3e. Toelichting.NL.IMRO.1904.BPDeVechtCONCEPT-CO02.13092022.pdf
Tekst van het document
4.6 Cultuurhistorie In hoofdstuk 2 van de plantoelichting is uitvoerig ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van de Vecht. In 2016 is door SB4 in opdracht van de gemeente Stichtse Vecht een uitvoerige inventarisatie opgesteld van de aanwezige cultuurhistorische elementen binnen de gemeente Stichtse Vecht. Al deze elementen zijn geplaatst op een interactieve kaart die via internet raadpleegbaar is. De cultuurhistorische waardenkaart is vastgesteld op 20 december 2016 door de gemeenteraad van Stichtse Vecht. Onderdeel van de waardenkaart is een uitgebreide toelichting op de waardenkaart. De toelichting van de waardenkaart is opgenomen als bijlage bij deze plantoelichting. Het bestemmingsplan zelf voorziet in een dynamische verwijzing naar de kaart. Op deze wijze zijn cultuurhistorische elementen, zoals bijvoorbeeld dakpanbeschoeiingen, kenbaar. Via de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie zijn de elementen vanuit de cultuurhistorische waardenkaart geborgd middels een juridische regeling.
60
5 Juridische planbeschrijving 5.1 Plansystematiek Onderhavig bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan is gericht op zowel het vastleggen van het beleid voor ligplaatsen (niet zijnde woonschepenligplaatsen) alsmede het beheer van de bestaande situatie, waarbij de waardevolle elementen binnen het plangebied van een passende bescherming zijn voorzien. De geldende planologische rechten (zowel qua gebruik als qua bebouwing) zijn daarbij zoveel mogelijk gerespecteerd. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Omdat onderhavig bestemmingsplan in eerste aanleg vooral is gericht op het vastleggen van het gemeentelijke ligplaatsenbeleid, is een gedetailleerde systematiek gekozen voor de gronden in het plangebied die (vrijwel) allemaal onderdeel uitmaken van de rivier de Vecht.
In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. In essentie wordt voor het water van de Vecht een nieuwe enkelbestemming opgenomen. Met deze enkelbestemming worden de geldende regelingen voor de Vecht, veelal met de bestemming Water, in één keer voorzien van één uniforme regeling. Naast de bestemming Water had de Vecht in de verschillende bestemmingsplan nog een groot aantal dubbelbestemmingen. Deze dubbelbestemmingen zijn opnieuw opgenomen in dit bestemmingsplan. Daarmee kent dit bestemmingsplan veel verschillende dubbelbestemmingen die hun herkomst hebben uit een groot aantal verschillende plannen. Voor de oeverzone, de gronden direct naast de Vecht, is een dubbelbestemming opgenomen. Met deze dubbelbestemming wordt de bebouwing voor aanlegvoorzieningen mogelijk gemaakt voorzover deze op land gelegen zijn. Door middel van een administratieve bepaling is regelt dat de overige bestemmingen uit de vigerende plannen van toepassing blijven naast deze nieuwe dubbelbestemming.
5.2 Opzet van de regels Overeenkomstig de SVBP 2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In toelichting paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels Aanleiding voor dit bestemmingsplan en daarmee ook belangrijk onderdeel van de regeling is de juridische regeling voor ligplaatsen, afmeervoorzieningen en opstapplaatsen langs De Vecht. Hiervoor was binnen de gemeente Stichtse Vecht nog geen uniforme regeling. Met dit bestemmingsplan wordt hiervoor één nieuwe regeling voorgesteld. Deze regeling is in uitvoerig overleg met de andere waterbeheerders tot stand gekomen.
61
In hoofdstuk 2 zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan. De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. Voor dit bestemmingsplan is de bestemming Water - De Vecht de belangrijkste bestemming. Binnen deze bestemming is uiteraard De Vecht als waterstroom geregeld en het gebruik van De Vecht als vaarroute. Daarnaast zijn binnen deze bestemming de ligplaatsen voor woonschepen geregeld. De regeling voor woonschepen is een zogenaamde beleidsneutrale omzetting. Met het overnemen van de woonschepen in dit bestemmingsplan is de juridische regeling ongewijzigd gebleven. Naast de bestemming Water - De Vecht gelden verschillende dubbelbestemmingen. Deze dubbelbestemmingen zijn overgenomen en samengevoegd uit de nu geldende bestemmingsplannen. Op verzoek van het Waterschap en de Provincie Utrecht zijn voor de aanwezige natuurvriendelijke oevers en ondiepe waterzones ook een regeling opgenomen.
