CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

312019001.21.124 Gemeente Stichtse Vecht Accountantsverslag 2020 WG - gedateerd.pdf

Raad 6 juli 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 19. 60 min: Jaarstukken 20209.878 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Accountantsverslag 2020 Gemeente Stichtse Vecht

Aan de raad van de gemeente Stichtse Vecht Postbus 1212 3600 BE MAARSSEN

Onderwerp Accountantsverslag 2020 Datum 9 juni 2021 Kenmerk 312019001.21.124

Geachte leden van de raad, Wij hebben de controle van de jaarrekening 2020 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Stichtse Vecht is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 27 mei 2021 hebben wij een aantal controlebevindingen reeds besproken met de wethouder financiën, de gemeentesecretaris, de Teammanager Financiën en Bodes en de Adviseur Team Audit . Bij de jaarrekening 2020 hebben wij op 9 juni 2021 een goedkeurende controleverklaring afgegeven voor het aspect getrouwheid. Voor rechtmatigheid hebben wij een afkeurende verklaring afgegeven. Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2020. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.

Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag (de was getekend-versie) te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. Was getekend: A. Booij RA

Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.

Inhoudsopgave

Contact

De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag: Arie Booij

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 2 2. Financiële positie en resultaat ................................................. 7 3. Bevindingen eindejaarscontrole ............................................. 11

Tel: 06 – 1509 2689

4. Interne beheersing ................................................................ 23

Arjan Sallehart

5. Overige aangelegenheden ..................................................... 26

Tel: 06 – 1509 2694

Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij

312019001.21.124 - 1

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle

Met de opdrachtbevestiging van 15 juli 2020 (kenmerk 312019001.20.222) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2020. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeente Stichtse Vecht. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle wordt verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden en de Regeling Controleprotocol WNT 2020. Tijdens de uitvoering van de oorspronkelijke controleplanning hebben zich geen wijzigingen van materieel belang in de reikwijdte voorgedaan. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2020 voldoende voor de doelstelling van onze controle.

Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het vastgestelde controleprotocol

De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben, sluit aan op het door de gemeenteraad op 5 maart 2019, met registratienummer Z/19/152066-VB/19/94439, vastgestelde “Controleprotocol jaarrekening gemeente Stichtse Vecht”. Het normenkader 2020 is via de Lijst ingekomen stukken (01. Januari 2021 – Raad 2 maart 2021) aan de raad ter kennisname aangeboden. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (het Bado). In uw controleprotocol heeft u geen lagere marges vastgesteld. De bij onze controle van de jaarrekening 2020 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve:

Bron: (concept) jaarrekening 2020 Goedkeuringsmaterialiteit

Fouten

Onzekerheden € 1.602.000

€ 4.806.000

De gemeenteraad heeft in het controleprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 50.000.

312019001.21.124 - 2

Onze aanpak is gericht op risico’s

Voor de jaarrekeningcontrole 2020 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. De onderkende risico’s en aandachtspunten voor 2020 zijn:   

 

     

Bestaan en waardering van activa als gevolg van schattingselementen (inschatting van levensduur en restwaarden) en de relatief grote omvang van uw activaportefeuille. De waardering en risicoschatting met betrekking tot lopende grondexploitaties, inclusief de geldende regels rondom het tussentijds winstnemen. De verantwoording en waardering van onderhoudsvoorzieningen in relatie tot de aan- of afwezigheid van actuele beheerplannen, de waardering van de voorziening voor wethouders pensioenen en de waardering van de diverse voorzieningen voor oninbare debiteuren (regulier, belastingen en sociale zaken). Uw fiscale positie in het kader van de Vpb. Management override of controls. Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces. De specifieke aandacht voor dit risico is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor uw gemeente. Naleving van de (Europese) aanbestedingsregels, mede in relatie tot fouten in voorgaande jaren. De naleving van het BBV Risico’s en onzekerheden in het sociaal domein, waaronder de afwikkeling van de over 2019 gerapporteerde onzekerheden. De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. De actualisatie van de (fraude-)risicoanalyse.

De voortgang en status van de (noodzakelijke en gewenste) verbeteringen met betrekking tot de kwaliteit van de interne beheersing in relatie tot de af te geven rechtmatigheidsverantwoording door het college (over 2021).

Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘belangrijke bevindingen’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.

Aandachtspunten Raad en Auditcommissie

Op 28 september 2020 hebben wij, in een pre-auditmeeting, de focus van de controle 2020 met de auditcommissie afgestemd. Op basis van de uitkomsten van deze bespreking, de aandachtspunten uit voorgaande controles en de actuele ontwikkelingen zijn de speerpunten voor de uitvoering van onze controle over het jaar 2020 bepaald. U heeft ons voor het jaar 2020 verzocht om in aanvulling op bovenstaande aandachtspunten, ook specifiek aandacht te besteden aan de verantwoording van “corona-gerelateerde 312019001.21.124 - 3

kosten (met als doel de maximale dekking van extra rijksgelden hier tegenover). Aan dit onderwerp hebben wij bij de controle van de jaarstukken aandacht besteed. Over onze bevindingen rapporteren wij in hoofdstuk 3 van ons accountantsverslag. Daarnaast heeft u ons gevraagd extra aandacht aan het inkoopproces te besteden, waarbij u het van belang vindt om geïnformeerd te worden over de verbetermogelijkheden in het proces. In onze afzonderlijke boardletter hebben wij u geïnformeerd over onze bevindingen.

De baten en lasten, alsmede Op basis van uw accountantsprotocol en normenkader hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente gecontroleerd. Hierbij zijn diverse afwijkingen geconstateerd: balansmutaties, zijn niet  Afwijkingen van Europese aanbestedingsregels voor een bedrag van € 5.884.000. rechtmatig  Begrotingsonrechtmatigheid (overschrijding investeringskredieten) voor een bedrag van € 624.000. Onze conclusie is derhalve dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties, niet aan de rechtmatigheidscriteria voldoen. Overigens, als volgend jaar de collegeverantwoording van toepassing is, zou een dergelijk fout, mits goed toegelicht door het college in de jaarrekening, niet leiden tot een afkeurende verklaring bij de jaarrekening.

De jaarrekening voldoet aan Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Stichtse Vecht. Daarnaast vereisen zij van het college van burgemeester en wethouders het het BBV toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn.

De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Stichtse Vecht zijn uiteengezet in de jaarstukken in de toelichting op de balans, onderdeel ‘Grondslagen waardering van activa en passiva en resultaatbepaling”. In de jaarrekening 2020 hebben zich ten opzichte van 2019 geen wijzigingen van materieel belang voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die een aanzienlijke invloed hebben gehad op de baten en lasten en/of de financiële positie van de gemeente. Wij hebben het door het college van burgemeester en wethouders toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het BBV (Besluit begroting en verantwoording).

