20221004_commissie vergadering Inspreekreactie hr Bon.pdf
Tekst van het document
Geachte commissie, Keer op keer worden wij weggezet als ondernemers die illegaal boten zouden laten afmeren. Keer op keer wordt ten onrechte door de VPC aangegeven dat wij in strijd met de regels onze gang maar gaan. In het verleden is zelfs hieromtrent door de gemeente een handhavingstraject gestart, die door de gemeente is gestopt toen bleek dat het afmeren van boten op onze locatie legaal is toegestaan. Het afmeren van boten in de Weersloot is toegestaan en is ook al aanwezig sinds 1940. Daarbij hebben wij een huurovereenkomst tot 2047 met het Plassenschap Loodrecht voor het afmeren van boten in de Weersloot. Op 9 december 2020 heeft de Raad van State uitspraak gedaan en ik citeer uit deze uitspraak: “22.8. Het opnieuw onder het overgangsrecht brengen van bestaand legaal gebruik kan alleen onder bijzondere omstandigheden aanvaardbaar zijn. De raad moet dan aannemelijk maken dat het legale gebruik op termijn zal worden beëindigd. Als dat niet de bedoeling is, betekent dit niet dat het gebruik als zodanig moet worden bestemd. Gebruik in strijd met een geldende bestemming of gebruik dat onder het overgangsrecht valt, doet namelijk op zichzelf geen gerechtvaardigde verwachtingen ontstaan over een toe te kennen bestemming.
Indien de raad van mening is dat het als zodanig bestemmen van het gebruik niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, ligt het op de weg van de raad na te gaan welke regeling kan worden getroffen om het bestaande legale gebruik in het plan te kunnen voortzetten. Dit kan bijvoorbeeld door een uitsterfregeling in het plan op te nemen. De Afdeling merkt op dat niet is gebleken dat het legale gebruik, inhoudende het permanent afmeren van recreatievaartuigen, op termijn zal worden beëindigd. Gelet hierop stond het de raad niet vrij om dit gebruik opnieuw onder het overgangsrecht te brengen. De raad had moeten nagaan welke regeling had kunnen worden getroffen om het bestaande legale gebruik in het plan te kunnen voortzetten. Hierbij had bijvoorbeeld kunnen worden gedacht aan een uitsterfregeling. Nu de raad dit heeft nagelaten te beoordelen, heeft de raad het plan in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.” In 2019 hebben wij een zienswijze ingediend tegen het toenmalige bestemmingsplan, en hebben wij ook ingesproken in deze commissie (15 oktober 2019) + bij de besluit nemende raadsvergadering (19 november 2019).
Wij zijn vervolgens in beroep gegaan bij de Raad van State, en per uitspraak van 9 december 2020 heeft de Raad van State ons op diverse punten in het gelijk gesteld en heeft de gemeente Stichtse Vecht opgedragen om het bestemmingplan binnen 20 weken (!) op deze punten te repareren, waaronder: - de lengte van boten - en dat het niet is toegestaan om bestaand legaal gebruik (het aanleggen van boten) opnieuw onder het overgangsrecht te brengen. Ondertussen is het bijna 2 jaar later, en ontvingen wij op donderdag 22 september ’22 bericht van de gemeente hoe dit bestemmingsplan gerepareerd gaat worden. Wij zijn ook in januari ‘22 in de gelegenheid gesteld om te reageren op een conceptversie maar de versie die nu voorligt is op veel en belangrijke punten veranderd. Betreft: 2.2.4 Onderdeel II.E - Zandpad 2, Breukelen De gemeente Stichtse Vecht heeft een inventarisatie van bouwwerken gedaan, en komt daarbij op een totaal van 165 m² aan bouwwerken, maar geeft geen enkel inzicht in deze inventarisatie. Op onze locatie is zo’n 240 m² (en dus géén 165 m²) aan bebouwing aanwezig, welke ook is ingetekend op de verbeelding van de gemeente, zie bijgevoegd kaartje: 1.Bestemmingsplan Rondom de Vecht Reparatie 2021_verbeelding_Zandpad 2. In het bestemmingplan is voorgesteld Artikel 3 ('Agrarisch met waarden'), lid 3.2 (Bouwregels), onder 3.2.7 te vervangen door “a.
het gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen bedraagt maximaal 165 m²;”. Deze 165 m2 komt echter niet overeen met de bebouwing op bijgevoegd kaartje. Wij maken hiertegen bezwaar en verzoeken 3.2.7 als volgt aan te passen: a. het gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen bedraagt maximaal 240 m².
