CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

312019001.24.294 Gemeente Stichtse Vecht Accountantsverslag 2023 WG.pdf

Commissie Bestuur en Financiën 11 juni 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4: Jaarstukken 202310.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Accountantsverslag 2023 Gemeente Stichtse Vecht

Aan de raad van de gemeente Stichtse Vecht Postbus 1212 3600 BE MAARSSEN

Onderwerp Accountantsverslag 2023 Datum 10 juni 2024 Kenmerk 312019001.24.294

Geachte leden van de raad, Wij hebben de controle van de jaarrekening 2023 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Stichtse Vecht is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 23 mei 2024 hebben wij een de controlebevindingen reeds besproken met de wethouder financiën, de directeur publieke en organisatie en de Strategisch financieel adviseur en op 3 juni 2024 hebben wij onze bevindingen met de auditcommissie besproken. Bij de jaarrekening 2023 hebben wij op 10 juni 2024 een goedkeurende controleverklaring afgegeven. Vanaf 2023 ziet ons oordeel uitsluitend toe op het aspect getrouwheid en niet meer op het aspect rechtmatigheid. De rechtmatigheid is door de gemeente Stichtse Vecht zelf gecontroleerd en verantwoord in de rechtmatigheidsverantwoording welke onderdeel is van de jaarrekening 2023. Ons oordeel bij de jaarrekening 2023 ziet daarom ook toe op de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording. Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2023. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd.

Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag (de was getekend-versie) te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. Was getekend: A. Booij RA ValidSigned door A. Booij RA op 10-06-2024 Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.

Inhoudsopgave

Contact

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 2 De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag: Arie Booij

2. Financiële positie en resultaat ................................................. 8 3. Bevindingen eindejaarscontrole ............................................. 12

Tel: 06 – 1509 2689

4. Interne beheersing ................................................................ 26

Gert Scheele

5. Overige aangelegenheden ..................................................... 28

Tel: 06 – 1098 0213

6. Verplichte tabel SiSa .............................................................. 33

1.

Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij

312019001.24.294 - 1

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle

Met de opdrachtbevestiging van 8 september 2023 (kenmerk 312019001.23.386) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2023. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeente Stichtse Vecht. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2023 voldoende voor de doelstelling van onze controle. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle is verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), de Nota verwachtingen accountantscontrole 2023, het door de gemeenteraad op 5 maart 2024 vastgestelde “Controleprotocol jaarrekening 2023-2026” en de Regeling Controleprotocol WNT 2023 vallen.

Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het Besluit accountantscontrole decentrale overheden en uw Controleprotocol jaarrekening 2023 - 2026

De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben, sluit aan op het door de gemeenteraad op 5 maart 2024, met registratienummer 336944, vastgestelde “Controleprotocol jaarrekening 2023 - 2026”. Het normenkader 2023 is eveneens op 5 maart 2024 door de raad vastgesteld. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). In uw controleprotocol heeft u geen lagere marges vastgesteld. De bij onze controle van de jaarrekening 2023 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve:

Bron: jaarrekening 2023 Goedkeuringsmaterialiteit

Fouten

Onzekerheden € 1.900.000

€ 5.700.000

De gemeenteraad heeft in het controleprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 50.000.

312019001.24.294 - 2

Onze aanpak is gericht op risico’s

Voor de jaarrekeningcontrole 2023 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. De onderkende risico’s en aandachtspunten voor 2023 zijn: ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

▪ ▪

▪ ▪ ▪

▪

De samenwerking met TimSV, specifiek de financiële afwikkeling 2022, de rechtmatigheidscontrole 2023 en gemaakte afspraken over verantwoording en controle. De voortgang van uw investeringsplanning en de beheersing kredieten. De waardering en risico inschatting met betrekking tot lopende grondexploitaties (Harmonieplein en Veenkluit Tienhoven), waaronder de impact van prijsontwikkelingen op de verwachte resultaten inclusief de geldende regels rondom het tussentijds winstnemen en de verantwoording van eventuele nieuwe exploitaties in 2023. De verantwoording en waardering van voorzieningen in relatie tot de aanwezigheid van actuele onderbouwingen en juistheid van berekeningen. Verlofsparen – de ontwikkeling van de getroffen voorziening in 2023. Inkoop en aanbesteding: o Grip op de naleving van de (Europese) aanbestedingsregel, mede als gevolg van afwijkingen in voorgaande jaren (2022 ten minste € 11.662.000); o Voortgang verbetering proces inkoop- en aanbesteding; en o Factuurverwerking, waaronder de controle op de prestatielevering. De voortgang en realisatie van gesubsidieerde projecten, inclusief de afrekening met derden, waaronder het Rijk. “Management override of controls”. Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces.

De specifieke aandacht voor dit risico is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor Stichtse Vecht. Uw afhankelijkheid van derden inzake de verantwoording en rapportage (Sociaal Domein, Belastingen en Inkomensregelingen). De voortgang en status van de organisatieontwikkeling: noodzakelijke en gewenste verbeteringen met betrekking tot de kwaliteit van de interne beheersing. De voortgang van de implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording, gericht op: o De kaderstelling (verantwoordingsgrens, rapporteringsgrens en normenkader). o De aanpassing van de verordeningen 212 en 213 gemeentewet. o Het M&O-beleid: is dit in beeld en hoe wordt dit getoetst? o Is het controleprotocol voor het college of andersoortige opdrachtformulering gereed? o Is het intern controleplan 2023 beschikbaar? o Hoe is verder het instrumentarium (waaronder het toetsingskader, de risicoanalyse, de processen (opzet), de checklists, de rapportages en de dossiervorming) geregeld? Ontwikkelingen op IT-gebied.

312019001.24.294 - 3

▪ ▪

De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. De actualisatie van de (fraude-)risicoanalyse.

Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘Bevindingen eindejaarscontrole’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.

Uw rechtmatigheidsverantwoording

In de jaarrekening 2023 legt het college voor het eerst verantwoording af over een drietal rechtmatigheidscriteria die niet expliciet blijken uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting, verordeningen en met de bepalingen in de relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in het normenkader voor de financiële rechtmatigheid. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de raad vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 5.700.000. In de rechtmatigheidsverantwoording geeft het college aan dat zij niet rechtmatig heeft gehandeld.

