3.Overzicht zienswijzen raden op concept IRP.pdf
Tekst van het document
Uw aandachtspunt over zichtbaarheid van de regionale samenwerking in de vervolgfase hebben wij meegenomen in het opstellen van de uitvoeringsstrategie in hoofdstuk 4. In het Plan van Aanpak voor fase 4 moet dit verder worden uitgewerkt. De samenwerking richting uitvoering en de regionale afstemming zijn hierin van belang om het IRP tot uitvoering te kunnen brengen.
Integraliteit RES-REP Een belangrijk vraagstuk voor ons is de relatie tussen de Regionale Energie Strategie (RES) U16 en het IRP. Vooralsnog wordt in het IRP voor vraagstukken rondom energietransitie verwezen naar het RES-traject. Hierdoor lijkt er sprake te zijn van twee separate trajecten, terwijl het IRP de plek zou moeten zijn waar alles samenkomt. In het IRP geeft u aan (blz. 93), dat u voorafgaand aan de besluitvorming over het IRP een memo aanbiedt. Een memo waarin de samenhang en eventuele botsende belangen tussen de energieopgave en de overige opgaven zal worden beschreven. Wij zijn benieuwd naar de inhoud van dit memo en gaan er daarbij vanuit dat u in dit memo ook helderheid verschaft over de omgang met de verschillende tijdshorizonnen van het IRP (2040) en de RES (2030). De nog te verschaffen duidelijkheid over samenhang IRP met RES kan er te zijner tijd toe leiden dat deze zienswijze aangevuld wordt. RES 1.0 is geintegreerd in het IRP.
Voor het concept IRP was de RES 1.0 nog niet gereed. De RES 1.0 is nu geintegreerd in het IRP. Het verschil in tijdhorizonnen wordt in het IRP benoemd.
Oudewater
Oudewater
Vitaliteit als centrale opgave Zoals eerder in onze collegereactie aangegeven, staan diverse onderdelen in het IRP ver af van de ruimtelijke uitdagingen in onze gemeente. Oudewater heeft geen groei ambities en ziet daardoor ook geen noodzaak voor een “schaalsprong”. Wij richten ons vooral op het toekomstbestendig en vitaal houden van onze gemeente en hebben geen behoefte aan het faciliteren van de enorme groeiopgave van de regio Utrecht. Uiteraard begrijpen wij wel dat de groei van omliggende steden en bijbehorende ruimtelijke ingrepen gewenste en ongewenste consequenties (kunnen) hebben op onze gemeente. Vanuit deze invalshoek komen wij op voor de belangen van Oudewater en voelen wij ons constructief betrokken bij het IRP en de daarin beschreven ontwikkelingen. In het traject tot aan de totstandkoming van het huidige concept IRP heeft een verschuiving plaatsgevonden van een eenzijdige focus op het stedelijk gebied naar een meer gebalanceerd verhaal, waarin zowel aandacht is voor het stedelijk als het landelijk gebied. Zo doet de huidige omschrijving van de omgang met de agrarische transitie, waarin aandacht is voor economisch perspectief en de agrariërs als beheerders van het landschap, veel meer recht aan de realiteit dan eerdere teksten en uitspraken op dit onderwerp.
Daarnaast wordt de belangrijke vitaliteitsopgave van de kleine(re) kernen in het IRP omarmd als regionaal vraagstuk. Wel zien wij in sommige onderdelen nog steeds enige onbalans tussen de aandacht voor het stedelijk en landelijk gebied. Zo kunnen wij de in het IRP gemaakte constatering van een oververtegenwoordiging aan dorpse milieus moeilijk plaatsen en strookt dit niet met onze beelden van de praktijk. Het blijft van belang om naast de stedelijke uitdagingen voldoende aandacht te hebben voor de uitdagingen in het landelijk gebied. Het merendeel van de gemeenten in de U16 heeft nu eenmaal een landelijk karakter. Wij verzoeken u deze opmerking (oververtegenwoordiging) te schrappen. 107 Zienswijze
Formulering in IRP aangepast
De constatering rond dorpse milieus volgt uit het kwalitatieve woningbehoefteonderzoek. Daarin werd geconstateert dat in een deel van de regio een overschot zou zijn aan plannen in dorpse milieus. Dit is lastig te rijmen met de woningmarkt in de dorpen. Belangrijk is dat er lokaal de juiste woonmilieus worden gerealiseerd die passen bij de vraag, veelal juist voor de doorstroming van senioren en voor starters. De formulering is in het IRP daarop aangepast tot de volgende: "Buiten de stedelijke agglomeratie moeten woonmilieus vooral lokaal goed worden afgestemd op de behoefte. Het gaat veelal om het creëren van kansen voor de doorstroming van senioren en het toevoegen van woningen voor starters."
Oudewater
Mobiliteit en vitaliteit In het IRP beschrijft u het verschil tussen zelfstandige en verbonden vitaliteit. Zelfstandige vitaliteit gaat over werk en voorzieningen in een kern zelf. Verbonden vitaliteit gaat over werk en voorzieningen buiten een kern, die goed bereikbaar zijn met eigen of openbaar vervoer. In onze gemeente hebben wij met beide vormen van vitaliteit te maken. Voor ziekenhuiszorg, maar ook voor diverse vormen van kunst- en cultuurbeleving zijn de inwoners van de gemeente Oudewater afhankelijk van voorzieningen in andere gemeenten. Om op een goede manier van deze voorzieningen gebruik te kunnen maken is het van belang dat de mobiliteit op orde is. In het IRP geeft u prioriteit aan duurzame vormen van mobiliteit zoals de trein en de (elektrische) fiets. Autoverkeer wilt u zo veel mogelijk beperken. Voor het stedelijk gebied waar de drukte zich concentreert en alternatieven voor autogebruik beschikbaar zijn, snappen wij deze keuze. Voor het landelijk gebied blijft de auto echter het belangrijkste vervoersmiddel voor de (middel)lange afstand. Juist in het kader van de verbonden vitaliteit, essentieel voor de leefbaarheid van onze gemeente, vragen wij aandacht voor het blijven faciliteren van autogebruik in het landelijk gebied.
Uiteraard staan wij daarnaast open voor verkenningen naar en implementatie van duurzame vormen van mobiliteit, wanneer deze een reëel en betaalbaar alternatief vormen voor het autogebruik.
Voor een groot deel van de regio blijft de auto de belangrijkste vorm van vervoer. Toch ligt het in lijn met de doelstellingen van het IRP om ook buiten het stedelijk gebied te streven naar meer gebruik van duurzame vormen van vervoer (zoals de fiets en de bus) of het creëren van aantrekkelijke plekken waar op- of overgestapt kan worden van eigen vervoer naar OV, met name wanneer de bestemming in het stedelijk gebied ligt.
108 Zienswijze
Oudewater
Groeien voor eigen behoefte Wij vinden het goed dat het onderwerp ‘vitale kernen’ een prominente plek heeft in het IRP. Het groeien voor eigen behoefte, van fundamenteel belang voor de vitaliteit van kleine en middelgrote kernen, wordt omarmd. Daarnaast wordt expliciet benoemd dat een gezonde regio begint met vitale kernen. De opgave om kleine en middelgrote kernen vitaal te houden is dus niet enkel een lokale, maar ook een regionale opgave.
109 Zienswijze
110 Zienswijze
111 Zienswijze
Wij begrijpen de argumentatie waarom het onderwerp niet in de ontwikkelpaden is opgenomen. Kleine en middelgrote kernen kennen inderdaad een eigen dynamiek en afhankelijkheden en zijn moeilijk gezamenlijk in een tijdpad te plaatsen. Wel vragen wij aandacht voor het op de agenda houden van dit onderwerp. Als U16-regio staan wij gezamenlijk voor de opgave om de groei voor eigen behoefte van kleine(re) kernen te realiseren. Indien zich moeilijkheden voordoen om deze groei te realiseren, bijvoorbeeld door beperkende kaders van andere overheden, dan verwachten wij dat we hier gezamenlijk als U16 het gesprek met deze overheden over aangaan.
De dynamiek in de vitale kernen is inderdaad een gedeelde en daarmee een regionale opgave. Daarom wordt in het IRP voorgesteld om voor de vitale kernen een eigen gebiedsuitwerking te maken. Op deze manier blijft het thema meer nadrukkelijk onderwerp van samenwerking en regionaal geagendeerd en wordt kennis gedeeld.
