CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Ruimtelijke afweging d.d. maart 2021_Geredigeerd.pdf

Raad 1 februari 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 14. 21.50: Verklaring van geen bedenkingen paddock, takkenril en ringslangbroeihoop Mijndensedijk 53 in Nieuwersluis.13.991 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

met artikel 3.2.4.a en artikel 3.5 van het geldende bestemmingsplan omdat andere bouwwerken binnen het bouwvlak dienen te worden opgericht. Het bouwwerk ligt alleen buiten het bouwvlak.

4.5.6 Lopende procedures Bij besluit van 20 februari 2019 is aan de eigenaren van het perceel een last onder dwangsom opgelegd, strekkende tot het verwijderen en verwijderd houden van de ringslangbroeihoop. Dit dwangsombesluit is bij beslissing op bezwaar in stand gelaten. Tegen voornoemde beslissing op bezwaar hebben de eigenaren van het perceel beroep ingesteld bij de rechtbank. Op 11 maart 2021 vindt een mondelinge behandeling ter zitting plaats. Ook voor de ringslangbroeihoop geldt dat er in juridische zin (nog) geen sprake is van concreet zicht op legalisatie. Desalniettemin kan medewerking verleend worden aan de ringslangbroeihoop. Na het verlenen van de vergunning kan het handhavingsdossier worden gesloten. Tegen de takkenril wordt momenteel niet handhavend opgetreden.

4.6. Gewasteeltkas 4.6.1 Omschrijving In 2016 heeft de aanvrager een aparte aanvraag omgevingsvergunning (160672) ingediend voor de bouw van een gewasteeltkas op het perceel. De behandeling van de aanvraag is aangehouden op verzoek van de aanvrager. De verwachting is dat de behandeling binnenkort weer opgepakt kan worden. Om die reden wordt de gewasteeltkas ook in deze beoordeling meegenomen. De aanvraag voor de gewasteeltkas is op verzoek aangehouden in verband met buurtbemiddeling.

4.6.2 Huidige bestemming De gewasteelt kas is nog niet gebouwd maar moet komen op gronden met een agrarische bestemming, niet voorzien van een bouwvlak. Het bestemmingsplan voorziet daarom niet in de mogelijkheid om hier bouwwerken te realiseren. De gronden mogen gebruikt worden ten behoeve van agrarisch grondgebruik en zijn bedoeld voor de instandhouding en bescherming van de landschappelijke waarden. Het bouwwerk is in strijd 19 – Mijndensedijk 53 te Nieuwersluis, d.d. maart 2021

4.6.3 Beoordeling Voor de gewasteeltkas geldt dat deze niet meegenomen is in de eerdere maatwerkafspraken en bij de vergunningverlening in 2008. De gewasteeltkas komt dan ook niet terug in de ruimtelijke onderbouwing en in de “Verklaring van geen bedenkingen” van de provincie Utrecht. In beginsel zijn er geen mogelijkheden om het oppervlak aan bijgebouwen verder te vergroten. Wanneer medewerking verleend wordt zal net als bij de andere bouwwerken op agrarische gronden beoordeeld moeten worden of deze landschappelijke inpasbaar zijn. Uitgangspunt blijft dat de achterliggende weilanden gebruikt worden ten behoeve van natuur- ontwikkeling en landschapsbeheer. Kwaliteiten als openheid en doorzichten zijn hier kenmerkend. Door de bebouwing te concentreren aan de voorzijde van het perceel en het achterliggende gebied open te houden wordt tegemoet gekomen aan het principe van de boerenhofstede en karakteristiek van het gebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de genoemde longeercirkel en de paardenspringweide gaat het hier wel om een gebouw van enige omvang. De gewasteeltkas heeft namelijk een oppervlakte van 27m2 en een nokhoogte van 3m. In tegenstelling tot de andere bouwwerken gaat het hier om een gebouw. Voor de gewasteeltkas geldt dat door zijn aanwezigheid het gebruik van dit deel van het perceel verder wordt geïntensiveerd.

Een intensiever gebruik van de achterliggende weilanden strookt niet met de oorspronkelijke doelstelling tot extensief gebruik en duurzaam beheer van de achterliggende weilanden. Het past ook niet binnen het vastgestelde inrichtingsplan.

Wanneer medewerking verleend kan worden aan de bouw van een kas betekent dit een verdere toename van het bebouwd oppervlak. Dit draagt uiteraard niet bij aan het oorspronkelijke uitgangspunt voor een verdere “ontstening” van het landelijk gebied.

4.6.4 Conclusie Er kan geen medewerking verleend worden aan de bouw van de gewasteeltkas omdat deze niet past binnen het oorspronkelijke inrichtingsplan en de ambities ten aanzien van “ontstening” van het landelijk gebied en extensief, duurzaam, landschapsbeheer van de achterliggende weilanden. Daarnaast zijn er grote twijfels of de kas past bij de uitstraling van het boerenhofstedeprincipe. Vast staat dat de realisatie van bebouwing in weilanden niet past binnen de uitgangspunten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Bij is ook in overweging genomen dat het bebouwd oppervlak voor bijgebouwen bij woningen wordt overschreden en de gemaakte maatwerkafspraken nog niet volledig zijn uitgevoerd.

