312019001.25.358 Gemeente Stichtse Vecht Accountantsverslag 2024.pdf
Tekst van het document
Accountantsverslag 2024 Gemeente Stichtse Vecht
Publieke Sector Accountants B.V. Arcadialaan 20 E 1813 KN Alkmaar www.publiekesectoraccountants.nl info@psa-ra.nl
Aan de gemeenteraad van de gemeente Stichtse Vecht Postbus 1212 3600 BE MAARSSEN
Geachte leden van de raad,
Onderwerp Accountantsverslag 2024
Bij de jaarrekening 2024 hebben wij op 19 juni 2025 een goedkeurende controleverklaring afgegeven. Dit oordeel bij de jaarrekening 2024 ziet ook toe op de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording.
Datum 19 juni 2025
Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2024. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole.
Kenmerk 312019001.25.358
Wij hebben de controle van de jaarrekening 2024 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Stichtse Vecht is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 2 juni 2025 hebben wij het verslag besproken met de Auditcommissie.
Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. ValidSigned door A. Booij RA op 19-06-2025
A. Booij RA
Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.
Inhoudsopgave
Contact
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 2
De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag:
2. Financiële positie en resultaat ................................................. 7
Arie Booij Tel: 06 – 1509 2689
3. Bevindingen eindejaarscontrole .............................................12 4. Interne beheersing .................................................................26
Gert Scheele
5. Overige aangelegenheden ......................................................31
Tel: 06 – 1098 0213
6. Verplichte tabel SiSa ..............................................................35
Robbert Heevel Tel: 06 – 8333 0186
1.
Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij
312019001.25.358 - 1
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle
Met de opdrachtbevestiging van 11 september 2024 (kenmerk 312019001.24.456) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2024. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening 2024 van de gemeente Stichtse Vecht. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2024 voldoende voor de doelstelling van onze controle. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle wordt verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het door de gemeenteraad op 4 maart 2025 vastgestelde “Controleprotocol Jaarrekening 2023-2026 Stichtse Vecht Versie 1.1” met bijbehorend normenkader 2024, zoals vastgesteld door de raad op 4 maart 2025 en de Regeling Controleprotocol WNT 2024.
Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het Besluit accountantscontrole decentrale overheden en het Controleprotocol jaarrekening 2023-2026 gemeente Stichtse Vecht Versie 1.1
De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben, sluit aan op het door de gemeenteraad op 4 maart 2025 vastgestelde “Controleprotocol Jaarrekening 2023-2026 Stichtse Vecht Versie 1.1”. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). In uw controleprotocol heeft u geen lagere marges vastgesteld. De bij onze controle van de jaarrekening 2024 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve:
Bron: jaarrekening 2024 Goedkeuringsmaterialiteit
Fouten
Onzekerheden € 2.101.000
€ 6.303.000
De gemeenteraad heeft in het controleprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 200.000.
312019001.25.358 - 2
Onze aanpak is gericht op risico’s
Voor de jaarrekeningcontrole 2024 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. De onderkende risico’s en aandachtspunten voor 2024 zijn: ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪
▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
De samenwerking met TimSV, specifiek de financiële afwikkeling 2023, de rechtmatigheidscontrole 2024 en gemaakte afspraken over verantwoording en controle. De waardering en risico inschatting met betrekking tot lopende grondexploitaties zoals Harmonieplein en Veenkluit Tienhoven, waaronder de impact van prijsontwikkelingen op de verwachte resultaten inclusief de geldende regels rondom het tussentijds winstnemen en de verantwoording van eventuele nieuwe exploitaties in 2024. De actualisatie van kansen en risico’s in relatie tot de waardering van de complexen Zuilense Vecht en Haarrijnweg. De actualisatie van uw beheerplannen voor onderhoud aan uw kapitaalgoederen in relatie tot de getroffen voorzieningen daarvoor, in het bijzonder het onderhoud van wegen en gemeentelijk vastgoed. De noodzaak voor het vormen van een voorziening voor de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU). Inkoop en aanbesteding: o Grip op de naleving van de (Europese) aanbestedingsregel, mede als gevolg van afwijkingen in voorgaande jaren (2023 ten minste € 14.100.000); o De impact van het instellen van een inhuurdesk met ingang van het laatste kwartaal 2023; o Voortgang verbetering proces inkoop- en aanbesteding; en o Factuurverwerking, waaronder de controle op de prestatielevering. “Management override of controls”.
Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces. De specifieke aandacht voor dit risico is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor Stichtse Vecht. Uw afhankelijkheid van derden inzake de verantwoording en rapportage (Sociaal Domein, Belastingen en Inkomensregelingen). De voortgang en status van de organisatieontwikkeling: noodzakelijke en gewenste verbeteringen met betrekking tot de kwaliteit van de interne beheersing. De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. Ontwikkelingen en actualiteiten op IT-gebied (waaronder de implementatie van een nieuw salarissysteem begin 2024 en een nieuw financieel systeem begin 2025) De actualisatie van de (fraude-)risicoanalyse. De invoering van de duurzaamheidsrapportage en de vraag waar de gemeente Stichtse Vecht staat.
Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen.
312019001.25.358 - 3
Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘Bevindingen eindejaarscontrole’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.
Uw rechtmatigheidsverantwoording
In de jaarrekening 2024 legt het college verantwoording af over een drietal rechtmatigheidscriteria die niet expliciet blijken uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting, verordeningen en met de bepalingen in de relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in het normenkader voor de financiële rechtmatigheid. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de raad vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 6.304.680. In de rechtmatigheidsverantwoording geeft het college aan dat zij niet rechtmatig heeft gehandeld.
De onrechtmatigheden hebben betrekking op: ▪ ▪
Afwijkingen voorwaardencriterium voor een bedrag van tenminste € 11.100.000. Deze bevinding komt overeen met de bevindingen die uit uw eigen interne controles voortkomen. Deze is van goed niveau. Afwijkingen begrotingscriterium € 9.600.000. Hiervan kwalificeert € 9.600.000 als acceptabel.
In hoofdstuk 3 gaan wij nader op de rechtmatigheidsverantwoording in.
De baten en lasten, alsmede Op basis van uw “Controleprotocol jaarrekening 2023-2026 gemeente Stichtse Vecht Versie 1.1” en uw normenkader hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente met betrekking tot de specifieke uitkeringen gecontroleerd. balansmutaties met Hierbij zijn geen materiële bijzonderheden geconstateerd. Uw gemeente voert 25 specifieke uitkeringen uit. Deze zijn verantwoord betrekking tot specifieke via de SiSa-bijlage in uw jaarrekening. uitkeringen zijn rechtmatig Onze conclusie is dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2024.