Ambities voor werken en groen & landschap Het bedrijventerrein Tappersheul bestempelt u in het IRP als een ‘Next Economy’-locatie. Dit houdt in dat het bedrijventerrein over eigenschappen beschikt, waardoor het in uw ogen geschikt is voor activiteiten verbonden aan het thema circulaire economie. Wat voor activiteiten dit precies behelst, wordt uit het IRP niet duidelijk. Wel spreekt u over het bieden van ruimte aan zwaardere milieucontouren. Wij hebben sterke twijfels over zwaardere milieucontouren op bedrijventerrein Tappersheul, maar gaan graag met u in gesprek over wat u precies voor ogen heeft. Eveneens twijfelen wij aan de mogelijkheden vanuit de beperkte ruimte die Oudewater heeft en krijgt voor bedrijvigheid. Circulaire bedrijvigheid heeft een (veel) grotere ruimtevraag. Wij zijn benieuwd naar uw ideeën en op welke wijze deze aansluiten op de reeds gevestigde bedrijvigheid op het bedrijventerrein. Bedrijvigheid die een belangrijke rol voor onze lokale werkgelegenheid vervult.
In de NEER analyse zijn op basis van een reeks aan indicatoren beoordelingen van de Next Economy potentie van bedrijventerreinen gemaakt. Circulaire economie was hier ook een onderdeel van. De analyses zijn meerdere keren gedeeld met gemeenten, waar ook op gereageerd kon worden. Graag gaan we nader in gesprek met Oudewater over de scores van bedrijventerrein Tappersheul.
Ten slotte staan wij stil bij de ambities op het gebied van groen en landschap. Eerder hebben wij al aangegeven, dat wij het goed vinden dat er veel aandacht is voor de opgaven op het gebied van groen en landschap. Verplichtingen die het Rijk ons oplegt zien wij als onontkoombaar. De U16 aandacht voor groen en landschap komt echter voort uit een schaalsprong die voor de gemeente Oudewater niet hoeft. Aanpassingen aan groen en landschap staan dus ten dienste van de schaalsprong van het verstedelijkt gebied. Dat kan mogelijk voordelen voor Oudewater met zich meebrengen. Het is hierbij van belang om oog te houden voor de balans van de dienstbaarheid van het landschap aan het verstedelijkt én het landelijk gebied. Een gebiedsgerichte aanpak kan dienen als instrument om ruimte te bieden aan de belangen die in een specifiek gebied aanwezig zijn.
De landschappelijke opgave voor de gemeente Oudewater staat niet alleen ten dienste van een schaalsprong van het stedelijk gebied. Autonome ontwikkelingen op het gebied van bodemdaling, de wateropgave en landbouwtransitie zorgen voor veranderingen in het landschap van het Groene Hart die ook zonder groei van de stad Utrecht nodig zouden zijn. In het hoofdstuk adaptief ontwikkelpad is deze opgave in de paragraaf 'systematiek van groen en landschap groeit mee' onderscheiden als categorie C. Een gebiedsgerichte aanpak zal hier inderdaad een goed instrument voor zijn en zal verder worden uitgewerkt in de vervolgfase van het REP.
Oudewater
Oudewater
Oudewater
112 Zienswijze
Oudewater
113 Zienswijze
Oudewater
114 Amendement
Oudewater
Daarnaast blijft de financiering van de ambities een lastig vraagstuk. Wij vinden dit merkwaardig gezien het feit dat veranderingen in groen en landschap het gevolg zijn van de schaalsprong in het verstedelijkt gebied. Indien de ambities op het gebied van groen en landschap niet haalbaar blijken te zijn, kan dit gevolgen hebben voor andere thema’s die in het verstedelijkt gebied spelen. Het is belangrijk om in de komende periode te monitoren in hoeverre stedelijke ambities om maatregelen in groen en landschap vragen en of die uitvoerbaar blijken te zijn of niet. Zeker op onderwerpen waarvan wij nu al weten, dat realisatie hiervan niet eenvoudig is. Samenvattend Voor het overzicht benoemen wij nogmaals onze belangrijkste opmerkingen en aandachtspunten: • Dank voor het op een goede manier verwerken van de collegereactie. • Heb aandacht voor de rol van het lokale bestuur en het spanningsveld tussen regionale samenwerking en democratische legitimiteit. • Wij zijn benieuwd naar de integratie van het RES in het IRP en sluiten niet uit dat het toegezegde memo tot een aanvulling op deze zienswijze leidt. • Geef voldoende aandacht aan het stedelijk én landelijk gebied – zorg voor een goede balans; • Mobiliteit is voor kleine(re) kernen van essentieel belang voor de vitaliteit. Geef voldoende ruimte aan automobiliteit indien er geen goede alternatieven aanwezig zijn.
• Het groeien voor eigen behoefte van vitale kernen is niet enkel een lokale, maar ook een regionale opgave waarvoor wij gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen. • Licht nader toe wat uw plannen zijn met de ‘Next Economy’-bedrijventerreinen, waarbij wij sterke twijfels hebben over zwaardere milieucontouren en circulaire activiteiten op bedrijventerrein Tappersheul. • Heb voldoende aandacht voor de dienstbaarheid van de groenambities aan het landelijk en stedelijk gebied en de financierbaarheid van deze ambities. Wij kijken uit naar de wijze waarop u onze zienswijze in het IRP verwerkt. Daarnaast ontvangen wij graag een nadere toelichting op de onderdelen waar wij dat hebben gevraagd. Mocht u vragen voor ons hebben, dan horen wij dat uiteraard graag. Indien nodig zijn wij tot een mondelinge toelichting van deze brief bereid. Hoogachtend, Namens de gemeenteraad, De burgemeester, De griffier, Drs. D.C. de Vries mr. A. van der Lugt
De groenopgave is net als de andere opgaven voor de regio ambitieus en voorwaardelijk voor de groei van de regio. Het klopt dat veel van deze ambities net als ambitites uit andere thema's nog niet financieel gedekt zijn. We benadrukken dat het gaat om een gezamenlijke ambitie van de regio waarbij de oplossingen ook moeten passen bij deze gezamenlijkheid. In het hoofdstuk uitvoeringsstrategie is dit in het IRP omschreven en in de vier fase wordt dit verder uitgewerkt. Daarbij wordt nauw samengewerkt met het programma 'groen groeit mee' van provincie, gemeentes en waterschappen.
Zie bovenstaande antwoorden
Dank voor heldere samenvatting. Zie bovenstaande antwoorden voor de verantwoording.
Behoeft geen beantwoording
op zienswijze
Onderwerp: Zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16 De raad van de gemeente Oudewater in vergadering bijeen d.d. 15 juli 2021 De ondergetekende, lid van de raad van de gemeente Oudewater, stelt voor om het raadsbesluit als volgt aan te passen: De zienswijze op het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) met nummer D/21/024155 vast te stellen, waarin de volgende aandachtspunten zijn opgenomen: (…) Te wijzigen in: De zienswijze op het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) met nummer D/21/024155 gewijzigd vast te stellen, waarin de volgende aandachtspunten zijn opgenomen: (…) Tevens stelt ondergetekende voor om het raadsbesluit als volgt aan te vullen: 3. Aan de zienswijze vanuit de gemeenteraad met nummer D/21/024155 wordt onder het kopje ‘Ambities voor werken en groen + landschap’ de volgende alinea toegevoegd: ‘Natuurinclusieve landbouw is het belangrijkste onderdeel van nieuwe natuur. Dit willen wij expliciet benoemd zien in het IRP. Voordat een voorstel wordt gedaan voor nieuwe natuur, moet bij de huidige beheerder worden nagegaan welke activiteiten er nu plaatsvinden om de biodiversiteit te verbeteren. De 4110 hectare die genoemd wordt in het concept IRP voor nieuwe natuur en recreatie moet als laatste onttrokken worden aan de agrarische sector.
Alle ideeën moeten in samenspraak en overleg met de agrarische sector opgepakt worden, zodat er echt een plan is om natuurdoelen te halen en de sector en de natuur er beiden op vooruit kunnen gaan.’