4.7. Bewoning historische zomerwoning 4.7.1 Omschrijving In de ruimtelijke onderbouwing uit 2008 worden de historische wagenberging en zomerwoning al genoemd. Dit als onderdeel van de cultuurhistorische versterking van het perceel. Het verzoek was daarbij vooral gericht op de renovatie van bestaande structuren. Pas later is uiteindelijk vergunning verleend voor de bouw van historische wagenberging en de renovatie van de zomerwoning. Nu het bestemmingsplan “Nieuwersluis” wordt geactualiseerd heeft aanvrager, als onderdeel van de inspraakreactie, het verzoek ingediend om de zomerwoning alsnog te kunnen bewonen. Omdat dit verzoek in verschillende procedures naar voren komt zien wij aanleiding om dit ook hier te bespreken.

4.7.2 Huidige bestemming De bouwwerken, in het bijzonder de zomerwoning, zijn gelegen op een tuinbestemming, voorzien van een bouwvlak. De gebouwen mogen gebruikt worden als bergruimte. Achteraf gezien kan de vraag gesteld 20 – Mijndensedijk 53 te Nieuwersluis, d.d. maart 2021

worden waarom deze bouwwerken een tuinbestemming hebben gekregen. Waarschijnlijk zag men hierin de enige mogelijkheid om het beoogde gebruik goed vast te leggen. Een agrarisch bouwvlak kan immers niet worden toegekend (o.a. milieuregels) en een woonbestemming wekt de indruk dat hier gewoond zou mogen worden. Door de huidige bestemming is gebruik als woonruimte uitgesloten. Op grond van het bestemmingsplan kan geen medewerking verleend worden aan het verzoek.

4.7.3. Wens Het voornaamste argument van aanvrager om bewoning van het historische zomerhuis toe te staan is dat dit oorspronkelijk altijd zo gebruikt is. Door dit gebruik opnieuw toe te kennen wordt de cultuurhistorische waarde van het perceel versterkt.

4.7.4 Beoordeling De gemeente Stichtse Vecht is in navolging van de provincie Utrecht terughoudend met het toekennen van nieuwe woonbestemmingen in het landelijk gebied. Daarmee wil de gemeente verdere verstedelijking van het landelijk gebied voorkomen en de karakteristieke waarden beschermen. Er zijn echter enkele uitzonderingen. Deze uitzonderingen hebben tot doel de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Eén mogelijkheid is de “ruimte-voorruimte-regeling”, zoals deze is toegepast bij de vergunningverlening in 2008. Deze kan alleen toegepast worden wanneer er sprake is van een agrarische bestemming, inclusief bouwperceel. Via de vergunningverlening in 2008 heeft het perceel deze transformatie al ondergaan. Door de “sloop” van bestaande bedrijfsbebouwing en aanvullende maatwerkafspraken is

een ontwikkeling in gang gezet welke de nieuwbouw van de woning op het perceel Mijndensedijk 61 mogelijk hebben gemaakt. Deze “ruimte-voorruimte-regeling” kan uiteraard maar één keer per perceel worden toepast. Daarbij geldt ook dat de (beoogde) kwaliteitisverbetering uit 2008 nu opnieuw gebruikt kunnen worden ter onderbouwing van dit verzoek. Bij de vergunningverlening in 2008 is nadrukkelijk aangegeven dat er “slechts” één woonbestemming gerealiseerd kon worden. Destijds werd onder de noemer “zomerwoning”, het atelier naast de boerderij gerealiseerd. Toen al werd door de provincie Utrecht benadrukt (brief van 21 september 2007) dat dit pand niet benut mocht worden ten behoeve van woondoeleinden. De uitgangspunten van het provinciaal ruimtelijk beleid zijn sindsdien niet zodanig gewijzigd dat het toekennen van een extra woonbestemming nu wel mogelijk is. Gelet op de gewijzigde status van de Nieuwe Hollandse Waterlinie als Unesco Werelderfgoed mag eerder aangenomen worden dat de regelgeving juist is aangescherpt. In tegenstelling tot 2008 is nu sprake van een tuinbestemming. De zomerwoning heeft (opnieuw) de status van een bijgebouw. Het gemeentelijk ruimtelijk beleid voorziet niet in mogelijkheid om hier alsnog een woonbestemming toe te kennen. Dit verzoek draagt niet bij aan het behoud en versterken van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden.

De verruiming van het gebruik van dit bijgebouw levert geen directe kwaliteitsverbetering op, volgt niet uit een dringende noodzaak en intensiveert bovendien het gebruik van percelen die bedoeld zijn voor natuurontwikkeling en landschapsbeheer. Daarbij is ook in overweging genomen dat de aanvrager in onze ogen de maatwerkafspraken behorende bij de vergunning uit 2008 nog niet eens is nagekomen.

4.7.5 Conclusie Er is geen aanleiding om medewerking te verlenen aan het gebruik van de historische zomerwoning als woning. Bij het vervolg van de procedure van het bestemmingsplan “Nieuwersluis” zal bezien worden of de tuinbestemming die op dit bijgebouw rust de meest doelmatige is.

21 – Mijndensedijk 53 te Nieuwersluis, d.d. maart 2021

Bijlagen -

Advies Mooisticht d.d. 19 februari 2021 Advies ODRU d.d. 15 februari 2021 Reactie provincie Utrecht d.d. 10 februari 2021

NOTITIE aan

Fam.

kopie

Gemeente Stichtse Vecht;

Van

Omgevingsdienst regio Utrecht

Opsteller Telefoon Datum

15 februari 2021

Kenmerk

Z/20/169364 / D - 477250

Onderwerp

Activiteiten locatie Mijndensedijk 53 Nieuwersluis

aantal pag.

