8. rvs + rbs Ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU).pdf
Tekst van het document
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl
Raadsvoorstel Onderwerp
Organisatie onderdeel
Ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU)
Bedrijfsvoering Leefomgeving
Begrotingswijziging
Eveliene.Slapak-van.Bussel@stichtsevecht.nl
nee
Telefoonnummer opsteller
Datum raadsvergadering
0346254268
28 januari 2025
Registratie nummer
Portefeuillehouder
569820
E-mail opsteller
D.R. Polman
Aan de gemeenteraad Voorgesteld besluit 1. Aan het college uiterlijk 18 februari 2025 een zienswijze kenbaar te maken (bijlage 8) over de ontwerpgemeenschappelijke regeling voor de voorgenomen oprichting van één Omgevingsdienst per 1 januari 2026 in de provincie Utrecht, gebaseerd op de vier eindproducten van fase 1 ‘richten’ van het fusie traject, te weten: richtingsplan, ontwerp-gemeenschappelijke regeling, routekaart fase 2 en rudimentaire begroting, alsmede het addendum 17 oktober 2024 met als strekking dat: - wij een robuuste omgevingsdienst willen die in staat is de milieu-basistaken kwalitatief goed uit te voeren; - fase 2 van de fusie nog kritische momenten bevat op het gebied van financieringssystematiek, functioneren van de nieuwe dienst en inzicht in de risico’s.
Samenvatting Op 7 december 2023 besloten de gezamenlijke algemeen besturen (AB) van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) en Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht om te starten met fase 1 van het traject om één robuuste omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht op te richten. Op 17 oktober 2024 heeft het gezamenlijke AB unaniem ingestemd met de start van fase 2. Het addendum (bijlage 5) van het gezamenlijke AB 17-10-2024 bevat een aantal aanvullende afspraken.
In dit raadsvoorstel worden de eindproducten van fase 1 ‘richten’ van de ‘Routekaart naar één robuuste omgevingsdienst in Utrecht’ toegelicht. Samen geven deze eindproducten de kaders van de nieuwe omgevingsdienst: de koers die de RUD Utrecht, de ODRU en de 27 beoogd deelnemers willen volgen met de oprichting van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht. In de eindproducten is aandacht voor de kansen en risico’s van het traject. Alle colleges in de provincie Utrecht wordt nu gevraagd om in te stemmen met de ontwerp gemeenschappelijke regeling en voor een zienswijze aan hun gemeenteraad/provinciale staten voor te leggen. Later volgt conform de Wet gemeenschappelijke regelingen nog een traject waarbij de gemeenteraad om toestemming wordt verzocht om de definitieve regeling daadwerkelijk te treffen. Tijdens het traject waarbij de gemeenteraad om toestemming wordt gevraagd zijn de financiële consequenties voor alle deelnemers in beeld omdat op dat moment de financieringssystematiek is uitgewerkt en verwerkt zal zijn in de Kadernota 2026/ontwerp Begroting 2026. Ook de kadernota 2026/ontwerp Begroting 2026 zal voor zienswijzen aan de raad worden aangeboden. De start van de taakuitvoering door de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht is voorzien per 1 januari 2026. Op dat moment moet het proces van vaststelling conform de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn doorlopen.
De gemeenteraad wordt geadviseerd om een zienswijze in te dienen met de strekking dat, hoewel de voorgestelde gemeenschappelijke regeling voldoet aan alle eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, de financiële gevolgen (en precieze kosten per deelnemer) nog onbekend zijn. Deze situatie maakt dat tijdens fase 2 nog een kritisch moment ontstaat. De financierings-systematiek zal tegelijkertijd met het besluit ontwerp- Gemeenschappelijke regeling (tweede ronde) worden behandeld in, naar verwachting, een gezamenlijk AB in het voorjaar 2025 en daarna voor zienswijze aan ons wordt voorgelegd. Ook wordt in de zienswijze aandacht besteed aan de naderende ravijnjaren.
