3. Ontwerp Kadernota 2023 LSD.pdf
Tekst van het document
ONTWERP KADERNOTA 2023 19 JANUARI 2022
INLEIDING Plassenschap Loosdrecht e.o. Plassenschap Loosdrecht e.o. is een gemeenschappelijke regeling (GR) op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze GR werken de gemeenten Wijdemeren, Stichtse Vecht en Utrecht en de Provincies Utrecht en Noord-Holland samen aan het beheren, exploiteren en ontwikkelen van openbaar toegankelijke recreatieterreinen en –voorzieningen in het buitengebied voor inwoners en bezoekers van de regio. Plassenschap Loosdrecht e.o. is in 1957 opgericht voor “de behartiging van de belangen van de openluchtrecreatie, alsmede het zorgdragen voor de instandhouding van natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische elementen die de kwaliteit van het recreatiegebied bepalen en het nautisch beheer van het openbaar water binnen het werkgebied.” Deze taakomschrijving is en blijft ongewijzigd, maar wat hieronder wordt verstaan en hoe hier invulling aan wordt gegeven, is wel aan verandering onderhevig. In 2020/2021 is het bestuur aan de slag gegaan met de strategische (her)positionering van het Plassenschap.
Er dient een antwoord te komen op vragen als: Wat zijn de kerntaken van het Plassenschap? Op welke wijze dient hier invulling aan te worden gegeven? Hoe verbeteren we de financiële positie en governance van het Plassenschap? En welke rol heeft het Plassenschap in het toekomstig beheer van de voorzieningen die voortvloeien uit het Programma Oostelijke Vechtplassen?
Uitvoering: Recreatie Midden-Nederland (RMN) Het Plassenschap heeft de uitvoering van haar kerntaken – ‘Beheer & Onderhoud’, ‘Toezicht & Handhaving’, ‘Exploitatie’, ‘Ontwikkeling’, ‘Bedrijfsvoering’ en ‘Bestuursondersteuning’ – belegd bij bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland (RMN). RMN is dé uitvoeringsorganisatie voor Plassenschap Loosdrecht e.o., recreatieschap Stichtse Groenlanden, Routebureau Utrecht en het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. In 2022 wordt naar verwachting een besluit genomen over de vorm waarin het Recreatieschap Stichtse Groenlanden zich organiseert. Hierbij is het uitgangspunt dat RMN per 1 januari 2023 wordt opgeheven en voor de uitvoering een samenwerking met Staatsbosbeheer, Wijdemeren (voor het Plassenschap) en de provincie (voor het Routebureau) wordt aangegaan. Naar verwachting wordt in de tweede helft van 2022 duidelijk op welke manier de huidige taken van RMN worden overgedragen en aan wie die taken worden overgedragen. Eenmalige kosten Ten aanzien van de financiële afwikkeling worden de totale liquidatiekosten op grond van het concept liquidatieplan begroot op € 1.250.000. Het recreatieschap SGL neemt hiervan volgens de geldende verdeelsleutel een bedrag van € 862.520 voor rekening, het Plassenschap LSD € 387.480. Dit bedrag wordt verwerkt in de eerste begrotingswijziging 2022 van RMN.
De liquidatiekosten worden op de volgende wijze gedekt: • •
•
2
Eerst wordt beoordeeld welk deel van de kosten gedekt kunnen worden binnen de begroting (binnen de exploitatie dan wel binnen het eigen vermogen) van RMN. Dat zou kunnen leiden tot een lagere bijdrage van de schappen dan hiervoor genoemd. Het resterende deel wordt volgens de verdeelsleutel van de RMN-begroting doorbelast naar de beide schappen waar vervolgens beoordeeld wordt welk deel gedekt kan worden binnen de begroting (binnen de exploitatie dan wel binnen het eigen vermogen) van het schap. Dat zou ertoe kunnen leiden dat een lagere extra bijdrage van de deelnemende gemeenten en provincies hoeft te worden gevraagd. Het dan nog resterende deel tot slot komt voor rekening van de deelnemers. Een raming van de aanvullende bijdrage van de deelnemers is opgenomen als bijlage C bij het voorstel over de toekomstige samenwerking d.d. 1 november 2021. Deze raming is voorzichtigheidshalve gebaseerd op de aanname dat de begrotingen van RMN en de schappen geen ruimte bieden om een deel van de liquidatiekosten te dekken.