8

Aanleiding Op uw locatie aan de Mijndensedijk 53 in Nieuwersluis zijn diverse bouwwerken gerealiseerd en worden verschillende activiteiten uitgevoerd, waartegen diverse klachten en handhavingsverzoeken ingediend zijn. Voor milieu en ruimtelijke ordening gelden andere wettelijke toetsingskaders en uitgangspunten. Aan beide moet worden voldaan bij het uitvoeren van activiteiten en het realiseren van bouwwerken. Er bestaat onenigheid over de reikwijdte van de verleende vergunning en bestaat er onduidelijkheid over de planregels van het bestemmingsplan. Vooral het gebruik als paardenhouderij roept vragen op. Ook bij u als eigenaar. Dit resulteert in een aantal lopende (juridische) procedures waarvan enkele gestart door directe omwonenden. U heeft aangegeven duidelijkheid te willen krijgen over wanneer er op uw perceel sprake is van hobbymatigheid, waarbij u heeft aangegeven binnen de grenzen van hobbymatig te willen blijven. Op 10 december 2020 heeft er een bezoek aan uw locatie plaatsgevonden. Hierbij was u met uw adviseur mevrouw Haver-Droeze aanwezig, namens de gemeente Stichtse Vecht was de heer M. van Brenk en namens de Omgevingsdienst regio Utrecht waren de heer P. Bijeman en mevr. A. van Brenk aanwezig.

Doel van het bezoek was om vast te kunnen stellen bij welke omvang de huidige en gewenste activiteiten nog als hobbymatig in het kader van milieu zijn aan te merken en hoe zich dit verhoudt met de goede ruimtelijke ordening. Ter ondersteuning van het bezoek en het gesprek heeft u een concept notitie opgesteld d.d. 3 november 2020. Leeswijzer Hieronder omschrijven wij eerst de situatie op de locatie Mijndensedijk 53 en onder punt 2 worden de door u aangegeven gewenste activiteiten en bouwwerken genoemd. Dan gaan wij onder punt 3 in op de aspecten in het kader van milieu. Daarna wordt onder punt 4 de situatie belicht vanuit ruimtelijke ordening en volgt onder punt 5 de gezamenlijke conclusie vanuit milieu en ruimtelijke ordening.

Samenvatting Om aangemerkt te worden als hobbymatig in het kader van milieu mogen er op de locatie Mijndensedijk 53 Nieuwersluis, niet meer dan 5 schapen met 15 lammeren tot 1 jaar worden gehouden, waarbij met deze bijbehorende lammeren niet mag worden gefokt, en niet meer dan 4 paarden met eventueel bijbehorende veulens tot de speenleeftijd. De huidige attributen ten behoeve van het houden van paarden dient terug gebracht te worden zodat het perceel een extensief hobbymatig karakter vertoond. Aanverwante activiteiten dienen beperkt te blijven. Daarbij wordt geadviseerd ook overige bouwwerken, bebouwing en functies hiervan te beperken zodat het perceel in zijn geheel, geen bedrijfsmatige indruk wekt.

1. Omschrijving Mijndensedijk 53 Voor de locatie Mijndensedijk 53 in Nieuwersluis is in 2009 vergunning verleend voor het beëindigen van een bestaand agrarisch bedrijf, de sloop van bestaande bedrijfsbebouwing, de herinrichting van het voormalige perceel en de nieuwbouw van een extra woning en een stalling. Het perceel valt deels binnen (voorzijde) en deels buiten (weilanden) de bebouwde kom. Volgens de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de, met toepassing van artikel 19 lid 1 Wet op de ruimtelijke ordening (Wro), verleende vergunning dienen de activiteiten, het aanwezige vee en de aanwezige stalling gebruikt en ingezet te worden ten behoeve van duurzaam grondbeheer en het perceel heeft daardoor extensief recreatief karakter. Na vergunningverlening is ook het bestemmingsplan geactualiseerd. Daarbij zijn de maatwerk-afspraken behorende bij de vergunning zo passend mogelijk in het bestemmingsplan over genomen. Het nu geldende bestemmingsplan Nieuwersluis voorziet in een woonbestemming met bouwvlak ter plaatse van de boerderij en een agrarische bestemming zonder bouwvlak ter plaatse van de achterliggende weilanden. Binnen de woonbestemming zijn functieaanduidingen opgenomen voor paardenhouderij, atelier en B&B. De historische wagenberging achterop het perceel is gelegen binnen de bestemming “Tuin”.

Deze is later vergund en mocht gerestaureerd worden om de cultuurhistorische waarden te versterken. De gemeente heeft aangegeven dat niet voor alle voorzieningen vergunning is verleend. Momenteel is aanvraag omgevingsvergunning in behandeling voor een aantal van deze voorzieningen. De gemeente moet beoordelen of hier medewerking aan verleend kan worden. Vanuit milieu zijn er geen activiteiten gemeld op grond van het Activiteitenbesluit en zijn er geen milieuvergunningen verleend.