A Inleiding Aanleiding Op 7 december 2023 hebben de gezamenlijke algemeen besturen van de ODRU en RUD Utrecht besloten om te starten met het traject om te komen tot één robuuste omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht. In 2024 hebben de twee omgevingsdiensten in onze provincie, RUD Utrecht en ODRU, het initiatief genomen om de oprichting van één omgevingsdienst in de provincie Utrecht voor te leggen. Gedurende de verkenning naar de meerwaarde van één omgevingsdienst in de provincie zijn informatieavonden georganiseerd waarin u bent geïnformeerd. De route om tot één omgevingsdienst voor Utrecht te komen, is beschreven in de ‘Routekaart naar één Omgevingsdienst in Utrecht’ (december 2023). De route bestaat uit drie fasen: richten, inrichten en verrichten. In dit raadsvoorstel worden de eindproducten van fase 1 ‘richten’ van de Routekaart, zoals die zijn vastgesteld in de gezamenlijke algemeen bestuursvergadering van 17 oktober 2024, toegelicht. Alle
raden/staten in de provincie Utrecht wordt nu gevraagd om kennis te nemen van de opdracht tot uitvoering van fase 2 ‘inrichten’ alsmede een zienswijze te geven aan hun colleges over de ontwerpgemeenschappelijke regeling. Later volgt conform de Wet gemeenschappelijke regelingen nogmaals een traject waarbij de gemeenteraad om toestemming wordt verzocht om de definitieve regeling daadwerkelijk te treffen.
Bevoegdheid Op grond van artikel 1 lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is het college bevoegd om een gemeenschappelijke regeling te treffen ter behartiging van de belangen van de gemeente. Wel dient het college de raad de gelegenheid te geven een zienswijze te geven op de ontwerp gemeenschappelijke regeling. Het college kan niet overgaan tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling dan nadat toestemming van de raad is verkregen. Deze toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang (artikel 1 lid 4 Wgr).
Afweging scenario’s Nee
Maatschappelijk doel en beoogd effect Door de ontwerp Gemeenschappelijke regeling nu aan de gemeenteraad voor te leggen wordt de gelegenheid geboden zienswijzen te geven op de juridische basis van de nieuw op te richten omgevingsdienst (ODU). De vorming van één robuuste omgevingsdienst in de provincie Utrecht verhoogt en waarborgt de kwaliteit van de taakuitvoering en voldoet (beter) aan de landelijke bepaalde robuustheidscriteria (IBT-VTH). Dit is gunstig voor bewoners en bedrijven van de gemeente Stichtse Vecht door de zekerheid van kwaliteit in de werkuitvoering aan een betere kwaliteit van de leefomgeving. Tevens gaat de slagvaardigheid van dienstverlening omhoog door een gelijk werkgebied met GGD en Veiligheidsregio Utrecht. Ook ontstaat er door de vorming van één omgevingsdienst een duidelijker en gelijker speelveld binnen de gemeente SV en de gehele provincie Utrecht omdat er geen verschil in takenpakket en geografisch werkgebied meer is. Dit kan bijvoorbeeld resulteren in uniforme beleidsstukken in de gehele provincie, waarbij lokale afwegingsruimte blijft bij de vaststelling door de gemeenten afzonderlijk. Daarbij kan er ook afgestemd worden met gelijkgestemde gemeenten wat zorgt voor schaalvoordeel.
Eerdere besluitvorming en informatievoorziening In fase 1 van het fusie traject is op 15 juni 2023 en op 14 december 2023 een raadsinformatiebrief (RIB) uitgebracht waarbij in de eerste RIB een artikel stond over de verkenning van een fusie tussen ODRU en RUD Utrecht en de tweede RIB een routekaart bevatte naar één robuuste omgevingsdienst in de Provincie Utrecht. Tevens is er op 27 februari 2024 een informatieve commissievergadering geweest over dit onderwerp. In het voorjaar 2024 zijn er twee Webinars voor raads- en statenleden en collegeleden georganiseerd om hen te informeren over het beoogde proces. Half juni volgden er twee bijeenkomsten voor raads- en statenleden over hun rol in het proces en in de nieuwe omgevingsdienst in Utrecht.
B Beslispunten, Argumenten en Risico’s Argumenten 1.1
De 4 eindproducten van fase 1 ‘richten’ vormen een samenhangend geheel en geven het kader van de nieuwe omgevingsdienst: de richting waarin de ODRU, RUD Utrecht en de 27 beoogd deelnemers willen gaan bij de oprichting van de nieuwe omgevingsdienst in Utrecht.