312019001.25.358 - 4
De jaarrekening voldoet aan het BBV
Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Stichtse Vecht. Daarnaast vereisen zij van het college van burgemeester en wethouders het toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn. De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Stichtse Vecht zijn uiteengezet in de jaarrekening 2024 in de “Toelichting op de balans” (algemene grondslagen) en in de toelichting op de balans steeds bij elke balanspost afzonderlijk. In de jaarrekening 2024 hebben zich ten opzichte van 2023 geen wijzigingen van materieel belang voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die van invloed zijn op de baten en lasten en/of de financiële positie van de gemeente Stichtse Vecht. Wij hebben het door het college van burgemeester en wethouders toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld.
Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken
Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de (niet materiële) fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.
Goedkeurende controleverklaring
Wij zijn van oordeel dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2024 een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2024 als van de activa en passiva van de gemeente Stichtse Vecht op 31 december 2024 geeft in overeenstemming met het BBV. Daarnaast zijn wij van mening dat de door het college afgegeven rechtmatigheidsverantwoording een getrouwe weergave geeft van de rechtmatigheid van het door haar gevoerde financieel beheer. Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door de voorzitter van de raad en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.
312019001.25.358 - 5
2.
Financiële positie en resultaat
312019001.25.358 - 6
2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt zowel in absolute als in relatieve zin toe
In het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten 2024 bedraagt € 5.774.000 voordelig. Per saldo is tussentijds € 2.735.000 aan de reserves toegevoegd, zodat het uiteindelijk gerealiseerd resultaat over 2024 € 3.039.000 voordelig bedraagt. Dit gerealiseerd resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen.
Eigen vermogen (in € 1.000)
2024
2023
2022
2021
2020
2019
Eigen vermogen per 1 januari
43.614
46.770
46.133
53.282
50.071
45.398
Tussentijdse resultaatbestemming
2.735
-/- 8.040
-/- 3.711
-/- 9.051
820
-/- 2.940
Gerealiseerd resultaat
3.039
4.884
4.348
1.902
2.391
7.612
Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)
5.774
-/- 3.156
637
-/- 7.149
3.211
4.672
Eigen vermogen per 31 december
49.388
43.614
46.770
46.133
53.282
50.070
De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de toevoegingen aan en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw gemeenteraad. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2024 18,9% van het balanstotaal (2023: 18,9% van het balanstotaal) en daarmee in relatieve zin iets afgenomen. In absolute zin is het eigen vermogen toegenomen in 2024. In de toelichting op balans bij het onderdeel eigen vermogen van de jaarrekening geeft het college van burgemeester en wethouders een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2024. Wij verwijzen u naar deze toelichting.
312019001.25.358 - 7
Resultaat 2024 is beïnvloed door reservemutatie(s)
Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Stichtse Vecht ook het gerealiseerd resultaat. Dit is het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen aan reserves minus de tussentijdse toevoegingen aan reserves. De toevoegingen aan dan wel onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerd resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende:
Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten
206.023
Totale lasten
200.249
Gerealiseerde saldo van baten en lasten (voordelig)
5.774
Af: stortingen in reserves
9.907
Bij: onttrekkingen aan reserves
7.171
Saldo mutaties reserves
2.735
Gerealiseerde resultaat (voordelig)
3.039
De exploitatie over 2024 laat een voordelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 5.774.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van € 4.641.000 nadelig. Dit is een voordeel van € 10.415.000, wat voor een belangrijk deel is veroorzaakt door de vrijval van de voorziening wegen. Het voordelig gerealiseerd resultaat van € 3.039.000 is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het gerealiseerd resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. Wij verwijzen u naar deze toelichtingen.
312019001.25.358 - 8
Het voordelige exploitatieresultaat 2024 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit Het college van vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf Weerstandsvermogen burgemeester en en risicobeheersing) heeft het college van burgemeester en wethouders bepaald op € 16.571.000. In 2023 bedroeg deze wethouders kwalificeert het € 15.991.000. De beschikbare weerstandscapaciteit is derhalve ten opzichte van 2023 iets gestegen. weerstandsvermogen als uitstekend In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft het college van burgemeester en wethouders een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s.
Deze cumuleren voor 2024 tot een bedrag van € 48.400.000 (2023: € 23.250.000). Op basis van een uitgevoerde risicosimulatie heeft het college bepaald dat de benodigde weerstandscapaciteit € 9.800.000 bedraagt (2023 € 7.350.000). Op basis van deze kwantificering is voor 2024 de weerstandsratio 1,7 (2023: 2,18) en lijkt het beschikbare weerstandsvermogen toereikend te zijn. Ten opzichte van 2023 is sprake van meer dan een verdubbeling van de gekwantificeerde risico’s. De beschikbare weerstandcapaciteit is iets gestegen. Wij verwijzen u voor de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.
312019001.25.358 - 9
3.
