5. rvs+rbs Programmabegroting 2023.pdf
Tekst van het document
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl
Raadsvoorstel Onderwerp Programmabegroting 2023 Begrotingswijziging Nee Datum raadsvergadering 8 november 2022
Portefeuillehouder A.L. Wisseborn Organisatie onderdeel Financiën en Control E-mail opsteller Boudewijn.Casparij@stichtsevecht .nl Telefoonnummer opsteller +31346254649 Registratie nummer 124609
Aan de gemeenteraad Voorgesteld Besluit 1. De lasten en baten per programma vast te stellen; 2. De investeringen van de jaarschijf 2022 en 2023 uit de investeringsplanning 2022-2026 vast te stellen; 3. Kennis te nemen van het financieel meerjarenperspectief 2024-2026; 4. De Programmabegroting 2023 vast te stellen; 5. De Programmabegroting 2023 aan de toezichthouder, de Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht, te zenden.
Samenvatting
Het college werkt de komende jaren aan het terugbrengen van de balans tussen de bestuurlijke ambities, de financiële positie en de ambtelijke organisatie. Vanwege de huidige situatie met verschillende onzekerheden wordt nadrukkelijk gekozen voor een duidelijke knip in onze ambities voor 2022 en 2023 en voor 2024 en verder. In het voorjaar van 2023, bij de kadernota 2024 worden keuzes voorgelegd om vanaf 2024 een aantal ambities te versnellen.
Pagina 1 van 6
Raadsvoorstel/WJ1
Hierbij bieden wij u de Programmabegroting 2023, inclusief het meerjarenperspectief tot en met 2026 aan. De Programmabegroting 2023 sluit in 2023, 2024 en 2025 met een positief structureel saldo en voldoet aan de vereisten voor het 'repressieve begrotingstoezicht'. Vanaf 2026 is het meerjarenperspectief echter niet sluitend. Vanaf 2026 is de algemene uitkering aanzienlijk lager wat het tekort veroorzaakt in het begrotingssaldo van 2026. Het jaar 2026 wordt daarom ook wel 'het ravijnjaar' genoemd. Het is de consequentie van het feit dat de kabinetsplannen reiken tot en met 2025. Dit maakt het bijna onmogelijk om een begroting 2023-2026 op te stellen, die meerjarig sluiten structureeld is.
Bijlagen 1. Programmabegroting 2023
Pagina 2 van 6
Doel en beoogd maatschappelijk effect De Programmabegroting 2023 door de raad te laten vaststellen, zodat het college gemandateerd is om uitvoering te geven aan de Programmabegroting 2023.
Relatie met bestaand beleid en regelgeving Het college stelt de programmabegroting op met inachtneming van de bepalingen in de gemeentewet en de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording en de financiële verordening.
Argumenten Eerste aanzet voor nieuwe beleidsbegroting Bij het opstellen van de begroting 2023 is een eerste aanzet gedaan naar een nieuwe beleidsbegroting. Voor de opgaven waaraan we werken is een doelomschrijving op het niveau van de opgave opgenomen. De activiteiten die we daarvoor doen bestaan uit programma’s, projecten en overige activiteiten. Per activiteit hebben we mijlpalen voor 2022 en 2023 benoemd. In de bestuursrapportage en jaarrekening legt het college verantwoording af over de voortgang op deze mijlpalen. In een volgende stap werken we aan het meetbaar maken van de maatschappelijke effecten. Het college bereidt met de ambtelijke organisatie het komende jaar per thema gesprekken met de raad voor om samen ‘effectindicatoren’ voor de raadsperiode 2022-2026 vast te stellen. In de jaarrekeningen 2023-2026 legt het college verantwoording af over de metingen van deze indicatoren, inclusief een duiding van de uitkomsten in relatie tot de uitgevoerde activiteiten. In de Begroting 2023 zijn daarom nog geen effectindicatoren opgenomen. In een bijlage zijn alleen de verplichte BBV indicatoren opgenomen. In de beleidsbegroting 2023 zijn geen nieuwe beleidsvoornemens opgenomen. Voor het bestaand beleid zijn de doelen en ambities in de doelomschrijving per opgave weergegeven en zijn voor de activiteiten die we daarvoor doen specifieke mijlpalen voor 2022 en 2023 benoemd.
In de leeswijzer in de beleidsbegroting is een toelichting opgenomen over de verdere indeling van de beleidsbegroting. Hierin is opgenomen welke opgave u waar aantreft in de beleidsbegroting.