De onrechtmatigheden hebben betrekking op: ▪ ▪

Afwijkingen voorwaardencriterium € 14.100.000. Deze bevinding komt overeen met de bevindingen die uit uw eigen interne controles voortkomen. Deze is van goed niveau. Afwijkingen begrotingscriterium € 9.300.000. Hiervan kwalificeert € 8.800.000 als acceptabel.

In hoofdstuk 3 gaan wij nader op de rechtmatigheidsverantwoording in.

312019001.24.294 - 4

De baten en lasten, alsmede Op basis van uw Controleprotocol jaarrekening 2023-2026 en uw normenkader 2023, beide vastgesteld op 5 maart 2024 door de raad, hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente met betrekking tot de specifieke balansmutaties met uitkeringen gecontroleerd. Hierbij zijn geen materiële bijzonderheden geconstateerd. Uw gemeente voert 28 regelingen met betrekking tot specifieke betrekking tot specifieke uitkeringen uit. Deze zijn verantwoord via de SiSa-bijlage in uw jaarrekening. uitkeringen zijn rechtmatig Onze conclusie is dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2023.

De jaarrekening voldoet aan Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Stichtse Vecht. Daarnaast vereisen zij van het college van burgemeester en wethouders het het BBV toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn.

De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Stichtse Vecht zijn uiteengezet in de jaarrekening 2023 in de toelichting op de balans, onderdeel ‘Grondslagen waardering van activa en passiva en resultaatbepaling”. In de jaarrekening 2023 heeft zich ten opzichte van 2022 één wijziging voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen. Deze wijziging heeft betrekking op de kaders die van toepassing zijn op de rechtmatigheidsverantwoording die vanaf het verslagjaar 2023 voor het eerst in de jaarrekening is opgenomen. Verder is geen sprake van wijzigingen in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die van invloed zijn op de baten en lasten en/of de financiële positie van de gemeente Stichtse Vecht. Wij hebben het door het college van burgemeester en wethouders toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken

Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.

312019001.24.294 - 5

Goedkeurende controleverklaring

Wij zijn van oordeel dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2023 van de gemeente Stichtse Vecht een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2023 en van het vermogen op 31 december 2023 in overeenstemming met het BBV. Daarnaast zijn wij van mening dat de door het college afgegeven rechtmatigheidsverantwoording een getrouwe weergave geeft van de rechtmatigheid van het door haar gevoerde financieel beheer. Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de raad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door de voorzitter van de raad en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.

312019001.24.294 - 6

2.

Financiële positie en resultaat

312019001.24.294 - 7

2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt zowel in relatieve zin als in absolute zin af

In het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten 2023 bedraagt € 3.156.000 nadelig. Per saldo is tussentijds € 8.040.000 aan de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2023 € 4.884.000 voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen.

Eigen vermogen (in € 1.000)

2023

2022

2021

2020

2019

Eigen vermogen per 1 januari

46.770

46.133

53.282

50.071

45.398

-/- 8.040

-/- 3.711

-/- 9.051

820

-/- 2.940

4.884

4.348

1.902

2.391

7.612

-/- 3.156

637

-/- 7.149

3.211

4.672

43.614

46.770

46.133

53.282

50.070

Tussentijdse resultaatbestemming Gerealiseerd resultaat Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’) Eigen vermogen per 31 december

NB: door afronding op € 1.000 kunnen geringe afrondingsverschillen of afwijkingen van de jaarstukken ontstaan.

De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de stortingen in en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw gemeenteraad. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2023 18,9 % van het balanstotaal (2022: 20,6 % van het balanstotaal). Zowel in relatieve zin als in absolute zin is het eigen vermogen afgenomen. In de toelichting op balans bij het onderdeel eigen vermogen van

312019001.24.294 - 8

de jaarrekening geeft het college een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2023. Wij verwijzen u naar deze toelichting.

Resultaat 2023 is beïnvloed door reservemutatie(s)

Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Stichtse Vecht ook het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse stortingen in reserves. De stortingen in dan wel onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende: Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten

180.828

Totale lasten

183.984

Gerealiseerde saldo van baten en lasten (nadelig)

3.156

Af: stortingen in reserves

6.115

Bij: onttrekkingen aan reserves

14.154

Saldo mutaties reserves

8.040

Gerealiseerd resultaat (voordelig)

4.884

De exploitatie over 2023 laat een nadelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 3.156.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van € 9.012.000 nadelig. Dit is een “voordeel” van € 5.856.000. Het gerealiseerde voordelig resultaat ad € 4.884.000 is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Voor de verschillenanalyse verwijzen wij u tevens naar de toelichting op de programmaverantwoording (onderdeel “wat heeft het gekost”) en de toelichting op het overzicht van baten en lasten. 312019001.24.294 - 9

Het voordelige exploitatieresultaat 2023 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit Het college van vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf Weerstandsvermogen burgemeester en en risicobeheersing) heeft het college bepaald op € 15.991.000 (2022: € 14.383.000). De beschikbare weerstandscapaciteit is wethouders kwalificeert het derhalve ten opzichte van 2022 met € 1.608.000 gestegen. beschikbare weerstandsvermogen als In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft het college een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s. Deze cumuleren voor 2023 tot een bedrag van € 23.250.000 (2022 € 25.200.000).

Ten opzichte van 2022 is sprake van een daling van de uitstekend om de gekwantificeerde risico’s. Op basis van een uitgevoerde risicosimulatie heeft het college bepaald dat de benodigde onderkende risico’s af te weerstandscapaciteit € 7.350.000 bedraagt (2022 € 8.350.000). Op basis van deze kwantificering lijkt het beschikbare kunnen dekken weerstandsvermogen toereikend te zijn. De inventarisatie van risico’s die in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing (in het jaarverslag) is opgenomen, geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, om zo de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen. Daarbij wordt een inzicht gegeven in de (naar de inschatting van het college) belangrijkste risico’s voor uw gemeente. Het college heeft op basis van deze risico-inventarisatie en de beschikbare weerstandscapaciteit geconcludeerd dat “de ratio weerstandsvermogen voldoet aan de door de raad bepaalde norm” en dat “met de beschikbare weerstandscapaciteit de gemeente, op basis van de bij de jaarrekening 2023 geactualiseerde risico's, een voldoende weerstandscapaciteit kent om deze op te kunnen vangen wanneer ze zich voordoen”. Voor meer gedetailleerde informatie over uw weerstandspositie, de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan verwijzen wij u naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van uw jaarstukken 2023.