Richtingsplan (Bijlage 1) Het Richtingsplan heeft als doel de kaders te scheppen waarbinnen de nieuwe omgevingsdienst wordt opgericht. Deze kaders - in de vorm van missie, visie en bestuurlijke, organisatorische en financiële uitgangspunten - vormen de basis voor de inrichting en de verdere doorontwikkeling van de Omgevingsdienst Utrecht. Elementen uit het Richtingsplan komen terug in de ontwerp Gemeenschappelijke regeling, de Routekaart voor fase 2 ‘inrichten’ en de Rudimentaire begroting. Ontwerp- Gemeenschappelijke regeling (Bijlage 2) De ontwerp Gemeenschappelijke regeling vormt de juridische basis voor de samenwerking en creëert één rechtspersoon voor de uitvoering van taken. De bedoeling is om de nieuwe gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht op te richten en na juridische en financiële afhandeling de beide bestaande gemeenschappelijke regelingen (RUD Utrecht en ODRU) op te heffen. De gemeenteraad heeft het recht op zienswijze op de ontwerp-Gemeenschappelijke regeling. Routekaart fase 2 (Bijlage 3) De Routekaart voor fase 2 ’inrichten’ schetst de contouren van de stappen en activiteiten voor de verdere inrichting van de nieuwe omgevingsdienst en beschrijft hoe deze gedekt worden. Tijdens fase 2 van het traject worden keuzes gemaakt over hoe de primaire processen en bedrijfsvoering worden ingericht.
Dit gebeurt op basis van de inhoudelijke uitgangspunten die in fase 1 zijn geformuleerd in het Richtingsplan. Rudimentaire begroting (Bijlage 4) Het doel van de rudimentaire begroting is een beeld te schetsen van de betaalbaarheid van de nieuwe organisatie, zonder dat alle gegevens van de nieuwe dienst al zijn bepaald. Ook is er een vergelijking gemaakt van de nieuwe bijdrage versus de huidige bijdrage van de deelnemers. Basis voor de rudimentaire begroting waren de laatst vastgestelde begrotingen (2024) van beide huidige omgevingsdiensten. De daadwerkelijke hoogte van de bijdrage per deelnemer voor 2026 wordt berekend in de ontwerp Programmabegroting 2026 die in fase 2 zal worden opgesteld. In fase 2 ‘inrichten’ wordt ook de keuze voor de nieuwe financieringssystematiek uitgewerkt. De Kadernota 2026 en ontwerp Programmabegroting 2026, die in fase 2 wordt opgesteld, worden in 2025 voor zienswijzen opengesteld. 1.2
Eén omgevingsdienst in de provincie Utrecht draagt bij aan een gelijker speelveld voor inwoners en bedrijven voor de hele provincie Utrecht. Op dit moment is er geen sprake van logica in het geografisch werkgebied van de huidige twee omgevingsdiensten (zie bijlage 6) en verschilt het takenpakket per omgevingsdienst en deelnemer. Dit kan resulteren in toepassen van verschillende vergunning-, toezicht- en handhavingsstrategie binnen een bepaald gebied. Verwacht wordt dat het onderbrengen van alle milieutaken bij één omgevingsdienst de
uniformiteit positief zal beïnvloeden zodat dit duidelijkheid en een gelijk speelveld voor alle inwoners en bedrijven vergroot. 1.3
Eén robuuste omgevingsdienst in de provincie Utrecht verhoogt en waarborgt de kwaliteit van de taakuitvoering. De oprichting van een omgevingsdienst voor Utrecht zorgt voor een noodzakelijke kwaliteitsimpuls en biedt continuïteit in de uitvoering van de taken die bij de omgevingsdiensten zijn belegd. Het levert zekerheid voor de kwaliteit in de uitvoering van het werk waarmee een betere kwaliteit van de leefomgeving in de provincie Utrecht en voor gemeente Stichtse Vecht wordt bewerkstelligd. Het huidige personeel bij de ODRU met lokale kennis van de gemeente Stichtse Vecht gaat over naar de nieuwe omgevingsdienst (ODU) dus dit houdt in dat lokale kennis geborgd blijft. 1.4
