4. Tabel met voorgestelde wijzigingen.pdf
Tekst van het document
Overzicht wijzigingen Verordening op de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht
Verordening 2024
Voorstel versie 2026
Toelichting
Toelichting ‘algemeen’: Met de Omgevingswet (hierna: de wet) die naar verwachting op 1 januari 2024 in werking treedt, wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien.
“Met de Omgevingswet (hierna: de wet) die op 1 januari 2024 in werking treedt, wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien.”
Actualisatie.
Artikel 2, lid 2 onder c: “adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over de door de gemeenteraad aangewezen gevallen als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Advies- en Participatielijst gemeenteraad Stichtse Vecht 2022, in de hoedanigheid van de aldaar genoemde onhankelijke en deskundige commissie;”
“adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over de door de gemeenteraad aangewezen gevallen als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Advies- en Participatielijst gemeenteraad Stichtse Vecht 2022, in de hoedanigheid van de aldaar genoemde onafhankelijke en deskundige commissie;”
Herstel typefout.
Toelichting artikel 2, eerste lid: “Dit lid beschrijft de adviestaak in algemene zin: het adviseren van de raad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) op het gebied van de omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet. De commissie adviseert dus niet over andere aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. De commissie geeft ook voorlichting over de doelstelling van een goede omgevingskwaliteit en over de werkzaamheden van de commissie zelf. De commissie baseert de voorlichting (net als haar concrete adviezen) op de
“Dit lid beschrijft de adviestaak in algemene zin: het adviseren van de raad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) op het gebied van de omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet. De commissie geeft ook voorlichting over de doelstelling van een goede omgevingskwaliteit en over de werkzaamheden van de commissie zelf. De commissie baseert de voorlichting (net als haar concrete adviezen) op de vastgestelde beleidskaders (zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken, bedoeld in artikel 4.19 van de wet).”
Afstemming op de praktijk: De commissie heeft ook deskundigen in huis die adviseren over de veiligheid en gezondheid van de leefomgeving (o.m. verkeer, milieu en gezondheidsgeografie). Deze zin komt dus niet overeen met de werkelijkheid. Daarom voorstel tot schrappen.
1
vastgestelde beleidskaders (zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken, bedoeld in artikel 4.19 van de wet).” Diverse locaties: “gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit?”
“Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit”
Hoofdletters
Toelichting artikel 2, tweede lid, onderdeel a: “Dit betreft de advisering over aanvragen om een omgevingsvergunning of de advisering over een ontwerpbesluit als het college geen bevoegd gezag is. De commissie adviseert op verzoek van het college over een aanvraag voor: […]”
“De commissie is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning of voor een ontwerpbesluit waarvoor het college bevoegd gezag is voor zover de aanvraag betrekking heeft op: […] Als het college geen bevoegd gezag is voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in onderdeel a, maar adviseur, is de commissie ook adviseur en richt het advies van de commissie zich tot het college in plaats van tot het bevoegd gezag (zie artikel 4.22 van het Omgevingsbesluit).”
Herstel fout: Onderdeel a van het tweede lid van artikel 2 betreft de advisering zowel in het geval dat het college het bevoegd gezag is als niet. De huidige toelichting klopt daarom niet.
Artikel 4, lid 1: “De commissie bestaat uit maximaal zeventien leden, de voorzitter en ondervoorzitter(s) daaronder begrepen. De raad kan daarnaast maximaalvijf plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen.”
“De commissie bestaat uit maximaal zeventien leden, de voorzitter en ondervoorzitter(s) daaronder begrepen. De raad kan daarnaast maximaal vijf plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen.”
Herstel typefout.
Artikel 4, lid 5: “De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: architectuur, archeologische monumentenzorg, bodem, bouw- en
“De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: architectuur, archeologische monumentenzorg, bodem, bouw- en architectuurhistorie,
Integratie nader besluit: Bij raadsbesluit van 30 september 2025 zijn de in de GAVO vertegenwoordigde disciplines uitgebreid met ‘natuur’ en ‘water’. 2
architectuurhistorie, cultuurhistorie, ecologie, geur, geluid, gezondheidsgeografie, landbouw, landschap, milieu, planologie, restauratiearchitectuur, stedenbouw en verkeer.”
cultuurhistorie, ecologie, geur, geluid, gezondheidsgeografie, landbouw, landschap, milieu, natuur, planologie, restauratiearchitectuur, stedenbouw, verkeer en water.”