Eventuele financiële verplichtingen die voortvloeien uit de liquidatie van RMN maar die betrekking hebben op 2023 zullen zoveel mogelijk al in het boekjaar 2022 worden genomen. Het effect op de begroting 2023 wordt daarmee op dit moment op nihil ingeschat. Via de balanspost overlopende passiva in de jaarrekening van 2022 zal de vereffenaar medio 2023 over deze posten verantwoording afleggen (via een separate liquidatieverantwoording).
Structurele kosten ingaande 2023 Voor wat betreft de structurele kosten van de taakuitvoering het volgende. Op dit moment vindt onderzoek plaats door Staatsbosbeheer, de gemeente Wijdemeren en de provincie Utrecht over de toekomstige samenwerking of dienstverlening voor de uitvoering van een aantal taken die nu door RMN voor SGL/LSD worden uitgevoerd. Wij verwachten uiterlijk in juni 2022 meer duidelijkheid te hebben over de financiële gevolgen van het aanbod van Staatsbosbeheer, de gemeente Wijdemeren en de provincie Utrecht voor ons schap en zullen deze gevolgen dan pas in de begroting 2023 opnemen en deze bij de deelnemers in procedure brengen. Dit betekent dat er bij BZK uitstel gevraagd moet worden voor indiening van de begroting 2023 die normaliter voor 1 augustus 2022 zou moeten plaatsvinden.
PLANNING Het dagelijks bestuur (DB) heeft deze ‘Kadernota 2023’ opgesteld en biedt deze voor zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan de staten van de deelnemende provincies aan. Met inachtneming van eventuele zienswijzen stelt het algemeen bestuur (AB) deze kadernota – die dient als algemeen beleidskader en financieel uitgangspunt – vast, aan de hand waarvan het dagelijks bestuur de ‘Ontwerp begroting 2023’ opstelt. P&C-document
Datum vaststelling ontwerpdocument
Datum verzending naar deelnemers (griffies)
Datum (concept) zienswijze retour
Datum vaststelling AB
Kadernota 2023
DB 11 feb 2022
17 feb 2022
14 april 2022
DB 9 juni 2022 AB 8 juli 2022
Begroting 20231
DB 14 sep. 2022
15 sep. 2022
10 nov. 2022
DB 21 nov. 2022 AB 7 dec. 2022
1 Deze planning is gebaseerd op het vastgestelde vergaderschema.
3
PROGRAMMA & PRODUCTEN Ontwikkelingen Programma Loosdrechtse Plassen Naar verwachting werken we in 2023 aan de volgende ontwikkelingen: •
We nemen deel aan het gebiedsprogramma Oostelijke Vechtplassen en betalen jaarlijks een deelnemersbijdrage, conform het zogenaamde kasritme. Op ambtelijk niveau zijn we vertegenwoordigd in de regiegroep en op bestuurlijk niveau in de stuurgroep. Daarnaast werken we mee aan verschillende projecten.
•
We werken aan het vervangen van de beschoeiingen conform het meerjaren investeringsprogramma (MJIP), waarbij de beschoeiingen aan het einde van de levensduur worden vervangen voor duurzame beschoeiingen. Momenteel worden er geen vergunningen verstrekt in verband met de PAS, dit leidt tot een nog onbekende vertraging in het vervangen van de beschoeiingen.
•
We werken aan het verhogen van de structurele inkomsten en het verlagen van de kosten. In 2020 heeft het bestuur hiervoor een plan vastgesteld. In 2023 geven we hier verder uitvoering aan.
Beheer & Onderhoud Beheer & Onderhoud omvat het beheer en (dagelijks, groot- en vervangings-) onderhoud van de terreinen en plassen, fiets- en wandelpaden en het onderhouden van voorzieningen. Het niveau van beheer & onderhoud verschilt per terrein, per seizoen en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van gebruik en de behoefte van recreanten en de opdracht van het recreatieschap. Ook op het gebied van beheer & onderhoud moeten we inspelen op en rekening houden met diverse ontwikkelingen. In onderstaande alinea’s worden de belangrijkste ontwikkelingen geschetst.
Verduidelijken opdracht en economisch klimaat In februari 2020 is het beeldkwaliteitsplan vastgesteld dit is een 1e aanzet voor het verder uitwerken van de opdracht voor het beheer en onderhoud van het areaal. Een klein deel van de beheer & onderhoudswerkzaamheden worden uitbesteed. In het huidige economische klimaat zien we dat de tarieven (materiaal en arbeid) harder stijgen dan de prijsindex.
