CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Aanzet tot een nota voor het adviesrecht.pdf

Commissie Fysiek Domein 11 januari 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 5. 21:45: Peilnota varianten adviesrecht gemeenteraad.2.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesrecht van de gemeenteraad en verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsvergunningen

Doel De gemeenteraad van Stichtse Vecht beoogt een lijst van gevallen waar het adviesrecht (hierna advieslijst) voor en verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsvergunningen vast te stellen. De wettelijke grondslag hiervoor ligt in artikel 16.15a onder b Ow en artikel 16.55 lid 7 Ow. Vergunningverlening: toets aan het Omgevingsplan In veruit de meeste gevallen is het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag voor het verlenen van de vergunning. Het college toetst dan ook of het initiatief past in het Omgevingsplan. Daarbij zijn er drie mogelijkheden: 1. Het initiatief past binnen de regels, er is geen vergunning nodig. 2. Het initiatief past met een binnenplanse vergunningplicht. Nu hebben we een vergelijkbaar stelsel in onze bestemmingsplannen: de binnenplanse afwijking. Dit heet onder de Omgevingswet een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (binnenplanse opa). 3. Het initiatief past niet. Als het college wil meewerken aan het initiatief, moet ze een vergunning gaan verlenen in afwijking van het omgevingsplan. Zo’n initiatief is dan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (buitenplanse opa). Op de gevallen die onder punt 1 en punt 2 beschreven zijn, is het adviesrecht niet van toepassing. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van het omgevingsplan deze binnenplanse omgevingsplanactiviteiten al goedgekeurd.

Daarbij heeft de gemeenteraad al een belangenafweging gemaakt. Uitleg en leeswijzer Onder de Omgevingswet kunnen vergunningen verleend worden door middel van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Daarmee kan – ondanks strijd met het Omgevingsplan – toch een vergunning worden verleend door het college. De gemeenteraad kan een advieslijst opstellen, waarin het college niet zomaar van het omgevingsplan kan afwijken en een vergunning kan verlenen. In die gevallen wordt de raad om bindend advies gevraagd. Ook kan de gemeenteraad het besluit nemen om participatie verplicht te stellen bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Hoe dit nu precies in elkaar zit, is te lezen in hoofdstuk 1 (uitleg over het adviesrecht van de raad). De advieslijst is opgenomen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 geeft uitleg over de verplichte participatie. Een lijst met categorieën van gevallen waarvoor de verplichte participatie geldt, is opgenomen in hoofdstuk 4. Wanneer deze lijst met categorieën in werking treedt is te lezen in hoofdstuk 5. In datzelfde hoofdstuk wordt ook beschreven wanneer de lijst geactualiseerd kan/moet worden. 1

Hoofdstuk 1 - Het adviesrecht van de gemeenteraad De Omgevingswet: rolverdeling gemeenteraad en college van burgemeester en wethouders In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. De gemeenteraad stelt kaders vast, en het college geeft uitvoering aan deze kaders (en toetst of initiatieven passen binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders). Daarnaast houdt de gemeenteraad gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurt op de gewenste doelen. Dat is met de komst van de Omgevingswet niet anders. In de nieuwe situatie is het college het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. Het college krijgt wel meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en de gemeenteraad is nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het monitoren van de resultaten. De huidige situatie: ‘verklaring van geen bedenkingen’ Het kan zijn dat een bouwplan niet past in het bestemmingsplan en het niet mogelijk is om via een binnenplanse afwijking of via bij Algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen (kruimellijst) medewerking te verlenen.