Een omgevingsdienst die congruent is met het werkgebied van de provincie, de GGD en de Veiligheidsregio kan slagvaardiger functioneren. De omgevingsdienst en de deelnemers hebben op deze wijze zo min mogelijk gemeenschappelijke regelingen om mee af te stemmen. De samenhang tussen regiopartners op alle inhoudelijke dossiers biedt de mogelijkheid om opgaven samen efficiënt en effectief aan te pakken. Op dit moment is er geen sprake van logica in het geografisch werkgebied (zie bijlage 6) van de huidige twee omgevingsdiensten; de verdeling past niet bij de identiteit van het werkgebied. De samenvoeging van de diensten heft deze versnippering op. Dit merken inwoners en bedrijven en levert gemeenten, provincie en regiopartners slagkracht op complexere vraagstukken samen aan te pakken. Inwoners kunnen voortaan bij 1 dienst regionale dienst terecht voor milieu gerelateerde overlast (bijv. geuroverlast, geluidsoverlast, lichthinder enz.) ongeacht in welke gemeente dit binnen de provincie Utrecht veroorzaakt wordt. 1.5
Het samenvoegen van de twee diensten zorgt er voor dat de provincie en gemeenten in Utrecht een omgevingsdienst hebben die voldoet aan de landelijke eisen voor robuustheid. Indien de deelnemers niet instemmen met de vorming van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht zal het moeilijker zijn voor de twee huidige omgevingsdiensten om te voldoen aan de robuustheidscriteria die landelijk bepaald zijn (IBT-VTH). Door in te stemmen met de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht kan beter voldaan worden aan de robuustheidscriteria. 1.6 Stijgende kosten kunnen beter worden beheerst. De Omgevingsdienst Utrecht kan de stijgende kosten als gevolg van ontwikkelingen zoals veranderende wet- en regelgeving en landelijk beleid, en groeiende complexiteit in het werkveld beter beheersen. De meerkosten zijn te beperken, omdat projecten niet in tweevoud hoeven worden uitgevoerd. Door bundeling van kennis wordt ook de kwaliteit beter, doordat experts hun kennis met elkaar delen. Overheidsfinanciën worden op deze manier effectiever en efficiënter benut. 1.7 Complexe vraagstukken kunnen beter worden opgepakt. Door de bundeling van complexe vraagstukken is er meer ruimte om experts op een specifiek gebied aan te stellen, wat nodig is om die complexe vraagstukken aan te kunnen. Bijvoorbeeld op het gebied van stikstof, zeer zorgwekkende stoffen en het door ontwikkelen van de risico-gerichte werkwijze.
Daardoor
wordt direct de robuustheid van de omgevingsdienst vergroot en de kwetsbaarheid in de dienstverlening verkleind. Ook ontstaat er meer ruimte voor doorgroei en interne opleiding van (specialistisch) personeel. 1.8
Een robuuste omgevingsdienst draagt bij aan het vinden en behouden van goed personeel in een krappe arbeidsmarkt. Door krapte op de arbeidsmarkt is het lastig om met name voor specialistische kennis personeel te vinden. Daarnaast zijn de 2 omgevingsdiensten ODRU en RUD Utrecht uit dezelfde (kleine) vijver aan het vissen voor specialistisch personeel. Door te fuseren kan personeelskrapte en werving concurrentie tegen worden gegaan. Zodoende wordt een robuuste omgevingsdienst gecreëerd waardoor de kwetsbaarheid beperkt wordt en de betrouwbaarheid en continuïteit vergroot. De nu bestaande kwetsbare en dunne bezetting op enkele specialistische functies in zowel primaire als overhead-taken maakt plaats voor een robuustere invulling met meer kwaliteit. Door de ruimte om mensen op kleine taken te kunnen aannemen, kan goed personeel gebonden worden aan de organisatie. Ook ontstaat meer ruimte voor doorgroei en interne opleiding van (specialistisch) personeel, wat de kans vergroot op het binden van goed personeel binnen een krappe arbeidsmarkt. Daarbij kan de nieuwe organisatie zich ontwikkelen tot een (nóg) interessantere en aantrekkelijkere werkgever. 1.9
