CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

4. plan van aanpak milieueffectrapportage.pdf

Commissie Fysiek Domein 30 november 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4. 19:45: Omgevingsvisie Stichtse Vecht.5.489 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Plan van aanpak Milieuweging programma’s en omgevingsplan Gemeente Stichtse Vecht

Concept

1 oktober 2021

Kenmerk

R001-1282847JAJ-V01-agv

Verantwoording Titel

Plan van aanpak Milieuweging programma’s en omgevingsplan Gemeente Stichtse Vecht

Opdrachtgever

Gemeente Stichtse Vecht

Projectleider

Joost de Jong

Auteur(s)

Daan van Gils, Lex Bekker

Tweede lezer

Joost de Jong

Projectnummer

1282847

Aantal pagina’s

15

Datum

1 oktober 2021

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv

Concept

Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

2/15

Kenmerk

R001-1282847JAJ-V01-agv

Inhoud 1.

2.

Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding .......................................................................................................................... 4

1.2

Doel m.e.r. ......................................................................................................................... 4

1.3

Programma geen begrip in Wet milieubeheer ................................................................... 5

M.e.r-plicht onder de Omgevingswet ........................................................................................ 6 2.1

Verschillen in m.e.r.-plicht met Wet milieubeheer .............................................................. 6

2.2

Eisen voor de plan-m.e.r.-plicht onder de Omgevingswet ................................................. 7

2.2.1

Wettelijk of bestuursrechtelijk plan of programma……………………………………… 7

2.2.2

Kaderstellend voor m.e.r.(beoordelings)plichtige projecten of een passende beoordeling………………………………………………………………………………….. 7

4.

Aanpak m.e.r. bij programma’s ................................................................................................. 8 3.1

Opdrachten in omgevingsvisie ........................................................................................... 8

3.2

Advies omgang m.e.r. bij programma’s ............................................................................. 9

Aanpak m.e.r. bij omgevingsplan ............................................................................................ 10 4.1

Stap voor stap naar het omgevingsplan .......................................................................... 11

4.2

M.e.r.-plicht omgevingsplan ............................................................................................. 11

4.3

M.e.r. als integraal instrument bij uitwerking deel-omgevingsplannen ............................ 11

Bijlage 1 Bijlage 2

Literatuur en bronnen ............................................................................................... 13 Beslisschema planMER of planMER-beoordelingsplicht in het kader van de Omgevingswet (Ow)……………………………………………………………………… 14

Concept

3.

3/15

Kenmerk

R001-1282847JAJ-V01-agv

1. Inleiding In dit Plan van Aanpak wordt in beeld gebracht wat de m.e.r.-plicht is voor programma’s onder de omgevingsvisie. Allereerst volgt de aanleiding voor dit plan van aanpak en wordt uitgelegd wat het verschil tussen het product milieueffectrapport (MER) en de procedure milieueffectrapportage (m.e.r.) is en welke wet- en regelgeving hierbij relevant is. In hoofdstuk 2 en 3 wordt de plicht tot milieueffectrapportage voor programma’s en omgevingsplannen onder de toekomstige Omgevingswet uitgelegd. In hoofdstuk 4 staat de aanpak voor de milieuweging bij programma’s en het omgevingsplan.

1.1

Aanleiding

De gemeente Stichtse Vecht heeft onlangs een omgevingsvisie opgesteld. Inmiddels heeft het ontwerp van de omgevingsvisie van 4 juni 2021 tot 15 juli 2021 ter inzage gelegen1. De definitieve omgevingsvisie wordt waarschijnlijk einde dit jaar vastgesteld door de gemeenteraad. Voor de omgevingsvisie heeft de gemeente besloten geen MER laten opstellen (B&W Voorstel, 23 maart 2021). De gemeente gaat volgend op de omgevingsvisie enkele programma’s en (in delen) een omgevingsplan opstellen. Hiervoor wil de gemeente in beeld hebben hoe zij de milieuweging van deze programma’s kan vormgeven. Deze notitie is het plan van aanpak voor de milieuweging van deze programma’s en bij het omgevingsplan.

1.2

Doel m.e.r.

Het doel van de milieueffectrapportage is om het milieubelang een volwaardige plek te geven in de besluitvorming. Het is van groot maatschappelijk belang om nadelige gevolgen op het milieu te voorkomen. Het instrument milieueffectrapportage heeft als belangrijkste doel om het milieu volwaardig te laten meewegen bij de vaststelling van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en of private partijen die nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu2. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is de procedure met daarin verschillende stappen. Het is niet het doel in deze notitie deze stappen uitvoerig te beschrijven, zie voor een overzicht van de beperkte en uitgebreide procedure het volgende artikel van Kenniscentrum InfoMil: Wat zijn de procedurestappen?3 Een van de stappen is het milieueffectrapport (MER). De inhoudelijke vereisten van een MER zijn volgens het kenniscentrum Infomil en op basis van artikel 7.7 en 7.23 van de Wet milieubeheer in ieder geval4: 1. Doel: een beschrijving van wat met de voorgenomen activiteit wordt beoogd 2.