2. Gewenste activiteiten en bouwwerken Uitgangspunt is om duidelijkheid te krijgen bij welke omvang het houden van dieren en de overige activiteiten nog aangemerkt worden als hobbymatig in het kader van milieu. Vanuit dit kader zal Ruimtelijke ordening hierbij aansluiten, zodat duidelijk is wat er op het perceel is toegestaan binnen de kaders van hobbymatig. Op de locatie worden paarden en schapen gehouden, er wordt mest opgeslagen en er zijn ringslanghopen gecreëerd. Er is een paddock, stapmolen, longeercirkel, buitenrijbaan aanwezig. Er zijn mogelijkheden voor een B&B en er worden op kleine schaal eigen producten verkocht. Er is een woonhuis, een atelierruimte, een wagenberging, een historische wagenberging, een hooimijt, een zomerhuis, een waterput, mestvaalt, erfverharding en hekwerk. Paarden In de huidige situatie zijn 3 paarden aanwezig. Gewenst is het aantal paarden te houden dat nog aangemerkt kan worden als het hobbymatig houden van paarden. In de notitie van 3 november 2020 worden 6 paarden en 3 veulens als gewenst aantal vermeld en middels jurisprudentie wordt een onderbouwing gegeven dat dit aantal nog als hobbymatig kan worden aangemerkt. Tijdens het bezoek is aangegeven dat 6 paarden inclusief veulens het gewenste aantal is en nog als hobbymatig aangemerkt dient te worden. Met enige regelmaat wordt er een veulen gefokt bij één van de merries.

Een veulen wordt na circa 4-6 maanden geleidelijk van de moeder gespeend, waarna het naar een externe opfok gaat. Paarden worden veelal rond hun 3e of 4e jaar zadelmak gemaakt; dit gebeurt hetzij intern, hetzij extern en door een professionele partij. Incidenteel worden de paarden gebruikt voor ‘remontetraining’; dit betreft de eerste 2 opleidingsjaren van een paard (4 en 5 jarigen). De paarden worden hoofdzakelijk gehouden om mee te fokken en de veulens te verkopen. U geeft aan dat in het gunstigste geval de verkoopprijs de gemaakte kosten dekt. De paarden worden voornamelijk door de eigenaresse verzorgd, bereden en getraind. Daarnaast worden de paarden verzorgd en bereden door een zogenaamde ‘bijrijdster’; hier staat geen vergoeding tegenover Ook wordt er regelmatig met de paarden gewandeld en worden ze gepoetst.

Er worden geen stallen verhuurd aan derden, er worden geen paardrijlessen gegeven en geen wedstrijden op het terrein georganiseerd. Er komen geen derden met eigen paarden om gebruik te maken van de stapmolen, paardenbak, longeercirkel of de paddock en ook vindt er geen pensionstalling plaats van paarden van derden. Schapen Tijdens het bezoek zijn 5 volwassen schapen en 5 lammeren aanwezig in de wei van een oud Engels ras, Kerry Hill. Gewenst is een aantal van maximaal 5 volwassen schapen en 15 lammeren die voornamelijk in de wei worden gehouden. Met deze schapen wordt gefokt. De lammeren worden aangehouden voor instandhouding van de eigen kudde, geslacht voor eigen gebruik of verkocht aan de rasvereniging voor de instandhouding van het ras. Alleen tijdens de aflammerperiode worden de schapen op stal gehouden. U geeft aan dat de opbrengsten uit verkoop van de dieren, de wol en de wolproducten in het gunstigste geval gelijk zijn aan de gemaakte kosten en er geen wezenlijke inkomsten worden verworven. Wat betreft het houden van dieren is bij de inschrijving bij de Kamer van Koophandel vermeld dat er activiteiten plaatsvinden met de SBI-code 0162, Dienstverlening voor het fokken en houden van dieren en de SBI-Code 47999, In en verkoop(groot- en detailhandel) van objecten, agrarische - en modische materialen en producten.

Opslag mest Op dit moment wordt de vaste mest opgeslagen in een container waarin maximaal 6 m3 kan worden opgeslagen. De container is afgedekt met een doek. In overleg met het bevoegd gezag wil u zoeken naar een passende locatie voor de mestcontainer. Tijdens het bezoek heeft u aangegeven dat het uw voorkeur heeft om de container te plaatsen naast de historische wagenberging waar op dit moment de vaste mestplaat nog is gelegen. Voor de realisatie van de mestvaalt naast de historische wagenberging is geen bouwvergunning verleend. De mestvaalt is gelegen op een afstand van 32 meter ten opzichte van het meest nabij gelegen voor geurgevoelige object. Ringslanghoop Achterop het perceel langs de sloot, nabij het perceel van de buren, zijn ringslaghopen gecreëerd. Deze hopen zijn bedoeld om ringslangen de mogelijkheid te geven om te broeden. De ringslaghopen worden opgebouwd uit mest en takken. Dit is noodzakelijk om een goede structuur te kunnen realiseren om zo een broedplaats te bieden aan ringslangen. Dergelijke hopen moeten in de nabijheid van water gesitueerd zijn. Verkoop producten De producten van de landerijen worden door uw eigen gezin gebruikt. Wat over is, wordt vanuit het woonhuis/atelier verkocht. Incidenteel vindt verkoop plaats van schapenvachten, andere wolproducten en producten die ter plekke zijn geproduceerd zoals potjes jam, sap en dergelijke.