Deze regeling heeft primair tot doel de aanwezige natuurvriendelijke oevers en/of ecologische waarden te beschermen. Gezien deze doelstelling zijn deze regelingen opgenomen in de dubbelbestemming voor ecologie.Daarnaast is ook binnen de enkelbestemming ingezet op het behoud en de versterking van de ecologische waarden van de Vecht. De natuurwaarden van de Vecht hangen samen met de aanwijzing als NNN gebied. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels:
• • • •
de anti-dubbeltelregel; de algemene aanduidingsregels ; de algemene wijzigingsregels; administratieve bepaling.
De algemene aanduidingsregels bevat een regeling voor de molenbiotoop. Met de aanduidingsbepaling is afgeregeld dat bebouwing niet te hoog mag zijn en daarmee de windvang en/of de ontvangst verstoord. Daarnaast is met een aanduidingsregeling de geluidzone van industrie geregeld. Binnen deze zone mogen geen nieuwe gevoelige objecten worden gerealiseerd. Voor rijk- en gemeentelijk monumenten is een bouwaanduiding opgenomen. Deze bouwaanduiding heeft hoofdzakelijk een signalerende functie. De wijzigingsbepaling is overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan Landelijk gebied Noord. De bevoegdheid maakt het mogelijk het maximaal aantal ligplaatsen voor woonschepen te verlagen indien noodzakelijk. Aanvullend is een regeling opgenomen waarmee ligplaatsen 'verlegd' kunnen worden. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
62
5.3 Bestemmingen De gronden in het plangebied kennen slechts één enkelbestemming, in casu de bestemming 'Water - De Vecht'. Daarnaast zijn er verschillende dubbelbestemmingen die over de gronden in het plangebied gelegen zijn: Artikel 3: Water - De Vecht De bestemming en opgenomen regels kennen hun herkomst uit regels die de gemeente stelt aan ligplaatsen en voorzieningen, regels die de provincie Utrecht stelt, op grond van de Landschapsverordening, aan de Vecht en het gebruik van de Vecht voor het afmeren van boten, schepen en woonboten en regels die het Hoogheemraadschap, op basis van de Keur, stelt aan de Vecht. In veel gevallen blijft het noodzakelijk naast een vergunning van de gemeente te hebben voor de bouw van een afmeervoorziening ook toestemming te hebben van het Hoogheemraadschap en/of de provincie Utrecht. De systematiek kent een bepaalde gelaagdheid. De gronden met de bestemming 'Water - De Vecht' zijn bestemd voor water en waterlopen en voor waterhuishoudkundige voorzieningen in de Vecht. Dit is de primaire bestemming. Vervolgens zijn in de bestemmingsomschrijving gerubriceerd de overige functies opgenomen. Bestaande uit:
•
verschillende soorten ligplaatsen, waarbij bepaalde categorieën uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding op de verbeelding;
•
aanlegplaatsen, waarbij eveneens bepaalde categorieën uitsluitend zijn toegestaan indien aangeduid op de verbeelding;
•
overige functies en bijbehorende voorzieningen.
Om goed het type ligplaatsen te doorgronden kunnen de specifieke ligplaatsen zoals opgenomen in de bestemmingsomschrijving in nauwe samenhang met artikel 1 (begripsbepalingen) gelezen te worden. Aanvullend op de bestemmingsomschrijving zijn specifieke gebruiksregels van toepassing. Deze gebruiksregels verbijzonderen de bestemmingsomschrijving. Deze aanvullende regels maken duidelijk hoe en op welke wijze deze specifieke ligplaatsen mogen worden gebruikt. De specifieke gebruiksregels kunnen gezien worden als een verbijzondering/verdere uitwerking van de verschillende soorten ligplaatsen. De verschillende typen ligplaatsen zijn in artikel 1 nader gedefinieerd. De bouwregels zijn zoveel als mogelijk generiek gehouden. Voor specifieke voorzieningen zijn afwijkingen mogelijk. Voor het gebruikmaken van een afwijking is in veel gevallen ook instemming van het waterschap of de provincie noodzakelijk, los van de vergunningen die van deze instanties ook verkregen moeten worden. De aanvullende regels, zoals opgenomen in artikel 3.5, starten in artikel 3.5.1 met generieke regels die voor alle ligplaatsen gelden. De verdere regels, 3.5.2 en verder, bevatten specifieke regels voor specifieke ligplaatsen of situaties. De bebouwingsregeling is ook uitgesplitst naar type bouwwerk, te weten steigers, aanlegsteigers en woonschepen.
