CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20240214 Afvalscheidingsstation Breukelen_vastgesteld_Bijlagen bij de toelichting.pdf

Raad 9 april 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 15.: Vaststelling bestemmingsplan Afvalscheidingsstation Breukelen14.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

- 0,70 - 0,75

4%

2,5%

- 1,75

1:5 1:6

kavel

6m

3m

5,11m

talud

watergang

talud

0,69m

■ Bomen: Enkele verspreidstaande bomen. Boomsoort Els (Alnus glutinosa) of schietwilg (Salix alba)

8m rijbaan

■ Heestergroepen: Ter plaatse van boomgroepen worden plaatselijk heestergroepen aangebracht. Deze hebben grote meerwaarde voor biodiversiteit. Soorten: eenstijlige meidoorn, gewone vogelkers, kardinaalsmuts, hazelaar

Kavelsloten tussen de percelen

N ATUU RV RIEN DELIJ KE OE VE R Soorten: Gele lis Gewone dotterbloem Kattenstaart Moerasspirea Scherpe boterbloem 25% oever aanplanten in groepen van min 1m2 per soort dichtheid 9st/m2

S C H E T S O N T W E R P I N PA S S I N G -7-

C O RRIDOR ■ Berm: Cruydthoeck N3: mengsel voor klei- en leemgronden, afgestemd op planten voor insecten en drachtplanten voor bijen. ■ Oever: Cruydthoeck G3: Bloemenmengsel geschikt voor nattere gronden en oevers. Door goed beheer zal zich in twee of drie jaar een bloemrijke oever ontwikkelen met natuurlijke middelhoge vegetatie. ■ Om op de oever snel een robuuste oeverbeplanting te laten ontwikkelen kan ook pleksgewijs voorbeplante kokosmatten worden toegepast. ■ Heesters: tot 7m hoog, soorten die van nature voorkomen in het komgebied: Krenteboompje, Kornoelje, Kardinaalsmuts, vuilboom, sleedoorn (resp.: Amelanchier lamarckii, Cornus alba, C. mas, Cornus sanguinea, Euonymus europaeus, Frangula alnus (syn. Rhamnus frangula), Prunus spinosa)

zijde met maaipad en bloemenmengsel

Bomen op parkeerterrein plas-drasoever met oeverbeplanting (kokosmatten)

■ Bomen: onder de hoogspanningsleiding is het niet mogelijk om bomen te planten.

- 0,46 - 0,53

- 0,44 - 0,58

- 0,46

- 0,56

- 0,58

- 0,66 - 0,78 - 0,85

2,5%

4%

2%

4%

4%

- 1,75

1:6

2%

2%

2%

2%

2%

1:6

1m maaipad 1,2m

3,5m

2m

voetpad fietspad groenstrook

7m

2,8m

5m

19,16m

7,1m

1,2m

3,8m

0,98m

5,13m

6m

5,13m

0,8m

5,13m

rijbaan

groenstrook

talud

plasdras en watergang

talud

berm

rijbaan

haag

parkeervak

rjbaan

parkeervak

haag

parkeervak

Gebied aan voorzijde afvalscheiding

S C H E T S O N T W E R P I N PA S S I N G -8-

0,3m

2m

0,3m

3,1m

1,5m

3,1m

1,5m

3,1m

1,5m

toegankelijke zijde met maaipad, groepen van struikwilg en bloemenmengsel

Natuurlijke zijde met heesters (tot 7m hoog) flauw talud naar watergang op tussenstukken

- 0,46 - 0,53

- 0,58

- 0,58 - 0,66 - 0,78 - 0,85

2,5%

4%

2%

3,5m

2m

voetpad fietspad groenstrook

2%

2%

1:6

1:23

1,2m

4%

- 1,75

4%

7m

7,8m

14,16m

5m

7,1m

rijbaan

groenstrook

talud

watergang

talud

Gebied aan voorzijde afvalscheiding

S C H E T S O N T W E R P I N PA S S I N G -9-

1m 1,2m maaipad

3,8m rijbaan

plein

VO O RLO PI G O N TWER P P L A N KA A RT

-1.00

exacte afmeting groenvak n.t.b.

-0.70

-1.75

e

2,9m

-0.56 -0.66

-0.56

positie en vorm indicatief

inlaatpek maaiboot

-1.75

-1.75

VOORLOPIG ONTWERP - 10 -

2,5m

e

e

e

2,9m

-1.75

-0.70

3,75m

T H EMA KA A RT G ROEN - BOME N Er worden verschillende soorten bomen opgenomen op en rond het terrein. Langs de korte kavelsloten is een natuurlijk beeld beoogd met afwisselende elzen en wilgen langs waterkant: kleine groepen els en schietwilg

(opgaand / struikvormig en meerstammig). De voorzijde (lange waterkant) bestaat uit groepjes (series) van lage struikwilgen.

langs waterkant: kleine groepen els en schietwilg

Het terrein wordt verder aangekleerd met een aantal sierbomen in de groene zone centraal op het terrein. Hier is ruimte voor een aantal grote bomen (Lindes) en in de uitsparing van het dak een groep amberbomen, met name vanwege de herfstkleur. Op het parkeerterrein bij de verharding staan sporadisch

Terrein: Iep

Groene zone: Amberboom en Hollandse Linde

een aantal winterlindes: een beperkte grootte vanwege de verharding. Aan de noordzijde bij de gronbank staat een grote Iep (eerste grootte) De benodigde groeiruimte voor de bomen is afgestemd op de grootte en grondwaterstand.