Er worden geen advertenties geplaatst. Dergelijke activiteiten zijn kleinschalig en hebben een incidenteel karakter. U geeft aan dat voor zover hiermee al inkomsten worden gegenereerd, deze absoluut onvoldoende zijn om van te kunnen bestaan. Inschrijving Kamer van Koophandel Bij de inschrijving bij de Kamer van Koophandel staan de volgende activiteiten ingeschreven; SBI-code: 7112 - Ingenieurs en overig technisch ontwerp en advies SBI-code: 93299 - Overige recreatie SBI-code: 0162 - Dienstverlening voor het fokken en houden van dieren SBI-code: 55102 - Hotels (geen hotel-restaurants), pensions en conferentieoorden SBI-code: 74102 - Industrieel en productontwerp SBI-code: 46901 - Niet-gespecialiseerde groothandel in consumentenartikelen SBI-code: 47999 - Detailhandel via overige distributievormen Bed and Breakfast Het hoofdgebouw is tevens aangeduid als B&B met een maximale oppervlakte van 180 m2. Zomerhuis Er is een zomerhuis naast de boerderij en een historische zomerhuis, achter op het perceel.

3. Milieu In het kader van milieu kunnen er activiteiten plaatsvinden, waaronder het houden van dieren, zonder dat hiervoor een melding in het kader van het Activiteitenbesluit gedaan hoeft te worden. De activiteiten dienen een beperkte omvang te hebben, waardoor ze onder de ondergrens blijven als genoemd in hert Activiteitenbesluit en Besluit omgevingsrecht en het houden van dieren dient als hobbymatig aangemerkt te worden. De regels uit het Activiteitenbesluit zijn dan niet van toepassing. Ook de opslag van mest kan er zelfstandig voor zorgen dat er sprake is van een inrichting waarbij voldaan moet worden aan de milieuregelgeving. Indien er meer dan 10 m3 vaste mest opgeslagen wordt is er sprake van een inrichting. Indien er vanwege andere activiteiten sprake is van een inrichting, dient de opslag van vaste mest vanaf 3 m3 te voldoen aan de vereiste afstanden. Als er sprake is van een meldingsplichtige inrichting op grond van het Activiteitenbesluit zal bij het houden van 5 of meer paarden het dierenverblijf op grond van het Activiteitenbesluit binnen de bebouwde kom op 100 m en buiten de bebouwde kom op 50 m afstand zijn gelegen ten opzichte van voor geurgevoelige objecten. Opslag van mest dient eveneens binnen de bebouwde kom op 100 m en buiten de bebouwde kom op 50 m afstand te zijn gelegen ten opzichte van voor geurgevoelige objecten.

Omdat er in de gemeente Stichtse Vecht een Geurverordening van toepassing is, zijn de minimaal aan te houden afstanden van dierenverblijven tot geurgevoelige objecten gehalveerd, waardoor er binnen de bebouwde kom een afstand van minimaal 50 m vereist is en buiten de bebouwde kom een afstand van 25 m tussen de stal en het voor geur gevoelige object. Het perceel is deels binnen (voorzijde) en deels buiten (weilanden) de bebouwde kom gelegen. De plaatselijke geurverordening wijzigt de vereiste afstand voor de opslag van vaste mest niet. Hinder in het kader van milieu omvat meerdere aspecten en ziet op geur en geluid, maar ook licht, stof en verkeersbewegingen die zijn toe te schrijven aan een locatie. Houden van dieren Aangegeven is dat het gewenst is dat de activiteiten die plaatsvinden op het perceel nog aangemerkt kunnen worden als hobbymatig in het kader van milieu. Nog los van het aantal gewenste dieren, is het doel waarvoor de dieren worden gebruikt in veel gevallen meer bepalend in het oordeel of er sprake is van het hobbymatig of bedrijfsmatig houden van dieren. Vast staat dat er met paarden en schapen gefokt wordt en er regelmatig dieren of dierlijke producten verkocht worden.

Gesteld wordt dat er met de verkoop van de dieren en dierlijke producten nagenoeg geen winst gemaakt wordt, maar voldoende is vast komen te staan dat de verkoop hiervan is een wezenlijk onderdeel van de activiteiten. Het houden van dieren is met name op productie gericht, waarbij de handelingen met schapen primair gericht zijn op voortbrengen en verhandelen van de dieren zelf en/of hun producten en de handelingen met paarden primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten, trainen en verhandelen van paarden. De inschrijving met betrekking tot het houden en fokken met dieren, in de Kamer van Koophandel bevestigt dit. Er is sprake van continuïteit in het houden, verzorgen en verkoop van de dieren en dierlijke producten. De aanwezigheid van huisvesting voor de dieren, de stapmolen, paddock, longeercirkel, de buitenrijbaan, de bijbehorende opslag van mest maken dat het houden van dieren als bedrijfsmatig aangemerkt wordt. De veelheid aan bouwwerken op het perceel, de verharding van het terrein en de aanwezige hekwerken geven de locatie een bedrijfsmatige indruk. De inschrijving van diverse andere bedrijfsmatige activiteiten, draagt hier aan bij. Het Ministerie van VROM heeft op 8 oktober 1999 een brief verzonden naar alle gemeenten over het “kleinschalig houden van dieren”. In deze brief wordt een overzicht gegeven van uitspraken van de Raad van State over dit onderwerp.