Geen geïdentificeerde materiële fouten en

Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van 312019001.21.124 - 4

tekortkomingen in de jaarstukken

onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.

Goedkeurende controleverklaring voor getrouwheid. Voor rechtmatigheid geven wij een afkeurend oordeel

Wij zijn van oordeel dat de jaarrekening 2020 van de gemeente Stichtse Vecht een getrouw beeld geeft van het eigen vermogen op 31 december 2020 en het resultaat over 2020. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 niet in alle van materieel belang zijnde aspecten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader (vastgesteld door het college op 26 januari 2021 en ter kennisname aan de gemeenteraad voorgelegd op 2 maart 2021). De onrechtmatigheden hebben betrekking op afwijkingen van Europese aanbestedingsregels en begrotingsrechtmatigheid. Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door voorzitter en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.

312019001.21.124 - 5

Financiële positie en resultaat

312019001.21.124 - 6

2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt in absolute zin toe en in relatieve zin af

In het Bbv, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten 2020 bedraagt € 3.211.000 voordelig. Per saldo is tussentijds € 820.000 aan de reserves toegevoegd, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2020 € 2.391.000 voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen. Eigen vermogen (in € 1.000)

2020

2019

2018

Eigen vermogen per 1 januari

50.071

45.398

42.703

820

-/- 2.940

1.364

Gerealiseerd resultaat

2.391

7.612

1.331

Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)

3.211

4.672

2.695

Eigen vermogen per 31 december

53.282

50.070

45.398

Tussentijdse resultaatbestemming

NB: door afronding op € 1.000 kunnen geringe afrondingsverschillen of afwijkingen van de jaarstukken ontstaan.

De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de stortingen in en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw gemeenteraad. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2020 26 % van het balanstotaal (2019: 27 % van het balanstotaal). In relatieve zin is het eigen vermogen afgenomen, in absolute zin is het eigen vermogen toegenomen in 2020. In de toelichting op balans bij het

312019001.21.124 - 7

onderdeel eigen vermogen van de jaarrekening geeft het college een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2020 Wij verwijzen u naar deze toelichting.

Resultaat 2020 is beïnvloed door reservemutatie(s)

Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Stichtse Vecht ook het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse stortingen in reserves. De stortingen in dan wel onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende: Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten

146.561

Totale lasten

143.349

Gerealiseerde saldo van baten en lasten

3.212

Af: stortingen in reserves

16.849

Bij: onttrekkingen aan reserves

16.028

Saldo mutaties reserves Gerealiseerd resultaat (voordelig)

821 2.391

De exploitatie over 2020 laat een voordelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 3.212.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van € 2.408.000 nadelig. Dit is een voordeel van € 5.620.000. Het gerealiseerde voordelig resultaat ad € 2.391.000 is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Voor de verschillenanalyse verwijzen wij u tevens naar de toelichting op de programmaverantwoording (onderdeel “wat heeft het gekost”) en de toelichting op het overzicht van baten en lasten. 312019001.21.124 - 8

Ons valt hierbij op dat in het jaarverslag bij de diverse programma’s in het onderdeel “wat heeft het gekost” per product verschillen worden toegelicht van relatief beperkte omvang. Hoewel het informatieve karakter van deze toelichtingen waardevol kan zijn, maakt dit de jaarstukken omvangrijk en gedetailleerd. In het kader van het sturen op hoofdlijnen geven wij u in overweging om de intern afgesproken rapporteringsgrens (momenteel € 50.000) waarboven eventuele verschillen worden toegelicht te heroverwegen. Het voordelige exploitatieresultaat 2020 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit Het college van vanwege ingeschatte risico’s.

De beschikbare weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf Weerstandsvermogen burgemeester en en risicobeheersing) heeft het college bepaald op € 12.107.000 (2019: € 9.894.000). De beschikbare weerstandscapaciteit is derhalve wethouders kwalificeert het ten opzichte van 2019 gestegen. beschikbare weerstandsvermogen als In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft het college een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s. Deze cumuleren voor 2020 tot een bedrag van € 23.100.000 (2019 € 18.850.000). Ten opzichte van 2019 is sprake van een stijging van de voldoende om de gekwantificeerde risico’s. Op basis van een uitgevoerde risicosimulatie heeft het college bepaald dat de benodigde onderkende risico’s af te weerstandscapaciteit € 6.706.000 bedraagt (2019 € 5.476.000). Op basis van deze kwantificering lijkt het beschikbare kunnen dekken weerstandsvermogen toereikend te zijn. De inventarisatie van risico’s die in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing (in het jaarverslag) is opgenomen, geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, om zo de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen. Daarbij wordt een inzicht gegeven in de (naar de inschatting van het college) belangrijkste risico’s voor uw gemeente.

Het college heeft op basis van deze risico-inventarisatie en de beschikbare weerstandscapaciteit geconcludeerd dat “het beschikbare weerstandsvermogen de gemeente in staat stelt de financiële effecten van de huidige bekende risico’s op te vangen en de financiële positie op peil te houden”. Voor meer gedetailleerde informatie over uw weerstandspositie, de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan verwijzen wij u naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van uw jaarstukken 2020. Wij adviseren u bij de interpretatie van de gegevens in deze paragraaf ook rekening te houden met de (financiële) ontwikkelingen die zich in 2021 (zullen blijven) voordoen (denk aan de impact van het coronavirus) en de actuele verwachtingen voor de komende jaren. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.

312019001.21.124 - 9

Bevindingen eindejaarscontrole

312019001.21.124 - 10

3. Bevindingen eindejaarscontrole Oplevering was voldoende, wij zullen het jaarrekeningtraject met de direct betrokken medewerkers evalueren

Bij de start van de controle waren de jaarstukken grotendeels gereed en waren de werkafspraken door uw medewerkers grotendeels afgerond. De onderbouwing van de jaarrekeningposten (opsteldossier) was voor een groot deel van een acceptabel niveau. Op onderdelen zien wij mogelijkheden tot verdere verbetering. Bij onze controle hebben wij tevens de volledige medewerking gekregen en hebben wij op een constructieve manier met uw organisatie en medewerkers samengewerkt. Wij zullen het jaarrekeningtraject op een later moment met uw college en medewerkers evalueren om samen scherp te krijgen waar nog (aan beide kanten) ruimte voor verbetering mogelijk is.

