312019001.23.216 Gemeente Stichtse Vecht Accountantsverslag 2022 WG.pdf
Tekst van het document
Accountantsverslag 2022 Gemeente Stichtse Vecht
Aan de raad van de gemeente Stichtse Vecht Postbus 1212 3600 BE MAARSSEN
Onderwerp Accountantsverslag 2022 Datum 13 juni 2023 Kenmerk 312019001.23.216
Geachte leden van de raad, Wij hebben de controle van de jaarrekening 2022 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Stichtse Vecht is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 25 mei 2023 hebben wij een aantal controlebevindingen reeds besproken met de wethouder financiën, de gemeentesecretaris, de concerncontroller en de Strategisch financieel adviseur. Bij de jaarrekening 2022 hebben wij op 13 juni 2023 een goedkeurende controleverklaring afgegeven voor het aspect getrouwheid. Voor rechtmatigheid hebben wij een afkeurende verklaring afgegeven. Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2022. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.
Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag (de was getekend-versie) te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. Was getekend: A. Booij RA ValidSigned door A. Booij RA op 13-06-2023
Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.
Inhoudsopgave
Contact
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 2 De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag: Arie Booij
2. Financiële positie en resultaat ................................................. 7 3. Bevindingen eindejaarscontrole ............................................. 11
Tel: 06 – 1509 2689
4. Interne beheersing ................................................................ 19
Gert Scheele
5. Overige aangelegenheden ..................................................... 24
Tel: 06 – 1098 0213
6. Verplichte tabel SiSa .............................................................. 31
1.
Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij
312019001.23.216 - 1
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle
Met de opdrachtbevestiging van 6 september 2022 (kenmerk 312019001.22.286) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2022. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeente Stichtse Vecht. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle wordt verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het door de gemeenteraad op 5 maart 2019 vastgestelde “Controleprotocol jaarrekening gemeente Stichtse Vecht” en de Regeling Controleprotocol WNT 2022. Tijdens de uitvoering van de oorspronkelijke controleplanning hebben zich geen wijzigingen van materieel belang in de reikwijdte voorgedaan. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2022 voldoende voor de doelstelling van onze controle.
Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het vastgestelde controleprotocol
De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben, sluit aan op het door de gemeenteraad op 5 maart 2019, met registratienummer Z/19/152066-VB/19/94439, vastgestelde “Controleprotocol jaarrekening gemeente Stichtse Vecht”. Het normenkader 2022 is met de Raadsinformatiebrief van 2 februari 2023 (RIB nr. 04) aan de raad ter kennisname aangeboden. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). In uw controleprotocol heeft u geen lagere marges vastgesteld. De bij onze controle van de jaarrekening 2022 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve:
Bron: jaarrekening 2022 Goedkeuringsmaterialiteit
Fouten
Onzekerheden € 1.731.000
€ 5.193.000
De gemeenteraad heeft in het controleprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 50.000.
312019001.23.216 - 2
Onze aanpak is gericht op risico’s
Voor de jaarrekeningcontrole 2022 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. De onderkende risico’s en aandachtspunten voor 2022 zijn: ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪
De voortgang van uw investeringsplanning en de beheersing kredieten. De waardering en risico inschatting met betrekking tot lopende grondexploitaties (Harmonieplein en Veenkluit Tienhoven), waaronder de impact van prijsontwikkelingen op de verwachte resultaten inclusief de geldende regels rondom het tussentijds winstnemen en de verantwoording van eventuele nieuwe exploitaties in 2022. De verantwoording en waardering van voorzieningen in relatie tot de aanwezigheid van actuele onderbouwingen en juistheid van berekeningen. De voortgang en realisatie van gesubsidieerde projecten, inclusief de afrekening met derden, waaronder het Rijk. Grip op de naleving van de (Europese) aanbestedingsregel, mede als gevolg van afwijkingen in voorgaande jaren (2021 € 9.086.000). Uw fiscale positie in het kader van de Vpb. “Management override of controls”. Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces. De specifieke aandacht voor dit risico is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor Stichtse Vecht. Wij hebben op dit moment geen indicaties dat dit zich heeft voorgedaan.
Risico’s en onzekerheden in het sociaal domein, waaronder de afwikkeling van de over 2021 gerapporteerde onzekerheden (€ 202.000), de uitkomsten van uw onderzoek naar de levering van zorg in 2022 en de samenwerking met TimSV. Uw afhankelijkheid van derden inzake de verantwoording en rapportage (Sociaal Domein, Belastingen en Inkomensregelingen). De voortgang en status van de (noodzakelijke en gewenste) verbeteringen met betrekking tot de kwaliteit van de interne beheersing in relatie tot de af te geven rechtmatigheidsverantwoording door het college (over 2023) en de impact van de doorontwikkeling van de organisatie hierop. Ontwikkelingen op IT-gebied. De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. De actualisatie van de (fraude-)risicoanalyse.
Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘Bevindingen eindejaarscontrole’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.
312019001.23.216 - 3
De baten en lasten, alsmede Op basis van uw controleprotocol en normenkader hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente gecontroleerd. Hierbij zijn diverse afwijkingen geconstateerd: balansmutaties, zijn niet ▪ Afwijkingen van Europese aanbestedingsregels voor een bedrag van € 11.662.000. rechtmatig ▪ Een vordering op het rijk in verband met nog te ontvangen baten opvang ontheemden uit Oekraïne is voor een bedrag van € 88.000 te hoog verantwoord (getrouwheidsfout), welke ook als rechtmatigheidsfout kwalificeert. De totale afwijkingen in het kader van rechtmatigheid bedragen derhalve minimaal € 11.750.000. Onze conclusie is derhalve dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties, niet aan de rechtmatigheidscriteria voldoen. Overigens, als volgend jaar de collegeverantwoording van toepassing is, zou een dergelijke fout, mits goed toegelicht door het college in de jaarrekening, niet leiden tot een afkeurende verklaring bij de jaarrekening.
De jaarrekening voldoet aan Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Stichtse Vecht. Daarnaast vereisen zij van het college van burgemeester en wethouders het het BBV toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn.
De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Stichtse Vecht zijn uiteengezet in de jaarrekening 2022 in de toelichting op de balans, onderdeel ‘Grondslagen waardering van activa en passiva en resultaatbepaling”. In de jaarrekening 2022 hebben zich ten opzichte van 2021 geen wijzigingen van materieel belang voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die een aanzienlijke invloed hebben gehad op de baten en lasten en/of de financiële positie van de gemeente. Wij hebben het door het college van burgemeester en wethouders toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken
Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.