Voorgenomen activiteit en alternatieven: een beschrijving van de voorgenomen activiteit en van de redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven daarvoor, inclusief de motivering van de keuze voor de in beschouwing genomen alternatieven. In het geval van een m.e.r.-plichtig besluit

1

Proces omgevingsvisie - Stichtse Vecht

2

https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/mer/procedurehandleiding/index/doel/

3

https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/mer/procedurehandleiding/procedurele/procedurestappen-0/

4

https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/mer/procedurehandleiding/procedurele/opstellen-mer/

Concept

ook een beschrijving van de wijze waarop de voorgenomen activiteit zal worden uitgevoerd

4/15

Kenmerk

3.

R001-1282847JAJ-V01-agv

Relevante plannen en besluiten: in het geval van een m.e.r.-plichtig plan een overzicht van eerder vastgestelde plannen die betrekking hebben op de voorgenomen activiteit en de beschreven alternatieven. In het geval van een m.e.r.-plichtig besluit een aanduiding van dit besluit (of besluiten) en een overzicht van de eerder genomen beslissingen van bestuursorganen die betrekking hebben op de voorgenomen activiteit en de beschreven alternatieven

4.

Huidige situatie en autonome ontwikkeling: een beschrijving van de bestaande toestand van het milieu, voor zover de voorgenomen activiteit of de beschreven alternatieven daarvoor gevolgen kunnen hebben, en van de te verwachten ontwikkeling van dat milieu, indien die activiteit noch de alternatieven worden ondernomen

5.

Effecten: een beschrijving van de gevolgen voor het milieu die de voorgenomen activiteit en de beschreven alternatieven kunnen hebben, inclusief een motivering van de wijze waarop deze gevolgen zijn bepaald en beschreven

6.

Vergelijking: een vergelijking van de beschreven te verwachten ontwikkeling van het milieu (punt D) met de beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van de voorgenomen activiteit en elk van de in beschouwing genomen alternatieven (punt E)

7.

Mitigerende en compenserende maatregelen: een beschrijving van de maatregelen om belangrijke nadelige gevolgen op het milieu van de activiteit te voorkomen, te beperken of zoveel mogelijk teniet te doen

8.

Leemten in informatie: een overzicht van de leemten in de beschrijvingen van de bestaande toestand van het milieu en de gevolgen voor het milieu (punten D en E) als gevolg van het ontbreken van de benodigde gegevens

9.

Samenvatting: een samenvatting die aan een algemeen publiek voldoende inzicht geeft voor de beoordeling van het milieueffectrapport en van de daarin beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van de voorgenomen activiteit en van de beschreven alternatieven

1.3

Programma geen begrip in Wet milieubeheer

Het begrip ‘programma’ wordt samen met het begrip ‘plan’ genoemd in de in de huidige regelgeving van de Wet milieubeheer. In het Besluit m.e.r. staat het woord programma, echter maar één keer genoemd. Het is onduidelijk of het begrip ‘programma’ dezelfde betekenis heeft onder de Wet milieubeheer als in de Omgevingswet. Het begrip programma sluit daarom ook niet aan op de huidige Wet milieubeheer. De vraag of voor een programma in de geest van de omgevingswet onder de Wet milieubeheer een m.e.r.plicht geldt is een grijs gebied. Hier is gekozen die vraag dan ook niet verder te onderzoeken en met name vooruitlopend op de Omgevingswet te kijken naar de m.e.r.-plicht voor plannen en programma’s onder de

Concept

Omgevingswet. Hoe de m.e.r.-plicht onder de Omgevingswet werkt, is beschreven in hoofdstuk 2.

5/15

Kenmerk

R001-1282847JAJ-V01-agv

2. M.e.r-plicht onder de Omgevingswet 2.1

Verschillen in m.e.r.-plicht met Wet milieubeheer

Een belangrijke verandering in de Omgevingswet vergeleken met de huidige Wet milieubeheer is het vervallen van een lijst met plannen en programma’s waarvoor een plan-MER moet worden opgesteld5. In de huidige situatie onder de Wet milieubeheer wijst het Besluit m.e.r. de plannen en programma’s aan waarvoor vanwege bepaalde drempelwaarden een plan-MER moet worden opgesteld (zie voor een duiding van het begrip programma onder de Wet milieubeheer hierboven onder 1.3). Onder de Omgevingswet worden in plaats van deze lijst criteria gehanteerd. Deze criteria zijn gebaseerd op vergelijkbare criteria uit de Europese smb-richtlijn (richtlijn voor strategische milieubeoordeling). Deze Europese richtlijn vormde in eerste instantie de basis voor de Nederlandse juridische uitwerking van de m.e.r.-plicht. Onder de Omgevingswet is het doel nauwer aan te sluiten op de Europese regelgeving voor de milieueffectrapportage. De criteria voor het opstellen van een plan-MER zijn (1) er is sprake van een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan of programma dat (2) het kader vormt voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor: 