Financiële paragraaf Begroting van baten en lasten In de Programmabegroting 2023 zijn de Kaderbrief 2023, de effecten van de Meicirculaire 2022 en het coalitieakkoord in het begrotingsbeeld verwerkt. De bedragen in deze begroting zijn weergegeven in duizendtallen, tenzij anders is aangegeven. Inkomsten zijn met een minteken, negatief) gepresenteerd. Uitgaven zijn
Pagina 3 van 6
positief gepresenteerd. Een gepresenteerd saldo of eindstand met een minteken is dus een voordelig saldo of eindstand. Een eindstand of saldo met een positief bedrag is een nadelig saldo of eindstand
In de periode tussen de Kaderbrief en de begroting zijn wijzigingen (H) aangebracht door : A. De begrotingsuitgangspunten bij te stellen ten aanzien van : 1. Inhuur ten laste van de loonsom als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt. Voor 2023 wordt rekening gehouden met inhuur van ca. 25 fte ten laste van de loonsom. Voor 2024 verwachten we een lichte daling. Vanaf 2025 moet duidelijk zijn wat structureel nodig is aan fte om de balans tussen de bestuurlijke ambities, de financiële positie en de ambtelijke organisatie te brengen. 2. Het doorschuiven van investering van 2022 naar 2023 en verder leidt tot een incidentele vrijval aan kapitaallasten in de begroting van 2023 en 2024. 3. De taakstelling uit de vorige collegeperiode van € 0,35 miljoen voor verlichting administratieve lasten in het sociaal domein en besparing van uitkeringslasten te laten vervallen. B. Het structureel weerstandsvermogen te verhogen voor : 1. De stelpost achteruitgang algemene uitkering in de begroting op te nemen voor € 951.000 (€ 15 per inwoner). Deze behoedzaamheidsreserve is in 2022 in de begroting structureel vervallen, maar is nodig om het risico van achteruitgang van de algemene uitkering als gevolg van de nieuwe normeringssystematiek, het nadelige effect van de uitkering jeugd en het nadelig effect van het ravijnjaar 2026 zoveel mogelijk op te vangen. 2.
Een structurele risicobuffer van € 1 miljoen voor ontwikkelingen zoals inflatie, rentestijgingen en het structurele effect van crisissituaties (opvang van vluchtelingen, energiecrisis). Momenteel loopt de inflatie in 2022 aanzienlijk op tot percentages richting de 12%. We weten niet tot wanneer dit aanhoudt. Het opgenomen indexcijfer in deze begroting van 3,1% is een algemeen indexcijfer en gebaseerd op het verleden. Vooral nieuwe aanbestedingen zoals voor het energiecontract zullen hoger uitkomen dan de 3,1%. Dergelijke autonome ontwikkelingen zijn nu nog niet bekend, maar
Pagina 4 van 6
zullen wel moeten worden opgevangen in de begroting 2023-2026. Ditzelfde geldt voor de rente. Deze structurele risicobuffer van € 1 miljoen is noodzakelijk om de komende periode dergelijke autonome ontwikkelingen te kunnen opvangen. Investeringsbegroting In de Kaderbrief 2023 is beschreven dat realistisch ramen een belangrijk aandachtspunt is voor de begroting. Op basis van het verleden is het jaarlijkse investeringsvolume tussen de € 10 miljoen en € 15 miljoen realistisch. Dit is ongeveer € 75 miljoen verdeeld over de periode 2022-2026. In de Bestuursrapportage 2022 is de planning van de investeringskredieten voor het begrotingsjaar 2022 geactualiseerd en bij deze begroting voor de periode 2023-2026. De totale geplande kredieten over de periode 2022-2026 bij de Bestuursrapportage 2022 bedroeg € 140 miljoen. Bij de begroting 2023-2026 is afgerond € 20 mln. toegevoegd. In het meerjarenperspectief is op basis van vastgestelde beheerplannen, zoals riolering € 13 mln. en wegen € 2,5 mln. toegevoegd. Aanvullend zijn kredieten (reservering) opgenomen voor de uitbreiding van het depot van het (RHCVV) € 1,3 mln., een aanvulling op kredieten voor repressieve huisvesting € 2,5 miljoen en ondergrondse containers € 0,5 mln. Dit maakt het totaal aan geplande investeringen in deze begroting afgerond € 160 miljoen over de periode 2022-2026.
De verdeling van de uitvoering van de planning is € 49,4 mln. in 2022, € 55,4 mln. in 2023, € 35,4 mln. in 2024, € 9,8 mln. in 2025 en € 10 mln. in 2026. In het coalitieakkoord is een opdracht toekomstgericht begroten geformuleerd om tot een meer realistische investeringsplanning en investeringsvolume te komen. De opgenomen planning in deze begroting 2023 voor de periode 2022-2026 zal vertrekpunt zijn voor de uitvoering van die opdracht om tot een meer realistische investeringsplanning en investeringsvolume te komen. Met het vaststellen van de begroting worden de investeringen van de jaarschijf 2022 en 2023 uit de investeringsplanning 2022-2026 vastgesteld.
