere voedingsbodem krijgt en dat daarom grotere prioriteit aan de bestrijding en preventie
hiervan gegeven moet worden en de gemeente Stichtse Vecht hiervoor over alle denkbare (handhavings)instrumenten moet beschikken. Een volgende wijziging van de APV kan eventueel anticiperen op nieuwe inzichten, zoals bijvoorbeeld het onderzoek naar de vergunningplicht m.b.t. oneigenlijk woongebruik. De burgemeester suggereert om pas in de toekomst over te gaan tot een gerichte aanwijzing in de APV in het geval er een gerichte aanleiding is een te passieve aanpak betreft, waarmee we het risico lopen dat we (wederom) achter de feiten aanlopen. De herziening beleidsregel Bibob laat al meer dan een jaar op zich laat wachten ondanks het feit dat sinds 2013 het toepassingsbereik van de wet Bibob is uitgebreid en elke gemeentelijke vergunning die wordt afgegeven voor een bedrijfsmatige activiteit aan een Bibob-toets kan worden onderworpen. In bepaalde gemeenten, zoals Rheden, Rotterdam, Tilburg, Schiedam en Groningen is reeds ervaring opgedaan met extra bepalingen in de APV bovenop het VNG-model APV om ondermijning actief te bestrijden. In gemeenten zoals Rheden en Groningen zijn specifieke bepalingen in de APV opgenomen om kamerverhuurbedrijven aan te pakken in aanvulling op bestaande instrumenten zoals een Huisvestingsverordening. De toevoeging van afdeling 5A is naar voorbeeld van de gemeente Rheden afdeling 9A.