M.e.r.-plichtige projecten, dan wel

Definitie programma in de Omgevingswet Het programma is een veelzijdig instrument. In een programma geven overheden uitwerking aan het te voeren beleid. Of nemen ze maatregelen op om te voldoen aan een omgevingswaarde. Ook kunnen ze maatregelen opnemen om te voldoen aan andere doelstelling voor de fysieke leefomgeving. Het is (multi)sectoraal of gebiedsgericht te gebruiken en kan samen met andere bestuursorganen worden vastgesteld7. 

Projecten waarvan de milieueffecten beoordeeld moeten worden (m.e.r.-beoordeling plichtig)

De Omgevingswet schrijft voor dat onder een plan of programma in ieder geval wordt verstaan; een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Daarnaast kunnen ook andere plannen en programma’s gebaseerd op andere wetgeving plan-m.e.r.-plichtig zijn Een ander verschil in de plan-m.e.r. plicht voor programma’s onder de Omgevingswet met de huidige Wet milieubeheer is de invoering van een plan-m.e.r.-beoordeling. Er zijn twee situaties waarbij beoordeling van de milieueffecten nodig is om de planm.e.r.-plicht te bepalen6 : 1.

Voor plannen of programma's die het gebruik van kleine gebieden op lokaal niveau bepalen of voor kleine wijzigingen van die plannen of programma's hoeft enkel een plan-m.e.r. te worden opgesteld als er mogelijk sprake is van aanzienlijke milieueffecten

2.

De tweede situatie betreft een plan of programma dat een kader vormt voor een project dat niet door de Omgevingswet is aangewezen als m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Ook dat plan of programma is plan-m.e.r.-plichtig als er sprake is van aanzienlijke milieueffecten

De tweede vorm van plan-m.e.r.-beoordeling vormt een uitbreiding van de m.e.r.-plicht ten opzichte van de

Concept

huidige m.e.r.-regelgeving. In de Omgevingswet wordt de mogelijkheid opgenomen dat een niet als m.e.r.(beoordelings)plichtig aangewezen project toch dusdanig milieueffecten kan hebben dat een daarvoor kaderstellend plan of programma plan-m.e.r.-plichtig wordt. 5

http://www.estibbe.com/pgo/documenten/Bundel_Omgevingswet.pdf#page=78 (p. 79- 81)

6/15

Kenmerk

R001-1282847JAJ-V01-agv

Bij de plan-m.e.r.-beoordeling moet het bevoegd gezag nagaan of sprake is van aanzienlijke milieueffecten die noodzaken tot het opstellen van een plan-MER. Bij deze beoordeling betrekt het bevoegd gezag de criteria uit bijlage II bij de smb-richtlijn. Onder deze criteria vallen de kenmerken van de plannen of programma's zelf en de effecten daarvan en van de gebieden die kunnen worden beïnvloed. Verder raadpleegt het bevoegd gezag de bestuursorganen en instanties die op grond van de wet adviseren over m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten en de betrokken ministers6.

2.2

Eisen voor de plan-m.e.r.-plicht onder de Omgevingswet

2.2.1 Wettelijk of bestuursrechtelijk plan of programma De eerste eis is dat het moet gaan om een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan of programma (zie ook Omgevingswet artikel 16.34, eerste lid). Er wordt aan deze eis voldaan, als de vaststelling van een plan is geregeld in wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen en als vastligt welk bevoegd bestuursorgaan moet besluiten en hoe de procedure van de vaststelling is. In de Omgevingswet staat dat een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing aan die vereisten voldoen. Dit geldt ook voor vrijwillige programma’s. Deze heten ook wel facultatieve of onverplichte programma’s. Voor andere instrumenten moet dit bepaald worden met de kenmerken van het instrument. Zo kunnen ook plannen op basis van sectorale wetgeving aan dit vereiste voldoen7. 2.2.2

Kaderstellend voor m.e.r.(beoordelings)plichtige projecten of een passende beoordeling

De tweede eis is dat het plan of programma een kader vormt voor besluiten voor m.e.r(beoordelings)plichtige projecten (zie ook Omgevingswet artikel 16.36). Onder de Omgevingswet geldt de plan-m.e.r. plicht voor plannen of programma’s waarvoor een passende beoordeling moet worden opgesteld (zie artikel 16.36 lid 2 Omgevingswet) De m.e.r.-(beoordelings plichtige projecten zijn te vinden in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit.)6.