2e grootte: min. 15 m3

5m

1m

1,25m

1m

1,25m

Langs waterkant voorzijde: groepjes met struikwilgen

6m

1e grootte: min. 25 m3

VOORLOPIG ONTWERP - 11 -

Parkeerterrein: Winterlinde

Open elzensingel Beelden afkomstig van online bronnnen

Schietwilg als struikvorm

A L NU S G LUTINOSA

SALIX ALBA

T I L I A E UR O PAE A

Zwarte els Grootte

1e grootte

Schietwilg Grootte

3e grootte

Hollandse linde Grootte

1e grootte

Vorm

Hoogstam

Vorm

struikvorm

Vorm

Hoogstam

Bijzonderheden

Bloei in februari - maart. Boom voor

Bijzonderheden

Gele bloei in april - mei. Boom voor

Bijzonderheden

Niet bij parkeerterrein toepassen

bijen en vogels

(Ebben.nl)

(Ebben.nl)

bijen, vlinders, vogels, uilen

(Ebben.nl)

VOORLOPIG ONTWERP - 12 -

T ILIA C ORDATA ‘ RA N CHO’

LIQUIDAM B AR ST Y R AC I FLUA

UL M US ‘ N E W HO R I ZO N ’

Winterlinde, Kleinbladige linde (cv) Grootte 2e grootte

Amberboom Grootte

1e grootte

Iep cultivar Grootte

1e grootte

Vorm

Hoogstam

Vorm

Hoogstam

Vorm

Hoogstam

Bijzonderheden

Gele herfstkleur, verdraagt verharding

Bijzonderheden

Sierwaarde herfstkleur

Bijzonderheden

Bloei in maart, onopvallend, resisitent, landschappelijke beplanrting

VOORLOPIG ONTWERP - 13 -

T H EMA KA A RT G ROEN - OND E RBE PLANT ING De onderbeplanting bestaat voornamelijk uit extensieve bloemrijke graslanden. Langs de wegen (berm) wordt intensief gemaaid. De boomspiegels bevatten onderbeplanting (Hertshooi) op het parkeerterrein en bij het gronddepot. De overige

Bloemrijk grasland (G3)

Bloemrijk grasland (G3)

bomen staan in het bloemrijk grasland. Langs het parkeerterrein en de weg wordt een gemengde haag opgenomen.

Bloemrijk grasland (G3)

Parkeerterrein en langs weg: Gemengde haag exacte afmeting n.t.b. Boomspiegels: Hertshooi

Berm: gras

Bloemrijk grasland (G3) Oeverbescherming: kokosmatten met kruidenmengsel

VOORLOPIG ONTWERP - 14 -

Boomspiegels: Hertshooi

STRU W EEL Het struweel bestaat uit soorten die van nature voorkomen op vrij natte locaties. De heesters kunnen uitgroeien tot hun volwaardige habitus. Zonodig kan na 3-5 jaar worden gedund. De mix bestaat uit onderstaande soorten:

Euonymus europaeus

Crataegus monogyna

Frangula alnus

Sambucus nigra

■ Crataegus monogyna - Meidoorn

(25%)

■ Prunus spionsa - Sleedoorn

(25%)

■ Frangula alnus - Vuilboom

(10%)

■ Cornus alba - Kornoelje

(15%)

■ Coryllus avelana - Hazelaar

(10%)

■ Euonymus europaeus - Kardinaalsmuts (10%) ■ Sambucus nigra - Vlier

(5%)

BO D EMBED EKKER Voor de plantvakken in de boomspiegels wordt Hertshooi als bodembedekker aangeplant. Struweel (Beeld afkomstig van online bron)

Prunus spinosa

Corylus avelana

Cornus alba

HA AG Op de overgang tussen weg en de meer natuurlijke zone van de corridor zal een gemengde haag worden aangeplant van 1m hoog.

Bodembedekker (Hertshooi)

Gemengde haag

VOORLOPIG ONTWERP - 15 -

■ Fagus sylvatica - beukenhaag

(25%)

■ Acer campestre - veldesdoorn

(25%)

■ Crataegus monogyna - meidoorn

(25%)

■ Carpinus betulus - haagbeuk

(25%)

NATTE NATUUR

Beeld afkomstig van online bron

OEVERVEGETATI ES Ook de oevers kunnen worden ingezaaid met een natuurlijk bloemenmengsel van Cruydthoeck. Om het resultaat te verrijken en versnellen kunnen (delen) van de oever worden ingeplant. Waar nodig wordt de oever verstekt mbt kokosmatten.

BLOEMRIJK VOCHTIG GRASLANDMENGSEL G3 in zone tussen pad en watergang

Hoogte

30-140 cm

Biodiversiteit

Voor bijen, vlinders, vogels

Beheer

1 keer per jaar maaien en afvoeren

Bijzonderheden

Voor vochtige tot natte gronden. Eerste jaar weinig bloei

GRAS - EN BLO EMENMENGS EL S De mengsels bestaan uit inheemse soorten en verrijken de biodiversiteit. Alle voorgesteld bloemenmengsels zijn verkrijgbaar bij Cruydthoeck. Overig groene vlakken worden ingezaaid met gras, bij voorkeur een recreatiemengsel vanwege robuustheid. Beheer als intensief gazon. De leverancier is door de aannemer te kiezen.

Oeverbescherming kokosmatten (gebr-visscher.nl)

Mengsel G3 (Cruydthoeck.nl)

Mengsel G3 (Cruydthoeck.nl)

VOORLOPIG ONTWERP - 16 -

Module met bosrank

Module met klimop

Module met wilde wingerd

2m

T H EMA KA A RT G ROEN E E RFAFSCHE ID ING De randen van het perceel blijven waar mogelijk open, echter zijn er delen dia vanwege gebruik of het zicht afgeschermd dienen te worden.

0,3m

3,1m

Een soort per module. Modules wisselen elkaar in willekeurige volgorde af

Hiervoor is door Mies een modulair systeem bedacht

1,5m

3,1m

1,5m

3,1m

1,5m

bestaande uit afwisselend betonelementen (dicht) en hekwerk met klimplanten (half - open). Het type afscheiding reageert op het achterliggende programma. De groene elementen van de erfafscheiding bestaan uit een hekwerk met drie verschillende soorten klimplanten. Elke module (van ca. 3,1m breed) heeft 1 beplantingssoort. Kleur, bloeitijd en bladhoudend / verliezend wisselen elkaar daarmee af, maar het totaal houd qua beeld een hoge mate van eenvoud.