Bevindingen eindejaarscontrole
312019001.25.358 - 10
3. Bevindingen eindejaarscontrole De rechtmatigheidsverantwoording 2024 is getrouw
Uw rechtmatigheidsverantwoording 2024 De rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen in de jaarrekening. Wij hebben vastgesteld dat deze voldoet aan het voorgeschreven model en dat daarbij de door de raad vastgestelde kaders zijn gehanteerd. Deze kaders zijn in overeenstemming met richtlijnen die vanuit de commissie BBV zijn gegeven. Op basis van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening 2024 blijkt dat er rechtmatigheidsafwijkingen zijn geconstateerd groter dan de verantwoordingsgrens (3%, ofwel € 6.304.680). De geconstateerde rechtmatigheidsafwijkingen hebben betrekking op de criteria begrotingsrechtmatigheid en het voorwaardencriterium. Samenvatting rechtmatigheidsverantwoording
Bedragen
Begrotingscriterium (bruto)
€ 9.600.000
Begrotingscriterium (netto)
€0
Voorwaardencriterium (afwijkingen Europese aanbestedingen)
€ 11.100.000
M&O-criterium
€0
Rechtmatigheidsfouten bruto
€ 20.700.000
Rechtmatigheidsfouten netto
€ 11.100.000
Omdat de rechtmatigheidsbevindingen boven de verantwoordingsgrens uitkomen, zijn de bevindingen opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording en nader toegelicht door het college in de paragraaf bedrijfsvoering. Toelichting begrotingscriterium Op de volgende onderdelen is sprake van een overschrijding van de geraamde lasten: Programma P1 Bestuur (lasten exploitatie) P4 Sociaal (lasten exploitatie) Overschrijdingen kredieten Totaal
Bedrag € 3.130.000 € 6.035.000 € 448.000 € 9.613.000
312019001.25.358 - 12
Gelet op de kaders die uw raad in het normenkader aan het college heeft meegegeven, kwalificeren deze afwijkingen voor een bedrag van € 9.613.000 als acceptabel. In de paragraaf bedrijfsvoering heeft het college hier een uitgebreide toelichting bij opgenomen. Wij verwijzen u naar deze toelichting. Naast de overschrijdingen van lasten op programma’s en overschrijdingen op investeringskredieten, is sprake van de volgende begrotingsafwijkingen: Overige begrotingsafwijkingen Onderschrijding lasten programma’s Overschrijding baten programma’s Onderschrijding baten programma’s Onderschrijding kredieten Totaal
Bedrag € 5.774.000 € 14.065.000 € 258.000 PM € 20.097.000
Op basis van artikel 9 lid 4 van de Financiële verordening Stichtse Vecht 2024 en het normenkader 2024 kwalificeren deze afwijkingen als rechtmatig, omdat deze met de jaarrekening 2024 tijdig zijn gemeld en daarin toereikend zijn toegelicht. Toelichting voorwaardencriterium - aanbesteden Onder het voorwaardencriterium zijn bevindingen opgenomen met betrekking tot de rechtmatigheid van Europese aanbestedingen. In het kader van de verbijzonderde interne controle heeft het college onderzocht of de opdrachtverleningen overeenkomstig de richtlijnen voor Europese aanbestedingen zijn gedaan. Daarbij heeft zij vastgesteld dat voor een bedrag van ten minste € 11.100.000 niet is voldaan aan de voorwaarden voor Europese aanbestedingen. Het college heeft deze afwijkingen meegewogen in de rechtmatigheidsverantwoording en toegelicht in de paragraf bedrijfsvoering. Wij verwijzen ook naar hetgeen wij verderop in dit verslag met betrekking tot de naleving van de Europese aanbestedingsrichtlijnen hebben opgenomen. Toelichting voorwaardencriterium – identificatie cliënten WMO Het uitvoeren van een verplichte identificatie met een identificatiebewijs (geldig reisdocument of rijbewijs) bij intakegesprekken is onderdeel van het proces, zoals u deze heeft ingericht voor het Sociaal Domein.
In dat verband is het van belang dat sprake is van een consistente vastlegging van deze waarneming in het dossier, waaruit ook achteraf kan worden vastgesteld of deze controle daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Deze controle is wel een vereiste is vanuit de wetgever (Wet op de identificatieplicht) en maakt het documenteren van het identificatiebewijs in het cliëntdossier noodzakelijk. Een vastlegging dat de controle heeft plaatsgevonden kan bijvoorbeeld plaatsvinden door de laatste vier tekens van het identificatiebewijs en de datum van afgifte als unieke kenmerken vast te leggen. Bij de uitvoering van de detailcontroles in het sociaal domein voor de WMO hebben wij geconstateerd dat de vastlegging van de identificatie aandacht behoeft. Deze is niet altijd aanwezig in de cliëntdossiers, waardoor sprake is van een “formele onrechtmatigheid”, die wij moeten rapporteren. De afwijking heeft zich vooral voorgedaan bij cliëntdossiers welke zijn aangemaakt
312019001.25.358 - 13
vóór 2024, maar nog doorlopen in 2024 en verder. Bij nieuwe dossiers blijkt dat de vastlegging van de controle 0p de identiteit verbeterd is. Toelichting M&O-criterium In de paragraaf bedrijfsvoering heeft het college het volgende toegelicht: Misbruik en oneigenlijk gaat over op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. Gemeente Stichtse Vecht heeft hierover geen algemeen beleid. Er zijn geen signalen dat er sprake is van afwijkingen. Vanuit zowel de interne controlewerkzaamheden als onze controlewerkzaamheden zijn geen indicaties gebleken dat sprake is geweest van misbruik dan wel oneigenlijk gebruik. Daarom is geen sprake van daadwerkelijke afwijkingen die mee moeten worden genomen in de rechtmatigheidsverantwoording (en is toelichting in paragraaf bedrijfsvoering terecht). Wij adviseren u verder om een overkoepelend M&O beleid op te stellen. Ons oordeel bij uw rechtmatigheidsverantwoording Op basis van onze toetsing aan de wettelijke voorschriften inzake de rechtmatigheidsverantwoording en de kaderstelling door de raad hebben wij vastgesteld dat de rechtmatigheidsverantwoording van het college van burgemeester en wethouders een getrouw beeld geeft.
De jaarrekening (rechtmatigheidsverantwoording) en het jaarverslag (paragraaf bedrijfsvoering) bevat alle voorgeschreven informatie.
De naleving van Europese aanbestedingsregels blijft een aandachtspunt
Naar aanleiding van de controle van de jaarrekening 2023 stelden wij vast dat sprake was van afwijkingen van de Europese aanbestedingsrichtlijnen voor een bedrag van ten minste € 14,1 miljoen. Zoals u in de rechtmatigheidsverantwoording over 2024 kunt lezen, is voor het jaar 2024 sprake van afwijkingen voor een bedrag van ten minste € 11,1 miljoen. We stellen daarbij vast dat de controle vanuit uw VIC op onrechtmatigheden in het kader van de Europese aanbestedingsrichtlijnen in 2024 veel diepgaander heeft plaats gevonden, de relevante uitgaven zijn nagenoeg integraal (voor 95%) gecontroleerd. Er is dus meer gecontroleerd en de totale omvang van de onrechtmatigheid is afgenomen. In het jaarverslag is toegelicht dat uw VIC verantwoording aflegt over 87,5% van de totale relevante uitgaven in 2024. Het verschil van 7,5%, ruim € 8 miljoen, ziet toe op uitgaven die vanuit de VIC als onzeker zijn aangemerkt. Doordat de verantwoordingsgrens reeds wordt overschreden, leidt het met nog meer diepgang uitvoeren van (interne) controles hierop niet tot een ander oordeel in de rechtmatigheidsverantwoording, waardoor het economisch niet rendabel is om voor 2024 nog meer en diepgaandere (interne) controles uit te voeren. Uw VIC heeft hiermee nog geen integraal beeld geschetst van uw huidige situatie.