Uit deze voorbeelden blijkt dat de rechter diverse factoren laat meewegen, afhankelijk van de omgeving en de individuele kenmerken van de activiteit. Het feit dat er actief met de dieren gefokt wordt en de dieren en dierlijke producten verkocht worden, als doel van het houden van de dieren, is van wezenlijk belang bij het oordeel of er sprake is van hobbymatigheid of niet. Mede door de aanwezigheid van het huidige aantal attributen voor het houden van paarden is er op dit moment geen sprake is van het hobbymatig houden van paarden. Om niet als inrichting aangemerkt te worden in het kader van milieu wordt een maximaal aantal van 5 volwassen schapen en 15 lammeren toegestaan, die voornamelijk in de wei worden gehouden. Met lammeren worden hier de lammeren bedoeld die behoren bij de volwassen schapen en niet ouder zijn dan 1 jaar. Het is niet de bedoeling dat deze lammeren in dat eerste jaar ook al zelf lammeren krijgen. In dat geval wordt het

betreffende lam als zelfstandig schaap aangemerkt. Tevens is er maximaal aantal van 4 paarden als grens van het hobbymatig houden van dieren gezien, waarbij het wel noodzakelijk is om het aantal aanwezige attributen ten behoeve van activiteiten met paarden, te verminderen. 1 Veulens behorende bij de paarden worden tot de speenleeftijd niet als zelfstandig dier aangemerkt. Vanaf het moment dat ze gespeend zijn, worden ze wel als zelfstandig dier aangemerkt. Opslaan van mest Indien de activiteiten aangemerkt worden als hobbymatig, mag er tot maximaal 10 m3 mest opgeslagen worden. Het Activiteitenbesluit is dan niet van toepassing. Ringslanghopen Voor de opbouw van een ringslaghoop wordt ook mest gebruikt, Het is niet de bedoeling dat de ringslanghopen een verkapte opslag van mest worden. De huidige afstand van de hoop ten op zichtte van de dichtstbijzijnde voor geurgevoelige object is meer dan 50 meter. Wij adviseren om deze afstand in acht te houden om geuroverlast te voorkomen.

4. Ruimtelijke Ordening Voorgeschiedenis De gemeente heeft in 2009 een vergunning verleend voor de sanering van een voormalige agrarisch bedrijfsperceel naar een woonbestemming. Daarbij is toepassing gegeven aan de “ruimte-voor-ruimte-regeling”. Via de sloop van bebouwing moest worden voorzien in een kwaliteitsverbetering. Omdat niet aan de minimale sloopeis (1.000m2) kon worden voldaan zijn er maatwerkafspraken gemaakt. Dit kwam voornamelijk omdat naast de sloop van bebouwing ook nieuwe bebouwing werd gerealiseerd. De gemeente heeft moeten concluderen dat nog niet alle bebouwing is gesloopt en dat, in afwijking van de gemaakte maatwerkafspraken, er aanvullende functies en bouwwerken zijn toegevoegd op het perceel. Daarmee wordt niet voldaan aan de afgesproken kwaliteitsverbetering en maatwerkafspraken welke ten grondslag ligt aan de onderbouwing om medewerking te verlenen aan de artikel 19 lid 1 Wro procedure en de “ruimte-voor-ruimte-regeling” van de provincie Utrecht. Daarbij heeft de gemeente in overweging genomen dat verstedelijking niet alleen samenhangt met de aanwezigheid van bebouwing maar ook een relatie heeft met het gebruik van het perceel, de bebouwing en de uitstraling ten opzichte van de omliggende omgeving. Daarmee komt volgens de gemeente de in 2009 beoogde ruimtelijke kwaliteitswinst onder druk te staan.

Het toevoegen van nieuwe gebouwen, bouwwerken en gebruiksfuncties staat namelijk haaks op het oorspronkelijk principe waarbij de sloop van bebouwing in samenhang met de aanvullende maatwerkafspraken moest leiden tot een kwaliteitsverbetering. Met betrekking tot de activiteiten op het perceel maakt de gemeente kenbaar dat de aanwezigheid van verschillende voorzieningen (paddock, stapmolen, longeercirkel, buitenrijbaan) in combinatie met het gewenste aantal te houden dieren en de verschillende activiteiten die worden georganiseerd, in ieder geval vermoeden wekken dat deze (gezamenlijk) niet binnen de karakteristiek van een hobbymatige activiteit passen. De verschillende inschrijvingen in de Kamer van Koophandel ondersteunen dit beeld. Daarbij neemt de gemeente in overweging dat verstedelijking niet alleen samenhangt met de aanwezigheid van bebouwing maar ook een relatie heeft met het gebruik van het perceel en de uitstraling ten opzichte van de omliggende omgeving. Ook in het gebruik van het perceel ziet de gemeente dus een afwijking ten opzichte van de oorspronkelijk in 2009 verleende vergunning met bijbehorende ambities. De gemeente heeft aangegeven dat geen medewerking kan en wil verlenen aan een (agrarische) bedrijfsmatige activiteit op dit perceel.