- 0,46 - 0,53

- 0,58

- 0,58 - 0,66 - 0,78 - 0,85

2,5%

4%

2%

- 1,75

4%

1,2m

3,5m

7m

7,8m

14,16m

5m

7,1m

rijbaan

groenstrook

talud

watergang

talud

2m

1,5m

3,1m

Voorbeeld afwisseling modules hekwerk en betonelementen (Beeld: Mies architecten)

1,5m

2%

1m 1,2m maaipad

3,8m rijbaan

plein

0,3m

2m 3,1m

2%

1:6

1:23

voetpad fietspad groenstrook

4%

3,1m

0,3m

1,5m

Maatvoering (indicatief) en details van standplaats groen hekwerk. Tussen de banden is minimaal 30cm ruimte nodig. Binnen de plot is dus 0,50 cm nodig (groen + band). De band aan de zijde van de ontsluitingsweg valt buiten de bouwplot.

VOORLOPIG ONTWERP - 17 -

3,1m

Hekwerk met klimop Beelden afkomstig van online bronnnen

Hekwerk met wilde wingerd

Hekwerk met bosrank

H EDERA H ELIX

PART HE NO C I SSUS Q UI N Q UE FO L I A

C L E M AT I S AR M AN D I I

Klimop Grootte

max 10m

Wilde wingerd Grootte

max 10m

Bosrank Grootte

max 2,5m - 4m

Vorm

Klimplant aan hekwerk

Vorm

Klimplant aan hekwerk

Vorm

Klimplant aan hekwerk

Bijzonderheden

Wintergroen, bloei in september -

Bijzonderheden

Oranje-rood blad in najaar, verliest blad

Bijzonderheden

Groenblijvend, bloei in maart-april

oktober

VOORLOPIG ONTWERP - 18 -

T H EMA KA A RT V ERH A RD ING TOEGANGSWEG De toegangsweg tot het gebied wordt uitgevoerd in asfalt met opsluitbanden aan weerszijde. De weg ligt op afschot richting de waterkant. De overige verharding is onderdeel van de terreininrichting voor het ASS. Doorsteek in groenzone

M AAI PAD Langs de waterkant wordt een informeel pad onderhouden door regelmatig maaien van het bloemenmengsel. Het pad ligt in het talud.

e exacte afmeting groenvak n.t.b.

positie en vorm indicatief

inlaatpek maaiboot

Toegangsweg Maaipad

VOORLOPIG ONTWERP - 19 -

e

e

e

K UN STWERKEN overbrugging met zichtbaar doorlopend water

De overbruggingen van het water zijn een belangrijk onderdeel van de landschappelijke inpassing. In de waterstructuur van het gebied zit een belangrijk hierarchisch verschil tussen de lange doorgaande kavelsloten, en de korte afwisselende tussensloten. Dit verschil moet zichtbaar blijven in de manier waarop - 0,46

- 0,53

- 0,58

2,5%

- 0,75

- 0,78

4%

de overbrugging plaatsvindt. De tussensloten kunnen

- 0,83

- 0,85 - 0,90

- 0,92

2%

4%

- 1,75

1:6

2%

2%

1:6

overkluist worden met duikers - de doorgaande zichtlijn is hier van ondergeschikt belang. Bij de lange doorgaande kavelsloten is de continuiteit van de watergang het 1,2m

3,5m

2m

voetpad fietspad groenstrook

uitgangspunt. Zichtbaarheid van het doorlopende water

7m

16,98m

4,98m

5m

5,11m

3,18m

3,8m

rijbaan

groenstrook

talud

watergang

talud

groenstrook

rijbaan

en korte onderbreking van de oevers zijn hierbij de belangrijkste eigenschappen. Passende overbruggingen zijn daardoor agrarische bruggen of duikerbruggen waarbij het water dominant kan doorstromen (zie beelden hiernaast).

VOORLOPIG ONTWERP - 20 -

plein

REACTIES SC H ETSO NTW ER P GROEN & V EGETATIE

ANTWOORD & ACTIE

Is het gekozen struiken sortiment bestand tegen overstroming

De heesters komen niet in de natte

of een natte groeiplaats en wat is de verwachting dat dit

grond, alleen tijdelijk bij extreme

voorkomt? Naar mijn idee niet alle soorten

overstroming (lage kans)

Mijn advies is om meer diversiteit in het bomenbestand aan te

Het bomenbestand is verder

brengen door de toepassing van lindes op locaties waar niet

uitgebreid

Natuurvriendelijke oever: welke zone van de oever moeten

In (nieuwe) doorsnede is de

we aanplanten (is dat de roodgemarkeerde) of alleen de

oeverzone aangegeven. Kokosrollen

insteeklijn water. In het laatste: kunnen we dat ook met een

met vegetate is prima oplossing

kokos c.q. vegatatierol doen Op p 6. Staan langs water knotwilgen: begrijp ik uit pagina 7

Struikwilgen langs lange oever. Elzen

goed dat het ook kan gaan om zwarte elsen? Of kiezen we

en struikvormige wilgen langs de korte

langs de corridor water gang bewust alleen voor knotwilg?

oever

In het totaal staan er 20 bomen aan binnenzijde watergangen

Struikwilg aan toegevoegd

wordt geparkeerd Het ontwerp geeft bomen van de eerste grootte aan. Ter

Voor de bomen van de 1e en 2e

goedkeuring ontvang ik graag de berekening op basis van de

grootte op het terrein is de groeiruimte

Boommonitoor (norminstituut bomen) op een ambitieniveau

aangegeven o.b.v. een benodigd m3

`redelijk` met een omloopperiode van 40 jaar en hoe de

groeiruimte, en de afstand tot het

beukenhaag naar een gemengde haag. Afgelopen jaren slaan

Aangepast in het stuk: gemengde

benodigde doorwortelbare volumes worden gerealiseerd

grondwater. De boomgroottes zijn

beukenhagen niet overal goed aan. Met een gemengde haag

haag met Meidoorn, esdoorn en

aangegeven doormiddel van een dwarsdoorsnede en

hiermee aangepast op de beschikbare

kunnen we effecten van uitval op termijn beperken, bovendien

haagbeuk

bovenaanzicht van de groeiplaatsen. Naar mijn verwachting

ruimte in de ondergrond.

