CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Uitspraak RvS 8 juli 2022.pdf

Raad 1 november 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 15. 22:00: Bestemmingsplan Rondom De Vecht2.483 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raad

•

.

«

*

91

>4

Afdeling bestuursrechtspraak

vanState

Pagina 1 van 1

StichisG

Vecht

11 JULI 20ZZ

Ingekomen

Raad van de gemeente Stichtse Vecht

Postbus 1212 3600 BE MAARSSEN

Datum

Ons nummer

Uw kenmerk

8 juli 2022

202203036/1/R4

Z/22/270533-D/22/446832

Inlichtingen

Onderwerp

N. Verweij 070-4264815

Schulp Vruchtensappen B.V. en Schulp Vastgoed B.V./raad der gemeente Stichtse Vecht beroep niet tijdig beslissen

Procedure

Beroep

Geachte heer/mevrouw. In bovengenoemde procedure heeft de Afdeling uitspraak gedaan. De procedure is daarmee beëindigd. Een kopie van deze uitspraak treft u hierbij aan.

Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier

38S6117(CA0)

Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag - T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden

f.

r

• Raad

vanState 202203036/1/R4. Datum uitspraak: 8 juli 2022

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen:

Schulp Vruchtensappen B.V. en Schulp Vastgoed B.V. (hierna samen en in enkelvoud: Schulp), gevestigd te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, appellanten.

en de raad van de gemeente Stichtse Vecht, verweerder.

202203036/1/R4

2

8 juli 2022

Procesverloop

Schulp heeft naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 9 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2909, op 18 mei 2022 beroep ingesteld tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit omtrent de vaststelling van een bestemmingsplanregeling voor het perceel Zandpad 76 te Breukelen, betreffende de gronden van sapfabriek Schulp.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Schulp heeft een nader stuk ingediend.

Overwegingen 1. Het op deze zaak betrekking hebbend wettelijk kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. Deze bijlage maakt deel uit van de uitspraak. In de uitspraak van 9 december 2020 heeft de Afdeling het beroep 2. Schulp gegrond verklaard. Verder heeft zij bij die uitspraak de besluiten van van 2 oktober 2018 en 19 november 2019 van de raad, waarbij onder meer de bestemmingsplanregeling voor het perceel van Schulp is vastgesteld onderscheidenlijk gewijzigd is vastgesteld, vernietigd. De Afdeling heeft de raad opgedragen met inachtneming van wat in de uitspraak daarover is overwogen, binnen twintig weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Daarbij heeft de Afdeling de raad opgedragen om bij het nieuw te nemen besluit alsnog een kenbare afweging te maken over de ruimtelijke gevolgen van de uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten van Schulp die hij in het plan heeft beoogd toe te staan. 3. Schulp heeft beroep ingesteld, omdat de raad volgens hem niet tijdig een nieuw besluit heeft genomen ter uitvoering van de uitspraak van 9 december 2020.

Schulp verzoekt de Afdeling zijn beroep daarom gegrond te verklaren en te bepalen dat de raad binnen de in artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb, genoemde termijn van twee weken alsnog een besluit moet nemen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan ten aanzien van zijn perceel, op straffe van een dwangsom voor iedere dag dat de raad in gebreke blijft de uitspraak na te leven.

4. In zijn verweerschrift heeft de raad gesteld dat hij Schulp voor het nieuw te nemen besluit heeft verzocht een uitgebreidefre) ruimtelijke onderbouwing aan te leveren, waaruit onder meer moet blijken wat de effecten van de gewenste uitbreiding van de sapfabriek zijn en of die effecten acceptabel zijn. Omdat Schulp een dergelijke ruimtelijke onderbouwing niet heeft aangeleverd, zegt de raad het nieuw te nemen besluit niet te kunnen nemen. 5. Vaststaat dat de raad niet binnen de termijn van twintig weken een besluit heeft genomen. In haar uitspraak van 8 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2O19:673, heeft de Afdeling geoordeeld dat wanneer de wettelijke termijn voor het nemen van een besluit is verstreken, gelet op