Bewaak het ambitieniveau van uw investeringsplanning

In de jaarstukken is, in hoofdstuk 6, een overzicht van restantkredieten van lopende investeringen opgenomen. Van de 107 beschikbaar gestelde kredieten (totaal € 52,6 miljoen) is aangegeven wat de cumulatieve bestedingen (ultimo 2020 € 23,7 miljoen) zijn. Per krediet is tevens aangegeven wat de bestedingsruimte nog is (restant krediet), of het krediet in 2020 wordt afgesloten en of sprake is geweest van kredietoverschrijdingen. Op basis van onze beoordeling van de staat van kredieten stellen wij vast dat mogelijk sprake is van een zekere mate van “planningsoptimisme” waarbij de (politieke) ambities en de ambtelijke (beschikbare) capaciteit niet op elkaar aansluiten. Een aantal kredieten staat al langere tijd open en hebben vooralsnog een onderbesteding. Op basis van onze controle stellen wij ook vast dat er op 37 kredieten (nog) geen sprake is van uitgaven, terwijl in 2020 of eerder al wel lasten geraamd waren. Het lang open laten staan maakt de beheersing van uw investeringskredieten lastig en brengt een risico met zich mee dat kosten ten laste van kredieten worden gebracht, maar feitelijk betrekking hebben op een ander krediet. Overigens hebben wij op basis van onze controle geen aanwijzingen dat dit gebeurd is.

Daarnaast is het de vraag of, gelet op het lang open staan van kredieten en de voortgang van de realisatie, uw investeringsplanning (en daarmee de begroting) reëel is. Het stelselmatig niet realiseren van kredieten kan betekenen niet alleen dat uw planning niet gerealiseerd wordt, maar ook wordt in uw meerjarenbegroting (mogelijk) al wel rekening gehouden met kapitaallasten voor de geplande investeringen. In dat geval heeft dit effect op de bestedingsruimte in uw begroting. Wij adviseren u om de realisatie van uw investeringsplanning mee te wegen in het vaststellen van toekomstige investeringsplannen.

Uw grondexploitaties zijn geactualiseerd

Een belangrijk risico dat wij onderkennen in het kader van de jaarrekeningcontrole is de waardering van de grondexploitaties. De grondexploitaties hebben ultimo 2020 een (netto) boekwaarde van circa € 158.000. De boekwaarde is ten opzichte van 2019 circa € 476.000 toegenomen. De toename van de boekwaarde (mutatie onderhanden werk) is het saldo van de gerealiseerde verkopen ad € 665.000 in 2020, de gemaakte kosten in 2020 ad € 386.000, de tussentijdse winstneming van € 21.000 en een winstneming bij afsluiten van een exploitatie van € 735.000. 312019001.21.124 - 11

Omdat de gemaakte kosten en de tussentijdse winstneming (deze wordt administratief gezien als een last) hoger zijn dan de verkopen, neemt de boekwaarde van de voorraad grond toe. De grondexploitatie is één van de posten die het meest gevoelig is voor de economische ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld een stagnerende vraag of dalende prijzen. Hierdoor kan het verwachte resultaat van een project (fors) afnemen of zelfs omslaan in een verwacht verlies, maar bij een voorspoedige realisatie van verkopen (voorlopen op plan) is juist weer sprake van een voordelig effect. Voor een nadere onderbouwing van de ontwikkelingen met betrekking tot de grondexploitaties verwijzen wij naar de paragraaf “Grondbeleid” in het jaarverslag. Daarin worden ontwikkelingen in de complexen, de prognoses voor de komende jaren en de mogelijke risico’s nader toegelicht. De controle van de grondexploitatie vraagt veel aandacht, vanwege de (hoge mate van) schattingsonzekerheid die met de (waardering van de) jaarrekeningpost samenhangt. Wijzigingen in de uitgangspunten die bij het doorrekenen van grondexploitaties gehanteerd zijn veelal van (substantiële) invloed op de financiële uitkomst van de grondexploitatie. Ook hebben (op projectniveau) de nog te maken kosten en de nog te realiseren opbrengsten, inclusief de timing daarvan, mogelijk invloed op de waardering.

Op basis van onze controle brengen wij het volgende onder uw aandacht: CSV Vreeland afgesloten in 2020 Omdat alle te verrichten werkzaamheden inmiddels zijn uitgevoerd en er geen opbrengsten meer gerealiseerd zullen worden, is de exploitatie CSV Vreeland in 2020 afgesloten. Het resterende saldo van de exploitatie ad € 734.000 is als winst genomen in 2020. Het voordelige resultaat is toegevoegd aan de algemene reserve grondexploitaties. Tussentijdse winstneming mogelijk op Flambouw Nigtevecht Op basis van de actualisatie is voor deze exploitaties ultimo 2020 een tussentijdse winst genomen van € 21.000. Aanpassing voorziening Harmonieplein en Veenkluit Tienhoven noodzakelijk Op basis van de actualisatie van de grondexploitaties Harmonieplein en Veenkuit Tienhoven heeft het college ingeschat dat het verwachte resultaat op beide exploitaties nadeliger uit gaat vallen. Voor de exploitatie Harmonieplein is daarom de reeds getroffen voorziening van € 174.000 verhoogd naar € 288.000. Omdat de actualisatie van de grondexploitatie Veenkluit Tienhoven naar verwachting van het college ook een nadelig gaat opleveren, is voor deze exploitatie eveneens een voorziening, ter grootte van € 36.000, getroffen.

Draag zorg voor het toerekenen van facturen aan het juiste verslagjaar

Het komt bij uw gemeente veelvuldig voor dat u voor investeringen facturen ontvangt die betrekking hebben op meerdere jaren. Uit onze controlewerkzaamheden is naar voren gekomen dat in de jaarrekening niet alle investeringsfacturen verwerkt zijn. Uit de door u ontvangen facturen is overigens niet altijd eenduidig op te maken welk deel van de factuur betrekking heeft op 2020 en welk deel op 2021. Uw gemeente verwerkt deze facturen dan in principe in het jaar waarin de factuur ontvangen wordt. Ook is het veelvuldig zo dat er binnen de organisatie onvoldoende informatie beschikbaar is om eenduidig vast te kunnen stellen op welk jaar welk deel van de factuur betrekking heeft. Daarmee ontstaat onzekerheid of de investeringen en de verplichting ultimo 2020 volledig op de balans 312019001.21.124 - 12

zijn verantwoord. Deze onzekerheid is opgenomen in de toelichting op de balans bij de materiële vaste activa. Deze onzekerheid heeft ook gevolgen voor de kredietbewaking op investeringsprojecten en uw kengetallen. Mogelijk is de kredietuitputting groter dan in de jaarrekening is opgenomen. Daarnaast kunnen de kengetallen, marginaal, afwijkingen vertonen. Wij adviseren u scherper toe te zien op de juiste toerekening van de facturen. Daarbij kan het behulpzaam zijn om afspraken te maken met leveranciers dat er ultimo 2021 wordt afgerekend en/of dat op facturen duidelijker aan wordt gegeven op welk boekjaar de op de factuur opgenomen bedragen betrekking hebben.

