5. Motie Het Vechtse Verbond e.a. - Harmoniseren lengte vaartuigen in buitengebieden rivier de Vecht (aangenomen).pdf
Tekst van het document
Aangenomen, de griffier
Unaniem
Motie Harmoniseren lengte vaartuigen in buitengebieden rivier de Vecht Motie vreemd aan de orde van de dag Aanleiding; Bestemmingsplan Herziening Ligplaatsen De Vecht Voorstel; Verzoek aan Het College van B & W om in overleg te gaan met de provincie Utrecht zodat aanpassing lengte vaartuigen voor de gehele Vecht uniform worden opgenomen in de Verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017. De Gemeenteraad Stichtse Vecht bijeen op 3 maart 2020 te Breukelen • • • •
• • • •
• • •
Constaterende dat in de Verordening Natuur en Landschap van de provincie Utrecht is opgenomen dat vaartuigen van bewoners aan de Vecht langer dan 7 meter niet mogen aanmeren buiten de rode contouren/zone in de vergelijkbare Waterverordening van Noord-Holland 2015 niets over afmetingen is opgenomen bij navraag bij de provincie Noord-Holland bleek: “Het moet passen binnen de breedte van het perceel” hierdoor door de 2 provincies, te weten Utrecht en Noord-Holland, voor de Vecht verschillende beleidsregels worden gehanteerd in de buitengebieden betreffende de afmetingen voor het aanmeren van vaartuigen en het voor bewoners in deze buitengebieden onduidelijk is wat wel en niet geoorloofd is.
Overwegende dat het voornoemde als ongelijke behandeling wordt ervaren en niet binnen het gelijkheid-beginsel past; het om vaartuigen gaat van bewoners die buiten de rode contouren/zones wonen, terwijl binnen de rode contouren andere beleidsregels gelden de Vecht over 3 delen, te weten vanaf de stad Utrecht tot aan Nederhorst Den Berg de beleidsregel van maximaal 7 meter lengte heeft; vanaf Nederhorst den Berg tot en met Nigtevecht 2 beleidsregels gelden, te weten, aan de Utrechtse zijde het beleid van 7 meter en aan de overkant van de rivier geen beleid behalve dat het moet passen tussen de breedte van het perceel; na de grens van Nigtevecht (gemeente Stichtse Vecht) gaat de Vecht over in de provincie Noord-Holland waar helemaal geen regels zijn er volgens de Waterverordening 2015 Noord-Holland 2015 onduidelijk is waar het verschil van de bepaling van 7 meter begint of eindigt voor Nieuwersluis het nog verwarrender is daar Nieuwersluis geen rode contour/zone heeft; waardoor het onduidelijk is waar de 7 meter bepaling begint of eindigt volgens de planning vóór de zomer 2020 het nieuwe bestemmingsplan De Vecht aan de gemeenteraad van Stichtse Vecht ter besluitvorming wordt aangeboden
Verzoekt Het College van B & W in overleg te gaan met de provincie Utrecht zodat aanpassing lengte vaartuigen voor de gehele Vecht uniform worden opgenomen in de Verordening Natuur en Landschap Provincie Utrecht 2017. Een volgende wijziging in de Verordening voor te stellen als aanvulling op paragraaf 5.4 Wateren (afdeling B): Andere vaartuigen en voorwerpen, Artikel 5.4.8. Specifieke vrijstellingen, punt 3 Eén open vaartuig met een maximale lengte van 7 meter, met als uitzondering voor de gehele rivier de Vecht binnen de provincie Utrecht (gemeente Stichtse Vecht) een maximale lengte van 12 meter met de voorwaarde dat het past binnen de breedte van het perceel, bij een direct aan het water gelegen erf, mits er geen gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling in het 4e lid van dit artikel. en gaat over tot de orde van de dag Mieke Hoek
Joseph Toonen
Rianne Beekman
Pim van Rossum
Riëtte Habes
Tjeerd Schuhmacher
Onno Tijdgat
Rob Roos
HVV
PvdA
VVD
CDA
M2000
GroenLinks
Lokaal Liberaal Streekbelangen
Toelichting De onderbouwing voor de maximale 12 meter is omdat deze lengte ook geldt binnen de rode contouren/zones in de gemeente Stichtse Vecht met de voorwaarde dat het past binnen de breedte van het perceel. Onderstaand is aangegeven (geel gearceerd) om welke bepalingen het gaat in de bestaande verordening
Verordening Natuur en Landschap van de provincie Utrecht Paragraaf 5.4 Wateren Afdeling B Andere vaartuigen en voorwerpen Artikel 5.4.6 Verbod
Het is de zakelijk gerechtigde tot, en de bezitter, houder of gebruiker van een vaartuig of voorwerp, niet zijnde een woonschip, verboden om dat vaartuig of voorwerp ligplaats te laten nemen, te ankeren, af te meren, of anderszins in, op of vlak boven een water te plaatsen, aanwezig te hebben of te houden. Artikel 5.4.7 Algemene vrijstelling
Het in artikel 5.4.6 bedoelde verbod is niet van toepassing op vaartuigen en drijvende voorwerpen aangemeerd op plaatsen waarbij een van de verkeerstekens E.5 tot en met E.7.1 van bijlage 7 bij het binnenvaartpolitiereglement en bijlage 7 van het Rijnvaartpolitiereglement zijn geplaatst. Artikel 5.4.8 Specifieke vrijstellingen
Het in artikel 5.4.6 bedoelde verbod geldt niet voor: • • • •
•
• •
•
1.Vaartuigen in jacht-, of bedrijfshavens en waterscoutinglocaties. 2.Vaartuigen, die worden gebruikt bij het vervoer van uitsluitend bedrijfsmiddelen, voor zover zij tijdelijk voor het laden en lossen van die bedrijfsmiddelen worden of zijn afgemeerd. 3.Eén open vaartuig met een maximale lengte van 7 m bij een direct aan het water gelegen erf, mits er geen gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling in het vierde lid van dit artikel. 4.Eén vaartuig, of één boatsaver met inliggend vaartuig, in een insteekhaven, indien voor de insteekhaven een ontheffing op grond van deze verordening geldt en mits het vaartuig of de boatsaver met inliggend vaartuig volledig binnen de begrenzing van de insteekhaven past. 5.Eén vaartuig bij een direct aan het water gelegen erf in de periode 1 april tot en met 30 september, voor zover het aanmeren dient voor het zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is in- of uitladen, dan wel vaarklaar maken van het vaartuig ten behoeve van recreatief gebruik. 6.Het tijdelijk afmeren van vaartuigen voor het laten in- of uitstappen van passagiers bij horecagelegenheden, die als zodanig in een bestemmingsplan zijn aangewezen.
7.Eén partyschip bij een als zodanig in het bestemmingsplan opgenomen horecagelegenheid, mits het vaartuig voldoet aan een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd landschappelijk inpassingsplan, waarin zowel het partyschip als de aanlegplaats op landschappelijke aspecten positief zijn beoordeeld. 8.Historische schepen, die hetzij als varend monument, hetzij als historisch casco zijn ingeschreven in het register van de Federatie Varend Erfgoed Nederland en naar het oordeel van Gedeputeerde staten in goede staat van onderhoud verkeren, bij aanlegplaatsen, die als zodanig in een bestemmingsplan zijn aangewezen.