312019001.23.216 - 4
Goedkeurende controleverklaring voor getrouwheid. Voor rechtmatigheid geven wij een afkeurend oordeel
Wij zijn van oordeel dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2022 van de gemeente Stichtse Vecht een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2022 als van de activa en passiva van de gemeente geeft, in overeenstemming met het BBV. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2022 niet in alle van materieel belang zijnde aspecten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader, ter kennisname aan de gemeenteraad voorgelegd met de Raadsinformatiebrief van 2 februari 2023 (RIB nr.04). De onrechtmatigheden hebben betrekking op afwijkingen van Europese aanbestedingsregels. Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door voorzitter en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.
312019001.23.216 - 5
2.
Financiële positie en resultaat
312019001.23.216 - 6
2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt in absolute zin toe en in relatieve zin af
In het Bbv, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten 2022 bedraagt € 637.000 voordelig. Per saldo is tussentijds € 3.711.000 aan de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2022 € 4.348.000 voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen.
Eigen vermogen (in € 1.000)
2022
2021
2020
2019
2018
Eigen vermogen per 1 januari
46.133
53.282
50.071
45.398
42.703
-/- 3.711
-/- 9.051
820
-/- 2.940
1.364
4.348
1.902
2.391
7.612
1.331
637
-/- 7.149
3.211
4.672
2.695
46.770
46.133
53.282
50.070
45.398
Tussentijdse resultaatbestemming Gerealiseerd resultaat Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’) Eigen vermogen per 31 december
NB: door afronding op € 1.000 kunnen geringe afrondingsverschillen of afwijkingen van de jaarstukken ontstaan.
De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de stortingen in en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw gemeenteraad. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2022 20,6 % van het balanstotaal (2021: 23,8 % van het balanstotaal). In relatieve zin is het eigen vermogen afgenomen, maar in absolute zin toegenomen. In de toelichting op balans bij het onderdeel eigen
312019001.23.216 - 7
vermogen van de jaarrekening geeft het college een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2022. Wij verwijzen u naar deze toelichting.
Resultaat 2022 is beïnvloed door reservemutatie(s)
Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Stichtse Vecht ook het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse stortingen in reserves. De stortingen in dan wel onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende: Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten
167.998
Totale lasten
167.361
Gerealiseerde saldo van baten en lasten (voordelig)
637
Af: stortingen in reserves
5.772
Bij: onttrekkingen aan reserves
9.483
Saldo mutaties reserves
3.711
Gerealiseerd resultaat (voordelig)
4.348
De exploitatie over 2022 laat een voordelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 637.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van € 4.437.000 nadelig. Dit is een “voordeel” van € 5.074.000. Het gerealiseerde voordelig resultaat ad € 4.348.000 is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Voor de verschillenanalyse verwijzen wij u tevens naar de toelichting op de programmaverantwoording (onderdeel “wat heeft het gekost”) en de toelichting op het overzicht van baten en lasten. 312019001.23.216 - 8
Het voordelige exploitatieresultaat 2022 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit Het college van vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf Weerstandsvermogen burgemeester en en risicobeheersing) heeft het college bepaald op € 14.383.000 (2021: € 12.152.000). De beschikbare weerstandscapaciteit is wethouders kwalificeert het derhalve ten opzichte van 2021 met € 2.231.000 gestegen. beschikbare weerstandsvermogen als In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft het college een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s. Deze cumuleren voor 2022 tot een bedrag van € 25.200.000 (2021 € 24.550.000).
Ten opzichte van 2021 is sprake van een stijging van de ruim voldoende om de gekwantificeerde risico’s. Op basis van een uitgevoerde risicosimulatie heeft het college bepaald dat de benodigde onderkende risico’s af te weerstandscapaciteit € 8.350.000 bedraagt (2021 € 7.795.000). Op basis van deze kwantificering lijkt het beschikbare kunnen dekken weerstandsvermogen toereikend te zijn. De inventarisatie van risico’s die in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing (in het jaarverslag) is opgenomen, geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, om zo de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen. Daarbij wordt een inzicht gegeven in de (naar de inschatting van het college) belangrijkste risico’s voor uw gemeente. Het college heeft op basis van deze risico-inventarisatie en de beschikbare weerstandscapaciteit geconcludeerd dat “het beschikbare weerstandsvermogen de gemeente in staat stelt de financiële effecten van de huidige bekende risico’s op te vangen en de financiële positie op peil te houden”. Voor meer gedetailleerde informatie over uw weerstandspositie, de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan verwijzen wij u naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van uw jaarstukken 2022.
Wij adviseren u bij de interpretatie van de gegevens in deze paragraaf ook rekening te houden met de (financiële) ontwikkelingen die zich in 2023 (zullen blijven) voordoen (denk bijvoorbeeld aan de impact van de oorlog in de Oekraïne, de inflatie momenteel en de energietransitie die gaande is) en de actuele verwachtingen voor de komende jaren. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.
312019001.23.216 - 9
3.
Bevindingen eindejaarscontrole
312019001.23.216 - 10
3. Bevindingen eindejaarscontrole Uw grondexploitaties zijn geactualiseerd – het verwachte resultaat is verslechterd
Een belangrijk risico dat wij onderkennen in het kader van de jaarrekeningcontrole is de waardering van de grondexploitaties. De grondexploitaties hebben ultimo 2022 een (netto) boekwaarde van circa € 362.000. De boekwaarde is ten opzichte van 2021 circa € 66.000 afgenomen. De afname van de boekwaarde (mutatie onderhanden werk) is het saldo van gemaakte kosten ad € 146.000 en de aanvullende storting van € 212.000 aan de voorzieningen voor verlieslatende complexen. Op basis van de actualisatie van de grondexploitaties Harmonieplein en Veenkuit Tienhoven heeft het college ingeschat dat het verwachte resultaat op beide exploitaties nadeliger uit gaat vallen. Voor de exploitatie Harmonieplein is daarom de reeds getroffen voorziening van € 321.000 verhoogd naar € 352.000. Omdat de actualisatie van de grondexploitatie Veenkluit Tienhoven naar verwachting van het college ook een nadelig gaat opleveren, is voor deze exploitatie de voorziening aangepast met een bedrag van € 181.000 tot een bedrag van € 321.000. Het totale verwachte negatieve resultaat is daarmee voorzien. Om inzicht te krijgen in mogelijke toekomstige risico’s heeft het college een risicoanalyse laten uitvoeren door een extern bureau. Daaruit blijkt, naar de huidige inzichten die het bureau heeft doorgerekend, een maximaal risico van € 887.000.