Heroverweeg de voorziening 3e jaars ww

Sinds 2018 doteert u jaarlijks een bedrag aan de voorziening '3e jaars WW'. Deze voorziening heeft u gevormd ter dekking van mogelijke aanspraak door ex-medewerkers voor een uitkering in het derde jaar van een WW-uitkering. De jaarlijkse dotatie bedraagt 0,1% van het salaris en salaristoeslagen van medewerkers (gelijk aan de inhouding bij de werknemers conform de CAO gemeenten). De voorziening bedraagt ultimo 2020 ca € 37.500 en is daarmee nog beperkt in omvang. Wij zien dat dat de voorziening nu ieder jaar hoger wordt en op dit moment beschikt u niet over een onderbouwing om deze post ook de komende jaren als een voorziening te kunnen classificeren. Wij adviseren u te overwegen om deze post om te zetten naar een reserve of een, ook voor de komende jaren, voldoende onderbouwing op te zetten.

Covid-19 in de jaarrekening 2020

Het college gaat op diverse plekken in de jaarstukken in op de impact van Corona op de jaarstukken 2020. In hoofdstuk 2 “Corona 2020” wordt ingegaan op de financiële gevolgen van Corona op de jaarstukken 2020. In de diverse programma’s geeft het college daarnaast inzicht in de Corona-aanpak en ook de financiële gevolgen daarvan. Graag verwijzen wij u naar deze toelichtingen. Ter dekking van (toekomstige) uitgaven als gevolg van Covid-19 die niet expliciet door het Rijk vergoed worden, is de Risicoreserve Corona gevormd. Naast een toevoeging vanuit de eigen middelen van € 2,0 miljoen, zijn de beschikbaar gestelde middelen vanuit het Rijk (€ 1,7 miljoen) aan deze reserve toegevoegd. De reserve is/wordt aangewend voor uitgaven waar geen compensatie tegenover staat (deze zijn afzonderlijk door het college geadministreerd) en dient ter dekking van gederfde inkomsten ( begrote inkomsten minus realisatie). In de toelichting op de balans en in de paragraaf Corona is inzicht gegeven in de bestedingen die ten laste van de gevormde egalisatiereserve zijn gebracht. Het college informeert u maandelijks over de uitnutting van de reserve.

De naleving van de Europese aanbestedingsregels is een blijvend aandachtspunt

In het kader van de rechtmatigheidscontrole is het onder meer van belang dat u tijdig vaststelt dat aanbestedingen overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving zijn gedaan. Op grond van het normenkader zijn voor de rechtmatigheidscontrole de Europese aanbestedingen van belang. Uit de uitgevoerde (interne) controlewerkzaamheden voor de naleving van de Europese aanbestedingsrichtlijnen zijn in 2019

312019001.21.124 - 13

onrechtmatigheden vastgesteld voor een bedrag van € 3.138.000. In 2020 was sprake van doorlopende rechtmatigheidsfouten met betrekking tot de uitgaven op contracten die al in 2019 als onrechtmatig zijn bestempeld tot een bedrag van € 1.784.000. Naast de (vijf) fouten van voorgaand jaar zijn er ook zeven nieuwe fouten ontdekt die een bedrag vertegenwoordigen van € 4.100.000. Gelet op de omvang van het totaal bedrag aan afwijkingen van Europese aanbestedingsrichtlijnen ad € 5.884.000 heeft dit effect gehad op de strekking van de controleverklaring voor rechtmatigheid. Ons oordeel is op dit aspect afkeurend. Omdat ons oordeel reeds afkeurend was hebben wij geen zelfstandig nader onderzoek naar eventueel aanvullende rechtmatigheidsfouten uitgevoerd. Intern is het onderzoek nog wel uitgebreid. Daarbij zijn intern wederom onrechtmatige aanbestedingen geconstateerd, nu voor een (aanvullend) bedrag van circa € 2 mln. Tevens zijn er intern afwijkingen van het interne beleid (€ 3.459.000) geconstateerd. Alhoewel wij geen accountantscontrole hierop hebben toegepast, vinden wij het van belang melding te maken van deze extra interne bevindingen omdat dit ook het belang benadrukt van de noodzaak tot het aanscherpen van het proces waarin de aanbestedingen plaatsvinden. Daarnaast is er één dossiers die als “juridisch ingewikkeld” kwalificeert.

Op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV moeten wij deze aan u melden, onder meer omdat u het risico loopt dat deze in 2021 en verder onrechtmatig zouden kunnen worden. Het gaat voor het boekjaar 2020 om een bedrag van € 241.000. Deze telt niet mee in ons oordeel.

De voorziening voor groot onderhoud is in 2020 beter onderbouwd

In de jaarrekening 2019 is voor het vastgoed (exclusief onderwijshuisvesting) van uw gemeente een voorziening voor groot onderhoud getroffen voor een bedrag van 4,1 miljoen. In ons accountantsverslag bij de jaarrekening 2019 hebben wij gerapporteerd dat een randvoorwaarde voor het vormen van een dergelijke voorziening is, dat deze gebaseerd moet zijn op een actueel meerjarenonderhoudsplan, wat periodiek (in elk geval elke 5 jaar) geactualiseerd dient te worden. Eind 2019 was het meerjarenonderhoudsplan (uit 2014) verouderd, waardoor de hoogte van de voorziening ultimo 2019 met meer onzekerheden was omgeven dat normaal gesproken het geval zou zijn. Het college heeft deze onzekerheid daarom ook toegelicht in de jaarrekening 2019. In 2020 is het onderhoudsplan geactualiseerd. Een belangrijk basis hiervoor is de Vastgoednota 2020 die in april 2020 door het college is vastgesteld en op 4 november 2020 door de raad. Voor het opstellen van de vastgoednota is een inventarisatie gemaakt van de vastgoedobjecten van uw gemeente waarvoor groot onderhoud gepleegd moet worden. Van de in totaal 93 objecten wordt voor 41 objecten voorgesteld om deze, in een tijdspad van vijf jaar, te verkopen of te slopen.