Projecten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn In Ow art 16.43 lid 1b wordt geregeld voor welke projecten een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Dit is nader uitgewerkt in het Omgevingsbesluit afdeling 11.2. Het Omgevingsbesluit art 11.6 lid 2 verwijst naar Bijlage V, kolom 3 in samenhang met kolom 1. Daarin staan de projecten, bedoeld in artikel 16.43, eerste lid, onder b, van de wet, waarvoor moet worden beoordeeld of zij aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en, als dat het geval is, waarvoor bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt.iniIn Ob art 11.6 lid 3, en in art 11.8 staat omschreven welke besluiten zouden kunnen worden aangemerkt als m.e.r.(beoordelings)plichtig besluit. Het voornemen van de gemeente behelst het opstellen van een Omgevingsplan op basis waarvan verschillende ontwikkelingen mogelijk worden. In bijlage V staat voor verschillende activiteiten voor het Omgevingsplan mogelijk een m.e.r.-beoordeling opgesteld dient te

6

Concept

worden.

https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/milieueffectrapportage/plannen-programma-milieueffectrapportage/

7/15

Kenmerk

R001-1282847JAJ-V01-agv

Wat wordt er nu specifiek bedoeld met dat een plan of programma ‘een kader vormt’? Ten eerste is een plan kaderstellend als het gaat om een tracé of locatiekeuze. Verder zijn er niet erg specifieke criteria opgenomen voor wat een plan kaderstellend maakt, maar het gaat bijvoorbeeld om criteria of de omvang van een locatie of de manier van uitvoering van projecten waar het bevoegde gezag uiteindelijk toestemming voor moet geven. Tegelijkertijd moet een ‘kader’ concreet genoeg zijn en min of meer bindend zijn voor een later te nemen besluit dat m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Hiermee is de inhoud van een plan of programma dus gedeeltelijk bepalend voor of er al dan niet een m.e.r.-plicht geldt. In hoofdstuk 3 en 4 volgt meer informatie over de omgang van m.e.r. onder programma’s en het omgevingsplan8. Artikel 3. Iid 3 smb-richtlijn biedt de mogelijkheid van een planm.e.r.-beoordeling ook als een passende beoordeling nodig is. Deze uitzondering geldt als het plan of programma voor een klein gebied7 op lokaal niveau geldt of wanneer het gaat om kleine wijzigingen. Wanneer uit de passende beoordeling blijkt dat er geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu en er geen significant negatieve gevolgen zijn op Natura 2000gebieden zijn, is een plan-MER niet verplicht7.

3.

Aanpak m.e.r. bij programma’s

De vraag van de gemeente die in deze rapportage centraal staat is, hoe de gemeente de milieuweging vorm kan geven bij programma’s onder de omgevingsvisie. In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de opdrachten en mogelijke programma’s die op basis van de omgevingsvisie nader worden vormgegeven door de gemeente8. Het vervolg is een advies over hoe m.e.r. vorm te geven bij programma’s van de gemeente Stichtse Vecht die mogelijk een m.e.r.-plicht hebben. Om te beoordelen of er voor een plan of programma een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht geldt is in bijlage 2 een beslisschema opgenomen. Hierna worden in 3.2 drie voorbeelden van programma’s behandeld volgens het schema.

3.1

Opdrachten in omgevingsvisie

Momenteel heeft de gemeente de Ontwerp omgevingsvisie opgesteld. In de omgevingsvisie heeft de gemeente de visie per thema en gebied uitgewerkt en aangegeven welke opdrachten ze voor de opvolgende programma’s, projecten en onderzoeken ziet om uitvoering te geven aan de omgevingsvisie. In de notitie: ‘Opdrachten voor programma’s7’ is aangegeven welke opdrachten er voor de programma’s er liggen en hoe hier de komende jaren verder invulling aan wordt gegeven.

2.

Ruimte voor de verstedelijkingsopgaven

3. 4.

Bereikbaar blijven in een steeds vollere regio Prettig wonen in de kernen

5.

Ruimte voor recreatie

6. 7.

Toekomstbestendig vitaal platteland Werken aan klimaatverandering

8.

Gebiedsopdrachten

7

Als klein gebied geldt ongeveer 5-10% van het grondgebied van de gemeente die het betreft.