Toelichting artikel 4: Verwijzing naar Kaderwet Adviescolleges toevoegen.
“Op grond van artikel 17.2 van de wet zijn enkele bepalingen uit de Kaderwet Adviescolleges van toepassing. De Kaderwet Adviescolleges geeft algemene regels voor de instelling en de omgang van adviescolleges. Zo wordt bij de benoeming van de voorzitters en van de andere leden van adviescolleges gestreefd naar evenredige deelneming aan adviescolleges van vrouwen en personen behorende tot etnische of culturele minderheidsgroepen (zie artikel 12 lid 3 Kaderwet Adviescolleges).”
Verduidelijken onafhankelijk karakter GAVO: De Kaderwet heeft de volgende doelstellingen: 1. versobering en transparantie van het adviesstelsel; 2. de scheiding van advies en overleg en daarmee het herstel van het politieke primaat en verheldering van de politieke besluitvorming; 3. de verbetering van de politieke aansturing van adviescolleges.
Toelichting artikel 4, vierde en vijfde lid: “[…] Volgens de Memorie van toelichting dient de commissie ten minste over deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap en stedenbouw te beschikken (Kamerstukken II 2014-2015, 33962 nr. 3, p. 581). In aanvulling hierop is de deskundigheid aangevuld met architectuur, bodem, ecologie, geur, geluid, gezondheidsgeografie, landbouw, milieu, planologie en verkeer. Het is mogelijk dat één persoon meerdere disciplines in zich verenigt.”
“[…] Volgens de Memorie van toelichting dient de commissie ten minste over deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap en stedenbouw te beschikken (Kamerstukken II 2014-2015, 33962 nr. 3, p. 581). In aanvulling hierop is de deskundigheid aangevuld met architectuur, bodem, ecologie, geur, geluid, gezondheidsgeografie, landbouw, milieu, natuur, planologie, verkeer en water. Het is mogelijk dat één persoon meerdere disciplines in zich verenigt.”
Integratie nader besluit: Bij raadsbesluit van 30 september 2025 zijn de in de GAVO vertegenwoordigde disciplines uitgebreid met ‘natuur’ en ‘water’.
Toelichting artikel 5, eerste tot en met derde lid:
Volledig schrappen.
Integratie nader besluit: 3
“De vraag kan worden gesteld of het benoemen van leden en instellen van de commissie een bevoegdheid is die gemandateerd kan worden aan het college. Mandaatverlening is niet geoorloofd indien de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. In dit geval is het de vraag of de aard van de bevoegdheid zich verzet tegen mandaatverlening als bedoeld in artikel 10:3, tweede lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Onder de Woningwet is overwogen dat de raad een centrale rol moest spelen in het welstandstoezicht, mandatering was daarom niet mogelijk. Uit de toelichting bij artikel 17.7 van de wet volgt dat “in navolging van de bestaande regeling voor de welstandscommissie (..) die bevoegdheid is neergelegd bij de gemeenteraad.” (Kamerstukken II, 20132014, 33962, nr. 3, p. 580). Op grond daarvan mag worden aangenomen dat de aard van de bevoegdheid zich tegen mandatering aan het college verzet.” Artikel 6, lid 1: “De commissie heeft een ambtelijk secretaris.”
In de raadsvergadering van 18 november 2025 is het voorstel ‘Mandaatbesluit benoeming en ontslag leden GAVO’ aangenomen. Aanvankelijk werd gedacht dat delegatie en mandaat van deze bevoegdheid niet mogelijk was. Sindsdien is sprake van voortschrijdend inzicht. De geschiedenis van de Omgevingswet is nogmaals beoordeeld tegen de achtergrond van de wetsgeschiedenis van de Monumentenwet, Erfgoedwet en Woningwet. Er is bij nader inzien geen aanleiding om de voorzichtige benadering, dat delegatie en mandaat niet mogelijk is, te handhaven. De VNG adviseert nu gemeenteraden die benoeming aan het college willen overlaten, om de bevoegdheid om leden van de adviescommissie te benoemen te mandateren aan het college. Ook de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zijn hier voorstander van.