Bij het opstellen van het onderhoudsplan is er voor deze 41 objecten rekening mee gehouden om het onderhoudsniveau te verlagen en alleen het noodzakelijke onderhoud uit te voeren (zoals bijvoorbeeld het wind- en waterdicht houden). De onderhoudsbedragen voor de komende vijf jaar zijn bij deze objecten daarom met 50% verlaagd. Het is belangrijk om te beseffen dat zowel de periode van afstoten in vijf jaar als de verlaging van de onderhoudskosten gebaseerd zijn op schattingen. De komende jaren zult u goed moeten volgen of deze schattingen aangepast moeten worden, en welk effect dit op de (dotaties aan) de onderhoudsvoorziening kan hebben. 312019001.21.124 - 14

Op basis van de bovenstaande uitgangspunten is het meerjarenonderhoudsplan geactualiseerd. De voorziening vastgoed is opgesteld op basis van het nieuwe beheerplan. Daarbij is gebleken dat voor het wegwerken van de achterstand in onderhoud en om het vastgoed in de vastgestelde conditie in stand te houden, voor de periode 2020 t/m 2029 een dotatie nodig is van € 887.000 per jaar. Dit is een toename ten opzichte van de huidige dotatie met een bedrag van € 195.000 per jaar. Voor het jaar 2020 heeft gemeente Stichtse Vecht echter nog het “oude ”bedrag van EUR 692.000 gedoteerd. De motivatie hiervoor is dat het onderhoudsplan laat in 2020 is vastgesteld door gemeenteraad en de hogere dotatie niet was opgenomen in de begroting. Dit betekent dat het verschil ad circa € 195.000 de komende 9 jaar (tot 2029) in principe ingelopen zal moeten worden, waarbij opgemerkt dient te worden dat de omvang van de voorziening ook zonder de extra dotaties tot en met 2028 ruim toereikend is. Pas in 2029 zou er een tekort van circa € 160.000 ontstaan. In de begroting is geen rekening gehouden met de extra dotatie. Daarbij moet overigens wel in ogenschouw genomen worden dat in de periode tot en met 2029 de voorziening afgebouwd wordt van circa 4,1 miljoen begin 2020 tot circa nihil eind 2029. Deze werkwijze past overigens prima binnen de verslaggevingsregels.

Er is op dit moment nog geen doorkijk gemaakt voor de onderhoudslasten na 2029. Tot en met 2029 staan nog twee actualisatiemomenten gepland. Het is van belang om op dit momenten weer te kijken naar het verwachte groot onderhoud na 2029 en hiermee rekening te houden in de dotaties aan de voorziening. Volg de ontwikkeling van de werkelijke onderhoudsuitgaven ten opzichte van het plan In het onderhoudsplan is voor het jaar 2020 een onderhoudslast van circa € 2,2 miljoen opgenomen. Dit forse bedrag heeft te maken met het wegwerken van de eerder genoemde achterstand in het onderhoud. De werkelijke onderhoudslasten in 2020 bedroegen echter maar € 440.000. Uit de bespreking met de verantwoordelijke medewerkers hebben wij begrepen dat dit onderhoud het niet uitgevoerde onderhoud in 2020 zal worden geclusterd met de geplande werkzaamheden in 2021. Voor deze twee jaren tezamen ontstaat daarmee een (financiële) onderhoudsopgave van circa € 2,8 miljoen. Uw medewerkers hebben aangegeven dat, door de voorbereidende aanbestedingswerkzaamheden die in 2020 plaatsvinden, dit een realistische opgave is. Wij adviseren u daarom de ontwikkeling van het werkelijke onderhoud goed te volgen en te bepalen of en wanneer een extra dotatie nodig is.

Voor het groot onderhoud aan de wegen kon dit jaar nog geen voorziening gevorm worden

De voorziening Onderhoud wegen (eind 2019 € 6,7 miljoen) is in 2019 omgevormd naar een reserve, omdat er geen onderhoudsplan dat een toereikende onderbouwing voor de voorziening vormde, aanwezig was. Ook in de jaarrekening 2020 is sprake zijn van een reserve. In 2015 heeft de commissie BBV zich over de vraag gebogen (vraag 2015.001) of het wenselijk is dat bestemmingsreserves gevormd worden ter dekking (egalisatie) van toekomstige onderhoudslasten, in het geval een actueel beheerplan ontbreekt. De commissie BBV is van mening dat, als actuele beheerplannen ontbreken, niet kan worden onderbouwd wat de benodigde omvang van een voorziening moet zijn. Daarmee ontbreekt dan het inzicht in de mate waarin de doelstelling van egalisatie van lasten over meerdere

312019001.21.124 - 15

begrotingsjaren wordt gerealiseerd. In dat geval, zo stelt de commissie BBV, wordt niet voldaan aan de vereisten om een voorziening voor groot onderhoud te vormen. In de praktijk blijkt bij veel gemeenten en gemeenschappelijke regelingen als alternatief dan een bestemmingsreserve gevormd te worden, zodat er dekkingsmiddelen zijn voor het uitvoeren van groot onderhoud. Dit is bij uw gemeente nu dus ook het geval. Bij een bestemmingsreserve groot onderhoud wordt vanuit de verslaggevingsregels geen nadere onderbouwing afgedwongen inzake de omvang en afloop van de bestemmingsreserve (in tegenstelling tot voorzieningen). Het is hierbij aan de raad om de kaders en voorwaarden voor de bestemmingsreserve goed te omschrijven. Een bestemmingsreserve groot onderhoud kan echter, zo stelt de commissie BBV, nooit de functie van het egaliseren van onderhoudslasten over meerdere begrotingsjaren overnemen. Dit kan hooguit een tijdelijke situatie zijn gedurende de periode dat het beheerplan wordt geactualiseerd. Vanuit het oogpunt van risicobeheersing en inzicht in de financiële positie is het overigens welke systematiek ook wordt gekozen door de raad - aan te raden altijd zorg te dragen voor actuele beheerplannen. Het college gaat ervan uit in 2021 weer over een onderhoudsplan voor de wegen te kunnen beschikken.

Naast het feit dat daardoor in 2021 weer een voorziening gevormd kan worden, is dit natuurlijk ook van belang voor de planbaarheid en voorspelbaarheid van de onderhoudsuitgaven en daarmee voor uw risicobeheersing en inzicht in de financiële positie.