Wij adviseren u bij de interpretatie van de gegevens in deze paragraaf ook rekening te houden met de (financiële) ontwikkelingen die zich in 2024 (zullen blijven) voordoen (denk bijvoorbeeld aan de impact van de oorlog in de Oekraïne, de inflatie momenteel en de energietransitie die gaande is) en de actuele verwachtingen voor de komende jaren. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.

312019001.24.294 - 10

3.

Bevindingen eindejaarscontrole

312019001.24.294 - 11

3. Bevindingen eindejaarscontrole Rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen in de jaarrekening

Tot en met het boekjaar 2022 hebben wij als accountant een controleverklaring met een oordeel inzake getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekening gegeven. Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording vanaf het jaar 2023 is dit gewijzigd en geven wij uitsluitend nog een getrouwheidsoordeel bij de jaarrekening. Het college neemt vanaf 2023 een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening en verantwoord zich daarmee over de rechtmatigheid van het gevoerde financieel beheer. Omdat de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening wordt opgenomen, valt deze ook onder ons getrouwheidsoordeel. Welke kaders gelden voor uw rechtmatigheidsverantwoording? Verantwoordings- en rapporteringsgrens Met het vaststellen van de financiële verordening op 5 maart 2024 heeft uw raad in artikel 7 lid 2 resp. lid 3 bepaald dat de verantwoordings- en rapporteringsgrens jaarlijks in het normenkader wordt vastgesteld. Met het vaststellen van het normenkader op 5 maart 2024 is de verantwoordingsgrens vastgesteld op 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. Voor 2023 is dat een bedrag van (afgerond) € 5.700.000. De rapportagegrens (wanneer geconstateerde afwijkingen in de paragraaf bedrijfsvoering moeten worden toegelicht) is vastgesteld op € 50.000.

Wanneer fouten en onduidelijkheden de verantwoordingsgrens niet overschrijden, is – in materiële zin - sprake van rechtmatig handelen door het college en zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand gekomen. Wanneer fouten en onduidelijkheden de verantwoordingsgrens wel overschrijden, dan worden deze in de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. De rapporteringsgrens bepaalt de diepgang van de toelichting van het college in de paragraaf bedrijfsvoering. Normenkader Het college heeft het van toepassing zijnde normenkader in kaart gebracht. Dit normenkader is door uw raad vastgesteld op 5 maart 2024. Het normenkader is van belang voor de interne controle (en verantwoording) met betrekking tot de drie rechtmatigheidscriteria die van belang zijn voor de rechtmatigheidsverantwoording. Hierop gaan wij hierna in. Begrotingscriterium Bij de rechtmatigheidsverantwoording vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten, laste en balansmutaties, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en de hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium). Uitgangspunt hiervoor is het niveau waarop de raad de budgetten in de begroting en bij investeringen geautoriseerd heeft.

In de begroting zijn de bedragen 312019001.24.294 - 12

voor de lasten en baten vermeld die door de raad zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting. In beginsel gelden voor de evaluatie van begrotingsafwijkingen de volgende criteria: 1. 2. 3. 4.

5.

Overschrijdingen van lasten op programma's (of indien van toepassing een ander door de raad vastgesteld autorisatieniveau) zijn onrechtmatig; Overschrijdingen op investeringsbudgetten (kredieten) zijn onrechtmatig; Ongeautoriseerde reservemutaties (wat overigens ook getrouwheidsfouten zijn die in de jaarrekening kunnen worden aangepast) zijn onrechtmatig; Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan de raad zijn gemeld (dit hangt af van de intern vastgelegde spelregels in bijvoorbeeld de financiële verordening art. 212 Gemeentewet over de planning & controlcyclus, budgetafwijkingen, budgetoverheveling etc.) zijn onrechtmatig; Onderschrijdingen van investeringsbudgetten (kredieten) van afgesloten kredieten, die niet tijdig zijn gemeld aan de raad, zijn onrechtmatig.

Bij categorie 4 en 5 hoeft het overigens niet zo te zijn dat alle afwijkingen onrechtmatig zijn. Wanneer u bijvoorbeeld in uw beleid heeft geregeld dat afwijkingen kleiner dan een bepaald bedrag op een vooraf gedefinieerd autorisatieniveau niet tussentijds gemeld hoeven te worden, dan tellen deze afwijkingen niet mee bij het bepalen van de begrotingsafwijkingen. De raad en het college kunnen dus nadere afspraken maken in welke situatie lastenoverschrijdingen onrechtmatig maar acceptabel zijn (lastenoverschrijdingen zijn en blijven onrechtmatig, maar zijn onder voorwaarden acceptabel wat betekent dat het college deze niet hoeft toe te lichten in de paragraaf bedrijfsvoering). In artikel 9 van de financiële verordening zijn hiervoor de volgende bepalingen opgenomen: ▪

▪

Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag over de gehele looptijd. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd (artikel 9 lid 3); en Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. In het normenkader is opgenomen welke van deze afwijkingen als acceptabel en niet acceptabel worden aangemerkt. In de jaarstukken worden de afwijkingen in bedrijfsvoeringsparagraaf toegelicht op grond van het normenkader en geconcludeerd welke afwijkingen, met in achtneming van de door de gemeenteraad vastgestelde verantwoordingsgrens in de rechtmatigheidsverantwoording moeten worden opgenomen (artikel 9 lid 4).

312019001.24.294 - 13

In het normenkader 2023 is voor het begrotingscriterium aangegeven welke begrotingsafwijkingen als acceptabel (dus wel onrechtmatig, maar acceptabel) mogen worden bestempeld en welke als niet acceptabel kwalificeren. Daarvan kan het volgende overzicht gegeven worden:

Acceptabel •

Begrotingsafwijkingen welke passen binnen het beleid

•

•

Begrotingsafwijkingen als gevolg van bestaand beleid die in de Bestuursrapportage zijn toegelicht of waarover de raad na de Bestuursrapportage is geïnformeerd. Begrotingsafwijkingen zijnde kostenoverschrijdingen die gecompenseerd worden door direct gerelateerde inkomsten; Begrotingsafwijkingen die ontstaan zijn door een gewijzigde regelgeving ten opzichte van de begroting.