In dat geval kan onder de huidige wetgeving het college van burgemeester en wethouders uitsluitend een omgevingsvergunning voor een initiatief of (bouw)plan dat in strijd is met het bestemmingsplan verlenen met instemming van de gemeenteraad. Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan moet de gemeenteraad altijd instemmen als er met behulp van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo buitenplans wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Als de gemeenteraad wil instemmen, beslist hij dat hij ‘geen bedenkingen’ heeft en geeft hij een zogenoemde verklaring van geen bedenkingen (VVGB) af. Om het werkbaar te houden, heeft de gemeenteraad op 22 november 2011 gevallen aangewezen waarin zij vooraf toestemming geeft. Voor alle overige gevallen is per aanvraag een verklaring van de gemeenteraad nodig. Het adviesrecht vervangt de VVGB Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin wel een bindend advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan (artikel 16.15a onder b Omgevingswet). Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht; dan gaat de raad er niet over. Het college kan dan zelfstandig beslissen op de aanvraag. De status van het raadsadvies Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen.

Dit adviesrecht van de gemeenteraad is een zogenaamd verzwaard, bindend advies. Het college van burgemeester en wethouders mag daar niet van afwijken. Raadsbesluit nodig over adviesrecht De gemeenteraad moet - vóórdat de Omgevingswet in 2022 van kracht wordt - een besluit nemen over de gevallen waarin hij advies wil geven. Het huidige raadsbesluit ‘Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunningen’ d.d. 22 november 2011 vervalt namelijk automatisch bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft het college niet naar de gemeenteraad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan. Concrete gevallen De Omgevingswet bepaalt dat de gemeenteraad gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit op de advieslijst mag zetten. De Raad van State heeft in 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1655) bepaald dat een dergelijk besluit alleen duidelijk omschreven gevallen mag omvatten. Het moet, uit het oogpunt van rechtszekerheid, voor belanghebbenden van te voren duidelijk zijn of het adviesrecht op een aanvraag voor een omgevingsvergunning van toepassing is. Dit betekent dat wensen van de gemeenteraad vertaald moeten worden in concrete gevallen.

Eenvoudigere en snellere procedures De gemeenteraad moet bij het bepalen van de gevallen meewegen dat de Omgevingswet als doel heeft om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Ook bij afwijkingen van het omgevingsplan is de reguliere procedure van toepassing (in principe 8 weken, optioneel 6 weken verlening). Hoewel er enkele gevallen zijn waarbij de termijn kan worden verlengd 2

(onder meer op verzoek van aanvrager of als bevoegd gezag dat beslist) is de planning van de raadscyclus – en daarmee het agenderen in de gemeenteraad – daarbij echter geen reden om de procedure te verlengen. Het is dan ook zinvol dat de gemeenteraad vooraf bepaalt waar hij wel en geen rol voor zich ziet. Uitgangspunten van het adviesrecht Op 6 december 2021 heeft de commissie Fysiek Domein gesproken over uitgangspunten over het adviesrecht. Naar aanleiding van de commissievergadering zijn de uitgangspunten als volgt: 1. de gemeenteraad moet niet over alles willen gaan (gewijzigd); 2. de gemeenteraad gaat over zaken die politiek en maatschappelijk gevoelig liggen; 3. sturing op participatie is wenselijk; 4. onafhankelijke deskundigheid is soms voldoende; 5. bestaande en expliciet benoemde gevallen blijven voortbestaan. Opbouw van de advieslijst Met behulp van de bovenstaande uitgangspunten is de advieslijst opgesteld.