Uw excpliciete uitspraak dat natuurinclusieve landbouw het belangrijkstste onderdeel is van nieuwe natuur is met enige nuance verwerkt. Natuurinclusieve landbouw levert een essentiele bijdrage aan behoud van bestaande natuurwaarden, nieuwe natuur en vergroting biodivsiteit. In het IRP zijn de teksten rond het 'perspectief agrarische sector' aangescherpt. Zo is opgenomen dat 'transitie maatwerk vereist per deelgebied in nauwe samenwerking met de agrariers'. Natuurinclusieve landbouw' werd al genoemd bij de gebiedsopaven groen en landschap in de thematische uitwerkingen. Uw voorbeeld van agroforestry is daar een mooie illustratie van. Onder het kopje 'perspectief agrarische sector' in hetzelfde hoofdstuk is 'natuurinclusieve landbouw' Toelichting: benoemd als onderzoekvraag voor het vervolg: 'Wat houdt kringlooplandbouw en Met het uitvoeren van dit IRP, moet het toekennen van nieuwe natuur niet het tegenstelde effect hebben. Bespreek daarom met huidige beheerder, wat hij nu doet om natuur een plaats te geven. natuurinclusieve landbouw in elk deelgebied in en welk verdienmodel is het meest kansrijk?' We Als je spreekt over nieuwe natuur, dan moet dit in samenspraak met de beheerder zodat hij zijn bedrijfsvoering kan combineren met de ambitie van natuurversterking.
Helaas zien we niet in het IRP zijn het dus eens met uw constatering dat dit een belangrijk onderdeel is en dat de agrariër hierin terug dat onder nieuwe natuur, ook natuurinclusie landbouw als belangrijk onderdeel thuishoort. In Oudewater wordt er al heel veel gedaan aan natuurinclusieve landbouw. Op blz 47 tekst aanvullen: stimuleren van de transitie van een hoofdrol speelt. Toch achten wij de landschappen en opgaven in de gehele regio te divers om Binnenkort start er bij de ANV (Agrarische Natuur Vereniging) in Oudewater een nieuw project, ook wel Agroforestry in de Lopikerwaard. Agroforestry is een relatief nieuw begrip, het is een vorm reguliere landbouw naar economische rendabele kringloop de keuze voor de gehele regio te maken dat natuurinclusieve landbouw het belangrijkste van landgebruik waarbij bomen/struiken en veeteelt op hetzelfde perceel voorkomen. Je kunt dan denken aan percelen waarop bijvoorbeeld notenbomen groeien en vee kan grazen, of aan zgn. landbouw met nadrukkelijk aandacht voor natuurinclusieviteit. onderdeel is van nieuwe natuur. Het zou kunnen dat dit bijvoorbeeld niet het geval is bij het ‘voederhagen’ waar vee van aangeplante bomen en struiken kunnen knabbelen om zo hun benodigde voedingsstoffen en mineralen op natuurlijke wijze te verkrijgen.
Met dit project willen we Op blz 85 bij perspectief agrarische sector toevoegen: vergroten en het robuust maken van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, of bijvoorbeeld bij bijdragen aan herstel van natuur en biodiversiteit. Maar er is uiteraard ook oog voor verdienmodellen voor de agrariër. Natuurinclusieve landbouw levert een essentiele bijdrage aan het versterken van natuurwaarden rond de Veenplassen of bij het ontwikkelen van nieuwe natuur het behouden van bestaande natuurwaarden en het vergroten in de uiterwaarden. Vanwege deze diversiteit van landschappen brengen wij dus de bovenstaande Daarnaast heeft de agrarische sector die grond zelf hard nodig om te verduurzamen en te extensiveren. van de natuurwaarden en de biodiversiteit. nuanceringen aan. 115 Zienswijze
Stichtse Vecht
Geachte heer Verschuure, geachte heer Jansen, Het college en de gemeenteraad van Stichts Vecht hebben met interesse kennisgenomen van het concept-Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). Wij constateren dat het document na een zorgvuldig traject met veel bestuurlijke en ambtelijke inbreng vanuit alle gemeenten in de regio tot stand is gekomen. Hiervoor willen wij onze waardering uitspreken. Het concept-IRP is op 25 mei 2021 behandeld in de collegevergadering van Stichtse Vecht en vervolgens besproken tijdens de commissievergadering van 15 juni 2021. De gemeenteraad heeft vervolgens op 6 juli 2021 besloten u de onderstaande zienswijze te sturen op het concept-Integraal Ruimtelijk Perspectief. Namens hen sturen wij dan ook de onderstaande zienswijze.
Behoeft geen beantwoording
116 Zienswijze
Stichtse Vecht
117 Zienswijze
Stichtse Vecht
118 Zienswijze
119 Zienswijze
Dank.
Het integraal ruimtelijk perspectief In het integraal ruimtelijk perspectief wordt aan de hand van een aantal perspectieven het toekomstbeeld geschetst voor de regio. Op basis hiervan zijn de acht redeneerlijnen ontwikkeld waarin deze verschillende perspectieven op de regio worden toegelicht en worden op een aantal vlakken via een inhoudelijke verdieping verduidelijkt. Bij deze redeneerlijnen in combinatie met de inhoudelijke verdiepingen zien we een aantal keuzes waar we nog een nadere verduidelijking op willen zien.
Behoeft geen beantwoording
Samenwerking met andere regio’s. Als regio maken we deel van een groter gebied. Zoals we zeggen dat de grote opgaven niet stoppen bij de gemeentegrenzen zo stoppen deze ook niet bij de regio. Samenwerking en afstemming met de omliggende regio’s is dan ook wenselijk. Deze koppeling wordt nog gemist in het IRP. Verzocht wordt om ieder geval op de onderstaande punten de tekst aan te passen: 1. Op blz. 9 toe te voegen: NA: “Deze bijzondere kwaliteit van leven trekt mensen van binnen en buiten Nederland naar onze regio”. “Afstemming en samenwerking met de belangrijke regio rondom de U16 zoals de metropoolregio Amsterdam, food valley en de regio Eindhoven die past in ons regionale profiel biedt extra kansen voor een economisch gezonde regio”; 2. Op blz. 33 perspectief 4: toe te voegen: “We zoeken samenwerking met de belangrijke regio rondom U16 waar het internationale aspecten betreft zoals vestiging van internationaal opererende bedrijven en zoeken daarbij naar complementariteit die past bij ons profiel van gezondheid en natuurlijke kwaliteiten. Dit vereist bestuurlijke samenwerking” Verwerkt in tekst IRP
De afstemming met het grotere schaalniveau hebben we toegevoegd op de gesuggereerde locaties. Het besef dat de regio niet op zichzelf staat is een goede toevoeging aan het IRP.
Redeneerlijn 1: De Utrechtse trots als basis Het is goed om te zien dat belangrijke bouwstenen uit de pijler groen en landschap zijn overgenomen. Het behoud en ontwikkelen van de ‘Utrechtse Trots’ in kwaliteit en kwantiteit onderstrepen wij. De ontwikkeling van de Utrechtse Trots draagt bij aan een groeiende behoefte aan recreatie en de gezondheid van inwoners en bezoekers in de regio. De schaalsprong van het landschap en zijn kwaliteiten wordt uiteengezet in gebiedsgerichte opgaven. Dit geeft aanleiding voor de te ontwikkelen thema’s en mogelijke samenwerkingsverbanden in de programmering. Voor de gemeente Stichtse Vecht zien wij belangrijke opgaven terugkomen in de gebiedsgerichte opgaven: 1. Blauwe krans Stelling van Amsterdam (pg. 73) 2. Polderscheg Lange Linschoten – Woerden – Breukelen (pg.74) 4. Waterliniescheg (pg. 75) 7. Agrarisch groenblauw netwerk (pg. 76)
Dank voor het compliment. Fijn dat u zich herkend in de opgaven
Stichtse Vecht
Stichtse Vecht
Zienswijze
Stichtse Vecht
121 Zienswijze
Stichtse Vecht
De verbindende thema’s zijn de veenweidegebieden, open landschappen, groenblauwe verbindingen, Hollandse Plassen, UNESCO erfgoed en cultuurhistorie. De kaart op pagina 72 verbeeldt deze opgaven. Het college heeft reeds eerder aangegeven dat de rivier de Vecht als groenblauwe verbinding en de Nieuwe Hollandse-Waterlinie als cultuurhistorische kwaliteit beter benoemd en verbonden zouden kunnen worden in de gebiedsgerichte opgaven 1, 2 en 4. Op pagina 41 wordt wel melding gemaakt van deze kwaliteiten als zodanig en wordt benadrukt dat het nodig is om deze kwaliteiten beter te ontsluiten. Het is nodig om binnen de U16 gezamenlijk aan deze opgaven te werken in passende allianties. Wij benadrukken deze urgentie en stippen dan ook het belang aan om deze kwaliteiten op te nemen binnen de gebiedsgerichte opgaven. Bovendien worden we graag betrokken in alliantievorming wanneer het deze kwaliteiten betreft. Om dit helder te stellen is het ons inziens goed om de rivier de Vecht en de elementen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) binnen ons gebied in de teksten van de gebiedsgerichte opgave van de Blauwe Krans Stelling van Amsterdam op pg.73, de Polderscheg Lange Linschoten – Woerden – Breukelen op pg. 74 en de Waterliniescheg op pg. 75 op te nemen. De rivier de Vecht heeft een centrale en verbindende ligging tussen de Vinkeveense en Loosdrechtse Plassen.