202203036/1/R4

3

8 juli 2022

artikel 6:12, tweede en derde lid, van de Awb in beginsel een ingebrekestelling is vereist in de gevallen dat tegen het niet tijdig nemen van een besluit beroep wordt ingesteld bij de bestuursrechter. Ditzelfde geldt wanneer de bestuursrechter het bestuursorgaan heeft opgedragen een nieuw besluit te nemen maar geen termijn heeft bepaald waarbinnen dat besluit moet worden genomen. Anders ligt dit wanneer, zoals de Afdeling in haar uitspraak van 9 december 2020 heeft gedaan, de bestuursrechter een termijn heeft gesteld en het bestuursorgaan zich, ondanks het gezag van deze rechterlijke uitspraak, daaraan niet houdt. Dit betekent dat de raad na het verstrijken van de termijn van twintig weken in verzuim was om een besluit te nemen. Overigens merkt de Afdeling in dit kader op dat de ingebrekestelling van Schulp in dit geval niet was vereist. Voor zover de raad heeft gesteld dat hij zonder een door Schulp aangeleverde, toereikende ruimtelijke onderbouwing in het geheel geen nieuw besluit kan nemen, volgt de Afdeling hem niet. Het ontbreken van een al dan niet toereikende ruimtelijke onderbouwing kan weliswaar van betekenis zijn voor de strekking van het te nemen besluit, maar die omstandigheid vormt op zichzelf geen belemmering voor de raad om een nieuw besluit te nemen. Dit betekent dat het beroep van Schulp kennelijk gegrond is.

De Afdeling vernietigt het met het besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit omtrent de vaststelling van een bestemmingsplanregeling voor het perceel Zandpad 76 te Breukelen, betreffende de gronden van sapfabriek Schulp. 6. Gelet op het voorgaande en gezien artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb dient de raad alsnog een besluit te nemen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. De Afdeling zal daartoe een termijn op grond van artikel 8:55d, derde lid, stellen, waarbij rekening is gehouden met hetgeen de raad in zijn verweerschrift heeft toegelicht. Wat de datum van bekendmaking van dit besluit betreft dient rekening gehouden te worden met de in artikel 3.8, derde, vierde en zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening genoemde termijnen. De Afdeling bepaalt verder met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb dat de raad een dwangsom aan Schulp verbeurt voor iedere dag dat de raad in gebreke blijft de uitspraak na te leven. De Afdeling zal de hoogte van deze dwangsom vaststellen op € 100,00 per dag, met een maximum van € 1 5.000,00. 7.

De raad moet de proceskosten vergoeden.

202203036/1/R4

8 juli 2022

4

« Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; I.

IV.

V.

VI.

VII.

verklaart het beroep gegrond; vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit omtrent de vaststelling van een bestemmingsplanregeling voor het perceel Zandpad 76 te Breukelen, betreffende de gronden van sapfabriek Schulp; draagt de raad van de gemeente Stichtse Vecht op om binnen 10 weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen en dit vervolgens op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken; bepaalt dat de raad van de gemeente Stichtse Vecht aan Schulp Vruchtensappen B.V. en Schulp Vastgoed B.V. een dwangsom verbeurt voor elke dag waarmee de raad van de gemeente Stichtse Vecht de hiervoor genoemde termijn voor de bekendmaking van het besluit overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom € 100,00 per dag bedraagt, met een maximum van € 15.000,00, met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; bepaalt dat geen dwangsom wordt verbeurd indien en voor zover het college van gedeputeerde staten van Utrecht een reactieve aanwijzing als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening geeft ten aanzien van het onder III bedoelde besluit; veroordeelt de raad van de gemeente Stichtse Vecht tot vergoeding van bij Schulp Vruchtensappen B.V. en Schulp Vastgoed B.V.

in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 379,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; gelast dat de raad van de gemeente Stichtse Vecht aan Schulp Vruchtensappen B.V. en Schulp Vastgoed B.V. het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 365,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.L.M. van Loo, griffier.

w.g. Minderhoud lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Loo griffier

202203036/1/R4

5

8 juli 2022

Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2022

991 Verzonden: 8 juli 2022

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55

van de Awb). - Verzet moet schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak worden gedaan. - In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met wat er in deze uitspraak staat. - Als de indiener over het verzet door de Afdeling wil worden gehoord, moet dit in het verzetschrift worden gevraagd. De zitting gaat dan alleen over de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak waartegen uw verzet is gericht.

202203036/1/R4

6

8 juli 2022

BIJLAGE

ALGEMENE WET BESTUURSRECHT Afdeling 3.6 Bekendmaking en mededeling

Artikel 3:40 Een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt.

Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen over bezwaar en beroep

Afdeling 6.1. Inleidende bepalingen Artikel 6:2 Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden met een besluit gelijkgesteld: [...], en a. het niet tijdig nemen van een besluit. b.

Afdeling 6.2. Overige algemene bepalingen Artikel 6:12 Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit 1. dan wel het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende beschikking, is het niet aan een termijn gebonden. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra: 2. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen of een a. van rechtswege verleende beschikking bekend te maken, en twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het b. bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.

[...] Het beroep is niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.

4.