Door de vergunning in 2009 te verlenen is de agrarische bedrijfsactiviteit beëindigt en door het vestigen van een woonbestemming dienen alle overige functies ondergeschikt te zijn

1 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2005:AU3361

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2003:AL8982 Raad van State 06/09/1993, nr. GO5.93.1200.P90 en B05.93.0654

aan deze hoofdfunctie. Beleidsmatig, mede gebaseerd op het provinciaal ruimtelijke beleid, is het niet mogelijk om hier opnieuw een agrarische bedrijfsbestemming met bouwvlak te vestigen. Bij de vergunningverlening ging het, zo blijk uit de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing, om de realisatie van een nieuwe stalling voor onderhoudsmachines en vee (2 lakenvelders, 5 Kelly-hill schapen en circa 3 paarden met veulens) ten behoeve van het duurzaam beheer van bijbehorende gronden. Het houden van dieren zou volgens de ruimtelijke onderbouwing extensief en hobbymatig zijn. Bepalend is of de uitstraling van dien aard is dat deze nog te rijmen valt met de woonfunctie van het betrokken perceel. De gemeente heeft twijfels of dit in de huidige vorm en omvang nog het geval is en sluit aan bij de advisering op grond van milieu. Bebouwing De gemeente heeft opgemerkt dat de bestaande stal (circa 400 m2) volgens de maatwerkafspraken gesloopt had moeten worden en vervangen mag worden door een kleinere stal van 266 m2 met 3 boxen voor paarden. Conform de verleende vergunning gaat het om twee boxen voor veulens en één box voor een merrie + veulen. De gemeente heeft bevestigt dat de stal nooit gesloopt is en vervangen. Mede hierdoor is nog altijd niet voldaan aan de met u gemaakte maatwerkafspraken.

De gemeente heeft aangegeven dat er ter plaatse van de bestaande stal geen bouwvlak aanwezig is, wel een functieaanduiding voor “paardenhouderij”. De gemeente heeft ten behoeve van deze reactie aangegeven dat het aantal boxen nooit leidend geweest voor het aantal te houden paarden. Zeker nu de bestaande stal niet is gesloopt en vervangen door beoogde kleinere stal. Uitgangspunt waren de dieraantallen in de ruimtelijke onderbouwing. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is vervolgens opgenomen dat voorzien mag worden in een paardenhouderij met maximaal 15 paarden. De gemeente begrijpt dat dit tot verwarring leidt bij de eigenaren en voor onduidelijkheid zorgt in de omgeving. Daarom zou de gemeente in overleg met de eigenaren willen kijken naar een passende omschrijving mits er geen sprake is van een (agrarische) bedrijfsmatige activiteit en wil hierbij aansluiten bij de advisering op grond van milieu. In 2010 vergunning is verleend om de historische wagenberging te restaureren. Dit om de cultuurhistorische waarden te versterken. De historische wagenberging mag gebruikt worden ten behoeve van opslag. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat deze wordt bewoond. De extra woning na toepassing van de ruimte-voor-ruimte-regeling is gerealiseerd op het perceel Mijndensedijk 61. Schapen Het extensief houden van schapen past voorlopig binnen het nieuwe bestemmingsplan.

Detailhandel Het bestemmingsplan voorziet op dit perceel specifiek in de mogelijkheid om binnen het bouwvlak voor de boerderij tevens te voorzien in een B&B. Daarnaast mag het bijgebouw naast de woning (zomerhuis) gebruikt worden als kantoor-aan-huis in de vorm van een atelier. Het is opvallend dat er bij de Kamer van Koophandel zoveel verschillende activiteiten staan ingeschreven. Enkelen, zoals groothandel en detailhandel, worden door het bestemmingsplan expliciet uitgesloten binnen de woonbestemming. Alles bij elkaar ontstaat hierdoor het beeld van activiteiten die gezamenlijk als bedrijfsmatig gezien kunnen worden en waarvan onduidelijk is hoe deze zich verhouden tot de woonfunctie van het perceel. Het standpunt van eigenaresse dat deze activiteiten louter uit enthousiasme zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel is moeilijk te volgen. Bed and Breakfast Bij de inschrijving bij de Kamer van Koophandel is vermeld dat er activiteiten plaatsvinden met de SBI-code 55102, Hotels (geen hotel-restaurants), pensions en conferentie-oorden, SBI-code 47999, Kleinschalig recreatief en educatief verblijf, zakelijk ecotoerisme en SBI-code 93299, Overige recreatie. Beoordeling Het hoofdgebouw is tevens aangeduid als B&B met een maximale oppervlakte van 180 m2. Andere gebouwen op het terrein mogen niet gebruikt worden als B&B of voor bewoning.

Zomerhuis Er is een zomerhuis naast het woonhuis en er is een historisch zomerhuis achter op het perceel.

Beoordeling Het zomerhuis naast de boerderij mag gebruikt worden als atelier. Het historische zomerhuis mag enkel gebruikt worden voor opslag. Opslag mest In de plannen van 2006-2008 is geen mestvaalt opgenomen. De gerealiseerde mestvaalt, naast de historische wagenberging is niet vergund. Aangegeven is de mest op te willen slaan in een container en deze bij voorkeur te plaatsen naast de historische wagenberging en de huidige mestvaalt te gaan gebruiken voor de opslag van regenwater. Daarbij wordt gesteld dat de gerealiseerde mestvaalt onderdeel is van de constructie van de historische wagenberging. Dit is echter niet aangetoond. Beoordeling Het toevoegen van nieuwe gebouwen of bouwwerken, zoals een mestcontainer, of het alsnog toestaan van zonder vergunning gerealiseerde bouwwerken, staat haaks op het oorspronkelijk principe waarbij de sloop van bebouwing moest leiden tot een kwaliteitsverbetering. In het kader van ruimtelijke ordening heeft de gemeente dan ook opgemerkt dat het plaatsen van een container niet bijdraagt aan de doelstelling van ontstening van het perceel. Het plaatsen van een container, ter vervanging van de mestvaalt, tegen de historische wagenberging of elders op het perceel, staat haaks op de wens de cultuurhistorische en landschappelijke waarden te versterken.