Figuur 1: Keuzemodel voor de opbouw van de advieslijst

Politiek- en maatschappelijk gevoelige gevallen De gemeenteraad adviseert in beginsel altijd over politiek- en maatschappelijk gevoelige gevallen. Het gaat om zaken die: • in het verleden al politiek en/of maatschappelijk gevoelig hebben gelegen; • een langdurig karakter hebben; • een terugkerend karakter hebben; • een grote ruimtelijke impact hebben. Deze gevallen zijn geconcretiseerd en opgenomen in de advieslijst. Bestaande en expliciet benoemde gevallen De gemeenteraad adviseert in beginsel altijd over bestaande en eerder expliciet benoemde gevallen. Hierbij gaat het om gevallen die: • expliciet benoemd zijn in de verklaring van geen bedenkingen uit 2011; • voortkomen uit de bestemmingsplannen. Deze gevallen zijn geïnventariseerd en opgenomen in de advieslijst. Onafhankelijke deskundigheid De gemeenteraad adviseert in beginsel alleen over gevallen die niet voldoen aan de door de gemeenteraad gestelde inhoudelijke voorwaarden. Het gaat hierbij onder andere om gevallen die voortkomen uit bestemmingsplannen. Deze voorwaarden vormen in de advieslijst de ‘drempelwaarde onafhankelijk advies’. Deze drempelwaarde wordt hieronder verder toegelicht. Het gaat hierbij in beginsel niet om gevallen die (op het moment van het opstellen van de advieslijst) een politiek- en/of maatschappelijk gevoelig karakter hebben. 3

Participatie De gemeenteraad adviseert in beginsel alleen over gevallen die niet voldoen aan de door de gemeenteraad gewenste prestaties op het gebied van participatie. Deze minimale prestaties zijn opgesteld aan de hand van het Spoorboekje Ruimtelijke Plannen 2018 en de interne participatieleidraad uit 2014. Deze minimale prestaties vormen in de advieslijst de ‘drempelwaarde participatie’. Deze drempelwaarde wordt hieronder verder toegelicht. Onafhankelijke deskundigheid in de advieslijst Onder de Omgevingswet kan gemeenteraad onafhankelijke en deskundige commissies aanwijzen. In een enkel geval kan het gaan om een externe commissie die alleen in opdracht van de overheid werkt of een exclusief contract heeft met de gemeente en dan geen diensten aan inwoners verleent. Voor het merendeel gaat het om commissies die door de gemeenteraad worden ingesteld en waarvan de leden door de gemeenteraad worden benoemd. De onafhankelijke en deskundige commissie beoordeelt een aanvraag op de voorwaarden die de gemeenteraad in de advieslijst heeft vastgesteld. Voldoet een aanvrager niet aan deze voorwaarden, dan wenst de gemeenteraad in die specifieke gevallen wel het college te adviseren over de aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Hiermee versterkt de gemeenteraad haar kaderstellende rol.

Het instellen van de onafhankelijke en deskundige commissies en het benoemen van leden gebeurt in een apart raadsbesluit. Participatie in de advieslijst Onder de Omgevingswet is participatie vormvrij. In hoofdstuk 4 wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin vormvrije participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht is. In beginsel houden de wettelijke mogelijkheden voor sturing op participatie daarmee op. De gemeenteraad wenst echter meer op participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten te sturen. Daarom worden sommige gevallen op de advieslijst omschreven als minimale prestaties voor participatie. Dit wordt de ‘drempelwaarde participatie’ genoemd. Voldoet een aanvrager niet aan deze minimale prestaties, dan wenst de gemeenteraad in die specifieke gevallen het college te adviseren over de aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De gemeenteraad kan de aanvrager dan ook horen/aanspreken op het feit dat hij minder aan participatie gedaan heeft dan dat de gemeenteraad wenst. Door gevallen te omschrijven als minimale prestaties voor participatie creëert de gemeenteraad een extra sturingsmogelijkheid.

4

Hoofdstuk 2 - De advieslijst (DRIE VARIANTEN)