biedt een gemengde haag ecologische meerwaarde. Of is het

langs het ASS. Graag keuze uit meer soorten dan alleen knot wil en zwarte els

is de beschikbare of te realiseren doorwortelbare ruimte

belangrijk dat deze haag bladhoudend is? Geldt dit dan overal

onvoldoende om bomen van de eerste grootte tot en met hun

of is bladhoudend alleen langs de parkeervakken gewenst?

volwasfase te laten door groeien. Dit resulteert in kwijnende

Toevoegen aan Nobre Cal: Stabilizer of Komex

bomen in toekomst met daarbij opdruk van verharding en

Niet meer van toepassing. Vervangen door maaipad

vroegtijdige uitval en verhoogde beheer/vervangingskosten. Betreft de knotwilgen is mijn advies deze te vervangen voor

Het beeld van struikvormige wilgen

solitaire struikvormende wilgen. Vanwege de verhoogde

is anders dan knotwilgen. Na

beheerfrequentie is de CO2 uitstoot hierbij hoger als dat

overweging zijn deze aangepast naar

dergelijke bomen hun bijdrage leveren aan de klimaatopgave.

struikwilgen.

Binnen het ASS zie ik 8 bomen: worden dit allen Ulmus New

Afwisseling sierbomen (amberboom),

Horizon? Op p 6 staat namelijk ook de betula nigra. Gaat deze

grote boom (linde) en winterlinde

laatste goed in verharding? Hoe richten we plantvoet in van deze bomen?

Landschappelijk lijkt mij dit geen probleem.

Bodembedekkende heester kleigrond (Hertshooi)

B R UGGE N

ANTWOORD & ACTIE

t.b.v. discussie bruggen / duikers. Inpassingsstudie

In profielen en 3d beeld beoordelen

betonelementen in landschappelijk verhaal

betonelementen in omgeving. Opgenomen in VO boekje

REACTIES SCHETSONTWERP - 21 -

78

Bijlage 3 Archeologisch onderzoek

"Afvalscheidingsstation Breukelen" (vastgesteld)

Breukelen, De Corridor Noord (Gemeente Stichtse Vecht, Ut.)

Een Archeologisch Inventariserend veldonderzoek (IVO-O) Definitief Steekproefrapport 2023-04/08

Breukelen, De Corridor Noord (Gemeente Stichtse Vecht, Ut.)

Een Archeologisch Inventariserend veldonderzoek (IVO-O) Definitief Steekproefrapport 2023-04/08

Breukelen, De Corridor Noord (Gemeente Stichtse Vecht, Ut.) Een Archeologisch Inventariserend veldonderzoek (IVO-O) Een onderzoek in opdracht van DNS Planvorming Steekproefrapport 2023-04/08 ISSN 1871-269X Status: Definitief bureauonderzoek: J.S. van der Heul MA (senior KNAarcheoloog, actor reg. nr. 7284 0015) veldonderzoek: drs. R.P. Exaltus (senior KNAprospector/-archeoloog, actor reg. nr. 9290 9010) autorisatie: dr. J. Jelsma (senior KNAarcheoloog/prospector, actor reg. nr. 3545 3178) Goedgekeurd door de bevoegde overheid: Gemeente Stichtse Vecht d.d 9 juni 2023 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en SIKB-BRL 4000. Voor dit onderzoek gelden protocollen 4002 &4003. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, 1 mei 2023 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau, adres Hogeweg 3 9801 TG Zuidhorn telefoon 050 – 5779784 internet www.desteekproef.nl e-mail info@desteekproef.nl kvk 02067214

Inhoud Samenvatting Administratieve gegevens van het plangebied 1. Inleiding........................................................................................................................... 1 • 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01).........................................................................1 • 1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02).................................................................................1 2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06).....................................................................................4 • 2.1 Bronnen................................................................................................................. 4 • 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)..........................................................................4 • 2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04)....................................................................................8 • 2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03).....................................................................11 • 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05)..................................................14 3.

Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05)......................................................................................16 • 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01)..............................................................16 • 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03)............................................................17 4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07)..............................................................................18 Gebruikte bronnen Lijst van Figuren en Tabellen Appendix I: Archeologische periodes Appendix II: Boorstaten Appendix III: Laagbeschrijvingen

Samenvatting De Steekproef heeft voor DNS Planvorming een inventariserend archeologisch booronderzoek door middel van boringen uitgevoerd aan De Corridor Noord te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, provincie Utrecht. De aanleiding voor het onderzoek is het ontwikkelen van het gebied voor de uitbreiding van het bedrijventerrein De Corridor. Voor zover nu bekend zullen de werkzaamheden in ieder geval bestaan uit de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg met een groene en waterzone en bedrijfskavel. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek waarbij een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied is opgesteld. Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst. Het plangebied ligt nabij en mogelijk deels op, afzettingen behorende tot de stroomgordels van de Oude Aa en de Vecht. De hoger gelegen oevers hiervan kunnen vanaf de ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen bewoond geweest zijn. Indicatoren voor dergelijke bewoning bestaan onder meer uit resten van aardewerk, leem(brokken), houtskool, metaal en bouwmateriaal (hout, baksteen). Dergelijke resten kunnen in 'vuile' cultuur- of bewoningslagen worden aangetroffen. In de komafzettingen die bovenin de bodem van het plangebied verwacht worden kunnen resten daterend vanaf de late middeleeuwen worden aangetroffen. Dergelijke resten zullen voornamelijk verband houden met agrarisch gebruik.

