CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Vast te stellen BP “Zuilense Vecht”.pdf

Raad 19 december 2023, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 10.: Bestemmingsplan Zuilense Vecht43.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Op basis van het bureauonderzoek is er voor het plangebied een verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit met name de (late) ijzertijd/Romeinse tijd. Daarnaast kunnen mogelijk archeologische resten worden aangetroffen die samenhangen met greppel- en perceleringsystemen behorende bij ontginning en het landgebruik vanaf de (late) middeleeuwen en nieuwe tijd. Op basis van het verkennend booronderzoek blijkt dat archeologische resten uit de (late) ijzertijd/Romeinse tijd aanwezig kunnen zijn in de aangetroffen oeverafzettingen. Omdat een deel van de bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

81

archeologische relevante laag is vergraven, zal het vooral om dieper gelegen sporen gaan. Op sommige plekken reikt de bodemverstoring zo diep dat hier geen sprake (meer) is van archeologische resten. Om uit te sluiten dat binnen het plangebied sprake is van archeologische resten is de gemeente voornemens om (karterend) proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren. Dit proefsleuvenonderzoek zal in een later stadium worden uitgevoerd, omdat het plangebied nu nog in gebruik is. Archeologische resten worden daarom in dit bestemmingsplan beschermd door een dubbelbestemming conform het archeologiebeleid. Conclusie In lijn met het archeologiebeleid worden archeologische resten in dit bestemmingsplan beschermd via een dubbelbestemming.

5.12 Kabels en leidingen

Kader De aanwezige kabels en leidingen in het plangebied zijn inzichtelijk gemaakt via een Klic-melding. Plangebied In het plangebied, zeker ter plaatse van de woonvelden, moeten bestaande kabels en leidingen deels worden verwijderd of verlegd en worden nieuwe kabels en leidingen aangelegd. Daarbij moet overlast voor de omgeving zoveel mogelijk worden beperkt. Een paar belangrijke aandachtspunten naar aanleiding hiervan: Niet meer in gebruik zijnde kabels en leidingen moeten worden verwijderd. Omwille van onderhoudswerkzaamheden liggen kabels en leidingen altijd in de (toegankelijke) openbare of semi-openbare ruimte. De afstand tussen bomen (tweede grootte) en kabels en leidingen is minimaal 2,2 meter, tenzij met een wortelscherm wordt gewerkt. Voor de warmte koude opslag (WKO)-traces die in de voortuin of onder het gebouw worden geplaatst, zal een zakelijk recht gevestigd worden waarin een instandhoudings-verplichting is opgenomen en het onderhoud van en toegang tot de WKO is gewaarborgd. De exacte regeling zal nader worden uitgewerkt waarbij goedkeuring van de gemeente zal worden gevraagd. Het werk aan bestaande en nieuwe kabels en leidingen wordt tegelijkertijd met het bouwrijp maken van het terrein uitgevoerd. Ter voorbereiding op het voorliggende plan is er een KLIC-melding uitgevoerd.

Daaruit is naar voren gekomen dat de meeste kabels en leidingen gelegen zijn aan de randen van het plangebied. De kabels en leidingen die het plangebied intrekken zijn bedoeld voor datatransport of gemeentelijke rioolleidingen. De kabels en leidingen lopen dan ook veelal naar de aanwezige clubgebouwen van sportverenigingen. Planologisch vormen deze kabels en leidingen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

8 2 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

Utrecht

Overzicht kabels en leidingen Aan de grens van het plangebied, parallel aan de Amsterdamstraatweg, loopt wel een buisleiding (hoge druk gasleiding) met gevaarlijke inhoud. Ter hoogte van de gemeente Utrecht loopt deze leiding pas het plangebied in. Voor Stichtse Vecht geldt dat ter plaatse van deze leiding geen (bouw)werkzaamheden plaatsvinden. Wel dient met de aanleg van de ontsluiting van het nieuwe parkeerterrein aan de Amsterdamsestraatweg rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van deze leiding. Daarom is er op de verbeelding een aanduiding opgenomen en zijn in artikel 9 van het bestemmingsplan, planregels opgenomen. Bij de verantwoording van het groepsrisico (paragraaf 5.6 van deze toelichting) is rekening gehouden met de aanwezigheid van deze leiding. Conclusie De hogedruk gastransportleiding die deels aan de rand van het plangebied loopt, wordt in het bestemmingsplan via een dubbelbestemming inclusief bijbehorende regeling beschermd. Er liggen verder geen hoofdkabels of leidingen in het gebied die moeten worden beschermd via een regeling in het bestemmingsplan.

5.13 Duurzaamheid

Kader Naast het gedifferentieerde woningaanbod staat duurzaamheid centraal bij de ontwikkeling van Zuilense Vecht. Duurzaamheid in bredere zin, dus vanuit de planvorming tot en met de uitvoeringsfase. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid is opgenomen in de Woonvisie 2017-2022. Met Zuilense Vecht maakt de gemeente Stichtse Vecht een volgende stap richting een duurzame en toekomstbestendige woon- en leefomgeving. Het plan wordt gezien als opmaat voor andere plannen in de toekomst. Plangebied De nieuwbouw wordt van warmte en koude voorzien met een collectief laagtemperatuur warmtesysteem dat bestaat uit een systeem van duurzame energiebronnen: een installatie om Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) te onttrekken, een grote Warmte en Koude Opslag (WKO) en warmtepompen leidingen en afgiftesets. Daarnaast heeft de gemeente Stichtse Vecht de ambitie om, in de wijk Op Buuren (gebouwd tussen 2007-2015), indien de woningeigenaren dat wensen, ook bestaande bouw de mogelijkheid te bieden om op het collectieve warmtesysteem aan te sluiten. In een warmteplan worden de energie- en milieuprestaties van het collectieve warmtenet beschreven en daarmee kan de energieprestatie van het warmtesysteem voor een aangesloten bouwwerk worden bepaald.

Het warmteplan voor Zuilense Vecht (zie bijlage 23), vastgesteld door de gemeenteraad van Stichtse Vecht op 31 mei 2022, geldt voor het aan te leggen warmtenet voor bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

83

de nieuwbouw in dit warmteplangebied dat deels in gemeente Utrecht en deels in gemeente Stichtse Vecht ligt. Voor Stichtse Vecht geldt dat de onderwijsvoorziening ook wordt aangesloten. Alle nieuwbouwwoningen moeten voldoen aan de BENG norm (bijna energie neutrale gebouwen), waarmee het project een duurzaam karakter krijgt. Het warmtenet wat hiervoor moet worden aangelegd, levert naast warmte tevens zeer lage temperatuur warmte: ook wel 'koude' of 'ruimtekoeling' genoemd.