Er zijn nog onduidelijkheden over financiële gevolgen waardoor het geven van een zienswijze raadzaam is. De gemeenteraad wordt geadviseerd om een zienswijze in te dienen met de strekking dat, hoewel de voorgestelde ontwerp- Gemeenschappelijke regeling voldoet aan alle eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, de financiële gevolgen (en precieze kosten per deelnemer) nog onbekend zijn. Deze situatie maakt dat tijdens fase 2 nog een kritisch moment ontstaat bijvoorbeeld als de financierings-systematiek nog niet is vastgesteld. Dit kan het algemeen belang zodanig raken dat de raad conform de Wet gemeenschappelijke regelingen kan weigeren om toestemming te verlenen omdat er bijvoorbeeld sprake kan zijn van het nemen van onverantwoorde financiële risico’s. We zullen, mede gezien de naderende ravijnjaren, oplettend zijn op een significante kostenstijging als gevolg van de oprichting van één nieuwe omgevingsdienst. Het is verstandig om dit kritische signaal in de zienswijze kenbaar te maken en aan te kondigen dat gemeente Stichtse Vecht in fase 2 alert zal blijven ten aanzien van de betaalbaarheid van de nieuwe dienst. De gemeente raad kan de reactie op de zienswijze meenemen bij de besluitvorming om toestemming te verlenen voor het treffen van de nieuwe gemeenschappelijke regeling. 1.10 Oprichting Omgevingsdienst Utrecht op 1 januari 2026.
Besloten is de nieuwe omgevingsdienst (ODU) per 1 januari 2026 op te richten. Het is voor de voortgang, als beschreven in het vervolgproces en het halen van de beoogde startdatum van 1 januari 2026, van belang om binnen een termijn van acht weken een zienswijze over de ontwerp gemeenschappelijke regeling in te dienen. Daarnaast zorgt uitstel van dit besluit ook voor hogere fusiekosten. Bovendien is het voor medewerkers van de omgevingsdiensten prettig om niet langer in onzekerheid te zitten over de toekomst van de nieuwe dienst.
Risico’s 1.1 Uitvoering fase 2 ‘inrichten’ en fase 3 ‘oprichten van de nieuwe omgevingsdienst’ In het kader van het traject ‘Naar één omgevingsdienst in Utrecht’ zijn de risico’s in kaart gebracht. De Routekaart fase 2 (hoofdstuk 5) bevat de tot nu toe onderkende risico’s en de mogelijke beheersmaatregelen. Hierbij is onderscheid gemaakt in de risico’s voor het programma als geheel en dus voor de nieuwe omgevingsdienst (fase 3 van het traject) en risico’s voor de uitvoering van fase 2 ‘inrichten’. Het programmateam zal de risico’s tijdens de uitvoering van fase 2 continu monitoren en waar nodig bijsturen. 1.2 De precieze kosten zijn nog niet in beeld. De voorgestelde gemeenschappelijke regeling voldoet dan wel aan alle eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, de financiële gevolgen (en precieze kosten per deelnemer) zijn nog niet volledig uitgewerkt. Dit is het gevolg van de bestuurlijke ambitie om de nieuwe omgevingsdienst op te richten binnen de bestuursperiode in combinatie met het vaststellingstraject met daarin 2 rondes (zienswijze en verzoek om toestemming) langs de gemeenteraden, conform de Wet gemeenschappelijke regelingen. In fase 2 (inrichten) wordt o.a. de financieringssystematiek voor de nieuwe dienst bepaald en worden de concrete financiële gevolgen wel duidelijk.