Het deel hiervan wat “met een redelijke mate van zekerheid is in te schatten” bedraagt € 673.000 en is voorzien (zie hiervoor). Het resterende deel wat nog niet voldoende zeker is in te schatten, maar wel een mogelijke indicatie van toekomstige risico’s geeft, bedraagt € 214.000 en wordt door het college meegewogen bij de bepaling van het benodigde (gemeentebrede) weerstandsvermogen. Wat wij momenteel breed zien in de praktijk is dat de geraamde kosten van investeringen momenteel niet toereikend zijn, omdat de vraag naar aannemers en het aanbod van bouwmaterialen, maar ook de inflatie momenteel voor aanzienlijke prijsstijgingen zorgt. Gelet op de nog resterende doorlooptijd en de huidige prijsontwikkelingen is sprake van enige onzekerheid ten aanzien van het verwachte financiële resultaat. Het is naar onze mening daarom ook terecht dat u rekening houdt met risico’s in uw weerstandsvermogen. Wij adviseren u te blijven sturen op de voortgang en financiële ontwikkeling van de exploitatie.
Voorziening verlofsparen gevormd – deze zal de komende jaren waarschijnlijk toenemen
Medewerkers kunnen op basis van de CAO Gemeenten vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren sparen. Met dit 'verlofsparen' kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Deze vakantie-uren verjaren niet. Dit kan gaan leiden tot verlofstuwmeren die bijvoorbeeld ingezet gaan worden om eerder met pensioen te gaan. Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen, dient hier volgens de Commissie BBV een voorziening voor gevormd te worden. De hoogte van deze voorziening hangt onder andere af van de mate waarin medewerkers gebruik gaan maken van deze regeling. In de jaarrekening 2022 heeft het college een voorziening getroffen voor een bedrag van € 152.000. Deze voorziening is bepaald door het verlof te kwantificeren van de medewerkers die zich hebben aangemeld voor “verlofsparen”. Medewerkers kunnen vanaf 1 312019001.23.216 - 11
januari 2022 “verlofsparen”. Niet al uw medewerkers hebben hier gebruik van gemaakt, waardoor de omvang van de voorziening relatief van beperkte omvang is. Mogelijk dat dit in de komende jaren het beroep op deze mogelijkheid vanuit uw medewerkers groter gaat worden. Wij adviseren u hier alert op te zijn en blijven, omdat dit niet alleen financiële gevolgen kan hebben (het treffen van een voorziening), maar ook kan betekenen dat verloftegoeden significant kunnen gaan toenemen, met als gevolg dat u (eerder) personeel moet gaan vervangen. Op het moment dat medewerkers het tegoed aan “verlofsparen” opnemen zal de voorziening voor het deel dat opgenomen wordt vrijvallen, waardoor budget beschikbaar komt om eventueel een vervanger aan te trekken. Voor de komende jaren adviseren wij u dit goed te blijven volgen en te analyseren, omdat enerzijds u de risico’s zult moeten voorzien, maar anderzijds geen sprake mag zijn van een arbeidskosten gerelateerde verplichting met gelijkblijvende omvang. De Commissie BBV adviseert hierbij om na te gaan of u in de toekomst mogelijk gebruik kunt maken van ervaringscijfers.
De voorziening riolering zal naar verwachting ingezet gaan worden om het tarief in de toekomst te dempen
Op de balans is onder de voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is, de voorziening riolering opgenomen. Deze voorziening heeft ultimo 2022 een saldo van € 10.496.000 en is daarmee ten opzichte van 2021 met € 127.000 toegenomen. De voorziening is opgenomen onder de “voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is”. Het jaarlijks resultaat op het product Riolering wordt toegevoegd of onttrokken aan de voorziening, waardoor eventueel overtollige middelen beschikbaar blijven (gesloten systeem) voor het beheer aan het rioolstelsel. Ons valt op dat in de afgelopen jaren steeds sprake is van een overschot op het product Riolering en dat derhalve de voorziening in omvang toeneemt. In de volgende tabel (bedragen x € 1.000) hebben wij dit weergegeven: Jaar
2018
Stand voorziening 1-1 boekjaar 10.494
Toevoegingen
Onttrekkingen
1.278
1.904
Stand voorziening 31-12 boekjaar 9.869
2019
9.869
1.855
1.633
10.091
2020
10.091
254
-
10.345
2021
10.345
24
-
10.368
2022
10.368
127
10.496
In de Notitie Lokale heffingen (april 2021) heeft de commissie BBV een stellige uitspraak gedaan dat er extracomptabel moet worden aangetoond dat de middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is binnen een redelijke termijn worden ingezet ter bestrijding van de lasten waarvoor een heffing is opgelegd. Op 8 maart 2022 heeft uw raad het GRP 2022-2026 vastgesteld. Uit het nieuwe GRP blijkt dat de eerst komende jaren het saldo van de voorziening nog iets op zal lopen, maar dat uiteindelijk de voorziening ingezet zal worden om het tarief te kunnen dempen. Dit zal dan in de periode, volgens uw plan, tot ca 2080 gaan 312019001.23.216 - 12
gebeuren. Gelet op deze langer doorlooptijd adviseren wij u dit te blijven monitoren en vast te stellen dat het beschikbare saldo daadwerkelijk ingezet zal worden voor het beheer aan uw rioolstelsel.
De naleving van de Europese aanbestedingsregels is een blijvend aandachtspunt
In het kader van de rechtmatigheidscontrole is het onder meer van belang dat u tijdig vaststelt dat aanbestedingen overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving zijn gedaan. Op grond van het normenkader zijn voor de rechtmatigheidscontrole de Europese aanbestedingen van belang. Uit de uitgevoerde (interne) controlewerkzaamheden voor de naleving van de Europese aanbestedingsrichtlijnen zijn in eerdere jaren onrechtmatigheden vastgesteld voor een bedrag die dusdanig van omvang is, dat dit leidde tot een afkeurend oordeel. Ook in 2022 is de onrechtmatigheid als gevolg van niet naleving van Europese aanbestedingsregels hoog. Dit leidt in 2022 tot een totale onrechtmatigheid van € 11.662.000. Hiervan is sprake van afwijkingen tot een bedrag van € 2.919.000 die al bekend waren in vorige jaren, maar zijn er dus ook afwijkingen geconstateerd van € 8.743.000 die hun oorsprong vinden in 2022. De onrechtmatigheden die nieuw zijn in 2022 hebben in zijn geheel betrekking op inhuur van medewerkers. De gemeente heeft aangegeven dat de mantelovereenkomsten op inhuur onrechtmatig zijn verlengd, maar dat een nieuwe aanbesteding gestart voor alle mantelovereenkomsten met betrekking tot inhuur, die in de loop van 2023 actueel wordt.