In onze boardletter hebben wij reeds aan u gerapporteerd over de stappen die uw gemeente zet in het kader van het verbetertraject van aanbesteden. Wij verwachten dat daardoor de omvang van de totale onrechtmatigheden de komende jaren verder zal dalen. Door het integrale inzicht vanuit uw VIC in de onrechtmatige uitgaven kan uw gemeente daarnaast gericht sturen op het verder terugdringen van onrechtmatige aanbestedingen. Om het uiteindelijke doel, een resterende rechtmatigheidsfout onder de verantwoordingsgrens, te behalen, vereist het onderwerp wel blijvende aandacht van uw organisatie. 312019001.25.358 - 14
Het Besluit accountantscontrole decentrale overheden en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is aangepast en bevat wijzigingen die relevant zijn vanaf 2025 voor de rechtmatigheidsverantwoording
Op 16 april 2025 heeft het Rijk in het Staatsblad een aantal wijzigingen gepubliceerd van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, het Waterschapsbesluit en het Besluit van 29 oktober 2021 tot wijziging van het Besluit financiële verhouding 2001. De wijzigingen gaan in voor verantwoordingen over het begrotingsjaar 2025. Hieronder hebben wij de belangrijkste wijzigingen die voor u relevant zijn opgenomen. Wijzigingen Besluit accountantscontrole decentrale overheden ▪ ▪
▪
In artikel 1 zijn de “begrippen” afwijking, deelverantwoording, financiële rechtmatigheid en openbaar lichaam aangepast; In artikel 2 is aangegeven dat de goedkeuringstolerantie wordt aangepast. Vanaf het verslagjaar 2025 bedraagt deze 2% van de omvangsbasis. Deze is tot en met 2024 1%. De omvangsbasis is daarbij gelijk aan de totale lasten van de gemeente exclusief de toevoegingen aan de reserves. Tot en met 2024 was de omvangsbasis gelijk aan de totale lasten van de gemeente inclusief de toevoegingen aan de reserves; en De goedkeuringstolerantie is de som van de afwijkingen in de jaarrekening en onzekerheden in de uitvoering van de controle. Dit betekent dat fouten en onzekerheden gezamenlijk worden afgewogen (lees: opgeteld) ten opzichte van de goedkeuringstolerantie van 2%. Tot en met 2024 werden fouten (1%) en onzekerheden (3%) afzonderlijk afgewogen. Wanneer fouten en onzekerheden samen meer dan 2% van de omvangsbasis bedragen, dient de accountant een niet-goedkeurende controleverklaring af te geven.
Deze aanpassingen zijn relevant voor het intern controleplan van uw gemeente en de uitvoering daarvan. Wijzigingen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten ▪
In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (Bbv) zijn wijzigingen doorgevoerd, waarmee de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is geformaliseerd. Aan artikel 1 van het Bbv zijn daartoe de volgende onderdelen toegevoegd: o Rechtmatigheidsverantwoording; o Verantwoordingsgrens; o Financiële rechtmatigheid; o Rechtmatigheidsfout; en o Onduidelijkheid. De verantwoordelijkheid voor deze verantwoording is daarmee expliciet bij het college neergelegd.
▪
In het Bbv is nu expliciet geregeld dat in de paragraaf bedrijfsvoering een beschrijving wordt opgenomen van de maatregelen die worden ondernomen om rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden met betrekking tot de financiële rechtmatigheid te voorkomen.
312019001.25.358 - 15
▪
De paragraaf “Wet open overheid” is een verplichte paragraaf geworden.
▪
In titel 4.7 zijn in artikel 58b de verslaggevingskaders voor de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. Deze zijn: o De jaarrekening bevat een rechtmatigheidsverantwoording. o De rechtmatigheidsverantwoording bevat een overzicht van de rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid. o De verantwoordingsgrens is een totaalbedrag voor rechtmatigheidsfouten én onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid. o De gemeenteraad en provinciale staten stellen de verantwoordingsgrens vast op ten hoogste 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves. o Voor zover het totaalbedrag aan rechtmatigheidsfouten én onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid hoger is dan de verantwoordingsgrens, worden deze in het kader van de financiële rechtmatigheid opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Bij ministeriële regeling wordt voor de rechtmatigheidsverantwoording een model vastgesteld. De belangrijkste aanpassing is dat de verantwoordingsgrens vanaf 2025 maximaal 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves kan zijn. U kunt als gemeenteraad kiezen voor een verantwoordingsgrens tussen 0% en 2%.
Deze aanpassingen zijn relevant voor de jaarrekening 2025 (verantwoording) en uw kaderstelling (verantwoordingsgrens maximaal 2%). Voor een totaalbeeld van de wijzigingen verwijzen wij naar https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2025-99.html. Wij adviseren u om uw kaderstelling, zoals bijvoorbeeld de financiële en controleverordening, uw controleprotocol en het intern controleplan, te beoordelen en na te gaan of deze nog in de lijn zijn van de recente aanpassingen. Deze wijzigingen kunnen ook invloed hebben op de omvang en inhoud van de interne controlewerkzaamheden die binnen uw gemeente worden gepland en uitgevoerd. Het is derhalve belangrijk om hier tijdig actie op te ondernemen.
312019001.25.358 - 16
Uw grondexploitaties zijn geactualiseerd
Binnen de gemeente Stichtse Vecht is sprake van toenemende activiteiten met betrekking tot gebiedsontwikkeling. Daarmee neemt ook het saldo van het geïnvesteerd vermogen in de grondexploitatie toe. In 2024 is de boekwaarde van het onderhanden werk met € 1.095.000 toegenomen tot € 2.397.000: Bruto boekwaarde 1-1-2024
Voorziening 1-1-2024
Bruto boekwaarde 31-12-2024
Voorziening 31-12-2024
Harmonieplein
629.000
328.000
874.000
2.200
Veenkluit Tienhoven
647.000
441.000
1.354.000
688.000
Zuilense Vecht
219.000
Haarrijnweg
706.000
130.000
928.000
291.000
-
-
42.000
41.000
2.201.000
899.000
3.418.000
1.022.200
MFC Vreeland
Netto boekwaarde (Bruto boekwaarde minus voorziening)
1.302.000
220.000
2.395.800
De toename van de boekwaarde is het gevolg van gemaakte kosten in 2024 ad € 1.623.000, gerealiseerde opbrengsten ad € 405.000 en een vrijval (per saldo) van de reeds getroffen verliesvoorzieningen als gevolg van de actualisatie van de diverse grondexploitaties met € 123.000. Wanneer de boekwaarde een positief saldo heeft, dan zijn de gemaakte kosten hoger dan de gerealiseerde opbrengsten. Een boekwaarde is negatief wanneer er meer opbrengsten gerealiseerd zijn dan dat er kosten zijn gemaakt. Een positieve boekwaarde moet worden goed gemaakt met nog te realiseren opbrengsten. Lukt dat niet, dan dient er een voorziening getroffen te worden. Voor een nadere onderbouwing van de ontwikkelingen met betrekking tot de grondexploitaties verwijzen wij naar de paragraaf “Grondbeleid” in het jaarverslag. Daarin worden ontwikkelingen in de complexen, de prognoses voor de komende jaren en de mogelijke risico’s nader toegelicht. De waardering van de grondexploitaties is afhankelijk van de inschatting die moet worden gemaakt van de nog te maken kosten en de nog te realiseren opbrengsten. Derhalve heeft het college voor de jaarrekening 2024 alle lopende exploitaties geactualiseerd. Wijzigingen in de uitgangspunten die bij het doorrekenen van grondexploitaties gehanteerd zijn veelal van (substantiële) invloed op de financiële uitkomst van de grondexploitatie.