Warmteplangebied Klimaatadaptatie Het klimaat verandert, veroorzaakt door de uitstoot van koolstofdioxide en andere broeikasgassen. Ook in Stichtse Vecht ervaren we veranderingen en zien we dat het weer extremer is en nog extremer wordt in de toekomst. We krijgen te maken met meer regenval en extreme buien, langere perioden van droogte en meer hittegolven. We zullen onze systemen en ruimtelijke inrichting moeten aanpassen aan het veranderende klimaat. We hebben meer ruimte voor water en groen nodig. Hierdoor kunnen we: • Meer waterberging creëren, waardoor we minder wateroverlast krijgen; • Het grondwater aanvullen, waardoor we beter bestand zijn tegen droge perioden; • Meer bomen planten, die zorgen voor schaduw en verkoeling tijdens hete perioden. Door de ontwikkeling van Zuilense Vecht neemt het verhard oppervlak toe tot ongeveer 30 procent. Dit wordt gecompenseerd door op gebiedsniveau extra (open) water te realiseren. Op Zuilense Vecht-projectniveau worden klimaatbestendige maatregelen uitgevoerd op het grondgebied van zowel Stichtse Vecht als Utrecht. Dit betreft de volgende maatregelen: • Berekeningen wijzen uit dat forse neerslag van 80 mm per 24 uur zonder schade in de buurt kan worden opgevangen. Het regenwater dat op het dak komt, wordt aan de voorkant in de voortuin en vervolgens naar de sloot afgevoerd.

Het regenwater dat op de achterkant van het dak valt, wordt in de achtertuin en de waterdoorlatende binnenterreinen opgevangen; • Op privaat terrein wordt een groot deel van de neerslag (45mm) van een hevige bui (1/100 jaar, 70mm in een uur) verwerkt (geïnfiltreerd, vastgehouden en/of geborgen) in voorzieningen op privaat terrein of, als op privaat terrein niet mogelijk is, in daarvoor bestemde (extra) voorzieningen in het plangebied. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd (niet extra) af en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar; • Tuinen worden voor maximaal 40 procent verhard. Natuurinclusief bouwen De nieuwbouw biedt interessante kansen om de biodiversiteit van Stichtse Vecht en omgeving te vergroten, bijvoorbeeld met neststenen voor gierzwaluwen en huismussen. Ook voor vleermuizen 8 4 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

Utrecht

kunnen voorzieningen worden ingepast. Bovendien kan het groen in de openbare ruimte op verschillende manieren bijdragen aan een ecologisch waardevolle buurt. Nest- en vleermuiskasten worden geïntegreerd in de gevels en worden toegepast in alle bouwblokken. Dit kan zowel zichtbaar als vrijwel onzichtbaar gebeuren. Ieder appartement of woning heeft een nestkast voor vogels. De definitieve ligging van de nestkasten wordt afgestemd met de ecoloog. Ze kunnen eventueel worden geclusterd op een gevel: mussen en gierzwaluwen zijn koloniebroeders, ze komen bij elkaar in minstens 6 nesten. Deze nesten worden niet boven de ramen aangebracht. Voor de vleermuizen worden er minstens twee zomerverblijven per bouwblok gerealiseerd. De loze ruimtes in de gevels zouden hiervoor gebruikt kunnen worden. Daarnaast wordt tenminste één kraamkamer in en om het bouwblok gereserveerd voor vleermuizen. Deze kraamkamer is minimaal 0,7 m2 groot en heeft een stabiel binnenklimaat, bij voorkeur het klimaat zoals dat aan het eind van de middagzon plaatsvindt. In de winter hebben de vleermuizen tenminste één winterverblijf nodig. Dit is een rustige plek, koel maar vriesvrij en met een luchtvochtigheid hoger dan 90 procent. Appartementen van beton of stenen met spouwmuren zijn hiervoor goed geschikt.

Ook insecten zijn belangrijk voor de natuur en er worden maatregelen genomen om ze zo goed mogelijk in het plan te integreren. Er worden insectenstenen aangebracht in de gevels. Per bouwblok worden minimaal twee insectenstenen op een zonbeschenen plek en twee op een beschaduwde plek gesitueerd. Ze staan op maximaal 3 meter afstand van nectarleverende planten en maximaal 2 meter boven het maaiveld (bijvoorbeeld op het groene dak). Bomen Door het toevoegen van de woonvelden neemt de hoeveelheid oppervlakte aan groen af, wat zoveel mogelijk kwantitatief en kwalitatief gecompenseerd gaat worden in de vorm van ecologische verbindingszones. Bestaande bomen worden zoveel mogelijk gehandhaafd. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan worden ze gekapt en vindt één-op-één herplant plaats binnen het plangebied. In het IPvE/FO bleek dat ca. 300 bomen verwijderd moesten worden. In het VOIP gaat uit van een aantal van 92 bomen in het Park van Utrecht en 175 in het Park van Stichtse Vecht, 11 in het woonveld van Utrecht en 36 in het woonveld van Stichtse Vecht. In totaal worden 314 bomen met een stamdoorsnede van 15 cm of meer verwijderd. Daarvan staan 211 bomen in Stichtse Vecht en 103 bomen in Utrecht. In het IPvE/FO werd uitgegaan van het verwijderen van ca. 300 bomen, waarvan ca. 200 in Stichtse Vecht en ca. 100 in Utrecht. Beide gemeenteraden hebben hier een akkoord op gegeven.

In Stichtse Vecht verdwijnen 10 bomen meer dan in het IPvE/FO, dat is nodig bij de aansluitingen op de Amsterdamsestraatweg en Sportparkweg en door het verleggen van een tennisbaan. In totaal komen er 577 nieuwe bomen in Zuilense Vecht. Daarvan komen er 313 in het Park in Stichtse Vecht, 213 in het Park in Utrecht (inclusief de hiervoor benoemde 12 te verplanten bomen), 11 in het woonveld van Stichtse Vecht en 40 in het Utrechtse woonveld. Met deze nieuwe bomen worden in beide gemeenten de te verwijderen bomen ruimschoots gecompenseerd. In Stichtse Vecht worden in totaal 211 bomen verwijderd en 324 bomen geplant. In Utrecht worden 103 bomen verwijderd en 253 bomen geplant. Conceptueel wordt onderscheid gemaakt tussen bossingels, bomen in heestergroepen, bomenrijen en (gegroepeerde en vrijstaande) solitaire bomen in het Sportieve Lint. In de woonvelden, zijn de zieke bestaande essen langs de Sportparkweg, deels van de bomen aan de Sweserengseweg en aan het Sportieve Lint worden gekapt. Stichtse Vecht hanteert een lijst van beschermde bomen: alle andere bomen zijn kapvergunningsvrij en dus meldings- en herplantplichtig. Hagen Hagen vormen een biotoop op zich. Huismussen kunnen zich erin verschuilen voor roofdieren en vinden er insecten voor hun jongen. In het najaar leveren hagen de nodige vruchten voor huismussen en andere vogelsoorten.