Dit betekent dat de onrechtmatigheid als gevolg van onrechtmatige inhuur bij het actueel worden van de nieuwe mantelovereenkomsten in de loop van 2023 niet meer aan de orde zal zijn. In de eerste helft van 2023 is evenwel nog sprake van doorloop van de oude mantelovereenkomsten. De gemeente verwacht dus dat de onrechtmatigheid in de loop van 2023 zal afnemen. Gelet op de omvang van het totaalbedrag aan afwijkingen van Europese aanbestedingsrichtlijnen ad € 11.662.000 heeft dit effect op de strekking van de controleverklaring voor rechtmatigheid. Ons oordeel is op dit aspect net als vorige jaren afkeurend. Overigens, als volgend jaar de collegeverantwoording van toepassing is, zou een dergelijke fout, mits goed toegelicht door het college in de jaarrekening, niet leiden tot een afkeurende verklaring bij de jaarrekening.
Om de kosten van het meerjarig groot onderhoud aan wegen en gemeentelijk vastgoed te kunnen dekken, zijn vooralsnog geen aanvullende stortingen noodzakelijk geweest
In de balans zijn voorzieningen voor groot onderhoud wegen en gemeentelijk vastgoed opgenomen. Deze voorzieningen zijn bepaald op basis van meerjarenonderhoudsplannen, waarbij jaarlijks onderzocht wordt of planning en uitvoering nog met elkaar in de pas lopen en zo niet, wat dat voor eventuele financiële gevolgen heeft of kan hebben. In de paragraaf onderhoud geeft het college inzicht in het beleidskader (welke uitgangspunten liggen ten grondslag aan de voorzieningen) en de financiën. Ook is, op hoofdlijnen, aangegeven bij het wegenonderhoud dat het werk wat gedaan moest worden is uitgevoerd, waarbij belangrijkheid en veiligheid belangrijke criteria waren. Bij het gemeentelijk vastgoed geeft het college aan dat tot 2022 opgelopen achterstanden, grotendeels zijn ingelopen. Op basis van dit inzicht kan vastgesteld worden dat sprake is beheerplannen die in opzet kunnen blijven dienen ter onderbouwing van de betreffende voorzieningen.
312019001.23.216 - 13
Bij het opstellen van de jaarrekening over 2022 heeft het college van de hiervoor genoemde kapitaalgoederen op basis van het huidige meerjarenonderhoudsplannen de impact beoordeeld van prijsstijgingen die zich in de afgelopen periode hebben voorgedaan. Op basis van deze beoordeling heeft geen extra dotatie aan de onderhoudsvoorzieningen voor wegen en gemeentelijk vastgoed hoeven plaatsvinden en zal ook de komende jaren vooralsnog geen sprake zijn van hogere stortingen dan waar tot op heden rekening mee werd gehouden. Wij adviseren u hier wel alert op te blijven. In brede zin zien wij dat het soms voor komt dat sprake is van enige vertraging in de uitvoering van de beheerplannen. Hierin liggen logische oorzaken aan ten grondslag zoals het (nog) niet beschikbaar zijn van aannemers of materialen. Dit kan tot gevolg hebben dat de prijs die u voor onderhoud moet betalen in de toekomst, hoger wordt. Wij adviseren u om zich door het college te laten informeren over de voortgang van het groot onderhoud in relatie tot de vastgestelde plannen en de kostenontwikkeling die dat met zich mee brengt.
Onzekerheden in het Sociaal Domein, en samenwerking met TimSV
In 2022 loopt een belangrijk deel van de bestedingen in het sociaal domein via TimSV. TimSV heeft over de bestedingen in 2022 ten behoeve van de gemeente Stichtse Vecht een verantwoording ingediend, die is voorzien van een goedkeurende controleverklaring van de accountant van TimSV. Wij hebben een review uitgevoerd op de werkzaamheden die de accountant heeft uitgevoerd en komen tot de conclusie dat wij in materiële zin kunnen steunen op de werkzaamheden die de accountant van TimSV heeft uitgevoerd. De geldstromen die door de jaarrekening van de gemeente lopen, besteed via TimSV, zijn daarmee in materiële zin getrouw en rechtmatig. Wij maken hierbij de volgende opmerkingen: ▪
▪
▪
▪
▪
Het college heeft een bedrag van circa € 200.000 aan lasten, die uit de verantwoording van TimSV blijken, niet in de jaarrekening van de gemeente verwerkt, omdat deze lasten vooralsnog worden betwist door het college. In de komende periode zal moeten blijken of dit nog financiële gevolgen voor uw gemeente heeft. In de financiële verantwoording van TimSV is een stelpost van € 500.000 opgenomen voor mogelijke na-facturatie door onderaannemers. Deze post is door TimSV opgenomen omdat sprake was van onderuitputting van budgetten en uit navraag door TimSV bij onderaannemers was gebleken dat er mogelijk nog bedragen in rekening gebracht zullen gaan worden. Uit ons collegiaal overleg met de accountant van TimSV hebben wij niet kunnen vaststellen dat deze stelpost in 2023 inmiddels (deels) is afgewikkeld. Wij adviseren u deze post nauwlettend te volgen en daar afzonderlijke informatie bij TimSV voor op te vragen. In de verantwoording is daarnaast een raming van circa € 1.200.000 voor nog te ontvangen facturen opgenomen voor geleverde, maar nog niet in rekening gebrachte zorg 2022. En tijde van ons collegiaal overleg met de accountant van TimSV was van dit bedrag ongeveer € 1.000.000 gefactureerd. Wij adviseren u de afwikkeling van de restantraming te volgen.