Hierbij kunnen resten van sloten (al dan niet gedempt) worden aangetroffen en archeologische materialen zoals aardewerk en bouwmateriaal. De kans op dergelijke resten is middelhoog en de informatiewaarde ervan is laag. In de diepere ondergrond kunnen bovendien in de top van op 6 tot 8 meter -NAP resten uit de steentijd van jager-verzamelaars aanwezig zijn in de top van het pleistocene dekzand. Dergelijke resten liggen dermate diep dat deze niet worden bedreigd in de voor de uitvoering van de huidige plannen benodigde werkzaamheden. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het plangebied acht gutsboringen gezet in een dichtheid van zes boringen per hectare. Tijdens het booronderzoek is een tamelijk eenvormige bodemopbouw aangetroffen die bestaat uit een twintig tot veertig centimeter dikke bouwvoor van humusrijke klei op een tot ruim een meter beneden het maaiveld doorlopend pakket komklei. Hieronder is op zeven van de acht boorpunten een pakket matig slappe, zwak venige klei aangetroffen dat doorloopt tot tenminste twee en een halve meter beneden het maaiveld. Alleen op het meest zuidelijke boorpunt is onder het pakket komklei een door zandlaagjes onderbroken kleipakket aangetroffen dat na twintig centimeter overgaat in een pakket door kleilaagjes onderbroken zand.

Het gaat hier waarschijnlijk om afzettingen die deel uitmaken van de stroomgordel van de Oude Aa. Zorgvuldige inspectie van de gutskernen heeft in geen van de boorkernen archeologische indicatoren opgeleverd. Evenmin zijn vegetatie-horizonten of anderszins “vuile” lagen aangetroffen die samen zouden kunnen hangen met bewoningsactiviteiten in de ijzertijd tot en met de middeleeuwen.

Selectie-advies door R. Exaltus (senior KNA-archeoloog/-prospector) In de grondboringen zijn geen “vuile”lagen, vegetatie-horizonten of andere archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op menselijke bewoningsactiviteiten. Gezien deze resulaten geeft dit geen aanleiding om in het plangebied nader onderzoekt te adviseren. In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hier direct melding van dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Stichtse Vecht. Reactie van de bevoegde overheid Namens de gemeente Stichtse Vecht heeft de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) het rapport op 9 juni 2023 getoetst. Het rapport is akkoord bevonden. Ook is er geen noodzaak voor archeologisch vervolgonderzoek en kan de dubbelbestemming archeologie voor dit plangebied vervallen. Bovenstaand selectie-advies wordt hiermee onderschreven.

Administratieve gegevens van het plangebied Provincie

Utrecht

Gemeente

Stichtse Vecht

Plaats

Breukelen

Toponiem

De Corridor Noord

Kaartblad

31O

Centrumcoördinaten

127.861 / 465.888

Bestemmingsplan

1e Herziening bestemmingsplan Corridor; Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3

Oppervlakte plangebied

Circa 1,21 ha

NAP-hoogte maaiveld

Tussen -1 tot -0,6 meter NAP

Huidig grondgebruik

Akker en weiland

Soort onderzoek

Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen

Opdrachtgever

DNS Planvorming

Uitvoerder

De Steekproef bv

Bevoegde overheid

Gemeente Stichtse Vecht

Steekproef projectcode

2023-04/08

Onderzoeksmeldingsnummer

5358689100

Datum veldwerk

27 april 2023

Maximale diepte onderzoek

2,5 meter onder maaiveld

Beheer en plaats documentatie

De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / DANS / DINO-loket (boorgegevens) / Provinciaal depot Utrecht

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) In opdracht van DNS Planvorming is een inventariserend archeologisch booronderzoek uitgevoerd aan De Corridor Noord te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, provincie Utrecht (Figuur 1). De aanleiding voor het onderzoek is het ontwikkelen van het gebied voor de uitbreiding van het bedrijventerrein De Corridor. Voor zover nu bekend zullen de werkzaamheden in ieder geval bestaan uit de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg met een groene en waterzone en een bedrijfskavel. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente ligt het plangebied in een zone met een middelhoge tot hoge verwachting gebaseerd op de aanwezigheid van stroomgordels en crevasses in het gebied (zie Figuur 2). Voor grondwerkzaamheden groter dan 500 m2 en dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Deze verwachting is tevens beleidsmatig vastgelegd in de 1 e Herziening bestemmingsplan Corridor, waar het een dubbelbestemmingswaarde – Archeologie 3 heeft. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek gevolgd door een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historischgeografische informatie.

Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst, waarbij de opbouw en gaafheid van de bodem is bepaald. Ook is gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals aardewerk, metalen voorwerpen, bouwmateriaal, bewerkt en verbrand bot, houtskool, etc.

1.2

Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02) Het plangebied ligt aan de westzijde van de bebouwde kom van Breukelen en ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal (zie Figuur 1). De toponiem, De Corridor, is afkomstig van de gelijknamige weg ten zuiden van het plangebied. De Corridor is afgeleid van het feit dat het gebied als een corridor ligt tussen de snelweg A2 en de spoorlijn langs het kanaal. Het plangebied bestaat nog uit onbebouwde akkers en weilanden. Het gebied ten zuiden is reeds ontwikkeld als bedrijventerrein. Volgens de KLIC-melding (23G0308492) liggen er alleen datakabels in het zuidwesten van het plangebied. De boringen zijn op minimaal vier meter afstand van deze kabels gepland. Daarnaast lopen er hoogspanningskabels over het plangebied.

1

Figuur 1: Breukelen, De Corridor Noord: Uitsnede van de topografische kaart. Het plangebied (rood omlijnd) ligt ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal en de bebouwde kom van Breukelen, tussen de snelweg A2 en de spoorlijn. Bron: Openstreetmaps.

2

Figuur 2: Breukelen, De Corridor Noord: Uitsnede van de beleidskaart van de verwachtingskaart van de gemeente Stichtse Vecht. Het plangebied ligt in een zone met een middelhoge tot hoge verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging op een stroomgordel.