Met een haag worden ook heel wat vierkante meters natuur aangelegd. Een inheemse haag is een verrijking voor de biodiversiteit. Voor de erfafscheidingen gaat het gebruik van hagen boven het toepassen van bouwkundige erfafscheidingen. Groene daken Er wordt gestreefd naar de maximale realisatie op het toepassen van groene daken. Groene daken vallen onder 'natuurinclusief bouwen' en bieden grote voordelen, niet alleen voor de natuur maar ook voor de bewoners zelf: • Groene daken bufferen regenwater en dragen eraan bij dat het riool niet overbelast raakt bij hevige regenbuien. • Sedumdaken houden geen warmte vast in de winter. Hiervoor moet er isolatie worden aangelegd. Groene daken zorgen (afhankelijk van isolatieniveau woning) voor een koelere binnenruimte van een gebouw. • Evapotranspiratie van sedum vindt alleen 's nachts plaats. In tegenstelling tot de meeste vegetatie bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

85

biedt sedum daarom geen verkoeling overdag. Met sedum bedekte groendaken hebben daardoor 's nachts een licht koelende werking (van ongeveer 0,5° C) in vergelijking met witte grindoverkappingen (metingen is boven het groene dak) • Als elk gebouw in de bebouwde omgeving wordt bedekt met een groendak, zou het verkoelend effect op straatniveau maximaal 4°C zijn. • Een daktuin of kruidendak is gunstig voor insecten, die op hun beurt door vleermuizen en vogels worden gegeten, wat het hele lokale ecosysteem ten goede komt. Daarnaast zijn groene daken bijenvriendelijk, wat goed is voor de biodiversiteit in de omgeving. Groene gevels Rondom de bouwblokken, waar geen entrees voorzien zijn, worden geveltuinen gerealiseerd. De geveltuinen geven naast een aantrekkelijke woonomgeving ook ruimte aan insecten en vogels in het gebied. Hierdoor wordt de biodiversiteit in het gebied verder verhoogd. Conclusie Het plan voldoet ruimschoots aan de ambities en voorwaarden zoals opgenomen in het gemeentelijk beleid met betrekking tot duurzaamheid. De voorwaarden zijn onder andere vastgelegd in het onderliggende Stedenbouwkundig plan en verplicht gesteld bij de realisatie van het plan. Ook in het bestemmingsplan zijn regels opgenomen om de ambities ten aanzien van duurzaamheid te kunnen waarborgen.

5.14 Conclusie Uit dit hoofdstuk volgt dat er geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkelingen.

8 6 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Inleiding Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de integrale gebiedsontwikkeling van het plangebied Zuilense Vecht. M.b.t. dit plangebied faciliteert dit bestemmingsplan de ontwikkeling van woningbouw, sportfuncties, een onderwijsvoorziening en een park met een sportieve Strip. Financiële haalbaarheid De te ontwikkelen grond is nagenoeg geheel eigendom van de gemeente Stichtse Vecht. Voor de integrale gebiedsontwikkeling van het plangebied Zuilense Vecht is op basis van de beschreven uitgangspunten een grondexploitatie gemaakt. In deze grondexploitatie worden de kosten en opbrengsten geraamd en wordt het verwachte resultaat van de gebiedsontwikkeling bepaald. De opbrengsten worden gerealiseerd door de verkoop van bouwgrond ten behoeve van woningbouw en maatschappelijke voorzieningen. De hoogte van deze opbrengsten is residueel geraamd. Daarnaast wordt voor dit plan een subsidie ontvangen voor Binnenstedelijke ontwikkeling van de provincie Utrecht De kosten worden met name bepaald door de vergoeding van vervangingswaarden van te verplaatsen sportaccommodaties, het bouw- en woonrijp maken van de locatie en de kosten van planontwikkeling. De vervangingswaarden zijn bepaald aan de hand van taxaties. De kosten van bouw- en woonrijp maken zijn geraamd door een gemeentelijk ingenieursbureau. De gemeente heeft zelf de kosten van planontwikkeling geraamd.

Een deel van de watercompensatie voor de gemeente Utrecht vindt, tegen vergoeding van de kostprijs, plaats op grondgebied van Stichtse Vecht. Om de effecten van rente en inflatie te bepalen, zijn de kosten en opbrengsten gefaseerd in de tijd. Belangrijke uitgangspunten hierbij zijn de doorlooptijd van procedures, beschikbaarheid van gronden en de ingeschatte opname van bouwkavels door de markt. De gebiedsontwikkeling heeft een positief financieel saldo. Dit bestemmingsplan is daarmee financieel haalbaar en uitvoerbaar. Economische uitvoerbaarheid Door de ontwikkeling van deze locatie met woningbouw wordt een bijdrage geleverd aan de behoefte aan woningen. De omvang van deze behoefte (zie voorgaande paragrafen) is groot. De afzetbaarheid van de wooneenheden vormt geen belemmering voor de realisatie en voortgang van het project. De realiseerbaarheid van het project binnen de voorgestane planperiode is hiermee voldoende aangetoond. Daarmee is het project economisch uitvoerbaar. Kostenverhaal Gemeenten zijn op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht om de kosten van de grondexploitatie te verhalen. Ingeval de gemeente de uitgeefbare gronden in eigendom heeft, vindt verhaal van de kosten van de grondexploitatie plaats door verkoop van bouwrijpe grond. Het verhalen van de kosten van de grondexploitatie is verzekerd door verkoop van bouwrijpe grond.

Planschade Naast de kosten voor het maken van het bestemmingsplan moet een inschatting worden gemaakt van het risico van planschade. De gemeente heeft daarom een planschaderisico-inventarisatie laten opstellen. Eventuele kosten van planschade zijn voor rekening van de gemeentelijke grondexploitatie en worden dus gedekt uit de opbrengsten van de ontwikkeling. Exploitatieplan Het kostenverhaal is via gronduitgifte verzekerd. Daarnaast is er geen noodzaak tot het stellen van eisen aan de fasering dan wel aan de uitvoering. Er zal bij dit bestemmingsplan dan ook géén exploitatieplan worden vastgesteld.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening

Het plan is aan een aantal instanties toegezonden voor reactie als bedoeld in art 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het plan is aan een aantal instanties toegezonden voor een reactie als bedoeld in artikel 3.1.1 van bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

87

het Besluit ruimtelijke ordening. Hieronder volgen de reacties van instanties die hebben gereageerd. 6.2.1.1 1.

Gasunie

In artikel 9.3.2 ziet de Gasunie graag aangevuld dat er vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de leidingbeheerder.

Reactie: In artikel 9 lid 9.3 sub 2 van de planregels stond al dat er vooraf advies ingewonnen moet worden bij de leidingbeheerder. Naar aanleiding van de reactie is hieraan toegevoegd dat dit schriftelijk ingewonnen moet worden. 2.

In artikel 9.4.2 dient te worden toegevoegd “graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken”.

Reactie: In artikel 9 lid 9.4 sub 2 onder a zijn "graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken betreffen" toegevoegd.

3.

In artikel 9.4.3. graag het woordje onevenredig schrappen. Het huidige artikel biedt een beoordelingsvrijheid (zie hiervoor ook ABRvS, 20 juni 2012, zaaknummer 201200554/1/R4, r.o. 2.5.3) die niet door artikel 14 derde lid Bevb wordt geboden. Hierin is bepaald dat de veiligheid van de in de belemmeringenstrook gelegen buisleiding niet mag worden geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten. Verder graag aanvullen dat er vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de leidingbeheerder.

Reactie: In lijn met de reactie is het woord 'onevenredig' in artikel 9 lid 9.4 sub 3 van de planregels geschrapt en daarnaast is aan artikel 9 lid 9.4 sub 3 van de planregels het woordje 'schriftelijk' toegevoegd. 4.