8

Opdrachten voor programma’s Omgevingsvisie Stichtse Vecht ’t beste van Twee werelden – LOS Stadomland B.V. (2021)

Concept

In deze notitie zijn acht aspecten beschreven: 1. Gezondheid voor iedereen

8/15

Kenmerk

R001-1282847JAJ-V01-agv

Onder deze thema’s zijn steeds een aantal opdrachten meegegeven voor verdere uitwerking tot programma’s. Momenteel zijn deze nog niet nader uitgewerkt en het verschilt per thema wanneer en hoe de programma’s verder vorm krijgen.

3.2

Advies omgang m.e.r. bij programma’s

Hierna volgt een advies van hoe om te gaan met de m.e.r.-plicht bij programma’s. Momenteel zijn nog lang niet alle programma’s concreet genoeg om daar uitspraak over te doen. Daarom staan hierna een aantal voorbeelden van programma’s die concreet zijn en of waar mogelijk een m.e.r.-plicht voor geldt. Hieronder worden enkele voorbeelden genoemd van programma’s en wordt aangegeven of hiervoor mogelijk een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Om te bepalen hoe om te gaan met de m.e.r.-plicht bij de mogelijke programma’s volgen we het beslisschema (zie bijlage 2), waarbij twee criteria bepalend zijn: (1) er is sprake van een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan of programma dat (2) het kader vormt voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor M.e.r.-plichtige projecten, dan wel projecten waarvan de milieueffecten beoordeeld moeten worden (m.e.r.-beoordeling plichtig) Programma geluid Als we het schema volgens is het antwoord op vraag 1 uit het beslisschema ja. Volgens de EU-richtlijn Omgevingswet moet er in 2023 een actieplan Geluid gemaakt worden en dit zal ook meteen het programma Geluid zijn. Bij vraag 2 gaat het om of er een Passende Beoordeling gemaakt dient te worden. Er dient geen passende beoordeling opgesteld te worden in het geval van het actieplan en programma geluid.

Vraag 3: ‘Is het plan/programma kaderstellend voor een MER(beoordelingsplichtig) besluit’. Het antwoord op vraag 3 is ja, want het plan/programma vormt het kader voor de omgang met bepaalde toegestane geluidswaarden. Het antwoord op vraag 4, 5, en 6 is op voorhand niet duidelijk, omdat het programma nog niet verder is uitgewerkt. Het actieplan en programma geluid is in ieder geval m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig. Hieronder nog een opsomming van vragen 4, 5 en 6.  Vraag 4: ‘Betreft het een plan/programma dat kaders stelt voor projecten die uit komen boven de drempel uit de tweede kolom van Bijlage V van het Omgevingsbesluit?  

Vraag 5: ´Betreft het een plan/programma dat het gebruik bepaalt van een klein gebieden op lokaal niveau of voor kleine wijzigingen van een plan/programma’ Vraag 6: ‘Worden op basis van de planMER-beoordeling aanzienlijke milieueffecten verwacht?’

Programma woningbouwopgave In het geval van het programma woningbouwopgave zijn beide criteria relevant. Door woningbouw kan er mogelijk sprake zijn van significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Als dat het geval is dan is in het kader van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling nodig. Vanwege de passende beoordeling is dan volgens artikel 16.32 lid 2 Omgevingswet een dergelijke programma ook m.e.r.-plichtig (zie vraag 2 van het beslisschema in bijlage 2). In een passende beoordeling wordt bekeken of de voorgenomen activiteit significant negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden. Hoewel de definitieve

Concept

locaties voor woningbouw misschien nog niet vaststaan, is het aannemelijk, gezien de Natura 2000 gebieden van de Oostelijke Vechtplassen en het Weidevogelkerngebied het westelijk veenweidegebied ten noorden en westen van Kockengen. in de gemeente Stichtse Vecht, dat een de bouwactiviteit en verwacht toename van (bouw)verkeer vanwege stikstofdepositie een significant negatief effect kan hebben op de natuurgebieden.

9/15

Kenmerk

R001-1282847JAJ-V01-agv

Echter, Artikel 3. Iid 3 smb-richtlijn biedt de mogelijkheid om in het geval van m.e.r.-plicht bij een passende beoordeling een planm.e.r.-beoordeling op te stellen. Deze uitzondering geldt als het plan of programma voor een klein gebied op lokaal niveau geldt of wanneer het gaat om kleine wijzigingen van het plan of programma. Bij een nadere uitwerking van het programma moet beoordeeld worden of er sprake is van een klein gebied en/of kleine wijzigingen. Uit de planm.e.r.-beoordeling zal moeten blijken of er sprake is van belangrijk nadelige milieugevolgen of dus alsnog een planMER opgesteld moet worden (vraag 6 van het beslisschema in bijlage 2). Bovenstaande informatie over de omgang met m.e.r. bij het programma woningbouwopgave is vergelijkbaar met hoe om te gaan met m.e.r. bij de opdracht Ontwikkelingsmogelijkheden woningbouw rondom OV-knooppunt Breukelen. Omgevingsprogramma mobiliteit Als we het schema volgens is het antwoord op vraag 1 dus ja. Het omgevingsprogramma mobiliteit is een bestuursrechtelijk programma. Bij vraag 2 gaat het om of er een Passende Beoordeling gemaakt dient te worden. Op voorhand is niet met zekerheid te stellen of het programma mobiliteit leidt tot mogelijk significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en of er dus een passende beoordeling nodig is. Dat hangt namelijk af van de ontwikkelingen die het programma mogelijk maakt.