Onzekerheden in het Sociaal Domein

Het college is voor het vaststellen van de getrouwheid en rechtmatigheid van de geleverde zorg en de daadwerkelijke levering (mede) afhankelijk van de controle-informatie van zorgaanbieders. Het college heeft niet van alle zorgaanbieders volgens de afgesproken planning, de verantwoordingsinformatie ontvangen. De corona-crisis speelt hierin een belangrijke rol. Omdat het college de benodigde informatie niet (tijdig) heeft ontvangen, heeft zij niet vast kunnen stellen of de zorg in natura in alle gevallen ook daadwerkelijk, in overeenstemming met de geïndiceerde zorg, is geleverd. De daaruit volgende onzekerheden bedragen € 315.000 voor Jeugdzorg en € 132.000 voor Wmo. De onzekerheden worden enerzijds veroorzaakt doordat er per 27 mei 2021 nog niet van alle zorgaanbieders een (goedkeurende) verklaring van de accountant van de zorgaanbieder is ontvangen. Voor een deel van deze aanbieders is nog wel de verwachting dat hiervoor op korte termijn nog zekerheid verschaft kan worden. Daarmee zijn de door ons genoemde onzekerheden maximale bedragen.

Begroting na wijziging: huidige wijze van vastlegging biedt onvoldoende inzicht in volledige

Gedurende het jaar stelt de gemeenraad meerdere begrotingswijzigingen vast. Deze begrotingswijzigingen worden vervolgens verwerkt in de financiële administratie en uiteindelijk de jaarstukken. Om de juistheid en volledigheid van de begrotingswijzigingen vast te stellen, vragen wij uw gemeente elk jaar om een zogenaamde nulproef van de begroting. Dit betekent dat wij een overzicht willen ontvangen met alle mutaties op de primaire begroting die uiteindelijk leiden tot de begroting na wijziging. Op basis van de ontvangen nulproef constateren wij dat het niet eenvoudig is om vast te stellen dat alle begrotingswijzigingen juist en volledig zijn

312019001.21.124 - 16

verwerking/juistheid van begrotingsmutaties gedurende het boekjaar

verwerkt conform de onderliggende raadsbesluiten. Daarnaast constateren wij dat er geen zichtbare interne controle plaatsvindt op de juistheid en volledigheid van verwerkte begrotingswijzigingen. Tijdens de controle constateerden wij (samen met uw medewerkers) dat een wijziging van € 88.000 vanuit begrotingswijziging 7 (Bestuursrapportage 2020) niet was verwerkt in de financiële administratie. Dit heeft geleid tot een aanpassing van de betreffende cijfers in de jaarrekening op dit punt. Wij adviseren u daarom om bij elk raadsvoorstel waarin een begrotingswijziging (financieel) is opgenomen een financiële bijlage toe te voegen met daarbij de financiële consequentie van het voorstel op de gehele begroting per programma. Vervolgens adviseren wij u om in het proces een vierogen- principe te creëren. Tot slot geven wij u in overweging om tevens in het interne controleplan een interne controle op de juistheid van begrotingswijzigingen op te laten nemen.

Begrotingsrechtmatigheid is Naast de controle op de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening 2020, hebben wij de begrotingsrechtmatigheid gecontroleerd. adequaat toegelicht in de jaarrekening De toe te passen normen voor dit begrotingscriterium zijn gebaseerd op artikel 189, 190 en 191 van de Gemeentewet en moet door de gemeenteraad zelf nader worden ingevuld en geconcretiseerd. Dit gebeurt door middel van de begroting en via de verordening op het financieel beheer ex artikel 212 van de Gemeentewet.

Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan de gemeenteraad, zodat deze tijdig (binnen het begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Een systeem met onvoldoende waarborgen voor tijdige melding aan de gemeenteraad van budgetoverschrijdingen heeft het risico in zich dat inbreuk wordt gemaakt op het budgetrecht van de gemeenteraad. Het begrotingscriterium is verder verfijnd en uitgewerkt in de Kadernota van de Commissie BBV. Een belangrijk uitgangspunt is dat het overschrijden van de begroting altijd onrechtmatig is, maar niet in alle gevallen hoeft te worden meegewogen in het accountantsoordeel. Essentieel is dat de gemeenteraad nadere regels kan stellen wanneer kostenoverschrijdingen die worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten (1), kostenoverschrijdingen passend binnen het beleid (2) en kostenoverschrijdingen bij openeinderegelingen (3) moeten meewegen bij het oordeel van de accountant. In die gevallen dat de gemeenteraad geen nader beleid stelt, geldt het uitgangspunt dat deze kostenoverschrijdingen door de accountant niet worden betrokken bij de beslissing of al dan niet een goedkeurende controleverklaring kan worden afgegeven.

Deze kostenoverschrijdingen moeten dan wel goed herkenbaar in de jaarrekening zijn opgenomen. Daarnaast moet de accountant deze kostenoverschrijdingen – waarvan het college in de jaarrekening moet aangeven dat de gemeenteraad deze nog dient te autoriseren – in het verslag van bevindingen aan de orde stellen. Extra lasten die zijn gemaakt omdat extra opbrengsten daarvoor de ruimte bieden, terwijl deze extra lasten niet direct zijn gerelateerd aan de extra opbrengsten en waarbij de gemeenteraad nog geen besluit

312019001.21.124 - 17

heeft genomen over de aanwending van deze extra opbrengsten, zijn onrechtmatig en tellen mee in het oordeel van de accountant. Dit is bij uw gemeente overigens niet aan de orde. Begrotingsafwijkingen werken door in de controleverklaring In totaal heeft uw gemeente € 138,1 miljoen aan lasten begroot na wijziging, tegenover € 143,3 miljoen aan werkelijke lasten in 2020. Dit is in totaal een overschrijding van € 5,2 miljoen (3 %). Aan baten had uw gemeente een bedrag van € 135,7 miljoen begroot na wijziging, tegenover € 146,6 miljoen aan werkelijke baten in 2020. Dit is in totaal een overschrijding van € 10,9 miljoen (8%). Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten komt daarmee op € 3,2 miljoen voordelig. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid moet gekeken worden naar de lastenoverschrijdingen op het niveau waarop de gemeenteraad de begroting autoriseert. In uw geval is dat op programmaniveau. Er is sprake van een overschrijding op het programma Bestuur en het programma Sociaal. De totale overschrijding bedraagt € 11.280.000.