Niet acceptabel Begrotingsafwijkingen die ten onrechte niet eerder aan de raad zijn gemeld.

Begrotingsafwijkingen die voorafgaand aan het uitvoeren van het beleid met instemming van de gemeenteraad tot stand zijn gekomen.

Begrotingsafwijkingen die niet voorafgaand aan de vaststelling van het beleid de instemming van de gemeenteraad hebben of ter kennis van de gemeenteraad zijn gebracht

Begrotingsafwijkingen veroorzaakt door een administratieve fout of autonome ontwikkeling, die na correctie per saldo geen begrotingsafwijking opleveren.

Begrotingsafwijkingen door het verantwoorden in een verkeerd boekjaar

Grondexploitaties

Begrotingsafwijkingen veroorzaakt door een administratieve fout of autonome ontwikkeling, die na correctie per saldo geen begrotingsafwijking opleveren.

Begrotingsafwijkingen die een afwijking veroorzaken in de totale kosten en opbrengsten van de laatst vastgestelde exploitatieopzet en daarin opgenomen konden worden.

Investeringen

Begrotingsafwijkingen die geen afwijking veroorzaken in de totale kosten en opbrengsten van de laatst vastgestelde exploitatieopzet.

Kostenoverschrijding op investeringen door wijziging in beleid.

Begrotingsafwijkingen welke niet passen binnen het beleid

Administratieve fouten

312019001.24.294 - 14

Voorwaardencriterium Uw gemeente stelt via de financiële verordening en/of onderliggende nota’s kaders vast die van invloed zijn op verslaggeving. Het gaat hier om de invulling van de ruimte die het BBV geeft voor eigen kaders. Denk hierbij aan grenzen voor het activeren van investeringen, afschrijvingstermijnen, omgang met reserves en voorzieningen en dergelijke. Het voorwaardencriterium schrijft voor dat financiële handelingen alleen mogen plaatsvinden onder de voorwaarden zoals opgenomen in de wet of in een verordening en heeft betrekking op de eisen die worden gesteld aan de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen c.q. voorwaarden zijn afkomstig uit de relevante wet- en regelgeving zoals opgenomen in het normenkader, en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. In artikel 8 lid 2 van uw financiële verordening is bepaald dat de concretisering van het voorwaardencriterium jaarlijks met het vaststellen van het normenkader geschiedt. Met het vaststellen van het normenkader op 5 maart 2024 door de raad is daarmee bepaald dat de rechtmatigheidscontrole door het college op het voorwaardencriterium, zich beperkt tot de aspecten recht, hoogte en duur.

Misbruik en oneigenlijk gebruik Het is aan de organisatie om effectieve maatregelen te nemen om misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) te voorkomen. Op basis van de eisen in de wet- en regelgeving zal een vertaling plaatsvinden naar de opzet van de interne organisatie. Toelichting in paragraaf bedrijfsvoering In artikel 7 lid 3 van de financiële verordening is opgenomen dat in de paragraaf bedrijfsvoering geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) nader moeten worden toegelicht. De rapporteringsgrens wordt jaarlijks in het normenkader vastgesteld. Voor 2023 is deze bepaald op € 50.000. Uw rechtmatigheidsverantwoording 2023 De rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen in de jaarrekening op blz. 89. Wij hebben vastgesteld dat deze voldoet aan het voorgeschreven model. Uit de in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording blijkt dat het college niet rechtmatig gehandeld heeft, omdat de totale rechtmatigheidsafwijkingen € 23.400.000 bedragen. Deze afwijking is als volgt bepaald: Totaal begrotingsonrechtmatigheden € 9.300.000 waarvan € 8.800.000 als acceptabel kwalificeert De totale begrotingsonrechtmatigheid, inclusief het deel wat als “acceptabel” kwalificeert, is als volgt bepaald:

312019001.24.294 - 15

1.

Overschrijdingen van lasten op programma's

€ 7.400.000

2.

Overschrijdingen op investeringsbudgetten

€ 1.400.000

3.

Ongeautoriseerde reservemutaties

4.

Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan de raad zijn gemeld

5.

Onderschrijdingen van investeringsbudgetten (kredieten) van afgesloten kredieten, die niet tijdig zijn gemeld aan de raad

€0 € 500.000

€0

Totaal begrotingsafwijkingen Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1, 2 en 3) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid.

€ 9.300.000 € 8.800.000

Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden welke als “niet acceptabel” kwalificeert.

€ 500.000

Zie voor een nadere toelichting ook de paragraaf bedrijfsvoering. Afwijkingen voorwaardencriterium € 14.100.000 Wij hebben vastgesteld dat het college het normenkader heeft toegepast om tot de rechtmatigheidsverantwoording en de toelichtingen in de paragraaf bedrijfsvoering te komen. Bij de interne controle is vastgesteld dat voor een bedrag van ten minste € 14.100.000 niet is voldaan aan de voorwaarden voor Europese aanbestedingen. Bevindingen M&O-criterium In de paragraaf bedrijfsvoering heeft het college het volgende toegelicht: Misbruik en oneigenlijk gaat over op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. Gemeente Stichtse Vecht heeft hierover geen algemeen beleid. Er zijn geen signalen dat er sprake is van afwijkingen. Vanuit zowel de interne controlewerkzaamheden (vanuit onder andere de verbijzonderde interne controles) als onze controlewerkzaamheden zijn geen indicaties gebleken dat sprake is geweest van misbruik dan wel oneigenlijk gebruik. Daarom is geen sprake van daadwerkelijke afwijkingen die mee moeten worden genomen in ons oordeel dan wel bij het opstellen van de 312019001.24.294 - 16

rechtmatigheidsverantwoording (en is toelichting in paragraaf bedrijfsvoering terecht). Wij adviseren u verder om een overkoepelend beleidsstuk M&O oftewel M&O beleid op te stellen. Ons oordeel bij uw rechtmatigheidsverantwoording Op basis van onze toetsing aan de wettelijke voorschriften inzake de rechtmatigheidsverantwoording en de kaderstelling door de raad hebben wij vastgesteld dat de rechtmatigheidsverantwoording van het college een getrouw beeld geeft. De jaarrekening (rechtmatigheidsverantwoording) en het jaarverslag (paragraaf bedrijfsvoering) bevat alle voorgeschreven informatie. Alle verplichte onderdelen zijn toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Welke adviezen geven wij u mee voor 2024 en verder? Naar aanleiding van de controle van de rechtmatigheidsverantwoording 2023, willen wij u voor 2024 en verder de volgende adviezen meegeven: ▪