Het landschap is hier kleinschalig met een afwisseling aan dorpen en buitenplaatsen, kastelen en boerderijen en vormt door zijn verwevenheid van functies een bijzondere kwaliteit. De geschiedenis van de regio is hier voelbaar en zichtbaar aanwezig. Het cultuurhistorisch erfgoed en landschap maken de verhaallijn van de Gouden Eeuw en de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie beleefbaar. Deze kwaliteiten verbinden de genoemde gebiedsgerichte opgaven en zouden als zodanig aan de orde moeten komen in de gebiedsgericht opgave, kaart(en) en kwaliteit. Teksten gebiedsgerichte landschapsopgaven zijn aangevuld. Redeneerlijn 2: Keuze voor duurzame mobiliteit Stichtse Vecht ligt tussen de grote steden Utrecht en Amsterdam. Dat brengt de nodige vervoersbewegingen met zich mee. De spoorverbinding Utrecht- Amsterdam, het Amsterdam- Rijnkanaal en de A2 zijn belangrijke verkeersaders voor Nederland en lopen door Stichtse Vecht. De druk op de bestaande infrastructuur is groot. De mobiliteit loopt nu al vast en de huidige infrastructuur kan de forse groei voor de komende decennia niet aan. Het inzetten op duurzame mobiliteit en bereikbaarheid om te kunnen wonen, werken, winkelen en recreëren sluit dan ook helemaal aan bij onze ambities. Bereikbaarheid en mobiliteit zien wij als voorwaarde bij toekomstige ontwikkelingen.
OV-knooppunten vormen hierbij een belangrijke rol doordat deze een nadrukkelijke rol hebben in de verstedelijking en ook in de mobiliteit om ketenverplaatsingen te faciliteren. Allerlei vervoersstromen komen bij een ov-knooppunt samen, met prioriteit voor fietsen, lopen en openbaar vervoer. Er ligt dan ook zeker een opgave op het gebied van verduurzaming van de mobliteit zoals ontwikkeling van het OV knooppunt bij Breukelen en Maarssenbroek. Maar ook het inzetten op goede OV verbindingen met de kleinere kernen. Hierbij verzoeken wij u sowieso de volgende tekstwijziging te doen: 1. Op blz. 20 mobiliteit: Toe te voegen: “een schaalsprong in het regionale OV systeem is ook nodig voor de bereikbaarheid en vitaliteit van en tussen de kernen”; 2. Bij blz. 49 onder toeleidend OV in te voegen: Ook buiten het wiel met spaken “en tussen de kleine kernen” moet het toeleidende OV op orde zijn.
122 Zienswijze
Verwerkt in IRP
124 Zienswijze
125 Zienswijze
Onderschrijft teksten in deelgebied
Bereikbaarheid en mobiliteit zien wij als voorwaarde bij toekomstige ontwikkelingen. Er ligt dan ook zeker een opgave op het gebied van verduurzaming van de mobiliteit zoals ontwikkeling van het OV knooppunt bij Breukelen en Maarssenbroek. Maar ook het inzetten op goede OV verbindingen met de kleinere kernen.
Stichtse Vecht
Redeneerlijn 3: Een gezonde regio begint met vitale kernen De raad is van mening dat het IRP onvoldoende aandacht schenkt aan de vitaliteit en leefbaarheid van de (kleinere) kernen. Het beleid is vooral gericht op het behouden van aantrekkelijke dorpen en steden en een duurzame prettige en gezonde woon- en leefomgeving. Verzocht wordt op de volgende tekst aan te passen: 1. Op blz. 21 vitale kernen: Toe te voegen: “De focus om te bouwen rond knooppunten mag bouwen in de directe omgeving van (kleinere) kernen en kernrandzones niet in de weg staan teneinde de leefbaarheid in de (kleinere) kernen te stimuleren.” 2. Op blz. 23: toe te voegen in laatste tekstblok: “Plaatsing van windmolens op de grensvlakken tussen gemeenten willen wij vermijden tenzij hierover consensus tussen de betrokken gemeenten bestaat” 3. Op blz 55: bij opstellen vitale kernen, de “Handreiking vitaliteit met kwaliteit” toe te voegen: “leefbaarheid en voorzieningen niveau.” 123 Zienswijze
De Vecht en de Nieuwe Hollandse Waterlinie maken onderdeel uit van de groenblauwe verbindingen en zijn daarmee cruciaal als regionale kwaliteitsdragers. Ook in het adaptief ontwikkelpad (hfst 4) onderdeel systematiek van groen en landschap groeit mee zijn deze groenblauwe verbindingen specifiek benoemd. We onderschrijven de urgentie van deze opgaven. Uiteraard wordt de gemeente Stichtse Vecht betrokken bij de uitwerkingen in fase 4. De teksten van de gebiedsgerichte landschapsopgaven zijn aangevuld waar, per abuis, de Vecht en/of de Nieuwe Hollandse Waterlinie ontbrak.
Ad. 1: De vitaliteit van kernen wordt in het hoofdstuk over "opgaven" als voorwaardelijk beschreven voor de regio. Het gaat in dit hoofdstuk alleen over de opgaven en dus niet over de oplossingen. Het past daarom niet in het IRP om op deze plek een verband te leggen tussen de binnenstedelijke ontwikkeling (die hier nog niet is geïntroduceerd) en de opgave voor vitale kernen. Ad.2: Ook hier gaat het over het benoemen van de opgave. Voor de uitwerking en de afspraken is dit niet de juiste plek. Bovendien worden afspraken over zoekgebieden voor energieopwekking gemaakt in RES-verband. Ad.3: Leefbaarheid en voorzieningenniveau zijn van groot belang voor de vitale kernen. Dit is de kern van redeneerlijn 3 en wordt in het IRP nadrukkelijk onderschreven. De handreiking vitaliteit met kwaliteit gaat over de ontwerpkwaliteit van plannen bij vitale kernen. De reden om deze plannen te maken is dus leefbaarheid en voorzieningenniveau, maar de handreiking gaat vooral over het delen van kennis over de kwaliteit van plannen voor vitaliteit.
Stichtse Vecht
Stichtse Vecht
Redeneerlijn 5: Intensiveren regiopoorten We willen na 2030 de potentie van het stationsgebied Breukelen, om uit te groeien tot een hoogwaardig stedelijk woon- en werkmilieu, beter benutten. Het blijft een plek waar de overstap gemaakt wordt naar het ov richting Amsterdam of Utrecht. We willen hier een plek realiseren met een gezonde mix van wonen, werken en winkelen. Daarnaast zien we knooppunt Breukelen ook als Groene poort, zodat het mooie buitengebied van Stichtse Vecht goed bereikbaar wordt voor inwoners uit de regio voor recreatie en ontspanning. De spoorse ambitie staat al in het IRP, geen verwerking nodig. Redeneerlijn 8: Duurzame energie is een gezamenlijke opgave In het concept-IRP wordt het woord circulaire bedrijven veelvuldig gebruikt. Het verduurzamen van bedrijven gaat verder dan alleen circulair. Daarom wordt verzocht het woord te wijzigen in 'duurzaam'. Daarbij verzoeken wij u ook de tekst op blz 35 aan te passen. “Perspectief 6: In 2040 is de regio op weg naar energieneutraliteit” te vervangen door: “Perspectief 6: In 2040 is de regio op weg naar duurzame energie”. Aanpassing tekst circulaire bedrijventerreinen
In het concept IRP werd gesproken over 9 buitenpoorten, die niet waren benoemd. Daarnaast werd gesproken over landschapspoorten in de uitwerking in deelgebieden. Deze inconsistentie is in de actuele versie van het IRP recht getrokken. In de uitwerking van het deelgebied Vecht en Venen is benoemd dat Breukelen zowel Regiopoort is als Landschapspoort. Een plek voor verstedelijking, maar ook voor toegang tot het landschap. We hebben gekozen voor de term 'energieneutraliteit' omdat naast de kant van duurzame energie ook energiebesparing onderdeel is van de opgave. De tekst over circulaire bedrijvigheid is aangepas om beter te duiden wat hiermee bedoeld wordt.