5

Hoofdstuk 3 - Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Participatie in de Omgevingswet Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. En het is verplicht voor het bevoegd gezag. De gemeente moet ervoor zorgen dat alle belanghebbenden hun meningen kunnen geven over een visie of plan. Zoals een Omgevingsvisie of een Omgevingsplan. Belanghebbenden zijn bijvoorbeeld inwoners, bedrijven, verenigingen, scholen. Hiervoor heeft de gemeente een eigen ‘participatieleidraad’ opgesteld. Bij een omgevingsvergunning moet de aanvrager aangeven of hij omwonenden bij de aanvraag betrokken heeft. En hij moet duidelijk maken wat er uit die participatie is gekomen. De aanvrager mag zelf weten op welke manier hij de belanghebbenden bij de aanvraag betrekt. Om aanvragers te helpen om de participatie bij hun plan vorm te geven, heeft de gemeente een participatieleidraad voor initiatiefnemers opgesteld. Participatie bij vergunningverlening Wanneer een plan vergunningsvrij is of wanneer een initiatiefnemer een vergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit aanvraagt, is participatie voor een initiatiefnemer niet verplicht. Dit zijn activiteiten die binnen de regels van het Omgevingsplan vallen. En bij het vaststellen van het Omgevingsplan zelf heeft al participatie plaatsgevonden. Participatie door de initiatiefnemer wordt wel gestimuleerd.

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning hoeft de initiatiefnemer alleen aan te geven of er participatie heeft plaatsgevonden. Participatie kan wel verplicht zijn als iemand een vergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanvraagt. Dat zijn activiteiten die niet in het Omgevingsplan staan. Hierover heeft dus nooit eerder participatie plaatsgevonden. Of participatie in deze situatie wel of niet verplicht is, is aan de gemeenteraad om te bepalen. De gemeenteraad kan namelijk categorieën van gevallen aanwijzen waarvoor deze verplichting geldt. Dat staat in artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet. Bij deze categorieën van verplichte participatie geldt dat de aanvrager bij de aanvraag van de vergunning moet laten zien hoe hij belanghebbenden bij de aanvraag heeft betrokken. De aanvrager mag echter zelf weten op welke manier hij de belanghebbenden bij de aanvraag betrekt. Keuzemogelijkheden voor de gemeenteraad De gemeenteraad beslist dus of participatie ook verplicht moet zijn bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (opa’s). Hier zijn drie opties om uit te kiezen: 1. Participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten is niet verplicht; 2. Alleen in bepaalde categorieën van gevallen is participatie verplicht. 3. Participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten is zo vaak mogelijk verplicht; Ad 1.

Voorstanders van deze optie willen terughoudend zijn in het opleggen van regels en dus ook de verplichting van participatie. Ad 2. Voorstanders van deze optie kiezen ervoor om heel bewust te kijken naar initiatieven die het meest impact maken. Vaak wordt hier een koppeling gemaakt met de lijst van gevallen waarvoor de gemeenteraad gebruik wil maken van haar adviesrecht. Maar het staat de gemeenteraad geheel vrij om eigen categorieën van gevallen aan te wijzen. Ad 3. Voorstanders van deze optie menen dat het niet logisch is dat participatie in alle instrumenten van de Omgevingswet verplicht is, behalve bij deze buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Als je het overal

6

verplicht, wees dan ook consequent. Vooral ook omdat er bewust wordt afgeweken van de regels uit het Omgevingsplan. Dat kan nogal consequenties hebben voor omwonenden en belanghebbenden. Echter, een algemeen besluit het ‘in alle gevallen’ van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten participatie verplicht te stellen, is niet toegestaan. Er dient expliciet gemaakt te worden in welke gevallen de verplichte participatie dus wel geldt. In deze optie wordt een zo compleet mogelijke lijst van categorieën van gevallen vastgesteld. Het besluit van de gemeenteraad De gemeenteraad van Stichtse Vecht heeft de voorkeur dat participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zo vaak mogelijk verplicht wordt gesteld.