Het antwoord op vraag 3 is ja, want het plan/programma vormt het kader voor toekomstige vergunningen voor m.e.r.-plichtige projecten zoals aanleg, uitbreiding of wijziging van een autoweg. Het antwoord op vraag 4,5, en 6 is op voorhand niet duidelijk, omdat het programma nog niet verder is uitgewerkt. Het actieplan en programma geluid is in ieder geval m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig. Hieronder nog een opsomming van vragen 4, 5 en 6.  Vraag 4: ‘Betreft het een plan/programma dat kaders stelt voor projecten die uit komen boven de drempel uit de tweede kolom van Bijlage V van het Omgevingsbesluit? 

Vraag 5: ´Betreft het een plan/programma dat het gebruik bepaalt van een klein gebieden op lokaal niveau9 of voor kleine wijzigingen van een plan/programma’ Vraag 6: ‘Worden op basis van de planMER-beoordeling aanzienlijke milieueffecten verwacht?’

4.

Aanpak m.e.r. bij omgevingsplan

In dit hoofdstuk is beschreven op welke wijze de gemeente om kan gaan met m.e.r. bij hun omgevingsplan (als instrument in de Omgevingswet). De inwerktreding van de Omgevingswet is vooralsnog vastgelegd op 1 juli 2022. De gemeente verwacht het eerste deel-omgevingsplan gereed te hebben in 2022 of 2023. In theorie zou het mogelijk zijn dat de Omgevingswet wordt uitgesteld en het eerste deel omgevingsplan formeel juridisch een bestemmingsplan onder de Wet ruimtelijke ordening is. In dat geval berust de m.e.r.plicht voor de deel-omgevingsplannen juridisch op de Wet milieubeheer. In dat geval moet uitgegaan

Concept

worden van de m.e.r.-plicht voor bestemmingsplannen. Informatie daarover is te vinden via: https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/ruimtelijke/milieu/mer-bestemming/. In de volgende paragrafen is beschreven hoe de gemeente om kan gaan met m.e.r. bij het omgevingsplan in de situatie dat de Omgevingswet in werking is.

9

Als klein gebied geldt ongeveer 5-10% van de gemeente die het betreft

10/15

Kenmerk

4.1

R001-1282847JAJ-V01-agv

Stap voor stap naar het omgevingsplan

In het omgevingsplan staan alle regels over de fysieke leefomgeving die een gemeente stelt binnen haar grondgebied. Het is vergelijkbaar met het bestemmingsplan onder de Wet ruimtelijke ordening; met het verschil dat een omgevingsplan globaler en breder is en voor een langere periode dan 10 jaar geldt. Een omgevingsplan moet gebiedsdekkend zijn, dus voor het gehele grondgebied van de gemeente gelden. De gemeente Stichtse Vecht stelt de komende jaren het omgevingsplan in delen op. Elk deel zal apart worden vastgesteld. Na enkele jaren vormen de deel-omgevingsplannen samen het gebiedsdekkende omgevingsplan.

4.2

M.e.r.-plicht omgevingsplan

Het omgevingsplan is een wettelijk en bestuursrechtelijk plan. Verder kan het omgevingsplan kaderstellend zijn voor m.e.r.(beoordelings)plichtige projecten en staat in bijlage V van het Omgevingsbesluit in kolom 4 in een aantal gevallen het omgevingsplan ook genoemd als besluit waarvoor bij specifieke projecten een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Zo is de activiteit ( Nr. J10 kolom 1, 3 en 4 bijlage V Omgevingsbesluit) van de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein onder het lokale besluit van het omgevingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig.