Grip op de beheercyclus In 2021 is het nieuwe MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP) vastgesteld. In combinatie met het uitwerken van het Dagelijks onderhoud in de activiteitenplanningen kan de opdracht (dienstverleningsovereenkomsten) worden vastgesteld met het daarbij horende uitvoeringsbudget. Hiermee is er grip op de onderhouds/beheercyclus.
Klimaatverandering, biodiversiteit en duurzaamheid Het veranderende klimaat heeft directe gevolgen voor het beheer van onze gebieden. We moeten rekening houden met toenemende kosten als gevolg van extreme weersomstandigheden, zoals stormschade, uitspoeling van paden en stranden en langere periodes van onwerkbaar weer. Daarnaast zien we dat het groeiseizoen steeds langer wordt en dat het aantal pieken in het recreatieseizoen toeneemt, waardoor de beheer & onderhoudswerkzaamheden toenemen. Het veranderende klimaat heeft ook gevolgen voor de biodiversiteit, waardoor we te maken hebben met essentaksterfte, overlast van de eikenprocessierups en invasieve exoten (waaronder de reuzenberenklauw en Japanse duizendknoop, overlast als gevolg van cabomba/vederkruid (waterplanten) en de opkomst van de Amerikaanse rivierkreeft, de zwemwaterkwaliteit komt steeds sneller en op meer plekken onder druk te staan als gevolg van blauwalg en de toename in ganzenpopulatie (E-coli bacterie). Om de biodiversiteit te vergroten, streven we naar een betere mix van boomsoorten, gewassen en planten. Ook willen we graag meer insecten en dieren aantrekken door middel van natuurlijke oevers en bijenvelden. Daarnaast zullen we bij het beheer en de inrichting van de terreinen maatregelen 4
moeten nemen op het gebied van klimaatadaptatie, aangezien we vaker te maken zullen krijgen met droogte, wateroverlast, oplopende temperaturen en bodemdaling. Deze gevolgen heeft RMN in 2021 in een bestuursvoorstel uitgewerkt.
Milieuwetgeving Op gebied van de stikstofwetgeving (PAS) is er de ontwikkeling dat de aanlegfase per 1 juli 2021 is vrijgesteld, de bodem en slibwetgeving (TBT, PFAS) en aanscherping van uitstoot- en emissienormen (CO2/fijnstof). Hiernaast zien we dat het hebben van een goed ecologisch werkprotocol nodig is voor zowel het Groot- en dagelijks onderhoud. Dit heeft een kostenverhogend effect.
Toezicht & Handhaving Onze toezichthouders (BOA’s) zorgen ervoor dat onze inwoners en bezoekers prettig en veilig gebruik kunnen maken van onze recreatiegebieden en -voorzieningen. De toezichthouders zijn gastheer én handhaver en zetten zich in om overlast te voorkomen of bestrijden. De behoefte aan toezichthouders blijft toenemen, te meer omdat de politie steeds minder aanwezig is in het buitengebied. Onze toezichthouders handhaven onze eigen verordening (bestuursrechtelijk), maar hebben ook strafrechtelijke taken. We werken aan een intensieve en integrale samenwerking met onze partners op het gebied van ‘snelvaren’, milieudelicten (stroperij) en mogelijke ondermijningszaken. In 2022 is de begrote capaciteit voor toezicht & handhaving 1,72 fte. Dit betekent dat de BOA’s doorgaans alleen toezicht houden en het niet mogelijk is om iedere dag in het gebied toezicht te houden.
Exploitatie De exploitatie van het Plassenschap betreft het uitbaten van bezittingen, via erfpacht-, opstal-, huuren gebruiksovereenkomsten. Erfpachtovereenkomsten worden voor een lange termijn aangegaan, huur- en gebruiksovereenkomsten zijn vaak voor een korte(re) termijn. Het schap heeft erfpachtovereenkomsten voor Paviljoen De Strook, Recreatiecentrum Mijnden en eiland Robinson Crusöe. Deze exploitanten vormen een belangrijke bron van inkomsten en/of dragen bij aan recreatief gebruik van het Plassengebied. Huur- en gebruiksovereenkomsten worden aangegaan voor het gebruik van een steiger, visrecht, het gebruik van een eiland of terrein voor een activiteit zoals een scoutingkamp, etc. Dit zijn zeer diverse overeenkomsten voor (regelmatig terugkerende) eenmalige activiteiten of korte termijn gebruik. Exploitatie biedt de mogelijkheid om de recreatieve meerwaarde van het gebied te vergroten en/of meer inkomsten te genereren. Het schap heeft momenteel geen exploitatiebeleid of -doelstellingen geformuleerd, maar zal zich hier in 2021/2022 op bezinnen in het kader van de strategische (her)positionering van het schap. Vooral het eenmalig en kortdurend verhuren van terreinen en eilanden voor bijvoorbeeld een evenement of pop-up-activiteit biedt mogelijkheden.