Uit de rapportage van de accountant van TimSV blijkt verder dat de documentatie (en daarmee de controle) van de BRPgegevens van een vijftal cliënten (nog) niet heeft plaatsgevonden. Deze conclusie is getrokken op basis van een steekproef van 30 cliëntdossiers. Wij adviseren u, samen met TimSV, dit alsnog te realiseren. Uit de rapportage van de accountant van TimSV blijkt verder dat in totaal bij 15 cliënten de vaststelling van de identiteit niet zichtbaar heeft plaatsgevonden of niet is gedocumenteerd. Deze cliënten zijn vanuit de continuïteit van de te verlenen zorg “overgekomen” vanuit de gemeentelijke administratie, waardoor de verantwoordelijkheid voor de vaststelling en documentatie van de ID-gegevens ook bij de gemeente zelf lag en ligt. Deze bevinding kwalificeert als een niet-financiële rechtmatigheidsfout.
312019001.23.216 - 14
Wij adviseren u, samen met TimSV, na te zien dat de ID-gegevens van cliënten toereikend worden gecontroleerd en gedocumenteerd. Voor ongeveer 1/4e deel van de totale bestedingen van het sociaal domein (Jeugdzorg, WMO en Wijkteams) liggen de bestedingen van het sociaal domein nog wel bij de gemeente zelf, en loopt deze niet via TimSV. Het college is voor het vaststellen van de getrouwheid en rechtmatigheid van deze geleverde zorg en de daadwerkelijke levering (mede) afhankelijk van de controleinformatie van zorgaanbieders. Het college heeft niet van alle zorgaanbieders volgens de afgesproken planning, de verantwoordingsinformatie ontvangen. Omdat het college de benodigde informatie niet (tijdig) heeft ontvangen, heeft zij niet vast kunnen stellen of de zorg in natura in alle gevallen ook daadwerkelijk, in overeenstemming met de geïndiceerde zorg, is geleverd. Daarnaast is in een enkel geval geen goedkeurende controleverklaring verstrekt bij de productieverantwoording van de zorginstellingen. De daaruit volgende onzekerheden bedragen in totaal voor Jeugd, WMO en PGB’s is € 19.000. Vorig jaar was deze onzekerheid, omdat toen alle bestedingen Sociaal Domein nog bij de gemeente lagen, nog € 212.000. De onzekerheid is daarmee sterk afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Bij TimSV is geen sprake van onzekerheden ten aanzien van de zorglevering.
Begrotingsrechtmatigheid is adequaat toegelicht in de jaarrekening
Naast de controle op de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening 2022, hebben wij de begrotingsrechtmatigheid gecontroleerd. De toe te passen normen voor dit begrotingscriterium zijn gebaseerd op artikel 189, 190 en 191 van de Gemeentewet en moet door de gemeenteraad zelf nader worden ingevuld en geconcretiseerd. Dit gebeurt door middel van de begroting en via de verordening op het financieel beheer ex artikel 212 van de Gemeentewet. Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan de gemeenteraad, zodat deze tijdig (binnen het begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Een systeem met onvoldoende waarborgen voor tijdige melding aan de gemeenteraad van budgetoverschrijdingen heeft het risico in zich dat inbreuk wordt gemaakt op het budgetrecht van de gemeenteraad. Het begrotingscriterium is verder verfijnd en uitgewerkt in de Kadernota rechtmatigheid 2018 (welke van toepassing is op de jaarrekening 2022) van de Commissie BBV. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid moet gekeken worden naar de lastenoverschrijdingen op het niveau waarop de gemeenteraad de begroting autoriseert.
In uw geval is dat op programmaniveau, waarbij sprake is van een overschrijding van de lasten op de volgende programma’s: ▪ ▪
Programma 1 Bestuur voor een bedrag van € 477.000. Programma 4 Sociaal voor een bedrag van € 8.143.000.
312019001.23.216 - 15
Gelet op de analyse en toelichting die het college in de paragraaf “Begrotingsrechtmatigheid” heeft opgenomen, werken deze overschrijdingen niet door in ons rechtmatigheidsoordeel, omdat de hogere lasten passen reeds in 2022 aan de raad gemeld zijn. Naast overschrijdingen van lasten per programma, zijn ook op onderdelen meer baten gerealiseerd dan begroot. Over de baten rapporteren wij in deze paragraaf niet, omdat dit geen onderdeel uitmaakt van het criterium begrotingsrechtmatigheid zoals de richtlijnen voorschrijven. Wij verwijzen voor een inhoudelijke en meer specifieke analyse van deze overschrijdingen naar het jaarverslag, waar per programma in het onderdeel “wat heeft het gekost” een toelichting op de baten en lasten is opgenomen en meer specifiek naar het hoofdstuk begrotingsrechtmatigheid van de jaarrekening, waar een analyse van de begrotingsafwijkingen en de begrotingsrechtmatigheid 2022 is opgenomen. De begrotingsrechtmatigheid omvat ook de overschrijdingen op investeringskredieten. Ook deze worden in het hoofdstuk begrotingsrechtmatigheid van de jaarrekening toegelicht. Ook die hier geconstateerde overschrijdingen werken niet door in het accountantsoordeel. Wij hebben de analyses van het college gevalideerd en kunnen ons hiermee verenigen.
Wet normering topinkomens (WNT)
De Wet normering topinkomens (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2022 van € 216.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. Met ingang van boekjaar 2018 dienen ook de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNT-verantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in het Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren.
In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht. De naleving van de anticumulatiebepaling maakt derhalve geen onderdeel uit van de controle van de accountant. De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. Bij de controle van de WNT-verantwoording 2022 stelden wij wel vast dat geen sprake was van een sluitende interne controle op de opgestelde WNT-verantwoording. Wij adviseren u om in het vervolg voordat de WNT-verantwoording voor controle wordt aangeboden zichtbaar interne controle uit te laten voeren. Wel was de oplevering van de achterliggende documentatie van voldoende niveau. 312019001.23.216 - 16
In 2022 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2023 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2022 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking.
Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage
Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag in hoofdstuk 6 over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2022 onder SiSa vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. Wij merken op dat wij geen fouten of onzekerheden hebben geconstateerd die groter zijn dan € 125.000 (of groter dan de rapporteringsgrens) zoals voorgeschreven via de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa (en de door de gemeenteraad vastgestelde aandachtspunten jaarrekeningcontrole 2022). In overeenstemming met de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa is de tabel leeg als er geen bevindingen zijn.
312019001.23.216 - 17
4.
Interne beheersing
312019001.23.216 - 18
4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Naar aanleiding van de interim-controle hebben wij een managementletter aan het college uitgebracht en een boardletter aan de raad. Voor een nadere duiding van onze opmerkingen en aanbevelingen uit de boardletter 2022 verwijzen wij daarnaar. Hieronder controle 2022 hebben wij de samenvatting uit de boardletter opgenomen.