In dit plan valt de dubbelbestemming 'Leiding-Gas' samen met enkele andere bestemmingen. Op basis van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie de uitspraak van 19 februari 2014, zaaknummer 20134186/1/R4, r.o. 4.5 en 4.6) dient een onderlinge rangorde te worden aangegeven. Dit is nu niet het geval. Gezien de veiligheidsaspecten die gelden om een veilige ligging van de gastransportleiding te waarborgen, verzoeken wij u om een bepaling op te nemen, zodat de dubbelbestemming 'Leiding-Gas' bij het samenvallen met andere bestemmingen voorrang krijgt.

Reactie: In artikel 9 lid 9.1 is 'mede bestemd' vervangen voor 'primair bestemd', waardoor de onderlinge rangorde tussen de bestemmingen wordt aangegeven. Conclusie Aan het voorontwerpplan zijn voorgaande wijzigingen doorgevoerd, waarmee het plan in lijn met de reactie van de Gasunie is gebracht. 6.2.1.2 1.

HDSR

Het HDSR wil graag dat in paragraaf 5.10 van de toelichting wordt aangegeven welk deel van de totale watercompensatie (15.201 m2) plaats zal vinden binnen de gemeente Stichtse Vecht. Daarnaast verwijst het HDSR naar het vervolgproces: opstellen inrichtingsplan en aanvragen watervergunning. Hierbij wil het waterschap graag actief betrokken blijven en in dit vervolgproces denkt het waterschap graag mee. Ter inspiratie wordt verwezen naar de website www.klimaatklaar.nl.

Reactie: Paragraaf 5.10 hebben wij aangevuld met dat er binnen de gemeente Utrecht 2.535 m2 en binnen de gemeente Stichtse Vecht 12.666 m2 aan watercompensatie plaatsvindt. Daarnaast maken wij in het vervolgproces ook graag gebruik van de kennis van het HDSR. 2.

Het HDSR adviseert om in deze paragraaf het toekomstig beheer en onderhoud van het watersysteem te beschrijven. Hierbij vraagt het HDSR om in de toelichting aandacht te besteden

8 8 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

Utrecht

aan de locaties van de in- en uitlaat voorzieningen van de maaiboot. Reactie: Gelijktijdig met het bestemmingsplan werken de gemeente Utrecht en de gemeente Stichtse Vecht aan het Stedenbouwkundig Plan (SP) voor de woonvelden en het Voorlopig Ontwerp Inrichtingsplan (VOIP) voor het sportieve lint en de sportparken. Vooral in het VOIP wordt ingegaan op het toekomstig beheer en onderhoud van het watersysteem, waaronder de in- en uitlaatplekken van maaiboten. Bij het opstellen van het VOIP is vooroverleg gevoerd met het HDSR. Naar aanleiding van de reactie is het VOIP nogmaals naar het HDSR gestuurd. In paragraaf 5.10 van de toelichting van het bestemmingsplan zal, conform het VOIP, nu ook ingegaan worden op het beheer (waaronder maaiboten), afwatering en infiltratievoorzieningen. Conclusie In lijn met de reactie van het HDSR is in paragraaf 5.10 toegevoegd hoeveel van de totale watercompensatie binnen de gemeente Utrecht en de gemeente Stichtse Vecht zal plaatsvinden en is het toekomstig beheer en onderhoud beschreven (waarbij tevens aandacht is besteed aan de maaiboot). Het HDSR heeft het VOIP toegestuurd gekregen en wordt betrokken bij de voortgang van het project. 6.2.1.3 1.

Rijkswaterstaat

Het plangebied is gelegen parallel langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Wellicht ten overvloede wil Rijkswaterstaat er op wijzen dat als zich ontwikkelingen voordoen binnen 30 meter uit het Amsterdam-Rijnkanaal, deze ontwikkelingen vallen binnen de beheergrens voor het waterstaatkundig beheer van het Amsterdam-Rijnkanaal. In dergelijke gevallen geldt dat er een vergunning in het kader van de Waterwet verleend moet worden door de waterbeheerder, in dit geval Rijkswaterstaat.

Reactie: Aangezien Rijkswaterstaat heeft aangegeven dat dit deel van het Amsterdam Rijnkanaal geen formele status als waterkering heeft, is de bestemming van de vrijwaringszone gewijzigd van 'Waterstaat-Waterkering' in 'Waterstaat-Waterstaatkundige functie'. De percelen die binnen 30 meter van het Amsterdam Rijnkanaal zijn gelegen, zijn voorzien van de bestemming 'Waterstaat-Waterstaatkundige functie'. Dit betekent dat deze gronden primair bestemd zijn voor de bescherming en het beheer van de watergang, naast de andere hieraan gegeven bestemmingen. Binnen de bestemming 'Waterstaat-Waterstaatkundige functie' zijn alleen in de bestemming passende bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan met een maximale bouwhoogte van 2 meter. Voor andere gebouwen of bouwwerken is een omgevingsvergunning nodig, waarbij vooraf advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende watergang (in dit geval bij Rijkswaterstaat). Hiermee wordt de watergang planologisch voldoende beschermd.

2.

In de toelichting van het bestemmingsplan wordt ook verwezen naar het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro). In het Barro wordt (artikelen 2.1.2 en 2.1.3) een vrijwaringszone langs rijksvaarwegen benoemd. De buitenste begrenzing van deze vrijwaringszone ligt in het geval van het Amsterdam-Rijnkanaal op 25 meter uit de oever. Binnen deze vrijwaringszone moet bij een wijziging van bestemmingen rekening gehouden worden met het voorkomen van belemmeringen voor: scheepvaart, toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten en uitvoeren van beheer en onderhoud van de vaarweg. Voor zover Rijkswaterstaat op basis van de pdf van de verbeelding kan constateren, lijkt het plangebied net buiten deze vrijwaringszone te vallen. Mocht blijken dat het plangebied desondanks toch binnen deze vrijwaringszone valt, dan wil Rijkswaterstaat ons verzoeken rekening te houden met de bepalingen uit het Barro ten aanzien van deze vrijwaringszone. Ondanks dat het plangebied buiten de vrijwaringszone lijkt te vallen, wil Rijkswaterstaat ons vragen bij de ontwikkelingen in het plangebied rekening te houden met het voorkomen van hinder voor de scheepvaart (voorkomen hinder radar bij bebouwing, voorkomen lichthinder van bijvoorbeeld straatverlichting, verlichting sportvelden etc.).

Reactie: Delen van enkele bestemmingen liggen binnen de 25 meter afstand uit de oever van het Rijkswaterstaat. Binnen deze afstand vinden echter geen nieuwe ontwikkelingen plaats. Zoals hierboven onder reactie 1 is aangegeven zijn de percelen die binnen 30 meter van het Amsterdam Rijnkanaal gelegen zijn voorzien van de bestemming 'Waterstaat-Waterstaatkundige functie'. Binnen deze bestemming. Voor andere gebouwen of bouwwerken is een omgevingsvergunning nodig, waarover vooraf advies ingewonnen moet worden bij Rijkswaterstaat als beheerder van de waterkering. Hierdoor wordt naar onze mening voldoende rekening bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

89

gehouden met de vrijwaringszone en het voorkomen van hinder voor de scheepvaart. 3.

Ten aanzien van het onderwerp externe veiligheid is het verzoek van Rijkswaterstaat het advies van de Veiligheidsregio Utrecht nog in te voegen in het bestemmingsplan.