1
Betreft 2.2.3 Onderdeel II.D – Proosdijweg 1, Breukelen In het vorige bestemmingplan was een lengtebeperking opgenomen van 4,5 m. Tijdens de zitting bij de Raad van State heeft de gemeente aangegeven dat er ten onrechte een lengte beperking van 4,5 m was opgelegd. De Raad van State heeft de gemeente bij uitspraak van 09-12-2020 opgedragen dit te repareren. De gemeente stelt nu voor een lengtebeperking van 7 m op te nemen. Ook hiertegen hebben wij bezwaren. Op onze locatie, Jachthaven de d’ Oude Molenwerf, zijn al jaren boten aanwezig die langer dan 7 m zijn. Dit blijkt ook uit de inventarisatie van de gemeente. De gemeente heeft immers het volgende aangegeven: Op basis van luchtfoto’s heeft de gemeente een inventarisatie gedaan waaruit is gebleken dat er meerdere boten van circa 11 meter op foto zijn vastgelegd. In het vorige / daarvoor geldende bestemmingplannen was ook geen lengtebeperking van 7 m opgenomen, hetgeen ook door de gemeente is bevestigd in de voorliggende Nota van Beantwoording (pag. 16) waarin het volgende is genoemd: “in het vorige bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Rondom de Vecht’ was ook geen lengte beperking opgenomen voor recreatievaartuigen.” Tevens geeft de gemeente in de Nota van Beantwoording aan dat: “Boven deze beleidsregels gold en geldt de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht.
Het gebied van de Weersloot behoort niet tot het recreatiegebied van de Scheendijk waardoor voor het gebied van de Weersloot een zwaarder regime geldt. Op basis van de Interim Omgevingsverordening geldt aan de Weersloot een lengtebeperking van 7 meter voor het afmeren van recreatievaartuigen.” Echter, in de ‘Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht’ is weliswaar het volgende in de regels opgenomen, maar artikel 2.27 uit de Interim Omgevingsverordening geeft nadrukkelijk aan dat een maximale bootlengte van 7 meter NIET geldt voor vaartuigen en voorwerpen in jacht- of bedrijfshavens. Onze jachthaven d’ Oude Molenwerf staat geregistreerd als jachthaven, derhalve is de maximale bootlengte voor onze locatie NIET van toepassing. Onze jachthaven staat als zodanig geregistreerd bij de gemeente zoals o.a. blijkt uit de WOZtaxatie. 2.3.2 Activiteiten met woonschepen, vaartuigen, andere drijvende voorwerpen, havens en aanlegplaatsen Artikel 2.20 Oogmerk De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het behoud van landschappelijke, natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden. Artikel 2.21 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten met woonschepen, vaartuigen, andere drijvende voorwerpen, havens en aanlegplaatsen in het Gebied ligplaatsen. (…) Artikel 2.26 Ontheffing vaartuigen en boatsavers 1.