312019001.23.216 - 19
Rechtmatigheidsverantwoording wordt met ingang van 2023 ingevoerd
In de meicirculaire 2018 (en de daarna verschenen informatie en besluiten) heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna ministerie BZK) aangegeven dat met ingang van het boekjaar 2023 het college een rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening moet afgeven. Tot en met de jaarrekening 2022 geeft de accountant bij de jaarrekening van uw gemeente een controleverklaring af, met daarin een oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid. Dat tweede oordeel, de rechtmatigheid, verdwijnt vanaf de jaarrekening 2023. Het ministerie van BZK heeft via de nieuwsbrief IBI (nummer 109, juni 2022) aangegeven dat de introductie van de rechtmatigheidsverantwoording uitgesteld wordt tot in ieder geval de jaarrekening 2023. Inmiddels is duidelijk dat dit ook het definitieve invoeringsjaar is. Dit betekent dat vanaf dan onze controleverklaring alleen een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording die door het college in de jaarrekening wordt opgenomen) bevat. Vanaf het verslagjaar 2023 moet het college zichzelf over rechtmatigheid verantwoorden. In de jaarrekening dient daartoe de rechtmatigheidsverantwoording te worden opgenomen. In de paragraaf Bedrijfsvoering kan een uitgebreidere toelichting op rechtmatigheidsbevindingen door het college worden gegeven.
In onze managementletter en boardletter over het jaar 2022, maar ook in onze rapportages over 2021, zijn wij ingegaan op wat dit allemaal voor uw gemeente betekent. De belangrijkste punten hebben wij hierna samengevat en, waar noodzakelijk, aangevuld met recente ontwikkelingen: ▪
Voor de rechtmatigheidsverantwoording heeft de commissie BBV een model tekst ontwikkeld. Met dit verplichte model moet het college zich verantwoorden over de rechtmatigheid, eventuele afwijkingen en onduidelijkheden. Relevant hiervoor is de “verantwoordingsgrens”. Dit is het bedrag, dat ligt tussen 0% en 3% van de lasten, inclusief toevoegingen aan reserves, waarboven afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording moeten worden gerapporteerd door het college. Fouten en onduidelijkheden (zie verderop in dit onderdeel) worden niet bij elkaar opgesteld.
▪
In de paragraaf Bedrijfsvoering moet vervolgens een toelichting worden gegeven op de afwijkingen en de maatregelen die het college neemt om deze in de toekomst te voorkomen. Een rapporteringsgrens kan gebruikt worden om geconstateerde fouten die onder de verantwoordingsgrens vallen toch inzichtelijk te maken voor de gemeenteraad. De gemeenteraad zou bijvoorbeeld kunnen bepalen dat deze afwijkingen door het college moeten worden vermeld in de paragraaf Bedrijfsvoering. Door deze laatste afwijkingen in de paragraaf Bedrijfsvoering te rapporteren, informeert het college de gemeenteraad over de kwaliteit van de interne beheersing en de uitkomsten daarvan. Meer hierover kunt u ook lezen in de Notitie Bedrijfsvoering van de commissie BBV.
▪
Een belangrijke wijziging met betrekking tot het normenkader is dat vanaf 2023, het normenkader expliciet door de gemeenteraad moet worden vastgesteld.
▪
De commissie BBV heeft inmiddels de herziene kadernota uitgebracht (hierna Kadernota rechtmatigheid 2023), waarin zij haar visie geeft over de invulling van het begrip rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording. Het doel is uiteindelijk dat de 312019001.23.216 - 20
gemeente zelfstandig de in de Kadernota rechtmatigheid 2023 benoemde rechtmatigheidscriteria (het begrotingscriterium, het M&O-criterium en het voorwaardencriterium) afdekt. In paragraaf 1.4 van de Kadernota rechtmatigheid 2023 is een tiental stellige uitspraken gedaan en zijn zeven aanbevelingen gedaan. Deze worden in de Kadernota rechtmatigheid 2023 verder uitgewerkt. Deze stellige uitspraken en aanbevelingen kunnen u helpen bij de verdere implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording binnen uw gemeente. Een aantal van deze stellige uitspraken en aanbevelingen willen wij graag (nogmaals) onder uw aandacht: o
o
De kadernota 2023 introduceert het begrip ‘onduidelijkheden’. Dit begrip geeft aan dat er situaties zijn waarin het ook voor het college niet duidelijk is of er rechtmatig gehandeld is. Deze moeten dan worden toegelicht en worden gewogen door het college. In de Kadernota wordt ook ingegaan op de toepassing van tolerantiegrenzen, afwijkingen en de weging hiervan. Deze begrippen zijn vooral van belang voor uw intern controleplan.
▪
De commissie adviseert ook fraude door eigen medewerkers toe te lichten in de paragraaf Bedrijfsvoering. Hierover heeft de commissie BBV in de Notitie Bedrijfsvoering meer geschreven.
▪
De invoering betekent eveneens dat de verordeningen 212, 213 en het normenkader moeten worden geactualiseerd. Ook moeten afspraken worden gemaakt of herzien met de accountant. Hierbij moet u vooral denken aan de scope van de interne controle (getrouwheid versus rechtmatigheid), de documentatie van de uitgevoerde interne controles en de planning van de interne controle. Wij hebben het college geadviseerd om daartoe zo spoedig mogelijk het intern controleplan 2023 op te stellen.
▪
Zorg ervoor dat er intern voldoende capaciteit beschikbaar is om het intern controleplan uit te voeren. Een actieve betrokkenheid bij de uitvoering van de 1e en 2e lijn is daarbij noodzakelijk. Het intern controleplan, de daarin opgenomen risicoanalyse, de tijdige uitvoering van de geplande interne controles en de evaluatie van de uitkomsten daarvan, zijn belangrijke randvoorwaarden om in 2024 een rechtmatigheidsverantwoording op te kunnen stellen met betrekking tot boekjaar 2023.
▪
Bij aan derden uitbestede werkzaamheden is het belangrijk als gemeente zelf zekerheid te krijgen over de rechtmatigheid. De wijze waarop dat kan is in de Kadernota uitgewerkt. Voor uw gemeente geldt dit vooral voor de transactiestromen die via de BghU en via TimSV lopen.