4.3

M.e.r. als integraal instrument bij uitwerking deel-omgevingsplannen

Vanwege de aanpak van de gemeente om in delen het omgevingsplannen op te stellen, is het nu de vraag hoe om te gaan met m.e.r. bij het opstellen van de deel-omgevingsplannen. De Omgevingswet heeft als doel dat de fysieke leefomgeving niet sectoraal maar integraal bekeken wordt. Dat betekent bijvoorbeeld dat er voor de thema’s verkeer, geluid en natuur niet afzonderlijk een afweging gemaakt wordt, maar dat deze in samenhang bekeken worden. Voor het opstellen van het omgevingsplan is het dan ook van belang dat de relevante milieu-informatie een volwaardige plek krijgt in de besluitvorming over de deelomgevingsplannen. Politiek en bestuur van de gemeente kunnen pas integraal wegen als ook de milieu- en omgevingseffecten integraal in beeld zijn. Dat betekent dat ook de cumulatie van effecten onderzocht moet zijn in een m.e.r. Het omgevingsplan bevat zoals gezegd de regels voor de fysieke leefomgeving binnen de gemeente. Dat betekent dat het plan op verschillende plekken verschillende ontwikkelingen mogelijk maakt die verschillende milieueffecten (kunnen) hebben. De verschillende ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt, vormen over het gehele grondgebied van de gemeente gezien een opeenstapeling oftewel cumulatie van milieueffecten. Door breder te kijken dan één thema of één project kunnen de milieueffecten ook integraal meegewogen worden.

Zoals gezegd werkt de gemeente per deel-omgevingsplan naar uiteindelijk een gebiedsdekkend omgevingsplan. Om de milieubelangen een volwaardige plek te geven in de besluitvorming is het goed zo vroeg mogelijk de milieu-informatie van de gehele gemeente in beeld te brengen en niet alleen van het betreffende deelgebied. Dit leidt tot het volgende advies voor het MER: 1. Bij het opstellen van het eerste deel-omgevingsplan is het advies om in het bijbehorende MER de

Concept

Huidige Situatie en Autonome Ontwikkeling [HSAO] voor het grondgebied van de gehele gemeente te beschrijven. De HSAO dient als referentiesituatie waartegen de effecten van de deelomgevingsplannen worden afgezet 2.

De cumulatie van effecten moet voor relevante thema’s in beeld worden gebracht, dit zijn mogelijk verkeer (capaciteit), stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, geluidsbelasting, luchtkwaliteit

11/15

Kenmerk

R001-1282847JAJ-V01-agv

ad 2. Toelichting op cumulatie van effecten: In het MER bij het eerste deel-omgevingsplan worden ten eerste de effecten beschreven van de ontwikkelingen die dat deel-omgevingsplan mogelijk maakt. Ten tweede moet waar relevant de cumulatie van effecten in beeld worden gebracht van de ontwikkelingen die in het eerste en in de overige deelomgevingsplannen mogelijk worden gemaakt. Een relevant thema waarbij de cumulatie van effecten speelt is stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Als voorbeeld gaan we er vanuit dat het deel-omgevingsplan voor het westelijke veengebied als eerste wordt opgesteld en dat dit deel-omgevingsplan inzet op en duurzame transitie van de landbouw in het deelgebied. Als bijvoorbeeld de veestapel kleiner wordt door de mogelijkheden die het deel-omgevingsplan biedt, dan zal dit leiden tot een afname van de stikstofdepositie. Een volgend deel-omgevingsplan dat bijvoorbeeld woningbouw mogelijk maakt rondom het OV-knooppunt Breukelen zal door de bouw van de woningen en een mogelijke verkeerstoename zorgen voor meer stikstofdepositie (er van uitgaande dat niet alle voortuigen al emissieloos zijn). Beide gevallen moeten meegenomen worden bij de berekening van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden in en nabij de gemeente.

Bij de cumulatie van effecten is het mogelijk dat de effecten van het eerste deel-omgevingsplan scherper af te bakenen zijn en dat de effecten van een opvolgend deel-omgevingsplan meer op basis van

Concept

een inschatting met een bandbreedte zijn. Hierbij kan gestart worden met een worst case-inschatting om de maximale effecten in beeld te krijgen.

12/15

Kenmerk

Bijlage 1

R001-1282847JAJ-V01-agv

Literatuur en bronnen

Gemeente Stichtse Vecht (z.d.) Proces omgevingsvisie. [webpagina] bekeken via: Proces omgevingsvisie Stichtse Vecht Gemeente Stichtse Vecht (2021) Opdracht voor programma’s Omgevingsvisie Stichtse Vecht ’t beste van twee werelden – LOS Stadomland B.V. Gemeente Stichtse Vecht (2021) Ontwerp Omgevingsvisie Stichtse Vecht ’t beste van twee werelden – LOS stadomland B.V. Informatiepunt Leefomgeving (z.d.) Plannen en programma’s en de milieueffectrapportage. [webpagina] bekeken via: https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/milieueffectrapportage/plannen-programmamilieueffectrapportage/ Kenniscentrum InfoMil (z.d.) Wat is het doel van m.e.r. en hoe werkt het? [webpagina] bekeken via: Wat is het doel van m.e.r. en hoe werkt het? - Kenniscentrum InfoMil Kenniscentrum InfoMil (z.d.) Wat zijn de procedurestappen. [webpagina] bekeken via: Wat zijn de procedurestappen? - Kenniscentrum InfoMil Kenniscentrum InfoMil (z.d.) Opstellen van het MER: Wat zijn de inhoudelijke vereisten. [webpagina] bekeken via:https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/mer/procedurehandleiding/procedurele/opstellenmer/ Kenniscentrum InfoMil (z.d.) Wanneer is m.e.r. of m.e.r.-beoordeling verplicht? [webpagina] bekeken via: https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/mer/procedurehandleiding/wanneer-beoordeling/ Kenniscentrum InfoMil (z.d.) M.e.r.-plicht in geval van een passende beoordeling.