Stichtse Vecht
Deelgebieden Stichtse Vecht is gelegen in twee deelgebieden: deelgebied 2: Noordoostflank en deelgebied 3: Vecht en Venen. De Noordoostflank is het gebied gelegen tussen de Loosdrechtse Plassen en de Heuvelrug. Hier komen het strategische landschap van de Waterlinie, Heuvelrug en stadsrand samen. Deelgebied Vecht en Venen is het gebied dat vooral gelegen is binnen de gemeenten Stichtse Vecht en Ronde Venen. Kenmerkend door het aanwezige veenweidengebied en de verschillende rivieren zoals De Vecht en het Gein. Maar ook door de dynamische infrastructuurlijnen die van noord naar zuid gaan. Wij kunnen instemmen met de opgaven die worden beschreven voor landschap, mobiliteit, stedelijke ontwikkeling, ontwikkeling regiopoorten, vitaliteit en werken, waarbij wij u vragen rekening te houden met de hierboven genoemde aanvullingen. Verwerkt in tekst
De introductieteksten voor de deelgebieden zijn aangepast met behulp van uw voorstellen.
126 Zienswijze
127 Zienswijze
Stichtse Vecht
Stichtse Vecht
Het IRP is met nadruk een integrale visie waarin alle opgaven gelijkwaardig zijn en gestart is vanuit de waarde van het lanschap en de vitaliteit van de kernen, gemeenten en de regio als geheel. Juist de integraliteit van de regionale visie maakt deze visie uniek in het land en juist dat is van grote toegevoegde waarde binnen de regio en in de nationale context. De term gezond leven in een stedelijke regio is bekend in het land en helpt de zichtbaarheid en de lobby. Het is ook breed ingebed in de eigen regio en heeft op diverse plekken aan de basis gestaan van besluitvorming in raden over de toekomst van de regio. Het wijzigen van de titel zou daarom niet passend zijn.
Tot slot Jaren geleden zijn we als regio gestart met het ontwikkelen van een toekomstperspectief van de regio. Hierbij maken we gebruik van de titel “Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen”. In de loop van het proces zijn we naast de stedelijke opgaven ook gaan kijken naar de opgaven in het buitengebied. Daarnaast bevat de U16 regio ook kleine(re) kernen. De gebruikte titel legt teveel het accent op het belang van alleen de steden/ grote kernen in de U16 regio. Ook de kleine(re) kernen verdienen hetzelfde respect en aandacht als de grotere steden. De raad is dan van mening dat de titel niet meer passend is bij de verschillende opgaven waar we voorstaan. Daarom verzoeken wij u om in de titel het woord “stedelijke” te verwijderen. De titel wordt dan als volgt: Gezond leven in een regio voor iedereen. Wij gaan ervan uit dat de punten die wij in onze reactie benoemen, leiden tot een scherper en beter IRP. Daarnaast gaan we ervan uit dat u ons als college nog in de gelegenheid stelt om te reageren op de eventuele aanvullingen op de redeneerlijnen vooraf aan het vaststellen van het IRP. Indien u nog vragen heeft dan kunt u contact opnemen met Tom Verkammen, telefoonnummer 0346 25 47 63 of e-mail tom.verkammen@stichtsevecht.nl. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht, drs. A.J.H.T.H. Reinders drs. F.J. Halsema burgemeester gemeentesecretaris
128 Zienswijze
Behoeft geen beantwoording
Utrecht
Geachte bestuurlijk opdrachtgevers REP, Op 30 maart stuurde u ons – via het College van B&W - het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) met het verzoek hierop te reageren. Als gemeenteraad van Utrecht doen wij dat graag en met deze brief sturen wij u onze zienswijze. Wij waarderen het zeer dat de raden in deze fase in de gelegenheid worden gesteld te reageren op het concept-document. Het concept IRP is een indrukwekkend en mooi document, zowel in tekst als in beeld. Het is gelukt om de grote ruimtelijke opgaven voor de komende jaren samenhangend in beeld te brengen. Daar mogen we als regio trots op zijn. Met dit concept IRP als basis gaan we als regiogemeenten in gezamenlijkheid aan de slag met de beschreven ambities op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, groen en energie. 129 Zienswijze
130 Zienswijze
Utrecht
131 Zienswijze
Utrecht
133 Zienswijze
134 Zienswijze
De manier waarop het IRP scoort op het beoordelingskader heeft volop onze aandacht. Het gaat met name om het scheppen van de juiste randvoorwaarden voor gezondheid en leefbaarheid en tegelijkertijd het zoeken naar locaties voor binnenstedelijke verdichting. In het IRP en in het vervolgproces is hier volop aandacht voor.
Wij hebben eerder uw beoordelingskader vastgesteld en constateren dat deze methodiek goed werkbaar is. Het concept IRP is zorgvuldig langs deze meetlat gelegd en het IRP scoort in zijn algemeenheid positief. Wij vertrouwen erop dat u de elementen waarop de score neutraal, onduidelijk of negatief is verder zult uitwerken in de definitieve IRP of in de vervolgfase. Hieronder geven wij enkele specifieke zaken aan, waarvoor wij aandacht willen vragen. Wij hebben er alle vertrouwen in dat het vervolgproces zal leiden tot een breed gedragen visie voor onze regio op weg naar 2040. Ten opzichte van de huidige conceptversie hebben wij als gemeenteraad van Utrecht enkele aanvullingen en aandachtspunten mee te geven. Deze worden in het navolgende puntsgewijs beschreven.
1. Hoewel de ambitie is dat we met het IRP een integrale visie neerleggen voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de regio, kiest u bij de programmering voor een thematische aanpak. Aangezien wij met elkaar als regio schaarse en kostbare ruimte moeten invullen, lijkt het ons noodzakelijk om hierbij continu een integrale blik te hanteren. Hoe ongemakkelijk het ook zal zijn, wij zullen als regio integraal moeten programmeren. In dit opzicht is ook het IRP zelf natuurlijk nog niet volledig integraal; de locaties voor energieopwekking, energieopslag en energietransport ontbreken nog en aangezien dit om een omvangrijke ruimteclaim zal gaan, had dit ook als dilemma steviger in het IRP kunnen worden beschreven. Voor energie is het gemiste kans dat mogelijke regionale uitgangspunten ten aanzien de gebouwde omgeving, zoals bijvoorbeeld energieneutraal bouwen, daken bij nieuwbouw optimaal benutten, of nieuwbouw bij voorkeur via lage temperatuur verwarming verwarmen niet zijn opgenomen. Deze hadden onafhankelijk van de oplevering van de RES onderdeel van het IRP kunnen zijn. Wij verzoeken u om de ambitie naar een energieneutrale regio op te nemen in het IRP. Wij verzoeken u om de ambitie naar een energieneutrale regio op te nemen in het IRP. 132 Zienswijze
Behoeft geen beantwoording
Utrecht
Behoeft geen beantwoording
RES 1.0 is geintegreerd in het IRP.
De RES vormt de belangrijkste input op het gebied voor het thema Energie. In de RES wordt gewerkt aan zowel de warmte- als de elektriciteitstransitie. We onderschrijven de doelen uit het Klimaatakkoord. Voor het concept IRP was de RES 1.0 nog niet gereed. De RES 1.0 is nu geintegreerd in het IRP. Daarmee maken bijvoorbeeld de zoekgebieden voor duurzame opwek deel uit van het IRP. Ook de verduurzaming van de gebouwde omgeving maakt onderdeel uit van het IRP en zal in de volgende fase verder zijn uitgewerkt.