312019001.23.216 - 21
Het is belangrijk dat op korte termijn de noodzakelijke vervolgstappen gezet worden. De belangrijkste treft u in de volgende tabel aan. Stappen in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording 2023
(in concept) Gereed
Onderhanden
Voorbereiden besluitvorming gemeenteraad (verantwoordingsgrens, rapporteringsgrens en normenkader) Uitwerking rechtmatigheidscriteria en het opstellen van een intern controleplan In kaart brengen relevante wet- en regelgeving en het doorvertalen naar een zichtbaar uitgewerkt toetsingskader Uitvoeren risicoanalyse inclusief risico’s ten aanzien van de financiële verslaggeving en rechtmatigheid (wat kan er misgaan en wat is de impact hiervan). Aanpassen van de verordeningen 212 en 213 Relevante beheersmaatregelen identificeren en kritisch beoordelen van de processen Bepalen van gegevensgerichte detailcontroles (afdekken restrisico) en actualiseren van werkprogramma’s.
312019001.23.216 - 22
5.
Overige aangelegenheden
312019001.23.216 - 23
5. Overige aangelegenheden Geen meningsverschil met het college van burgemeester en wethouders
Er zijn geen meningsverschillen met het college van burgemeester en wethouders geweest en er waren geen beperkingen bij de uitvoering van onze controle. Naar onze mening is ons bij de uitvoering van onze controleopdracht door het college en de medewerkers van uw gemeente de volledige medewerking verleend en hebben wij volledige toegang tot de benodigde informatie gehad.
Bevestigingen van het college van burgemeester en wethouders ontvangen
Wij hebben namens het college van burgemeester en wethouders een ondertekende schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen.
Naleving van wet- en regelgeving
Wij hebben geen kennis van te rapporteren omstandigheden in verband met het niet-naleven van wet- en regelgeving met uitzondering van de bevindingen die elders in het rapport zijn opgenomen ten aanzien van Europese-aanbestedingen.
Betrouwbaarheid en continuïteit van de automatiseringsomgeving
Onze jaarrekeningcontrole is gericht op het geven van een oordeel omtrent de jaarrekening zelf en is niet primair gericht op het doen van uitspraken omtrent de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking als geheel of van onderdelen daarvan. Onze bevindingen daaromtrent raken dan ook slechts die onderdelen die wij onderzocht hebben in het kader van de jaarrekening, wat wil zeggen dat wij ter zake geen volledigheid pretenderen. Uit de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn geen bijzonderheden gebleken waarop wij u via deze rapportage willen attenderen.
Geen aanwijzingen van fraude
In Nederland is de accountant wettelijk verplicht om alle ontdekte fraudegevallen te rapporteren aan het management van de organisatie. Wij merken op dat onze controle niet specifiek is ingericht op het ontdekken van fraude. De accountant is wel verantwoordelijk voor het betrekken van frauderisico’s in de planning en uitvoering van zijn controleopdracht. Wij hebben een fraudediscussie gevoerd met het controleteam en met het financieel management en de directie van de gemeente Stichtse Vecht, waarbij wij de nadruk hebben gelegd op de vermoedens van materiële onjuistheden als gevolg van fraude in de jaarstukken. Van het management en directie hebben wij de bevestiging ontvangen dat er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd waarbij het management of werknemers die een belangrijke rol spelen bij de maatregelen van interne beheersing of anderen in het geval dat de fraude van materieel belang kan zijn op de jaarrekening, zijn betrokken. 312019001.23.216 - 24
Tevens hebben wij zelfstandig werkzaamheden uitgevoerd die gericht waren op het risico van het ‘omzeilen’ van de interne beheersingsmaatregelen door het management te detecteren. Wij hebben specifieke controles uitgevoerd op memoriaalboekingen en schattingen en hebben significante en ongebruikelijke transacties met behulp van gegevensanalyses onderzocht. Hoewel wij op grond van de controle- en overige standaarden een kritische houding moeten hebben ten opzichte van risico’s van fraude in de jaarrekening, merken wij op dat onze controle niet specifiek is gericht op het ontdekken hiervan. Tijdens de uitvoering van onze controle van de jaarrekening 2022 hebben wij geen aanwijzingen verkregen dat er sprake is geweest van materiële fraude.
Fraude en continuïteit in de controleverklaring
Op 13 september 2021 publiceerde de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (“NBA”) een consultatiedocument waarin werd voorgesteld dat accountants verplicht worden om altijd in aparte secties over fraude en continuïteit te rapporteren in de controleverklaring. Met ingang van verslagjaar 2022 is deze verplichting al voor wettelijke controles, waar uw gemeente onder valt, van toepassing. Fraude De komende jaren zal er vanuit de accountantscontrole nog nadrukkelijker aandacht worden gegeven aan fraudepreventie. Op 13 september 2021 publiceerde de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (“NBA”) een consultatiedocument waarin werd voorgesteld dat accountants verplicht worden om over fraude en continuïteit te rapporteren in de controleverklaring. In 2022 heeft de NBA de notitie ‘Frauderisicobeheersing: aanbevelingen voor bestuurders en toezichthouders’ uitgebracht. In deze notitie komt nadrukkelijk de rol van bestuurders en toezichthoudende organen, zoals de raad en het college, bij het voorkomen en detecteren van fraude aan de orde. Door de nadruk te leggen op het voorkomen van fraude, kunnen de gelegenheden die tot fraude leiden, afnemen. Dit vraagt om actief toezicht op risico’s en beheersmaatregelen ter voorkoming van fraude.
Van het bestuur, in uw geval zowel de raad als het college wordt daarom verwacht dat u frauderisico’s in kaart brengt en adequate maatregelen neemt om deze te beheersen. Omdat bij fraude sprake is van bewust handelen van personeel of management, is een goede frauderisicoanalyse ook in uw belang, ter voorkoming van daadwerkelijke fraude. Een door u zelf uitgevoerde frauderisicoanalyse vormt voor controlerend accountants ook het startpunt van hun werkzaamheden ten aanzien van frauderisco’s. Uit onze werkzaamheden komt weliswaar naar voren dat het college belang hecht aan het treffen van maatregelen om fraude te voorkomen. Inmiddels beschikt u over een concept-frauderisicoanalyse die door de directie is voorbereid met de managers. Wanneer deze is afgerond, zal de directie deze aanbieden aan het college, zodat deze daarna kan worden doorgeleid naar de auditcommissie. Voor zover wij hebben begrepen zal dit in 2023 nog gaan plaatsvinden. Hiermee heeft u in opzet een belangrijke stap genomen om te komen tot meer fraudebewustzijn en voorkoming daarvan. Wat sterk is in uw analyse is dat u deze bottom-up opbouwt, onderkende risico’s bruto beschrijft, de kans en impact beschrijft en beheersmaatregelen benoemd om de bruto-risico’s te verkleinen. De impact (het mogelijke schadedrag) heeft u niet financieel vertaald, maar gekwalificeerd als “laag, midden of hoog”.