Ook hebben (op projectniveau) de nog te maken kosten en de nog te realiseren opbrengsten, inclusief de timing daarvan, mogelijk invloed op de waardering. Om deze reden nemen wij in ons accountantsverslag een beschouwing op over uw grondexploitatie. Op basis van onze controle brengen wij het volgende onder uw aandacht: Meerjarenprogramma Grondbeleid 2025 is bepalend geweest voor waardering in de jaarrekening 2024 Om inzicht te krijgen in de financiële risico’s en kansen stelt het college jaarlijks exploitatieoverzichten op, worden risico’s en kansen benoemd en zijn onder andere de toekomstige (nog te maken) kosten en (nog te realiseren) opbrengsten doorgerekend en
312019001.25.358 - 17
geactualiseerd. Voor 2024 is dit voor het eerst uitgewerkt in een Meerjaren Perspectief Gebiedsontwikkelingen (MPG) met bijhorende toelichtingen per grondexploitatie. Een MPG is een belangrijk instrument voor gemeenten om op strategische wijze het beheer en de ontwikkeling van grondposities te plannen en te monitoren. Het biedt een integraal overzicht van de financiële en ruimtelijke aspecten van grondexploitaties, en fungeert als een sturingsmiddel bij het realiseren van beleidsdoelen. Veel gemeenten stellen in aanvulling op de begroting en de jaarrekening jaarlijks een MPG op welke informatie biedt over de actuele voortgang van de grondexploitaties. Dit document biedt inzicht in de te verwachten financiële ontwikkelingen vanuit de grondexploitaties en helpt de gemeenteraad om beslissingen te nemen. Dat kunnen bijstellingen van lopende grondexploitaties zijn, maar ook geeft een MPG informatie die belangrijk kan zijn in het kader van uw financieel beleid. Uit een MPG zal immers blijken in welke mate de grondexploitatie winstgevend of verlieslatend zal zijn. Dat kan u weer helpen bij het nemen van beslissingen voor andere projecten binnen de gemeente. Daarnaast is een MPG ondersteunend bij het waarderen van grondexploitaties op de balans. In de regel wordt het MPG ook vastgesteld door de raad.
Wat in dat verband van belang is, zeker wanneer sprake is van een zogenaamd beleidsrijk MPG, is dat het MPG wordt vastgesteld voordat de jaarrekening aan de raad wordt gepresenteerd. Onderbouw en valideer uw uitgangspunten De waardering van grondposities in het MPG is voor een groot deel afhankelijk van schattingen. Aan deze schattingen liggen diverse parameters en uitgangspunten ten grondslag. Hierbij kunt u denken aan inflatiecijfers, gehanteerde rentepercentages, de looptijd van projecten (inclusief het moment van geplande kosten en opbrengsten) en uitgifteprijzen. Deze parameters bepalen in hoge mate het verwachte financiële eindresultaat. Voor de controle is het van belang dat het college inzicht geeft in het door haar gevoerde schattingsproces (wie maakt de schatting, wie valideert en waarmee, hoe verhoudt een schatting uit een voorgaande periode zich ten opzichte van gerealiseerde resultaten uit een voorgaande periode (backtesting) et cetera) en dat de gehanteerde uitgangspunten en parameters voldoende betrouwbaar zijn. Deze betrouwbaarheid kan het college aantonen met bijvoorbeeld gegevens uit externe bronnen, marktanalyses of (recente) taxaties en risicoanalyse die u laat opstellen. Wij adviseren u dit, mede als onderbouwing voor de jaarlijks op te stellen MPG, voortaan in een zogenaamd position paper uit te werken.
Backtesting Een belangrijke indicatie van de kwaliteit van de gemaakte schattingen is dat eventuele verschillen tussen de gemaakte ramingen en de werkelijke uitkomsten verklaard worden. Deze vergelijking biedt hiernaast een goede inkijk in de mutaties die in het boekjaar op de verschillende grondexploitaties zijn ontstaan. Wij vragen u in het kader van de jaarrekeningcontrole per grondexploitatie voortaan een verschillenanalyse te maken op kostensoortniveau (op basis van de wetten WRO/BRO) tussen de ramingen voor de jaarschijf en de realisatie daarvan in het boekjaar en bij significante verschillen een goede toelichting op te nemen. Wat wij momenteel nog breed zien in de praktijk is dat de geraamde kosten van investeringen momenteel niet toereikend zijn, omdat de vraag naar aannemers en het aanbod van bouwmaterialen momenteel voor aanzienlijke prijsstijgingen zorgt. Gelet op huidige ontwikkelingen in de aannemerswereld (schaarste aan mankracht en materiaal) is nog steeds sprake van kostenstijgingen die mogelijk gevolgen kunnen gaan hebben voor toekomstige waarderingen. Wij adviseren u de lopende exploitaties te blijven volgen, omdat de impact van de huidige ontwikkelingen in aannemersmarkt van invloed kunnen zijn op te maken keuzes. 312019001.25.358 - 18
Post onvoorzien In uw restramingen wordt rekening gehouden met een post onvoorzien. Ultimo 2024 is voor een bedrag van circa € 1.077.000 aan “onvoorziene kosten” ingerekend. Per lopende exploitatie kan daarvan het volgende overzicht worden gegeven: Complex
Bedrag
Harmonieplein
262.000
Veenkluit Tienhoven
49.000
Zuilense Vecht
657.000
Haarrijnweg
74.000
MFC Vreeland
35.000 1.077.000
Enkele jaren geleden heeft de commissie BBV aangegeven dat de post onvoorzien niet langer onderdeel mag uitmaken van een grondexploitatie. Deze post is ook niet opgenomen in de kostensoortenlijst van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Commissie BBV geeft aan dat deze uitsluitend is toegestaan voor kostensoorten die naar hun aard minder goed zijn in te schatten, maar wel redelijkerwijs goed moeten kunnen worden ingeschat en onderbouwd met achterliggende documentatie. Het heeft daarbij de sterke voorkeur deze kosten aan kostensoorten toe te rekenen die wel zijn opgenomen in de kostensoortenlijst van het Bro. Wij adviseren u bij een volgende actualisatie van de grondexploitaties hier rekening mee te houden. Door het rekenen met een opslag voor onvoorzien wordt immers het te verwachten eindresultaat beïnvloed en zou de tussentijdse winstneming te laag, of getroffen verliesvoorzieningen te hoog uit kunnen vallen. Daarnaast kan een geval van het rekenen met een post onvoorzien inhouden dat kosten worden toegerekend aan een grondexploitatie, waar eerder geen rekening mee was gehouden. Het verwachte resultaat neemt af Uit de actualisatie van de grondexploitaties blijkt dat het verwachte resultaat ten opzichte van vorig jaar is afgenomen. Per complex is dat als volgt, waarbij een negatief getal voor een verwacht verlies c.q. een verslechtering van het verwachte resultaat staat.