Reactie: Het advies dat de VRU in het kader van het vooroverleg heeft gegeven is ingevoegd als bijlage 24 van de toelichting.

4.

In het kader van U Ned zijn er zogeheten gebiedsonderzoeken uitgevoerd voor o.a. Leidsche Rijn centrum, Lage Weide, Zuilen en Overvecht. Uit deze gebiedsonderzoeken komt o.a. de wens naar voren voor een HOV- en fietsverbinding tussen Zuilen en Lage Weide. Deze verbinding zou door het plangebied van dit bestemmingsplan kunnen lopen. Op basis van voorliggend bestemmingsplan is het Rijkswaterstaat niet duidelijk in hoeverre er interactie is tussen het niveau van U Ned en dit bestemmingsplan. Daarom de vraag in hoeverre er binnen dit bestemmingsplan rekening wordt gehouden met een dergelijke ontwikkeling.

Reactie: In het kader van U-Ned wordt de mogelijkheid open gehouden om vanaf Lage Weide een verbinding voor langzaam verkeer aan te leggen. Deze zal in het plangebied landen ter hoogte van sportpark Zuilen, in het plangebied van de gemeente Utrecht, direct naast de Zuilenselaan. Een toekomstige verbinding kan aangesloten worden op dit laantje en daarmee aangesloten worden op de nieuw te realiseren verbindingen in het plan Zuilense Vecht. Met de bestemmingsplannen voor Zuilense Vecht wordt rekening gehouden met de ruimtevraag van de mogelijke toekomstige fietsverbinding met zogenoemde 'fietswokkel'. Om die reden wordt op het sportpark Zuilen het voetbalveld direct aan de Amsterdamsestraatweg nu niet omgezet naar een kunstgrasveld. Conclusie Het voorontwerpbestemmingsplan is in lijn met de aandachtspunten van Rijkswaterstaat opgesteld. 6.2.1.4 1.

VRU

De VRU adviseert ons om de zorginstelling of zorgwoningen buiten de 100% letaliteitszone van het Amsterdam Rijnkanaal en de buisleiding te plaatsen.

Reactie: De zorginstelling en zorgwoningen worden mogelijk gemaakt binnen de bestemming 'Gemengd'. Deze bevindt uitsluitend aan de zijde van gemeente Utrecht en ligt ruim buiten de 1% letaliteitszone van het Amsterdam Rijnkanaal. Daarnaast worden de zorginstelling en zorgwoningen buiten de 100% letaliteitszone van de buisleiding mogelijk gemaakt (zie hiervoor ook onderstaande afbeelding). In de gemeente Stichtse ligt de onderwijsvoorziening met maatschappelijke bestemming buiten de 1% letaliteitszone van het Amsterdam Rijnkanaal en de 100% letaliteitszone van de buisleiding.

9 0 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

Utrecht

2.

De VRU adviseert om de genoemde scenario's en de handelingsperspectieven op te nemen in het bedrijfsnoodplan van de zorginstelling. Of anders van de overkoepelende zorginstelling welke de zorg gaat aanbieden in de zorgwoningen.

Reactie: Op dit moment is nog niet duidelijk of er een zorginstelling en/of zorgwoningen worden gerealiseerd in het zogenaamde initiatievenblok, waardoor wij de scenario's en handelingsperspectieven nog niet door kunnen geven. Wel maakt het advies van de VRU onderdeel uit van het bestemmingsplan voor de gemeente Utrecht. Bovendien zal er bij de aanvraag om omgevingsvergunning nog getoetst worden aan o.a. brandveiligheid.

3.

De VRU adviseert om voldoende vluchtmogelijkheden te realiseren zodat men altijd van een risicobron af kan vluchten en om bij de toepassing van een mechanisch ventilatiesysteem, deze per woning afsluitbaar te maken.

Reactie: Dit advies zal in het kader van de aanvraag om omgevingsvergunning worden getoetst. Het is goed dat de VRU hier al in een vroeg moment in het proces aandacht voor vraagt, zodat hier rekening mee gehouden kan worden.

4.

De VRU vraagt om het concept stedenbouwkundig plan aan te leveren bij de VRU ter beoordeling van de aspecten bereikbaarheid en bluswatervoorziening.

Reactie: Gelijktijdig met het bestemmingsplan werken de gemeente Utrecht en de gemeente Stichtse Vecht aan het Stedenbouwkundig Plan (SP) voor de woonvelden en het Voorlopig Ontwerp Inrichtingsplan (VOIP) voor het sportieve lint en de sportparken. Bij het opstellen van het SP en het VOIP is al vooroverleg gevoerd met het VRU. Naar aanleiding van de reactie zijn het SP en het VOIP nogmaals naar de VRU gestuurd. Conclusie Het bestemmingsplan voldoet aan de legaliteitseisen waar de VRU aandacht voor vraagt. De aspecten over vluchtmogelijkheden en brandveiligheid worden in het kader van de aanvraag om omgevingsvergunning nader getoetst. bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

91

9 2 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 7 Juridische plantoelichting 7.1

Inleiding

Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere leesbaarheid, raadpleegbaarheid en helderheid voor de gebruiker en draagt zo bij aan een effectiever en efficiëntere dienstverlening.

7.2

Opbouw regels

De opzet van de bestemmingsregels is steeds gelijk: bestemmingsomschrijving (met ondergeschikte en nevengeschikte doeleinden); bouwregels; afwijkingsregels van de bouwregels; waar nodig: een bijzondere gebruiksregel, bijvoorbeeld bij wonen een aan-huis-verbonden bedrijf; afwijkingsregels van de gebruiksregels; waar nodig: een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, ter bescherming van een dubbelbestemming. 7.2.1

Het gebruik van het woord of

Wanneer in de regels van dit bestemmingsplan in een opsomming van gevallen het woord 'of' wordt gebruikt, is daaronder mede begrepen de situatie dat meer dan een van de genoemde gevallen zich tegelijk voordoen. Onder 'of' wordt een combinatie van opties niet uitgesloten.

7.3

Regeling bijbehorende bouwwerken

In het Besluit omgevingsrecht Bijlage II artikel 2 staan de vergunningvrije bijbehorende bouwwerken opgesomd. Deze vergunningvrije bouwwerken zijn in 2014 aanzienlijk verruimd. De vergunningvrije bouwwerken komen overeen met de voorheen door de gemeente Utrecht gehanteerde standaard erfbebouwingsregeling bij woningen. Besloten is daarom om in het bestemmingsplan geen aparte regels meer op te nemen voor bijbehorende bouwwerken, maar om te verwijzen naar de vergunningvrije bijbehorende bouwwerkenregeling in het Besluit omgevingsrecht.