7

Hoofdstuk 4 - De participatielijst De gemeenteraad wijst de volgende categorieën van gevallen aan voor verplichte participatie, zoals bedoeld in artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet: 1. Wonen In de categorie Wonen, bij de volgende activiteiten: Arbeidsmigrantenlogiesactiviteit, Huisvestingsactiviteit, Woonactiviteit, Woonzorgactiviteit, Afhankelijke woonactiviteit, Agrarische woonactiviteit, Bedrijfswoonactiviteit, Dienstwoning activiteit, Kamerverhuuractiviteit, Overtuinactiviteit, Permanente woonactiviteit, Plattenlandswoningactiviteit, Terras-bij-woningactiviteit, Tuinactiviteit, Woonschipactiviteit, Woonwagenactiviteit, Zorgwoonactiviteit 2. Gebouwen en monumenten In de categorie Gebouwen en monumenten, bij de volgende activiteiten: Archeologische onderzoeksactiviteit, Beperkingengebiedactiviteit, Beschermd dorpsgezichtactiviteit, Buitenplaatsactiviteit, Cultureel erfgoed activiteit, Instandhouding-van-bouwwerkenactiviteit, Karakteristiekactiviteit, Molenbiotoopactiviteit, Monumentenactiviteit, Rijksmonumentenactiviteit, Sloopactiviteit, Verrichten-van-werken-en-werkzaamhedenactiviteit, Werelderfgoedactiviteit 3. Evenementen In de categorie Evenementen, bij de volgende activiteiten: Evenementenactiviteit, Evenemententerreinactiviteit, Festiviteitenactiviteit 4.

Bedrijvigheid In de categorie Bedrijvigheid, bij de volgende activiteiten: Ambachtelijke bedrijfsactiviteit, Atelieractiviteit, Bedrijf-aan-huisactiviteit, Bedrijfsactiviteit, Beroep-aanhuisactiviteit, Exploitatieactiviteit, Galerie-activiteit, Horeca-activiteit, Hoveniersbedrijfsactiviteit, Kantooractiviteit, Nevenactiviteit, Ondergeschikte-horeca-activiteit, Ondergeschikte-kantooractiviteit, Opslagactiviteit, Opslagbedrijfsactiviteit, Reclameactiviteit, Terrasactiviteit (horeca), Voertuigopslagactiviteit, Vuurwerkbedrijfsactiviteit 5. Detailhandel In de categorie Detailhandel, bij de volgende activiteiten: Detailhandelsactiviteit, Dienstverleningsactiviteit (evt. maatschappelijk), Groothandelsactiviteit, Grootschalige detailhandelsactiviteit, Kioskactiviteit, Ondergeschikte detailhandelsactiviteit, Perifere detailhandelsactiviteit, Snackkioskactiviteit, Standplaatsactiviteit, Detailhandelsactiviteit in motorbrandstoffen 6.

Recreatie en toerisme In de categorie Recreatie en toerisme, bij de volgende activiteiten: Bed-&-Breakfastactiviteit, Cultuuractiviteit, Dagrecreatieactiviteit, Hooiberghutactiviteit, Hotelactiviteit, Kampeeractiviteit, Kleinschalige kampeeractiviteit, Kleinschalige verblijfsrecreatieve activiteit, Logieactiviteit, Ontspanningsactiviteit, Recreatieactiviteit, Recreatief-medegebruikactiviteit, Recreatieve bedrijfsactiviteit, Recreatieve nevenactiviteit, Recreatieve verblijfsactiviteit, Verblijfsrecreatieactiviteit 7. Erotiek In de categorie Erotiek, bij de volgende activiteiten: Erotisch getinte horeca-activiteit, Erotisch getinte vermaaksactiviteit, Prostitutieactiviteit, Seksinrichtingsactiviteit 8. Infrastructuur In de categorie Infrastructuur, bij de volgende activiteiten: Aansluitactiviteit, Afmeeractiviteit, Alarminstalatieactiviteit, Jaagpadactiviteit, Kavelwegactiviteit, Kunstwerkactiviteit, Landinrichtingsactiviteit, Ligplaatsactiviteit, Luchthavenactiviteit, Nautische(voorzieningen)activiteit, Nutsvoorzieningenactiviteit, Parkeeractiviteit, Pontwachtersactiviteit, Rijkswegactiviteit, Spoorwegactiviteit, Uitritactiviteit, Vaartuigopslagactiviteit, Waterstaatswerkenactiviteit, Wegactiviteit