Verwachte resultaat (o.b.v. NCW)
2023
2024
Mutatie
Harmonieplein
-232.000
-2.200
229.800
Veenkluit Tienhoven
-107.000
-688.000
-581.000
Zuilense Vecht
5.530.000
5.388.000
-142.000
Haarrijnweg
-102.000
-291.000
-189.000
MFC Vreeland
68.000
-41.000
-109.000
5.157.000
4.365.800
-791.200
312019001.25.358 - 19
Hierna geven wij per exploitatie een korte toelichting. Harmonieplein Ten opzichte van 2023 is de voorziening grotendeels vrijgevallen. Dit komt op hoofdlijnen doordat er planwijzigingen hebben plaatsgevonden. Op 30 januari 2024 heeft de raad besloten om de realisatie van een ondergrondse parkeergarage ten behoeve van het Zuidblok uit het plan te laten, waardoor de nog te maken kosten aanzienlijk zijn afgenomen en doordat de einddatum verschuift van 2028 naar 2030 door vertraging in het proces (faseringsinvloeden). Veenkluit Tienhoven Bij de jaarrekening 2024 is de grondexploitatie geactualiseerd. Deze geeft een verwacht nadelig resultaat van €688.000. Dat betekent dat de reeds getroffen voorziening moest worden aangevuld met € 246.000. De verslechtering van het resultaat komt o.a. doordat de einddatum met twee jaar is doorgeschoven naar eind 2026, waardoor sprake is van faseringseffecten met een negatieve impact op het verwachte resultaat, maar vooral omdat er een bijdrage van € 525.000 uit de grondexploitatie gehaald is en nu ten gunste komt van het investeringsbudget t.b.v. het Multi Functioneel Centrum. Zuilense Vecht Ten behoeve van de jaarrekening 2024 heeft het college de grondexploitatie geactualiseerd. Het financieel resultaat is daarbij berekend op € 5.388.000 voordelig en is daarmee ten opzichte van 2023 met €142.000 verlaagd.
Met name de toegenomen planontwikkelingskosten als gevolg van een verlengde looptijd van het project door de opgelopen vertraging in de bestemmingsplanprocedure zorgen voor een grotere stijging van de kosten t.o.v. de stijging in de grondprijzen. Bij deze exploitatie is sprake van omvangrijke bedragen aan nog te maken kosten (€ 10,6 mln.) en nog te realiseren opbrengsten (€16,9 mln.) en is sprake van een relatief lange looptijd nog. De omvang van de nog te maken kosten en te realiseren opbrengsten alsmede de looptijd kunnen belangrijke impact op het verwachte resultaat hebben. Hoe langer de resterende looptijd, hoe grote de mate van schattingsonzekerheden is. Wij adviseren u de voortgang van de grondexploitatie Zuilense Vecht daarom goed te monitoren. Haarrijnweg Het verwachte resultaat is ten opzichte van 2023 met € 190.000 verslechterd en door het college berekend op € 291.000. Voor dit bedrag is een voorziening getroffen. De verslechtering van het resultaat is het gevolg van noodzakelijke extra saneringskosten in verband met een aangetroffen mestkelder en vervuiling van de grond. Deze tegenvallers leiden tevens tot vertraging van het project.
Voorzieningen groot onderhoud
In 2024 heeft uw gemeente de voorziening voor groot onderhoud wegen omgezet naar een reserve. Daarmee resteert alleen een onderhoudsvoorziening voor uw gemeentelijk vastgoed. Wij hebben in ons accountantsverslag van 2023 geadviseerd het onderhoudsplan vastgoed te actualiseren naar de huidige situatie. Uw ambtelijke organisatie heeft door middel van meerdere scenario analyses een voorstel bij het college ingediend om tot een besluit te komen ten aanzien van het onderhoud van het vastgoed voor in ieder geval 2025 en 2026. Het college heeft dit voorstel op 13 mei 2025 behandeld en naar verwachting wordt het voorstel 1 juli aan uw raad voorgelegd. Op basis van het huidige voorstel is sprake van het toewijzen van € 220.000 per jaar voor 312019001.25.358 - 20
2025 en 2026 vanuit de middelen voor loon- en prijsindexatie vanuit het gemeentefonds voor indexatie. Met het huidige voorstel zou de voorziening naar verwachting van het college toereikend moeten zijn. Omdat de definitieve besluitvorming plaats vindt na het vaststellen van de jaarrekening dient de huidige omvang van de voorziening gehanteerd te worden als uitgangspunt, waar u vervolgens de nieuwe onderhoudsplannen en dotaties op aan dient te passen. Ter attentie van het geplande onderhoud, zowel voor de komende jaren als de nieuwe onderhoudsplannen, adviseren wij u realistisch te plannen en daarbij rekening te houden met capaciteit, mogelijkheden en beschikbaarheid zowel binnen als buiten uw organisatie. Wanneer te grote pieken in realisatie zijn opgenomen, kan het betekenen dat uw organisatie hier al snel op achterloopt en gedurende de resterende looptijd van het onderhoudsplan tegen deze achterstanden aan blijft lopen.
De voorziening riolering zal naar verwachting ingezet gaan worden om het tarief in de toekomst te dempen. Ook is 2024 is weer sprake van een toename.