3

2.

Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06)

2.1 Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. Een andere bron is Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), een dienst van de overheid met opendatasets van actuele geo-informatie. 2.2

Fysische geografie (KNA 4.1: LS04) Het plangebied ligt in het Hollandse veengebied. Van oorsprong bestaat de diepere ondergrond uit pleistoceen dekzand. Als gevolg van de opwarming van de aarde tijdens het Holoceen (zie Appendix I voor dateringen) steeg de zeespiegel en stagneerde de waterafvoer. Hierdoor kwam de kustlijn verder landinwaarts te liggen. De lagere delen van het pleistocene dekzandgebied raakte hierdoor bedekt met een dik pakket veen. Hierdoor lag het plangebied omstreeks 5500 vC in een uitgestrekt veengebied. Het pleistocene dekzand ligt op een diepte van circa -8 en -6 meter NAP. Bij een booronderzoek direct ten zuiden van het plangebied werd het dekzandgebied op circa -7,2 NAP aangetroffen (Groenhuijzen 2020). Eventuele resten uit de steentijd kunnen daardoor op grote diepte bewaard zijn gebleven. Rond 1500 vC was vanuit het zuidelijke rivierengebied een inbraak ontstaan in het veen (zie Figuur 3). In het veen konden de rivieren zich vrij verplaatsen en meanderen en in de daaropvolgende eeuwen ontstonden daardoor de Oude Aa (Angstel) en de (Utrechtse) Vecht. Deze rivieren vormden gedurende een lange tijd een belangrijke verbinding tussen de Kromme Rijn in het zuiden en de noordelijk gelegen Zuiderzee (en zo naar de Noordzee). Tijdens de meanderende fase van de rivieren ontstonden er in de bochten oeverwallen door sedimentafzetting.

De oeverwallen bestaan uit zandige en kleiige afzettingen. Zowel de hogere ligging als de vruchtbare grond maakten de oeverwallen geschikte bewoningslocaties in het verleden. Vanaf de middeleeuwen werden de rivieren bedijkt en en werden er delen rechtgetrokken (gekanaliseerd). Het oorspronkelijke systeem van de stroomgordels van de Oude Aa en de Vecht zijn tegenwoordig nog goed te herkennen op de hoogtekaart van het gebied (zie Figuur 4). De hogere delen van het landschap komen vrijwel overeen met het stroomgebied van de Oude Aa en de Vecht. De lagere delen bestaan uit het oorspronkelijke veengebied en de komvlaktes van de rivieren. Het plangebied ligt hierbij aan de rand van de stroomgordel van de Oude Aa en op de overgang naar de lagere komvlakte. Als gevolg van de beakkering van de percelen varieert de hoogte in het plangebied tussen de circa -1 en –0,6 meter NAP. In tegenstelling tot de stroomgordelkaart van Cohen et al. uit 2012(zie Figuur 4) ligt het plangebied volgens de geomorfologische kaart buiten de stroomrug of stroomgordel in een rivierkomvlakte (code M46, zie Figuur 5 rechts). Volgens de bodemkaart bestaat de bodem hier uit een kalkloze poldervaaggrond van zware klei (code Rn47C, zie Figuur 5 links). Dit type bodem komt doorgaans voor in de komgronden van een rivier.

4

Figuur 3: Breukelen, De Corridor Noord: Paleogeografische reconstructies van de omgeving van het plangebied (rode stip). Het gebied raakte al omstreeks 5500 vC bedekt met veen. Omstreeks 1500 vC ontstaan er inbraken in het veengebied vanuit het zuidelijke rivierengebied. In de daaropvolgende eeuwen ontstaan hieruit de (Utrechtse) Vecht en de Oude Aa. Bron: Vos et al. 2018.

5

Figuur 4: Breukelen, De Corridor Noord: Hoogtekaart van de omgeving van het plangebied (rode vlak). De hogere delen van het landschap komen overeen met de ligging van de stroomgordels: de Oude Aa (paars) en de Vecht (zwart). Het plangebied ligt aan de rand van de stroomgordel van de Oude Aa. Bron: AHN 3 en Cohen et al. 2012.

6

Figuur 5: Breukelen, De Corridor Noord: Bodemkaart (links) en geomorfologische kaart van de omgeving van het plangebied. De bodem bestaat uit een kalkloze poldervaaggrond van zware klei (Rn47C). Dit type bodem komt overeen met de geomorfologische ligging in een rivierkomvlakte (M46). Anders dan de stroomgordelkaart (zie Figuur 4) ligt het plangebied volgens de geomorfologische kaart niet op een stroomrug. Bron: Publieke Dienstverlening op de Kaart.

7

2.3

Archeologie (KNA 4.1: LS04) De bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied zijn weergegeven in Figuur 6 en beschreven in Tabel 1. Het noordelijke deel van het plangebied heeft een kleine overlap met een eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek. Het betreft een bureauonderzoek voor de aanleg van gastransportleidingen tussen Weesp en Utrecht (onderzoeksmelding 4678750100, Colijn 2019). Bij dit onderzoek werd voor het overlappende deel vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, omdat deze zone op een stroomrug zou liggen. Voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein De Corridor ten zuiden van het plangebied zijn er de afgelopen jaren al zes archeologische onderzoeken uitgevoerd (zie Figuur 6 en Tabel 1). Uit deze onderzoeken blijkt er telkens sprake te zijn van twee potentiële archeologische niveaus: een eerste niveau direct onder het maaiveld in de komafzettingen daterend uit de late middeleeuwen – nieuwe tijd, en een tweede niveau in de top van oeverafzettingen waar resten uit de ijzertijd tot vroege middeleeuwen kunnen voorkomen. In het direct aangrenzende onderzoek ten zuiden zijn geen oeverafzettingen aangetroffen (onderzoeksmelding 4737491100, Groenhuijzen 2020). Bij de meer zuidelijke gelegen onderzoeken zijn wel oeverafzettingen aangetroffen (onderzoeksmeldingen 4754477100 en 4966032100).