Utrecht
2. Het is nog onduidelijk hoe de programmering in de volgende fase eruit gaat zien. Hoe we de stap zetten van een gemeenschappelijk gedragen visie naar gezamenlijke verantwoordelijkheid voor uitwerking die recht doet aan de zelfstandige positie van gemeenten. Daarbij achten wij het van belang dat u ook koppelkansen van de belangrijke opgaven onderzoekt en benut, bijvoorbeeld het realiseren van scheggen met routes voor OV en fiets; of het Wiel met spaken uitwerken voor fiets, OV en groen. Op strategische vraagstukken kan het van belang zijn om als regiogemeenten samen op te trekken; wij denken bijvoorbeeld aan het tegengaan van grondspeculatie. Als randvoorwaarde voor ontwikkeling missen we in het IRP dat er een oplossingen moeten komen voor de stikstofproblematiek. Wij vragen u in de volgende fase te verkennen hoe de gelijktijdige ontwikkeling van de ambities voor groen en landschap eraan kunnen bijdragen dat andere thema’s zoals wonen, werken en mobiliteit ook verder kunnen in hun ontwikkeling.
Het IRP is een regionale visie dat richting geeft en waarin nog een aantal onzekerheden bij de uitwerking en realisatie. De gekozen ontwikkelricihting en financieringsvraagstuk maakt dat het slim combineren van functies, partijen en middelen cruciaal is nij de uitvoering. Koppelkansen worden in het IRP op diverse plekken benoemd: redeneerlijn 1, thematische uitwerking landschap en in de deelgebieden (hfst 3). Dit is ook onderdeel van fase 4 om deze meekoppelkansen te concretiseren en te verzilveren. Stikstofvraagtstuk is nu benoemd in relatie tot de landbouw. Bij de uitvoering ligt het eigenaarschap en primaat bij de gemeenten, de U10 kan dat ondersteunen, onder andere middels een realisatiestrategie. Daarvoor wordt expertise (bijv. t.a.v. tegengaan grondspeculaties) en afstemming met andere regio's wordt georganiseerd.
3. Wij geven u graag enkele specifieke inhoudelijke aandachtspunten mee, die voor een deel ook waren aangegeven in de zienswijze van het Utrechtse College van B en W: ➢ Op het gebied van woningbouw zien wij in het IRP een sterke focus op voldoende woningen. Wij willen benadrukken dat zeker zo belangrijk is dat we woningen bouwen die aansluiten bij de vraag, dat we doorstroming op de woningmarkt stimuleren, dat we streven naar leefbare en gemengde wijken, dat we aandacht hebben voor specifieke doelgroepen en dat we werken aan een grote diversiteit aan woonmilieus. Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen; het is belangrijk dat de regio een ontwikkelstrategie heeft hoe we dat ook voor het lage en middensegment kunnen realiseren. We vinden ook dat onze motie over het aanbod voor kwetsbare groepen te mager is verwerkt. Wij stellen voor om de Provinciale streefnorm van ten minste 25% sociale huur en ten minste 25% middenhuur) op te nemen in het IRP. In de uitwerking in deelgebieden wordt het thema wonen niet expliciet genoemd en krijgen we geen zicht op de aantallen woningen en de diversiteit van woonmilieus (van zowel de bestaande als de nieuwe locaties). verwerkt in IRP
In de thematische verdieping van het thema wonen is een paragraaf toegevoegd aan het IRP met daarin een verwijzing naar de Provinciale Streefnorm en het uitgangspunt dat in het Regionaal Programmeren iedere gemeente haar verantwoordelijkheid neemt om te zorgen voor voldoende betaalbare woningen en woningen voor kwetsbare doelgroepen. Waar het gaat om woonmilieus wordt in hetzelfde hoofdstuk een kaart geïntroduceerd met toekomstige woonmilieus. Dit hebben we nog niet kunnen vertalen naar aantallen woningen per woonmilieu, omdat het voor veel van de locaties nog niet mogelijk is om aantallen te noemen. Tevens hebben veel gemeenten de behoefte geuit om woonmilieus lokaal verder uit te werken. Tenslotte geeft een uitwerking naar woningaantallen per deelgebied niet het juiste beeld, omdat de deelgebieden overlappen. Zo is de Gemeente Utrecht onderdeel van alle vijf deelgebieden.
Utrecht
Utrecht
135 Zienswijze
Utrecht
136 Zienswijze
Utrecht
➢ Als het gaat om de economische doelstellingen en de werklocaties is de stad Utrecht de motor van de regio. Het ontbreekt in het IRP aan deze constatering en in samenhang daarmee zouden wij graag de volgende toevoegingen zien in het IRP: > Er is op korte termijn behoefte aan het realiseren van extra bedrijventerreinen van totaal circa 65 hectare, te verdelen over een drietal locaties in de regio, bedoeld voor bovenlokale bedrijvigheid die voor de regio belangrijk is. > Het Science Park verder uitwerken als internationale toplocatie op het gebied van Life Science, inclusief de satellietlocaties Zeist, De Bilt en Driebergen. > De A12 zone goed benutten als nieuwe locatie voor werken, in combinatie met de andere bouwstenen (mix van functies). > Grootschalige distributiecentra (XXL-locaties) die geen directe binding hebben met de stad en weinig werkgelegenheid toevoegen niet inpassen nabij de stedelijke knooppunten omdat dit een negatieve invloed heeft op de bereikbaarheid. Voor stadsdistributie kan wel ruimte worden gecreëerd. Het thema Mobiliteit mag sterker worden geduid als randvoorwaarde voor de verdere verstedelijking. De schaalsprong mobiliteit vraagt onder meer om hoogwaardige loop- en fietsverbindingen, fietsenstallingen, een regionale parkeerstrategie en deelmobiliteit.
P+R-locaties kunnen een belangrijke rol vervullen in het afvangen van verkeer; wij trekken hierin graag samen op met de regio en pleiten ervoor om dit een plek te geven in het IRP. Op het gebied van groen en gezonde leefomgeving ontbreken in de paragraaf ‘gezond stedelijk leven’ de elementen zoals gezonde lucht, afname van geluidshinder, gezonde bodem en schoon oppervlakte- en drinkwater en ruimte voor dieren. Verder zien wij graag toegevoegd dat zowel in ontwikkelgebieden als in de bestaande stad (en zowel bij bestaande als nieuwe bedrijventerreinen) groenontwikkeling, behoud van groen en op biodiversiteit gericht beheer prominent wordt meegenomen.
Verwerkt in tekst IRP
De constatering dat de Stad Utrecht de economische motor van de regio is, is toegevoegd in de introductie van Redeneerlijn 7. De opgave voor regionale bedrijventerreinen, de wetenschapsmilieus en de (stads)distributie zijn benoemd in hoofdstuk 2C onder het thema werklocaties.
Teksten in IRP zijn in lijn met de zienswijze.
Verwerkt in IRP
De punten voor gezond leven zijn toegevoegd aan de Handreiking Handreiking voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen. In redeneerlijn 1 is een tekst toegevoegd over natuurinclusieve steden.
137 Zienswijze
138 Zienswijze
139 Zienswijze 140 Zienswijze
Utrecht
➢ Wij missen in het IRP aandacht voor recreatie, sportvoorzieningen en evenementenlocaties.
In de Handreiking voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen wordt het belang van o.a. sport- en recreatievoorzieningen benoemd. Er wordt gemeenten opgeroepen om hier gezamenlijk een norm voor te ontwikkelen en te hanteren. Op regionaal niveau zijn nog geen richtlijnen of normen voor dit soort voorzieningen, waardoor de opgave niet is gekwantificeerd. De Utrechse methode van een Barcode is op regionaal niveau nog niet toe te passen. Het blijft in het IRP dus bij een oproep om dit verder te ontwikkelen.
Ook verzoeken wij meer aandacht te besteden aan de klimaatcrisis en de gevolgen van de klimaatverandering voor bijvoorbeeld de ondergrond en de wateropgave. De stijging van de gemiddelde temperatuur heeft belangrijke gevolgen voor de neerslag: nattere winters, hevige buien en een grotere kans op drogere lentes en zomers en inklinking door verdroging. Dit vereist dat we overtollig water snel kunnen afvoeren, maar ook voldoende plekken realiseren voor waterberging. Een ander element is circulariteit; graag zien wij dat de transitie naar een circulaire stad (grondstoffen niet onttrekken aan de aarde en zo veel mogelijk hergebruik van materialen) als ambitie wordt opgenomen in het IRP. Een belangrijk element daarbij is de landbouwhervorming naar een natuur inclusieve kringlooplandbouw. 4. Veel kaarten in de concept IRP zijn niet gemakkelijk leesbaar. Wij verzoeken u om duidelijker kaartmateriaal op te nemen.