▪ ▪

De naleving van de Europese aanbestedingsregels blijft een aandachtspunt

Door het uitvoeren van (gegevensgerichte) verbijzonderde interne controles (VIC) worden het college en de raad (via de auditcommissie) nu geïnformeerd over de kwaliteit van de interne beheersing. Deze VIC is naar onze mening van een goed niveau. Om de VIC nog meer als stuurinstrument te kunnen gebruiken is het van belang dat het opstellen van het intern controleplan en de uitvoering daarvan tijdig plaatsvinden. Wij zullen hier voor 2024 met het college weer goede afspraken over maken. Wellicht ten overvloede willen wij vermelden dat het interne controleplan, op basis van artikel 23 uit uw financiële verordening, ook gericht moet zijn op de controle van de getrouwheid van het financieel beheer. Stel ruimschoots voordat de jaarrekeningcontrole gaat starten, een integrale rapportage van de interne controle uitkomsten op. Deze dient immers als onderbouwing van de rechtmatigheidsverantwoording. Overleg in welke mate de criteria die nu gelden om begrotingsafwijkingen als acceptabel te kwalificeren, voldoende duidelijk en passend zijn voor uw organisatie en stel deze, wanneer u dat nodig acht, bij.

Naar aanleiding van de controle van de jaarrekening 2022 stelden wij vast dat sprake was van afwijkingen van de Europese aanbestedingsrichtlijnen voor een bedrag van ten minste € 11,6 miljoen. Zoals u in de rechtmatigheidsverantwoording over 2023 kunt lezen, is voor het jaar 2023 sprake van afwijkingen voor een bedrag van ten minste € 14,1 miljoen. In absolute zin is de afwijking toegenomen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat in 2023 meer dossiers zijn gecontroleerd ten opzichte van eerdere jaren, en doordat de organisatie bezig is met een eigen analyse op de crediteuren. Er is echter nog steeds geen sprake van een volledige interne controle op de Europese aanbestedingen. Doordat de verantwoordingsgrens wordt overschreden, leidt het met nog meer diepgang uitvoeren van interne controles hierop niet tot een ander oordeel in de rechtmatigheidsverantwoording, waardoor het economisch niet rendabel is om voor 2023 nog meer interne controles uit te voeren.

312019001.24.294 - 17

Zoals we in de boardletter al uiteen hadden gezet, heeft een groot deel van de onrechtmatigheid betrekking op overschrijdingen van aanbestedingsdrempels op inhuurovereenkomsten. In 2023 is een nieuwe aanbesteding afgerond voor de inhuur van personeel. Dit betekent dat met ingang van 1 oktober 2023 alle inhuur via de inhuurdesk loopt, en de inhuur via deze inhuurdesk in beginsel rechtmatig is. Ook op andere contracten is inmiddels actie ondernomen, en is de verwachting dat in 2024 de onrechtmatigheid verder naar beneden zal gaan. Omdat het college nog niet beschikt over een sluitend beeld van de rechtmatigheid van de aanbestedingen, zal in de komende periode nog een behoorlijke interne controle-inspanning verricht moeten worden. Mede op basis van de uitkomsten van de interne controle zal namelijk het inzicht worden verkregen in welke mate wel of niet rechtmatig is aanbesteed en kunnen maatregelen, zoals het doen van nieuwe aanbestedingen, getroffen worden. Het uiteindelijke doel moet zijn dat de resterende rechtmatigheidsfout onder de verantwoordingsgrens blijft, maar dan zal ook een sluitend beeld bij de resterende, thans niet onderzochte, dossiers moeten komen omtrent het naleven van de aanbestedingsregels.

Uw grondexploitaties zijn geactualiseerd – het verwachte resultaat is verslechterd

De boekwaarde van het onderhanden werk is in 2023 met € 940.000 toegenomen tot € 1.302.000 positief. Een positieve boekwaarde betekent dat sprake is (geweest) van kosten die hoger zijn geweest dan de gerealiseerde opbrengsten. De ontwikkeling van de boekwaarde per complex is als volgt: 1-1-2023

31-12-2023

Harmonieplein Veenkluit Tienhoven Zuilense Vecht Haarrijnweg

203.000 159.000 -

301.000 206.000 219.000 576.000

Totaal

362.000

1.302.000

De waardering van elke grondexploitatie afzonderlijk, is afhankelijk van het verwachte exploitatieresultaat. Deze worden jaarlijks door het college geactualiseerd. Wanneer sprake is van een, naar verwachting, winstgevende exploitatie, dan behoeft geen voorziening getroffen te worden. Is het verwachte resultaat naar verwachting nadelig, dan moet een voorziening worden herzien (bij lopende exploitaties waar eerder al een nadelig resultaat werd ingeschat door het college) of gevormd (nieuwe exploitaties). De voorzieningen worden (conform BBV) in mindering gebracht op de boekwaarde van de grondexploitaties.

312019001.24.294 - 18

Bij de volgende complexen heeft het college ingeschat dat mogelijk sprake is van een verwacht nadelig resultaat, en is derhalve een voorziening getroffen: 1-1-2023

31-12-2023 Mutatie voorziening

Harmonieplein Veenkluit Tienhoven Haarrijnweg

352.000 321.000 0

328.000 441.000 130.000

-24.000 120.000 130.000

Totaal

673.000

899.000

226.000

In de paragraaf Grondbeleid en in toelichting op de balans geeft het college per lopende exploitatie inzicht in de mutaties 2023. Wij verwijzen u daarnaar. De belangrijkste bevindingen en adviezen die wij u mee willen geven zijn: ▪

Naar verwachting van het college zal de exploitatie Harmonieplein in 2028 kunnen worden afgerond. Door enkele aanpassingen in de gebiedsontwikkeling met bijhorende bestemmingsplannen, is dit later geworden dan waar eerder rekening mee werd gehouden. In januari 2024 heeft het college de raad hierover geïnformeerd. Op basis van de meest actuele inzichten heeft het college de grondexploitatie geactualiseerd en daarbij vastgesteld dat het verwachte verlies iets lager uit zal vallen. De reeds getroffen voorziening is daarom met een bedrag van € 24.000 verlaagd. Wij adviseren u de financiële voortgang van de exploitatie ook de komende jaren te blijven volgen, omdat een relatief beperkte kosten- of opbrengststijging of – daling dan wel een uitloop in de tijd, financiële gevolgen kunnen hebben.