De raden/staten krijgen in 2025 de mogelijkheid om zienswijze op de Kadernota 2026 en de ontwerp Begroting 2026 (én Bijdrageverordening) in te dienen. Ook worden de raden/staten tussen 11 april 2025 en 6 oktober 2025 door hun colleges gevraagd toestemming te verlenen tot het treffen van de nieuwe gemeenschappelijke regeling. Raden/staten mogen deze toestemming weigeren wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Als bijvoorbeeld bij besluitvorming de financierings-systematiek nog niet is vastgesteld, kan dit het algemeen belang zodanig raken dat de raad conform de Wet gemeenschappelijke regelingen kan weigeren om toestemming te verlenen omdat er bijvoorbeeld sprake kan zijn van het nemen van onverantwoorde financiële risico’s. 1.3 De zeggenschap daalt omdat het totaal aantal deelnemers stijgt van 15 naar 27. Afstemming en het bereiken van draagvlak voor gezamenlijke doelstellingen zal met 27 OD deelnemers meer van bestuurders en regievoerders vragen dan met de huidige 15 ODRU deelnemers. Het kan tegelijk ook posities van deelnemers veranderen, zowel versterken (zoals meer gelijkgestemde partijen) als verzwakken.
C Overige aspecten Financieel Fusietraject (eenmalige kosten) Het traject “Naar één omgevingsdienst in Utrecht” brengt eenmalige kosten met zich mee. De provincie Utrecht heeft voor het gehele programma 2 miljoen euro toegezegd. Hiervan is € 360.000 voor fase 1 gereserveerd. Er blijft dus € 1.640.000 over voor fase 2. Vanuit het ministerie van Infrastructuur en
Waterstaat (I&W) is in het kader van de vorming van robuuste omgevingsdiensten een bedrag van € 1 miljoen beschikbaar. Er zijn voorwaarden aan de nu toegezegde middelen verbonden waaronder de bestuurlijke toezegging tot fusie en het realiseren van robuustheid. Het ministerie heeft recent een positieve grondhouding uitgesproken en toegezegd op zoek te gaan naar extra aanvullende financiering. In het kader van het interbestuurlijk programma versterking VTH (IBP-VTH) zijn eerder specifieke uitkeringen (SPUK’s) beschikbaar gesteld aan omgevingsdiensten. Deze zijn bij de ODRU en de RUD Utrecht volledig ingezet voor kosten in fase 1, waardoor hieruit voor fase 2 geen middelen meer resteren. Uiteindelijk blijft er over een bedrag van € 789.000 dat gedekt wordt vanuit de vermogens van beiden diensten. Binnen de ODRU betreft dit de dekking uit het beschikbare vermogen of deelnemers laten bijdragen via een eenmalig (project) factuur/bijdrage, mocht er geen aanvullende bijdrage komen van het ministerie. Structurele effecten (Omgevingsdienst in bedrijf) De structurele financiële effecten van de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht komen aan de orde in fase 2 bij het opstellen van de kadernota 2026 en begroting 2026.
Vanuit paragraaf 4.4 van de rudimentaire begroting 2026 valt af te lezen dat naar verwachting onze bijdrage in 2026 zal stijgen naar ongeveer € 2,6 miljoen (van ongeveer € 2,4 miljoen in 2024). Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat hier de geïndexeerde bijdragen 2026 al zijn opgenomen. Dit is inclusief het scenario waarbij de deelnemers de mogelijkheid wordt geboden om het af te nemen urenaantal met 5% te verlagen. Hieruit valt af te lezen dat de inzet van de fusie van de omgevingsdiensten gericht is op een kwaliteitsimpuls vanuit de samenvoeging en niet gericht is op een lagere deelnemersbijdrage. Bij het opstellen van onze Kadernota 2026 betrekken we de laatst bekende informatie. Juridisch Op grond van artikel 1 ev. van de Wet gemeenschappelijke regeling kan het college een gemeenschappelijke regelingen aangaan met andere partijen, zoals in deze met andere gemeenten en de provincie Utrecht. Door het college wordt aan de gemeenteraad om een zienswijze gevraagd op de ontwerp-gemeenschappelijke regeling. Het college zal een zienswijze op de ontwerp-gemeenschappelijke regeling aan de stuurgroep ODU kenbaar maken. Waarna door de stuurgroep ODU eventuele aanpassingen worden gedaan naar aanleiding van de zienswijzen en de definitieve gemeenschappelijke regeling wordt opgesteld. Deze zal ter definitieve besluitvorming aan het college worden voorgelegd.
Dit zal in een tweede ronde aan de gemeenteraad worden voorgelegd voor toestemming. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Hierna neemt het college een definitief besluit tot deelname aan de gemeenschappelijke regeling.