“De commissie wordt bijgestaan door een of meer ambtelijk secretarissen. Het college wijst de ambtelijk secretaris(sen) aan. Indien het college voornemens is de aanwijzing van de secretaris in te trekken, wordt de commissie gehoord.”
Verduidelijken onafhankelijk karakter GAVO & afstemmen op praktijk: In werkelijkheid zijn er (minimaal) twee secretarissen. Dit om te zorgen dat de commissie kan blijven functioneren bij ziekte en/of vakantie van de ambtelijk secretaris. In verband met de onafhankelijkheid van de commissie, is de secretaris van de commissie voor zover het betreft de uitvoering van zijn/haar 4
functie, uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie. Toelichting artikel 6: “De commissie wordt in ieder geval bijgestaan door een ambtelijk secretaris die voor de uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig is aan de commissie. De secretaris wordt dus niet door bestuurlijke belangen geleid. Datzelfde geldt voor de medewerkers die eventueel aan de secretaris worden toegevoegd en die door de secretaris worden aangestuurd.”
“De secretaris verleent de commissie de nodige ambtelijke bijstand; draagt zorg voor de voorbereiding van de hoorzittingen; neemt (zonder stemrecht) deel aan de beraadslagingen van de commissie; stelt conceptadviezen op en treedt op namens de commissie en/of de voorzitter in door deze te bepalen gevallen. In verband met de onafhankelijkheid van de commissie, is de secretaris van de commissie voor zover het betreft de uitvoering van zijn/haar functie, uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie. De secretaris wordt dus niet door bestuurlijke belangen geleid. Datzelfde geldt voor de medewerkers die eventueel aan de secretaris worden toegevoegd en die door de secretaris worden aangestuurd.”
Verduidelijken onafhankelijk karakter GAVO: Nadere toelichting positie en taken van de ambtelijk secretaris.
Artikel 9, lid 3: “Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste tweederde van het aantal leden van de commissie dan wel subcommissie. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het
“Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg.”
Afstemmen op praktijk: Om verschillende redenen is het quorum praktisch niet haalbaar gebleken, zie het memo ‘Aanpassen vereiste quorum besluitvormende vergadering GAVO’. In het portefeuillehouders overleg van 17 juni 2024 is ingestemd met dit memo. Sindsdien wordt het quorum niet gehandhaafd. Dit is goed werkbaar gebleken. De verordening dient te worden aangepast op de praktijk. 5
gebied van de monumentenzorg.” Toelichting artikel 9, derde lid: “Dit lid ziet erop toe dat in de vergadering voldoende leden aanwezig zijn, zodat een deskundig oordeel kan worden gevormd. Het borgt ook de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet)”
“Dit lid borgt de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet)”
Afstemmen op praktijk: Zie de uitleg hierboven over het quorum.
Artikel 10, lid 5: Vijfde lid toevoegen.
“In gevallen waarbij het oordeel van de commissie als bekend mag worden verondersteld, kan de commissie de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie ook overlaten aan: a. een ambtelijk secretaris van de commissie, b. een of meer daartoe aangewezen leden, die daarbij handelen onder verantwoordelijkheid van de commissie.”
Integratie nader besluit: Op 2 juli 2024 heeft de gemeenteraad de 1e Wijziging van de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2024 vastgesteld.
Toelichting artikel 10, tweede alinea: Zinsnede toevoegen.
[… mag worden verondersteld.] “Dat betekent bijvoorbeeld dat een ambtelijk secretaris namens de commissie kan aansluiten bij interne overleggen en daarbij kan adviseren binnen de door de commissie gestelde kaders.” [Een ruimere volmacht…]
Integratie nader besluit: Op 2 juli 2024 heeft de gemeenteraad de 1e Wijziging van de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2024 vastgesteld.
6
Artikel 19, lid 1: “Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016 […] (Omgevingswet) in werking.”
“Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2026.”
Technische aanpassing.
Artikel 19, lid 2: “Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2024.”
“Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de Gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2026.”
Technische aanpassing.
7