▪

Op basis van de actualisatie van de exploitatie Veenkluit Tienhoven, welke naar verwachting van het college in 2024 zal worden afgesloten, is ingeschat dat het verwachte nadelige resultaat met € 120.000 zal toenemen door hogere bouw- en plankosten. De reeds getroffen voorziening is daarom verhoogd met dit bedrag. Wij adviseren u de financiële voortgang van de exploitatie ook de komende jaren te blijven volgen, omdat een relatief beperkte kosten- of opbrengststijging of – daling dan wel een uitloop in de tijd, financiële gevolgen kunnen hebben.

▪

De exploitatie Zuilense Vecht is in 2023 geopend. De kosten die in 2023 zijn gemaakt zijn daarom in de grondexploitatie verantwoord. Naar verwachting van het college zal de exploitatie op z’n vroegst in 2027 afgerond kunnen zijn. Gelet op het saldo van de nog te maken verwachte kosten en de nog te realiseren opbrengsten in deze periode wordt een voordelig resultaat verwacht en behoeft geen voorziening te worden getroffen. Zowel de nog te maken kosten alsnog te realiseren opbrengsten zijn omvangrijk en worden in de komende jaren gerealiseerd. Naarmate de periode langer is waarop de inschatting van nog te maken kosten en nog te realiseren opbrengsten gebaseerd is, kan de schattingsonzekerheid toenemen. Ondanks dat de resultaat buffer fors is, adviseren wij u de realisatie van de kosten- en opbrengsten en de inschatting van de restramingen die daarbij horen, goed te blijven volgen. Deze zijn immers van invloed op het uiteindelijke resultaat en zijn daarmee bepalend voor de besteding die de raad aan het uiteindelijke resultaat kan geven.

▪

In 2023 is ook de exploitatie van Haarrijnweg geopend. Op basis van de meest recente actualisatie van de onderliggende grondexploitatie is sprake van een klein voordelig saldo van circa € 33.000. Met het vaststellen van de Bestuursrapportage 2023 312019001.24.294 - 19

heeft de raad besloten om een bedrag van € 130.000 aanvullend beschikbaar te stellen om de risico’s (ic hoger ingeschatte kosten) bij de voorbelasting en de kosten van woonrijpmaken op te vangen. Door met deze naar verwachting extra kosten rekening te houden, diende in de jaarrekening 2023 een voorziening voor dat bedrag opgenomen te worden. Wij adviseren u de financiële voortgang van de exploitatie de komende jaren te blijven volgen, omdat een relatief beperkte kosten- of opbrengststijging of – daling dan wel een uitloop in de tijd, financiële gevolgen kunnen hebben.

In de afgelopen jaren zijn achterstanden ontstaan in de uitvoering van het beheerplan “Wegen 2021 - 2025”. In 2023 heeft het Het beheerplan “Wegen college ingezet op het inlopen van deze achterstanden en zijn inhaalslagen gemaakt. Het college heeft becijferd dat ultimo 2023 nog 2021 – 2025” en de sprake is van achterstanden in de uitvoering van onderhoud over de periode tot en met 2023 voor een bedrag van circa € 1,6 voorziening wegen lopen miljoen. niet meer geheel synchroon; spoedige actualisatie is In de resterende periode van het beheerplan “Wegen 2021-2025” wordt, zo heeft het college op basis van het beheerplan ingeschat, verwacht om voor een bedrag van € 9,9 miljoen aan onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. Dat is aanzienlijk hoger, dan in de noodzakelijk afgelopen jaren gemiddeld is gerealiseerd. Wanneer de verwachting van het college uitkomt, dan resteert een saldo van €3,5 miljoen in de voorziening aan het eind van de huidige planperiode. De volgende tabel (bedragen x € 1 miljoen) maakt dat duidelijk: Boekjaar

Storting

Aanwending

Saldo voorziening

2021

10,7

2,9

7,8

2022

2,7

2,4

8,1

2023

2,7

2,8

8,0

2024

2,7

2,5

8,2

2025

2,7

7,4

3,5

Als het in dezelfde periode lukt om ook de resterende achterstand van € 1,6 miljoen in te lopen, dan zou het restant van de voorziening uitkomen op circa € 1,9 miljoen. Wanneer de nog uit te voeren werkzaamheden op basis van het beheerplan “Wegen 2021 - 2025” in de jaren 2024 en 2025 zullen worden uitgevoerd en ook de resterende achterstanden ingelopen zullen worden, dan zou dat betekenen dat voor een bedrag van circa € 5,8 miljoen per jaar gerealiseerd moet worden. Gelet op de realisatie in de afgelopen jaren, welke nimmer boven € 3,0 miljoen is uitgekomen, is het de vraag of dit een realistisch scenario is. Wanneer achterstanden niet (kunnen) worden ingelopen, bestaat de mogelijkheid dat over de resterende planperiode de voorziening te hoog wordt en er een fors restant saldo over blijft. Daarentegen is mogelijk niet voldoende rekening gehouden met de forse prijsstijgingen die zich de afgelopen jaren hebben 312019001.24.294 - 20

voorgedaan. Wanneer deze prijsstijgingen niet zijn doorgerekend in de meerjarendotatie en de kosten tegen een hogere kostprijs uit de voorziening gedekt worden, heeft dat weer een tegenovergestelde impact op de (noodzakelijke) hoogte van de voorziening en meerjarendotatie. Wij hebben begrepen dat het college in 2024, uiterlijk 2025, met een actualisatie van het beheerplan zal komen. Wij adviseren u erop toe te zien dat dit ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Op basis van het geactualiseerde plan zal inzicht moeten worden verkregen in de haalbaarheid van planningen, de beschikbare capaciteit, de bijhorende kostenramingen en daarmee in de noodzakelijke omvang van de meerjarendotatie en voorziening. Als uit de actualisatie van het beheerplan blijkt dat de voorziening duidelijk een te grote omvang heeft gekregen, dan mag een overschot door middel van een raadsbesluit in één keer vrijvallen ten gunste van het resultaat. Het is ook toegestaan de toekomstige jaarlijkse toevoegingen aan de voorziening, met instemming van de raad, terug te brengen naar een lager niveau. Er zijn dus twee opties om met een mogelijk overschot in de onderhoudsvoorziening om te gaan, beide opties moeten wel gebaseerd zijn op een actueel beheerplan en besluitvorming door de raad.