Kanttekeningen Geen
Communicatie De gemeenteraad wordt gevraagd om binnen acht weken de zienswijze kenbaar te maken aan het college. Gezien de krappe planning geniet het de voorkeur om voor 18 februari 2025 een zienswijze kenbaar te
maken omdat de reactie op de voorliggende stukken aan de stuurgroep ODU voor 3 maart 2025 moet worden gegeven.
Participatie Voor het opstellen van de producten voor de nieuwe omgevingsdienst en voor een goede samenhang tussen deze producten is begin 2024 een programmaorganisatie ingericht met medewerkers van zowel de ODRU als de RUD Utrecht. Deze programmaorganisatie werkte in opdracht van een stuurgroep die bestond uit de voorzitters van beide algemeen besturen, een DB-lid uit iedere omgevingsdienst, de beide directeuren en de programmamanager(s) van het programmateam. In fase 1 van het fusie traject is op 15 juni 2023 en op 14 december 2023 een Raadsinformatie Brief uitgebracht waarin de eerste RIB een artikel stond over de verkenning van een fusie tussen ODRU en RUD Utrecht en de tweede RIB een routekaart bevatte naar één robuuste omgevingsdienst in de Provincie Utrecht. Tevens is er op 27 februari 2024 een informatieve commissievergadering geweest over dit onderwerp. In het voorjaar 2024 zijn er twee Webinars voor raads- en statenleden en collegeleden georganiseerd om hen te informeren over het beoogde proces. Half juni volgden er twee bijeenkomsten voor raads- en statenleden over hun rol in het proces en in de nieuwe omgevingsdienst in Utrecht.
Om tot de missie, visie en bestuurlijke uitgangspunten voor de Omgevingsdienst Utrecht te komen zijn werkbijeenkomsten georganiseerd voor de algemeen bestuursleden, voor medewerkers uit beide organisaties en voor de klankbordgroep (bestaande uit regievoerders van de ODRU en RUD Utrecht).
Vervolg De oprichting van een gemeenschappelijke regeling waarin de colleges van burgemeester en wethouders en/of colleges van gedeputeerde staten deelnemen, vergt op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen een besluitvormingsproces met twee rondes waarin zowel colleges als raden/staten betrokken zijn (artikel 51 WGR), zie bijlage 7.
Bijlagen 1. Eindproduct fase 1: Richtingsplan 2. Eindproduct fase 1: Ontwerp-Gemeenschappelijke regeling 3. Eindproduct fase 1: Routekaart fase 2 4. Eindproduct fase 1: Rudimentaire begroting 5. Addendum 17 oktober 2024 6. Huidige situatie verdeling gemeenten per omgevingsdienst 7. Planning totstandkoming regeling ODU 8. Conceptzienswijze
17 december 2024 Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht
Gemeentesecretaris drs. R.C.L. Heijdra
Burgemeester drs. A.J.H.T.H. Reinders
Raadsbesluit Onderwerp Ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU)
Begrotingswijziging Nee
Datum raadsvergadering 28 januari 2025 De raad van de gemeente Stichtse Vecht, gelet op: -
artikel 1 lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 december 2024; de bespreking in de commissie Fysiek Domein van 14 januari 2025;
Besluit 1. Aan het college uiterlijk 18 februari 2025 een zienswijze te kenbaar maken (bijlage 8) over de ontwerpgemeenschappelijke regeling voor de voorgenomen oprichting van één Omgevingsdienst per 1 januari 2026 in de provincie Utrecht, gebaseerd op de vier eindproducten van fase 1 ‘richten’ van het fusie traject, te weten: richtingsplan, ontwerp-gemeenschappelijke regeling, routekaart fase 2 en rudimentaire begroting, alsmede het addendum 17 oktober 2024 met als strekking dat: - wij een robuuste omgevingsdienst willen die in staat is de milieu-basistaken kwalitatief goed uit te voeren; - fase 2 van de fusie nog kritische momenten bevat op het gebied van financieringssystematiek, functioneren van de nieuwe dienst en inzicht in de risico’s.
28 januari 2025
Griffier B. Espeldoorn-Bloemendal
Pagina 1 van 1
Voorzitter drs. A.J.H.T.H. Reinders