Op deze wijze is het eenvoudiger te bepalen welke 'spelregels' er gelden voor bepaald typen bouwwerken. Binnen de bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Voor steigers en afmeervoorzieningen geldt dat er in principe maximaal 1 is toegestaan per eigen erf bij een woning. De afmeervoorziening moet in principe parallel aan de oever worden aangelegd en mag niet meer dan 6 meter, gemeten vanaf de oever, de Vecht 'opgaan'. Het kan zijn dat op basis van de vrij te houden vaarstrook de diepte gemeten vanaf de oever nog minder meters kan bedragen. Daarmee is de
63
vuistregel een voorziening mag maximaal 6 meter de Vecht insteken behoudens waar de vrij te houden vaarstrook dit onmogelijk maakt. Voor woongebouwen met meerdere woningen geldt dat wanneer een bewoner een eigen erf heeft tot aan het water daar ook maximaal 1 steiger is toegestaan. Indien meerdere bewoners in één woongebouw een eigen erf hebben tot aan het water is er per bewoner/erf ook maximaal 1 steiger toegestaan. Daarmee kunnen er per woongebouw dus meerdere steigers zijn. Indien een woongebouw een collectieve tuin heeft tot aan het water dan is daar ook maximaal 1 steiger toegestaan. In de regels zijn afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor:
•
het afmeren van schepen in de rode oeverzones, dit zijn zones die in principe om nautische veiligheidsredenen vrijgehouden moeten worden van ligplaatsen;
•
het afmeren van schepen die langer zijn dan de maatvoering zoals deze in hoofdzaak in het buitengebied volgt uit de Landschapsverordening van de Provincie Utrecht;
• •
het toestaan van meerdere bewonersligplaatsen bij één woongebouw. de
Belangrijk element in de regels is de mogelijkheid voor het college om nadere eisen te stellen. Deze nadere eisen kunnen gesteld worden om de belangen van ecologie, cultuurhistorie, nautische veiligheid, waterkwaliteit en landschap beter te borgen. Met het stellen van nadere eisen kan in het kader van een omgevingsvergunning specifiek maatwerk worden verricht.
64
6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van ‘afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:
•
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;
•
het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;
•
het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Planspecifiek Voorliggend bestemmingsplan maakt bij recht geen bouwplan mogelijk zoals bedoeld in het Besluit omgevingsrecht daarmee bestaat er, in het kader van dit bestemmingsplan, ook geen wettelijke verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan of het sluiten van een anterieure overeenkomst. De plankosten van dit bestemmingsplan worden betaald uit de algemene middelen van de gemeente.
65
7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7.1 Vooroverleg en inspraak Het voorontwerpbestemmingplan De Vecht heeft vanaf 15 september 2017 tot en met donderdag 26 oktober 2017 ter inzage gelegen in het kader van inspraak en vooroverleg (participatieface). Er zijn 3 informatieavonden gehouden in Maarssen, Breukelen en Loenen ad Vecht en er zijn gesprekken gevoerd met de verschillende belangen organisaties waaronder de dorpsraden en de Vechtplassencommissie. Gedurende de periode van 6 weken is een ieder in de gelegenheid gesteld een inspraak- of overlegreactie in te dienen. In deze periode van 6 weken zijn 85 reacties ontvangen. In de ‘Nota Inspraak en Overleg” zijn de inspraak- en overlegreacties samengevat en beantwoord. Daarnaast is per reactie aangegeven of en in welke mate de reactie aanleiding geeft tot een wijziging van het voorontwerpbestemmingsplan. De 'Nota Inspraak en Overleg' is als bijlage aan dit bestemmingsplan toegevoegd.
7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingplan De Vecht heeft vanaf 10 januari 2020 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende de periode van 6 weken is een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. In deze periode van 6 weken zijn 174 zienswijzen ontvangen. Een aantal zienswijzen is gelijkluidend. In de ‘Nota zienswijzen’ zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord. Daarnaast is per reactie aangegeven of en in welke mate de reactie aanleiding geeft tot een wijziging van het bestemmingsplan. De ‘Nota zienswijzen’ is als bijlage opgenomen bij dit plan.
66