7.4

Artikelsgewijze toelichting

Op een aantal bestemmingen is in deze paragraaf een nadere toelichting opgenomen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen De route waar de langzaamverkeersverbinding de Strip, voor sportief en recreatief gebruik, wordt aangelegd heeft de bestemming 'Groen'. Ook de plekken waar de speel- en buitensportvoorzieningen kunnen komen vallen binnen de bestemming 'Groen'. Andere soorten groenvoorzieningen, waaronder veldjes, vallen ook binnen de bestemming 'Groen'. Binnen deze bestemming is daarnaast waterbeheer, waterberging en sierwater toegestaan. De kleinere watergangen zijn dan ook niet apart bestemd. Daarnaast mogen er binnen deze bestemming voeten fietspaden worden gerealiseerd. Binnen de bestemming 'Groen' is de aanduiding 'specifieke vorm van groen-2' opgenomen. Deze locatie is specifiek bestemd voor een (clustering) van buitenfitness, een basketbalvoorziening en/of een skatebaan. Dit wordt een ontmoetingsplaats waar bewegen centraal staat. Ter plaatse van de aanduiding 'brug-2' kan een brug voor langzaam verkeer (fietsers en voetgangers) gerealiseerd worden. Artikel 4 Maatschappelijk Binnen deze bestemming zijn verschillende voorzieningen mogelijk: onderwijs, buitenschoolse opvang en kinderopvang. Het bouwvlak mag voor 60% worden bebouwd en een maximale bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

93

bouwhoogte van 7 meter mag niet overschreden worden. Wel voorzien de regels in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid om aan de kant van de Strip een hoogteaccent van maximaal 12 meter toe te staan, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het bebouwingsbeeld. Vanwege een overschrijding van de grenswaarden die gelden voor geluid is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het realiseren (en gerealiseerd houden) van een geluidreducerende voorziening. Artikel 4 Sport Binnen de bestemming 'Sport' mogen allerlei sporten worden uitgeoefend. Daarnaast is additionele horeca (een kantine) behorende bij de hoofdactiviteit 'Sport' mogelijk, mits aan de ondergeschiktheidseis van 30% wordt voldaan. Buurtactiviteiten zijn ook binnen de bestemming 'Sport' toegestaan met als doel om de bezettingsgraad van sportaccommodaties te verhogen en ruimte te bieden aan initiatieven uit de samenleving. In de OVVO-hal is daarnaast buitenschoolse opvang mogelijk. Binnen de bestemming 'Sport' worden zoekgebieden met de aanduiding 'specifiek vorm van sport-3' weergegeven. Binnen de zoekgebieden mag één technische ruimte voor het warmtenet worden gebouwd. Aan dit gebouw is een maximale bouwhoogte en maximale oppervlakte gekoppeld. Onder voorwaarden is het toegestaan dat er een nieuw verenigingsgebouw voor tennisvereniging Luck Raeck wordt gebouwd.

Via een voorwaardelijke verplichting wordt afgedwongen dat er in overeenstemming van de beeldkwaliteitsregels wordt gebouwd en dat het bestaande verenigingsgebouw wordt gesloopt.

Artikel 6 Verkeer - Verblijfsgebied De meeste wegen in het plangebied zijn opgenomen in de bestemming 'Verkeer- Verblijfsgebied'. Dit zijn de wegen met hoofdzakelijk een functie voor het bestemmingsverkeer. Ook de pleinen, de bermen van wegen en het snippergroen maken hier deel van uit. Er zijn kleine gebouwtjes toegestaan bijvoorbeeld voor het realiseren van fietsenstallingen. Artikel 7 Water Water is in het plangebied een structurerend element. De grotere watergangen zijn in de bestemming 'Water' opgenomen. Bij de bestemmingsomschrijvingen van Groen, Verkeer Verblijfsgebied, Sport, Wonen en Maatschappelijk is water(berging) ook toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'brug-2' kan een brug voor langzaam verkeer (fietsers en voetgangers) gerealiseerd worden. Een vlonder voor het polsstokspringen, mag aangelegd worden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - vlonders'. Artikel 8 Wonen Binnen de bestemming 'Wonen' mogen maximaal 150 woningen worden gerealiseerd. Voor de woningen geldt een maximale goot- en bouwhoogte. Bij een aantal woningen mag onder voorwaarden een carport met daarop een dakterras worden gebouwd. Belangrijk hierbij is dat er een auto in de carport geparkeerd moet kunnen worden.

In één van de binnenterreinen van de woonblokken kan een ondergrondse technische ruimte (nutsvoorziening) worden gerealiseerd, die zowel de woonblokken, het onderwijsgebouw en sportgebouwen bedient.

Artikel 9 Leiding - Gas De hoge druk gastransportleiding, inclusief de beperkingenzone, die aan de rand van het plangebied loopt heeft de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' gekregen. Binnen deze dubbelbestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen ten dienste van de bestemming 'Leiding-Gas' worden gebouwd. Bouwen ten dienste van één van de andere bestemmingen kan alleen wanneer hiervoor een omgevingsvergunning wordt verleend. Bij de beoordeling zal de veiligheid tot de gasleiding worden beoordeeld. Kwetsbare objecten worden daarnaast niet toegelaten. In het kader van de aanvraag om omgevingsvergunning wordt om een advies van de beheerder van de leiding gevraagd. Daarnaast is voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of voor werkzaamheden (zoals het kappen van bomen en het dempen van sloten) een omgevingsvergunning nodig 9 4 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

Utrecht

Artikel 10 Waarde - Archeologie - 1 De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' is opgenomen ter behoud en bescherming van de op of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. Voor diverse werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig. Artikel 11 Waterstaat - Waterstaatkundige functie De vrijwaringszone van het Amsterdam Rijnkanaal heeft de bestemming Waterstaat Waterstaatkundige functie gekregen, ter bescherming van deze watergang. Hierbij merken wij op dat er voor eventuele nieuwe ontwikkelingen binnen deze zone ook een vergunning in het kader van de Waterwet nodig is. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 12 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat een stuk grond dat al eens was betrokken bij het verlenen van een omgevingsvergunning bij de beoordeling van latere bouwplannen nogmaals wordt betrokken. Artikel 13 Algemene bouwregels Dit artikel regelt de mogelijkheid voor (beperkte) overschrijdingen van bebouwingsgrenzen die op de kaart zijn aangegeven, een voorwaardelijke verplichting over parkeren en regels voor woningvorming en omzetting.

Voorwaardelijke verplichting over parkeren Artikel 3.1.2, tweede lid, van het Bro maakt het mogelijk dat een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels kan bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Artikel 13.3 lid 1 van de planregels regelt dat bij een omgevingsvergunning voor het bouwen de parkeergelegenheid voor auto's en fietsen voldoet aan het gemeentelijk beleid (ten tijde van het opstellen van deze toelichting: Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan Stichtse Vecht 2013, deel B Nota Parkeernormen, vastgesteld door de raad op 29 september 2015). Bij het toetsen van een bouwaanvraag aan het bestemmingsplan, zal onderzocht worden of de aanvraag voldoet aan de voorwaarde om voldoende parkeergelegenheid te regelen. Als gedurende de geldigheid van dit bestemmingsplan het parkeerbeleid wordt gewijzigd, geldt als uitgangspunt dat een aanvraag om omgevingsvergunning aan het op dat moment geldende parkeerbeleid wordt getoetst. Daarom bevat artikel 13.3 lid 2 een regel die bij gewijzigd beleid een afweging over de bij de aanvraag horende parkeereis, zodat gemotiveerd wordt in hoeverre het nieuwe beleid wordt toegepast. Artikel 14 Algemene gebruiksregels De Wabo bevat een algemeen verbod om de gronden en bebouwing in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken.