Wij verwijzen voor een inhoudelijke en meer specifieke analyse van deze overschrijdingen naar het jaarverslag, waar per programma in het onderdeel “wat heeft het gekost” een toelichting op de baten en lasten is opgenomen en meer specifiek naar hoofdstuk2 van de jaarrekening, waar een analyse van de begrotingsafwijkingen en de begrotingsrechtmatigheid 2020 is opgenomen. De overschrijdingen zijn in te delen in de diverse categorieën, zoals ook genoemd in de kadernota van de Commissie BBV. Zoals vermeld is elke lastenoverschrijding op een programma per definitie onrechtmatig, echter hoeft, op basis van uw afwijkingenbeleid, niet elke overschrijding door te werken in het rechtmatigheidsoordeel dat de accountant bij de jaarrekening geeft. Zoals blijkt uit de analyse van het college is op twee programma’s een begrotingsoverschrijding op de lasten te constateren, echter werken deze niet door in het accountantsoordeel. Wij hebben de analyses van het college gevalideerd en kunnen ons hiermee verenigen. Naast overschrijdingen van lasten, zijn ook op onderdelen meer baten gerealiseerd dan begroot. Over de baten rapporteren wij in deze paragraaf niet, omdat dit geen onderdeel uitmaakt van het criterium begrotings-rechtmatigheid zoals de richtlijnen voorschrijven. De begrotingsrechtmatigheid omvat ook de overschrijdingen op investeringskredieten.

Ook deze worden in hoofdstuk 2 van de jaarrekening toegelicht. Gezien de aard van de afwijkingen wegen kredietoverschrijdingen voor een bedrag van € 624.000 mee in ons rechtmatigheidsoordeel Wij verwijzen voor een inhoudelijke en meer specifieke analyse van de begrotingsafwijkingen naar de toelichtingen die zijn opgenomen in de jaarrekening in hoofdstuk 2 begrotingsrechtmatigheid. Hierin is een analyse van de (begrotings-)afwijkingen en de begrotingsrechtmatigheid 2020 is opgenomen.

312019001.21.124 - 18

Wet normering topinkomens (WNT)

De Wet normering topinkomens (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2020 van € 201.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. Met ingang van boekjaar 2018 dienen ook de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNT-verantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in het Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren.

In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht. De naleving van de anticumulatiebepaling maakt derhalve geen onderdeel uit van de controle van de accountant. De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. In 2020 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. Bij de controle van de WNT-verantwoording 2020 stelden wij wel vast dat geen sprake was van een sluitende interne controle op de opgestelde WNT-verantwoording. Wij adviseren u om in het vervolg voordat de WNT-verantwoording voor controle wordt aangeboden zichtbaar interne controle uit te laten voeren. In 2020 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2021 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2020 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking.

Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage

Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2020 onder SiSa vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. Hierna treft u deze tabel aan.

312019001.21.124 - 19

Nr.

Specifieke uitkering of overig

B1

Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek Regeling specifieke uitkering Reductie Energiegebruik Onderwijsachterstandenbeleid 2019-2022 (OAB) Regeling stimulering verkeersmaatregelen 2020-2021 Regeling aankoop woningen onder een hoogspanningsverbinding Regeling specifieke uitkering Extern Warmtetransitie Gebundelde uitkering op grond van artikel 69 Participatiewet gemeentedeel 2020 Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (exclusief levensonderhoud beginnende zelfstandigen) gemeentedeel 2020 Tozo 1_geen identificatie volgens artikel 17, lid 3 Participatiewet en geen identificatie DigiD in combinatie met BRP of Suwinet

C1 D8 E20 F1 F9 G2 G3

G4

G4

G4 G4

G4 G4

Fout of onzekerheid

Toelichting fout/onzekerheid

€0

Financiële omvang in euro's €0

€0

€0

N.v.t.

€0

€0

N.v.t.

€0

€0

N.v.t.

€0

€0

N.v.t.

€0

€0

N.v.t.

€0

€0

N.v.t.

€0

€0

N.v.t.

€0

€0

N.v.t.

Tozo 1_fundamentele rechtmatigheidseisen exclusief identificatie volgens artikel 17, lid 3 Participatiewet Tozo 1_belangrijke rechtmatigheidseisen (toepassing artikel 21, lid 3 Besluit 17 april)

€0

€0

N.v.t.

€0

€0

N.v.t.

Tozo 2_geen identificatie volgens artikel 17, lid 3 Participatiewet en geen identificatie DigiD in combinatie met BRP of Suwinet Tozo 2, exclusief identificatie volgens artikel 17, lid 3 Participatiewet Tozo 3_geen identificatie volgens artikel 17, lid 3 Participatiewet en geen identificatie DigiD in combinatie met BRP of Suwinet

€0

€0

N.v.t.

€0

€0

N.v.t.

€0

€0

N.v.t.

N.v.t.

312019001.21.124 - 20

G4

€0

€0

N.v.t.

€0

€0

N.v.t.

H4

Tozo 3, exclusief identificatie volgens artikel 17, lid 3 Participatiewet Omvang vorderingen levensonderhoud (jaar T) Tozo 1 (i.v.m. verstrekte voorschotten op Tozoaanvragen levensonderhoud welke zijn ingediend vóór 22 april 2020) Regeling specifieke uitkering stimulering sport

€0

€0

N.v.t.

H8

Regeling Sportakkoord

€0

€0

N.v.t.

G4

Strekking controleverklaring rechtmatigheid: afkeurend Strekking controleverklaring getrouwheid: goedkeurend

312019001.21.124 - 21

Interne beheersing

312019001.21.124 - 22

4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Naar aanleiding van de interim-controle hebben wij een managementletter aan het college uitgebracht en een boardletter aan de raad. Voor een nadere duiding van onze opmerkingen en aanbevelingen uit de boardletter 2020 verwijzen wij daarnaar. Hieronder controle 2020 hebben wij de samenvatting uit de boardletter opgenomen.

Rechtmatigheidsverantwoording 2021

Rechtmatigheidsverantwoording 2021 In de meicirculaire 2018 heeft het ministerie van BZK aangegeven dat met ingang van het boekjaar 2021 het college zelf een rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening moet afgeven. Met deze verantwoording verklaart het college dat de in de 312019001.21.124 - 23

jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, rechtmatige tot stand zijn gekomen. Dat wil zeggen in overeenstemming met de begroting en met de relevante wet- en regelgeving, waaronder uw verordeningen. Deze verantwoording gaat onderdeel uitmaken van de jaarrekening van de gemeente en als zodanig object van onderzoek worden voor de accountant in zijn opdracht om een getrouwheidsoordeel bij de jaarrekening af te geven. De raad dient de materialiteits- en rapporteringsgrens te bepalen, mogelijk wel binnen een bepaalde wettelijke bandbreedte. De aanstaande wetswijziging (deze is nog steeds niet definitief vastgesteld door het ministerie) veroorzaakt dat de bewijslast om aan te tonen dat de gemeente primair in control is op gebied van financiële rechtmatigheid en getrouwheid wordt verlegd van de accountant naar het college. De intentie is dat de accountant hierbij als “vierde lijn” gaat functioneren. In dit verband is het van belang dat het zelfcontrolerend vermogen in de 1e, 2e en 3e lijn binnen uw mogelijkheden en ambities optimaal is ingeregeld en ook werkt. In onze managementletter hebben wij daarom ook veel aandacht voor uw intern beheers instrumentarium gehad en met uw college meegedacht over de mogelijk verbeteringen die daarin aangebracht konden worden.