Hoofdstuk 8 Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter Titel 8.2 Behandeling van het. beroep in eerste aanleg Afdeling 8.2.4 Vereenvoudigde behandeling

Artikel 8:54 Totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de 1. bestuursrechter te verschijnen, kan de bestuursrechter het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat: de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is, a. het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, b. het beroep kennelijk ongegrond is, of c. het beroep kennelijk gegrond is. d. In de uitspraak na toepassing van het eerste lid worden partijen 2. gewezen op artikel 8:55, eerste lid.

202203036/1/R4

7

8 juli 2022

Afdeling 8.2.4a Beroep bij niet tijdig handelen Artikel 8:55b Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een 1. besluit, doet de bestuursrechter binnen acht weken nadat het beroepschrift is ontvangen en aan de vereisten van artikel 6:5 is voldaan, uitspraak met toepassing van artikel 8:54, tenzij de bestuursrechter een onderzoek ter zitting nodig acht. [...] Artikel 8:55d Indien het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt, 1. bepaalt de bestuursrechter dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt. De bestuursrechter verbindt aan zijn uitspraak een nadere dwangsom 2. voor iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven. De artikelen 611c en 611g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing. In bijzondere gevallen of indien de naleving van andere wettelijke 3. voorschriften daartoe noopt, kan de bestuursrechter een andere termijn bepalen of een andere voorziening treffen.

WET RUIMTELIJKE ORDENING Hoofdstuk 3 Bestemmings- en inpassingsplannen

Afdeling 3.2 Bepalingen omtrent de procedure van het bestemmingsplan Artikel 3.8 Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de 1. Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat:

[...] de gemeenteraad binnen twaalf weken na de termijn van d. terinzageligging beslist omtrent vaststelling van het bestemmingsplan. [...] De bekendmaking van het besluit tot vaststelling van het 3. bestemmingsplan geschiedt binnen twee weken na de vaststelling. In afwijking van artikel 3:1, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht zijn op een besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan de artikelen 3:43, 3:44 en 3:45 en afdeling 3.7 van die wet van toepassing. In afwijking van het derde lid wordt het besluit tot vaststelling van het 4. bestemmingsplan zes weken na de vaststelling bekendgemaakt, indien door gedeputeerde staten. Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat een zienswijze is ingediend en deze niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan daarin wijzigingen heeft aangebracht ten opzichte van het ontwerp, anders dan op grond van zienswijzen van gedeputeerde staten. Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat. In zodanig geval zenden burgemeester en wethouders na de vaststelling onverwijld langs elektronische weg het raadsbesluit aan

202203036/1/R4

8

8 juli 2022

gedeputeerde staten onderscheidenlijk Onze Minister of Onze Minister wie

het aangaat. [...] Indien aan de in het vierde lid bedoelde voorwaarden is voldaan 6. kunnen gedeputeerde staten onderscheidenlijk Onze Minister, onverminderd andere aan hen toekomende bevoegdheden, binnen de in dat lid genoemde termijn met betrekking tot het desbetreffende onderdeel van het vastgestelde bestemmingsplan aan de gemeenteraad een aanwijzing als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 4.4, eerste lid, onder a, geven, ertoe strekkende dat dat onderdeel geen deel blijft uitmaken van het bestemmingsplan zoals het is vastgesteld. Artikel 4.2, tweede tot en met vierde lid, onderscheidenlijk artikel 4.4, tweede tot en met vierde lid, zijn op deze aanwijzing niet van toepassing. Gedeputeerde staten onderscheidenlijk Onze Minister vermelden in de redengeving de aan het besluit ten grondslag liggende feiten, omstandigheden en overwegingen die de provincie onderscheidenlijk het Rijk beletten het betrokken provinciaal onderscheidenlijk nationaal belang met inzet van andere aan hen toekomende bevoegdheden te beschermen. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt alsdan met uitsluiting van dat onderdeel, samen met het aanwijzingsbesluit en op gelijke wijze door burgemeester en wethouders bekendgemaakt. De in het vierde lid genoemde termijn wordt hiertoe met een week verlengd.

De termijn voor indiening van een beroepschrift tegen het aanwijzingsbesluit vangt aan met ingang van de dag na die waarop dit besluit ter inzage is gelegd. Zodra het aanwijzingsbesluit onherroepelijk is geworden vervalt het vaststellingsbesluit voor dat onderdeel. [...]

Raad

vanState

PostNL Port Betaald Port Payé Pays-Bas

Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag

/ C) <5 C> ■=i

Cj ■::5 e

*

• •

•

■*

•

ü

s§

I (J

Q

«

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2052/documents/43544