Een algemeen gebruiksverbod hoeft derhalve niet meer in de planregels te worden opgenomen. Het is wel mogelijk om in het bestemmingsplan aan te geven wat onder verboden gebruik in ieder geval wordt verstaan. In dit artikel is opgenomen dat onder verboden gebruik wordt verstaan: onbebouwde gronden te gebruiken als staanplaats voor onderkomens als opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en vaartuigen of onderdelen daarvan of als stortplaats voor puin en afvalstoffen. Het gebruik of bouwen in strijd met het bestemmingsplan was vroeger onder de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening via een algemene gebruiksbepaling en strafbepaling geregeld in het bestemmingsplan. Onder de Wet ruimtelijke ordening was een en ander geregeld in de wet zelf. Met de invoering van de Wabo is dat opnieuw gewijzigd. Nu is het als volgt geregeld. Voor elke verandering van gebruik (in ruime zin) die in strijd komt met een bestemmingsplan is volgens artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo een omgevingsvergunning nodig. Indien voor een dergelijk planologisch strijdig gebruik geen omgevingsvergunning wordt gevraagd of een gevraagde vergunning niet wordt verleend, komt dit gebruik dus in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Dat artikel kan vervolgens bestuursrechtelijk of strafrechtelijk via de Wet op de economische delicten worden gehandhaafd.

Strijdig gebruik met planologische regelingen waarvan afwijking niet is toegestaan valt niet onder artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. Met het oog op dergelijk gebruik is in artikel 7.2 Wet ruimtelijke ordening een verbodsbepaling opgenomen bij de invoering van de Wabo. Artikel 16 Algemene afwijkingsregels Dit artikel regelt de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders om af te wijken van de regels. Dit heeft primair tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Ze kunnen worden toegepast als er niet op grond van de bestemmingsregelingen in hoofdstuk 2 al afgeweken bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

95

kan worden. Het gaat dan om een afwijking van maten, afmetingen en percentages, het plaatsen van objecten van beeldende kunst, het realiseren van kleine nutsgebouwtjes. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 17 Geluidgevoelige bestemming Er mogen uitsluitend geluidgevoelige bestemmingen worden opgericht indien het bouwplan in overeenstemming is met de Wet geluidhinder of met het besluit ontheffing Hogere waarde. Artikel 18 Overgangsrecht In het Besluit ruimtelijke ordening is overgangsrecht opgenomen dat in elk bestemmingsplan moet worden overgenomen. Indien de in het plan opgenomen regels, voor wat betreft gebruik of bebouwing, afwijken van een bestaande legale situatie, dan zijn daarop de overgangsregels van toepassing. De overgangsregel heeft tot doel bestaande belangen te respecteren totdat realisering van de nieuwe regels plaatsvindt. Voor bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen, is bepaald dat deze gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande afwijking niet wordt vergroot. Gehele vernieuwing is in principe uitgesloten, waaronder ook gefaseerde vernieuwing van een bouwwerk wordt verstaan. Het doel van het overgangsrecht is dat het bestaande bouwwerk in de bestaande staat in stand mag worden gehouden.

Uitsluitend na het tenietgaan van het bouwwerk door een calamiteit, waarmee onder andere brand of extreme weersomstandigheden wordt bedoeld, is onder voorwaarden gehele vernieuwing toegestaan. Vergunningplichtige bouwwerken die zonder vergunning zijn opgericht, kunnen door overgangsrecht niet gelegaliseerd worden. Bouwen zonder vergunning is immers een overtreding van de Wabo die niet door een regeling in een bestemmingsplan ongedaan kan worden gemaakt. Wel kan met een beroep op het overgangsrecht een aanvraag worden ingediend voor de verbouw van een illegaal bouwwerk. Om te voorkomen dat een dergelijke aanvraag moet worden gehonoreerd, is in de overgangsbepaling van dit plan opgenomen dat deze slechts van toepassing is op legale bouwwerken. Voor het gebruik dat onder het overgangsrecht valt, is bepaald dat dat gebruik mag worden voortgezet. Het gebruik mag eveneens worden gewijzigd, voor zover de afwijking ten opzichte van het toegestane gebruik niet vergroot wordt. Hiervoor is reeds aangegeven dat illegale bouwwerken niet gelegaliseerd kunnen worden door overgangsrecht. Voor gebruik is dat in principe wel mogelijk maar vanuit het oogpunt van handhaving ongewenst. Gezien het voorgaande is in de overgangsbepaling opgenomen dat het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, van het overgangsrecht is uitgesloten.

Ook na het van kracht worden van dit plan kan dus nog met succes handhavend worden opgetreden tegen gebruik dat reeds in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan. Dit laatste is uiteraard mede afhankelijk van andere aspecten, waaronder de vraag of het strijdige gebruik reeds zolang plaatsvindt dat de gemeente haar rechten heeft verwerkt. Artikel 19 Slotregel In dit artikel is de naam van het bestemmingsplan, de citeertitel, omschreven.

7.5

Lijst van Bedrijven functiemenging

Toepassing Lijst van Bedrijven functiemenging Algemeen In de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) zijn twee voorbeeldstaten voor milieuzonering opgenomen, namelijk de 'Staat Bedrijfsactiviteiten bedrijventerreinen' en de 'Staat Bedrijfsactiviteiten functiemenging'. De aanpak van milieuzonering en de in dit plan gebruikte Lijst van Bedrijven functiemenging is gebaseerd op de Staat Bedrijfsactiviteiten functiemenging in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). De Lijst van Bedrijven functiemenging wordt gehanteerd in gebieden waar bedrijven of andere milieubelastende functies verspreid zijn gesitueerd tussen woningen of andere gevoelige functies. Onderstaand wordt hier meer in detail op ingegaan. Het gaat in dergelijke gebieden in het algemeen om relatief kleinschalige bedrijvigheid die op korte afstand van woningen kan worden toegestaan. De toelaatbaarheid van activiteiten wordt voor dergelijke gebieden in de VNG-publicatie (en de Lijst van Bedrijven functiemenging) bepaald met behulp van op deze situaties toegesneden toelatingscriteria. Functiemengingsgebieden 9 6 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

Utrecht

In bestaande gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), wordt de Lijst van Bedrijven functiemenging toegepast. Zoals in de VNG-publicatie is aangegeven kan bij functiemengingsgebieden gedacht worden aan: stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; horecaconcentratiegebieden; zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en in lintbebouwingen; (delen van) woongebieden met kleinschalige of ambachtelijke bedrijvigheid. Daarnaast kan ook in (delen van) woongebieden waar enige vorm van bedrijvigheid aanwezig of gewenst is de Lijst van Bedrijven functiemenging worden toegepast. Kenmerken van de activiteiten De activiteiten in dergelijke gebieden verschillen in het algemeen qua aard en schaal sterk van de activiteiten op een bedrijventerrein. Behalve in historisch gegroeide situaties gaat het voornamelijk om: kleinschalige, meestal ambachtelijke bedrijvigheid; bedrijven waarbij de productie of laad- en loswerkzaamheden alleen in de dagperiode plaatsvindt; activiteiten die hoofdzakelijk inpandig geschieden. De toegepaste Lijst van Bedrijven functiemenging De bovenvermelde criteria liggen mede ten grondslag aan de selectie van activiteiten die zijn opgenomen in de Lijst van Bedrijven functiemenging.