Nergens zijn echter archeologische indicatoren (aardewerkresten, leemresten, laklagen, cultuurlagen, etc.) waargenomen die duiden op archeologische bewoning in de nabije omgeving. In de top van de bodem zijn bij deze onderzoeken komafzettingen aangetroffen. In dit kleipakket kunnen resten aanwezig zijn daterend vanaf de late middeleeuwen. Deze resten bestaan voornamelijk uit landbouwgebruik (sloten). Doorgaans wordt de informatiewaarde van dergelijke resten als laag gezien. Ten westen van het plangebied zijn er voor de reconstructie van de snelweg A2 meerdere booronderzoeken uitgevoerd (onderzoeksmeldingen 2026614100, 2028745100 en 2029871100). De onderzoeken zelf zijn niet beschikbaar in Archis of DANS. Volgens Archis is echter een vondstmelding bekend in het tracé van de deze booronderzoeken (vondstmelding 3253002100). Het zou gaan om een sterk concentratie puin afkomstig van een vestingwerk van (oude) Hollandse Waterlinie. Er zijn echter geen aanwijzingen dat op deze locatie een vestingwerk heeft gestaan (zie paragraaf 2.4). Exact een kilometer ten zuiden heeft wel een fort gestaan. Geconcludeerd wordt dat de RD- coördinaat Y verkeerd is ingevuld.

8

Figuur 6: Breukelen, De Corridor Noord: Archeologische waardenkaart (Archis) van de omgeving van het plangebied. In geel zijn de locaties weergegeven waar in het verleden al eerder onderzoek heeft plaatsgevonden (onderzoeksmeldingen). De groene stip betreft een vondstmelding, de locatie is echter niet correct. De vondst is een kilometer zuidelijker gedaan. Een beschrijving van deze waarden staat in Tabel 1. Bron: Archis.

9

Tabel 1:

Breukelen, De Corridor Noord: archeologische waarden in de omgeving van het plangebied, voor de locatie zie Figuur 6.

Zaaknr.

Omschrijving

Onderzoeksmeldingen 2026614100 Booronderzoek voor de aanleg van A2 Noord. Rapport niet beschikbaar in Archis of DANS. 2028745100 Booronderzoek spooruitbreiding Amsterdam-Utrecht. Rapport niet beschikbaar in Archis of DANS. 2029871100 Booronderzoek spooruitbreiding Amsterdam-Utrecht. Rapport niet beschikbaar in Archis of DANS. 2078025100 Booronderzoek reconstructie A2. Rapport niet beschikbaar in Archis of DANS. 3297505100 Plan van Aanpak voor een booronderzoek aan De Corridor 13. Zie 3973945100. 3297513100 Bureauonderzoek voor De Corridor 13. Vervolgonderzoek, in de vorm van booronderzoek werd geadviseerd. De Graaf et al. 2015a. 3973945100 Booronderzoek aan De Corridor 13. Er werden geen indicatoren voor vindplaats aangetroffen. Bovendien lijkt er sprake te zijn van sterk nat milieu. Verder onderzoek niet geadviseerd. De Graaf et al. 2015b. 4587909100 Bureauonderzoek Merwedeweg 7. De top van de bodem bestaat uit opgebracht. Dit deel zal worden ontgraven, de diepere funderingspalen zullen eventuele archeologische resten beperkt aantasten. Geadviseerd terrein vrij te geven. Hanemaaijer 2018. 4678750100 Bureauonderzoek Tracé M&R Weesp-GOS Lage Weide Utrecht. Ter hoogte van de stroomruggen en bijbehorende oeverwallen, de bekende ontginningsassen en de aangegeven buitenplaatsen werd vervolgonderzoek in de vorm van booronderzoek geadviseerd. Colijn 2019.

4695711100 Booronderzoek voor de Corridor. Er werden geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op een bewoonbaar niveau voor de periode ijzertijd-vroege middeleeuwen. Latere resten kunnen aanwezig zijn, maar deze zullen bestaan uit landbouwgebruik waarvan de informatiewaarde laag is. Vervolgonderzoek werd niet geadviseerd. Groenhuijzen 2019. 4737491100 Booronderzoek bedrijfsverzamelgebouw De Corridor. Potentiële resten daterend vanaf de middeleeuwen, kunnen nog bewaard zijn in de komklei direct onder het maaiveld. De top van de komafzettingen is echter verstoord. Geadviseerd het plangebied vrij te geven. Groenhuijzen 2020. 4754477100 Booronderzoek nabij De Corridor 3. Onder het het maaiveld ligt een potentieel archeologische niveau in de top van de oeverafzettingen (op circa 30-50 cm -Mv). Er zijn echter geen indicatoren aangetroffen die duiden een archeologische vindplaats. Verder onderzoek werd daarom niet geadviseerd. Peeters en Hakvoort 2019. 4966032100 Booronderzoek De Corridor. De top van de oeverafzettingen betreft een mogelijk archeologisch niveau en vanaf circa 60-100 cm –Mv aanwezig. Er zijn echter geen indicatoren aangetroffen die duiden op archeologische bewoning. Verder onderzoek niet geadviseerd. Peeters 2019. 5157216100 Bureauonderzoek Schepersweg. Onderzoek aangemeld, nog niet afgerond/afgemeld. 5299501100 Booronderzoek Schepersweg.

Onderzoek aangemeld, nog niet afgerond/afgemeld. Vondstmelding

datering

3253002100 Melding van een sterk concentratie puin in de ondergrond. Het zou 18e /19e eeuw gaan om de post ' De Waakzaamheid'. Dit vestingwerk is in 1796 aangelegd in verband met de (oude) Hollandse Waterlinie. De post is in de 19e eeuw geslecht waarbij de grachten zouden zijn volgestort met stadsafval. Uit het huidige onderzoek blijkt dat de vondstmelding verkeerd is geplaatst. De vondstmelding zal gedaan zijn precies een kilometer naar het zuiden, bij het fort Cromwijk. Op basis van historische kaarten zijn geen aanwijzingen voor bebouwing in de Breukelerwaard (zie paragraaf 2.4).