De gemeente is dan ook zeer terughoudend voor wat betreft de mogelijkheid om een container te plaatsen. Daarbij neemt de gemeente in overweging dat er op het perceel al meer bebouwing aanwezig is dan toegestaan en overeengekomen nu de eigenaar de maatwerkafspraken nog niet volledig heeft uitgevoerd. De gemeente ziet daarom geen aanleiding een uitzondering te maken zolang de huidige situatie niet conform de eerder verleende vergunning is gerealiseerd. Het gebruik van de huidige mestvaalt als een bouwwerk voor waterberging, zoals geopperd tijdens het bezoek op 10 december 2020, draagt ook niet bij aan de doelstelling van ontstening van het perceel, is niet meegenomen in de oorspronkelijke plannen, past niet in het bestemmingsplan en draagt niet bij aan de gewenste uitstraling die op het perceel werd beoogd. Het is voor de gemeente onduidelijk wat de meerwaarde van dit voorstel is in relatie met de activiteiten op het perceel en de oorspronkelijke plannen. De gemeente heeft hier ook geen aanvraag voor ontvangen. Ringslanghoop De ringslaghopen worden opgebouwd uit mest en takken. Dit is noodzakelijk om een goede structuur te kunnen realiseren om zo een broedplaats te bieden aan ringslangen. Dergelijke hopen moeten in de nabijheid van water gesitueerd zijn. Beoordeling De gemeente staat in beginsel positief tegenover de vergunningverlening voor een ringslangbroeihoop.

De gemeente verwacht dat de ringslangbroeihoop de ecologische waarden van het perceel verder kunnen verhogen. Momenteel heeft de gemeente een aanvraag omgevingsvergunning in behandeling om de ruimtelijke inpasbaarheid van de ringslangbroeihoop te kunnen beoordelen. Agrarische Beoordelingscommissie In uw notitie wordt verwezen naar eerdere beoordelingen van de Agrarische Beoordelingcommissie (hierna Abc) in 2008 en de Milieudienst Noord-West Utrecht uit 2006. Hierover merkt de gemeente op dat zij in hun advies ingegaan zijn op specifieke vragen (bijvoorbeeld rondom de stapmolen) vooruitlopend op de beoogde ontwikkeling. De gemeente vraagt zich af in hoeverre deze adviezen, ruim 14 jaar later, nog relevant zijn voor de beoordeling van de huidige situatie. Bij de beoordeling door de Abc en de milieudienst Noord West Utrecht is, voor een situatie die nog gerealiseerd moest worden, uitgegaan van de informatie die op dat moment beschikbaar was. Nu de feitelijke situatie op verschillende punten afwijkt van het oorspronkelijk plan en het aantal voorzieningen en activiteiten groter is dan verwacht, kunnen de eerdere adviezen van de Abc en de Milieudienst Noord West Utrecht niet zondermeer gebruikt worden ter onderbouwen van het standpunt dat de huidige inrichting en activiteiten betrekking hebben op een hobbymatige activiteit.

Daarbij moet opgemerkt worden dat de planregels van het bestemmingsplan en het gemeente ruimtelijke beleid de bouwmogelijkheden voor dergelijke voorzieningen op gronden met een agrarische bestemming bepalen. De ODRU vormt zich geen oordeel over de bouwmogelijkheden die een bestemmingsplan biedt, maar beoordelen of er sprake is van hobbymatige of bedrijfsmatige activiteiten. Dit is van belang om vast te kunnen stellen of er sprake is van

een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of niet. Is er sprake van een inrichting dan kan vervolgens beoordeeld worden of de activiteiten meldingsplichtig zijn op grond van het Activiteitenbesluit of dat er een omgevingsvergunning milieu is vereist. Voor de beoordeling of er sprake is van hobbymatigheid of bedrijfsmatigheid zijn de aanwezige dieren, de bijbehorende attributen en aanverwante activiteiten van belang voor de afweging, evenals de aanwezige bouwwerken en hun functie, als de algemene indruk van het perceel in totaal.

5. Conclusie Het aantal dieren dat op het moment van het bezoek van 10 december 2020 aanwezig was, te weten 3 paarden, 5 schapen en 5 lammeren, kan aangemerkt worden als hobbymatig. De aanwezige bijbehorende attributen, te weten de paddock, stapmolen, buitenrijbaan en longeercirkel, geven samen een algehele bedrijfsmatige indruk, waardoor de activiteiten op dit moment in zijn totaliteit niet aangemerkt kunnen worden als hobbymatig. Het aantal aan bebouwing aanverwante activiteiten dient beperkt te worden (detailhandel, ontmoetingsruimte, groepsactiviteiten, etc.) overeenkomstig een hobbymatig karakter en de geldende woonbestemming. • • •

Het huidige aantal dieren blijft binnen het maximale aantal dieren dat als hobbymatig kan worden aangemerkt Het aantal attributen ten behoeve van het houden van paarden dient blijvend verminderd te worden en op het perceel aanwezige aanverwante activiteiten dient beperkt te blijven Mestvaalt naast de historische wagenberging dient buiten gebruik te blijven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1781/documents/37443