In de Lijst van Bedrijven functiemenging zijn de aspecten geluid, geur, stof en gevaar en de index voor verkeersaantrekkende werking in de categorisering opgenomen. Deze Lijst is samengesteld volgens dezelfde methodiek als de betreffende Staat Bedrijfsactiviteiten functiemenging uit de VNG-publicatie. Op twee punten is een andere werkwijze toegepast: 1.

In dit plan wordt alleen de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten gekoppeld aan de Lijst. In de Lijst van Bedrijven functiemenging zijn daarom alleen de activiteiten opgenomen die passen binnen de definitie van bedrijf volgens de begripsbepalingen in de regels van dit bestemmingsplan. De toelaatbaarheid van andere functies wordt in dit plan indien nodig op een andere wijze in de regels en op de plankaart van dit bestemmingsplan geregeld (bijvoorbeeld horecabedrijven via een afzonderlijke Lijst van Horeca-activiteiten). Toegevoegd zijn enkele regelmatig voorkomende bedrijfsactiviteiten die in de lijst van de VNG-publicatie niet specifiek zijn opgenomen, maar wel aan de vermelde criteria voldoen zoals een ambachtelijke glas-in-loodzetterij en caravanstalling. Voor aannemers, SBI-code 45, heeft een nadere specificatie van de activiteiten plaatsgevonden met bijbehorende categorie-indeling die is afgestemd op de verwachte milieueffecten van deze activiteiten.

2.

In de Lijst van Bedrijven functiemenging is in de categorie-indeling een nader onderscheid gemaakt tussen categorie B1 en B2. Voor de toepassing in dit bestemmingsplan blijkt het onderscheid tussen categorie A en categorie B zoals beschreven in de VNG-publicatie te groot om de toelaatbaarheid van activiteiten voldoende af te kunnen stemmen op de kenmerken van de functiemengingsgebieden en het daarin te volgen beleid.

Categorie-indeling Zoals in de VNG-publicatie is aangegeven kan, vanwege de bijzondere kenmerken van gebieden met enige vorm van functiemenging, niet worden gewerkt met een systematiek van richtafstanden en afstandsstappen: vanwege de zeer korte afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies is een dergelijke systematiek niet geschikt voor functiemengingsgebieden. De Lijst van Bedrijven functiemenging hanteert vier categorieën A, B1, B2 en C met specifieke criteria voor de toelaatbaarheid die onderstaand uiteen zijn gezet.

bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

97

Categorie A Bedrijfsactiviteiten die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies zijn toegestaan, desgewenst in daarvoor omschreven zones binnen rustige woongebieden. De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Categorie B1 Bedrijfsactiviteiten die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies in een daarvoor omschreven gebied met functiemenging zijn toegestaan. De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Categorie B2 Bedrijfsactiviteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter bouwkundig afgescheiden van woningen/andere gevoelige functies. Bouwkundig afgescheiden betekent dat de panden los van elkaar dienen te staan. Uitzondering hierop vormen binnenterreinen omringd door voornamelijk woningen: ook al zijn bedrijven bouwkundig afgescheiden van woningen, op deze locaties zijn hooguit categorie B1 bedrijven toegestaan. Categorie C Activiteiten vermeld onder categorie B2, waarbij vanwege relatief grote verkeersaantrekkende werking een directe ontsluiting op hoofdinfrastructuur gewenst is. Flexibiliteit De Lijst van Bedrijven functiemenging blijkt in de praktijk een relatief grof hulpmiddel te zijn om hinder door bedrijfsactiviteiten in te schatten.

De inschalingen gaan uit van een gemiddeld bedrijf met een moderne bedrijfsvoering. Het komt in de praktijk voor dat een bepaald bedrijf als gevolg van een geringe omvang van hinderlijke deelactiviteiten, een milieuvriendelijke werkwijze of bijzondere voorzieningen minder hinder veroorzaakt dan in de Lijst van Bedrijven functiemenging is verondersteld. In de regels is daarom bepaald dat het college van burgemeester en wethouders een dergelijk bedrijf toch kan toestaan, indien dit bedrijf niet binnen de algemene toelaatbaarheid past. Bij de Lijst van Bedrijven functiemenging is deze mogelijkheid beperkt tot maximaal 1 categorie (dus bijvoorbeeld categorie B1 in plaats van A of categorie B2 in plaats van B1). Om te kunnen afwijken moet worden aangetoond dat het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) vergelijkbaar is met andere bedrijven uit de desbetreffende lagere categorie. Daarnaast is het mogelijk dat bepaalde bedrijven zich aandienen, waarvan de activiteiten in de Lijst van Bedrijven functiemenging niet zijn vermeld, maar die qua aard en invloed overeenkomen met bedrijven die wel zijn toegestaan. Met het oog hierop is in de regels bepaald dat het college van burgemeester en wethouders kan afwijken en vestiging van een dergelijk bedrijf kan toestaan.

Om te kunnen afwijken moet op basis van milieutechnisch onderzoek worden aangetoond dat het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met direct toegelaten bedrijven.

7.6

Handhaving

Door handhaving controleert de overheid of burgers, bedrijven en bijvoorbeeld overheidsorganen zich aan de wet- en regelgeving houden. Onder handhaving wordt verstaan het door controle (toezicht en opsporing) en het toepassen (of dreigen daarmee) van bestuursrechtelijke sancties, bereiken dat het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift wordt nageleefd. De handhaving van de van toepassing zijnde regeling binnen de gemeente Utrecht, wordt uitgevoerd door diverse diensten en afdelingen. Zo wordt namens het college onder andere gehandhaafd op de regels van voorliggend bestemmingsplan. Dit betekent dat de regels voor wat betreft het gebruik en de bebouwingsregels worden gehandhaafd. Dit gebeurt veelal door toetsing tijdens het behandelen van de aanvragen om omgevingsvergunning, maar kan ook gebeuren als gevolg van toezicht tijdens de uitvoering van de bouw of op grond van een eigen constatering indien een bouwwerk of een perceel in strijd met het bestemmingsplan wordt gebruikt. Indien er bijvoorbeeld sprake is van illegale ingebruikname van gemeentelijke grond, dan zal hiertegen worden opgetreden. Doel handhavend optreden Het doel van het handhavend optreden van de gemeente is niet direct gekoppeld aan de noodzaak van een actueel bestemmingsplan.

Voor de bewoners van het plangebied is duidelijk waar zij aan toe zijn (qua bouwen, zoals bijvoorbeeld uitbreiding van de woning, en qua gebruik), maar het niet handhaven haalt de effectiviteit van een actueel bestemmingsplan onderuit. De toegevoegde waarde van het verlenen van een omgevingsvergunning voor een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is niet groot, indien er op andere plaatsen - zonder vergunning - vrijstaande bijbehorende bouwwerken zijn geplaatst. Dit wordt nog eens problematischer zodra een omgevingsvergunning wordt geweigerd, terwijl diverse vergelijkbare bouwwerken reeds illegaal zijn geplaatst. In dit 9 8 bestemmingsplan "Zuilense Vecht, Stichtse Vecht" (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2329/documents/51096