Op de balans is onder de voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is, de voorziening riolering opgenomen. Deze voorziening heeft ultimo 2024 een saldo van € 10.910.000 en is daarmee ten opzichte van 2023 met € 260.000 toegenomen. De voorziening is opgenomen onder de “voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is”. Het jaarlijks resultaat op het product Riolering wordt toegevoegd of onttrokken aan de voorziening, waardoor eventueel overtollige middelen beschikbaar blijven (gesloten systeem) voor het beheer aan het rioolstelsel. Ons valt op dat in de afgelopen jaren steeds sprake is van een overschot op het product Riolering en dat derhalve de voorziening in omvang toeneemt. In de volgende tabel (bedragen x € 1.000) hebben wij dit weergegeven: Jaar
Stand voorziening 1-1 boekjaar
Toevoegingen
Onttrekkingen
Stand voorziening 31-12 boekjaar
2018
10.494
1.278
1.904
9.869
2019
9.869
1.855
1.633
10.091
2020
10.091
254
-
10.345
2021
10.345
24
-
10.368
2022
10.368
127
-
10.496
2023
10.496
155
-
10.651
2024
10.651
260
-
10.910
In de Notitie Lokale heffingen (april 2021) heeft de commissie BBV een stellige uitspraak gedaan dat er extracomptabel moet worden aangetoond dat de middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is binnen een redelijke termijn worden ingezet ter bestrijding van de lasten waarvoor een heffing is opgelegd. Op 8 maart 2022 heeft uw raad het GRP 2022-2026 vastgesteld. Uit het nieuwe GRP blijkt dat de eerst komende jaren het saldo van de voorziening nog iets op zal lopen, maar dat uiteindelijk de voorziening ingezet zal worden om het tarief te kunnen dempen. Dit zal dan in de periode, volgens uw plan, tot ca 2080 gaan gebeuren. Gelet op deze langer doorlooptijd adviseren wij u dit te blijven monitoren en vast te stellen dat toename van de 312019001.25.358 - 21
voorziening in de pas loopt met uw vastgestelde plan en dat het beschikbare saldo daadwerkelijk ingezet zal worden voor het beheer aan uw rioolstelsel.
Onzekerheden in het Sociaal Domein en samenwerking met TimSV
Evenals vorige jaren loopt een belangrijk deel van de bestedingen in het sociaal domein via TimSV. TimSV heeft over de bestedingen in 2024 ten behoeve van de gemeente Stichtse Vecht een verantwoording ingediend, die is voorzien van een goedkeurende controleverklaring van de accountant van TimSV. Wij hebben een controlememorandum ontvangen van de accountants van TimSV waarin zij de door hun uitgevoerde werkzaamheden en conclusies uiteenzetten. Op basis van dit memorandum en de gesprekken die wij met de accountant van TimSV hebben gevoerd, komen tot de conclusie dat wij in materiële zin kunnen steunen op de werkzaamheden die de accountant van TimSV heeft uitgevoerd. De geldstromen die door de jaarrekening van de gemeente lopen, besteed via TimSV, zijn daarmee in materiële zin getrouw en rechtmatig. In deze verantwoording van TimSV, die juist verwerkt is in de jaarrekening van de gemeente Stichtse Vecht, is geen sprake van resterende fouten en onzekerheden. Voor ongeveer 1/4e deel van de totale bestedingen van het sociaal domein (Jeugdzorg, WMO en Wijkteams) liggen de bestedingen van het sociaal domein nog wel bij de gemeente zelf, en loopt deze niet via TimSV. Het college is voor het vaststellen van de getrouwheid en rechtmatigheid van deze geleverde zorg en de daadwerkelijke levering (mede) afhankelijk van de controleinformatie van zorgaanbieders.
Het college heeft niet van alle zorgaanbieders volgens de afgesproken planning, de verantwoordingsinformatie ontvangen. Omdat het college de benodigde informatie niet (tijdig) heeft ontvangen, heeft zij niet vast kunnen stellen of de zorg in natura in alle gevallen ook daadwerkelijk, in overeenstemming met de geïndiceerde zorg, is geleverd. Daarnaast is in een enkel geval geen goedkeurende controleverklaring verstrekt bij de productieverantwoording van de zorginstellingen. De daaruit volgende onzekerheden is dit jaar voor Jeugd, WMO en PGB’s €28.000. Daarmee is de onzekerheid in 2024 ongeveer gelijk aan 2023 (€ 24.000).
Overgang Appa-pensioen wethouders naar ABP
Op basis van de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (Appa) bouwt een wethouder tijdens zijn ambtsvervulling pensioen op. De gemeente voert de Appa uit en betaalt de pensioenen. Voor de opbouw van het wethouders pensioen heeft de gemeente de voorziening “Pensioenen en wachtgelden” getroffen. De voorziening is verplicht op grond van het Besluit begroting en verantwoording (Bbv) en moet voldoende zijn om de opgebouwde wettelijke Appa rechten, vanaf het ingaan van het pensioen van een wethouder, te kunnen dekken. De hoogte van de voorziening wordt jaarlijks gevalideerd door het college op basis van geactualiseerde actuariële berekeningen. Met ingang van 1 januari 2028 worden de pensioenen van de wethouders ondergebracht in het nieuwe pensioenstelsel. Dit is het gevolg van de nieuwe Wet toekomst pensioen (Wtp). Met ingang van 1 januari 2028, worden de opgebouwde pensioenen overgedragen het ABP. Om de overstap naar het ABP te maken is het nodig het opgebouwde pensioen te financieren door middel van een eenmalige kapitaalstorting aan het ABP. Hiervoor dient de waarde van de bestaande pensioenaanspraken en rechten van de (oud) wethouders te worden vastgesteld volgens de ABP-rekenregels. Vervolgens zijn actieve wethouders pensioenpremie verschuldigd aan het ABP en wordt bij het ABP verder het pensioen opgebouwd.
Het gevolg van deze overgang naar het ABP is dat de gemeente geen verantwoordelijkheid meer heeft voor de administratie en uitbetaling van Appa pensioenen vanaf 2028. Na de 312019001.25.358 - 22
waardeoverdracht zal de voorziening op uw balans komen te vervallen en hoeft geen jaarlijkse aanpassing meer gedaan te worden als gevolg van mutaties en de jaarlijkse aanpassing van de rekenrente. Voor uw gemeente is het daarom van belang om er in de periode tot 2028 voor te zorgen dat voldoende financiële middelen beschikbaar zijn om de overdracht van deze pensioenaanspraken aan het ABP te kunnen bekostigen. Op de balans is per ultimo 2024 de voorziening pensioenen en wachtgelden opgenomen. Deze heeft eind 2024 een saldo van € 5.002.000, waarvan € 4.817.000 betrekking heeft op opgebouwde pensioenrechten voor (voormalige) wethouders. Wij adviseren u om het verloop en het saldo van deze voorziening in de komende jaren zorgvuldig te blijven monitoren. Daarbij is het van belang dat u het bestaande overzicht van alle (ex-)politieke ambtsdragers met opgebouwde Appa-rechten, inclusief de exacte hoogte van hun pensioenaanspraken, hun leeftijd, diensttijd en eventuele eerdere overdrachten ook in de toekomst blijft actualiseren. Daarnaast is het essentieel om de ontwikkeling van de rekenrente goed te volgen. Deze rente is een bepalende factor voor de hoogte van de voorziening: een dalende rekenrente vereist mogelijk een bijstorting, terwijl een stijgende rekenrente kan betekenen dat er meer dan nodig in de voorziening is opgenomen.