8

9. Natuur, milieu en water In de categorie Natuur, milieu en water, bij de volgende activiteiten: Afvalinzamelingsactiviteit, Baggeractiviteit, Bodemactiviteit, Flora-en-fauna-activiteit, Grondwateractiviteit, Hemelwaterafvoeractiviteit, Jachtactiviteit, Kapactiviteit, Lozingsactiviteit, Milieubelastende activiteit, Natura 2000-activiteit, Natuuractiviteit, Ontgrondingsactiviteit, Oppervlakteverhardingsactiviteit, Scheepsafvalactiviteit, Stortingsactiviteit, Valkeniersactiviteit, Wateractiviteit, Waterhuishoudingskundigeactiviteit, Waterinfiltratieactiviteit, Wateronttrekkingsactiviteit 10. Landbouw In de categorie Landbouw, bij de volgende activiteiten: Agrarisch-hulpgebouwactiviteit, Agrarisch-loonbedrijfsactiviteit, Agrarische bedrijfsactiviteit, Agrarischbeheeractiviteit, Agrarische medeactiviteit, Agrarische ondersteuningsactiviteit, Dierenactiviteit, Grondgebonden agrarische (bedrijfs)activiteit, Intensieve veehouderijactiviteit, Kwekerij-activiteit, Loonbedrijfsactiviteit, Manege-activiteit, Ondersteunende-teeltactiviteit, Paardenhouderijactiviteit, Paardenpensionactiviteit, Ruwvoedersgewasactiviteit, Zorgboerderijactiviteit 11.

Maatschappelijk In de categorie Maatschappelijk, bij de volgende activiteiten: Buurthuisactiviteit, Godsdienstige activiteit, Grafactiviteit, JOP-activiteit, Kinderopvangactiviteit, Maatschappelijke activiteit, Mantelzorgactiviteit, Medisch centrumactiviteit, Sanitaire (voorzienings)activiteit, Sociale activiteit, Speel(voorzienings)activiteit, Speelterreinactiviteit, Sportactiviteit, Zorginstellingsactiviteit, Zorgverleningsactiviteit 12. Energie In de categorie Energie, bij de volgende activiteiten: Vergistingsactiviteit, Windenergieactitiveit, Zonne-energieactiviteit

9

Hoofdstuk 5 - Slotbepalingen 1. Titel en citeertitel De titel van deze nota is de ‘Adviesrecht van de gemeenteraad en verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsvergunningen’. De citeertitel is ‘Advieslijst gemeenteraad Stichtse Vecht 2022’. 2. Inwerkingtreding De inwerkingtreding van de Advieslijst gemeenteraad Stichtse Vecht 2022 is gelijk aan de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. 3. Monitoring, evaluatie en aanpassing Aangezien het op dit moment niet precies duidelijk is voor de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie hoe de invoering van de Omgevingswet juist zal lopen, wenst de gemeenteraad betrokken te blijven bij de monitoring en de evaluatie van het adviesrecht. De volgende cyclus van monitoring en evaluatie zal worden gevolgd: Tijdstip Invoering Omgevingswet Na 1 jaar (na invoering van de Omgevingswet) Na 2 jaar

Actie Het adviesrecht wordt van kracht Monitoring van het adviesrecht

Na 2,5 jaar

Evaluatie kan leiden tot aanpassingen aan de advieslijst

De uitkomsten worden gedeeld met de gemeenteraad

Evaluatie van het adviesrecht

De gemeenteraad doet mee in de evaluatie

De gemeenteraad neemt een dergelijk besluit

Ondanks deze voorgestelde cyclus van monitoring en evaluatie heeft de gemeenteraad uiteraard de mogelijk om de advieslijst voortijdig aan te passen indien dat noodzakelijk blijkt. 4. Begrippen De in bijlage 1 opgenomen begrippen en begripsomschrijvingen maken integraal deel uit van de Advieslijst gemeenteraad Stichtse Vecht 2022.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1770/documents/38475