10

2.4

Historische geografie (KNA 4.1: LS03) Het plangebied ligt in de Breukelerwaard polder, ontstaan uit een drooggelegde poel. De Breukelerwaard is een voormalig gerecht behorend tot de bisschop van Utrecht. In de 17 e eeuw kwam het in private handen. Het gebied zal al sinds de inpoldering in gebruik zijn voor de landbouw. Op een kaart van de (oude) Hollandse Waterlinie uit circa 1810 is goed te zien dat het plangebied midden in de polder, in onbebouwde akkers en/of weilanden lag (zie Figuur 7). Het gebied maakt onderdeel uit van de oude Hollandse Waterlinie (functioneel tussen 1672 -1815). Ten noorden lag de Linie van Ter Aar, bestaande uit een drietal aardwerken of bolwerken langs de Oude Aa en Vecht. Aan de zuidkant van de polder lag het Bastion Galgenwaard (of Cromwijk). De polder zelf was aangeduid als een inundatiegebied (bron: www.geopark-heuvelrug.nl/geo-locaties/linies-en-limes/oudehollandse-waterlinie). De aanwezigheid van vestingwerken in de polder zijn daarom zeer onwaarschijnlijk. Tegen het einde van de 19e eeuw wordt direct ten oosten van het plangebied, de spoorlijn tussen Utrecht en Amsterdam aangelegd dwars door de polder (zie Figuur 8). Vanaf de jaren dertig werd parallel hieraan het Amsterdam-Rijnkanaal aangelegd. Na de Tweede Wereldoorlog werd een vervoerstraject door de polder aangelegd, de snelweg A2.

Door de aanleg van al deze trajecten ontstond er een smalle corridor tussen de snelweg en de spoorlijn en het kanaal. Het landgebruik in het plangebied is echter sinds de inpoldering niet veranderd. Nog steeds is het plangebied in gebruik als weiland en akker.

11

Figuur 7: Breukelen, De Corridor Noord: Uitsnede van de Kaart van het gedeelte der Nederlandsche waterlinie tusschen de Zuiderzee en Utrecht uit circa 1810. Het plangebied ligt centraal in de Breukelerwaard (polder). Er zijn geen aanwijzingen voor historische bebouwing. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer 2092-2.

12

Figuur 8: Breukelen, De Corridor Noord: Historische-topografsiche kaarten van de omgeving van het plangebied. Tegen het einde van de 19 e eeuw is de spoorlijn tussen Utrecht en Amsterdam, direct ten oosten van het plangebied aangelegd. Parallel hieraan werd vanaf de jaren dertig het Amsterdam-Rijnkanaal aangelegd. Na de Tweede Wereldoorlog werd de snelweg A2 tussen Utrecht en Amsterdam aangelegd. Op geen van de kaarten is historische bebouwing aanwezig in het plangebied. Bron: Topotijdreis.

13

2.5

Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Op basis van het bureauonderzoek is er een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld voor het plangebied. Tijdens het veldwerk wordt dit door middel van boringen getoetst. In theorie zijn er drie potentiële archeologische niveaus. Het eerste niveaus bestaat uit het pleistocene dekzand. Hierin kunnen resten uit de steentijd van jager-verzamelaars worden aangetroffen. Dit niveau ligt echter op grote diepte, tussen circa -8 en -6 meter onder NAP. Eventuele aanwezige archeologische resten worden door de huidige plannen niet bedreigd. Het dekzand is afgedekt door een dik veenpakket waardoor het gebied lange tijd ontoegankelijk was. Het tweede potentiële archeologische niveau bestaat uit de oeverafzettingen behorende tot de stroomgordels van de Oude Aa en de Vecht. Op de hoger gelegen oevers kan vanaf de ijzertijd tot vroege middeleeuwen weer bewoning plaatsvinden. Indicatoren voor dergelijke bewoning bestaan onder meer uit resten van aardewerk, leem(brokken), houtskool, metaal en bouwmateriaal (hout, baksteen). Dergelijke resten kunnen in 'vuile' cultuur- of bewoningslagen worden aangetroffen. Omdat in een direct aangrenzend booronderzoek dergelijke oeverafzettingen niet zijn aanwezig zijn is de verwachting voor dit niveau laag.

Het derde niveau bestaat uit de komafzettingen, waarin resten daterend vanaf de late middeleeuwen kunnen worden aangetroffen. Dergelijke resten zullen voornamelijke afkomstig zijn van landbouwgebruik. Hierbij kunnen resten van sloten (al dan niet gedempt) worden aangetroffen en archeologische materialen zoals aardewerk en bouwmateriaal. De kans op dergelijke resten is middelhoog. De informatiewaarde ervan is echter laag. Tabel 2:

Breukelen, De Corridor Noord: Specificatie (relevante) archeologische verwachting.

Datering:

ijzertijd- vroeg middeleeuwen

late middeleeuwen – nieuwe tijd

Verwachting

laag

middelhoog

Complextype:

nederzetting

akker

Omvang:

vanaf enkele tientallen meters

Vanaf enkele tientallen meters

Diepteligging:

oeverafzettingen (vanaf ca. 30 cm -Mv)

komafzettingen (direct onder maaiveld)

Gaafheid en conservering:

onbekend, organisische conservering mogelijk in de kleiige bodem

Onbekend, organisische conservering mogelijk in de klei

Locatie:

hele plangebied

Hele plangebied

Uiterlijke kenmerken:

aardewerk, leem(brokken), houtskool, metaal en bouwmateriaal (hout, baksteen), cultuur- of bewoningslagen

Aardewerk, bouwmateriaal, grondsporen (sloten)

Mogelijke verstoringen:

landbouwgebruik (ploegen)

landbouwgebruik (ploegen)

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2472/documents/53292