De klimaatverandering is benoemd in perspectief 7 en komt voorts terug in vrijwel alle integrale opgaven in het IRP. Ook bij fase 4 zal dat een uitgangspunt zijn en een belangrijk toetsingscriterium. Circulariteit staat benoemd in relatie tot bedrijventerreinen/economie en landbouw. Kaarten zijn verhelderd, consistent toegepast en toelichtingen opgenomen.
Utrecht
Utrecht Utrecht
Verwerkt in IRP.
In het IRP wordt geconcludeerd dat de vraag naar detailhandel zal afnemen. In 2040 zal er70.000 tot 190.000 m2 wvo minder nodig zijn. Dit betekent dat wordt ingezet op het compact maken van winkelcentra en, met name in de regio, op het verkleinen van winkeloppervlak. Alleen in de stad Utrecht is door de sterke bevolkingsgroei nog vraag naar enige uitbreiding in bepaalde segmenten. Daarmee sluit de visie op detailhandel goed aan bij de motie. Ook voor bedrijventerreinen wordt ingezet op zorgvuldig omgaan met de benodigde ruimteclaim. Het grootste deel van de berekende vraag wordt geaccommodeerd door een combinatie van uitbreiding, mengen en intensiveren. Daarbij wordt de vraag naar nieuwe XXL logistieke bedrijvigheid en grootschalige, extensieve bedrijvigheid met ondergemiddelde arbeidsintensiteit niet geaccommodeerd. Dit type grootschalige bedrijvigheid legt een te grote druk op het mobiliteitssysteem en draagt onvoldoende bij aan werkgelegenheidsambities. In de regionale programmering wonen werken van de provincie Utrecht wordt de programmering van bedrijventerreinen geborgd, hierbij is ook veel aandacht voor intensiveren (10-20% van vraag). Jaarlijks wordt de programmering geactualiseerd en worden concrete afspraken gemaakt. De regio (en provincie) gaan bovendien een uitgifteprotocol opstellen om zorgvuldig ruimtegebruik te borgen.
In de bijlage bij deze brief reageren wij tenslotte op de wijze waarop u onze eerdere moties en amendementen hebt verwerkt in het concept IRP. Op enkele aspecten verzoeken wij u om aanvullende verwerking. Bovendien ontbrak in uw overzichten onze motie ‘voorkom onnodige grootschalige uitbreiding van werk- en winkelgebieden’ 141 Zienswijze
142 Zienswijze
Utrecht
Utrecht
Voor het vervolgproces onderstreept de gemeenteraad van Utrecht graag dat de gezamenlijk gekozen koers wat ons betreft geen vrijblijvende samenwerking is. Als gemeenteraad van Utrecht onderstrepen wij graag dat de gezamenlijk gekozen koers geen vrijblijvende samenwerking mag zijn. Juist een gezamenlijke en integrale programmering in de volgende fase is van eminent belang om onze ambities te realiseren. Iedere gemeente zal daar tegen eigen inhoudelijke of planningstechnische dilemma’s aanlopen, maar dat zou er niet toe mogen leiden dat individuele gemeenten een andere koers gaan varen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan onze gezamenlijke ambitie rond de schaalsprong OV; indien individuele gemeenten om welke reden dan ook keuzes maken voor bouwen in Verwerkt in voorwoord en uitvoeringsstrategie en zal verder lage dichtheden met toename van autogebruik, brengt dat de gezamenlijke ambitie in gevaar. verwerkt worden plan van Aapak Fase 4 Wij hebben er alle vertrouwen in dat u bovenstaande opmerkingen zult meenemen in de verdere uitwerking van het IRP tot een definitief document, dat wij graag na de zomer tegemoet zien. Wij wensen u hierbij veel succes.
In voorwoord en uitvoeringsstrategie is opgenomen dat het IRP moet gezien beschouwd als een niet vrijblijvende tussen de 16 gemeenten op de ruimtelijke ontwikkelrichting van de U16 regio en als basis voor samenwerken op de uitwerking en uitvoering. En dat dat commitment vraagt, ook financieel. Ook is beschreven dat het IRP wordt gactualiseerd op basis van uitwerkingen en ontwikkelingen (lokaal, maatschappelijk) . In de uitvoeringsstrategie en op te stellen Plan van Aanpak Fase 4 aan de start vanfase 4, is/wordt opgenomen dat de uitvoering bij gemeenten ligt en de U10 dat ondersteunt middels een integraal regionaal programma. In de kwatiermakersfase tot eind 2022 moet helder worden hoe dat georganiseerd wordt en welke positie dit programma heeft voor de lange termijn.
Hoogachtend, Gemeenteraad van Utrecht, de griffier, de voorzitter, Merel van Hall Sharon A.M. Dijksma 143 Zienswijze
Behoeft geen beantwoording
Utrechtse Heuvelrug
Geachte heer Verschuure en heer Jansen, Met deze brief geeft de gemeenteraad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug haar zienswijze op het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) – maart 2021.
144 Zienswijze
We vinden dat we als gemeenten samen positieve stappen hebben gezet naar een gezonde duurzame toekomst van het gebied regio Utrecht. We zien het Integraal Perspectief als richtingen voor de toekomst die we als 16 gemeenten samen delen. We realiseren ons dat we op veel vlakken complementair en afhankelijk zijn van elkaar om op een goede integrale wijze invulling te geven aan maatschappelijke en ruimtelijke opgaven. Waar we op deze opgaven dezelfde richting voor ogen hebben, kunnen we straks slagvaardiger worden in de realisatie ervan en zijn we ook sterker in onze positie in het samenspel bijvoorbeeld met provincie en het Rijk. We kijken uit naar een verdere positieve samenwerking – gelijkwaardig vanuit onze eigen rol, bevoegdheden en verantwoordelijkheden – als netwerk. Waarbij we elkaar ook de ruimte geven en laten.
Behoeft geen beantwoording
Natuur en landschap, Utrechts trots als basis We zijn zeer positief over het feit dat we als 16 gemeenten samen uitspreken dat natuur en landschap ‘Utrechts trots is’ en dat deze hoge omgevingskwaliteit ‘de basis is’. Dat we samen de verantwoordelijkheid nemen om hierop een schaalsprong te realiseren, te zorgen voor robuuste verbindingen binnen de regio én tussen regio en de ons omliggende gebieden, en dat we samen uitspreken dat de ontwikkeling van landschap, water en groen voorwaardelijk is voor de groei. Om die voorwaardelijkheid te borgen zal in de volgende fase van het IRP de relatie tussen de pijler Natuur en Landschap (inclusief water) en de groei van de 4 andere pijlers (wonen/werkgelegenheid/vervoer/energie) gekwantificeerd dienen te worden. We zijn ook zeer positief over het feit Ddat we de financieringsopgave zien als een gezamenlijke opgave van 16 gemeenten en andere overheden en stakeholders. Het uitgangspunt dat voor alle inwoners groen makkelijk toegankelijk is ondersteunen wij. Wij willen echter ook aandacht en fysieke ruimte vragen voor ontwikkeling, behoud, versterking en bescherming van natuurgebieden zonder recreatie. Verwerkt
Dank voor uw complimenten. We hebben uw opmerkingen t.a.v. natuurgebieden zonder recreatie verwerkt in redeneerlijn 1. Inherente natuurwaarden was reeds onderdeel van de eerste opgave.
We zijn positief over de beschreven versterkingen voor natuur en landschap in het gebied Kromme Rijn, waaronder het verkennen van het vergroten van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug dat we gezamenlijk willen doen met de eigenaren, en het robuuster maken van de Heuvelrug voor natuur en recreatie. Met de waterliniescheg en het groen raamwerk Heuvelrug-Lek.
Dank voor uw compliment.
Utrechtse Heuvelrug
145 Zienswijze
Utrechtse Heuvelrug
146 Zienswijze
Utrechtse Heuvelrug
We missen in het concept IRP het verminderen van de barrièrewerking van de N226 en N227 in het deelgebied Kromme Rijn Vallei. Dat is voor ons bezwaarlijk. We vragen u het verminderen van de barrièrewerking van de N226 en N227 op te nemen in het definitief Integraal Perspectief. We denken daarbij bijvoorbeeld aan het verminderen van de verkeerssnelheid.