Deze kwalificatie is niet in getallen verdeeld. Mogelijk dat het noemen bedragen u (nog) beter kan helpen bij het maken van keuzes om de risico’s te beheersen.
312019001.23.216 - 25
Uit onze werkzaamheden zijn, voor zover wij hebben kunnen vaststellen op basis van de verstrekte controle-informatie, overigens geen gevallen of vermoedens van fraude van materieel belang gebleken. Continuïteit Een aanleiding voor het verplicht rapporteren over continuïteit is de toenemende behoefte aan transparante informatie over bijvoorbeeld organisatie-specifieke inzichten en langetermijnperspectieven. Omdat bij het opstellen van de jaarrekening wordt uitgegaan van de continuïteitsveronderstelling, is continuïteit ook een belangrijk aandachtspunt voor accountants bij de controle van de jaarrekening. Meer aandacht van de accountant voor continuïteitsrisico’s leidt er mogelijk toe dat organisaties vaker stilstaan bij hun continuïteitsveronderstelling, hierop acteren en er (uitgebreider) over rapporteren in het jaarverslag. De accountant kan hierop steunen en in de controleverklaring verwijzen naar de desbetreffende passages. Als sprake is van continuïteitsrisico’s, bent u verantwoordelijk voor het maken van een gedetailleerde beoordeling in hoeverre de organisatie haar continuïteit kan handhaven, inclusief een kasstroom- en/of convenantenprognose. De accountant beoordeelt deze plannen en maatregelen en evalueert de prognoses. Uiteraard hebben gemeente en andere decentrale overheden een bijzondere positie als het gaat om het aspect continuïteit.
Wel dient er ook bij gemeenten, zij het in mindere mate, aandacht te zijn voor dit onderwerp, omdat deze verplichting geldt voor alle wettelijke controles. Uit onze controlewerkzaamheden, waaronder het kennis nemen van de begroting 2023 – 2026 alsmede de financiële resultaten zoals deze blijken uit de financiële administratie tot het moment van afgifte van onze controleverklaring en het kennis nemen van de uitkomsten van het financieel toezicht regime door de Provincie Utrecht op basis van haar beoordeling van uw begroting zijn ons geen bijzonderheden gebleken. Wij verwijzen u verder naar de, verplicht in de controleverklaring opgenomen, passages omtrent fraude en continuïteit.
Bevestiging onafhankelijkheid
Bevestiging onafhankelijkheid In overeenstemming met Nederlandse wet- en regelgeving, waaronder de Verordening inzake Onafhankelijkheid (ViO) van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), dient de externe accountant mogelijke conflicten met betrekking tot zijn onafhankelijkheid, zowel in wezen als in schijn, onder de aandacht te brengen van het college en de gemeenteraad. Wij bevestigen dat onze onafhankelijke positie ten opzichte van de gemeente Stichtse Vecht in overeenstemming met de Nederlandse wettelijke en beroepsvoorschriften is gewaarborgd. Wij zijn van mening dat onze objectiviteit gedurende het afgelopen jaar niet is aangetast. Stelsel van waarborgen om onafhankelijke positie te waarborgen Publieke Sector Accountants beschikt over een stelsel van maatregelen om onze onafhankelijke positie bij controlecliënten te waarborgen. Het stelsel van maatregelen is een integraal onderdeel van de bestuurlijke organisatie en van het voor de gehele 312019001.23.216 - 26
organisatie van toepassing zijnde stelsel van kwaliteitsbeheersingsmaatregelen. Bijgaande niet-limitatieve opsomming geeft u een indruk van de maatregelen die bijdragen aan het waarborgen van onze onafhankelijke positie: ▪ Schriftelijke onafhankelijkheidsbepalingen waarin alle bestaande onafhankelijkheidsvereisten en de risico’s ten aanzien van de bedreiging van de onafhankelijkheid en de daaraan gerelateerde waarborgen zijn verwerkt. ▪ Procedures voor tijdige bekendmaking van de voorschriften en de daarin aangebrachte wijzigingen aan alle partners en werknemers bij Publieke Sector Accountants. ▪ Procedures voor de organisatie van periodieke training inzake de toepassing van de onafhankelijkheidsvoorschriften. ▪ Procedures die erop gericht zijn dat onze gevolmachtigden en werknemers in specifieke casussen en omstandigheden de onafhankelijkheidsvoorschriften naleven. ▪ De benoeming van professionals op seniorniveau die verantwoordelijk zijn voor het continu actualiseren van de procedures en voorschriften, de tijdige bekendmaking ervan en het adequaat functioneren van het gehele stelsel van waarborgen.
▪ Procedures voor een schriftelijke rapportage per controlecliënt waarin is vastgelegd of sprake is van omstandigheden die de onafhankelijkheid van de accountant die de controleopdracht uitvoert bedreigen, op welke wijze met potentiële bedreigingen is omgegaan en indien er bedreigingen zijn gesignaleerd, welke maatregelen dan zijn genomen om deze bedreiging voor de onafhankelijkheid weg te nemen. De vastlegging van deze beoordeling inclusief een gemotiveerde conclusie (de zogenoemde onafhankelijkheidsevaluatie) wordt in het dossier opgenomen. ▪ Procedures die vereisen dat een daartoe geëigende afdeling binnen Publieke Sector Accountants wordt geconsulteerd, als sprake is van een mogelijke aantasting van de onafhankelijkheid in relatie tot een specifieke cliënt. Wij zullen dan ook overwegen de gemeenteraad of de accountantscommissie te raadplegen. ▪ Procedures voor het interne toezicht in relatie tot de toetsing en bewaking van de naleving van de onafhankelijkheidsvoorschriften. De opzet en werking van ons stelsel van maatregelen worden periodiek door de externe toezichthouder getoetst. Interne roulatie Een te grote mate van vertrouwdheid of vertrouwen kan een bedreiging vormen voor de onafhankelijkheid van de accountant wanneer bepaalde leden van het controleteam geregeld en voor lange tijd aan de wettelijke controle van een controlecliënt meewerken.