5
ALGEMENE FINANCIELE UITGANGSPUNTEN BEGROTING 2023 E.V. Voor het opstellen van de Programmabegroting 2023 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De deelnemersbijdrage aan het Plassenschap Loosdrecht e.o. wordt met 2,0% verhoogd als gevolg van loon- en prijsindexatie, ervan uitgaande dat: a. De deelnemersbijdrage aan Recreatie Midden-Nederland met 2,22%2 wordt geïndexeerd; b. Het te hanteren prijsindexcijfer, op basis van de meicirculaire provinciefonds 2021, 1,7% bedraagt; c.
Voor de inkomsten, zoals tarieven voor ontheffingen en gebruik terreinen wordt een stijgingspercentage van 1,7% ten opzichte van 2022 aangehouden3;
d. Uitgaande van het feit dat 49% van de begroting van het Plassenschap bestaat uit loongerelateerde kosten vanuit RMN en 51% uit andersoortige kosten komt het gewogen gemiddelde uit op 2,0%. 2. Het beheer en onderhoud vindt plaats op basis van functievereisten, wettelijke kaders en vastgestelde kwaliteitsprofielen. De algemene onderliggende gedachte is ‘schoon, heel en veilig’. Door het invoeren van een inspectiecyclus wordt er geleidelijk een overgang gemaakt van budgetgestuurd beheer naar kwaliteit-gestuurd beheer. 3. Reservering voor groot onderhoud vindt plaats op basis het vigerende MJOP, dat loopt tot 2029. In 2020 is het MJOP opnieuw opgesteld met behulp van het nieuwe beheersysteem GeoVisia. vanaf 2022 wordt daarom begroot op basis van de werkelijke staat van onderhoud. 4. Per 1 januari 2018 heeft het Plassenschap een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met het Routebureau Utrecht en is daarmee één van de opdrachtgevers. De bijdrage (€ 21.100,- op prijspeil 2021), die jaarlijks aan het Routebureau moet worden betaald, wordt volledig gedekt vanuit de beschikbare middelen voor het routebeheer in de begroting van het Plassenschap. 5. De begroting 2023 gaat uit van het aantal te verlenen snelvaarontheffingen voor 2023 van 800 stuks, net als in 2022.
Mocht het bestuur in de aanloop naar 2023 besluiten dit aantal te wijzigen, dan volgt een voorstel tot een begrotingswijziging.
2 De onderbouwing van het indexatiepercentage RMN à 2,22% is als volgt: het gewogen gemiddelde van de
loongerelateerde stijging (86%) 2,3% en de stijging op overige kosten (14%) 1,7%. 3 De inkomsten die geïndexeerd kunnen worden, worden met 1,7% geïndexeerd. Helaas kunnen niet alle
inkomsten geïndexeerd worden, omdat in het verleden overeenkomsten zijn gesloten zonder indexatiemogelijkheid. Dit heeft tot gevolg dat de totale inkomsten gemiddeld met 1% zullen stijgen.
6
WEERSTANDSVERMOGEN & RESERVES Het bestuur van het Plassenschap stelt aan de hand van een risico-inventarisatie de benodigde omvang van het weerstandsvermogen vast. De algemene reserve is in eerste aanleg beschikbaar als buffer voor deze risico’s. Dat betekent dus ook, dat deze reserve minimaal moet overeenkomen met deze benodigde buffer. Een eventueel hoger saldo in de algemene reserve kan gebruikt worden voor andere activiteiten of – incidenteel – ingezet worden om een exploitatietekort op te vangen. Dat laatste kan alleen incidenteel, omdat de begroting structureel in evenwicht moet zijn. De uitgangspunten hiervoor zijn vastgelegd in de financiële verordening welke in 2021 door uw bestuur is vastgesteld.
7