De werkelijke uitgaven ten laste van de voorziening gemeentelijk vastgoed liggen op totaal-niveau in lijn met het onderhoudsplan. Het beheerplan Wel constateren wij dat binnen het plan verschuivingen hebben plaatsgevonden tussen werkzaamheden. Eerder geplande gemeentelijk vastgoed werkzaamheden hebben niet plaatsgevonden en de uitgevoerde werkzaamheden hebben deels betrekking op projecten binnen het wordt geactualiseerd, in gemeentelijk vastgoed die nog niet gepland waren. Dit is de reden dat de gemeente in de jaarrekening een bedrag van € 1,2 miljoen 2023 hebben verschuivingen heeft laten vrijvallen (geplande projecten waarvoor op korte termijn geen onderhoud zal plaatsvinden) en dat tegelijk een bedrag plaatsgevonden tussen van € 1,2 miljoen is gedoteerd (niet op korte termijn gepland onderhoud dat wel snel zal plaatsvinden). Het is gebleken dat deze verschuiving van werkzaamheden ongeveer gelijk is aan elkaar, waardoor het uiteindelijke verloop van de voorziening in totaal dus onderhoudsprojecten in lijn ligt.

Wij stelden vast dat in de dotatie van € 1,2 miljoen per abuis een bedrag van circa € 100.000 tweemaal is meegenomen, waardoor de dotatie feitelijk € 100.000 te hoog is geweest. Per abuis is een ontvangen subsidie meegerekend in het totaal bedrag van € 1,2 miljoen en is dit bedrag ook afzonderlijk toegevoegd aan de voorziening. Deze afwijking is niet gecorrigeerd en daarom meegewogen in onze foutenevaluatie. De fout heeft geen impact op de strekking van onze controleverklaring. Gezien de verschuivingen binnen het onderhoudsplan is het belangrijk het huidige plan te actualiseren naar de laatste inzichten. Wij hebben begrepen dat dit gedurende 2024 zal plaatsvinden. Wij adviseren u daarop toe te zien.

312019001.24.294 - 21

De voorziening riolering zal naar verwachting ingezet gaan worden om het tarief in de toekomst te dempen. Ook is 2023 is weer sprake van een toename.

Op de balans is onder de voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is, de voorziening riolering opgenomen. Deze voorziening heeft ultimo 2023 een saldo van € 10.651.000 en is daarmee ten opzichte van 2022 met € 155.000 toegenomen. De voorziening is opgenomen onder de “voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is”. Het jaarlijks resultaat op het product Riolering wordt toegevoegd of onttrokken aan de voorziening, waardoor eventueel overtollige middelen beschikbaar blijven (gesloten systeem) voor het beheer aan het rioolstelsel. Ons valt op dat in de afgelopen jaren steeds sprake is van een overschot op het product Riolering en dat derhalve de voorziening in omvang toeneemt. In de volgende tabel (bedragen x € 1.000) hebben wij dit weergegeven: Jaar

2018

Stand voorziening 1-1 boekjaar 10.494

Toevoegingen

Onttrekkingen

1.278

1.904

Stand voorziening 31-12 boekjaar 9.869

2019

9.869

1.855

1.633

10.091

2020

10.091

254

-

10.345

2021

10.345

24

-

10.368

2022

10.368

127

-

10.496

2023

10.496

155

-

10.651

In de Notitie Lokale heffingen (april 2021) heeft de commissie BBV een stellige uitspraak gedaan dat er extracomptabel moet worden aangetoond dat de middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is binnen een redelijke termijn worden ingezet ter bestrijding van de lasten waarvoor een heffing is opgelegd. Op 8 maart 2022 heeft uw raad het GRP 2022-2026 vastgesteld. Uit het nieuwe GRP blijkt dat de eerst komende jaren het saldo van de voorziening nog iets op zal lopen, maar dat uiteindelijk de voorziening ingezet zal worden om het tarief te kunnen dempen. Dit zal dan in de periode, volgens uw plan, tot ca 2080 gaan gebeuren. Gelet op deze langer doorlooptijd adviseren wij u dit te blijven monitoren en vast te stellen dat toename van de voorziening in de pas loopt met uw vastgestelde plan en dat het beschikbare saldo daadwerkelijk ingezet zal worden voor het beheer aan uw rioolstelsel.

Onzekerheden in het Sociaal Domein, en samenwerking met TimSV

In 2023 loopt net als vorig jaar een belangrijk deel van de bestedingen in het sociaal domein via TimSV. TimSV heeft over de bestedingen in 2023 ten behoeve van de gemeente Stichtse Vecht een verantwoording ingediend, die is voorzien van een goedkeurende controleverklaring van de accountant van TimSV. Wij hebben een controlememorandum ontvangen van de accountants van TimSV waarin zij de door hun uitgevoerde werkzaamheden en conclusies uiteenzetten. Op basis van dit memorandum en op de diverse gesprekken die wij met de accountant van TimSV hebben gevoerd, komen tot de conclusie dat wij in materiële zin kunnen steunen op de werkzaamheden die de accountant van TimSV heeft uitgevoerd. De geldstromen die door de

312019001.24.294 - 22

jaarrekening van de gemeente lopen, besteed via TimSV, zijn daarmee in materiële zin getrouw en rechtmatig. Wij maken hierbij de volgende opmerkingen: ▪ ▪

Er is in de financiële verantwoording van TimSV een bedrag van € 47.500 te laag verantwoord inzake PGB-gelden, accountantskosten en continuïteitsbijdrage. Er zijn geen resterende onzekerheden ten aanzien van de geleverde zorgprestaties vanuit TimSV.