Aangezien uw gemeente verantwoordelijk is voor de overdracht van de pensioenen van alle (voormalige) wethouders van uw gemeente, adviseren wij u te verifiëren of in de voorziening ook daadwerkelijk rekening is gehouden met de opgebouwde rechten van alle voormalige wethouders uit het verleden.
Wet normering topinkomens (WNT)
De Wet normering topinkomens (WNT) regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Bij wet is vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2024 van € 233.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. Ook dienen de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT-plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNTverantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in de Regeling Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren. In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht.
De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. In 2024 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2025 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2024 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken, voor een periode van tenminste zeven jaar. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het 312019001.25.358 - 23
financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking. Wij hebben vastgesteld dat uw jaarrekening met daarin de WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2023 en eerdere jaren is gepubliceerd.
Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage 2024
Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2024 onder Single information, Single audit (SiSa) vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. Wij merken op dat wij geen fouten of onzekerheden hebben geconstateerd die groter zijn dan € 125.000 (of groter dan de rapporteringsgrens) zoals voorgeschreven via de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa (en het door de gemeenteraad vastgestelde controleprotocol met bijhorend normenkader voor de rechtmatigheidscontrole). In overeenstemming met de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa is de tabel leeg als er geen bevindingen zijn. De tabel met fouten en onzekerheden treft u in hoofdstuk 6 van dit accountantsverslag aan. Overigens merken wij op dat de interne beheersing omtrent deze specifieke uitkering niet voldoende op orde is. Wij hebben gemerkt dat de aanlevering van de documentatie ter onderbouwing van deze SiSa-regelingen deels pas in de laatste controleweek werden aangeleverd, en deels ook pas nadat onze controle ter plaatse was uitgevoerd.
Ook zien we dat in dit eindtraject (na onze controle ter plaatse) door uw gemeente zelf nog relatief correctieboekingen gemaakt moesten worden om tot een juiste verantwoording te komen. We zien dat centrale coördinatie van de financiële verwerking van deze specifieke uitkeringen ontbreekt, en dat bij de daadwerkelijke uitvoering van de gesubsidieerde projecten de financiële expertise over de verantwoordingseisen ook niet voldoende aanwezig is. Ons inziens kan deze leemte in de interne beheersing worden opgelost door een centrale coördinatie voor deze SiSa-regelingen in te stellen, die de verantwoordingseisen goed kent, gedurende het jaar de financiële uitputting van de projecten volgt en een tijdige uitvraag kan doen bij de uitvoerende afdelingen om zo tot een juiste, volledige en tijdige verantwoording te komen. Wij adviseren uw gemeente om hier in 2025 opvolging aan te geven.
312019001.25.358 - 24
4.
Interne beheersing
312019001.25.358 - 25
4. Interne beheersing Kernboodschappen interimcontrole 2024
Naar aanleiding van de interimcontrole hebben wij op 18 november 2024 een boardletter uitgebracht. Voor een nadere duiding van onze opmerkingen en aanbevelingen uit de managementletter 2024 verwijzen wij daarnaar. Op 27 januari 2025 hebben wij de boardletter besproken met de auditcommissie. Hieronder hebben wij de managementsamenvatting uit de boardletter opgenomen.
312019001.25.358 - 26
Bij de controle hebben wij een onderzoek uitgevoerd naar de opzet en bestaan van de IT General Controls en daarbij specifiek naar Aandachtspunten IT General Controls iFinanciën de applicaties Key 2 Financiën (Financiële administratie tot en met 2024) en iFianciën (Financiële administratie vanaf 2025) gekeken.
Ten tijde van de afronding van de jaarrekeningcontrole was ons IT-onderzoek nog niet afgerond. Wel hebben wij onze voorlopige bevindingen met uw medewerkers gedeeld. De opvolging van de gerapporteerde bevindingen is van belang om de betrouwbaarheid van de geautomatiseerde gegevensverwerking verder te versterken en mee te nemen bij de verdere implementatie van iFinanciën in 2025. De gerapporteerde bevindingen zijn op hoofdlijnen de volgende: Samenvatting bevindingen opzet en bestaan IT General Controls Key 2 Financiën:
Legenda: ▪ Rood: Maatregel onvoldoende; ▪ Groen: Maatregel voldoende; ▪ Oranje: Maatregel niet volledig voldoende, bevindingen gesignaleerd; ▪ Grijs: Maatregel niet beoordeeld.
312019001.25.358 - 27
Samenvatting bevindingen opzet en bestaan IT General Controls iFinanciën:
Zoals hiervoor aangegeven, beschikken uw medewerkers over een meer gedetailleerde rapportage van de geconstateerde bevindingen. Gelet op het feit dat vanaf 2025 met een nieuwe financiële applicatie wordt gewerkt, iFinanciën, zijn de daarbij geconstateerd bevindingen en opvolging daarvan van groter belang. Een aantal belangrijke bevindingen hebben wij hierna opgenomen: Autorisatiebeheer Uit onze beoordeling van het autorisatiebeheer bij iFinanciën blijkt dat de inrichting op meerdere punten niet voldoet aan basisvereisten voor veiligheid en controle. Zo ontbreken duidelijke richtlijnen en vastgelegde procedures voor het toekennen, wijzigen en intrekken van gebruikersrechten. Rechten worden vaak ad hoc toegekend zonder formele goedkeuring, wat kan leiden tot ongewenste toegang tot systemen of informatie. Identificatie Er ontbreken beveiligingsmaatregelen zoals sterke wachtwoordinstellingen en er is vastgesteld dat test- en gedeelde accounts nog actief zijn. Dit brengt risico’s op traceerbaarheid en veiligheid met zich mee. Superusers Wij hebben vastgesteld dat één medewerker met een operationele functie beschikt over superuserrechten binnen iFinanciën.