Kanttekeningen Septembercirculaire Eind september komt het Rijk met de uitwerking van de Septembercirculaire 2022. De effecten van de Septembercirculaire op het gepresenteerde begrotingssaldo worden u afzonderlijk aangeboden in een raadsvoorstel en betrokken bij de Kadernota 2024.
Communicatie Na het besluit van het college om de Programmabegroting ter vaststelling aan te bieden aan de raad wordt de Programmabegroting behandeld in de commissievergadering van 18 oktober 2022 en op 8 november 2022 ter vaststelling voorgelegd aan de Raad. Na vaststelling door de raad wordt de Programmabegroting aan de toezichthouder, de Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht, aangeboden.
Pagina 5 van 6
De Programmabegroting 2023 wordt digitaal gepubliceerd via de internetlink https://stichtsevecht.begrotingsapp.nl/. Risicoparagraaf De uitkomst van de arbitragezaak in 2022 over de jeugdzorg tussen rijk en VNG is dat de gemeenten worden vergoed voor € 1,9 mld. door het rijk. Dit bedrag bestaat deels uit een uitkering in geld en moet deels worden terugverdiend uit maatregelen. Het bedrag dat voor 2022 is uitgekeerd zal de komende jaren lager worden door afspraken tussen gemeenten en het Rijk over specifieke maatregelen. Deze maatregelen zijn bedoeld om de uitgaven terug te dringen en/of de inkomsten te verhogen, waardoor het jeugdstelsel op de lange termijn beter houdbaar wordt. Deze afspraken staan beschreven in de 'Hervormingsagenda'. Het geld is daarom vooralsnog tijdelijk. De Hervormingsagenda Jeugd komt voort uit de bestuurlijke afspraken die de VNG en het rijk op 2 juni 2021 over de jeugdhulp hebben gemaakt. Hierbij is de uitspraak van de Commissie van Wijzen het uitgangspunt. Het Rijk, VNG en IPO (Inter Provinciaal Overleg) hebben afgesproken dat in de jaarschijven 2024 tot en met 2026 van de meerjarenraming, de bedragen buiten de Hervormingsagenda Jeugd als stelpost in de begroting mogen worden opgenomen.
Vanuit behoedzaamheidsoogpunt en in het licht van de afspraken rond de Hervormingsagenda dat gemeenten ook zelf kostenbesparende maatregelen kunnen nemen, geldt hiervoor een maximum van 75% van het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen. Wij verwerken alleen de compensatie jeugdzorg in het begrotingsjaar (2023). Voor de jaren 2024-2026 in het meerjarenperspectief zijn zowel de extra uitkering evenals de besparende maatregelen niet opgenomen. Aangezien de uitkering nog hoger is dan de maatregelen de eerste jaren is er voor 2024 geen risico. Vanaf 2025 ontstaat een tekort dat opgevangen zal moeten door extra maatregelen en indien dit niet haalbaar is met de stelpost achteruitgang algemene uitkering of de algemene middelen worden gefinancierd. In de tabel hieronder is het indicatief begrotingssaldo voor nieuw beleid opgenomen, waarin het risico jeugdzorg (volledig) is verwerkt ten laste van de algemene middelen.
Na aftrek van het risico jeugdzorg is voor nieuw beleid afgerond beschikbaar in 2023 € 0,3 miljoen in 2024 € 0,6 miljoen en 2025 € 0,5 miljoen. 14 september 2022 Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht Loco-gemeentesecretaris M.J.J. Rommers
Pagina 6 van 6
Burgemeester drs. A.J.H.T.H. Reinders
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl
Raadsbesluit
Registratie nummer 124609
Onderwerp Programmabegroting 2023 Begrotingswijziging Nee Datum raadsvergadering 8 november 2022 Commissie 18 oktober 2022 De raad van de gemeente Stichtse Vecht, gelet op: -
de financiële verordening van de gemeente Stichtse Vecht; het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 september 2022; de bespreking in de commissie Bestuur en Financiën van 18 oktober 2022;
Besluit 1. De lasten en baten per programma vast te stellen; 2. De investeringen van de jaarschijf 2022 en 2023 uit de investeringsplanning 20222026 vast te stellen; 3. Kennis te nemen van het financieel meerjarenperspectief 2024-2026; 4. De Programmabegroting 2023 vast te stellen; 5. De Programmabegroting 2023 aan de toezichthouder, de Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht, te zenden. 8 november 2022
Pagina 1 van 1
Voorzitter drs. A.J.H.T.H. Reinders
Raadsbesluit/WJ1
Griffier B. Espeldoorn-Bloemendal