[webpagina] bekeken via: https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/mer/procedurehandleiding/wanneer-beoordeling/passendebeoordeling/ Kenniscentrum InfoMil (z.d.) Bestemmingsplan en m.e.r. [webpagina] bekeken via: https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/ruimtelijke/milieu/mer-bestemming/

Concept

Stibbe advocatengroep (z.d.) Op weg naar de Omgevingswet [bundel omgevingswet – pagina 79 - 81] bekeken via: http://www.estibbe.com/pgo/documenten/Bundel_Omgevingswet.pdf#page=78

13/15

Kenmerk

R001-1282847JAJ-V01-agv

Bijlage 2

Beslisschema planMER of planMERbeoordelingsplicht in het kader van de Omgevingswet (Ow)

planMER of planMER-beoordelingsplicht in het kader van de Omgevingsgwet (Ow)

2. Moet/is er een Passende Beoordeling12 (worden) gemaakt 3. Is het plan/programma kaderstellend voor een MER(beoordelingsplichtig) besluit13?

4. Betreft het een plan/programma dat kaders stelt voor projecten die uit komen boven de drempel uit de tweede kolom van Bijlage V van het Omgevingsbesluit?

nee

ja nee ja Ja

Ga verder met vraag 5 Ga verder met vraag 4

nee

Voor plannen/programma’s die niet kaderstellend zijn is geen planMER nodig Plannen/programma’s die kaderstellend zijn voor rechtstreeks MERplichtige besluiten zijn altijd planMER-plichtig, voor deze plannen/programma’s kan geen planMER beoordeling worden uitgevoerd.14

ja

nee

5. Betreft het een plan/programma dat het gebruik bepaalt van een klein gebieden op lokaal niveau16 of voor kleine wijzigingen van een plan/programma

Het te nemen besluit is geen plan of programma en valt daarmee buiten de reikwijdte van Ow afdeling 16.4: er zijn geen m.e.r.-verplichtingen Ga verder met vraag 2 en vraag 3 Als het antwoord op vraag 3 ook “nee” is dan hoeft geen planMER gemaakt te worden.

ja

nee

Voor plannen/programma’s voor besluiten onder de drempel uit kolom 2 van Bijlage V van het Omgevingsbesluit kan een planMER-beoordeling worden opgesteld15; ga verder met vraag 5 De gemeente kan er voor kiezen om de omvang van de te verwachten milieueffecten te onderzoeken in een planMERbeoordeling; ga verder met vraag 6

Er is sprake van een groot gebied en/of van grote wijzigingen: er dient een planMER te worden opgesteld.

10

Wat onder een plan wordt verstaan: i.i.g. het lijstje uit Ow art 16.34 lid 2

11

Wat onder een programma wordt verstaan: zie Ow art 16.34 lid 2 en de begrippenlijst in de Bijlage van de Ow

12

Passende Beoordeling zoals bedoeld in Ow art 16.53c

13

Besluiten zoals bedoeld in Ow art 16.43 lid 1a en lid 1b

14

Conform Omgevingsbesluit art 11.1 lid 2

15

Ow art 16.36 lid 3 is van toepassing

16

Als klein gebied geldt ongeveer 5-10% van de gemeente die het betreft

Concept

1. Is er sprake van een plan10 of programma11?

14/15

R001-1282847JAJ-V01-agv

6. Worden op basis van de planMER-beoordeling aanzienlijke milieueffecten verwacht?

17

ja

Omdat aanzienlijke milieueffecten op voorhand niet kunnen worden uitgesloten is een planMER nodig om het milieu belang goed mee te kunnen wegen in de besluitvorming

nee

Omdat er op voorhand geen aanzienlijke milieueffecten worden verwacht is een planMER niet nodig. Over deze conclusie moeten de betrokken instanties en ministeries wel worden geraadpleegd voor het besluit geen planMER te maken door de gemeente kan worden vastgesteld17. De resultaten van de planMER-beoordeling moeten in het te nemen besluit worden opgenomen.

Concept

Kenmerk

Conform Ow art 16.36 lid 5a en 5b

15/15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1696/documents/37498