Wij merken in de gesprekken die wij hierover voerden en de documenten die hieraan ten grondslag liggen, dat hier veel aandacht voor is binnen de gemeentelijke organisatie. Er wordt, waar mogelijk, een nadere uitwerkingen gegeven aan de verbetermogelijkheden van de interne beheersing en het college beoogt maatregelen te treffen die op lange termijn een structurele borging moeten afdwingen in de kwaliteit van de gemeente en haar processen. Deze kwaliteitsimpuls aan de eigen organisatie vinden wij een goede ontwikkeling die past bij het beleid dat het college op termijn zelfstandig de rechtmatigheidsverantwoording (zie hiervoor) moet afgeven. Een overkoepelend controlejaarplan achten wij van groot belang voor het slagen van het rechtmatigheidstraject. Hierin worden relevante interne controles in kaart gebracht en wordt beoordeeld welke functionaris deze controles uit zou moeten voeren. De verwachting van het college daarbij is dat er ook controles verschuiven van de adviseur AO/IC naar de 1e en 2e lijn. Wij vinden dit een goede ontwikkeling en denken hierin graag mee. Om een optimale afstemming tussen de interne controle en de accountantscontrole te realiseren, is het van belang om het intern controleplan 2021 tijdig met ons af te stemmen.

Aandachtspunten die wij verder, aan het college, willen meegegeven zijn:  Beleg de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording breed in de gemeentelijke organisatie.  Actualiseer jaarlijks alle (materiële) processen, doe dat tijdig en voer per proces een zichtbare lijncontrole uit.  Borg dat uw interne controle(-plan) “allesomvattend” is.  Voer interne controles tijdig en gedurende het jaar uit. Wij verwijzen u verder graag naar onze boardletter van 23 november 2020.

312019001.21.124 - 24

Overige aangelegenheden

312019001.21.124 - 25

5. Overige aangelegenheden Geen meningsverschil met het college van burgemeester en wethouders

Er zijn geen meningsverschillen met het college van burgemeester en wethouders geweest en er waren geen beperkingen bij de uitvoering van onze controle. Naar onze mening is ons bij de uitvoering van onze controleopdracht door het college en de medewerkers van uw gemeente de volledige medewerking verleend en hebben wij volledige toegang tot de benodigde informatie gehad.

Wij hebben namens het college van burgemeester en wethouders een ondertekende schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening Bevestigingen van het college van burgemeester en ontvangen. wethouders ontvangen

Naleving van wet- en regelgeving

Wij hebben geen kennis van te rapporteren omstandigheden in verband met het niet-naleven van wet- en regelgeving met uitzondering van de bevindingen die elders in het rapport zijn opgenomen ten aanzien van EU-aanbestedingen.

Betrouwbaarheid en continuïteit van de automatiseringsomgeving

Onze jaarrekeningcontrole is gericht op het geven van een oordeel omtrent de jaarrekening zelf en is niet primair gericht op het doen van uitspraken omtrent de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking als geheel of van onderdelen daarvan. Onze bevindingen daaromtrent raken dan ook slechts die onderdelen die wij onderzocht hebben in het kader van de jaarrekening, wat wil zeggen dat wij ter zake geen volledigheid pretenderen. Uit de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn geen bijzonderheden gebleken waarop wij u via deze rapportage willen attenderen.

Geen aanwijzingen van fraude

In Nederland is de accountant wettelijk verplicht om alle ontdekte fraudegevallen te rapporteren aan het management van de organisatie. Wij merken op dat onze controle niet specifiek is ingericht op het ontdekken van fraude. De accountant is wel verantwoordelijk voor het betrekken van frauderisico’s in de planning en uitvoering van zijn controleopdracht. Wij hebben een fraudediscussie gevoerd met het controleteam en met het financieel management en de directie van de gemeente Stichtse Vecht, waarbij wij de nadruk hebben gelegd op de vermoedens van materiële onjuistheden als gevolg van fraude in de jaarstukken. Van het management en directie hebben wij de bevestiging ontvangen dat er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd waarbij het management of werknemers die een belangrijke rol spelen bij de maatregelen van interne beheersing of anderen in het geval dat de fraude van materieel belang kan zijn op de jaarrekening, zijn betrokken. 312019001.21.124 - 26

Tevens hebben wij zelfstandig werkzaamheden uitgevoerd die gericht waren op het risico van het ‘omzeilen’ van de interne beheersingsmaatregelen door het management te detecteren. Wij hebben specifieke controles uitgevoerd op memoriaalboekingen en schattingen en hebben significante en ongebruikelijke transacties met behulp van gegevensanalyses onderzocht. Hoewel wij op grond van de controle- en overige standaarden een kritische houding moeten hebben ten opzichte van risico’s van fraude in de jaarrekening, merken wij op dat onze controle niet specifiek is gericht op het ontdekken hiervan. Tijdens de uitvoering van onze controle van de jaarrekening 2020 hebben wij geen aanwijzingen verkregen dat er sprake is geweest van materiële fraude. Tot slot merken wij op dat het college nog niet beschikt over een geactualiseerde en geformaliseerde frauderisicoanalyse.

Bevestiging onafhankelijkheid

Bevestiging onafhankelijkheid In overeenstemming met Nederlandse wet- en regelgeving, waaronder de Verordening inzake Onafhankelijkheid (ViO) van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), dient de externe accountant mogelijke conflicten met betrekking tot zijn onafhankelijkheid, zowel in wezen als in schijn, onder de aandacht te brengen van het college en de gemeenteraad. Wij bevestigen dat onze onafhankelijke positie ten opzichte van de gemeente Stichtse Vecht in overeenstemming met de Nederlandse wettelijke en beroepsvoorschriften is gewaarborgd. Wij zijn van mening dat onze objectiviteit gedurende het afgelopen jaar niet is aangetast. Stelsel van waarborgen om onafhankelijke positie te waarborgen Publieke Sector Accountants beschikt over een stelsel van maatregelen om onze onafhankelijke positie bij controlecliënten te waarborgen. Het stelsel van maatregelen is een integraal onderdeel van de bestuurlijke organisatie en van het voor de gehele organisatie van toepassing zijnde stelsel van kwaliteitsbeheersingsmaatregelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1531/documents/34626