Het is verboden om zonder ontheffing: a. een vaartuig, anders dan een woonschip of woonark, ligplaats te laten nemen, te ankeren, af te meren, of anderszins in, op of vlak boven een water te plaatsen of te houden. b. een boatsaver in een natuurlijke inham op eigen terrein ligplaats te laten nemen, te ankeren, af te meren, of anderszins in, op of vlak boven een water te plaatsen of te houden. 2. Het verbod in het eerste lid onder a geldt niet voor vaartuigen aangemeerd op plaatsen waarbij een van de verkeerstekens E.5 tot en met E.7.1 van bijlage 7 bij het Binnenvaartpolitiereglement en bijlage 7 van het Rijnvaartpolitiereglement zijn geplaatst. Artikel 2.27 Vrijstellingen vaartuigen en voorwerpen Het verbod, bedoeld in Artikel 2.26 Ontheffing vaartuigen en boatsavers, geldt niet voor: a. vaartuigen en voorwerpen in jacht- of bedrijfshavens en waterscoutinglocaties;
2
b. vaartuigen en drijvende voorwerpen, die worden gebruikt bij het vervoer van uitsluitend bedrijfsmiddelen, voor zover zij tijdelijk voor het laden en lossen van die bedrijfsmiddelen worden afgemeerd; c. één open vaartuig met een maximale lengte van 7 meter bij een direct aan het water gelegen erf, mits er geen gebruik wordt gemaakt van onderdeel d; d. één vaartuig, of één boatsaver met inliggend vaartuig, in een insteekhaven binnen een direct aan het water gelegen erf, als de insteekhaven voldoet aan het overgangsrecht, bedoeld in Artikel 10.6 Overgangsrecht aanlegplaatsen en insteekhavens, of voor de insteekhaven een ontheffing als bedoeld in Artikel 2.29 Ontheffing havens en aanlegplaatsen voor vaartuigen en voorwerpen is verleend en mits het vaartuig of de boatsaver met inliggend vaartuig volledig binnen de begrenzing van de insteekhaven past; e. één vaartuig bij een direct aan het water gelegen erf in de periode 1 april tot en met 30 september, voor zover het aanmeren dient voor het zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is in- of uitladen, of vaarklaar maken van het vaartuig voor recreatief gebruik; f. het tijdelijk afmeren van vaartuigen voor het laten in- of uitstappen van passagiers bij horecagelegenheden, die als zodanig zijn aangewezen in een bestemmingsplan; en g.
historische vaartuigen, die als varend monument, varend erfgoed of historisch casco zijn ingeschreven in het register van de Federatie Varend Erfgoed Nederland en in goede staat van onderhoud verkeren, bij aanlegplaatsen voor historische vaartuigen, die als zodanig in een bestemmingsplan zijn aangewezen. Zoals aangegeven in de Nota van Beantwoording hebben wij een overeenkomst met het Recreatieschap / Plassenschap Loosdrecht voor het aanmeren van boten en de verhuur van ligplaatsen in de Weersloot. Wij verzoeken daarom u als raad de maximale bootlengte van 7 meter op onze locatie te laten vervallen, en in het bestemmingsplan goed vast te leggen dat op onze locatie geen maximale bootlengte van toepassing is. Daarbij zal de lengte van boten op onze locatie niet bijzonder lang zijn, gezien de ligging van onze locatie tussen de brug nabij de Scheendijk en de Weersluis die een beperkte afmeting hebben. Hierdoor kunnen brede of lange boten niet bij onze jachthaven komen.
Tevens stelt de gemeente Stichtse Vecht om onder artikel 18.4.1 (Wijzigingbevoegdheid Weersloot) het volgende toe te voegen (onze jachthaven ligt langs de Weersloot): “Indien de activiteit ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - permanent afmeren toegestaan 2' gedurende een half jaar is beëindigd en er geen redenen zijn om aan te nemen dat de activiteit op korte termijn wordt voortgezet zijn burgemeester en wethouders bevoegd de verbeelding en de regels te wijzigen door: a. de aanduiding 'specifieke vorm van water - permanent afmeren toegestaan 2' geheel of gedeeltelijk te vervangen door de aanduiding 'specifieke vorm van water uitgesloten - permanent en tijdelijk afmeren'; b. artikel 18, lid 18.1, onder h te wijzigen naar 'specifieke vorm van water uitgesloten - permanent en tijdelijk afmeren' is het permanent en tijdelijk afmeren van recreatievaartuigen niet toegestaan’.” Genoemde termijn van “een half jaar” zal sneuvelen bij de Raad van State. Geen enkele rechter die deze termijn van een half jaar een redelijke termijn zal vinden, bij een jachthaven waar de activiteiten voornamelijk in het voorjaar en de zomer plaatsvinden, en alwaar veel boten in het najaar, winter en vroege voorjaar voornamelijk elders in een stalling liggen. Wij verzoeken de toevoeging van artikel 18.4.1 (Wijzigingbevoegdheid Weersloot) te laten vervallen. Dank voor uw aandacht.
Richard Bon d’ Oude Molenwerf 3