We vragen u het verminderen van de barrièrewerking van de N226 en N227 op te nemen in het definitief Integraal Perspectief. We denken daarbij bijvoorbeeld aan het verminderen van de verkeerssnelheid of het verbeteren van de oversteekbaarheid met fiets: akkoord met aanpassing Betreffende passage in IRP aangepast
147 Zienswijze
Utrechtse Heuvelrug
Voor een waterrobuuste Heuvelrug is het vasthouden van water van groot belang. De waterrobuuste Heuvelrug is goed opgenomen in het IRP. We maken ons nog wel zorgen over wat het toenemend aantal inwoners en werknemers in de gehele regio gaat betekenen voor drinkwaterwinning en de waterbalans op lange termijn. Op dit moment vindt in het kader van de Blauwe Agenda Utrechtse Heuvelrug onderzoek plaats naar de waterbalans. Gezien de toenemende verdroging van het gebied Utrechtse Heuvelrug pleiten we ook voor de lange termijn voor het vasthouden van water op heel de Heuvelrug en het meenemen van de uitkomsten van de onderzoeken in het kader van de Blauwe Agenda Utrechtse Heuvelrug voor het vervolg van de REP. Aanpassing redeneerlijn 1 148 Zienswijze
Utrechtse Heuvelrug
149 Zienswijze
Utrechtse Heuvelrug
150 Zienswijze
Utrechtse Heuvelrug
151 Zienswijze
Utrechtse Heuvelrug
152 Zienswijze
Utrechtse Heuvelrug
153 Zienswijze
Utrechtse Heuvelrug
154 Zienswijze
Utrechtse Heuvelrug
155 Zienswijze
Utrechtse Heuvelrug
156 Zienswijze
Utrechtse Heuvelrug
157 Zienswijze
Utrechtse Heuvelrug
158 Zienswijze
Utrechtse Heuvelrug
159 Zienswijze
Utrechtse Heuvelrug
160 Zienswijze
161 Zienswijze
162 Zienswijze
163 Zienswijze
We hebben uw punten ten aanzien van drinkwaterwinning en de Utrechtse Heuvelrug toegevoegd aan redeneerlijn 1. Graag werken we met u samen in fase 4 het onderwerp water & verdroging uit met de kennis die 'de Blauwe Agenda Utrechtse Heuvelrug' gaat opleveren De groenopgave is, net als de andere opgaven voor de regio, ambitieus en voorwaardelijk voor de groei van de regio. Het klopt dat veel van deze ambities, net als ambities uit andere thema's, nog niet financieel gedekt zijn. We benadrukken dat het gaat om een gezamenlijke ambitie van de regio waarbij de oplossingen ook moeten passen bij deze gezamenlijkheid. In het hoofdstuk uitvoeringsstrategie is dit in het IRP omschreven en in de vier fase wordt dit verder uitgewerkt en wordt de koppeling concreet gemaakt. Daarbij wordt nauw samengewerkt met het programma 'groen groeit mee' van provincie, gemeentes en waterschappen. De eerste fase van GGM heeft reeds inzicht in de opgave en mogelijke financieringsstrategien opgeleverd. Uiteraard wordt nadrukkelijk met de gemeente Utrechtse Heuvelrug samengewerkt in de vervolgfasen. De koppeling van nieuwe recreatieruimte aan de groei van het aantal inwoners is onderdeel van de strategie Groen groeit Mee.
We maken ons zorgen over de totstandkoming van middelen voor natuur, landschap en groen. We bevestigen de noodzaak tot een stevige gezamenlijke aanpak hierop, zoals ook benoemd in het concept IRP. Om dit te kunnen realiseren zijn middelen nodig voor zowel realisatie als voor langjarig beheer. Beheer betreft ons inziens niet alleen het directe natuur en groenbeheer, maar bijvoorbeeld ook de boswachter of BOA die toezicht houdt en het onderhouden van de toegankelijkheid van een gebied. We zien graag in de verdere uitwerking een investeringsstrategie waarin: 1) duidelijk wordt hoe een financiële koppeling plaats gaat vinden tussen verstedelijking en ‘groen groeit mee’ en waarin 2) zicht ontstaat hoe gekomen wordt tot financiering voor het voorwaardelijke groen. Een investeringsstrategie waar provincie en waterschappen ook deel van uit maken. Ook verzoeken we in de verdere uitwerking om een goede fasering en afstemming. De fasering is van belang zodat tenminste gelijktijdig voldoende extra groene en blauwe recreatiegebieden aanwezig zijn voor het toenemend aantal inwoners en kwetsbare natuur niet te zwaar wordt belast door een nieuwe toestroom van recreanten. We zien uit naar de verdere samenwerking hierbij.
Groeien door compacte verstedelijking met schaalsprong voor OV en fiets We onderschrijven de keuze dat stedelijke ontwikkeling (het grootste deel van de woonopgave en werklocaties) zo veel mogelijk in de stad Utrecht plaatsvindt en indien nodig nog zoveel mogelijk op OV-knooppunten in de regio. De keuze voor een compacte verstedelijking met een schaalsprong op OV en fiets. Daarmee beperken we de impact van verstedelijking op onze regionale natuur en landschap en op de hoogwaardige omgevingskwaliteit. Wel vragen we ons af of en hoe COVID-19 de woonbehoefte op de langere termijn gaat beïnvloeden en of dit druk kan zetten op de gekozen strategie. Gaan bijvoorbeeld blijvend meer mensen kiezen voor wonen buiten de Randstad zoals op de Heuvelrug of in het oosten of noorden van Nederland? Of kiezen bedrijven en mensen blijvend voor meer thuiswerken? We verzoeken om tijdig (bijvoorbeeld in 2022) gezamenlijk onderzoek te doen en de resultaten met elkaar te bespreken, om indien nodig de strategie bij te sturen. We onderschrijven de noodzaak voor een gezamenlijke aanpak en lobby op de totstandkoming van investeringen en realisatie op de schaalsprong van ov en fiets, zonder daarbij financiële verantwoordelijkheden van andere overheden over te nemen.
Geen verwerking nodig
Verwerkt in IRP
We moedigen het aan om bij alle groei van woningen, energie en mobiliteit, ook te kijken of deze groei bijdraagt aan factoren als zo hoog mogelijke CO2 reductie, minimaal energieverbruik, bijdraagt aan gezondheid en versterking van natuur, circulariteit bevordert, en streeft naar een zo laag mogelijke footprint. We moedigen het aan om ontwikkelingen uit het USP toe te gaan passen binnen de U16. Ter illustratie, denken we daarbij onder andere aan het uitrollen in U16 van het Living Air Lab en Smart Solar Charging of aan bioasfalt. Vanuit onze gemeente is de wens om al het OV zo snel mogelijk te verduurzamen (o.a. elektrificeren/waterstof). En om in te zetten op een afname van het vervuilende dieselverkeer in de kernen/centra. Verwerkt in IRP. Vitale kernen Een gezonde regio vraagt om vitale dorpen en een gezond actief dorpsleven. We zijn blij met de positie die vitale kernen in het IRP heeft gekregen. Tegelijk lezen we in het IRP verschillende dingen naast elkaar als richting en ruimte voor vitale dorpen. We lezen dat het mogelijk is om te bouwen voor vitaliteit voor verdunning, voor eigen woningbehoefte, voor directe eigen behoefte en voor het in stand houden voor voorzieningen en diverse bevolkingsopbouw. We gaan er vanuit dat dit betekent dat de meest brede definitie van toepassing is.
Onder vitale dorpen verstaan we dorpen met een diverse bevolkingsopbouw die zowel tegemoet kan komen aan de fundamenten van de participatiemaatschappij (samen kracht, eigen initiatief, eigenaarschap leefomgeving, mantelzorg) als aan de toekomstige zorgvraag. We halen uit de tekst dat we de volledige ruimte hebben om op lokaal niveau met onze inwoners in dorpsgesprekken invulling te geven aan het concept vitale dorpen: of dorpen al dan niet verbonden vitaal zijn en welke voorzieningen daarbij passen. En om op basis daarvan te bepalen hoeveel en welk type woningbouw nodig is om die vitaliteit te kunnen realiseren.