Voor ongeveer 1/4e deel van de totale bestedingen van het sociaal domein (Jeugdzorg, WMO en Wijkteams) liggen de bestedingen van het sociaal domein nog wel bij de gemeente zelf, en loopt deze niet via TimSV. Het college is voor het vaststellen van de getrouwheid en rechtmatigheid van deze geleverde zorg en de daadwerkelijke levering (mede) afhankelijk van de controleinformatie van zorgaanbieders. Het college heeft niet van alle zorgaanbieders volgens de afgesproken planning, de verantwoordingsinformatie ontvangen. Omdat het college de benodigde informatie niet (tijdig) heeft ontvangen, heeft zij niet vast kunnen stellen of de zorg in natura in alle gevallen ook daadwerkelijk, in overeenstemming met de geïndiceerde zorg, is geleverd. Daarnaast is in een enkel geval geen goedkeurende controleverklaring verstrekt bij de productieverantwoording van de zorginstellingen. De daaruit volgende onzekerheden bedragen in totaal voor Jeugd, WMO en PGB’s € 24.000. Dit ligt in lijn met vorig jaar, en is beduidend lager dan wat in de jaren daarvoor is geconstateerd.

Wet normering topinkomens (WNT)

De Wet normering topinkomens (WNT) regelt de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, en stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Bij wet is vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2023 van € 223.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. Ook dienen de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNTverantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in de Regeling Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren. In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht.

De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. In 2023 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. Bij de controle van de WNT-verantwoording 2023 stelden wij wel vast dat geen sprake was van een sluitende interne controle op de opgestelde WNT-verantwoording. Wij adviseren u om in het vervolg voordat de WNT-verantwoording voor controle wordt aangeboden zichtbaar interne controle uit te laten voeren. Wel was de oplevering van de achterliggende documentatie van voldoende niveau.

312019001.24.294 - 23

In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2024 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2023 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken, voor een periode van tenminste zeven jaar. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking.

Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage 2023

Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2023 onder Single information, Single audit (SiSa) vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. Wij merken op dat wij geen fouten of onzekerheden hebben geconstateerd die groter zijn dan € 125.000 (of groter dan de rapporteringsgrens) zoals voorgeschreven via de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa (en het door de gemeenteraad vastgestelde controleprotocol met bijhorend normenkader voor de rechtmatigheidscontrole). In overeenstemming met de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa is de tabel leeg als er geen bevindingen zijn. De tabel met fouten en onzekerheden treft u in hoofdstuk 6 van dit accountantsverslag aan.

312019001.24.294 - 24

4.

Interne beheersing

312019001.24.294 - 25

4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Naar aanleiding van de interim-controle hebben wij een managementletter aan het college uitgebracht en een boardletter aan de raad. Voor een nadere duiding van onze opmerkingen en aanbevelingen uit de boardletter 2023 verwijzen wij daarnaar. Hieronder controle 2023 hebben wij de samenvatting uit de boardletter opgenomen.

312019001.24.294 - 26

5.

Overige aangelegenheden

312019001.24.294 - 27

5. Overige aangelegenheden Geen meningsverschil met het college van burgemeester en wethouders

Er zijn geen meningsverschillen met het college van burgemeester en wethouders geweest en er waren geen beperkingen bij de uitvoering van onze controle. Naar onze mening is ons bij de uitvoering van onze controleopdracht door het college en de medewerkers van uw gemeente de volledige medewerking verleend en hebben wij volledige toegang tot de benodigde informatie gehad.

Bevestigingen van het college van burgemeester en wethouders ontvangen

Wij hebben namens het college van burgemeester en wethouders een ondertekende schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen.

Naleving van wet- en regelgeving

Wij hebben geen kennis van te rapporteren omstandigheden in verband met het niet-naleven van wet- en regelgeving met uitzondering van de bevindingen die het college heeft opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording ten aanzien van het naleven van regelgeving met betrekking tot Europese aanbestedingen.

Betrouwbaarheid en continuïteit van de automatiseringsomgeving

Onze jaarrekeningcontrole is gericht op het geven van een oordeel omtrent de jaarrekening zelf en is niet primair gericht op het doen van uitspraken omtrent de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking als geheel of van onderdelen daarvan. Onze bevindingen daaromtrent raken dan ook slechts die onderdelen die wij onderzocht hebben in het kader van de jaarrekening, wat wil zeggen dat wij ter zake geen volledigheid pretenderen. Uit de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn geen bijzonderheden gebleken waarop wij u via deze rapportage willen attenderen.

Geen aanwijzingen van fraude

In Nederland is de accountant wettelijk verplicht om alle ontdekte fraudegevallen te rapporteren aan het management van de organisatie. Wij merken op dat onze controle niet specifiek is ingericht op het ontdekken van fraude. De accountant is wel verantwoordelijk voor het betrekken van frauderisico’s in de planning en uitvoering van zijn controleopdracht. Wij hebben een fraudediscussie gevoerd met het controleteam en met het financieel management en de directie van de gemeente Stichtse Vecht, waarbij wij besproken hebben of er vermoedens van materiële onjuistheden als gevolg van fraude in de jaarstukken zijn. Van het management en directie hebben wij de bevestiging ontvangen dat er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd waarbij het management of werknemers die een belangrijke rol spelen bij de maatregelen van interne beheersing of anderen in het 312019001.24.294 - 28

geval dat de fraude van materieel belang kan zijn op de jaarrekening, zijn betrokken. Tevens hebben wij zelfstandig werkzaamheden uitgevoerd die gericht waren op het risico van het ‘omzeilen’ van de interne beheersingsmaatregelen door het management te detecteren. Wij hebben specifieke controles uitgevoerd op memoriaalboekingen en schattingen en hebben significante en ongebruikelijke transacties met behulp van gegevensanalyses onderzocht. Hoewel wij op grond van de controle- en overige standaarden een kritische houding moeten hebben ten opzichte van risico’s van fraude in de jaarrekening, merken wij op dat onze controle niet specifiek is gericht op het ontdekken hiervan. Tijdens de uitvoering van onze controle van de jaarrekening 2023 hebben wij geen aanwijzingen verkregen dat er sprake is geweest van materiële fraude. In voorgaande jaren hebben wij het college geadviseerd om een integrale frauderisicoanalyse op te stellen en te rapporteren aan de auditcommissie over frauderisico’s en de beheersing daarvan. In 2023 zijn hierin stappen gezet. Er zijn per domein sessies georganiseerd waarmee bottom up inzicht wordt verkregen in risico’s en daarna ook beheersmaatregelen. Hiermee is tot een meer dynamische aanpak en vastlegging gekomen, waarbij nadrukkelijk ook de verantwoordelijkheid voor het beheersen van de risico’s is belegd in de domeinen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2485/documents/54692